CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 014 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Wassenaar 2026

Raadsvergadering Wassenaar 24 februari 2026, gemeente wassenaarBij agendapunt: Aanvullende informatie2.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiebrief aan de Raad

Zaaknummer:

Z – 25/107567

Datum:

Vrijdag 6 februari 2026

Onderwerp:

Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Wassenaar 2026

Bijlage(n):

Bijlage 1: Raadsbesluit met tekstuele wijzigingen Bijlage 2: Cliëntervaringsonderzoek 2024

Geachte Raad, In de commissie Mens & Maatschappij zijn twee toezeggingen gedaan: •

Toezegging 900: De wethouder zegt toe een raadsinformatiebrief te sturen waarin gestelde vragen in geclusterde vorm worden beantwoord.

•

Toezegging 901: De wethouder zegt toe de verordening na te lopen op grammaticale onjuistheden

Algemeen Uit artikel 2.1.3, lid 1, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo) volgt voor de gemeenteraad de plicht om bij verordening de regels vast te stellen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het Wmo-beleid (artikel 2.1.2. van de Wmo) en de uitvoering van de door het college op grond van deze wet te nemen besluiten of te verrichte handelingen. Uit artikel 2.1.3., lid 2, van de Wmo is de raad verplicht om de volgende onderwerpen in de verordening te regelen (de zogenoemde “essentialia van het voorzieningenpakket”): •

de toekenningscriteria en weigeringsgronden voor maatwerkvoorzieningen

•

de wijze waarop de hoogte van het persoonsgebonden budget (pgb) wordt vastgesteld waarbij expliciet geldt dat deze hoogte toereikend moet zijn

•

de kwaliteitseisen die aan aanbieders worden gesteld

•

de regelingen rond klachten, medezeggenschap en cliëntenparticipatie

•

fraudebestrijding.

Daarnaast bevat de verordening bepalingen over kostprijs en (abonnements-)tarieven, de waardering van mantelzorgers en de verhouding tussen prijs en kwaliteit van voorzieningen (zoals

Pagina 1 van 7

bijvoorbeeld huishoudelijke hulp en respijtzorg). Samen vormt dit geheel het juridisch en beleidsmatig kader voor een zorgvuldige, transparante en rechtmatige uitvoering van de Wmo. Na vaststelling van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Wassenaar 2026 door uw raad, gaat het college verder met de uitwerking binnen dit kader door o.a. het vaststellen van beleidsregels. Daarbij is de verordening leidend: het college mag de toegang niet versmallen, geen extra voorwaarden toevoegen, geen voorzieningen uitsluiten en geen aanvullende normering opnemen. Parallel hieraan worden de verordening en de beleidsregels vertaald naar praktische werkinstructies voor de consulenten, zodat zij in de uitvoering eenduidig handelen.

Toezegging 900 Het college heeft toegezegd de gestelde vragen over de Wmo-verordening schriftelijk en in gebundelde vorm te beantwoorden. 1. Gebruikelijke hulp en mantelzorg Wettelijke grondslag: artikel 2.3.2, lid 4, onder b en c, van de Wmo. Samengestelde vraag: Op welk moment en op welke wijze weegt de gemeente de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp en mantelzorg mee, en hoe wordt daarbij geborgd dat noodzakelijke professionele ondersteuning niet onterecht wordt verschoven naar het informele netwerk? Antwoord Het college betrekt het sociaal netwerk alleen wanneer dit redelijk, haalbaar en verantwoord is. Het is geen automatisme en kan nooit in de plaats komen van noodzakelijke professionele ondersteuning. Tijdens het Wmo-onderzoek worden de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg en algemene voorzieningen standaard in kaart gebracht. Mantelzorg is vrijwillig en kan niet worden afgedwongen. De verordening bevat hiervoor geen gedetailleerde systematiek. De verdere uitwerking van het begrip “gebruikelijke hulp” wordt opgenomen in beleid, omdat dit niet tot de essentiële onderdelen van het voorzieningenpakket behoort. Dit is juridisch gezien toegestaan (zie bijvoorbeeld uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 28 mei 2025, ROT 24/2637). 2.

