Raadsinformatiebrief 095 Bijlage 1. Verkenning reductie restafval
Tekst van het document
V E R K E N N I N G R E D U C T I E R E S T A F V A L
Zaaknummer: Z/24/093731
Oktober 2025
2
Verkenning reductie restafval
Voorwoord Voor u ligt de verkenning reductie restafval voor de gemeente Wassenaar. Met de maatregelen uit deze verkenning wil het college de gemeenteraad informeren over de VANG-doelstelling (Van Afval Naar Grondstof), de huidige situatie binnen de gemeente en wordt uitgebreid stilgestaan bij de verschillende maatregelen om restafval te voorkomen of te reduceren en grondstoffen beter te scheiden. Hierbij wordt ook gelet op de service richting inwoners, duurzaamheidsdoelen en de kosten. In de afgelopen jaren is er op het gebied van afval een breed palet aan beleid doorgevoerd. Denk hierbij aan de uitrol van het nascheiden van PMD (Plastic, Metaal en Drankenkartons), het plaatsen van containers voor GFT bij hoogbouw, de strippenkaart op de milieustraat, de inzameling via het zijbeladingsvoertuig, et cetera. Deze beleidsmaatregelen hebben een bijdrage geleverd aan een (of een combinatie van) de volgende facetten: l reductie in het restafval (bijdrage aan het milieu) l verhoging van het dienstverleningsniveau l beheersing van de kosten Het is belangrijk om een route uit te stippelen, waarop we toekomstig beleid kunnen maken en een verdere bijdrage leveren aan de VANG-doelstelling. Het nieuwe doel is om in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen.
Dus naast de reductie van de hoeveelheid restafval (tot 30 kg per inwoner) en 100% afvalscheiding, komt dit recyclepercentage van 60% erbij.
Verkenning reductie restafval 3
4
Verkenning reductie restafval
Managementsamenvatting Verkenning reductie restafval Binnen gemeente Wassenaar wordt veel restafval aangeboden ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Na een jarenlange voorzichtige daling, laat de opdrachtgeversrapportage van Avalex in 2024 juist weer een stijging zien van de hoeveelheid restafval. Dit leert ons dat het huidige beleid onvoldoende is. Ook hebben interventies zoals de gestarte communicatiecampagne en educatie een lange adem nodig. VANG-doelstelling In het programma VANG (van afval naar grondstof) staat een landelijke doelstelling opgenomen. Die luidt als volgt:
dezelfde hoogbouwklasse met elkaar. Het valt hierbij op dat de gemeente Wassenaar een twee keer zo hoge service heeft op de dienstverlening en inzameling van restafval, in vergelijking met gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse.
l 2025 - Gemiddeld 30 kilogram restafval
per inwoner/per jaar. l 2025 - 100% van het afval dient
gescheiden te worden. l 2025 - 55% van het afval dient gerecycled te worden. Een doorcalculatie van de eerste opdrachtgeversrapportage 2024 leert ons dat de gemeente Wassenaar gemiddeld op circa 205,3 kg restafval per inwoner uitkomt met een scheidingspercentage van circa 58,1%. Analyse De meest recente sorteeranalyse op het (fijne)restafval bij zowel hoogbouw als laagbouw is begin 2024 uitgevoerd. Uit de sorteeranalyse blijkt dat circa 60 procent van het gewicht uit de minicontainer gescheiden ingeleverd had kunnen worden. Daarmee wordt meer dan de helft onnodig als restafval weggegooid. Dit wordt tegen het hoogste verwerkingstarief aangeboden en verbrand, terwijl deze grondstoffen veelal een veel voordeliger verwerkingstarief kennen en opnieuw als grondstof gebruikt kunnen worden. Service op restafval De Benchmark Huishoudelijk Afval van het NVRD (Koninklijke Nederlandse vereniging voor afvalen reinigingsdiensten) vergelijkt gemeenten uit
Een dergelijke hoge service op restafval leidt tot gemak voor haar inwoners, waarbij gemak ook kan leiden tot gemakzucht, wat ten koste gaat van (kostbare) grondstoffen. Restafval reduceren De verkenning die voor u ligt, leert ons dat slechts drie maatregelen significant bijdragen aan het reduceren van het restafval. Onderstaande punten leggen we op volgorde van implementatie aan de raad voor. Deze kunnen we indien gewenst verder uitwerken. 1. Servicedifferentiatie Met servicedifferentiatie verlagen we de service op restafval. Dit stimuleert inwoners om afval te scheiden. De gemeente moet hierbij faciliteren op grondstoffen, deze zijn voor de meeste stromen op orde. Gezien de hoge inzamelfrequentie op restafval, de hoeveelheid (herbruikbare) grondstoffen in het restafval en de vulgraad van de afvalcontainers, is het verlagen van de inzamelfrequentie van wekelijks naar eens in de twee weken de meest voor de hand liggende optie. Met een wijziging in de DVO 2026 van Avalex kunnen we de inzamelfrequentie op relatief korte termijn aanpassen.
Verkenning reductie restafval
5
2. Tariefdifferentiatie Sinds 2023 heeft circa 55 procent van de gemeenten gekozen voor een vorm van tariefdifferentiatie. Daarmee is veel ervaring opgedaan. Er is aangetoond dat we, in aanvulling op de onder punt 1 aangedragen servicedifferentiatie, (op dit moment) alléén op basis van een variabel tarief (tariefdifferentiatie/diftar/ restafvaltarief) een dusdanige reductie op het restafval kunnen realiseren dat we de VANGdoelstellingen benaderen. Inwoners hebben door de invoering van het variabel tarief zelf grip en invloed op de eigen afvalkosten. Zij bepalen met hun eigen scheidingsen/of koopgedrag hoeveel zij in totaal aan variabele afvalstoffenheffing betalen. Dit is in lijn met het principe ‘de vervuiler betaalt’.
van afvalstromen beter te faciliteren. Het scheiden van afval is op dit moment door de hoge service op restafval heel vrijblijvend. We zien dat de vraag naar bovengenoemde initiatieven relatief laag is, terwijl deze kostenverhogend zijn voor de gemeente. Dergelijke initiatieven leveren met het huidige beleid onvoldoende op om een noemenswaardige bijdrage te leveren aan de VANG-doelstelling. Daarom het voorstel om een eventuele verandering in beleid in fases in te voeren zodat de maatregelen ook behapbaar blijven voor de inwoners. Als het scheidingsgedrag onder inwoners beter wordt, is het ook zinvol te faciliteren op bovengenoemde initiatieven. Alle maatregelen en additionele informatie kunt u terugvinden in de volledige verkenning.
Afvalstoffenheffing Het introduceren van tariefdifferentiatie werkt Avalex op dit moment uit, omdat het een goede voorbereiding vraagt. Nadat het verder is uitgewerkt, zal deze worden opgenomen in de Producten Diensten Catalogus (PDC). Daarmee kunnen Avalex-gemeenten voor deze vorm van inzamelen kiezen. Het invoeren van tariefdifferentiatie kent vele dimensies die een inspanning vragen van de gemeenten afzonderlijk, belastinginnende instanties en van Avalex. Inmiddels heeft een van de zes Avalex-gemeenten besloten gebruik te maken van deze dienstverlening en stapt over op tariefdifferentiatie. 3. Intensieve communicatie, participatie & preventie Na een eventuele keuze voor tariefdifferentiatie is het zaak om de inwoner bij te staan in haar strijd, om zo veel mogelijk afval te scheiden en daarmee zo min mogelijk restafval aan te bieden. De behoefte naar meer en betere informatie wordt groter. Deze kan ingevuld worden door meer te participeren, te faciliteren, en ook door uitgebreider te informeren. Dit punt is nauw verweven met bovenstaand punt (2). Naast eerdergenoemde maatregelen zijn er op dit moment diverse andere initiatieven, zoals: afvalpreventie, educatie, hergebruik/reparatie en diverse opties om het scheiden en wegbrengen
6
Verkenning reductie restafval
De overheid stimuleert het reduceren van restafval door jaarlijks de verbrandingsbelasting te verhogen. Naast een verbrandingsbelasting werkt het Rijk aan een belasting op basis van CO2-uitstoot. Daarmee werkt het reduceren van restafval (ondanks eventuele investeringskosten) als contragewicht en dempt het een almaar stijgende afvalstoffenheffing.
