Beantwoording vragen CDA d.d. 22 november 2021 1
Tekst van het document
Beantwoording vragen ex artikel 40 Reglement van Orde, 13 december 2021 Reactie op opmerkingen en vragen van indiener: C.Sluyk (CDA) d.d. 22 november 2021 inzake gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Weesperwerf. Nr 1
2
Vraag/opmerking In een woning moet men zich kunnen welbevinden: Dag en Nacht. Dus bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van een woningbouwproject moet het wezenlijke element welzijn geborgd zijn. In het belang van de toekomstige bewoners van die woonruimten. Het onderhavige raadsvoorstel bevat in de toelichting van 72 bladzijden in paragraaf 6.11.2 onder het kopje “welzijn” vier alinea’s. Waarvan drie van technische aard. De derde alinea deelt met betrekking tot het spoor mee “Het negatieve effect van trilling op het woon- en leefklimaat in de nieuwe buurt is daarom verwaarloosbaar.” Het daarom slaat op een rapport van onderzoeksbureau dGmR. (bijlage 12 bij de Toelichting) De woningen in dit ontwerp liggen tussen +32 en + 130 meter van de spoorlijn die door Weesp loopt. In 2013 heeft het RIVM een onderzoek gedaan naar hoe mensen die binnen 300 meter van het spoor wonen trillingen door treinen ervaren. Uit niets blijkt dat het onderzoekbureau dGmR, dit hem uit literatuuronderzoek ongetwijfeld bekende RIVM-onderzoek “Wonen langs het Spoor”, in zijn onderzoek betrokken heeft. Het RIVM heeft dit onderzoek herhaald in opdracht van het ministerie van I en W. Op 14 september jl. wees de Commissie SOB het raadsvoorstel af wegens onvoldoende kwaliteit. Eveneens op die dag publiceerde het RIVM het rapport “Wonen langs het spoor(2013-2019)”.
Daarin werd het resultaat uit 2013 bevestigd : 40% van de omwonenden ervaart ernstige hinder en 32% ernstige slaapverstoring door goederentreinen. Voor reizigerstreinen steeg de ernstige hinder van 8% naar 20% en de ernstige slaapverstoring van 6% naar 11%. Vragen. 1. Waarom zijn deze bekende gegevens uit 2013 niet in beeld gebracht in het onderzoeksrapport van dGmR? 2. Wil het College een beredeneerde beschouwing en beoordeling geven over deze gegevens en de gevolgen daarvan voor dit project met name ook met betrekking tot welzijn van de toekomstige bewoners? Na de bodemsanering in 1999 zijn bij een provinciale Beschikking Bebouwing een zestal gebruiksbeperkingen op het te bebouwen terrein gelegd. O.a dat er uitsluitend kantoor- en bedrijfsgebouwen mochten worden gerealiseerd. (Zie Wareco-rapport paragraaf 2.6) Vragen. 1. Zijn er na 1999 saneringen geweest die in deze beperkingen wijzigingen ten gevolge hebben gehad? Zoja wanneer en welke? 2. In paragraaf 6.11.2 van de Toelichting wordt gezegd dat “de bodem van het terrein zal worden gesaneerd hetgeen een verbetering is voor het leefklimaat.” Onder wiens toezicht zal dit moeten gebeuren om een woonbestemming mogelijk te maken en hoelang gaat een dergelijke sanering dan duren?
Reactie Een goed woon- en leefklimaat staat voorop en daarom zijn ook trillingsonderzoeken uitgevoerd. Trillingsonderzoeken worden uitgevoerd volgens en getoetst aan de daarvoor geldende regelgeving. In Nederland is er (nog) geen wetgeving op het gebied van trillingen, maar is er wel de SBR-richtlijn Trillingen. Deel B van deze richtlijn, die toeziet op het aspect trillingshinder, wordt in Nederland algemeen aanvaard en aangehouden als toetsingskader voor trillingen en ook in de recent (2019) verschenen “Handreiking nieuwbouw en spoortrillingen” van het ministerie van I en W wordt deze (SBR-B) aanbevolen als toetsingskader voor nieuwbouwprojecten. Dit toetsingskader wordt landelijk toegepast en is ook voor dit project aangehouden. Het RIVM heeft in 2013 een Enquête (onderzoek) verricht naar de beleving van spoortrillingen en daaruit is een hoog percentage gehinderden gebleken onder bewoners in de directe nabijheid van het spoor. Hoewel dit onderzoek van het RIVM aantoont dat trillingshinder bij railverkeer een vaak voorkomend probleem is, is het pas mogelijk om dit mee te nemen in trillingsonderzoeken zodra dit vertaald is in heldere regelgeving. De hinderbeleving zal moeten worden omgezet naar eenduidige maatstaven en in het geval van wetgeving ook door de politiek moeten worden bekrachtigd. Dat is op dit moment nog niet het geval.
