2021-08-23 Def. NvB zienswijzen 'Weesperwerf' anoniem met brieven anoniem
Tekst van het document
Uit het aanvullend onderzoek komt naar voren dat ondanks de grotere zettingsgevoeligheid van het veen bij de voorgenomen ophogingen ongetwijfeld ook schade aan het in de oeverafzettingen te verwachten bodemarchief kan ontstaan door de belastingen door ophoging/voorbelasting van het terrein. Om die reden wordt een vervolgonderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Weesp. De
41
gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door Monumenten en Archeologie (MenA), gemeente Amsterdam. Het voorafgaande is niet van invloed op de bouw, want dit wordt voorafgaand aan de bouw uitgevoerd. 6.6 Zienswijze: Adressant geeft aan dat het uitgevoerde stikstofonderzoek niet meer actueel is, omdat de weten regelgeving inmiddels is veranderd. Reactie gemeente: Wat adressant aangeeft is juist. Sinds 15 oktober 2020 dient gebruik gemaakt te worden van de nieuwe Aerius-rekentool. Het onderzoek is daarom in maart 2021 geactualiseerd. De conclusie wijzigt hierdoor niet. Er is geen sprake van verhoging van de depositie. Er is geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig.
Adressant 7 7.1 Zienswijze: Adressanten maakt bezwaar tegen de hogere maaiveldhoogte van de nieuwe woningen. Hierbij wordt verwezen naar een eerdere discussie over de bouwhoogte van de woningen. Reactie gemeente: De hoofdriolering van Weesperwerf dient onder vrij verval aangesloten te worden op de aanwezige riolering in de Nijverheidslaan. Op de nieuwe riolering is een gronddekking vereist van minimaal 1,2 meter. Dit zorgt dat de vloerpeilen van de nieuwe woningen op minimaal 0 NAP zijn vastgesteld. De ophoging is zou overigens ook nodig zijn bij realisatie van een bedrijventerrein, wat op grond van het geldende bestemmingsplan gewoon is toegestaan. Adressant heeft te maken met verzakkingen op eigen terrein, waardoor het hoogteverschil wordt vergroot. Dat heeft niets te maken met het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan.
Adressant 8 8.1 Zienswijze: Adressanten vindt dat, hoewel door het project de verkeersproductie aanzienlijk toe zal nemen, niet wordt voorzien in de waarborging van een goede verkeersafwikkeling. Dat geldt ook voor de parkeerbehoefte. Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van diverse mobiliteitsconcepten (deelauto’s) en de aanname dat de bewoners geen tweede auto zullen hebben. Dit is echter niet in het bestemmingsplan gewaarborgd. Er wordt dan ook uitgegaan van een te lage parkeernorm. Hierbij vraagt men zich ook af in hoeverre zich het openbaar vervoer na de corona-pandemie zal herstellen. Ook dubbelgebruik van parkeerplaatsen zal door toenemend thuiswerken minder worden. Met vreest dat de parkeerdruk in het gebied onacceptabel toe zal nemen. Het bestemmingsplan voorziet niet in voldoende aanvullende maatregelen.
42
Reactie gemeente: Ten behoeve van de voorbereiding van het bestemmingsplan is verkeersonderzoek uitgevoerd door verkeerskundig adviesbureau Goudappel Coffeng. De rapportage is bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Uit het onderzoek blijkt onder meer het volgende. o Het geldende bestemmingsplan staat bedrijfsbebouwing met een grondoppervlak van 11.615 m2 toe in meerdere bouwlagen. De toegelaten bedrijfscategorisering staat de vestiging van bedrijven toe die veel meer verkeer en zwaar verkeer veroorzaken dan de nu beoogde extra 115 woningen. o De kwaliteit van de verkeersafwikkeling als gevolg van woningbouwontwikkeling Weesperwerf is te beoordelen als goed. De impact is op het omliggende wegennet is zeer beperkt. Er doen zich geen verkeerskundige knelpunten voor. Uitgangspunt is hierbij dat de nieuwe ontsluiting rond de Bloemendalerpolder er op tijd is, maar ook bij een vertraging zal er sprake zijn van een aanvaardbare situatie. In de planregels voor de woonbestemmingen zijn parkeernormen opgenomen, ter waarborging van de realisatie van voldoende parkeerplaatsen. De gehanteerde parkeernormen zijn gemotiveerd op basis van het advies van Goudappel Coffeng en de motivering is in de plantoelichting opgenomen waarnaar kortheidshalve wordt verwezen. De parkeernorm is toegespitst op het woningtype en het te realiseren woningtype is in de bestemmingen Wonen-1 en Wonen-2 vastgelegd.
