CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 De Paauw_Prinsessetuin

Commissie Fysieke Leefomgeving Wassenaar 1 december 2021, gemeente wassenaarBij agendapunt: Vaststellen investering en beschikbaar stellen krediet voor de restauratie/ verbouwing van raadhuis De Paauw5.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Buitenplaats De Paauw te Wassenaar Prinsessetuin Notitie herstelplan Utrecht, 22 oktober 2021

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

© NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERMENIGVULDIGD ZONDER (SCHRIFTELIJKE) GOEDKEURING VAN DE OPDRACHTGEVER OF DE AUTEURS

Colofon Datum: 21 oktober 2021 Opdrachtgever:

P. Spiegeler / Werkorganisatie Duivenvoorde

Auteur:

ing. Korneel Aschman (Korneel Aschman Erfgoed-advies) & Ing. Dominique Vermeulen (Wevers & Van Luipen) 2

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

WOORD VOORAF VOOROVERLEG

De kern van de historische buitenplaats De Paauw is eigendom van de gemeente Wassenaar en is als openbaar park toegankelijk. Binnen het park wordt een bijzondere plek ingenomen door de Prinsessetuin, die in het midden van de negentiende eeuw werd aangelegd in opdracht van prins Frederik en prinses Louise. De historische aanleg van deze Pruisische pleasureground is uniek voor Nederland. Door naoorlogse wijzigingen is de erfgoedbeleving grondig veranderd. Hoewel veel verdwenen is, zijn diverse onderdelen zoals beelden en bouwfragmenten op de buitenplaats bewaard gebleven.

Op 7 oktober 2021 heeft op basis van het concept van de voorliggende notitie een vooroverleg plaatsgevonden met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). In het gesprek bleek de RCE in principe positief te staan tegenover het voorgestelde herstelscenario, gezien de zeldzaamheid en internationale allure van de historische tuinaanleg en beschikbaarheid van gegevens over de historische situatie. AANLEIDING

VOORGESCHIEDENIS

In opdracht van Patrick Spiegeler zijn ondergetekenden gevraagd diverse scenario’s voor het herstel van de Prinsessetuin uit te werken teneinde inzicht te verkrijgen in de investeringskosten.

In 2017 is door Korneel Aschman een Visie- en herstelplan voor het historische parkaanleg van buitenplaats De Paauw te Wassenaar opgesteld op basis van een eerder door hem uitgevoerd Tuinhistorisch Onderzoek en Waardestelling. Als onderdeel van dit plan is een streefbeeld gepresenteerd dat vervolgens per deelgebied is uitgewerkt. Hoofdpunten van het parkherstel zijn herstel van de beplanting en massa/ruimte structuur, het duurzaam versterken en behouden van de beschermde cultuurhistorische parkaanleg, en herstel van de parkbeleving door de padenstructuur.

In deze notitie wordt allereerst een beknopt overzicht gegeven van de huidige situatie en de historische ontwikkeling van de Prinsessetuin. Aan hand van tekeningen zijn de ontwikkelingsstadia van de tuin weergegeven. Vervolgens is op basis van archiefonderzoek een analyse gegeven van de historische ontwikkeling, om zo te komen tot een nadere duiding van de historische gelaagdheid. Op basis van veldwerk en opmetingen is vervolgens de ruimtelijke ontwikkeling in detail bekeken. De notitie sluit met een advies met betrekking tot het herstel van de tuin. Dit herstel gaat uit van een eerste stap waarbij een basiskwaliteit wordt gecreeerd van waaruit de erfgoedbeleving van de tuin wordt hersteld. Hierbij wordt de midnegentiende-eeuwse Prinsessetuin als streefbeeld gehanteerd.

Voor het deelgebied “Prinsessetuin” geldt dat onderhoud noodzakelijk is, maar dat verdere uitwerking nog moet plaats vinden. In 2016 is het tempeltje, thans het enige nog uit de negentiende eeuw bewaard gebleven element uit de tuin, gerestaureerd. De hierbij gehanteerde restauratievisie is afgestemd op die van het hoofdhuis, dat in 2018-2021 is gerestaureerd. De Wassenaarse commissie Welstand en Cultureel Erfgoed (WCE) gaf hierbij in hun advies aan de restauratie te zien als “een eerste stap richting het herstel van het ensemble van elementen rond de Prinsessetuin “.