Het RIVM onderzoek heeft dus nog niet geleid tot een herzien toetsingskader, waarmee de SBR-B nog steeds leidend is en door veel gemeenten ook in de planregels is verankerd. De SBR-B richtlijn hanteert voor nieuwbouwprojecten een streng toetsingskader voor trillingen, een factor twee strenger dan het kader voor bestaande situaties. Voor nieuwbouw ligt het ambitieniveau dus al fors hoger en daaraan wordt in dit project, na getroffen maatregelen qua ruimtelijke ordening en gebouwconstructies, voldaan. Daarmee zal er sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat op het aspect trillingen. Aanvullend bodemonderzoek Om het terrein aan de Nijverheidslaan geschikt te maken voor een bedrijfsfunctie is de bodem in het verleden gesaneerd. Hierbij is een restverontreiniging achtergebleven. Om de aanwezigheid van restverontreiniging kenbaar te houden, heeft de provincie deze in 1998 kadastraal geregistreerd. In het kader van het voornemen het terrein voor project Weesperwerf een woonbestemming te geven is in 2018 verkennend actualiserend en nader bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn drie spots met verontreiniging aangetroffen. Deze spots zullen gesaneerd gaan worden en het terrein zal worden opgehoogd. De geregistreerde restverontreinigingen uit 1998 zijn bij bodemonderzoek in 2018 (met uitzondering van de drie aangetroffen spotjes) veelal niet aangetroffen.
De Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek (OFGV) heeft aangegeven dat er momenteel nog onvoldoende is aangetoond dat de restverontreiniging niet (meer) aanwezig is en kan daarom na sanering van de bovengenoemde spots de kadastrale registratie nog niet verwijderen. Op 4 juli 2019 is dit aspect besproken met Omgevingsdienst Flevoland, Gooi- en Vechtstreek (OFGV). OFGV heeft aangegeven dat met aanvullend bodemonderzoek, op basis van een conceptueel model, een grotere onderzoeksinspanning geleverd moet worden om aan te tonen dat er geen restverontreiniging meer aanwezig is. In opdracht van Weesperwerf C.V. is door Wareco een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd naar mogelijke aanwezigheid van restverontreiniging achtergebleven na een in 1998 uitgevoerde bodemsanering op de locatie aan de Nijverheidslaan te Weesp (Wareco ingenieurs, kenmerk CF90F RAP20190827 d.d. 4 oktober 2019).
1
In het onderzoek zijn de bodemlagen onderzocht waar volgens het saneringsevaluatieverslag uit 1999 restverontreiniging is achtergebleven. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat het terrein na sanering vermoedelijk nog circa 0,3 meter is opgehoogd. Zintuiglijk zijn er nagenoeg geen waarnemingen gedaan die duiden op restverontreiniging (teergeuren of blauw verkleurde grond). Binnen de in 1998 vastgelegde contouren van de sterke restverontreiniging zijn in het aanvullend bodemonderzoek maximaal lichte verontreinigingen gemeten. De aanwezigheid van restverontreiniging in gehalte boven de interventiewaarden is niet bevestigd. De resultaten van dit onderzoek, gecombineerd met de resultaten van de in 2018 uitgevoerde bodemonderzoeken, geven geen aanleiding andere restverontreinigingen te verwachten (>interventiewaarde) dan de drie reeds eerder vastgestelde te saneren spots (Cadmium en ftalatenspot, Thiocyanaatspot en Oliespot). Met de totaal uitgevoerde onderzoeksinspanning (verkennend onderzoek, nader afperkend bodemonderzoek naar de aangetroffen drie spots, nader asbestonderzoek bestaande uit 95 asbestinspectiesleuven en tenslotte dit laatste onderzoek) is een ruime onderzoeksinspanning geleverd om te kunnen concluderen dat na sanering van de drie aangetroffen spotjes de kadastrale registratie inzake restverontreiniging (WKPB) kan komen te vervallen.
