Raadsvoorstel Verordening instelling Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar
Tekst van het document
VOORBLAD
Voorstel aan de Raad
Zaaknummer:
Z/22/070467/321350
Datum collegebesluit:
dinsdag 25 oktober 2022
Datum commissievergadering:
maandag 28 november 2022
Datum raadsvergadering:
dinsdag 13 december 2022
Soort Voorstel:
Adviesnota
Onderwerp:
Verordening op de instelling van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar
Portefeuillehouder:
Portefeuillehouder B. Boon
Programma:
Fysieke Leefomgeving
Kernboodschap:
De Omgevingswet treedt naar huidig inzicht op 1 juli 2023 in werking. Met een Verordening wordt een Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar ingesteld, gericht op de werkwijze in het kader van de Omgevingswet. Die commissie vervangt de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed.
Bijlagen:
1. Was-Wordt adviescommissie WCE vs. adviescommissie Omgevingskwaliteit; 2. Reactie Commissie WCE op de Verordening en het collegevoorstel
Stukken ter inzage: Beslispunten:
Vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de instelling van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar.
Relatie met:
Agendapunt: (bijv. een aangehouden stuk of een stuk wat nog moet komen of al geweest is) Toezegging: Amendement/motie: Schriftelijke vragen:
Pagina 1 van 7
Adviesnota aan de Raad Onderwerp Verordening op de instelling van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar Samenvatting Als de Omgevingswet van kracht wordt, worden gemeenten geacht een gemeentelijke adviescommissie in te stellen (art. 17.9 Ow). De taken en bevoegdheden van de huidige welstandsen monumentencommissies vervallen van rechtswege. Ook de huidige regels en reglementen uit de bouwverordening (hoofdstuk 9) vervallen bij de invoering van de Omgevingswet. Een adviescommissie voor rijksmonumenten is in ieder geval verplicht; ook onder de nieuwe wet. De Omgevingswet gaat, zoals het er nu uit ziet, in op 1 juli 2023. Deze invoering van deze wet, die 26 andere wetten vervangt, vraagt om aanpassing van veel verordeningen. De komende maanden zullen er daarom nog diverse verordeningen voorgelegd worden aan de raad. De aanpassingen zijn veelal van technische aard en betreffen verwijzingen naar de nieuwe wet. Deze Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar betreft echter ook een inhoudelijke aanpassing: de taakomschrijving van de adviescommissie wordt breder dan die van de huidige commissie WCE. Beoogd effect Voldoen aan de minimale vereisten voor de invoering van de Omgevingswet.
Argumenten 1.1 Een adviescommissie mb.t gebouwde of aangelegde rijksmonumenten is verplicht Gemeenten met gebouwde of aangelegde rijksmonumenten moeten een gemeentelijke adviescommissie instellen, die minimaal adviseert over aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument: Omgevingswet Artikel 17.9 (gemeentelijke adviescommissie) 1. De gemeenteraad stelt een commissie in die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een monument. 2. Naast de gevallen waarin de commissie op grond van artikel 16.15, eerste lid, als adviseur wordt aangewezen, kan het college van burgemeester en wethouders de commissie advies vragen over het ontwikkelen van beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. 3. De commissie baseert haar advies, voor zover van toepassing, op de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19. Bij een advies over een rijksmonumentenactiviteit neemt de commissie de uitgangspunten, bedoeld in artikel 5.22, in acht. 4. De adviezen van de commissie zijn deugdelijk gemotiveerd en worden schriftelijk openbaar gemaakt. 5. De door de commissie gehouden vergaderingen zijn openbaar.
Een vergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid Pagina 2 van 7
van bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen. 6. De commissie zendt de gemeenteraad elk jaar een verslag over de door haar verrichte werkzaamheden. 1.2 Direct na invoering van de Omgevingswet moeten aanvragen beoordeeld kunnen worden De taken en bevoegdheden van de huidige commissie voor welstand vervallen van rechtswege nadat de Omgevingswet in werking is getreden. De verordening moet vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden vastgesteld opdat de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar op de eerste dag van in werking zijn van de Omgevingswet gelijk operationeel is (dit is ook door de VNG geadviseerd). Op die dag kan immers reeds een vraag om advies binnenkomen van de minister van Cultuur, Onderwijs en Wetenschap over een rijksmonument. De Omgevingswet voorziet niet in overgangsrecht met betrekking tot de commissies – wel overigens met betrekking tot het beleid (erfgoedverordening en welstandsnota) op grond waarvan de commissies hun werk doen. Het besluit houdt in dat de Verordening m.b.t. de Adviescommissie Omgevingskwaliteit ingaat in op het moment dat de Omgevingswet daadwerkelijk in werking treed. Bij uitstel van de invoering van die wet, wordt ook deze adviescommissie uitgesteld en blijft de adviescommissie WCE in stand.
