Raadsvoorstel Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer
Tekst van het document
VOORBLAD
Voorstel aan de Raad
Zaaknummer:
Z/24/083316
Datum
Dinsdag 6 februari 2024
fractievoorzittersoverleg:
dinsdag 12 maart 2024
Datum commissievergadering:
dinsdag 26 maart 2024
Datum raadsvergadering: Soort Voorstel:
Adviesnota
Onderwerp:
Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg;
Portefeuillehouder:
Fractievoorzitters
Programma:
Bestuur
Kernboodschap:
Inwerkingtreding van de Wet Versterking decentrale rekenkamers maakt het noodzakelijk de huidige organisatievorm van de Rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg aan te passen.
Bijlagen:
1.
Verordening op de Rekenkamercommissie Leidschendam-Voorburg, Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar 2014
2.
Huidige samenwerkingsovereenkomst
3.
Conversietabel/was-wordt lijst
Stukken ter inzage:
Nee
Beslispunten:
Onder voorbehoud van gelijkluidende besluitvorming door de raden van Voorschoten, Oegstgeest en LeidschendamVoorburg: 1.Besluiten een gemeenschappelijke regeling te treffen onder de naam Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer
Pagina 1 van 6
Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en LeidschendamVoorburg; 2.Verordening op de Rekenkamercommissie LeidschendamVoorburg, Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar 2014 in te trekken; 3.Te benoemen als lid van de Rekenkamer LeidschendamVoorburg, Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar voor de duur van zes jaar; • De heer E.J. Gerdes, plaatsvervangend voorzitter; • De heer R.L. Kamermans, voorzitter; • Mevrouw A.M.K. Kühler, lid; • Mevrouw A.C. Pronk, lid; • De heer M. Spaan, lid; • De heer M.S.C.M. Teeuwen, lid. 4. De heer B. Simon tot en met 30 september 2026 aan te wijzen als secretaris.
Relatie met:
Agendapunt Toezegging: Amendement/motie: Schriftelijke vragen:
Pagina 2 van 6
Adviesnota aan de Raad Onderwerp Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Inleiding Met ingang van 1 januari 2023 is de Wet Versterking decentrale rekenkamers in werking getreden. De wet heeft tot doel het creëren van een sluitend, wettelijk stelsel voor gedegen, onafhankelijk rekenkameronderzoek, ter ondersteuning van de controlerende rol van de gemeenteraden . De belangrijkste wijziging voor gemeenten betreft het afschaffen van de mogelijkheid die de Gemeentewet biedt om per verordening een Rekenkamercommissie in te stellen en raadsleden lid te laten zijn van de Rekenkamercommissie. Alle gemeenten dienen een rekenkamer in te stellen. De gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg hebben al een onafhankelijke Rekenkamercommissie (RKC WVOLV), met louter externe leden. Dit maakt de gevolgen van de wet voor onze gemeenten beperkt. Voornaamste wijziging is dat veel van hetgeen in de huidige verordening staat, nu in de Gemeentewet is geregeld en niet (meer) lokaal geregeld hoeft te worden. De huidige vorm (gelijke verordeningen en samenwerkingsovereenkomst) is niet meer mogelijk. Omdat in de praktijk grotendeels gewerkt wordt volgens de nieuwe wet was het niet strikt noodzakelijk om de organisatievorm van de rekenkamer voor 1 januari 2024 gereed te hebben.
Omdat met de voorgestelde organisatievorm geen inhoudelijke wijzigingen plaatsvinden, kan deze met terugwerkende kracht ingaan op 1 januari 2024.
Beoogd effect Voldoen aan de Wet Versterking decentrale rekenkamers. Toelichting Er zijn 2 mogelijkheden voor de juridische vorm van de rekenkamer: een gemeenschappelijk regeling (GR) of een personele unie. Hieronder volgt een toelichting op beide opties: Gemeenschappelijke regeling: Daarbij stellen raden van twee of meer gemeenten een gemeenschappelijke rekenkamer in (op basis van art.81l Gemeentewet). De wetgever heeft bepaald dat dit via een gemeenschappelijke regeling (op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen) moet. De wetgever vindt dat de Wgr bij uitstek de basis biedt voor publiekrechtelijke samenwerking tussen gemeenten. Dit is wel een heel lichte vorm van een GR, namelijk een ‘gemeenschappelijk orgaan’, zonder een AB of DB Pagina 3 van 6
of een bedrijfsvoeringsorganisatie-bestuur. De rekenkamer is het (dagelijks) bestuur. Er worden ook geen raadsbevoegdheden overgedragen en de raad blijft bepalend in de grootte van de bijdrage aan de rekenkamer en benoeming van de leden. Omdat alle raden dezelfde GR vaststellen, met daarin regels over financiering en budget, centrale administratie, gezamenlijke onderzoeken en toe- en uittreding is een aanvullende samenwerkingsovereenkomst niet nodig. Hiermee blijft de regeling van de rekenkamer bij de raad. Personele unie: Daarbij heeft elke deelnemende gemeenteraad zijn eigen verordening en benoemt elke gemeenteraad dezelfde mensen (onder dezelfde voorwaarden). De leden vormen de gemeentelijke rekenkamer. Formeel zijn dat dan verschillende rekenkamers, maar in de praktijk werken zij dan voor alle deelnemende gemeenten. Daarom is, net zoals in de huidige samenwerking, een aanvullende samenwerkingsovereenkomst noodzakelijk om uniformiteit in besluitvorming en werkwijze te garanderen. Hierin staan afspraken over de inhoud van de verordeningen, centrale administratie, financiering en budget, al dan niet gezamenlijke onderzoeken en toe- en uittreding. Juridisch kan alleen het college besluiten tot het aangaan van deze samenwerkingsovereenkomst en is het college bevoegd hem te ondertekenen. Er wordt voorgesteld om te kiezen voor een Gemeenschappelijke Regeling.