Persoonlijk plan, melding en processtappen Wettelijke grondslag: artikel 2.3.2, lid 1 en 2, van de Wmo Samengestelde vraag Welke termijnen gelden voor melding, persoonlijk plan en het eerste contact, en hoe wordt de inwoner gewezen op onafhankelijke cliëntondersteuning? Antwoord Na een melding neemt de gemeente met de inwoner contact op en wordt binnen de wettelijke onderzoeksperiode van zes weken het onderzoek uitgevoerd. Termijnen als ‘zo spoedig mogelijk’

Pagina 2 van 7

zijn richtinggevend en casusafhankelijk; in spoedeisende gevallen wordt zo snel als mogelijk gehandeld. Daarvoor bestaat een aparte wettelijke grondslag, artikel 2.3.3 van de Wmo. De termijn van zeven dagen voor het indienen van een persoonlijk plan is wettelijk bepaald en kan in samenspraak met de inwoner worden verlengd. Het recht op onafhankelijke cliëntondersteuning volgt rechtstreeks uit de Wmo en staat daarom niet apart in de verordening. De gemeente wijst inwoners hier zowel mondeling als schriftelijk op. Daarnaast is informatie over cliëntondersteuning te vinden op de website, via een aparte tegel onder het Sociaal Team Wassenaar: https://www.wassenaar.nl/client-ondersteuning. Zie: Wmo 2015 artikel 2.3.2 lid 2 met betrekking tot het persoonlijk plan Het college moet de cliënt na de melding en voordat het onderzoek van start gaat, wijzen op de mogelijkheid om een persoonlijk plan in te leveren. Deze verplichting is geregeld in artikel 2.3.2 lid 2 Wmo 2015. In dit persoonlijk plan moet de cliënt de omstandigheden, zoals beschreven in artikel 2.3.2 lid 4 Wmo 2015 beschrijven en aangeven welke maatschappelijke ondersteuning volgens hem in zijn geval de beste oplossing is. Het college moet de cliënt gedurende 7 dagen na de melding de kans geven om het persoonlijk plan in te leveren. 3. Verslaglegging Wettelijke grondslag: artikel 2.3.2, lid 8, van de Wmo.

Samengestelde vraag Hoe wordt in de uitvoering geborgd dat cliënten niet alleen inzage krijgen in het gespreksverslag van het keukentafelgesprek, maar ook gebruik kunnen maken van hun wettelijke recht om dit verslag te corrigeren of aan te vullen? Antwoord Alles wat rechtstreeks voortvloeit uit de wet is niet opgenomen in de Wmo-verordening. Er kan niet worden afgeweken van een wettelijke taak. Uit de wet volgt een mogelijkheid om het gespreksverslag aan te vullen met een zienswijze. De consulent geeft altijd blijk van de ontvangst van een zienswijze, door deze in het gespreksverslag te verwerken dan wel deze als aparte bijlage toe te voegen. De cliënt bepaalt altijd zelf of er, naar aanleiding van de melding en onderzoek, een aanvraag wordt ingediend. 4. Evenredigheid en voorzienbaarheid Samengestelde vraag Waarom ontbreekt er in de verordening een expliciete evenredigheidstoets en het vereiste dat voorzienbaarheid aantoonbaar moet zijn, zodat inwoners niet achteraf worden afgerekend op keuzes die toen redelijk waren? Antwoord De verordening benoemt dat een voorziening kan worden geweigerd wanneer iemand onvoldoende rekening heeft gehouden met een bestaande beperking en de verwachte ontwikkeling daarvan. De

Pagina 3 van 7

beoordeling vindt altijd plaats in het kader van het volledige Wmo-onderzoek1, waarbij de persoonlijke situatie van de cliënt en het criterium van redelijkheid centraal staan. Hierbij wordt zorgvuldig gekeken naar alle relevante omstandigheden om tot een evenwichtig oordeel te komen. Voorzienbaarheid is beperkt tot situaties waarin er al sprake is van een bestaande beperking (lichamelijk, verstandelijk). Van inwoners zonder bestaande beperking kan niet worden gevraagd vooruit te lopen op onduidelijke toekomstige risico’s. Daarmee wordt gewaarborgd dat mensen niet achteraf worden beoordeeld op keuzes die destijds, gelet op hun situatie, redelijk waren. 5. Verhuisbeweging Samengestelde vraag Wanneer kan een maatwerkvoorziening worden geweigerd vanwege voorzienbaarheid of verhuisopties, en is er sprake van een ‘verhuisplicht’? Antwoord De voorzienbaarheid ziet op gevolgen van een reeds bestaand probleem. Van inwoners zonder probleem kan niet worden verwacht dat zij anticiperen op toekomstige situaties. Een voorziening kan worden geweigerd als onvoldoende rekening is gehouden met een bestaande beperking en de verwachte ontwikkeling daarvan, mits dit expliciet in de verordening is opgenomen en individueel is beoordeeld.