Moge deze notitie bijdragen aan een eerste stap naar het herstel van deze unieke tuinaanleg.

Inmiddels heeft ook een inventarisatie plaatsgevonden van de (fragmenten van) tuinornamenten en sculpturen van de historische buitenplaats De Paauw. In deze notitie, opgesteld door Dominique Vermeulen van Wevers & Van Luipen wordt tevens een hersteladvies gegeven.1

Korneel Aschman & Dominique Vermeulen Utrecht, 22 oktober 2021

1 Buitenplaats De Paauw. Tuinornamenten en sculpturen. Inventarisatie en Herstel, Dominique Vermeulen, Wevers & Van Luipen, Utrecht, oktober 2021 3

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE Bouwfragmenten

Het deelgebied ‘ Prinsessetuin’ bestaat uit een twee onderdelen: het toegangslaantje met zichtlijn en de eigenlijke tuin. Daarnaast zijn elders op de buitenplaats meerdere bouwfragmenten opgeslagen, die uit de tuin afkomstig zijn.

Op de kwekerij aan de andere zijde van het hoofdgebouw zijn tijdens bouwwerkzaamheden meerdere bouwfragmenten gevonden die tot de Prinsessetuin behoren.

Toegangslaantje

Beukenlaan:

Het toegangslaantje loopt vanaf het hoofdhuis naar de noordoostelijke tuinentree. Het met ijsselsteentjes verharde pad ligt door een beukenbosje, waarvan enkele beuken als laanbomen langs het pad staan.

▪ 4 sokkels ▪ 2 zinken beelden ▪ 5 zinken vazen (1 ontbreekt)

Het pad ligt in de as erker van de burgemeesterskamer – tempeltje en vormt daarmee een belangrijke zichtlijn.

Prinsessetuin:

Basisonderdeel van het toegangslaantje zijn de diverse tuinornamenten langs het pad. In de actuele situatie betreft dit: bij de toegang aan de huiszijde twee zandstenen sokkels in de vorm van gecanneleerde zuiltjes. Op de sokkels stonden beelden, die in de huidige situatie ontbreken. (Een beeld ligt al enkele jaren in beschadigde toestand in de kelder, de ander is recentelijk afgenomen na een aanrijding.) Nabij de tuin-entree staan twee grijs geschilderd sokkels op vierkante grondslag met daarop gietijzeren vazen.

▪ Ca. 35 kapitelen van de gemetselde pergola ▪ Fragmenten van de gecanneleerde zandstenen zuilen van zitbanken

Ook op andere plekken in Wassenaar staan bouwfragmenten die tot de negentiende-eeuwse aanleg van de Prinsessetuin behoorde. Nabij de Wittenburg: ▪ Twee gecanneleerde, zandstenen zuilen met achthoekige kapitelen

Technische staat

Prinsessetuin

Het deelgebied Prinsessetuin is nog niet aangepakt naar aanleiding van het herstel van het park. Zowel voor de groene elementen als voor de gebouwde onderdelen (trappen, paden, tuinmuur en tuinornamenten) bestaat een onderhoudsbehoefte. Het tempeltje is reeds gerestaureerd in 2018.

De tuin bestaat uit een rechthoekige, verdiept liggende, open basisvorm, met daarom op parkniveau een brede rand opgaande beplanting. De rechthoek wordt omgeven door een gemetseld ringmuurtje en ligt zo’n 80 cm lager dan het omliggende park. Aan de zuidoostelijke lange zijde en de beide korte zijden zijn trappen aanwezig. Voor het muurtje ligt een borderrand van 2.00 m breed. Daarbinnen bevindt zich een rondlopend pad van ijsselsteentjes. Het middendeel van de tuin bestaat uit een grasveld. Aan de zuidwestelijke korte zijde staat een tempeltje op hardstenen plint met daarin een zandstenen sokkel en gietzinken beeld. De beplantingsrand bestaat uit een gevrieerde beplanting van loofbomen, coniferen en heesters.

Erfgoedbeleving De huidige kent een slechte erfgoedbeleving. Door het contrast tussen het zeer gedetailleerde en rijke tempeltje van Wentzel, en de vertroebelde restanten van de sobere tuinaanleg uit de wederopbouwperiode is een ‘vervreemdende combinatie’ ontstaan. De tuinaanleg contrasteert bovendien sterkt met de vrijwel uitsluitend midnegentiende-eeuwse context van de buitenplaats.