In de openbare vergadering van de gemeenteraad d.d. 11 juli 2018 is een amendement (A2018/15) aangenomen, waarmee het besluit is genomen om af te wijken van de parkeernormen van de gemeente Weesp en waarbij de volgende parkeernormen zijn vastgesteld: 1,4 parkeerplaatsen per eengezinswoning en 0,54 parkeerplaatsen per studio. Dit resulteert in minimaal 135 parkeerplaatsen (plan voorziet in 137 parkeerplaatsen). Dit is conform de rapportage van Goudappel Coffeng, waarin op basis van CROW-normering en toepassen dubbelgebruik 102+16=118 parkeerplaatsen benodigd zijn. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Ook worden conform het amendement 5 parkeerplaatsen voor elektrische deelauto’s gerealiseerd. Deze maken onderdeel uit van de te realiseren openbare parkeerplaatsen. 8.2 Zienswijze: In zijn algemeenheid vraagt adressant zich af of hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Men vindt dat onvoldoende onderzoek heeft plaatsgevonden naar de diverse milieuaspecten. Genoemd wordt ook het stikstofonderzoek, dat volgens adressant uitgaat van andere verkeersgegevens dan het verkeersonderzoek. Hier wordt uitgegaan van 115 motorvoertuigbewegingen (mvt), terwijl dat in het verkeersonderzoek veel meer is. Reactie gemeente: Alle relevante aspecten zijn voldoende onderzocht en er wordt geconcludeerd dat er sprake is van goede ruimtelijke ordening.
De verkeersgegevens zijn door adressant niet juist weergegeven. Het verkeersonderzoek gaat uit van 690 mvt’s terwijl het stikstofonderzoek uitgaat van 897 mvt’s. Dit is een worst-case scenario, gebaseerd op een globalere norm dan gebruikt is in het verkeersrapport. De genoemde 115 mvt’s hebben betrekking op middelzwaar en zwaar verkeer tijdens de bouwfase.
43
Adressant 9 9.1 Zienswijze: Adressant geeft aan grote moeite te hebben met de situering en de stedenbouwkundige opzet van het nieuwe bouwvlak. Het bouwvlak verspringt met circa 7 meter naar achteren ten opzichte van de gevellijn van de bestaande woningen. Daarmee ligt de gevellijn in het ontwerp bestemmingsplan op slechts 3 meter van de oorspronkelijke achtergevel van de bestaande woningen. Daarnaast wordt het bouwvlak ook circa 1 meter breder, waardoor de achtergevellijn van de nieuw te bouwen woningen circa 3 meter uitsteekt ten opzichte van de oorspronkelijke achtergevellijn van de bestaande woningen. Hierdoor ontstaat een verlies aan uitzicht, van bezonning en van privacy. Reactie gemeente: Het huidige bestemmingsplan maakt ter plaatse bedrijfsbebouwing mogelijk met een bouwhoogte van 10 meter. De nieuwe woningen direct achter de bestaande woningen aan de Korte Muiderweg worden niet hoger en zijn niet dichter bij geprojecteerd dan wat het voorgaande bestemmingsplan reeds toestaat. Het geldende bestemmingsplan stond al woningen toe in het verlengde van de bestaande woningen aan de Korte Muiderweg, aan de zuidwestzijde. Het nieuwe bestemmingsplan brengt daarin verandering aan doordat de voorgevel van de nieuwe woningen 6,5 meter en de achtergevel van de nieuwe woningen 7,5 meter naar achteren zijn geschoven.