Veel gemeenten hanteren het uitgangspunt dat geen woonvoorziening wordt verstrekt wanneer niet is verhuisd naar de op dat moment meest geschikte woning, tenzij het college vooraf schriftelijk toestemming gaf. Dit is volgens vaste rechtspraak toegestaan (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1194). 6. ‘Goedkoopst compenserende’ voorziening Samengestelde vraag Waarom hanteert de verordening de term ‘goedkoopst compenserende voorziening’ in plaats van ‘meest efficiënte voorziening’, en op welke wijze wordt daarbij geborgd dat de gekozen voorziening daadwerkelijk passend is voor de inwoner? Antwoord De term ‘goedkoopst compenserende voorziening’ sluit aan bij vaste jurisprudentie en is de gebruikelijke terminologie in een Wmo-verordening. Dit betekent niet dat automatisch voor de goedkoopste optie wordt gekozen: een voorziening moet eerst aantoonbaar passend en compenserend zijn voor de individuele situatie. Pas wanneer meerdere opties passend blijken, wordt de goedkoopste daarvan verstrekt.

1

Een volledig Wmo-onderzoek (op grond van artikel 2.3.2 Wmo 2015) is het wettelijk verplichte onderzoek dat de gemeente moet uitvoeren nadat iemand een melding heeft gedaan voor maatschappelijke ondersteuning. Het doel is te bepalen of en welke ondersteuning nodig is.

Pagina 4 van 7

7. Vervoer en participatie (kilometernorm) en sportvoorziening Samengestelde vraag Is een vaste afstandsnorm juridisch houdbaar en hoe wordt maatwerk geborgd, en hoe wordt de vergoeding voor sportvoorzieningen bepaald? Antwoord De gemeente is verantwoordelijk voor lokaal vervoer, zoals mobiliteit in en om de woning en ritten tot circa 25 kilometer. Voor langere afstanden is Valys – het bovenregionale vervoerssysteem voor mensen met een mobiliteitsbeperking – van toepassing. Een vaste grens, zoals 1.500 kilometer per jaar, mag als uitgangspunt worden genomen en is voor de meeste cliënten ook voldoende. De hardheidsclausule uit artikel 31 van de voorgestelde verordening biedt maatwerk wanneer een cliënt een hogere vervoersbehoefte met concrete en verifieerbare gegevens aantoont. Een overschrijding van het aantal kilometers die voortkomt uit een eigen keuze, zonder objectieve noodzaak, verplicht de gemeente echter niet tot vergoeding daarvan (Rechtbank Zeeland-WestBrabant 13-6-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4080). Voor sportvoorzieningen hanteert de gemeente een landelijk gebruikelijke tegemoetkoming van maximaal € 3.500. Deze vergoeding kan één keer per drie jaar worden aangevraagd. Waar passend kunnen aanvullende fondsen van derden worden ingezet om tegemoet te komen aan individuele situaties of hogere kosten. 8.

Pgb – weigeringsgronden en toereikende tarieven Wettelijke grondslag: artikel 2.3.2, lid 5, van de Wmo Samengestelde vraag Wanneer kan een pgb worden geweigerd en hoe wordt geborgd dat pgb-tarieven toereikend zijn, ook bij inzet van zzp’ers en informele hulp? Antwoord De Wmo 2015 en de verordening bevatten weigeringsgronden voor het pgb, maar deze moeten altijd individueel en evenredig worden toegepast. Vanuit de commissie is benadrukt dat categorische uitsluitingen strijdig kunnen zijn met de maatwerkplicht. Daarom is in de verordening een mogelijkheid voor maatwerk opgenomen, of wordt dit nader verduidelijkt in beleidsregels. Voor de hoogte van het pgb geldt dat deze toereikend moet zijn om de noodzakelijke ondersteuning in te kopen. 9. Mantelzorgwaardering en ondersteuning mantelzorgers Wettelijke grondslag: artikel 2.1.6 van de Wmo Samengestelde vraag Hoe wordt structurele erkenning en ondersteuning van mantelzorgers geborgd zodat zij worden ontlast en op welke wijze rapporteert het college hierover? Antwoord Het college waardeert mantelzorgers jaarlijks en zet, waar passend, voorzieningen en