Saneringsplan In opdracht van Blauwhoed en Aalberts Ontwikkeling is door Wareco is een saneringsplan opgesteld voor het uitvoeren van de saneringswerkzaamheden ten behoeve van de realisatie van nieuwbouw ter plaatse van de Nijverheidslaan te Weesp (Wareco ingenieurs, kenmerk CF90D RAP 20190509 d.d. 13 mei 2019). Blauwhoed en Aalberts Ontwikkeling beogen het momenteel braakliggende terrein aan de Nijverheidslaan 2-12 te Weesp herontwikkelen. Na de bodemsanering zal de locatie geschikt zijn voor woningbouw. Verder wordt openbaar terrein ingericht met wegen, parkeerplaatsen en groen. In het verleden zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Op basis van deze onderzoeken is de locatie reeds in het verleden grotendeels gesaneerd. Voor de herontwikkeling van woningbouw zijn onderstaande onderzoeken uitgevoerd ter actualisering van de aanwezige verontreinigingen: [1] “Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp”, Wareco Ingenieurs, kenmerk: CF90 RAP20180109, d.d. 31 januari 2018. [2] “Nader bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp”, Wareco Ingenieurs, kenmerk: CF90A RAP20180312, d.d. 15 mei 2018. Uit de recente onderzoeken is gebleken dat er binnen de locatie nog drie spots met bodemverontreiniging aanwezig zijn. De verontreinigingen zijn allen ontstaan voor 1987 en zullen worden gesaneerd tot klasse wonen.
Na de ontgravingen van de spots wordt het gehele terrein geschikt gemaakt voor de functie klasse wonen middels ophogen en aanbrengen van een leeflaag.
De Omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek heeft ingestemd me het saneringsplan en op grond van de Wet bodembescherming met kenmerk Z2019-002920/D2019-185122 beschikking verleend.
3
Het zesde door het college voorgestelde raadsbesluit luidt: “dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.” De eerste woorden van de aansluitende toelichting maken dit voorstel overbodig want luiden ”De Crisis- en herstelwet (Chw) is van toepassing, omdat ..” Deze laatste tekst wijst op een van toepassing zijnde dus werkende wet. En dan is evenzeer onbegrijpelijk de
De verwijdering van de sterke bodemverontreinigingen kan naar verwachting binnen een week zijn afgerond. Het aanbrengen van de zandophoging zal ongeveer een maand in beslag nemen, waarna een zettingsperiode van 6 tot 12 maanden volgt. Als de zetting zich voldoende heeft gemanifesteerd kan de locatie verder worden geprofileerd. Er is nog geen startdatum voor de werkzaamheden bekend. De ontwikkeling van het woningbouwplan Weesperwerf valt onder de categorieën van plannen die zijn aangewezen in bijlage I (artikel 3.1) bij de Crisis en herstelwet (Chw). Afdeling 2 Chw is op de bestemmingsplanprocedure van toepassing. Dat betekent dat belanghebbenden die tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in beroep gaan, in het beroepschrift de beroepsgronden moeten aanvoeren. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden 2
eerste zin van de tweede alinea. Tijdens de vergadering van de commissie SOB op 14 september jl. bleek ook dat het college niet geheel helder had hoe het met de Chw zit. Vragen. 1. Kan het college een heldere uitleg geven hoe het zit met de toepasselijkheid van de Chw? 2. Waarom wil het college dat de Chw van toepassing is?
4
In de Financiële paragraaf verklaart het college dat de kosten anderszins verzekerd zijn door een anterieure overeenkomst met Weesperwerf BV en dat eventuele planschade is afgewenteld op de ontwikkelaar. Weesperwerf BV is dus kennelijk niet de ontwikkelaar. Naast deze figuren zoemt het in de stukken van BV’s en cv’s. Tevens wordt de stelling over de kostenzekerheid niet onderbouwd. Vragen. 1. Wie is de ontwikkelaar? 2. Hoe zit de juridische structuur van dit voorgenomen project in elkaar en wie is daarin de uiteindelijke beneficial owner?(UBO) 3. Wat is de onderbouwing van de stelling over de kosten?
meer worden aangevoerd. Verder moet de Raad van State een eventueel beroep bij voorrang behandelen en binnen 6 maanden uitspraak doen. De Crisis- en herstelwet is geen beperking van de rechtsbescherming, maar een versnelling van de procedure. Dit is overigens landelijk een gebruikelijke toepassing van de Crisis- en herstelwet. Bij woningbouw met een omvang, zoals dat hier het geval is, is dus de Chw van toepassing. Dat is ook wenselijk en van maatschappelijk belang, omdat hierdoor de proceduretijd van het bestemmingsplan verkort kan worden, wat weer wenselijk is omdat dan ook eerder gebouwd kan worden. De commanditaire vennootschap Weesperwerf C.V is initiatiefnemer en ontwikkelaar voor de herontwikkeling van het terrein aan de Nijverheidslaan 2-12 te Weesp. Commandiet Blauwhoed en commandiet Aalberts, zijn de commanditaire vennoten en Weesperwerf Beheer B.V is de enige beherend vennoot van Weesperwerf C.V. In de anterieure overeenkomst zijn afspraken over het kostenverhaal met Weesperwerf C.V. vastgelegd. Het planschadeverhaal maakt ook onderdeel uit van de overeenkomst en is voor rekening van de initiatiefnemer Weesperwerf C.V.
3