Vergeleken met een personele unie is dit de meest eenvoudige optie. Er is maar één document en de raad stelt deze vast. Bij wijzigingen hoeft slecht één document aangepast te worden. Hiermee blijft de rekenkamer in juridische en praktische zin volledig ‘van’ de raad. De gemeenschappelijke regeling (GR) klinkt als een zware constructie, maar zoals hierboven uitgelegd, is dat in de praktijk niet zo. Het gaat om een ‘lichte’ vorm van een GR zonder overdracht van bevoegdheden en waarbij de raad beslist over de financiële bijdrage. Een personele unie lijkt in eerste instantie meer op de huidige vorm van één verordening met een samenwerkingsovereenkomst. Bij deze optie is echter een ‘zwaardere’ samenwerkingsovereenkomst nodig om uniformiteit vast te leggen. Die is immers nodig om op gelijkwaardige basis samen te werken, als iedere raad zijn eigen verordening heeft. Bij een personele unie dient het college dient te besluiten tot samenwerking en moet ook de overeenkomst met de andere gemeenten aan gaan. In de dualistische verhoudingen en het feit dat de Rekenkamer een door de gemeenteraad ingesteld orgaan is, is dit een onwenselijke constructie.
Financiën Met het aangaan van de gemeenschappelijke regeling verandert er niets in de bedragen die de gemeenten jaarlijks bijdragen aan de rekenkamer. In de oorspronkelijke
Pagina 4 van 6
samenwerkingsovereenkomst uit 2014 is geregeld dat de bijdrage €1,10 per inwoner bedraagt. Dit bedrag is de afgelopen jaren geïndexeerd en bedraagt inmiddels €1,22. Wat anders is dan in de huidige verordening is dat de gemeenschappelijke regeling geen bedragen bevat voor de vergoeding van de leden, maar een formule op basis waarvan de vergoeding wordt berekend. Bij de laatste wijziging van de verordening in 2019 is deze formule wel gebruikt om de hoogte van de bedragen die in de verordening staan te bepalen. Maar alleen de uitkomst van die formule is opgenomen, met een indexering. Hoewel het wel de bedoeling was, is de formule toen niet in de verordening opgenomen. Dat willen we herstellen nu we de gemeenschappelijke regeling vaststellen. Dit betekent het volgende voor de hoogte van de vergoedingen: Vergoedingen 2023 (inclusief indexatie): Leden Plaatsvervangend voorzitter Voorzitter
€320,€480,€639,-
Vergoedingen op basis van de formule (inclusief indexering voor 2024): Leden Plaatsvervangend voorzitter Voorzitter
€363,€509,€655,-
De vergoedingen stijgen minimaal, voornamelijk door de gebruikelijke indexatie. De rekenkamer vangt dit op binnen het bestaande budget. Mocht op termijn het aandeel van de vergoedingen van de leden uit verhouding zijn met het bedrag dat overblijft voor het doen van onderzoek, zal hierover het gesprek gevoerd moeten worden. Voorlopig is dat niet aan de orde.
Benoeming leden Door de wetswijziging worden alle leden van rechtswege ontslagen. De huidige leden van de Rekenkamercommissie zullen dus opnieuw benoemd moeten worden. De Wet schrijft voor dat leden voor een periode van 6 jaar benoemd worden. Alle huidige leden hebben aangegeven hun lidmaatschap te willen continueren.
Ambtelijke secretaris Op dit moment werkt de Rekenkamercommissie met een externe ambtelijk secretaris (voor 20 uren in de week). U hebt net een nieuwe secretaris aangewezen, de heer B. Simon. Omdat u hem hebt aangewezen als secretaris voor de Rekenkamercommissie en die in juridische zin niet meer bestaat nadat de verordening is ingetrokken, is het noodzakelijk om hem opnieuw aan te wijzen als secretaris van de rekenkamer. De administratie houdende gemeente is de (inhuur)overeenkomst met de ambtelijk secretaris aangegaan. Hieraan verandert niets. Pagina 5 van 6
Achtergrondinformatie • Informatie over samenwerking en werkwijze van de huidige Rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg: link •
Brief Minister BZK over Inwerkingtreding wet versterking decentrale rekenkamers: link
•
Nederlandse Vereniging van Rekenkamers & Rekenkamercommissie (NVRR): link
Fractievoorzittersoverleg, 6 februari 2024
Pagina 6 van 6