Bijlage 6 Koersnotitie Iedereen telt mee - koers voor het nieuwe minima beleid
Tekst van het document
Koersnota Minimabeleid 2025-2028 Bestaanszekerheid is een (grondwettelijk) recht voor alle Nederlandse ingezetenen en doelt op een toereikende levensstandaard. Dit is een breed begrip en gaat bijvoorbeeld om voldoende inkomen, gezonde sociale relaties, onderwijskansen en zekerheid van betaalbare huisvesting. Binnen het sociaal domein wordt gesproken over drie belangrijke opgaven: bestaanszekerheid, kansengelijkheid en een goede gezondheid. Volgens de propositie ‘De winst van het Sociaal Domein’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), kennen gemeenten drie grote opgaven: Het herstellen van bestaanszekerheid, het vergroten van kansengelijkheid en het makkelijker maken van gezond leven. Bestaanszekerheid is voorwerp van overheidszorg via sociale zekerheid en bijstand. Wanneer bestaanszekerheid in het geding komt, heeft dit zowel persoonlijke als maatschappelijke gevolgen. Persoonlijke gevolgen zijn bijvoorbeeld verslechterde gezondheid en verminderde eigenwaarde. Bij kinderen zijn er gevolgen voor de leerprestaties, gezondheid, psychosociale problemen en toekomstkansen. Maatschappelijke gevolgen zijn onderbenutting van menselijk kapitaal, hogere kosten voor gezondheidszorg en afnemende sociale cohesie. Omgekeerd biedt voldoende bestaanszekerheid juist kansen op maatschappelijke participatie en ontwikkeling.
In het kader van het minimabeleid richten we ons op financiële bestaanszekerheid. Armoede heeft geen vaste definitie, maar is te omschrijven als te weinig financiële mogelijkheden hebben om de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen te bekostigen. Iemand is arm wanneer er onvoldoende inkomsten zijn voor bijvoorbeeld voeding of een goede woning. Het Rijk is verantwoordelijk voor voldoende bestaanszekerheid. Als gemeente kunnen én willen we inwoners die in (financiële) bestaansonzekerheid leven natuurlijk wel ondersteunen. De gemeente is verantwoordelijk voor het bieden van extra ondersteuning door maatwerk en sociale participatie, aansluitend op de lokale situatie en gemeenschap. Hiervoor gelden wettelijke kaders, we mogen als gemeente niet aan inkomenspolitiek doen. We bieden verschillende vormen van hulpverlening, begeleiding en directe financiële maatregelen waar (wettelijk) mogelijk om bij te dragen aan de bestrijding van armoede en de vergroting van bestaanszekerheid. Twee belangrijke beleidsterreinen die hieraan bijdragen zijn re-integratie, participatie en schuldhulpverlening. Het Re-integratie- en Participatiebeleid is onlangs herzien en vastgesteld op 19 september 2023. Met dit nieuwe beleid is er, naast onverminderde inzet op toeleiding naar werk, een grotere focus gekomen op participatie.
Het beleid rondom schuldhulpverlening is zich meer gaan richten op preventie van schulden. Een ander belangrijk beleid om inwoners te ondersteunen is het minimabeleid. Met het minimabeleid van de gemeente wordt gedoeld op de minimaregelingen en de bijzondere bijstand. Pagina 1 van 50
Deze regelingen zijn gericht op de individuele inwoner. De lokale regelingen zijn enerzijds bedoeld om noodzakelijke uitgaven te financieren van mensen die hiervoor geen geld kunnen reserveren (bijzondere bijstand), anderzijds om deelname in de samenleving te stimuleren (bijvoorbeeld deelname aan sociaal, culturele en sportactiviteiten). Met name dit laatste onderdeel is nauw verbonden met onze opgaven in het brede sociale domein. Naast de directe gemeentelijke inzet zijn maatschappelijke initiatieven van groot belang in de versterking van (financiële) bestaanszekerheid door de begeleiding en ondersteuning van de financiële situatie van de inwoner. In onderstaand figuur is schematisch weergeven waar het minimabeleid zich bevindt in de bredere context van ondersteuning van (financiële) bestaanszekerheid, participatie en armoedebestrijding.
Figuur 1 Overzicht minimabeleid in bredere context
Pagina 2 van 50
Landelijke ontwikkelingen Op dit moment constateert de Commissie Sociaal Minimum (CSM) dat een deel van de Nederlandse huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum, in financiële bestaansonzekerheid leeft. Zij hebben niet de noodzakelijke goederen en voorzieningen om rond te komen en mee te doen. De regering heeft voor 2023 extra geld uitgetrokken om huishoudens met een lager inkomen te helpen. Daarnaast zijn onder het demissionair kabinet al enkele maatregelen genomen zoals verhoging van het minimumloon en huurtoeslag. Door deze maatregelen blijft het aantal Nederlanders dat in armoede leeft naar verwachting gelijk op 4,8%. Het aantal kinderen dat onder de armoedegrens leeft daalt van 6,2% naar 5,1%1. De groepen die het meest risico lopen op armoede zijn kinderen, alleenstaanden met en zonder kinderen, bijstandsgerechtigden en mensen met een migratieachtergrond. De meeste kinderen lijken wel het armoederisico van de ouders te ontstijgen en leven later zelf niet meer in armoede2. Ook blijkt 27% van de arme huishoudens betaald werk te hebben als belangrijkste inkomensbron, wat aangeeft dat werkende armen een belangrijke groep is om aandacht aan te schenken. Verder heeft de CSM ook getoetst welke type minimahuishoudens ondanks de landelijke en lokale regelingen maandelijks geld tekortkomen, dit wordt een toetsing van toereikendheid genoemd.
De een komt namelijk meer tekort dan een ander. In deze toetsing zijn inkomens uit landelijke regelingen en lokale regelingen (bij een onder gemiddelde gemeente) afgezet tegen een uitgavennorm. Hieruit blijkt dat over het algemeen genomen bijna alle huishoudtypen maandelijks nog steeds tekortkomen. De uitzonderingen op dit beeld zijn alleenstaande ouders met één kind (€70,- boven het minimaal noodzakelijke), alleenstaande AOW’ers (€114 boven het minimaal noodzakelijke) en paren AOW’ers (€42,- boven het minimaal noodzakelijke). De netto AOW ligt ruim €200,- per maand hoger dan de netto bijstand waardoor er meer te besteden is. De tekorten bij huishoudens met kinderen lopen op naarmate er meer kinderen zijn. De minimaal noodzakelijke uitgaven voor kinderen nemen toe naarmate kinderen ouder worden, terwijl de kindbedragen in de kinderbijslag en het kindgebonden budget beperkt meegroeien met leeftijd. De CSM stelt dat het Rijk verantwoordelijk is om te voorzien in een bestaansminimum waarmee mensen de noodzakelijke uitgaven kunnen doen. Het blijkt dat het Rijk hierin, ondanks de al genomen maatregelen, tekortschiet. Het CBS/SCP/Nibud en de CSM constateren dat lokale minimaregelingen in de huidige situatie daarom noodzakelijk zijn om rond te kunnen komen en mee te kunnen doen in de samenleving.
Op het moment van schrijven is er nog geen kabinet gevormd waardoor er nog veel onduidelijk is over hoe het Rijk verder inspeelt op de oplopende financiële tekorten van huishoudens. De gemeente heeft niet de positie en middelen om de omissie van het Rijk op te vangen. Het college volgt de landelijke ontwikkelingen op de voet. Een landelijke ontwikkeling om rekening mee te houden en op in te spelen is de herziening van de Participatiewet. Op 11 december 2023 is hiervoor het programmaplan Participatiewet in balans
1 Centraal Planbureau. (2023). Macro Economische Verkenning 2024. 2 Commissie Sociaal Minimum. (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal
minimum. Rapport I. p.57 - 62
Pagina 3 van 50
gepresenteerd3. Kernwoorden in deze herziening zijn de menselijke maat, vertrouwen en eenvoud. Er wordt gewerkt naar een voorspelbaar en begrijpelijk vangnet met ruimte voor individuele ondersteuningsbehoeften. Hierbij wordt uitgegaan van een reëel in plaats van rationeel mensbeeld. Er zijn mensen in de Participatiewet die voor langere tijd of permanent niet in staat zijn tot (voltijds) betaald werk, ook voor deze mensen moet een passend perspectief geboden worden. Daarbij wordt participatie breder opgevat dan alleen betaald werk. Verder krijgt de uitvoerende professional meer ruimte om te kunnen doen wat in het individuele geval nodig is en wordt ingezet op vereenvoudiging om gebruik te kunnen maken van de Participatiewet.