Verkenning reductie restafval
7
8
Verkenning reductie restafval
Inhoudsopgave Voorwoord
3
Managementsamenvatting
5
Inhoudsopgave
9
1.
Van afval naar grondstof
10
1.1
De basis
10
1.2
Doelstelling
11
2.
Gemeente Wassenaar
13
2.1
Gemeenschappelijke Regeling Avalex
13
2.2
Status restafval
13
2.3
Afvalbeleidsdriehoek
14
2.4
Fijn restafval
15
2.5
Grondstoffen
16
2.6
Dienstverlening
18
3.
Reductie restafval
21
3.1
Afvalpreventie/ producthergebruik
21
3.2
Servicedifferentiatie
23
3.3
Tariefdifferentiatie
25
3.4
Intensieve communicatie, participatie & preventie
28
3.5
Overige maatregelen
29
4.
Beleidskeuzes
33l
4.1
Verwachte impact van beleidskeuzes
33
4.2
Keuzemomenten
34
5.
Financiële impact
37
Verkenning reductie restafval
9
1. Van afval naar grondstof Het Uitvoeringsprogramma Van Afval naar Grondstof - Huishoudelijk Afval (hierna VANG-HHA) is in 2015 opgestart. Het is een initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De Koninklijke Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten (NVRD) is als vertegenwoordiger van gemeenten en hun publieke afvaldiensten aangehaakt. Rijkswaterstaat is als uitvoerder betrokken namens het ministerie van IenW. 1.1 De basis Het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie is de paraplu waaronder het Uitvoeringsprogramma VANG-HHA valt. Binnen de ketenbrede aanpak van het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie is het VANG-programma specifiek gericht op het bevorderen van kwalitatief goede afvalscheiding door huishoudens. Voor huishoudens betekent een circulaire economie minder spullen kopen, producten langer gebruiken, hergebruiken en repareren, en afval meer en beter scheiden zodat het gerecycled kan worden.
10
Verkenning reductie restafval
Zo dragen huishoudens eraan bij dat zo min mogelijk waardevolle grondstoffen weglekken en worden verbrand. Gemeenten hebben een zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval en zijn samen met hun inwoners aan zet voor goede scheiding van huishoudelijk afval. Hoogwaardige afvalscheiding is namelijk essentieel voor een hoogwaardige recycling. Uit het Uitvoeringsprogramma VANG-HHA vloeit de landelijke VANG-doelstelling voort.
1.2 Doelstelling VANG-programma 2015 - 2025 In het VANG-programma 2015 - 2025 zijn de (VANG-)doelstellingen opgenomen die door bijna alle gemeenten zijn overgenomen. De doelstellingen zijn als volgt:
l
2020* -
Gemiddeld 100 kilogram restafval per inwoner/per jaar.
l
2020* -
Gemiddeld 75% van het afval dient gescheiden te worden.
l
2025 -
Gemiddeld 30 kilogram restafval per inwoner/per jaar.
l
2025 -
100% van het afval dient gescheiden te worden.
l
2050 -
0 kilogram restafval per inwoner/per jaar.
In de herijking van het uitvoeringsprogramma VANG, dat is uitgekomen in februari 2022, is er meer aandacht voor het recyclepercentage en de kwaliteit van de afvalstromen: 55% recycling in 2025, 60% in 2030. Daarbij gaf de toenmalige staatssecretaris aan dat de ambitie van 100 kg (met een verdere daling naar 30 kg) restafval per inwoner nog steeds nagestreefd wordt, maar op zodanige wijze dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit.
De doelstelling is bedoeld om de stromen die ter recycling worden aangeboden zo schoon mogelijk te krijgen. Met schonere stromen kunnen hoogwaardigere gerecyclede producten worden gemaakt. Op de website van VANG-HHA is een informatief filmpje over deze doelstelling te vinden. U kunt deze website openen door onderstaande QR-code te scannen:
* In 2020 behaalde 56 van de 355 gemeenten de doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner/ per jaar met een gemiddelde afvalscheiding van circa 66%.
Verkenning reductie restafval
11
12
Verkenning reductie restafval
2. Gemeente Wassenaar
2.1 Gemeenschappelijke Regeling Avalex Avalex verzorgt het inzamelen en (laten) verwerken van huishoudelijk afval en grondstoffen in opdracht van de gemeenten Delft, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk en Wassenaar. Op 2 april 2001 is Avalex als gemeenschappelijke regeling opgericht door de gemeenten Leidschendam, Voorburg en Rijswijk vanuit de behoefte om de kracht van het collectief met schaalvergroting te benutten. In de loop van de jaren zijn ook de gemeenten Pijnacker-Nootdorp (2004), Wassenaar (2006), Delft (2007) en Midden-Delfland (2010) aangesloten. Avalex is een bedrijfsvoering-organisatie; een samenwerkingsverband zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit betekent dat beleidsmatige keuzes thuishoren bij de gemeenten en dat Avalex zich richt op de uitvoering. De taken en verantwoordelijkheden van Avalex zijn vastgelegd in de Gemeenschappelijke regeling Avalex 2018.
2.2 Status restafval
In onderstaande tabel vindt u het verschil in verwerkingskosten voor de meest gangbare huis-aan-huis stromen die in het (fijne)restafval worden aangetroffen:
Stroom:
Verwerkingskosten per ton*:
Restafval
€ 155,54 (inclusief belastingen)
GFT
€ 85,29
Papier
€ -108,88
Glas
€ -17,65
Textiel
€ -34,45
* Gemiddelde tarieven over de eerste maanden van 2024.
Om gemeenten te stimuleren minder restafval te produceren heeft het Rijk de verbrandingsbelasting ingevoerd. Tevens is het bezig met het invoeren van een CO2-taks. Deze vormen van belasting en het jaarlijks verhogen van deze belastingen zorgen ervoor dat alle verbrande kilo’s extra duur worden. Deze belastingen berekenen gemeenten door in de afvalstoffenheffing.
Uit recente rapportages (zie bijlage 2) van de gemeenschappelijke regeling Avalex blijkt dat na een jarenlange dalende trend, de hoeveelheid restafval met 3,9 kg per inwoner per jaar is gestegen naar 205,3 kg. Het verwerken van restafval is duurder dan het verwerken van de meeste gescheiden afvalstromen. Daarbij ontvangen gemeenten voor sommige afvalstromen vergoedingen (glas, papier, et cetera). Verder vormt de verbetering van de kwaliteit van deze gescheiden afvalstromen een belangrijk speerpunt. Zuivere afvalstromen leveren namelijk grondstoffen op die geschikt zijn voor daadwerkelijke recycling.
Verkenning reductie restafval
13
2.3 Afvalbeleidsdriehoek Bij iedere afval-gerelateerde beleidskeuze wordt een afweging gemaakt tussen milieu, kosten en service/ dienstverlening. Ook wel de ‘afvalbeleidsdriehoek’ genoemd. Om een vergelijking te kunnen maken met andere gemeenten, heeft NVRD de Benchmark Huishoudelijk Afval opgericht. Via deze benchmark is in te zien hoe gemeente Wassenaar presteert in vergelijking met gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse (zie uitleg klassen in de tabel op pagina 26). De meest recente benchmark is van peiljaar 2023. Aan de benchmark hebben 122 deelnemers (gemeenten/ gemeenschappelijke regelingen) meegedaan die in totaal 189 gemeenten vertegenwoordigen. Omdat het aandeel hoogbouw in een verzorgingsgebied zeer prestatiebepalend blijkt te zijn en hierop nauwelijks kan worden gestuurd, zijn de deelnemende organisaties gegroepeerd naar hoogbouwklasse. Als eerder benoemd wordt Wassenaar met 28% hoogbouw ingedeeld in Klasse C.