1.3 De Verordening is opgesteld op basis van de modelverordening van de VNG met Wassenaars maatwerk Voor deze verordening is gebruik gemaakt van de modelverordening van de VNG. De VNG is de afgelopen tijd en ook nog de komende maanden druk bezig om alle gemeenten te ondersteunen met modelverordeningen in het kader van de Omgevingswet. Deze modelverordeningen bevatten een hoofdopzet en diverse opties, waaruit de gemeenten hun eigen maatwerkverordeningen kunnen vaststellen en bepaalde opties wel en of niet kunnen verwerken in de verordening. De volgende opties zijn niet overgenomen: a Een stads-/dorpsbouwmeester is niet opgenomen in de Verordening In de modelverordening staat als optie: De raad kan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid aanwijzen die door de stadsbouwmeester worden uitgevoerd. De stadsbouwmeester werkt onder de verantwoordelijkheid van de commissie. Daarbij staat de volgende toelichting: De stadsbouwmeester (in sommige gemeenten dorpsbouwmeester of rayonarchitect genoemd) is een lid van de commissie met een eigen door de raad aangewezen takenpakket. In de voorliggende Verordening is deze optie niet opgenomen. In een gemeente van beperkte omvang, is deze uitbreiding complicerend en niet nodig.
b Voorlichting geven over de taak van de commissie en omgevingskwaliteit is niet de taak van de commissie In de modelverordening van de VNG is ook als mogelijke taak voor de commissie opgenomen: het geven van voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie. In de voorliggende verordening is dat niet opgenomen. Pagina 3 van 7
Het geven van voorlichting en communicatie over de werkzaamheden van de commissie wordt niet gelegd bij de commissie zelf en is daarom niet opgenomen in de verordening. De ambtelijk secretaris, een medewerker in (vaste) dienst van de gemeente, kan hier eventueel voor zorgdragen. De voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit wordt opgepakt in het licht van de bredere communicatie rondom de invoering van en het werken met de Omgevingswet de komende jaren. c De commissie adviseert niet uit eigen beweging, maar op verzoek In de Verordening is niet opgenomen dat de commissie ook uit eigen beweging mag adviseren. Als de commissie ook uit eigen beweging mag adviseren over het opstellen van ruimtelijk beleid, dan kan dit leiden tot onduidelijkheden ten aanzien van de rollen en kunnen de te besteden uren van de commissieleden ongebreideld uitlopen. Beter is dat het college (en de gemandateerde ambtenaren) de commissie verzoeken om advies over (op te stellen) ruimtelijk beleid en plannen, e.e.a. zoals geregeld in de Verordening en het nog op te stellen Reglement. d De commissie heeft niet als taak het informeren en begeleiden van planindieners In de modelverordening van de VNG is ook de optie opgenomen dat de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces informeert en begeleidt.
Deze rolverstrengeling van commissieleden als beoordelaar en begeleider heeft geen voorkeur. Anders dan nu het geval is, wordt er wel voor gekozen dat de commissie betrokken is bij vooroverleg met de indieners. Dat ligt volledig in de lijn met de intenties rondom de Omgevingswet en het instellen van een Omgevingstafel, om breed vooroverleg over in te dienen plannen vorm te geven. Een vertegenwoordiging van de commissie kan deel nemen aan de Omgevingstafel. 1.4 Bouwwerken moeten blijven voldoen aan welstand Hoewel in de nieuwe Verordening het welstandsbeleid niet specifiek meer wordt genoemd, blijft het noodzakelijk dat er getoetst wordt aan het welstandskader van de gemeente en blijft dat het kader waaraan de commissie toetst. Voor veel bouwactiviteiten geldt bij het in werking treden van de Omgevingswet (weer) een vergunningplicht. Hierbij is geregeld in de wet dat de gemeente een omgevingsvergunning alleen verleent als het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Er zijn daarbij slechts een beperkt aantal uitzonderingsgevallen, zoals voor tijdelijke bouwwerken of als het bevoegd gezag oordeelt dat het de omgevingsvergunning toch moet verlenen, ondanks een negatief advies van de commissie.