Lokale ontwikkelingen Per 1 september is in gemeente Wassenaar het sociaal team gestart. Voor inwoners wordt één toegang gegarandeerd. Het doel werken binnen het sociaal team samen en inwoners kunnen hier op één plek terecht voor al hun vragen op het terrein van informatie, advies, ondersteuning, hulp en zorg. Verder wordt in 2024 onderzocht wat de mogelijkheden zijn om consulenten uit LeidschendamVoorburg op locatie in Wassenaar gesprekken te laten voeren met inwoners van Wassenaar. Hierdoor wordt de drempel lager voor inwoners van Wassenaar om hulp te zoeken. Als bijlage bij deze raadsinformatiebrief is een factsheet Bestaanszekerheid toegevoegd. Hier staat in wat de gemeente Wassenaar en partners doen op het gebied van bevordering van bestaanszekerheid.
3 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2023). Programmaplan Participatiewet in Balans.
Pagina 4 van 50
Visies en waarden Meedoen in de samenleving heeft verscheidene positieve gevolgen. Meedoen kan bijdragen aan het geluk van mensen4, een grotere eigenwaarde en verminderde gevoelens van stress. Maatschappelijke participatie geeft structuur aan de dagen en zorgt voor ontmoeting5. Deze sociale contacten kunnen dan leiden tot versterkte sociale steun. Ook ervaren mensen die participeren over het algemeen een betere gezondheid dan mensen die niet participeren. De samenhang is het sterkst bij arbeidsparticipatie6. De gemeente blijft dan ook onverminderd inzetten op arbeidsparticipatie als ook andere vormen van participatie zoals beoogd in het Re-integratie en Participatiebeleid. Maatschappelijk gezien betekent dit dat participatie positieve gevolgen heeft zoals betere sociale cohesie en lagere gezondheidszorgkosten. Lokale minimaregelingen dragen direct bij aan sociale participatie. Voor een deel van de inwoners kan dit indirect ook bijdragen aan arbeidsdeelname of activering7. Het minimabeleid draagt bij aan de volgende opgave van het sociaal domein: ‘We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de samenleving en naar vermogen bij kan dragen aan onze gemeenschap’ We werken aan deze opgave volgens onderstaande waarden: 1. Individuele autonomie 2. Perspectief en hoop 3. Meedoen en naar vermogen bijdragen 4. Eenvoud, maatwerk en persoonlijke hulp 5.
Maatschappelijke rechtvaardigheid en uitlegbaarheid
Deze waarden worden hieronder verder uitgewerkt. 1. Individuele autonomie Er wordt gewerkt op basis van vertrouwen en een positief, realistisch mensbeeld. Inwoners zijn autonoom en veerkrachtig. Een streven is dat inwoners zelfredzaam zijn, waar nodig ondersteund door de omgeving. Zelfredzaamheid en regie op het eigen leven zijn belangrijk om verschillende redenen. Onderzoek laat zien dat gevoel van geen controle leidt tot minder geluk en gezondheid, eerder overlijden, gevoel van maatschappelijk onbehagen en sterker wij-zij denken. We erkennen dat meer zelfredzaamheid niet altijd realistisch is vanwege denkvermogen, doenvermogen8 en/of grip9. Denk- en doenvermogen gaat erover dat voor de ene persoon de opgave van zelfredzaamheid groter is dan voor de ander vanwege verschillen in cognitief vermogen, persoonskenmerken en mentale belasting. Denk bijvoorbeeld aan mensen met een licht
4 C. van Kampen & M. Olsthoorn (2022). Meedoen aan de samenleving: naast kunnen en moeten ook een
kwestie van willen en mogen, p. 3. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau 5 K. Sok, S. Nourozi. (2020). Participatie: Meedoen in de samenleving, p.2. Movisie. 6 M.M. Harbers & N. Hoeymans (2013). Gezondheid en Maatschappelijke participatie, p. 147. Bilthoven: RIVM 7 Commissie Sociaal Minimum. (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum. Rapport II, p.146 8 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2017). Weten is nog geen doen: Een realistisch perspectief op redzaamheid. WRR-rapport 97. Den Haag: WRR. 9 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2023). Grip: Het maatschappelijk belang van persoonlijke controle. WRR-rapport 108. Den Haag: WRR.
Pagina 5 van 50
verstandelijke beperking en laaggeletterden, maar ook aan mensen die te kampen hebben met grote stress door faillissement of ontslag. Grip betreft de ruimte en mogelijkheden vanuit de omgeving invloeden uit te oefenen op de eigen situatie en het bereiken van gewenste doelen. De gemeente kan vooral ruimte en mogelijkheden bieden voor grip. 2. Perspectief en hoop De gemeente helpt inwoners verder en onzekerheden worden daar waar mogelijk weggenomen. Daar waar nodig kunnen inwoners rekenen op een duwtje in de rug om grip te krijgen op hun situatie en te participeren in de gemeenschap. De ene persoon zal met kortdurende ondersteuning geholpen zijn, een ander zal het langer nodig hebben; hier is ruimte voor. Dit houdt in dat met een brede blik naar problemen gekeken wordt zodat de ondersteuningsbehoefte beter in beeld komt en maatwerk geboden kan worden in verbinding met andere terreinen. Daarbij moet oog zijn dat voor bepaalde groepen inwoners continuïteit en rust in ondersteuning nodig kan zijn. Inwoners weten ook waar ze recht op hebben, waar ze aan toe zijn en wat er gebeurt als er veranderingen optreden in hun persoonlijke situatie. Dit biedt inwoners de mogelijkheid om naar de toekomst te kijken en te werken naar de persoonlijke gewenste situatie. 3. Meedoen en naar vermogen bijdragen Drempels om mee te kunnen doen in de samenleving worden waar mogelijk weggenomen.
Wie in een situatie terechtkomt waarbij extra ondersteuning nodig is, kan daarvoor rekenen op de gemeente. Daar staat tegenover dat we wel verwachten dat inwoners zich naar vermogen op een manier, bijvoorbeeld door betaald werk of vrijwilligerswerk, blijven inzetten voor de samenleving. In het beleid zullen we er ook rekening mee moeten houden dat voor sommige inwoners ondersteuning voor langere tijd of blijvend nodig is, terwijl voor anderen kortdurende ondersteuning voldoende is. Maatschappelijke samenhang en draagkracht voor het sociale zekerheidsstelsel wordt gestimuleerd als mensen naar vermogen een bijdrage leveren aan de gemeenschap. 4. Eenvoud, maatwerk en persoonlijke hulp We hebben oog voor de lokale uitvoering. De huidige samenleving vraagt veel van inwoners. Een stevige gemeenschap en lokale uitvoering zorgt ervoor dat inwoners met veerkracht kunnen blijven reageren op uitdagingen. De uitvoering ligt bij gemeentelijke professionals, maatschappelijke partners, maatschappelijke initiatieven en vrijwilligers. Met name het maatschappelijke veld en vrijwilligers zijn nabij inwoners en kunnen inspelen op specifieke situaties. Daar gebeurt het, en daar zit de kracht. Lokale hulporganisaties bij armoede zien in het afgelopen jaar een stijging in aantal hulpvragen waardoor de druk op deze organisaties toeneemt10.
We zetten ons daarom niet alleen in om direct persoonlijke hulp te bieden, zoals de gemeentelijke professionals doen, maar vooral ook om diegenen te ondersteunen die inwoners helpen. Het is nodig dat onze regelingen en het systeem eenvoudig, begrijpelijk en bekend zijn zodat de lokale uitvoering zich hier makkelijk in
10 Stichting Armoedefonds. (2023). De impact van voortdurende armoede op hulporganisaties, Rosmalen:
Stichting Armoedefonds
Pagina 6 van 50
kan bewegen. Ook moet er ruimte zijn voor de lokale uitvoering om te experimenteren en daadwerkelijk in te kunnen spelen op de situatie via maatwerk. 5. Maatschappelijke rechtvaardigheid en uitlegbaarheid We ondersteunen die mensen die het nodig hebben. Juist omdat het binnen het minimabeleid gaat om individuele gevallen, is maatwerk geboden. Bovendien veranderen individuele en maatschappelijke omstandigheden. Dat vergt wendbaarheid binnen en tussen regelingen en in de tijd. Door meedoen en naar vermogen een bijdrage leveren ontstaat onderlinge solidariteit. Hiermee blijven de regelingen uitlegbaar en rechtvaardig. Stelsel vereisten De CSM stelt een aantal vereisten aan het stelsel van het sociaal minimum11. Deze vereisten zijn ook op lokaal niveau toe te passen op beleid rondom de minimaregelingen en helpen om het beleid vorm te geven. Het gaat hierbij om: ●
Voorspelbaarheid: regelingen zijn eenduidig en duidelijk. Inwoners weten waar ze recht op hebben, waar ze aan toe zijn en ze kunnen vertrouwen op bestaande afspraken.