De huidige situatie bestaat uit elementen uit 1855 (Wentzel), 1950 (Otto) en later, veelal in de jaren 1980, toegevoegde beplantingselementen en rolstoeltoegang. De rechthoekige tuinvorm voert terug op het ruimere rechthoekige perceel, dat eind 17e/ begin 18e eeuw is aangelegd.

4

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

BEKNOPTE ONTSTAANSGESCHIEDENIS 1700: één van de twee rechthoekige, omgrachte nutstuinen die aan weerszijden van het nieuwgebouwde hoofdhuis zijn aangelegd door familie Hoeufft.

omhaagde borders en bedden worden ingevuld met eenjarigen en (exotische) kuipplanten. Op de gazons staan buxusbollen in vormsnoei. De verhoogd staande pergola (“veranda” volgens Wentzel) is begroeid met klimplanten. De Prinsessetuin heeft door het jaar heen een wisselend beeld, waarbij de tuin altijd in bloei lijkt te staan. Het parkje tussen huis en tuin is ingericht met 1 recht toegangspad, geflankeerd door beuken, bankjes en tuinvazen. Het pad vormt een zichtas tussen erker-tempeltje en is daarmee een belangrijke visuele verbinding binnen het ensemble.

1822: het Kadastraal Minuutplan toont een deel van de omgrachting. Op het perceel staat een kleine, vierkante schuur. Het perceel is in gebruik als boomgaard. Aan de westzijde is door Pieter Twent de slingerende ‘beek’ gegraven, waardoor het perceel hier rechthoek-vorm heeft verloren. 1840: Aan de oostzijde van de tuin wordt een rechthoekig kindertuintje of ‘speeltuintje’ aangelegd met 3 ‘vakken’.

De Paauw is, met vijf omringende buitenplaatsen, gedurende deze periode in het bezit van prins Frederik en nadien van zijn dochter prinses Marie.

1849: Kostenraming voor het maken van een “alee in de boomgaard” “volgens daarvan gemaakte tekening” (deze is niet aangetroffen) , bestaande uit 20 gemetselde pilasters met houten kapitelen en grenen bovenwerk. Mogelijk betreft dit een pergola-achtig bouwwerk bij de kindertuintje(s)

1860: oudst-bekende fotoserie van de Prinsessetuin. De gedetailleerde, rijk aangeklede tuinaanleg is goed zichtbaar. Interessant op de foto’s het verschil in begroeiing met klimplanten van de verschillende delen van de pergola: is de pergola in delen tot stand gekomen, of is de beplanting gefaseerd aangebracht.

1854: de Landgoedkaart door H. Kros toont het perceel met kindertuintje(s), schuurtje en gracht-deel, er is geen aanduiding van gebruik als boomgaard ingetekend. Het noordelijk deel van het perceel is ingericht als een halfrond plein of grasveld met enkele ovale perken. Tussen de boomgaard en de ‘beek’ staat een dichte beplantingsrand, met één doorkijk-moment. De kindertuintjes zijn dik, rood omrand weergegeven, wat een degelijke afscheiding doet vermoeden. Tussen huis en perceel ligt een parkdeel met slingerpaden en opgaande bomen.

1910: Prinses Marie verkoopt in 1898 de delen bewesten de Zijlwetering en in 1903 de delen beoosten de Rijksstraatweg. Na haar dood in 1910 wordt het resterende buitenplaatsencomplex (De Paauw en Backershagen) in delen verkocht aam projectontwikkelingsmaatschappijen, waar ook Marie’s nazaten Zu Wied aandeel in hebben. 1913: In de Prinsessetuin is door mevrouw Kessler-de Lange een enigszins versoberd beplantingsschema aangebracht. De perken zijn ingevuld met vaste beplanting (vaste planten en heesters) in plaats van eenjarigen. De meer bescheiden collectie kuipplanten wordt uitgestald bij het hoofdhuis en in de Prinsessetuin bij de bouwwerken. De snoeivormen van de buxus worden wel geïntensiveerd: de buxusbollen zijn blijkens de foto’s veranderd in pauw-vormen.