Het nieuwe bouwvlak bevindt zich niet direct aansluitend op de perceelgrenzen bestaande woningen, maar is op ruim 2 meter afstand geprojecteerd. Het geldende bestemmingsplan maakt wel bebouwing met een bouwhoogte van 10 meter tot op de perceelgrens mogelijk. Ten aanzien van privacy maakt het nieuwe bestemmingsplan geen verschil met het voorgaande: in beide plannen is het mogelijk dat het terrein rondom de woningen wordt geactiveerd en dat inkijk op de tuin en de achtergevel van de bestaande woningen mogelijk is. Een bezonningsstudie heeft uitgewezen, dat het effect van bebouwing op grond van het geldende bestemmingsplan en bebouwing op grond van het nu voorliggende bestemmingsplan per saldo vergelijkbaar is (zie ook onder 6.2) en niet tot een relevante verslechtering van de bezonning leidt. Er bestaan geen wettelijke normen en eisen met betrekking tot de bezonning. Wel bestaan de normen van TNO: een 'lichte' norm, die minimaal twee uur zon per dag in de periode 19 februari tot en met 21 oktober voorschrijft, en een 'strenge' norm, die drie uur zon per dag in de periode 21 januari tot en met 22 november voorschrijft. Er wordt voldaan aan de ‘strenge’ norm. 9.2 Zienswijze: Naast hiervoor genoemde bouwhoogte, wordt het negatieve effect nog versterkt door een hoger maaiveldniveau. Dat ligt bij de nieuwbouw namelijk 80-100 cm hoger.
Volgens adressant komt dat door de nodige ophoging van het terrein, omdat het in de huidige situatie erg nat is. Onduidelijk is nog of dit het gehele terrein betreft. Adressant vreest meer overlast door hemelwater door het hoogteverschil. Ook vreest hij een ongekende inbreuk op zijn privacy door de inkijk in zijn tuin en woning, die er in de huidige situatie niet is. Er is dan volgens adressant ook geen sprake van een goede ruimtelijke ordening.
44
Een oplossing zou volgens adressant zijn om het peil van het ontwerp bestemmingsplan vast te stellen op het huidige 0-peil van de bestaande woningen en de nieuw te bouwen woningen op te trekken vanaf deze peil. Een ander alternatief zou het ophogen van het perceel van adressant kunnen zijn. Hoewel hiermee het gehele verschil niet overbrugd kan worden is adressant bereid om deze oplossing te overwegen, mits de tuin en de bestaande gebouwen hersteld worden op het nieuwe peil. Reactie gemeente: Zoals aangegeven in het participatieoverleg op 18 dec 2019 zal er om mogelijke waterbed gevolgen van het ophogen van het peil met zandgrond op de bestaande woningen uit te sluiten in een U-vorm een permanente damwand circa 9 meter diep de grond in worden gedrukt. Ook wordt hiermee voorkomen dat de bestaande percelen als een afvoerput zouden kunnen gaan werken. De tuinen van de aangrenzende woningen worden 80 cm hoger aangelegd. De sloot zal aan de zijde van het parkeerterrein worden verbreed om de waterbergingscapaciteit te vergroten. De spoorsloot blijft in zijn bestaande hoedanigheid aanwezig, aan de zijde van het project wordt een kleine plasberm aangelegd. In het midden de projectlocatie wordt er een wadi gegraven met her en der speelaanleidingen. Hier wordt het deel aan de zuidzijde van het terrein in opgevangen.
Door middel van een infiltratieleiding onder de wadi zal het water langzaam infiltreren en conform de vereiste afvoernorm afvoeren via een geknepen afvoer. Hiermee wordt het water voordat het in de buurt komt van de bestaande woningen al opgevangen en geborgen. In de achtertuinen worden infiltratiekratten aangebracht om de standaard buien op te vangen. Bij hevige regenval is er een overloop beschikbaar in de vorm van een bladvang die het water overstort naar openbaar gebied. Het noordelijk deel van het terrein wordt direct afgevoerd via het hemelwaterstelsel welke is aangesloten op de duiker onder de Nijverheidslaan door. Binnen het peilgebied wordt een extra water gegraven. Het gaat hierbij om de waterpartij in de groenbestemming ten zuid-westen van de begraafplaats die wordt vergroot. Dit komt ten goede aan de opvang van de afvoer van water en hierdoor kan de peilstijging binnen het peilgebied opgevangen worden. Optie is nog om een drainageleiding aan te leggen rond de tuinen van de bestaande woningen. Bij de aanleg van de damwand zal rekening worden gehouden met de bestaande bomen. Hierover heeft Waternet een positief advies uitgebracht. 9.3 Zienswijze: Adressant is van mening dat het uitgevoerde verkeersonderzoek geen rekening houdt met de veranderde verkeersstromen.