●
Toegankelijkheid: regelingen zijn voor iedereen toegankelijk. Er zijn geen hoge drempels om gebruik te maken van de regelingen en alle inwoners worden respectvol behandeld.
●
Uitvoerbaarheid: regelingen zijn simpel en eenvoudig. De te realiseren doelen zijn in balans met de beschikbare mensen, middelen en tijd.
●
Houdbaarheid: regelingen zijn betaalbaar en hebben draagvlak in de samenleving. Geld moet terechtkomen bij inwoners die het echt nodig hebben.
11 Commissie Sociaal Minimum. (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal
minimum. Rapport I. p. 36-38.
Pagina 7 van 50
Invulling van de opgave Thema’s en uitgangspunten De opgave van het sociaal domein luidt dat we het belangrijk vinden dat iedereen mee kan doen in de samenleving en naar vermogen bij kan dragen aan onze gemeenschap. De vervolgvraag is: hoe zorgen we daarvoor? Gezien de opgave en de centrale waarden ligt de focus van het nieuwe minimabeleid op de volgende vier thema’s: 1. Mensen in kwetsbare situaties 2. Naar sociale participatie en meedoen (op school) 3. Zelf doen en eigen regie 4.
Maatschappelijke kracht verstevigen
Op deze thema’s hebben we enkele uitgangspunten geformuleerd: 1.
Mensen in kwetsbare situaties: Regelingen/beleid moet specifiek gericht zijn op inwoners in kwetsbare situaties, we blijven dus ook onverminderd inzetten op ondersteuning van kinderen gezien de gevolgen van armoede en uitsluiting voor hun ontwikkeling en toekomst.
2.
Naar sociale participatie en meedoen (op school): Regelingen zijn gericht op het kunnen participeren in de samenleving. Belangrijk daarbij is dat de aangeboden voorzieningen aansluiten bij de behoefte en daadwerkelijk inwoners in staat stellen om mee te doen.
3.
Zelf doen en eigen regie: Het systeem van de regelingen en het aanvraagproces moeten eenvoudiger en toegankelijker zodat inwoners er (zoveel mogelijk) op eigen kracht en in eigen regie gebruik van kunnen maken. De dienstverlening is integraal en in staat tot het organiseren van maatwerk. De gemeentelijke uitvoering moet hiervoor voldoende worden toegerust.
4.
Maatschappelijke kracht verstevigen: De maatschappelijke kracht in de gemeente wordt aangewend en versterkt voor de ondersteuning van inwoners met een minimum inkomen. De gemeente faciliteert en stimuleert de maatschappelijke kracht.
Vanaf 2026 wordt de financiële positie van de gemeente slechter (Ravijnjaar). De gemeente staat hiermee voor keuzes. Meer financiële middelen toekennen gaat ten koste van andere doelen van de gemeente en kan (daarmee) leiden tot minder draagvlak. Ook moet in het oog gehouden worden dat dit niet leidt tot meer landelijke verschillen tussen hulp vanuit gemeenten. Dit brengt ons tot de volgende financiële uitgangspunten. Het financiële uitgangspunt is hierbij: 5.
Gemeentelijke verantwoordelijkheid pakken: Het Rijk is verantwoordelijk voor voldoende bestaanszekerheid. De gemeente is verantwoordelijk voor het bieden van extra ondersteuning door maatwerk en sociale participatie, aansluitend op de lokale situatie en gemeenschap. De gemeente is niet aan zet en financieel niet in staat om de tekorten op het bestaansminimum aan te vullen. De gemeente zou daarmee bovendien aan inkomenspolitiek doen.
Pagina 8 van 50
6.
Budgetneutrale inzet: Het streven is om binnen de bestaande budgetten van de bijzondere bijstand en de minimaregelingen te blijven. Het open einde karakter van de regelingen brengen wel financiële risico’s met zich mee.
Uitwerking van thema’s en uitgangspunten Bij het uitwerken van deze thema’s en uitgangspunten hebben we gebruikgemaakt van het evaluatierapport van het huidige beleid en gesprekken met stakeholders die goed zicht hebben op wat er speelt onder inwoners. In het evaluatierapport van het huidige beleid zijn de volgende rapporten en onderzoeken samengebracht: ●
Armoedemonitor: bestaande uit een dashboard en een Duidingsrapportage Dashboard minima gemeente Wassenaar, meting over 2022, KWIZ, november 2023
●
Evaluatie klantbeleving minimabeleid, Regioplan, september 2023
●
Minimabeleid in Wassenaar, Voorschoten, Leidschendam-Voorburg en Oegstgeest, Eindrapport Rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam- Voorburg, april 2023
●
Input van het Sociaal Service Punt en Woej in Leidschendam-Voorburg over het aanvraagproces
●
Input van maatschappelijke organisaties over de regelingen en het aanvraagproces
Deze evaluatie geeft een beeld en kenmerken van de huishoudens met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum, het gebruik van de regelingen en de ervaren dienstverlening. De gehele evaluatie is meegestuurd met deze raadsinformatiebrief. In bijlage A is een overzicht van de huidige beschikbare regelingen te vinden. Thema 1: Mensen in kwetsbare situaties We willen inzetten op doelmatige ondersteuning die eigen regie versterkt. Ondersteuning is gericht op de kwetsbare inwoner, degene die het ook echt nodig heeft. In Wassenaar zijn naar schatting 1.090 huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum (= ca. 9% van het totale aantal huishoudens). Naar schatting groeien ongeveer 665 kinderen op in minimahuishoudens. Kenmerken van minimahuishoudens Opvallend is dat uit de cijfers blijkt dat ongeveer de helft van de minimahuishoudens alleenstaand is en dat ongeveer de helft van de minimahuishoudens een niet-westerse migratieachtergrond heeft. Verder blijkt dat driekwart van de minimahuishoudens langdurig een laag inkomen heeft. Ook bij minamahuishoudens met kinderen valt op dat ongeveer de helft opgroeit in een éénoudergezin en dat 68% een niet westerse migratieachtergrond heeft. Dit sluit aan bij de risicogroepen voor armoede zoals genoemd door de CSM. Focus van de regelingen
Pagina 9 van 50
Het aanbod en de waarde van de regelingen in Wassenaar (zie bijlage B) zijn vooral gericht op huishoudens met kinderen. Kinderen in armoede was dan ook een speerpunt in het lokale minimabeleid van 2019-2022. Ook landelijk gezien is er tot op heden een focus op de ondersteuning van huishoudens met kinderen. Hierdoor hebben zowel lokaal als landelijk gezien huishoudens met kinderen recht op meer regelingen dan huishoudens zonder kinderen, wat betekent dat het bedrag dat zij kunnen ontvangen ook hoger is. Het aanbod voor alleenstaanden is het minst. Het aandeel alleenstaanden onder de minimahuishoudens betreft wel een grote groep, namelijk 49%. De CSM heeft op basis van een aantal minima-effectrapportages de waarde van lokale regelingen berekend (exclusief individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand chronisch zieken) en hieruit een range opgesteld van een onder gemiddelde, gemiddelde en bovengemiddelde gemeente12. Deze range hebben we naast de waarde van de lokale regelingen in Wassenaar gehouden zoals te zien in bijlage C. De gemeente Wassenaar scoort bij de regelingen voor huishoudens (alleenstaand en paar) met twee kinderen als bovengemiddelde gemeente, bij alleenstaanden en paren met één kind als gemiddeld, bij alleenstaanden zonder kinderen, AOW alleenstaanden en AOW-paren als onder gemiddeld/gemiddeld en bij paren zonder kinderen als een onder gemiddelde gemeente.