1854: kostenopstelling door H.H.A. Wentzel, totaal f 21.095,24 (in 1857 werd de uitbreiding van het hoofdhuis (vermoedelijk enkel de ruwbouw) aanbesteed voor fl. 22.000,-). 1855: In 1855 gaf Wentzel een voordracht getiteld “Gebäude auf den Gütern des Prinzen Friedrich von Holland” voor de Architektenverein te Berlijn. 1856-1857:In de jaren 1856-1857 publiceerde Wentzel vijf verschillende tuinsieraden in het in Berlijn uitgegeven Architektonische Skizzenbuch.

1924: Het hoofdgebouw wordt eigendom van gemeente Wassenaar. Het park blijft eigendom van dhr. Chabot. In de Chabot-periode is de inrichting van de tuin sterk versoberd: de oranjerie bij het huis is na 1924 geen eigendom meer, waardoor op foto’s uit de periode na 1924 in de Prinsessetuin de kuipplanten ontbreken. In de tuinstructuur worden veel perken opgeheven, waardoor twee vierkante grasvelden met perken langs de randen ontstaan. Foto’s uit circa 1935 tonen deels verwilderde haagjes en snoeivormen. Luchtfoto’s uit 1944 tonen dat dan het middenpad aan het vervagen is tot een (zand)pad tussen twee grasvelden.

Ook in Nederland werd de tuin hoog gewaardeerd. In 1866 schreef H. Witte, hortulanus aan ‘s Rijksacademie te Leiden, dat bloementuinen in Nederland zeldzaam waren, maar dat men ‘een zeer fraai voorbeeld hiervan vindt op het landgoed “de Paauw” van Z.K.H. prins Frederik der Nederlanden. 1855-1910: In deze periode wordt de tuin goed onderhouden. Het verlaagde tuindeel is rijk aangekleed met beplanting in geometrische structuren. De vele

5

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

1938: Het paviljoen in de tuin wordt dichtgetimmerd. Familie Chabot maakt in deze periode, niet ingewilligde, plannen om de Prinsessetuin af splitsen en hier een villa te bouwen, met entree richting de Paauwlaan.

het park op een basisniveau voor onderhoud te krijgen. Om die reden wordt enkel een schetsontwerp gevraagd, dat verder door de afdeling Gemeentewerken wordt uitgewerkt.

1944: Een groot deel van de pijlers van de pergola is omgevallen/omgetrokken. J. De Haan, directeur Gemeentewerken, verzoekt om restauratie bij het Bureau voor Bouwmaterialen. In januari 1944 werd door de directeur van gemeentewerken aan de chef van het Centraal Bureau voor Sloopmaterialen een verzoek om bruikbaar materiaal - hout van 6,5 x 16,5 cm en 5 x 7 cm afkomstig uit gesloopte huizen in het Oostdorp te mogen gebruiken omdat de gemeente de ‘totale ondergang wilde stuiten, en het parkje zoo mogelijk in den ouden luister terug te brengen, die het ten tijde van prins Frederik heeft bezeten’. Het Centraal Bureau voor Sloopmaterialen schreef terug dat materiaalschaarste het voorstel niet toe liet, en adviseerde de restauratie uit te stellen ‘tot na den oorlog, tenzij u op andere wijze aan materialen kunt komen’.

1950: Herinrichtingplan van het park door H. Otto, landschapsarchitect bij de Spoorwegen. Ter plaatse van de Prinsessetuin houdt dit plan een vorm van sanering in, waarbij de bouwvallige elementen worden gesloopt en verwijderd. Wegens te hoge kosten worden de vervallen delen niet hersteld. Toelichting door H. Otto: ‘Wat vroeger in de tuin aanwezig was, zoals pergola en prielen, komt voor reconstructie niet meer in aanmerking. De kosten van herbouw zouden vergeleken bij de betrekkelijk geringe architectonische waarde te hoog worden. Het nog bestaande tempeltje aan de zuidwestzijde dient echter gehandhaafd te blijven en te worden opgeknapt.’ Otto heeft bij de planvorming een zeer sterk vervallen Prinsessetuin aangetroffen. De beplantingsstructuur wordt sterk vereenvoudigd, waarbij de plantvakken in het verlaagde tuindeel geheel in gras worden uitgevoerd. Op het verhoogde deel wordt ter plaatse van pergola een gevarieerde beplanting aangebracht van loofbomen, coniferen en heesters.