1.5 De taakomschrijving van de adviescommissie is in lijn met de Omgevingswet De Omgevingswet gaat ervan uit dat niet alleen meer naar ruimtelijke kwaliteit en/of architectonische kwaliteit wordt gekeken, maar de totale Omgevingskwaliteit. Zoals minister Schultz het ooit omschreef gaat het bij omgevingskwaliteit om de menselijke beleving van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap, maar ook om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten. Die intrinsieke waarde, die los staat van de belevingswaarde door de mens, is de belangrijkste reden om de term omgevingskwaliteit te kiezen. Ook wordt de initiatiefnemer geacht met de nieuwe Pagina 4 van 7
plannen de omgevingskwaliteit te verbeteren. Daarbij past een adviescommissie, niet zich niet meer primair richt op welstand en cultureel erfgoed, maar met een bredere blik de omgevingskwaliteit beziet. 1.6 De vergoeding is verwerkt in de verordening en wordt gedekt door leges In de verordening is de vergoeding van de commissieleden nu geregeld. De vergoeding per uur van de deskundige leden is anno 2022 € 91,87 excl. reiskosten. Deze vergoeding is laag, in vergelijking tot andere gemeenten. Met het vaststellen van de Verordening wordt deze voor de komende jaren vastgesteld op € 100 excl. reiskosten. De inzet van de Adviescommissie ten aanzien van Omgevingsvergunningen zit verwerkt in de legestabel. Voor de beoordeling van plannen door de adviescommissie WCE worden de leges opgehoogd met een bepaald bedrag. Dat zal ook voor de inzet van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit het geval zijn. Het toenemend aantal aanvragen zorgt dus ook voor toenemende dekking van deze kosten. Op basis van de ervaring met de Omgevingswet kan ophoging van de leges het jaar erop plaatsvinden, om zo kostendekkende leges in rekening te brengen. Kanttekeningen 1.1 Een adviescommissie is niet verplicht voor omgevingskwaliteit; alleen voor Rijksmonumenten Voor het beoordelen van plannen ten aanzien van Rijksmonumenten is het verplicht een adviescommissie te hebben met deskundige leden.
De gemeente kan dus een adviescommissie voor de omgevingskwaliteit instellen, maar dit is niet verplicht. Het kan ook een adviescommissie voor Rijksmonumenten zijn. Het toetsen aan het welstandsbeleid en de omgevingskwaliteit kan ook ambtelijk worden georganiseerd. Mede omdat de gemeente slechts een beperkte omvang van het ambtelijk apparaat verkiest, is het echter wenselijk om externe deskundigheid te organiseren via een Adviescommissie, die slechts enkele uren per maand ingezet wordt. Daarmee is tevens een mate van onafhankelijkheid gewaarborgd. 1.2 Het Welstandsregiem moet gaan lopen via het Omgevingsplan Onder de Omgevingswet loopt het welstandsregiem via het omgevingsplan. In het omgevingsplan kan de gemeente regels opnemen over het uiterlijk van bouwwerken. Als deze regels uitleg nodig hebben, moet de gemeenteraad beleidsregels vaststellen voor de beoordeling of een bouwwerk aan de regels voldoet. Dit staat in de Omgevingswet. Beleidsregels voor welstand zijn bijvoorbeeld een welstandsnota en/of een beeldkwaliteitsplan. In het nieuwe deel van het omgevingsplan bepaalt de gemeente ook voor welke gebieden en welke bouwactiviteiten deze beleidsregels van toepassing zijn. Zo kunnen bepaalde gebieden en bouwwerken welstandsvrij zijn. Ook kunnen voor nieuwe ontwikkelingen bijvoorbeeld specifieke welstandsregels gelden die zijn opgenomen in een beeldkwaliteitsplan.