Uit de toetsing van toereikendheid van de CSM, zoals omschreven in de landelijke onderzoeken en ontwikkelingen, is gebleken dat de tekorten bij huishoudens met kinderen oplopen naarmate er meer kinderen zijn. Deze oplopende tekorten bij meer kinderen in het huishouden steunt de lokale waardeverdeling, waarin de waarde van regelingen voor huishoudens met twee kinderen hoger ligt. Als we de landelijke normberekening hanteren en inkomsten (lokaal en landelijk) afzetten tegen uitgaven (zie bijlage B), zien we echter dat stellen met (en zonder) kinderen nog steeds te maken hebben met grote tekorten. Alleen AOW-gerechtigden (zowel alleenstaand als een stel) en alleenstaanden met kinderen lijken geld over te houden. Uit de lokale evaluatie van Wassenaar blijkt verder dat voor bepaalde groepen inwoners behoefte is aan meer of andere regelingen. Groepen die genoemd worden zijn alleenstaanden en jongeren die overgaan van 18- naar 18+. Bij jongeren die 18 jaar worden verandert er veel en bepaalde regelingen komen te vervallen terwijl het kind nog geen eigen inkomen heeft. Uit het landelijke beeld blijkt dat mensen met een inkomen uit werk ook een belangrijke groep is om mee te nemen. In te zetten richting: ●
De inzet op huishoudens met kinderen blijft van groot belang, het wordt aanbevolen deze inzet voort te zetten. Op deze manier kunnen we mee in het landelijke beeld dat kinderen de armoede van ouders overstijgen. Extra aandacht moet er komen voor de groep van 18naar 18+. Belangrijk is dat dit in gesprek met jongeren gebeurt.
●
Meer inzicht krijgen in verdere specifieke doelgroepen, met name alleenstaanden en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond. Bij huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond behoeven statushouders extra aandacht. Naar verwachting
12 Commissie Sociaal Minimum. (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal
minimum. Rapport I, p.85-100
Pagina 10 van 50
betreft de groep die we niet in beeld hebben mensen met een inkomen uit werk, ook deze groep behoeft extra aandacht. Door dit onderzoek kan er een beter beeld ontstaan van wie de regelingen het meest nodig hebben en kan beter op hun behoefte worden ingespeeld. ●
Wat betreft de grote groep langdurige minimahuishoudens, erkennen we dat er inwoners zijn die meer of andere dingen nodig hebben. Hiermee houden we rekening met een realistisch mensbeeld. Sommige inwoners zijn zonder specifieke hulp en/of begeleiding niet in staat om de regelingen te bereiken of er effectief gebruik van te maken. Voor sommige inwoners sluiten de regelingen wellicht niet goed aan. En sommige inwoners zullen misschien blijvend extra ondersteuning nodig hebben. Onderzoek is nodig om de juiste interventies te ontwikkelen voor de groep langdurige minimahuishoudens en daarbij ook gebruik te maken van de maatschappelijke kracht (zoals uitgewerkt in thema 4).
●
Voor zover het de gemeentelijke dienstverlening betreft, houden we rekening met de armoedeval. De armoedeval is het fenomeen dat ontvangers van een uitkering die aan het werk gaan, financieel niet beter af zijn maar er op achteruit gaan. Het betreft bijstandsgerechtigden die net iets meer (kunnen) verdienen dan het bijstandsniveau. Het voorkomen van de armoedeval betekent tevens dat met inwoners wordt meegedacht over situaties die consequenties hebben op hun inkomen.
Thema 2: Naar sociale participatie en meedoen (op school) Veel mensen met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum participeren in de samenleving en leveren een bijdrage aan de gemeenschap, maar dit lukt niet iedereen. Voor de inwoners die dit niet kunnen, geeft de gemeente inwoners een duwtje in de rug om te kunnen participeren. De minimaregelingen creëren ruimte voor inwoners om mee te doen, naar de toekomst te kunnen kijken en een bijdrage te kunnen leveren aan de gemeenschap. Het gaat hierbij niet alleen om wat inwoners zouden kunnen krijgen (welke regelingen beschikbaar zijn), maar ook om wat inwoners willen (wat inwoners zelf nodig vinden). Dit betekent dat aangesloten moet worden bij de behoefte en noodzaak die inwoners ervaren. Ervaren belang van regelingen In het recente lokale evaluatierapport komt naar voren dat inwoners die gebruikmaken van de regelingen deze belangrijk voor hen vinden. Dit werd door de stakeholders bevestigd. Het geeft zowel volwassenen als kinderen de mogelijkheid mee te kunnen doen en deel te nemen aan leuke dingen zoals sport en cultuuractiviteiten. Regelingen voor kinderen worden gewaardeerd, zo ook de individuele inkomenstoeslag. Dit ervaren belang van de regelingen is in lijn met de landelijke bevindingen zoals omschreven door de CSM; minimaregelingen zijn nodig en er is behoefte aan.
Ondanks deze waardering voor de regelingen wordt de behoefte uitgesproken voor veranderingen in de regelingen of toevoeging van nieuwe regelingen. Zo benoemden stakeholders behoefte te hebben aan een computerregeling voor volwassenen en ondersteuning bij overblijfkosten voor kinderen. Er wordt met de huidige regelingen dus nog niet volledig aangesloten op de behoefte van inwoners. Gebruik en bereik Pagina 11 van 50
In het evaluatierapport wordt gesproken over gebruik een bereik van minimaregelingen. Dat zijn twee begrippen. Met gebruik wordt het aantal huishoudens (of kinderen) bedoeld dat daadwerkelijk gebruikmaakt van een regeling. Met bereik wordt bedoeld het percentage van de geschatte minima die recht hebben op de regeling en hier ook daadwerkelijk gebruik van maken. Omdat we alleen de groep minima die de gemeente in beeld heeft kennen, heeft KWIZ via een model een inschatting gemaakt van de totale groep minima die waarschijnlijk recht heeft op een regeling. Het bereik is dus altijd een procentuele inschatting. Uit de evaluatie blijkt dat het gebruik en bereik van de regeling ongeveer gelijk is gebleken. Alleen bij de collectieve zorgverzekering is sprake van een daling. Dit lijkt samen te hangen met de overgang van keuze tussen 2 aanbieders naar 1 vaste aanbieder. Alhoewel het gebruik nagenoeg gelijk lijkt, wordt wel aangegeven dat de bekendheid, vindbaarheid en de toegankelijkheid van de regelingen beter kan. Onbekendheid met de regelingen, complexiteit van de regelingen, instantieangst en onbekendheid met de weg naar gemeente of maatschappelijk organisaties maken dat het gebruik tijdens de huidige periode niet is toegenomen. Terwijl de regelingen wel heel belangrijk zijn.
Overzicht 2 biedt een schematisch overzicht van het gebruik en bereik van de verschillende regelingen in Wassenaar en in vergelijking met andere gemeenten tot 50.000 inwoners.
Pagina 12 van 50
Overzicht 2: Regelingen, gebruik en bereik gemeente Wassenaar in 2022 Type
Inkomen
Gebruik
Bereik
Bereik
Bereik Wass-
huishoudens
Wass
vergelijking
vergelijking
27
-
-
-
Internetregeling
54
18%
-
-
Schoolkosten
85
28%
50-55%
Lager
Algemeen
135
16%
25-30%
Lager
Chronisch zieken/
62
-
-
-
-
-
-
-
286
22%
30-35%
Lager
259
20%
35-40%
Lager
209
54%
40-45%
Hoger
-
-
-
-
Computerregeling
Kindpakket
Regeling
< 130%
* Tabletregeling*
PO&VO Bijzondere bijstand
< 110%
gehandicapten AOWgerechtigden Overige
< 130%
Maatschappelijke participatie
regelingen < 130%
Gemeentepolis Collectieve Verzekering
< 110%
Individuele Inkomenstoeslag
< 100%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen**
* Het gebruik van de tabletregeling is gemeten in aantal kinderen dat er gebruik van maakt i.p.v. huishoudens. Daarbij kan het gebruik van de tabletregeling en computerregeling vertekend zijn omdat deze eens per vijf jaar aangevraagd kunnen worden i.p.v. elk jaar. ** Kwijtschelding is niet in de cijfers van gebruik en bereik meegenomen.