14
Verkenning reductie restafval
Toelichting: 151 betekent bijvoorbeeld dat vergelijkbare gemeenten (met hoogbouwklasse C) 151 kg restafval per inwoner hebben.
Restafval: het aantal kilogram (fijn) restafval dat vrijkomt per inwoner per jaar. Afval dat niet gerecycled kan worden. Afvalbeheerkosten: de kosten die gemoeid zijn met de gemeentelijke zorgplicht, bestaande uit de inzamelkosten, overslag- en transportkosten, verwerkingskosten, en overige afvalkosten (beleidskosten, voorlichting, handhaving en perceptiekosten), minus de opbrengsten verkregen vanuit producentenverantwoordelijkheid. Dienstverleningsniveau: het gemak waarmee restafval aangeboden kan worden en grondstoffen gescheiden kunnen worden aangeboden. In de benchmark wordt op basis van de intensiteit van de dienstverlening (inzamelfrequentie, voorzieningsdichtheid) een totaalscore berekend. Regievaardigheid: de mate waarin de gemeente regie voert op het afval- en grondstoffenbeheer. In de benchmark worden 26 regieaspecten onderscheiden op vier verschillende gebieden: beleid, burgerparticipatie, informatiesturing en circulariteit. De score wordt bepaald door de som van de van toepassing zijnde regievaardigheden (maximaal 26 punten). Meer informatie over het dienstverleningsniveau en de regievaardigheid vindt u terug in bijlage 2.
Uit de sorteeranalyse blijkt dat ongeveer de helft van het (fijne)restafval eenvoudig gescheiden had kunnen worden. Het gaat om de grondstoffen GFT, papier/karton, glas en textiel. Binnen de gemeente wordt ruim gefaciliteerd op deze stromen door middel van containers (zowel ondergronds als met behulp van minicontainers) verspreid door de gemeente. De stroom ‘overig’ bevat stromen die apart gescheiden hadden kunnen worden. Door deze (bijvoorbeeld) naar de milieustraat te brengen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld grondstoffen als hout en harde kunststoffen, maar ook aan batterijen, lampen en diverse apparaten.
Recyclebare grondstoffen in restafval
GFT Papier/karton Glas Textiel Luiers Overig Rest incl. PMD
33,6% 9,4% 3,6% 3,5% 3,4% 19,9% 26,6%
Totaal
100%
2.4 Fijn restafval Om te zien welke grondstoffen er nog in het restafval zitten, laat de gemeente jaarlijks een sorteeranalyse uitvoeren (grof restafval wordt niet geanalyseerd).
* De infographic is gebaseerd op gewichtsprocent van een minicontainer, hierover vindt financiële afrekening (per ton) plaats.
De meest recente sorteeranalyse op het (fijne) restafval bij zowel hoogbouw als laagbouw is begin 2024 uitgevoerd. De sorteeranalyse is verwerkt in een infographic (zie afbeelding op deze pagina).
Verkenning reductie restafval
15
2.5 Grondstoffen Afvalscheiding is geen doel op zich, maar een middel om zo zuiver mogelijke grondstoffen te verkrijgen die op een hoogwaardige manier kunnen worden gerecycled. Daarom is het belangrijk naar de ingezamelde hoeveelheden grondstoffen te kijken en ook naar de bewerking en/of verwerking ervan.
Onderstaande infographics geven een duidelijk beeld hoeveel procent van de vier grootste grondstofstromen aan de bron (bij inwoners thuis) in het restafval verloren gaat, hoeveel procent wordt verwerkt en welk percentage uiteindelijk wordt verbrand. Het gaat hierbij om gegevens uit 2023 verkregen uit de Benchmark Huishoudelijk Afval. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt tussen de gemeente Wassenaar en het landelijk gemiddelde op basis van hoogbouwklasse C.
Toelichting GFT gescheiden = de hoeveelheid GFT die gescheiden is ingezameld, exclusief afkeur. GFT in het restafval = de hoeveelheid GFT die nog in het fijn restafval aanwezig is, bepaald op basis van sorteeranalyses.
16
Verkenning reductie restafval
Toelichting OPK gescheiden = de hoeveelheid (bronen na)gescheiden OPK. OPK in restafval = de hoeveelheid OPK die nog in het fijn restafval aanwezig is, bepaald op basis van sorteeranalyses.
Verkenning reductie restafval
17
2.6 Dienstverlening Onder punt 2.2 stonden we eerder stil bij de hoge kwaliteit van dienstverlening binnen gemeente Wassenaar naar zijn inwoners. Het dienstverleningsniveau kwantificeren we met behulp van een
18
Verkenning reductie restafval
vragen-score methodiek. Afhankelijk van de intensiteit (inzamelfrequentie, voorzieningsdichtheid) en de omvang (% huishoudens dat gebruik kan maken van de service) worden scores toegerekend.
2.6.1 Inzamelfrequentie Binnen gemeente Wassenaar hanteren we verschillende inzamelmethodieken voor restafval en grondstoffen. De twee meest gebruikte inzamelmethodieken zijn die van minicontainers aan huis (laagbouw) en de combinatie van ondergrondse containers en ‘beugelbakken’ (openbare minicontainers in een beugel) bij hoogbouw. De inzameling met behulp van ondergrondse containers gebeurt op basis van een vulgraad-
sensor, terwijl minicontainers huis-aan-huis opgehaald worden via een inzamelroute. De dienstverlening op huis-aan-huis-inzameling via een inzamelroute is sterk bepalend voor de service naar de inwoner en is daarmee zwaarwegend voor de score in de Benchmark Huishoudelijk Afval. Onderstaande tabel geeft aan hoe de inzamelfrequentie zich verhoudt tot andere gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse (C). De inzamelfrequentie geeft aan hoeveel keer per jaar wordt ingezameld (52 staat bijvoorbeeld voor een wekelijkse inzameling).
* In dit overzicht is geen rekening gehouden met nascheiding. Bij bronscheiding wordt deze stroom apart ingezameld waardoor restafval minder vaak hoeft te worden ingezameld. Alhoewel het aantal inzamelmomenten hoger is, resulteert het in het ophalen van meer restafval, terwijl we dit juist willen reduceren. Daarom is de beoordeling in dit geval rood gemarkeerd.
Verkenning reductie restafval
19
20
Verkenning reductie restafval
3. Reductie restafval In voorgaande hoofdstukken maakten we een verdiepingsslag in de VANGdoelstelling: wat deze is en waarom deze van belang is. Ook gaven we aan hoe Wassenaar ervoor staat als het gaat om (rest)afval en grondstoffen. We maakten daarbij een vergelijking met het landelijk gemiddelde van soortgelijke gemeenten uit dezelfde hoogbouwklasse. Deze informatie is waardevol om de aankomende verkenning (reductie restafval) en bijbehorende afwegingen beter te begrijpen.
In dit hoofdstuk leggen we u een aantal opties voor, die noemenswaardige impact hebben op de VANG-doelstelling en afvalstoffenheffing. Bij enkele opties is de meerwaarde niet op korte termijn zichtbaar, denk hierbij aan campagnes en educatie, omdat de impact c.q. opbrengst lastig te toetsen is. Toch zijn dit twee belangrijke aspecten om inwoners te bereiken. We hebben alle opties chronologisch uitgewerkt om u een logische en efficiënte opbouw mee te geven. Eenvoudige interventies met lage complexiteit, maar met een hoge verwachte impact op de VANG-doelstelling komen vanaf punt 3.2 aan bod. Daarna volgen zwaarder wegende interventies met meer impact op zowel de VANG-doelstelling, afvalstoffenverordening als op de inwoner.
3.1 Afvalpreventie/ producthergebruik Afvalpreventie is het hoogst haalbare en voorkomt afval in de basis door geen onnodige producten aan te schaffen, voedsel te verspillen of onnodig verpakkingen te verbruiken. Bij een kleine afvalberg is er ook minder inzameling en verwerking nodig. Dat draagt bij aan de VANG-doelstelling en aan betere beheersing van de afvalstoffenheffing.