Het is onvoldoende om alleen naar de hoeveelheid verkeer te kijken, men moet ook naar de aard en richting kijken. Juist in situaties waar verkeer van alle kanten komt en de verkeersstromen elkaar constant verstoren kunnen opstoppingen en gevaarlijke situaties ontstaan. Er worden in het verkeersrapport een suggestie gegeven voor een langzaamverkeersroute. Deze is in het ontwerpbestemmingsplan echter niet opgenomen, maar op een andere locatie, langs het perceel van adressant. Dit is de kortste route naar het centrum en naar het station. Dit is niet gewenst. Ook zou dit tot een onacceptabele inbreuk op de privacy betekenen, die door het hoogteverschil van het maaiveld met 80 tot 100 centimeter zal versterken. Adressant geeft als oplossing het aanleggen van een groende buffer tussen de langzaamverkeersroute en het perceel van adressant en het ontmoedigen van het gebruik van de sluiproute.
45
Reactie gemeente: In het verkeersonderzoek is voldoende rekening gehouden met de kenmerken van de verschillende verkeersstromen van de diverse functies. Er is gebruik gemaakt van de gebruikelijke modellen en kencijfers, zodat de uitkomsten betrouwbaar kunnen worden geacht. De verkeersgeneratie van woningen heeft andere kenmerken dan verkeersgeneratie van bedrijven. Dit verschil zit voornamelijk in het feit dat de weekenden bij bedrijventerreinen rustiger zijn dan bij woningen. Op werkdagen is in beide gevallen sprake van een piek aan verplaatsingen in de ochtend- en avondspits. Hier is ook rekening mee gehouden in de berekeningen. De verkeersafwikkeling is in beide scenario’s goed te noemen, en daarom worden geen problemen gezien voor de transformatie van bedrijven naar woningen. Het plan voorziet in twee langzaam verkeersroutes. Een langzaam verkeersroute (fietsroute) langs Korte Muiderweg 8a die aansluit op de rotonde en een ontsluiting van de achterpad die loopt langs het kavel van adressant. De fietsroute loopt dus niet langs de woning van adressant. Wij menen dat er geen sprake is van onacceptabele inbreuk op de privacy. Vanaf het geprojecteerde fietsroute is door de begroeiing en door de garage geen inkijk in de tuin of woning van adressant. Alleen op de voordeur en een zijraam is zicht, maar die zijn ook in de huidige situatie vanaf de openbare weg goed zichtbaar.
46
3. Conclusie De hiervoor behandelde zienswijzen geven aanleiding tot volgende wijzigingen: 1. Zienswijze adressant 1 (1.2) Het akoestisch onderzoek met betrekking tot spoorweggeluid is gebaseerd op het geluidsregister spoor. Door een verschrijving staat het er ‘geluidsregister van Rijkswaterstaat’. Dit wordt bij vaststelling van het bestemmingsplan aangepast. Er moet staan dat deze gegevens afkomstig zijn van het geluidregister spoor van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. 2. Zienswijze adressant 2 (2.5 en 2.9): In artikel 4.2.3 onder a wordt de minimale hoogte voor een geluidscherm van 2,2 meter toegevoegd aan de voorwaardelijke verplichting. Het laatste positieve advies van de Regionale Brandweer en de verantwoording van het groepsrisico zal bij vaststelling van het bestemmingsplan in de toelichting worden verwerkt. 3. Zienswijze adressant 3 (3.7): In artikelen 6.2 en 7.2 wordt een maximum aantal woningen voor het plangebied opgenomen van 115. 4. Zienswijze adressant 6 (6.1 en 6.6) a) Aangepaste inrichting openbare ruimte wordt voor vaststelling in de toelichting verwerkt. a) In bestemming groen wordt onder artikel 3.1 toegevoegd: ‘waterberging’. b) Er is een nieuwe Aerius-berekening uitgevoerd. Deze wordt bij vaststelling in de toelichting verwerkt en als bijlage opgenomen.
Dit was ook zonder zienswijze aangepast, omdat de wetgeving sinds ter visie legging was veranderd. 5. Overige wijzigingen De toelichting wordt op onderdelen geactualiseerd i.v.m. o.a. vervallen of meer actuele beleidsstukken.
47
Zienswijze (in) - D.150408
Zienswijze (in) - D.150408
Zienswijze (in) - D.150408
Zienswijze (in) - D.150408
Zienswijze (in) - D.150408
Zienswijze (in) - D.150906
Zienswijze (in) - D.150906