Tevens zijn er ook de nodige huishoudens die niet of niet volledig gebruik maken van de regelingen waar zij recht op hebben/voor in aanmerking komen. Zo maken er 53 van de minimahuishuidens die in beeld zijn van geen enkele regeling gebruik (ruim 11%). Van de minimahuishoudens met kinderen die in beeld zijn maakt 36% helemaal geen gebruik van de kindregelingen. Laag tot geen gebruik en bereik geeft aan dat inwoners nog niet (volledig) in staat gesteld worden om grip te krijgen op de eigen situatie. Hier is niet duidelijk één reden voor aan te wijzen, het is aan te nemen dat het door een combinatie van deze zaken komt. Uit de evaluatie blijken mogelijke oorzaken: Pagina 13 van 50
●
Een mismatch tussen het beschikbare aanbod en de behoeften;
●
Een te complex systeem van regelingen en het aanvraagproces (zie thema 3);
●
Problemen met toegankelijkheid en dienstverlening (zie thema 3).
In te zetten richting: ●
Er is waardering voor de bestaande voorzieningen. Ze dragen bij aan autonomie en bieden hoop. Waar voorzieningen effectief bijdragen aan sociale participatie zullen we deze handhaven en verbeteren waar we kansen daartoe zien.
●
Onderzoeken of bedragen voor specifieke goederen nog passen bij het huidige prijspeil (in verband met de inflatie).
●
Onderzoek doen naar de aansluiting van aanbod op de behoefte en noodzaak die inwoners ervaren en wat echt helpt. Dit zullen we toetsen of het bijdraagt aan mee kunnen doen.
●
Ook zijn er nog welzijnsgesprekken gaande bij inwoners van Leidschendam-Voorburg die meer inzicht zullen geven in deze vraag.
●
Gebruik maken van de kennis en input van de stakeholders en van inwoners die dichtbij de inwoners staan met een minimuminkomen.
Thema 3: Zelf doen en eigen regie In plaats van de zorg over te nemen (zorgen voor), werken we toe naar onafhankelijkheid van de inwoner. De gemeente kan hierin ondersteunen door de ruimte en mogelijkheden te bieden aan inwoners om grip te krijgen en zelf regie te nemen. Uit de evaluatie blijkt dat de vormgeving van het systeem en de geboden dienstverlening en toegang op dit moment deze ruimte beperken. Systeem van regelingen en aanvraagproces Uit de evaluatie blijkt dat het systeem erg complex is. Zo overlappen sommige regelingen elkaar (bijvoorbeeld binnen de kindregelingen), moeten er veel stukken aangeleverd worden en zijn documenten erg ingewikkeld. Ook is het lastig om de regelingen te begrijpen en te weten waar je aan toe bent. Stakeholders hebben de behoefte uitgesproken aan meer eenduidigheid in de inkomensgrenzen. Verschillen in grenzen maken het extra ingewikkeld om de regelingen tee begrijpen en tee weten waar je aan toe bent. Ook wordt door de stakeholders gevraagd of de individuele bijzondere bijstand ruimer kan worden toegepast. Tot slot wordt door stakeholders opgemerkt dat het reizen naar Leidschendam-Voorburg belastend en kostbaar is voor inwoners van Wassenaar. Dienstverlening en toegang Zoals het evaluatie rapport stelt is er in de afgelopen jaren veel inzet gevraagd op landelijke crises.
Dit is, ondanks de inzet van extra consulenten, zichtbaar binnen de reguliere dienstverlening en daarmee ook voor de bereikbaarheid en het leveren van maatwerk. In het afgelopen jaar zijn wel stappen ondernomen om de dienstverlening en toegang te verbeteren. Brieven en formulieren zijn omgezet naar B1 niveau en er is een onderzoek gestart naar geautomatiseerde reminders. Gelijktijdig met het te vormen minimabeleid wordt er aan de website gewerkt om deze overzichtelijker te maken en de regelingen beter vindbaar te maken. Inwoners hebben de behoefte uitgesproken voor verbeteringen van de dienstverlening en de toegang. In de dienstverlening Pagina 14 van 50
wordt bijvoorbeeld gevraagd om meer oog voor de persoonlijke situatie te hebben en een bredere blik te hebben bij de uitvraag. Wat betreft de toegang blijkt dat regelingen niet goed zichtbaar en vindbaar zijn of moeilijk te begrijpen zijn. Deze behoeften sluiten aan bij de landelijke ontwikkelingen rondom de herziening van de Participatiewet. Verder is er behoefte aan een consulent op locatie in Wassenaar op vaste momenten, dit maakt de dienstverlening toegankelijker. In de commissie Mens en Maatschappij van 11 december 2023 is door het college van B&W toegezegd om de mogelijkheid hiervan te onderzoeken. In te zetten richting: ●
Vereenvoudiging van het systeem van regelingen en het aanvraagproces met aandacht voor wat systeemtechnisch mogelijk is. Denk hierbij aan de mogelijkheid tot bundeling van regelingen, onderzoek naar vermindering van bewijsstukken en onderzoek naar de mogelijkheden voor ambtshalve toekenning. Dit moet helpen voor inwoners om zelf regie te pakken.
●
Beleid moet meebewegen met maatschappelijke ontwikkelingen zoals crises, het beleid moet adaptief zijn.
●
Voor uitzonderingssituaties en individueel maatwerk de bijzondere bijstand beter benutten.
●
Onderzoek of de inkomensgrenzen gelijk getrokken kunnen worden en/of verhoogd voor specifieke regelingen in verband met ongewenste effecten. Ook zal de mogelijkheid van een glijdende schaal onderzocht worden zodat er een minder abrupte inkomensgrens is.
●
Binnen de gemeentelijke dienstverlening en het toegangsproces zijn al enkele stappen ondernomen ter verbetering, dit zetten we voort. Op dit gebied zijn nog een aantal relatief simpele verbeteringen mogelijk zoals inzet op actieve communicatie en in deze communicatie rekening houden met laaggeletterden en anderstaligen.
●
Met een brede blik kijken naar ondersteuningsvragen. In contacten van inwoners met de "gemeentelijke toegang" in het sociaal domein (naast werk en inkomen, bijvoorbeeld ook bij de WMO en Jeugd) kan meer aandacht besteed worden aan verschillende vormen van financiële ondersteuning, zowel op lokaal niveau als via landelijke mogelijkheden.
●
Aanwezigheid van een consulent in de gemeente Wassenaar op een vast moment
●
Regelingen op eigen website in plaats van link naar de website van LeidschendamVoorburg.
Thema 4: Maatschappelijke kracht verstevigen Vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en maatschappelijke en particuliere initiatieven zijn van groot belang om de inwoners in kwetsbare situaties te versterken. Dit noemen we ook wel de maatschappelijke kracht van de gemeenschap. Deze partijen zijn nabij de inwoners en kunnen inspelen op specifieke situaties. Inzet op de maatschappelijke kracht is nodig vanwege drie
Pagina 15 van 50
hoofdredenen13. Ten eerste stimuleert het ontmoeting en meedoen. Ten tweede helpt het bij signaleren van problemen waardoor makkelijker hulp geboden kan worden of doorverwezen kan worden. Ten derde kan het de kosten voor de gemeente temperen omdat het maatschappelijk veld al mensen opvangt en versterkt. Deze maatschappelijke kracht is op twee niveaus te verstevigen. Het eerste is het gemeenschappelijk niveau. Het gemeenschappelijke niveau gaat over ontmoeting via bijvoorbeeld verenigingen en wonen in dezelfde straat. De kracht van dit niveau komt vooral uit de gemeenschap maar kan wel door de gemeente gefaciliteerd (met middelen, ruimte en/of kennis) en gestimuleerd (met waardering en bewustzijn) worden. Daarnaast hebben we het niveau waarin de instituties actief zijn die in direct opdrachtgeverschap van de gemeente (via subsidies) taken uitvoeren. Dit gaat over algemeen toegankelijke voorzieningen. Denk hierbij aan algemeen maatschappelijk werk en jongerenwerk. Deze instituties kunnen ook de partijen op het gemeenschappelijke niveau versterken. De gemeente zorgt voor een dekkend aanbod en kan hierin sturen. De evaluatie onderschrijft het idee dat maatschappelijke organisaties en vrijwilligers belangrijk zijn om tot passende ondersteuning te komen, de geïnterviewde inwoners zijn hier heel tevreden over.