3.1.1 Ja/Ja Sticker Op 2 juli 2024 heeft de raad een motie (305) aangenomen voor de invoering van een Ja/Jasticker binnen gemeente Wassenaar. Een dergelijke motie is een goed voorbeeld van afvalpreventie door middel van beleid. Met de invoering van de Ja/Ja-sticker mogen folderpakketten niet langer geleverd worden, tenzij een bewoner dit expliciet aangeeft met een Ja/Ja-sticker. Hiermee hoeft de inwoner niet in te boeten op service en dienstverlening, maar voorkomen we ongelezen pakketten. Het voorkomen van folderpakketten vermindert papierafval en mogelijk ook papier in het restafval.
3.1.2 Educatie Educatieve lessen op basisscholen leren kinderen van jongs-af-aan meer over afvalreductie. Ze leren op een speelse manier hoe ze afval kunnen voorkomen (preventie), hoe ze om moeten gaan met afval, wat de impact is van zwerfafval en hoe afval het beste gescheiden kan worden in grondstoffen. Deze kennis nemen ze mee naar huis en zo worden ouders beïnvloed door hun kinderen. Jong geleerd is immers oud gedaan. Avalex biedt lespakketten aan voor basisscholen.
Als gemeente is het lastig om specifiek beleid te schrijven op afvalpreventie en is dit slechts beperkt mogelijk. Wel is er een rol weggelegd in het informeren en het stimuleren van afvalpreventie en producthergebruik bij inwoners.
Twee scholen nemen deze pakketten in 2025 af voor diverse klassen. Met deze start hopen we meer scholen te enthousiasmeren om aankomend leerjaar deze lespakketten op te nemen.
Verkenning reductie restafval
21
In hoofdstuk 5 ‘Financiële impact’ leest u meer over de kosten.
3.1.3 Communicatiecampagne In mei 2024 is gestart met de eerste editie ‘Op weg naar een groene toekomst’ in de Wassenaarse Krant. Deze editie is onderdeel van een reeks van twaalf publicaties. Daarin staan, we elke eerste week van de maand stil bij afvalreductie door een pagina vol interessante feiten, tips, interviews en informatie over afval en afvalpreventie binnen gemeente Wassenaar. Iedere editie kent de huisstijl van gemeente Wassenaar en is voorzien van het bekende Wassenaarse ‘Waste Wonder’-logo:
In de afgelopen edities is bij de volgende onderwerpen stilgestaan: Editie:
Onderwerp:
Mei Juni
Trap Tegen Troep Analyseren van restafval, GFT Juli Bermbrigade, zwerfafval Augustus Avalex September Zijbelading Oktober Voedselverspilling, blad November PMD December (editie 1) Textiel December (editie 2) Maatregelen feestdagen, kerstbomen, vuurwerkzakken
3.1.4 Producthergebruik en reparatie In 2023 en 2024 heeft de gemeente Delft samen met Avalex, een aantal kringlooporganisaties en Stichting Stunt het project ‘circulair ambachtsnetwerk’ opgezet. Voor meer informatie over Stichting Stunt kunt u onderstaande QR-code scannen:
Een dergelijke communicatiecampagne heeft als doel begrip, bewustwording en betrokkenheid te creëren onder inwoners bij het thema afval. Met als doel inwoners enthousiast(er) te krijgen om een (grotere) bijdrage te leveren aan het scheiden van grondstoffen, bewust te worden over de hoeveelheid afval die we gezamenlijk produceren en tips mee te geven hoe zij afval kunnen voorkomen. De meerwaarde van een communicatiecampagne is aanwezig, maar deze laat zich lastig meten. Ook in de aankomende jaren wil de gemeente de campagne, gekenmerkt door het Wassenaarse ‘Waste Wonder’ voortzetten. Dit geeft vanuit de gemeente het juiste voorbeeld.
22
Verkenning reductie restafval
Dit draagt bij aan de ambitie van Rijkswaterstaat om te streven naar een landelijk (dekkend) netwerk van circulaire ambachtscentra. Het zijn innovatieve stappen in het verminderen van afval en het stimuleren van hergebruik van producten en grondstoffen.
De pilot heeft geleid tot een inzameling van ruim 19.000 kilo kringloopgoederen en hout. Inwoners weten steeds beter de weg naar de kringloopcontainer en de houtcontainer bij Avalex te vinden. De kringlooporganisaties waren tevreden over de kwaliteit van de ingezamelde goederen. Het project krijgt een vervolg met financiële steun van Regio Deal Delft-West. Dit biedt de mogelijkheid om de pilotperiode te verlengen tot medio 2025, zodat nog beter onderzocht kan worden wat de effecten zijn. Avalex zoekt uit hoe het regionale uitbreiding kan vormgeven. Gemeente Wassenaar wordt aangehaakt bij deze werkgroep en probeert hier te zijner tijd vorm aan te geven op de milieustraat in Wassenaar.
3.2 Servicedifferentiatie Onder artikel 2.6.1 heeft u kunnen lezen dat tevredenheid van de inwoner (voor een groot deel) wordt bepaald door de inzamelfrequentie. Met een hoge inzamelfrequentie wordt de inwoner van gemak voorzien, waarbij we moeten opletten dat gemak niet leidt tot gemakzucht bij het scheiden van afval. Als waardevolle grondstoffen niet goed worden gescheiden en in het restafval belanden, worden deze verbrand met energieterugwinning en gaan uiteindelijk verloren. Dat brengt hogere verwerkingskosten met zich mee. Uit de paragrafen 2.4 en 2.5 kunt u opmaken dat binnen gemeente Wassenaar meer grondstoffen verloren gaan in verhouding tot andere gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse (C). Servicedifferentiatie is een combinatie van serviceverlaging op de restafvalinzameling (minder vaak inzamelen 'aan-huis') en serviceverhoging op grondstoffeninzameling (extra containers of vaker inzamelen). Met andere woorden, we verleggen de service van restafval naar grondstoffen. Daarmee geven we een extra impuls aan afvalscheiding en het reduceren van restafval. Het toepassen van servicedifferentiatie leidt gemiddeld tot 7% minder restafval en
minimale kostendaling ten opzichte van gemeenten zonder servicedifferentiatie. Servicedifferentiatie is een effectieve strategie in het reduceren van restafval. Maar het vraagt aanpassingsvermogen van de inwoner.
3.2.1 Inzamelfrequentie restafval Uit sorteeranalyses is gebleken dat circa 60 procent van het gewicht uit de minicontainer gescheiden ingeleverd had kunnen worden. Dit zijn grondstoffen die we vervolgens tegen het hoogste verwerkingstarief aanbieden en laten verbranden, terwijl het ook gerecycled had kunnen worden. De financiële afrekening bij afvalverwerkers vindt plaats per ton geleverd restafval, terwijl sommige gescheiden stromen (voor de gemeente) juist geld opleveren of een lager verwerkingstarief kennen. Onder paragraaf 2.2 kunt u de belangrijkste verwerkingstarieven inzien. Het advies is om een zo laag mogelijke service op restafval te bieden en zo het scheiden van grondstoffen aan te moedigen. Op basis van bovenstaande bevindingen is een halvering van de inzamelfrequentie op het restafval aan te raden. In de benchmark afval zijn diverse andere gemeenten te vinden met dezelfde inzamelmethodiek. Daarbij wordt PMD gescheiden via nascheiding en tweewekelijks ingezameld. Het verlagen van de inzamelfrequentie kan overkomen als een serviceverlaging, maar uit steekproeven is geconstateerd dat er veelal minicontainers geleegd worden die niet vol en verdicht zijn. Als we minder vaak inzamelen en grondstoffen beter gescheiden worden, scheelt dit kosten. Daarbij stimuleren we inwoners om hun afval beter te scheiden, wat ten goede komt aan de VANG-doelstelling.
Bij piekmomenten (bijvoorbeeld rondom feestdagen), kunnen we overwegen om als service naar de inwoner een additioneel inzamelmoment op te nemen. Verder adviseren we versterkt in te zetten op het inzamelen van grondstoffen, door de inzamelfrequentie te verhogen en/of voorzieningen te vergroten.