J. De Haan in 1944: ‘Thans is men bezig om deze niet eens meer schilderachtige verwaarloozing in haar verderen voortgang te stuiten. Men koestert zelfs de verwachting het een en ander in de nabije toekomst te kunnen opknappen. Er is o.a. al bereikt, dat de beeldengroep, die zich rechts op de foto van de prinselijke beukenlaan bevindt, weer op haar voetstuk is gezet (…)’

1967: Op een luchtfoto is te zien dat enkele randperken weer zijn ingepland. Daarnaast is op het hoger gelegen deel langs de oost- en zuidzijde een wandelpad zichtbaar.

Goed mogelijk is dat familie Chabot de herstelplannen tegenwerkte, omdat zij hier een eigen villa-buiten wilde ontwikkelen.

1985: het grasveld wordt heringericht als rozentuin. Onderhoud door Wassenaarse Volkstuinvereniging. Op gegeven moment wordt ook het beeld van Athena dat zich ooit aan het begin van het toegangslaantje bevond in de tuin geplaatst.

1945-1949: Onderhandelingen met de toenmalige eigenaar N.V. Beleggingsmaatschappij Prudentia te Rotterdam (van onder meer familie Chabot), om de Prinsessetuin te herstellen.

2007: Het beeld van Athena wordt teruggeplaatst op de historische plek aan het begin van het toegangslaantje.

1949: Gemeente Wassenaar koopt de Prinsessetuin met het resterend deel van het park aan de huiszijde van de vijver. Hierdoor komt de kern van de historische buitenplaats in bezit van de Gemeente. ‘Deze aankoop hing zowel samen met de representatieve functie van De Paauw als raadhuis, als met de cultuurhistorische waarden van de bouwkundige elementen.’ (C. Scheffer) Het noordelijk deel van De Paauw was in ontwikkeling als woonwijk, het deel ten westen van de vijver behoorde grotendeels bij villa Ruys. Op advies van prof. ir. Grandpré Molière gaat de gemeente op zoek naar een landschapsarchitect voor de herinrichting van het park. De intentie hierbij is niet een karakteristiek ontwerp te maken, maar

2016-2018: tempeltje gerestaureerd naar verschijningsvorm 1855 2018-2021: huis gerestaureerd naar verschijningsvorm 1859; hoofdstructuur park hersteld

6

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

ONTWIKKELINGSSTADIA Op basis van archiefmateriaal (het bestek uit 1854, presentatietekeningen, historische foto’s van 1860-1913, herstelplan park uit 1950) en veldwerk zijn de ruimtelijke ontwikkelingen gedurende de geschiedenis in tekening weergegeven. In fysieke zin betekent dit dat de hoofdstructuur van de Prinsessetuin (dimensies, padenverloop, bebouwing, beplanting) in hoofdlijnen twee fases heeft gekend:

De tweede fase van 1950 vormt een sterke versobering van de eerdere fase, waarbij het toegangslaantje met de tempel als focuspunt, en de hoofdvorm van de verdiepte tuin nog aanwezig zijn. De afmetingen van de tuin zijn ietwat bijgesteld door deze in breedterichting spiegelsymmetrisch te maken, de omsluitende pergola met grastalud te verwijderen en te vervangen door een keermuurtje, en het middenpad in de tuin te verwijderen. De beplanting in de gehele ‘ondertuin’ verdwijnt. Een berk aan de oostzijde wordt gespaard (daterend uit de Chabotperiode).

De eerste fase is die van 1855. De hoofdas in de tuin wordt bepaald door het tempeltje in het verlengde van het toegangslaantje. De tuin zelf is rechthoekig en verlaagd, en op het hogere deel omgeven door een rondgaande pergola uit gemetselde pijlers met daarvoor een grastalud. De verdiepte tuin kent een rondgaand pad en een middenpad. Op de hoek- en middelpunten van de pergola staan paviljoens, een volière en zitbanken. De lange zijde die grenst aan het voorpark kent een breder perk voor de pergola, waarin de door een gemetseld hekwerk omgeven ‘kindertuinjes’ aanwezig zijn. De perken en middenvelden zijn voorzien van beplante randborders met accenten op de hoeken. Op de middelpunten en voor de bouwwerken worden kuipplanten geplaatst en ingegraven.

▪ Al vrij kort na de aanleg, wordt de zeer sobere aangeklede tuin verrijkt door het beplanten van enkele randperken. In de jaren ‘80 wordt in het gazon in het middenveld een rozentuin aangelegd. Later werden elementen afkomstig uit de tuin teruggeplaatst.