Dit biedt aanknopingspunten voor de verbetering en versterking van dienstverlening en toegang in het nieuwe beleid via het maatschappelijk veld. In de gesprekken met stakeholders werd de behoefte uitgesproken aan verbeterde samenwerking tussen maatschappelijk organisaties en de gemeente. In deze samenwerking zien de stakeholders graag korte lijntjes en de mogelijkheid om de gemeente te bereiken voor vragen en professionele hulp. De gemeente brengt overzicht in het maatschappelijk veld en weet partijen met elkaar te verbinden. In te zetten richting: ●
Samenwerking tussen partners en gemeente intensiveren. In gezamenlijkheid is maatwerk beter te realiseren en hulp te bieden aan degenen die het echt nodig hebben. Dit draagt ook bij aan solidariteit en houdbaarheid.
●
Faciliteren en stimuleren van de gemeenschappelijke kracht door bijvoorbeeld vrijwilligers te ondersteunen en rolmodellen in te zetten.
●
Instituties en organisaties bereikbaar maken, bijvoorbeeld door actief te communiceren over voorzieningen.
●
Gericht opdracht geven aan maatschappelijke instituties en organisaties, bijvoorbeeld door het verstrekken van subsidies.
13
A. Brit, M. Kwakernaak, et al. (2022). Leren, sturen en verantwoorden in de sociale basis, p.6, Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
Pagina 16 van 50
Financiën Het budget van de gemeente Wassenaar is in 2024 constant gebleven namelijk ongeveer € 1.032.284. Naar verwachting wordt het totale budget voor minimaregelingen voor 2023 benut. De realisatie en uitsplitsing van de uitgaven over de regelingen is nu nog niet bekend. Bij het beleidsplan zal dit wel inzichtelijk zijn. Met bovenstaande uiteengezette richting wordt ingezet op voortzetting en verbetering van het huidige beleid, het systeem en de dienstverlening. De verwachting is dat het gebruik van regelingen toeneemt vanwege deze verbeteringen. Dit heeft uiteraard gevolgen voor het budget. Met de huidige systematiek van de regelingen is er sprake van een zogenaamde “open einde regeling”. Wie aanvraagt en recht heeft, dient de regeling ook te krijgen en kan niet afgewezen worden omdat er geen budget meer is. Bij vraag om meer maatwerk en persoonlijke aandacht, ook de ambitie in de herziening van de Participatiewet, zal meer tijd per inwoner gevraagd worden van de uitvoering. Een deel van de oplossing om deze extra druk op te vangen zit in de versimpeling van de systemen van regelingen en het aanvraagproces. Hierdoor gaat minder tijd verloren aan administratieve zaken en kan meer tijd besteed worden aan de inwoner. Het is echter nog de vraag of deze oplossing voldoende ruimte biedt om de extra vraag aan de uitvoering op te vangen.
Op voorhand kan dus niet gesteld worden dat deze ambitie van meer maatwerk en persoonlijke aandacht voor de inwoner, neutraal kan wat betreft uitvoeringscapaciteit. In te zetten richting: ●
Het Rijk is verantwoordelijk voor voldoende bestaanszekerheid en de gemeente ondersteunt inwoners op sociale participatie, meedoen in de samenleving en meedoen op school.
●
Het streven is om het minimabeleid budgetneutraal te herzien. Er zit beperkte ruimte in de huidige begroting om het beleid te verbeteren vanwege niet gebruik binnen het beschikbare budget.
●
Overige ruimte zal gezocht moeten worden in anders inrichten van huidige regelingen. Dit betreft een herverdeling van middelen.
●
Streven is om door te gaan binnen de huidige capaciteit in de uitvoering.
Pagina 17 van 50
Op weg naar het beleidsplan minimabeleid 2024 en verder Met deze vier thema’s gaat het college op weg naar een mensgerichte dienstverlening waarbij succesvolle regelingen worden ingezet om mensen een duwtje in de rug te geven richting maatschappelijke participatie. We zorgen dat inwoners zelf, of met hulp van de maatschappelijke kracht, grip kunnen krijgen op hun situatie en naar vermogen een bijdrage kunnen leveren aan de gemeenschap. In onderstaande tabel staan de uitgangspunten en gegeven richtingen per thema samengevat. Overzicht 3: Samenvatting uitgangspunten en in te zetten richting Thema 1: Mensen in een kwetsbare situatie Uitgangspunt: Regelingen/beleid moet specifiek gericht zijn
Richting: ●
op inwoners in kwetsbare situaties, we blijven dus ook onverminderd inzetten op ondersteuning van kinderen gezien de
Inzet op kinderen voortzetten. Extra op 18-/18+.
●
Verdiepend onderzoek doen naar verdere specifieke doelgroepen (
gevolgen van armoede en uitsluiting voor hun
alleenstaanden, niet-westerse
ontwikkeling en toekomst.
migratieachtergrond, statushouders, inkomen uit werk). ●
Onderzoek naar langdurige minimahuishoudens.
Thema 2: Naar sociale participatie en meedoen (op school) Uitgangspunt: Regelingen zijn gericht op het kunnen
Richting: ●
participeren in de samenleving. Belangrijk daarbij is dat de aangeboden voorzieningen aansluiten bij de behoefte en daadwerkelijk
Ga uit van het bestaande en verbeteren waar nodig.
●
Onderzoek bedragen voor specifieke goederen t.o.v. het huidige prijspeil.
inwoners in staat stellen om mee te doen. ●
Onderzoek aanbod - behoefte match.
●
Gebruik input van welzijnsgesprekkendie met bijstandsgerechtigden in Leidschendam-Voorburg zijn gevoerd.
●
Pagina 18 van 50
Gebruik de kennis van inwoners.
Thema 3: Zelf doen en eigen regie Uitgangspunt:
Richting:
Het systeem van de regelingen en het
●
aanvraagproces moeten eenvoudiger en
Vereenvoudiging van het systeem van regelingen en het aanvraagproces.
toegankelijker zodat inwoners er (zoveel
●
Het beleid moet adaptief zijn.
gebruik van kunnen maken. De dienstverlening
●
Benut bijzondere bijstand beter.
is integraal en in staat tot het organiseren van
●
Onderzoek inkomensgrenzen.
●
Zet verbetering binnen de
mogelijk) op eigen kracht en in eigen regie
maatwerk. De gemeentelijke uitvoering moet hiervoor voldoende worden toegerust.
gemeentelijke dienstverlening en het toegangsproces voort. ●
Kijk met een brede blik naar ondersteuningsvragen.
●
Consulent lokaal aanwezig
●
Regelingen op eigen website
Thema 4: Maatschappelijke kracht versterken Uitgangspunt: De maatschappelijke kracht in de gemeente
Richting: ●
wordt aangewend en versterkt voor de ondersteuning van inwoners met een minimum inkomen. De gemeente faciliteert en stimuleert
Samenwerking tussen partners en gemeente intensiveren.
●
Faciliteer en stimuleer de gemeenschappelijke kracht.
de maatschappelijke kracht. ●
Instituties en organisaties bereikbaar maken.
●
Gericht opdracht geven aan maatschappelijke instituties en organisaties.
Financiën Uitgangspunten: 1.
Het Rijk is verantwoordelijk voor voldoende bestaanszekerheid. De
Pagina 19 van 50
Richting:
gemeente is verantwoordelijk voor het
●
Ondersteun inwoners op sociale
bieden van extra ondersteuning door
participatie, meedoen in de
maatwerk en sociale participatie,
samenleving en meedoen op school.
aansluitend op de lokale situatie en gemeenschap. De gemeente is niet
●
ruimte vanwege niet gebruik.
aan zet en financieel niet in staat om de tekorten op het bestaansminimum
●
Herverdeling door anders inrichten van regelingen.
aan te vullen. De gemeente zou daarmee aan inkomenspolitiek doen.
Budgetneutrale herziening: beperkte
●
Streven om door te gaan binnen de huidige capaciteit in de uitvoering.
2.
Het streven is om binnen de bestaande budgetten van de bijzondere bijstand en de minimaregelingen te blijven. Inzet op meer maatwerk en toename in het gebruik door specifieke acties kan, gezien het open einde van de regelingen, echter leiden tot een overschrijding.