Pagina 5 van 7

ondersteuning in die bijdragen aan hun taakverlichting, zoals respijtzorg. De suggesties uit de commissie zijn erop gericht dit structureler te borgen, bijvoorbeeld via een programma en een jaarlijkse rapportage. De precieze uitwerking, waaronder de vorm van waardering, monitoring en verslaglegging, wordt nader vastgesteld in beleidsregels en in de uitvoeringspraktijk, waarbij ook partners zoals het Sociaal Team Wassenaar, welzijnsorganisaties en de Adviesraad Sociaal Domein worden betrokken. 10. Kwaliteit, wachttijden en servicestandaarden Samengestelde vraag Hoe borgt het college dat de dienstverlening in begrijpelijke taal plaatsvindt, en hoe worden kwaliteit en wachttijden bewaakt? Daarnaast: op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd? Antwoord Servicenormen en monitoring zijn vastgelegd in overeenkomsten met aanbieders en aanvullend in subsidieafspraken met andere maatschappelijke partners. Deze vinden daarom geen plek in de verordening. Begrijpelijke communicatie blijft een belangrijk aandachtspunt, cliënten kunnen daarbij gebruikmaken van onafhankelijke cliëntondersteuning. Daarnaast streeft het college ernaar om op B1-niveau te communiceren. De raad wordt geïnformeerd via de reguliere rapportages, onder meer met de uitkomsten van het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek (zie bijlage 2). 11.

Overige onderwerpen (Bibob, voorzieningenpakket, tekstcorrecties) Samengestelde vraag Waarom wordt Bibob niet genoemd en is er geen gedetailleerde lijst van maatwerkvoorzieningen opgenomen in de verordening? Antwoord De toepassing van de Wet Bibob op aanbieders volgt rechtstreeks uit landelijke wetgeving en is geborgd binnen het proces van inkoop. Dit hoeft daarom niet afzonderlijk in de verordening te worden geregeld. Een uitputtende lijst van maatwerkvoorzieningen en operationele termijnen wordt opgenomen in de beleidsregels, waarbij de wettelijke termijnen onverkort van kracht blijven. 12. Ontwikkeling van de uitvoeringspraktijk en samenwerking met aanbieders Samengestelde vraag Hoe ontwikkelt de uitvoeringspraktijk zich en welke afspraken zijn gemaakt met aanbieders? Antwoord De uitvoeringspraktijk heeft zich de afgelopen jaren verder ontwikkeld, waardoor de ambtelijke organisatie steeds beter in staat is effectief en doelmatig te werken. Consulenten zijn nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de verordening. Met aanbieders zijn nieuwe afspraken gemaakt, waaronder bijvoorbeeld de overeenkomsten voor hulpmiddelen per januari 2025, voor dagbesteding en begeleiding per 1 april 2025 en voor huishoudelijke ondersteuning per 1 januari 2026. De inzet is dat hulpmiddelen worden herverstrekt en hergebruikt, zoals rolstoelen, scootmobielen en trapliften.

Pagina 6 van 7

Het aantal bezwaren is beperkt; in 2024 ging het om vijf bezwaren. Er zijn op dit moment geen signalen van fraude of terugvorderingen van maatwerkvoorzieningen. Ook op het gebied van herverstrekking en duurzaam gebruik van voorzieningen wordt structureel gewerkt aan verdere verbeteringen. Zo wordt de uitvoeringspraktijk verder geprofessionaliseerd in nauwe samenwerking met consulenten en aanbieders.

Toezegging 901 Tijdens de behandeling in de commissie zijn tekstuele onvolkomenheden geconstateerd. Het college heeft tevens vastgesteld dat een aantal definities ten onrechte niet zijn vermeld. In bijlage 1 treft u een aangepaste versie van het raadsbesluit aan. De aangebrachte wijzigingen zijn uitsluitend redactioneel van aard en hebben geen gevolgen voor de inhoud of de strekking van de artikelen.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

drs. A.P.A. Oostermeijer,

drs. L.A. de Lange,

Gemeentesecretaris

Burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=c80e0265-e376-45ea-ab2e-0c919482eb1c