CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit vrij geven voor inspraak Verordening inwonerparticipatie gemeente Wassenaar 2021

Commissie Bestuur en Middelen Wassenaar 16 maart 2021, gemeente wassenaarBij agendapunt: Vrij geven voor inspraak van het ontwerp van de Verordening inwonersparticipatie gemeente Wassenaar 20202.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbesluit [Z/20/042866\204354]

De gemeenteraad van Wassenaar, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 februari 2021; overwegende dat inwonerparticipatie een belangrijk onderdeel is bij de totstandkoming van beleid; dat alle vormen van participatie in Wassenaar in één verordening vorm krijgen; overwegende dat het juist bij dit onderwerp belangrijk is dat geparticipeerd wordt en via inspraak zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht; gelet op de artikelen 108, 147 en 150 van de Gemeentewet en de Inspraakverordening gemeente Wassenaar 2020;

b e s l u i t: het volgende ontwerp van een Verordening inwonerparticipatie gemeente Wassenaar 2021 vrij te geven voor inspraak: Verordening inwonerparticipatie gemeente Wassenaar 2020 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Reikwijdte Deze verordening bevat regels over het betrekken van ingezetenen en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, vaststelling en evaluatie van gemeentelijk beleid. Verder zijn er regels opgesteld voor initiatieven van ingezetenen en maatschappelijke partijen die het belang van Wassenaar dienen en voor het overnemen van gemeentelijke uitvoeringstaken in de openbare ruimte. Bij al deze vormen van participatie wordt tevens de rol van het bestuursorgaan geregeld. Artikel 1.2 Definities In de verordening wordt verstaan onder: a. b. c.

College: het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar; Ingezetene: eenieder die is ingeschreven in de basisregistratie personen van Wassenaar en woonachtig is in Wassenaar; Maatschappelijke partij: 1. Een groep ingezetenen, die zich verenigd heeft in een bepaalde rechtsvorm of een aantoonbare organisatiegraad heeft of

Pagina 1 van 9

d.

2. Een rechtspersoon die een lokaal belang heeft dan wel lokale belangen behartigt. Participatie: de mate waarin ingezetenen en maatschappelijke partijen belanghebbenden invloed kunnen uitoefenen op het gemeentelijk beleid, op gemeentelijke besluiten of op de uitvoering door de gemeente door: 1. op verzoek van een bestuursorgaan daarbij betrokken te worden; 2. deel te nemen in een besluitvormingstraject via inspraak; 3. een verzoek te doen om een maatschappelijk initiatief te beginnen; 4. een verzoek om een onderwerp op de agenda van de raad, het college of de burgemeester te plaatsen; 5. een verzoek om de feitelijke uitvoering van een taak, die behoort tot de gemeentelijke huishouding en waarvan de uitvoering aan het gemeentebestuur is opgedragen, over te nemen en; 6. een verzoek te doen aan de raad om een referendum te laten houden.

HOOFDSTUK 2 INWONERPARTICIPATIE Afdeling 1 Inwonerparticipatie Artikel 2.1.1 Definitie Inwonerparticipatie is het op initiatief van de gemeente betrekken van ingezetenen en maatschappelijke partijen bij al het gemeentelijk handelen met impact in het dorp. Artikel 2.1.2 Uitsluiting inwonerparticipatie Geen inwonerparticipatie wordt verleend: a. b. c. d.

e. f. g. h.

als sprake is een besluitvormingsproces op basis van de reguliere of uitgebreide procedure als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; als sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij van enige beleidsvrijheid geen sprake is; ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder participatief traject; als dat al eerder onderwerp van inwonersparticipatie of inspraak is geweest en dat tijdens deze participatie of inspraak het beleidsvoornemen redelijkerwijs te voorzien was; als het gemeentelijk handelen uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten, of al bij of krachtens wettelijk voorschrift in een openbare voorbereidingsprocedure is voorzien; als dit is gebaseerd op hogere wet- en regelgeving die het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid biedt; als dit betrekking heeft op de begroting, de rekening, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet.

Pagina 2 van 9

Artikel 2.1.3 Participatieproces 1. 2.

3.

4.

5.