De gemeente Wassenaar heeft dus nu nog geen nieuw Omgevingsplan, maar werkt na de invoering van de Omgevingswet met een Tijdelijk Omgevingsplan, op basis van de oude Pagina 5 van 7
bestemmingsplannen en divers bestaand beleid. Ook het welstandsbeleid wordt automatisch, als beleidsregel, onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan. De welstandsregels gelden uiteraard niet voor een (in het tijdelijk deel aangewezen) gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, verandert er voorlopig niets bij het tijdelijk deel omgevingsplan niets voor de welstandstoets van bouwplannen. Het is dan passend om ook de Adviescommissie WCE over te laten aan in de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, zonder al te veel wijzigingen. Als de gemeente in de komende jaren, uiterlijk 2029, dus een Omgevingsplan voor heel de gemeente heeft, maakt de gemeenteraad daarbij opnieuw een afweging welke regels wenselijk zijn en hoe die in het Omgevingsplan worden opgenomen en wat de inzet van de adviescommissie is. 1.3 De burgerleden zijn beperkt tot 1 en het totaal aantal leden tot 6 Insteek van de Omgevingswet is om bij de beoordeling van bouwplannen de maatschappelijke waarde meer te benadrukken. Burgerleden kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Om de omvang van de commissie te beperken en er ook expertise aanwezig moet zijn op het gebied van monumentenzorg, architectuur, stedenbouw en landschap, wordt daarom gekozen om toch maar 1 burgerlid toe te staan.
Momenteel is al een burgerlid toegestaan, maar nog niet in voorzien. Er zal wel daarom wel stevig ingezet worden op invulling van de vacature burgerlid. Communicatie/Inwonersparticipatie Communicatie naar buiten toe zal op de gebruikelijke wijze plaatsvinden. Inwonersparticipatie heeft bij deze Verordening niet plaatsgevonden. Wel is de commissie WCE is gevraagd om een reactie ten aanzien van de Verordening. De leden van de huidige Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed gaan op grond van het overgangsrecht dat in de verordening is neergelegd, over naar de nieuwe Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. Dit geldt ook voor de ambtelijk secretaris van die adviescommissie. Er hoeven dan ook geen nieuwe benoemingsbesluiten te worden voorbereid. De werkprocessen moeten met het oog op de Omgevingswet nieuw worden ingericht. Financiën Er zijn financiële middelen beschikbaar in het betreffende taakveld (middelen ten behoeve van de Commissie Welstand en Cultureel erfgoed). Dit is voor de komende jaren jaarlijks in totaal € 20.758. Dit budget wordt de laatste jaren met een gemiddeld bedrag van € 15.000 overschreden. Dekking voor deze overschrijding wordt gevonden in hogere legesinkomsten in datzelfde jaar. Ook de bestemmingsreserve Egalisatie Omgevingsvergunningen kan als dekking dienen voor overschrijdingen.
De leges zullen, op basis van de ervaringscijfers, in de komende jaren steeds beter in lijn worden gebracht met de daadwerkelijke lasten. Ook bij uitstel van de Omgevingswet, zal dat het geval zijn. Indien nodig zal de begroting budgetneutraal worden aangepast, of indien dit
Pagina 6 van 7
niet mogelijk is, zal een aanpassing betrokken worden bij de eerstvolgende kadernota, waarbij ook zicht is op de bredere structurele financiële gevolgen van de invoering van de Omgevingswet. Risico’s De Omgevingswet gaat ervan uit dat er vaker vooroverleg plaatsvindt om afstemming van plannen in een vroeg stadium te laten plaatsvinden en na indiening van de plannen, de vergunningsprocedure snel doorlopen kan worden. Als gebruik gemaakt wordt van het vooroverleg, al dan niet via een Omgevingstafel, en ook leden van de Adviescommissie daarbij aanwezig moeten zijn, zullen de uren van de leden toenemen. Omdat de vergoeding een urenvergoeding betreft, zullen de kosten toenemen en het budget mogelijk niet toereikend zijn. Zoals al aangegeven zullen daar ook legesinkomsten tegenover moeten gaan staan, die de extra kosten moeten dekken. Duurzaamheid Het besluit tot vaststelling van de verordening heeft geen invloed op de beleidsdoelen omtrent duurzaamheid.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
T.N. Kramer,
drs. L.A. de Lange,
gemeentesecretaris
burgemeester
Pagina 7 van 7