Het college zal in de komende periode doorgaan met onderzoeken en analyseren. De koers en de bijbehorende financiën zullen uitgewerkt worden en na de zomer zal het nieuwe minimabeleid vastgesteld worden door het college. De raad zal hierover via een raadsinformatiebrief geïnformeerd worden.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
drs. K.D. Handstede,
drs. L.A. de Lange,
gemeentesecretaris
burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Pagina 20 van 50
Bijlage A overzicht van minimaregelingen en bijzondere bijstand in Wassenaar
Type
Inkomen
Kindpakket
Regeling
Toelichting
Computerregeling
1x per 5 jaar maximaal € 540,- per huishouden bij kinderen groep 7/8, VO, MBO tot 18 jaar. €20,- per maand per huishouden bij kinderen groep 7/8, VO, MBO tot 18 jaar. 1x per 5 jaar jaar maximaal € 310,per kind op VO of MBO tot 18 jaar €238,- per jaar bij inkomen tot 110%, €119,- per jaar bij inkomen 110-130% €500,- per jaar bij inkomen tot 110% €250,- per jaar bij inkomen 110-130% Bijzondere, noodzakelijke kosten zoals verhuizing, kosten voor een bewindvoerder of eigen bijdrage rechtshulp. €150,- per jaar
< 130% Internetregeling Tabletregeling Schoolkosten PO Schoolkosten VO Bijzondere bijstand
Algemeen < 110% Chronisch zieken/gehandicapten AOW-gerechtigden Witgoedregeling AOW
Overige regelingen
Maatschappelijke participatie
< 130%
Gemeentepolis Collectieve Verzekering Individuele Inkomenstoeslag
jaarlijks
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
ter hoogte van het bedrag voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing
< 100%
Pagina 21 van 50
Als lening of als gift
€151,- per jaar per persoon Bij langdurig laag inkomen (3 jaar) €760,- per drie jaar. €205,- per jaar per volwassene en kind tot 18 bij inkomen tot 110% €102,50 per jaar per kind tot 18 bij inkomen 110-130%
< 130%
< 110%
Opmerking
Bij langdurig laag inkomen (3 jaar), leeftijd tussen 21 en pensioengerechtigd. Alleenstaande, alleenstaande met kinderen tot 12 jr, gehuwden of samenwonend met kinderen tot 12 jr €450,- per jaar. Alleenstaanden en gehuwden met kinderen van 12 jr en ouder, gehuwden of samenwonenden zonder kinderen €600,- per jaar. Norm vastgesteld door VNG
Bijlage B waarde van regelingen bij verschillende huishoudsamenstellingen in Wassenaar Berekend voor huishoudens met een inkomen tot 100% van het sociaal minimum. Hierbij is uitgegaan van de situatie dat een inwoner aanspraak maakt op alle regelingen waar de inwoner recht op heeft. Figuur 2: regelingen aanbod en waarde van regelingen bij verschillende huishoudsamenstellingen Kosten per jaar
Alleenstaand 0
Minimaregeling*
Paar
1 kind 8
kinderen jaar
AOW, 0 kinderen
2 k 8/13
0
1 kind 8
2 k 8/13
Alleenstaa
jaar
kinderen
jaar
jaar
nd
Paar
Schoolkosten PO&VO
€ 0,00
€ 238,00
€ 738,00
€ 0,00
€ 238,00
€ 738,00
€ 0,00
€ 0,00
Computer
€ 0,00
€ 108,00
€ 108,00
€ 0,00
€ 108,00
€ 108,00
€ 0,00
€ 0,00
Tablet
€ 0,00
€ 0,00
€ 310,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 310,00
€ 0,00
€ 0,00
Internet
€ 0,00
€ 0,00
€ 240,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 240,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 205,00
€ 410,00
€ 615,00
€ 410,00
€ 615,00
€ 820,00
€ 141,00
€ 282,00
gem. belastingen
€ 534,36
€ 601,08
€ 601,08
€ 534,36
€ 601,08
€ 601,08
€ 534,36
€ 601,08
Gemeente Polis
€ 248,04
€ 248,04
€ 248,04
€ 496,08
€ 496,08
€ 496,08
€ 248,04
€ 496,08
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 151,00
€ 302,00
€
€
€
€
€
€
€
Maatschappelijke participatie Kwijtscheldingen
AOW-gerechtigden
Totaal per jaar
€ 987,40
1.605,12
2.860,12
1.440,44
2.058,16
3.313,16
1.074,40
1.681,16
Totaal per maand
€ 82,28
€ 133,76
€ 238,34
€ 120,04
€ 171,51
€ 276,10
€ 89,53
€ 140,10
landelijke
€
€
€
€
€
€
€
€
regelingen
1.568,00
2.117,00
2.369,00
2.224,00
2.444,00
2.695,00
1.793,00
2.432,00
€
€
€
€
€
€
€
€
Totaal per maand inkomsten
Totaal per maand inkomsten
1.650,28 2.250,76 2.607,34 2.344,04 2.615,51 2.971,10 1.882,53 2.572,10
Totaal per maand uitgavennorm
€
€
€
€
€
€
€
€
1.731,00 2.156,00 2.562,00 2.525,00 2.792,00 3.176,00 1.748,00 2.495,00
Totaal per maand over
-€ 80,72
€ 94,76
€ 45,34 -€ 180,96 -€ 176,49 -€ 204,90
€ 134,53
* M.u.v. de individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand chronisch zieken en witgoedregeling voor AOW-gerechtigden. Bedragen kunnen hierdoor hoger uitvallen. N.B. De precieze bedragen voor wat elk huishoudtype per maand overhoudt kunnen anders liggen aangezien dit is berekend met een gemiddelde uitgavennorm voor Nederland. Lokaal kan deze uitgavennorm anders liggen door bijvoorbeeld andere huurprijzen. Pagina 22 van 50
€ 77,10
Bijlage C range van de waarde van lokale minimaregelingen per huishoudtype in euro’s per maand (exclusief individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand chronisch zieken)
Pagina 23 van 50
Bijlage D Factsheet Bestaanszekerheid 1. Acties overkoepelend Nr.
Activiteit
Toelichting
Betrokken partijen
Status
1.
Toegang tot ondersteuning
Het Sociaal Team Wassenaar biedt één plek voor inwoners voor
Gemeente
Doorlopend
al hun vragen op het terrein van informatie, advies,
Wassenaar,
ondersteuning, hulp en zorg.
Kwadraad, SMOW, St. MEE , School Advies Dienst, Prodeba, Jeugd gezondheidszorg, Gro-up Jongerenwerk
2.
Raadplegen van een sociaal
Cliënten ontvangen juridisch advies en ondersteuning van de
raadsvrouw
sociaal raadsvrouw, die optreedt als bemiddelaar tussen burgers en instanties. Ze richt zich op sociaal-maatschappelijke kwesties zoals huisvestingsproblemen, arbeidsconflicten of sociale voorzieningen, en biedt begeleiding om geschillen op te lossen en sociale rechtvaardigheid te bevorderen. De inzet van de sociaal raadsvrouw draagt zowel bij aan preventie van geldzorgen, maar wordt ook ingezet als er al sprake is van armoede of schulden.
Pagina 24 van 50
Kwadraad
Doorlopend
3.
Het bieden van
Vluchtelingenwerk houdt zich bezig met het bieden van integrale
Vluchtelingenwerk
Vluchtelingenondersteuning
ondersteuning aan mensen die gedwongen zijn hun thuisland te
Wassenaar
Doorlopend
verlaten. De activiteiten omvatten juridisch advies, culturele integratie, taalonderwijs en hulp bij het vinden van huisvesting en werk. Het doel is om vluchtelingen te helpen bij hun integratie in de samenleving, zodat ze een nieuw leven kunnen opbouwen met behoud van hun waardigheid en zelfstandigheid. 4.
Armoederegie,
Armoederegie is de beweging om meer samenhang te creëren
procesregisseur
tussen, SSV (samen schulden voorkomen) en Voorkomen
SMOW
Doorlopend
Dreigende (VDO) ontruimingen en Vroeg eropaf (VEA). De belangrijkste taak is te zorgen dat partijen beter met elkaar samenwerken en dat doelgroepen die het financieel zwaar hebben adequaat worden geholpen. De integrale aanpak krijgt
Gemeente
vorm door overleg met de partijen WIJZ, Kredietbank, GGD, fondsen, woningcorporaties, Kwadraad, gemeente Wassenaar, Belastingdienst en Dienst Toeslagen, UWV en Vluchtelingenwerk en de Voedselbank. De procesregisseur coördineert, structureert, bewaakt en versterkt de samenwerking tussen professionals in het sociaal domein ten aanzien van complexe (gezins-)situaties. 5.
Verbetering van
We gaan actief aan de slag met de verbetering van
Gemeente i.s.m.