Het bestuursorgaan stelt bij de start van elk participatieproces vast of, en zo ja op welke manier, inwonerparticipatie wordt toegepast. Indien inwonersparticipatie wordt verleend, neemt het bestuursorgaan over in ieder geval de volgende punten een besluit: a. het doel en de intentie van de participatie; b. het niveau van de participatie door het bestuursorgaan, waarbij een keuze wordt gemaakt uit: reguleren, regisseren, stimuleren, faciliteren en loslaten; c. het niveau van de participatie van ingezetenen en maatschappelijke partijen, waarbij een keuze wordt gemaakt uit: meeweten, meedenken, meewerken of meebepalen; d. de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd; e. de schaal waarop het participatieproces speelt; f. wie de deelnemers zijn van het participatieproces; g. de wijze en het moment waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; h. de wijze waarop deelnemers over de voortgang op de hoogte worden gehouden; i. de verdeling van verantwoordelijkheden voor de verschillende stappen in het participatieproces tussen ingezetenen en maatschappelijke partijen enerzijds en de gemeente anderzijds; j. de wijze en het moment waarop het bestuursorgaan reageert op de uitkomsten van het participatieproces.

Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze. In deze kennisgeving wordt ingegaan op de in het tweede lid genoemde punten. Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders bedoeld in het tweede lid, onder d, of de inrichting van het proces als bedoeld in het tweede lid, onder e, aan te passen, draagt het bestuursorgaan er zorg voor dat dit onverwijld bekend wordt gemaakt aan de deelnemers. Het bestuursorgaan kan voor specifieke beleidsterreinen nadere regelingen treffen.

Artikel 2.1.4 Eindverslag participatieproces 1.

2.

Ter afronding van de participatieproces, zoals bedoeld in het voorgaande artikel maakt het bestuursorgaan een eindverslag op, dat in elk geval bevat: a. een overzicht van het gevolgde participatieproces; b. een weergave van de inbreng van degenen die hebben deelgenomen aan de participatie; c. een overzicht van de afspraken die op basis van het participatieproces zijn gemaakt. d. een reactie van het bestuursorgaan op de inbreng als bedoeld onder b., met redenen omkleed welke punten al dan niet van invloed zullen zijn op het beleidsvoornemen; en e. een evaluatie van het participatieproces zelf, de belangen die zijn afgewogen en de mening van de deelnemers over het gelopen proces. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag openbaar.

Pagina 3 van 9

HOOFDSTUK 3 INSPRAAK Afdeling 1 Inspraak Artikel 3.1 Definitie Inspraak is een door of namens een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor ingezetenen, maatschappelijke partijen en belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken en daarover van gedachten te wisselen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door de gemeenteraad dan wel door het college of de burgemeester. Artikel 3.2 Onderwerp van inspraak 1. 2. 3. 4.

5.

Ten aanzien van elk beleidsvoornemen kan inspraak worden verleend. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. Geen inspraak wordt verleend: a. over een eerder vastgesteld beleidsvoornemen en ondergeschikte herzieningen ervan; b. over een beleidsvoornemen dat betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang en de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Naast het bepaalde in het vierde lid geldt voor inspraak, dat geen inspraak wordt verleend a. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; b. bij of krachtens wettelijk voorschrift in een openbare voorbereidingsprocedure is voorzien.

Artikel 3.3 Inspraakgerechtigden Inspraak wordt verleend aan ingezetenen, maatschappelijke partijen en belanghebbenden. Artikel 3.4 Inspraakprocedure 1. 2. 3.

Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen. Als een ander bestuursorgaan dan het college besluit tot inspraak, wordt de procedure uitgevoerd door het college.

Pagina 4 van 9

Artikel 3.5 Eindverslag 1. 2.

3.

Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in elk geval: a. een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

Hoofdstuk 4 Maatschappelijke initiatieven en overheidsparticipatie Afdeling 1 Maatschappelijke initiatieven Artikel 4.1.1 Definities Een maatschappelijk initiatief is een initiatief van een of meer ingezetenen of maatschappelijke partijen in Wassenaar om deel te nemen en bij te dragen aan de realisatie van het verbeteren van de lokale samenleving, waarin de gemeente met inachtneming van het bepaalde in afdelingen 2 of 3 van dit hoofdstuk participeert. Artikel 4.1.2 Uitsluiting maatschappelijke initiatieven Artikel 2.1.2 is van overeenkomstige toepassing op maatschappelijke initiatieven bedoeld in dit hoofdstuk. Artikel 4.1.3 Indiening, beoordeling en nadere regels 1. Maatschappelijke initiatieven worden ingediend bij het college. 2. Indien het maatschappelijke initiatief ziet op een taak of bevoegdheid van een ander bestuursorgaan, zendt het college het initiatief, vergezeld van een advies door aan dat bestuursorgaan. 3. Een maatschappelijke initiatief dient door tenminste 100 ingezetenen of één maatschappelijke partij te worden ingediend. 4. Het bestuursorgaan kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de vereisten voor het indienen van, het proces en de beoordeling van maatschappelijke initiatieven. 5. Bij de beoordeling alsmede bij het stellen van nadere regels wordt in ieder geval rekening gehouden met: a. wet- en regelgeving van rijk, provincie en gemeente; b.