Verkenning reductie restafval
23
Het is belangrijk om bij het invoeren van deze maatregel rekening te houden met inwoners die om aantoonbare, medische redenen meer afval produceren, zoals incontinentie- of stomamateriaal. Voor hen kunnen we kosteloos een container ter beschikking stellen. Als inwoners zonder aantoonbare (medische) reden een additionele container wensen, is het uiteraard ook mogelijk om een extra container aan te vragen, maar daarvoor betalen zij jaarlijks extra kosten (zie hoofdstuk 5 ‘Financiële impact’). Zo betaalt de inwoner die niet of minder goed zijn afval scheidt de additionele kosten van de extra verwerkingskosten, stimuleren we scheiding van grondstoffen, reduceren we restafval en verlagen de inzamelkosten. Dit komt ten goede aan zowel de VANG-doelstelling als de Afvalstoffenheffing. In hoofdstuk 5 ‘Financiële impact kunt u hierover meer lezen.
3.2.2 Service op grondstoffen
Glas: De grondstofstroom glas kent een aanzienlijk beter dekkingsgebied. Op basis van het aantal huisaansluitingen zijn dit voldoende containers (totaal 31 ondergrondse containers). Kijkend naar de spreiding, zijn er plekken waar inwoners verder moet reizen om deze fractie aan te bieden. Het gaat vooral om de wijken De Paauw, Den Deijl, Drie Papegaaien en Nieuw Wassenaar. Een advies is om de dekking in deze wijken te vergroten.
Het goed faciliteren op het scheiden van afval, is een belangrijke, zo niet fundamentele, factor om restafval te reduceren. Het gaat erom het scheiden van afval voor de inwoner eenvoudiger te maken. Uit recent onderzoek is gebleken dat de service op diverse grondstofstromen in Wassenaar omhoog kan. Op verzoek van gemeente Wassenaar heeft Avalex een actieplan opgesteld om de gebieden die te kort schieten te markeren en een advies uit te brengen. Textiel: Momenteel zijn er zes plaatsen binnen de gemeente waar textiel wordt ingezameld met behulp van boven- en ondergrondse containers. Op basis van het aantal huisaansluitingen moeten er vijftien ondergrondse containers worden geplaatst. Avalex adviseert dus om negen additionele containers te plaatsen. Voornamelijk inwoners uit de wijken Oud Wassenaar, Nieuw Wassenaar, de Kieviet, Kerkehout, Rijksdorp en Oostdorp moeten momenteel verder reizen om hun textiel aan te bieden. Die reisafstand verkorten, stimuleert deze inwoners hun textiel gescheiden aan te bieden.
24
Verkenning reductie restafval
Papier: Binnen gemeente Wassenaar verzamelen we papier maandelijks in door middel van minicontainers aan huis en via ondergrondse containers met een vulgraadsensor. De service op deze fractie is relatief hoog. Zo kunnen inwoners gratis een additionele container aan huis ontvangen, mocht de inzamelfrequentie (één keer per maand) niet toereikend zijn. We adviseren bij hoogbouw nader onderzoek te doen of de huidige dekking nog volstaat.
tips om stankoverlast te voorkomen. Een andere optie is het verhogen van de service op GFT tijdens het voorjaar en de zomer. In deze maanden is ook het meeste snoeiafval en de meeste kans op stankoverlast. De ledigingsfrequentie is hierdoor leidend ten opzichte van de vulgraad. Kringloop en speelgoedcontainer: Zoals onder 3.1.4. benoemd is het uitbreiden van de milieustraat met een kringloop- en/ of speelgoedcontainer een zeer doeltreffende maatregel om producten te hergebruiken en daarmee te voorkomen dat deze in het restafval terechtkomen. Financiële impact: Bij het ophogen van het aantal ondergrondse containers komt een wijziging in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) kijken en dat heeft financiële impact. Meer hierover kunt u terugvinden in hoofdstuk 5 ‘Financiële impact’. GFT: Inzameling van GFT gebeurt binnen gemeente Wassenaar door middel van minicontainers. Bij laagbouw betreft het een eigen minicontainer en bij hoogbouw gaat het om beugelbakken voorzien van GFT minicontainers. De dekkingsgraad is hierdoor ruim voldoende. Met 25 inzamelmomenten per jaar ligt de inzamelfrequentie iets lager dan het landelijk gemiddelde (28 ledigingen). Bij een eventuele reducering van de inzamelfrequentie op restafval stimuleren we inwoners onder andere GFT beter te scheiden (momenteel circa 33,6% GFT in de restafval-container). Daarbij gaat het veelal om etensresten.
Gezien het landelijk gemiddelde is een verhoging van de inzamelfrequentie op GFT niet direct nodig. Inwoners met grotere tuinen kunnen overwegen om tegen geringe jaarlijkse kosten een additionele container aan te vragen (zie hoofdstuk 5). Daardoor draaien huishoudens met een kleine woning of wonend in hoogbouw niet op voor additionele inzamelmomenten om te voorzien in de inzamelbehoefte van inwoners met grote tuinen. GFT kan bij hogere temperaturen stankoverlast veroorzaken. Advies is om inwoners door middel van additionele communicatie te voorzien van
Aanhaken bij een netwerk kan handig zijn. Denk aan het project ‘circulair ambachtsnetwerk’ dat Avalex met een aantal kringlooporganisaties en Stichting Stunt heeft opgezet. In de ene gemeente kan de welvaart groter zijn, wat resulteert in een overschot aan herbruikbare spullen. Terwijl er tal van andere (grotere) gemeenten zijn waar juist vraag is naar herbruikbare spullen. Op deze manier kunnen we uitruilen en komen de herbruikbare spullen op de juiste plek terecht.
3.3 Tariefdifferentiatie Aangetoond is dat de zojuist aangedragen servicedifferentiatie, alléén samen met een variabel tarief op restafval kan leiden tot benadering van de VANG-doelstellingen. We noemen dit ook wel tariefdifferentiatie, diftar of restafvaltarief. Inwoners hebben door de invoering van het variabel tarief zelf grip en invloed op de eigen afvalkosten, door de hoeveelheid restafval die zij aanbieden. Zij bepalen met hun scheidings- en/of koopgedrag hoeveel zij in totaal aan variabele afvalstoffenheffing betalen. Dit kan bijvoorbeeld door bewuster in te kopen en daarmee afval te voorkomen en afval dat vrijkomt beter te scheiden. De hoogte van het variabele gedeelte kunnen we zodanig inzetten dat huishoudens die bijvoorbeeld 100 kg restafval per inwoner per jaar produceren geen verhoging van de afvalstoffenheffing zullen ervaren. Huishoudens die slechter hun afval scheiden gaan een verhoging van de Verkenning reductie restafval
25
230 220 Waardlanden
Wassenaar
210 200 Almelo 190
Bloemendaal
Almere
Restafval inclusief grof (kg/inwoner)
Pijnacker-Nootdorp
Enkhuizen
180 Aalsmeer Hoogeveen Midden-Groningen Assen
170
Hoorn Bergen NH
160 Rheden
Midden- Delfland
Meppel
150 140 Emmen
Teylingen 130
Landgraaf
120
Roosendaal
Simpelveld
Bodegraven-Reeuwijk
Enschede 110 Doesburg
Epe Ede
100
Renkum
Vught
Heerenveen
Gulpen-Wittem
90
Valkenburg a/d Geul
80
Oosterhout 70 60 140
160
180
200
220
240
260
280
300
320
Afvalbeheerkosten (€ huis)
Tariefdifferentiatie
Benchmark
Servicedifferentiatie
De rapportages, de benchmarks en sorteeranalyses geven een goed beeld waar het restafval uit bestaat, welke grondstoffen er nog in het restafval aanwezig zijn en hoe gemeente Wassenaar presteert in vergelijking met soortgelijke gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse (C).