Belangrijk
communicatie over
communicatie over geldzorgen, armoede en schulden. We
communicatie
ontwikkelpunt
geldzorgen, armoede en
evalueren en passen al een aantal zaken aan, zoals het
schulden
verduidelijken van de website. Alle correspondentie in het kader van bijzondere bijstand is herzien door een extern bureau, zodat
Pagina 25 van 50
deze voldoet aan het begrijpelijke B1-niveau, dat staat voor eenvoudig Nederlands. 6.
Re-integratie en
Om inwoners vanuit de uitkering te begeleiden naar werk, biedt
Leidschendam-
Participatiebeleid
de gemeente diverse mogelijkheden. Samen met de inwoner
Voorburg, Gemeente
wordt gekeken naar kansen voor werk, leerwerkplekken, of
Wassenaar
participatie-activiteiten zoals vrijwilligerswerk. Bijzondere aandacht gaat uit naar jongeren zonder basisdiploma, inwoners van 55 jaar en ouder, en inwoners met een verblijfsstatus. Daarnaast ondersteunt de gemeente werkgevers door werknemers te begeleiden en loonkostensubsidie te bieden. Het nieuwe re-integratie en participatiebeleid heeft drie kernpijlers: 1. Beperking van (her)instroom, 2. Duurzame
Vrijwilligerscentrale
uitstroom van de re-integratiegroep richting werk of participatie,
Wassenaar
en 3. Doorstroom van de participatiegroep. De coach sociale activering ondersteunt mensen die in de bijstand zitten vanaf categorie 2A (bemiddelbaar binnen 24 -48 maanden)- Participatie. De werk of participatieconsulent verwijst door naar coach als de uitkeringsgerechtigde niet direct bemiddelbaar is naar werk maar wel kan participeren. Participatie is belangrijk om o.a. een gezond dagritme te hebben, werkritme op te doen, netwerk op te bouwen binnen Wassenaar en de Nederlandse taal verbeteren. Het doel is om er voor te zorgen dat mensen zelfredzaam zijn, deel uit maken van de maatschappij en indien mogelijk voor te bereiden op werk.
Pagina 26 van 50
Gemeente
Doorlopend
7.
Versterken dienstverlening
Een deel van de consulenten en kwaliteitsmedewerkers volgen
Gemeente
in Leidschendam-Voorburg
een training om op het B1-niveau te communiceren. De
Leidschendam-
inspanningen beperken zich niet alleen tot brieven, maar
Voorburg
omvatten ook de aanpassing van de gemeentewebsite van Leidschendam-Voorburg, waarvan een deel al is verbeterd. Bovendien lopen er momenteel nog projecten gericht op verbetering en aandacht voor mensen met laaggeletterdheid en is er een training motiverende gesprekstechnieken ingevoerd voor consulenten.
Pagina 27 van 50
In uitvoering
2. Preventie (bevorderen bestaanszekerheid en kansengelijkheid) Nr.
Activiteit
Toelichting
Betrokken partijen
Status
1.
Vergroten financiële
Leskist Kansrijk – doorbreek de cirkel van armoede.
Positive Minds,
Doorlopend
kennis en vaardigheden
Positive Minds ontwikkelde deze leskist voor groep 7 en 8
Bibliotheek, gemeente,
van kinderen en
van de basisschool, gevuld met boeken die het
scholen
jongeren
onderwerp armoede belichten. Het biedt een toegankelijke manier om armoede bespreekbaar te maken in de klas, en draagt bij aan het doorbreken van het taboe. Ook leren kinderen andere werelden kennen en begrip en empathie ontwikkelen voor gezinnen in armoede. De leskist staat in de bibliotheek en is in te zetten op de scholen in Wassenaar.
2.
Vergroten financiële
We onderzoeken concrete manieren om de financiële
SMOW, Gemeente
kennis en vaardigheden
kennis en vaardigheden van volwassenen te versterken,
Wassenaar
van volwassenen
met specifieke aandacht voor ‘grip op je geld’. Momenteel evalueren we bewezen interventies om praktische handvatten te bieden waarmee mensen beter grip krijgen op hun financiën en meer weloverwogen beslissingen kunnen nemen.
Pagina 28 van 50
In onderzoek
3.
Investeren in
We richten ons op het verminderen van laaggeletterdheid
Gemeente
basisvaardigheden: lezen
in overeenstemming met het Regioplan regio Zuid-
Lansingerland,
en schrijven
Holland Centraal 2021-2024 (Wet Educatie
Leidschendam-
Beroepsonderwijs). De aanpak omvat het ontwikkelen
Voorburg, Pijnacker-
van een doorlopende leerlijn tussen (non-)formele en
Nootdorp, Voorschoten,
informele taalpartners binnen de regio. De doelen
Wassenaar,
omvatten het verminderen van laaggeletterdheid in
Zoetermeer,
2024, het centraal stellen van kwaliteit met een passend
Bibliotheek Wassenaar,
aanbod voor iedereen, en het versterken van
Stichting Lezen en
samenwerkingen. Het formele aanbod bestaat uit
Schrijven
taalcursussen die er op zijn gericht om de Nederlandse taal te beheersen op minimaal B1 niveau, wordt beheerd door de regio via een aanbestedingsprocedure. Het informele aanbod wordt rechtstreeks ondersteund door subsidies en wordt uitgevoerd door de bibliotheek in Wassenaar. Het gaat om verschillende initiatieven zoals het Taalhuis, Taalcafé, Taalmaatjes en een leesclub. Ook bij kinderen investeert Wassenaar in de basisvaardigheden. Dit doen we voor jonge kinderen en hun ouders o.a. via voorschoolse educatie (VE), de samenspelgroep en het oudercafé. Door extra inzet op de peuterleeftijd willen we onderwijsachterstanden zo veel mogelijk bestrijden voordat kinderen naar de basisschool gaan. Voorschoolse educatie (VE) wordt georganiseerd op peutergroepen en kinderopvang voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar met een indicatie van de Jeugdgezondheidszorg. Kinderen kunnen alleen een Pagina 29 van 50
Doorlopend
indicatie krijgen als er sprake is van een (mogelijke) taal-, dan wel onderwijsachterstand. Naast het voorschoolse aanbod, heeft de gemeente Wassenaar voor kinderen in de basisschoolleeftijd een taalklas. Kinderen die korter dan 1 jaar in Nederland verblijven, krijgen hier een Nederlands als 2e taal aanbod (NT2) als wel een algemeen onderwijsaanbod met extra begeleiding. Vanuit het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) wordt onderzocht hoe er ook op een andere wijze meer aandacht kan komen voor kansengelijkheid van kinderen tot en met 12 jaar. Kinderen in de middelbare schoolleeftijd die kort in Nederland zijn, worden doorverwezen naar de Internationale Schakelklas (ISK) van het Da Vinci College.
Pagina 30 van 50
4.
Vroegsignalering
SMOW voert het project Vroeg Eropaf uit. Zodra mensen
SMOW, Kwadraad,
schulden
een betalingsachterstand hebben bij de zorgverzekeraar,
Kredietbank Nederland,
energieleverancier of de woningcorporatie krijgt SMOW
gemeente
Doorlopend
een signaal hierover binnen. Hier wordt direct actie ondernomen via huisbezoeken van 4 sociaal werkers, waarvan 2 van SMOW en 2 van Kwadraad (aandachtsgebieden schulden en maatschappelijk werk). Door deze tijdige hulp bij de eerste financiële problemen voorkomen we veel problemen. Bovendien zijn de problemen vaak nog te overzien. SMOW heeft de regie over dit project en coördineert onder andere de huisbezoeken die er in een maand zijn. 5.
Voorkomen dreigende
Maandelijks vindt overleg plaats tussen SMOW, GGD,
SMOW, GGD
ontruimingen
Kwadraad, woningcorporaties en de gemeente. In dit
meldpuntbezorgd,
overleg worden huishouders met een huurachterstand
Kwadraad, corporaties,
besproken en wordt gekeken naar
gemeente
oplossingsmogelijkheden. Hoe eerder de hulpverlening start, hoe beter betalingsproblemen het hoofd kunnen worden geboden.
Pagina 31 van 50
Doorlopend
7.
Week van het Geld –
In 2025 zetten we actief in op een brede en effectieve
Wijzer in geldzaken
lokale deelname aan
deelname aan de Week van het Geld, gericht op kinderen
SMOW
landelijke themaweek
en jongeren. Het doel is om hen te leren omgaan met
Gemeente
geld en financiële bewustwording te bevorderen. We