geldend beleid van rijk, provincie en gemeente; c. get coalitieakkoord en de uitwerking daarvan, waaronder ontwikkelde en in ontwikkeling zijnde visies; d. de programmabegroting; e. de mogelijkheid om af te kunnen en te willen afwijken van het bepaalde onder sub a tot en met d; f. de ruimte die het bestuursorgaan aan initiatiefnemers wil geven om het initiatief door hen te laten realiseren.

Pagina 5 van 9

Afdeling 2 Maatschappelijk initiatieven door agendering bij een bestuursorgaan Artikel 4.2.1 Initiatiefgerechtigden 1.

2.

Ingezetenen van Wassenaar, die de leeftijd van 16 jaar of ouder hebben bereikt of maatschappelijke partijen kunnen een vraagstuk of thema op de agenda van een bestuursorgaan plaatsen. De dag van indiening van het maatschappelijk initiatief is bepalend voor de beoordeling van de vereisten of de indieners een initiatief op de agenda mogen plaatsen.

Artikel 4.2.2 Geldigheid 1. 2.

3.

Een bestuursorgaan plaatst een maatschappelijk initiatief op de agenda indien tenminste 100 gerechtigden een verzoek daartoe hebben ingediend. Onverminderd het bepaalde in artikel 3.1.2 mag een verzoek niet gericht op zijn op het eigen belang, financieel of anderszins, of een winstoogmerk betreffen ten behoeve van initiatienemers, bedoeld in artikel 3.2.1. Het verzoek dient in ieder geval voorzien te zijn van: a. een precieze formulering van het vraagstuk of thema; b. een toelichting op het initiatief en c. de namen, adressen, geboortedatum en handtekening van de initiatiefgerechtigden dan wel bij maatschappelijke partijen.

Artikel 4.2.3 Beoordeling van een verzoek gericht aan en behandeling en besluitvorming door de raad 1.

2.

3. 4.

5.

Indien het een maatschappelijk initiatief is ingediend voor de agenda van de raad, zendt het college binnen acht weken na ontvangst van het maatschappelijk initiatief, het initiatief samen met een advies aan de raad. Deze termijn kan één keer met acht weken worden verlengd. Gerechtigden worden hiervan op de hoogte gesteld. Het college zendt het advies tevens aan de gerechtigden. De raad beslist na ontvangst van het initiatief en het advies van het college, in de eerstvolgende vergadering over de geldigheid ervan, met dien verstande dat tenminste twee weken is gelegen tussen de dag waarop het ontvangen is en de vergadering. De termijn van twee weken is exclusief het reces van de raad. De gerechtigden hebben de gelegenheid het initiatief mondeling in de raad toe te lichten en deel te nemen aan de beraadslaging in de raad. De raad beslist binnen acht weken na ontvangst op het initiatief. Indien het reces van de raad in deze periode valt, kan deze termijn worden verlengd met de periode van reces. Gerechtigden worden hiervan op de hoogte gesteld. Het besluit van de raad wordt door de raad aan gerechtigden bekend gemaakt.

Afdeling 3 Overheidsparticipatie Artikel 4.3.1 Definitie Overheidsparticipatie: De manier waarop de gemeente ondersteuning of een bijdrage geeft aan initiatieven van ingezetenen en maatschappelijke partijen.

Pagina 6 van 9

Artikel 4.3.2 Verlenen overheidsparticipatie 1.