Tarief- en servicedifferentiatie Basis-systeem
Hoogbouwklasse: Klasse A - 50-100% hoogbouw Klasse B - 30-49% hoogbouw Klasse C - 20-29% hoogbouw Klasse D - 0-19% hoogbouw
26
Verkenning reductie restafval
afvalstoffenheffing ervaren. Dit is in lijn met het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Avalex zelf. De planning is dat het programmateam begin 2025 het volgende kan opleveren:
3.3.1 Benchmark
1
De landelijke benchmark laat zien dat zowel de milieuprestaties als de kosten voor het afvalbeheer positief verbeteren door het invoeren van een prijsprikkel. Het overzicht op pagina 26 is gebaseerd op gemeenten uit dezelfde hoogbouwklasse (C) en geeft duidelijk weer wat het effect is van tariefdifferentiatie en met name de combinatie van tarief- en service-differentiatie in verhouding tot het huidige (basis)-inzamelsysteem.
Een PDC-productomschrijving: ‘dienstverlening restafvaltarief ’. 2. Plan voor integratie systemen: inzicht, acties en randvoorwaarden voor hoe systemen van gemeente en Avalex moeten interacteren voor restafvaltarief-dienstverlening en data met elkaar uitwisselen. 3. Implementatieplan: een basis-projectaanpak (format) waarmee een implementatieproject voor het restafvaltarief in een Avalex-gemeente kan worden gestart.
3.3.3 Omvangrijk 3.3.2 Implementatie Om tariefdifferentiatie mogelijk te maken, moeten alle voorzieningen voor restafval een identificatie krijgen (minicontainers met chip en ondergrondse containers met elektronische toegangscontrole). Alleen op deze manier kan het aanbod tot een perceel teruggeleid worden en kan de gemeente het afvalaanbod verrekenen met de inwoners. Inwoners laten betalen voor het restafval dat ze aanbieden, kan op verschillende manieren. In samenwerking met Avalex en alle aangesloten gemeenten is binnen het Avalex-gebied gekozen voor een variant op basis van volume/ frequentie. Het volume is afhankelijk van het type inzamelmiddel dat gebruikt wordt voor restafval, zijnde; afvalzak (60 liter), ondergrondse container (80 liter), minicontainer 140 liter en minicontainer 240 liter. Aan dit volume zit een tarief verbonden. Avalex Invoering van tariefdifferentiatie brengt de nodige uitdagingen met zich mee voor zowel de inzamelaar als de gemeente. Op basis van bestuurlijke opdracht heeft Avalex onderzoek uit laten voeren naar het invoeren van dienstverlening op basis van tariefdifferentiatie. Dit onderzoek is gedaan door JMA-adviesgroep en bestaat uit vijf rapporten. Aan de hand van deze rapporten is een programmateam opgesteld, bestaande uit collega’s van alle aangesloten gemeenten, belasting-innende instanties en
Het invoeren van tariefdifferentiatie kent vele dimensies die een inspanning vragen van de gemeenten afzonderlijk, belasting-innende instanties en van Avalex. Inmiddels heeft één van de zes gemeenten de keuze gemaakt over te stappen naar een tariefprikkel op restafval. Dit betreft de gemeente Midden-Delfland, die deze beleidswijziging in een zienswijze heeft voorgelegd aan zijn inwoners. Naar verwachting start gemeente Midden-Delfland in 2026 met de invoer van tariefdifferentiatie. Onderzoek Voor de invoer van tariefdifferentiatie moet ruim de tijd worden genomen om onderstaande zaken goed en grondig doordacht geregeld te krijgen: l Compensatie voor kwetsbare groepen (ouderen, gehandicapten en chronisch zieken). l Aanpassen van interne en externe registratiesystemen. l Afstemming met belasting-innende instanties. l Het afsluiten van ondergrondse containers en het vervangen van de huidige beugelcontainers voor GFT naar Cocons (ombouw voor minicontainers met een klep en pascontrole) om deze af te kunnen sluiten. Verder is het wenselijk om openbare prullenbakken te voorzien van een inwerpverkleiner. l Verder uitzoeken van risico’s om afvaltoerisme en vervuiling van grondstoffen te voorkomen. l Flankerend beleid (denk aan het bieden van handvatten om afdoende te kunnen
Verkenning reductie restafval
27
Buiten de onder paragraaf 3.3.3. benoemde risico’s is er nog een onbenoemd risico, de diftar paradox. Juridische grondslag Op dit moment wordt onder meer door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderzocht of het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing een voldoende juridische grondslag biedt voor het verstrekken van gegevens aan gemeenten en andere belastingheffende instanties. Aanleiding voor dit onderzoek is de weigering van enkele drinkwaterbedrijven om gegevens te delen, uit bezorgdheid over de privacy van hun klanten. Een aantal drinkwaterbedrijven heeft besloten het onderzoek niet af te wachten en is inmiddels gestopt met het aanleveren van NAW-gegevens. Bij een heffing op waterverbruik zijn deze gegevens van essentieel belang. De uitkomst van het onderzoek kan mogelijke gevolgen hebben voor het toepassen van tariefdifferentiatie op de afvalstoffenheffing. handhaven, additionele FTE op handhaving en reiniging, en inzet van afvalcoaches). Het aandeel gemeenten dat overstapt op tariefdifferentiatie groeit ieder jaar. In 2023 heeft 55 procent van de gemeenten een vorm van tariefdifferentiatie, in 2022 was dit aandeel 54 procent en in 2003 27 procent. In de figuur op pag. 28 kunt u de verdeling zien tussen gemeenten die wel en geen tariefdifferentiatie (diftar) toepassen.
Met tariefdifferentiatie is dus al veel ervaring opgedaan en hoeft het spreekwoordelijke ‘wiel’ niet opnieuw uitgevonden te worden.
3.3.4 Risico’s Hoewel het aantal gemeenten dat overstapt op tariefdifferentiatie jaarlijks groeit, kent de overstap niet alleen succesverhalen. Er zijn ook enkele gemeenten die een poging hebben gedaan om over te stappen en die hiervan zijn teruggekomen. Vaak is dit te herleiden aan een te snelle implementatie of een onvoldoende inschatting van de impact.
28
Verkenning reductie restafval
3.4 Intensieve communicatie, participatie en preventie Na een eventuele keuze voor tariefdifferentiatie, is het zaak om de inwoner bij te staan in zijn strijd om zo veel mogelijk afval te scheiden en daarmee zo min mogelijk restafval aan te bieden. Dit kan door meer te participeren, te faciliteren en ook door uitgebreider te informeren.
3.4.1 Afvalcoaches We adviseren extra inzet van afvalcoaches. Zij kunnen inwoners assisteren bij hun strijd tegen restafval. Hen infomeren over afval scheiden en hoe de kwaliteit van afvalstromen te verbeteren. Zij kunnen voorlichting geven, zwerfafval helpen verminderen, inwoners informeren en waar nodig corrigeren. Deze afvalcoaches gaan dagelijks op pad, zijn zichtbaar in de openbare ruimte, bij bijeenkomsten of bij evenementen. Tevens zijn ze het aanspreekpunt voor inwoners omtrent vraagstukken over afval.
3.4.2 Intensiveren service op grondstoffen Onder 3.2.2 is stilgestaan bij extra inzet op het scheiden van grondstoffen. Na een eventuele invoering van tariefdifferentiatie kan de vraag om extra voorzieningen voor grondstoffen groeien. Het is aan de gemeente om hierin waar mogelijk te faciliteren.
3.4.3 Intensieve communicatie Met stimuleren van het scheiden van afval ontstaat ook een grotere behoefte aan extra informatie. Tips, trucs en achtergrondinformatie moeten inwoners verder op weg helpen om afval beter te scheiden en daarmee het aanbod aan restafval te verminderen.
3.5 Overige maatregelen Naast eerdergenoemde maatregelen zijn er nog diverse andere oplossingen, veelal service- en kostenverhogend. Echter zijn deze maatregelen met het huidige beleid onvoldoende rendabel om een (grote) bijdrage te leveren aan de VANGdoelstelling. Daarbij is het goed om verandering in beleid gefaseerd in te voeren, zo blijft het ook behapbaar voor inwoners. Het advies is om te faciliteren op deze punten zodra het scheidingsgedrag onder inwoners beter wordt.
3.5.1 BEST-tas BEST staat voor: Boeken, kleine Elektrische apparaten, Speelgoed en Textiel. De BEST-tas is een tas van gerecycled plastic waarin inwoners eerder genoemde producten kunnen aanbieden.
3.4.4 Avalex-app Een interactieve app moet het inwoners makkelijk maken om informatie over bepaalde afvalstromen in te zien. Ook het inzien van scheidingsgedrag in vergelijking tot de gemiddelde inwoner van eenzelfde gezinssamenstelling moet inwoners helpen en inzicht geven, en daarmee uitdagen om beter afval te scheiden.
3.4.5 Handhaving In de eerste zes maanden zal een kleine groep de weg van de minste weerstand kiezen. Dit uit zich door illegale dumpingen, afvaltoerisme of het doelbewust vervuilen van grondstofstromen. Naast de inzet van afvalcoaches, kan additionele inzet en actief handelen van handhaving eventuele vervuiling bij de bron aanpakken. Zichtbaarheid is daarbij belangrijker dan beboeten. Ook na de eerste zes maanden is het van belang actief (maar in mindere mate) te blijven handhaven.
De producten mogen nog bruikbaar of kapot zijn: (her)bruikbare producten krijgen een tweede leven in een kringloopwinkel en materialen van kapotte producten worden (zoveel mogelijk) gerecycled. De BEST-tas wordt gratis aan huis opgehaald en inwoners krijgen (gratis) een nieuwe BEST-tas in de bus. De BEST-tas wordt veelal opgehaald door een lokale kringloop, waarbij de kringloop de (her)bruikbare producten uit de tas haalt en in haar kringloopwinkel mag aanbieden. Kapotte spullen worden vervolgens ingeleverd bij de milieustraat. Een BEST-tas (in de huidige vorm) kan alleen ingevoerd worden in samenwerking met een kringloop. Zonder een samenwerking moeten we kijken naar een alternatieve manier van inzamelen en hergebruik van de ingezamelde producten.
3.5.2 Circulair Ambachtscentrum In een Circulair Ambachtscentrum werken partijen samen aan het verminderen van afvalstromen van voornamelijk consumentengoederen. Deze partijen maken zich sterk voor producten materiaalhergebruik, met als doel om spullen en materialen langer in gebruik te houden. Het gaat voornamelijk om de functies milieustraat,
Verkenning reductie restafval
29
kringloopwinkel, reparatiewerkplaats, onderwijs en het sociaal domein. Een inwoner gaat niet langer naar een milieustraat maar naar een Circulair Ambachtscentrum. Bij aankomst kunnen spullen en grondstoffen worden afgeven bij een drietal pleinen: l Het Hergebruikplein
Vaak het eerste plein, waar inwoners spullen voor hergebruik kunnen afgeven. l Het Recycleplein
Bezoekers geven op aanwijzing van de milieustraatmedewerker spullen af die niet geschikt zijn voor hergebruik, maar nog wel geschikt voor demontage, recycling en/of uitsortering. Het Recycleplein is bedoeld om de kwaliteit van stromen te verhogen. l Het Grondstoffenplein
Op het Grondstoffenplein worden volledig zuivere mono-stromen (grondstoffen) ingeleverd voor recycling. Eigenlijk de milieustraat zoals de gemeente Wassenaar gewend is, echter dan in haar schoonste vorm, zonder containers voor gemengde grondstoffen. Op een Circulair Ambachtscentrum worden krachten gebundeld en is ruimte voor partijen die producthergebruik hoog in het vaandel hebben. Denk hierbij aan kringloopbedrijven, repair cafés, secundaire bouwmarkten, kledingmakers en meubelmakers/ontwerpers. Ook een educatieve ruimte mag niet ontbreken. In het kader van ‘social return’ kunnen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt worden ingezet om diverse functies/ rollen op het Circulair Ambachtscentrum te vervullen. In het plan voor de nieuwe huisvesting van Avalex in Delft wordt rekening gehouden met ruimte voor een Circulair Ambachtscentrum op de milieustraat in Delft. Kanttekening Een Circulair Ambachtscentrum kent een hoge investering en daarnaast hoge operationele kosten. Daarom wordt dit veelal toegepast in
30
Verkenning reductie restafval
grotere steden met een hoge bevolkingsdichtheid. In een kleine gemeente als Wassenaar is het lastig om een succesvol en efficiënt ambachtscentrum op te zetten. We kunnen wel nadenken over een ruimte, waar materialen uit elkaar worden gehaald. Zo kunnen deze als gescheiden grondstoffen worden aangeleverd in plaats van als grof restafval. Denk aan het demonteren van een bank, zodat we de grondstoffen textiel, metaal en hout gescheiden kunnen aanbieden.
3.5.3 Luierinzameling Gemiddeld bestaat ca 5% van het restafval in Nederland uit luiers, in de gemeente Wassenaar ligt het aandeel luiers met gemiddeld 2,25% aanzienlijk lager, blijkt uit de jaarlijkse sorteeranalyse. Ondanks diverse initiatieven laten luiers zich nog slecht recyclen en is het een kostbare aangelegenheid. Actief informeren over en faciliteren van herbruikbare luiers kan uitkomst bieden om deze afvalstroom terug te dringen. Vaak zijn de kosten voor de inwoner op termijn ook lager. De Meerlanden (ontstaan uit een fusering van diverse gemeentelijke diensten) is bezig met een fabriek voor de verwerking van luiers. Avalex volgt dit proces op de voet en heeft reeds haar interesse getoond.
3.5.4 Mobiele milieustraat Een mobiele milieustraat is bedoeld om (minder mobiele) inwoners de mogelijkheid te bieden om dichter bij huis (bijvoorbeeld in het centrum) kleine spullen in te leveren die niet thuis horen in het restafval. Bij een mobiele milieustraat kunnen inwoners terecht voor het inleveren van klein grof huishoudelijk afval, waaronder klein chemisch afval (zoals verfblikken, kwasten en batterijen), kleine elektrische apparaten (zoals een föhn en laptop), kunststof (zoals speelgoed en plantenbakje), metalen (zoals een koekenpan of ijzerdraad), oud papier en karton en hout (zoals een fotolijstje of krukje). Vaak wordt de vuistregel toegepast, dat alles wat in een boodschappentas past, wordt aangenomen. Voor grote spullen kan een inwoner naar de milieustraat of tegen betaling gebruikmaken van de grofvuildienst aan huis.
3.5.5 Een leenbakfiets en/ of aanhanger op de milieustraat Welwillende inwoners die niet of slechts beperkt beschikken over een geschikte auto of laadruimte, kunnen worden gefaciliteerd met een bakfiets of een aanhanger. Deze worden (het eerste uur) gratis in bruikleen gesteld bij de milieustraat. Zo kunnen inwoners ook van hun grotere spullen af zonder deze betaald af te laten halen als grofvuil. Ervaring uit andere gemeenten leert ons dat er veelal niet zuinig wordt omgesprongen met de aanhangers en bakfietsen, waardoor deze vaak gerepareerd moeten worden.
3.5.6 Cocons of bovengronds onderlossende container Binnen gemeente Wassenaar zijn bij appartementencomplexen zogenaamde beugelbakken geplaatst. Dit zijn minicontainers bevestigd in een stalen beugel, bedoeld voor GFT-afval. De beugelbakken staan in de openbare ruimte, zijn niet afgesloten voor onbevoegden en daarmee voor iedereen toegankelijk. Helaas wordt er steeds meer vervuiling aangetroffen. Daardoor kan de inhoud niet verwerkt worden als GFT, waarmee de minicontainer wordt afgevoerd als restafval. Cocons In de dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor 2026 biedt Avalex cocons aan. Dit is een omkasting om de minicontainer met een doseerklep en (optioneel) pascontrole, zoals ondergrondse containers binnen de gemeente Wassenaar zijn uitgerust. Aangezien GFT uit appartementen zich veelal beperkt tot kleinere hoeveelheden, kan er een trommelverkleiner worden toegepast zodat er geen grote vuilniszakken in passen. Het voordeel van een cocon is dat Avalex deze kan meenemen op de reguliere GFT-route. Bovengronds onderlossende container Een bovengronds onderlossende container is iets groter dan een cocon, bevat eenzelfde trommel en kan ook uitgerust worden met een trommelverkleiner en pascontrole. Het verschil met een cocon is dat een bovengronds onderlossende container wordt gelost door een kraanwagen (net als bij ondergrondse containers).