Overheidsparticipatie wordt verleend indien naar het oordeel van het bestuursorgaan het maatschappelijk initiatief aansluit bij het gemeentelijk beleid en handelen en bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid en handelen. 2. Het bestuursorgaan besluit welke vorm van overheidsparticipatie wordt verleend: loslaten, faciliteren, stimuleren, regisseren en reguleren. 3. Het bestuursorgaan kan besluiten om aan de overheidsparticipatie vooraf de voorwaarde te verbinden dat inwoners, bedrijven en direct belanghebbenden in voldoende mate bij het maatschappelijke initiatief worden betrokken. 4. Het bestuursorgaan kan overheidsparticipatie aan maatschappelijke initiatieven weigeren, als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat: a. het initiatief doelstellingen beoogt die in strijd zijn met het algemeen belang; b. het initiatief discriminatie oplevert wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of op welke andere grond dan ook; c. er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij andere inwoners, bedrijven en belanghebbenden; d. het initiatief naar het oordeel van het college op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is. 5. Het bestuursorgaan weigert medewerking aan een maatschappelijk initiatief indien dat zich richt op: a.

de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de gemeente geen beleidsvrijheid heeft; b. gemeentelijke belastingen en tarieven; c. vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting, de jaarrekening en de goedkeuring van de begroting; d. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de gemeente; e. benoeming en functioneren van personen; f. handelingen en gedragingen van de burgemeester, collegeleden, raadsleden of ambtenaren waartegen een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend of een door de gemeenteraad of college vastgestelde klachtenregeling; g. onderwerpen waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht openstaat of heeft opengestaan of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken of heeft uitgesproken; h. een onderwerp waarover de gemeente korter dan 2 jaren voor indiening van het initiatief een besluit heeft genomen; i. een onderwerp dat overwegend het privébelang van de indiener dient; j. doelstellingen die in strijd zijn met de wet. 6. Als de burgemeester of het college op grond van het vijfde lid medewerking weigert, zendt hij dit besluit voor kennisgeving aan de gemeenteraad. 7.

Het college houdt een openbaar register bij waarin alle ingediende maatschappelijke initiatieven en hun voortgang worden bijgehouden.

Pagina 7 van 9

Afdeling 4 Uitdaagrecht Artikel 4.4.1 Definitie 1.

2.

Het uitdaagrecht is het recht om een lokale voorziening of taken van het college feitelijk en volledig uit te voeren: a. die door de raad zijn opgedragen of b. waarvan de uitvoering bij of krachtens een wet aan het college of de burgemeester is opgedragen door een ander dan de raad, voor zover de uitvoering van deze taak niet in strijd is met het bij of krachtens die wet bepaalde. Het uitdaagrecht kan alleen lokale voorzieningen of taken betreffen, die het college op het moment van indiening van het verzoek uitvoert en waarvoor budget in de begroting is opgenomen.

Artikel 4.4.2 Uitdaaggerechtigden Ingezetenen en maatschappelijke partijen kunnen gebruik maken van het uitdaagrecht. Artikel 4.4.3 Indiening verzoek 1. 2.

3.

4.

Het verzoek om een lokale voorziening of taak over te nemen, wordt ingediend bij het college. Een verzoek, bedoeld in het eerste lid, mag niet gericht op zijn op het eigen belang, financieel of anderszins, of een winstoogmerk betreffen ten behoeve van de uitdaaggerechtigden. Het college kan hier gemotiveerd van afwijken. Het verzoek bevat ten minste: a. de naam en het adres van de ingezetenen of maatschappelijke partijen; b. een omschrijving van lokale voorziening of de taak die de uitdaaggerechtigden willen uitvoeren; c. inzicht in de kosten en de planning. Het college beslist op het verzoek.

Artikel 4.4.3 Nadere regels college Het college kan nadere regels stellen voor de uitoefening van het uitdaagrecht. Het college houdt daarbij in ieder geval rekening met: a. het draagvlak binnen een wijk of buurt; b. de belangen van andere inwoners en maatschappelijke partijen; c. de programmabegroting. Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 5.1 Overgangsrecht Burgerinitiatieven, verzoeken voor het houden van een referendum en besluiten over inspraak, ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden be- en afgehandeld volgens de daarvoor geldende Verordening op het burgerinitiatief gemeente Wassenaar en de Inspraakverordening gemeente Wassenaar.

Pagina 8 van 9

Artikel 5.2 Inwerkingtreding en intrekking oude verordeningen 1. 2.

Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking. Op de in het eerste lid genoemde datum worden de volgende verordeningen ingetrokken: a. De Inspraakverordening gemeente Wassenaar; b. De Verordening op het burgerinitiatief gemeente Wassenaar en c. De Referendumverordening Wassenaar 2014.

Artikel 5.3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inwonerparticipatie gemeente Wassenaar 2021.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wassenaar gehouden op dinsdag 30 maart 2021 de griffier

de voorzitter,

drs. J. Kleinhesselink

drs. L.A. de Lange

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=07060a98-1063-4f0a-be11-19a8630d66da