In de huidige beugelbakken treffen we regelmatig vervuiling aan. De grote opening en de beperkte afstand tot deze bakken in verhouding tot ondergrondse voorzieningen maken de beugelbakken een stortplaats voor inwoners die niet willen scheiden. Dumpingen kunnen we voorkomen door het plaatsen van cocons. Naar verwachting zijn de jaarlijkse kosten voor cocons, inclusief pascontrole, circa € 45.000,-.
Verkenning reductie restafval
31
32
Verkenning reductie restafval
4. Beleidskeuzes In voorgaande hoofdstukken heeft u kunnen lezen over verschillende keuzes en manieren om het restafval binnen gemeente Wassenaar te reduceren. Dergelijke beleidskeuzes hebben impact op inwoners, gemeente, Avalex en de VANG-doelstelling. Alle beleidskeuzes zijn zoveel mogelijk in chronologische volgorde gezet om deze goed en geleidelijk implementeerbaar te maken. 4.1 Verwachte impact van beleidskeuzes In het overzicht (zie schema verwachte impact beleidkeuzes) kunt u zien wat de verwachte impact van de aangedragen beleidskeuzes zijn ten opzichte van de VANG-doelstelling (rode stippellijn, bij geleidelijke implementatie in de aankomende jaren. Legenda: l Rode stippellijn: VANG-doelstelling. l Oranje lijn
Geeft de verwachting weer als het beleid niet gewijzigd wordt. Naar verwachting is dit een stijging van het restafval gedurende dit jaar, gevolgd door verdere stagnatie in de aankomende jaren.
l Blauwe lijn
Geeft de impact weer bij toepassing van servicedifferentiatie zoals omschreven onder punt 3.2. l Gele lijn
Geeft een verdere daling van het restafval weer bij implementatie van tariefdifferentiatie als beschreven onder punt 3.3 in navolging van servicedifferentiatie. l Groene lijn
Als laatste stap geeft de groene lijn weer wat intensieve communicatie, participatie & preventie (punt 3.4) voor een impact heeft op de VANG-doelstelling. Het weergegeven resultaat is enkel van toepassing als servicedifferentiatie en tariefdifferentiatie zijn ingevoerd.
Verkenning reductie restafval
33
4.2 Keuzemomenten Eerder voorgestelde beleidskeuzes hebben impact op inwoners én op de capaciteit van de gemeentelijke organisatie, externe partijen zoals Avalex en bij tariefdifferentiatie op de belasting-innende partij. Daarmee zijn niet alle beleidskeuzes per direct wenselijk, uitvoerbaar en/of vergen deze de nodige voorbereiding en afstemming. De inzamelfrequentie kan door middel van een aanpassing in de jaarlijkse dienstverleningsovereenkomst met Avalex worden aangepast. Daarmee is het mogelijk om een verlaging van de inzamelfrequentie op relatief korte termijn door te voeren. Tariefdifferentiatie heeft een langere aanlooptijd nodig. In 2026 heeft Avalex aangegeven te starten met tariefdifferentiatie in de gemeente MiddenDelfland. Voor de uitrol van tariefdifferentiatie binnen een gemeente van dit formaat heeft Avalex circa een jaar nodig. Tijdens deze procedure kan Avalex geen andere gemeente bedienen op het gebied van tariefdifferentiatie. Met een invoering van tariefdifferentiatie bij de gemeente Midden-Delfland kunnen de gemeente Wassenaar en Avalex waardevolle informatie opdoen.
34
Verkenning reductie restafval
Verkenning reductie restafval 35
36
Verkenning reductie restafval
5. Financiële impact 5.1 Tarieven Avalex Jaarlijks worden de tarieven van Avalex vastgesteld en weergegeven in de productdienstcatalogus (PDC). Afhankelijk van de gewenste service en inzamelmethodiek, worden routes opgesteld en door middel van nacalculatie opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst (DVO). Hieronder vindt u de tarievenlijst voor 2025.
5.1.1 Inzamelfrequentie restafval (3.2.1) Minicontainers voor restafval zitten momenteel door de hoge inzamelfrequentie, veelal niet vol. Bij het verlagen van de inzamelfrequentie is de
verwachting dat containers voller zullen zitten. Dit kan impact hebben op het aantal routes. De capaciteit van de inzamelvoertuigen wordt dan eerder bereikt, waardoor er meer transportbewegingen nodig zijn om te storten in Delft. Daarbij kan het aanbod van grondstoffen in beperkte mate hoger uitvallen. Doordat deze inzamelvoorzieningen geleegd worden op basis van een vulgraadsensor is op voorhand slecht te bepalen in hoeverre additionele routes nodig zijn. Bij het terugbrengen van de inzamelfrequentie van wekelijks naar eens in de twee weken, verwacht Avalex een besparing van € 200.000 op basis van de huidige inzamelmethodiek.
Verkenning reductie restafval
37
38
Verkenning reductie restafval
5.1.2 Inzamelfrequentie textiel (3.2.2) Vooral de voorzieningen voor textiel zijn ondermaats. We adviseren de voorzieningen te vermeerderen van negen naar vijftien containers. Deze toename heeft een invloed op de te rijden route. Naar verwachting moet deze worden bijgesteld van 0,3 naar 0,6 waarmee de kosten met € 29.413 stijgen.
5.1.3 Educatie (3.1.2) Het afnemen van de educatieve lessen bij Avalex wordt gedaan op offertebasis. Op het moment dat alle feedback van scholen is verwerkt wordt er een offerte opgevraagd. Naar verwachting bedragen lessen van Avalex ca. € 100 per les, bij een minimale afname van drie lessen op dezelfde dag.
Een extra restafvalcontainer is ongeveer hetzelfde bedrag als de afvalstoffenheffing als financiële prikkel om afval beter te scheiden.
5.1.6 Tariefdifferentiatie (3.3) Een eventuele keuze voor tariefdifferentiatie is zeer omvangrijk en brengt in beginsel de nodige investering met zich mee. Avalex is momenteel bezig met het uitwerken van tariefdifferentiatie als onderdeel in de productendienstencatalogus (PDC). Ook wordt ervaring opgedaan met de keuze voor tariefdifferentiatie binnen gemeente Midden-Delfland. Daarmee is het te vroeg om een indicatie af te kunnen geven voor de implementatie van tariefdifferentiatie als gemeente binnen het Avalex-gebied.
5.1.4 Communicatiecampagne (3.1.3) De communicatie in de huidige vorm met een maandelijks artikel in de lokale krant inclusief het schrijven, afnemen van interviews, filmpje en maken van foto’s op locatie kost ca. € 25.000 tot € 30.000 (exclusief indexatie) per jaar. Voor extra communicatie kan een offerte opgevraagd worden.
5.1.5 Additionele mini-container (3.2.1/ 3.2.2) Binnen de gemeente bestaat de mogelijkheid tot het afnemen van een additionele minicontainer. Hier zitten jaarlijkse kosten aan verbonden, die jaarlijks worden bepaald. Type container
Kosten
Restafval (140 liter of 240 liter)
€ 601,80 per jaar
GFT-container (140 liter of 240 liter)
€ 60,00 per jaar
Papiercontainer (140 liter of 240 liter)
Gratis
In 2024 zijn de kosten als volgt vastgesteld: De kosten voor een extra GFT-container zijn kostendekkend (inzameling en verwerking).
Verkenning reductie restafval
39