De huidige, gelaagde verschijningsvorm van de tuin is het resultaat van de eerdere perioden. Het karakter van de tuin wordt nog altijd bepaald door de restanten van de aanleg in het midden van de negentiende eeuw. Het strakke, sobere karakter dat bij de ‘sanering’ rond 1950 werd ingezet, is in de afgelopen decennia vertroebeld door de aankleding, terugplaatsing van elementen en restauratieen herstelwerkzaamheden in verschillende fasen.

▪ Na 1910 vind een versobering van de aanleg plaats waarbij minder gebruikt wordt gemaakt van eenjarigen en kuipplanten. De randborders zijn vervangen door eenvoudigere haagjes en de accenten in het midden zijn als pauwen geschoren hagen uitgevoerd.

7

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

1855

Tekening van de situatie in 1855. De rijke tuin wordt gekenmerkt door het beukenlaantje met beelden en vazen op sokkels en zitbanken, de tuin met omlopen pergola, en in het lagere deel randperken met variërende breedte en zeer rijke beplanting. De pergola wordt op knooppunten onderbroken door een tempeltje, paviljoen, middendeel met pauwenhok, kindertuintjes en twee zitbanken. De beplantingsvakken worden tot 1910 van eenjarigen voorzien, daarna treed in de beplanting een vereenvoudiging op.

8

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

1950 1855

Tekening van de situatie in 1950, na sloop van de pergola, het pauwenhok, het paviljoen en beide zitbanken werd het talud afgegraven en werd een nieuwe keermuur gemetseld. Hierbij werd de tuin aan de NW-zijde (hier aan de bovenzijde afgebeeld) verbreed, zodat een spiegelsymmetrische tuin ontstond. .

9

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

2016 1855

Tekening van de situatie rond 2016, nadat de in 1950 sterk versoberde, funcationalistisch herschapen tuin door verschillende initiatieven weer een iets rijkere beleving had gekregen; de randperken werden ingeplant, in het middenveld werd een rozentuin in geometrisch patroon geplant, en diverse onderdelen van het beukenlaantje waren teruggeplaatst.

10

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

ANALYSE ONTWIKKELINGSFASEN 1950

In dit deel wordt per fase de context waarin deze tot stand kwam geschetst, om zo tot een betere duiding van de historische gelaagdheid te komen.

De herinrichting van het park vindt plaats tijdens de Wederopbouw. Het park De Paauw was net door de gemeente Wassenaar aangekocht. Belangrijk is hierbij te beseffen dat de intentie van de herinrichting primair voortkwam op het verkrijgen van redelijke onderhoudsstaat, en niet zo zeer het scheppen van een nieuwe architectonische creatie. Tot 1949 heerste schaarste in bouwmaterialen en werden deze veelal ‘op de bon’ verkregen. Restauratie en reconstructie van de tuin viel in die context niet te verdedigen. Tevens lijkt - niet geheel onbegrijpelijk vlak na de oorlog - sprake te zijn geweest van een anti-Duits sentiment dat in combinatie met de tijdens de Wederopbouw geldende voorkeur voor een functionalistische stijl, heeft geleid tot een lage waardering van de architectonische kwaliteit van de Prinsessetuin van Wentzel en prins Frederik. Het is bijvoorbeeld ook de periode waarin de familie Zu Wied haar belangen in de Wassenaarse projectontwikkelingsorganisaties verliest.

1855 ▪ Context: de tuin kwam tot stand als zeer rijk gestoffeerde, besloten tuin van prins Frederik en prinses Louise, die zich midden in de West-Europese dynastieke wereld bevonden. De tuint vertoont in beplanting en stoffering parallelen met andere siertuinen van de Hohenzollern en aanverwante families. De diverse verwijzingen naar (recente) archeologische vondsten, verwijzingen naar antieke mythologie en de parallelen met voorbeelden elders in Pruisen, waren bekend aan de vorsten en hovelingen die het paleis bezochten. ▪ Het feit dat Wentzel al in 1855 over de tuin een lezing gaf, en in de daaropvolgende jaren in Berlijn publiceerde in het Architektonische Skizzenbuch laat zien dat dit voor hem het architectonische hoogtepunt van werkzaamheden in Nederland was. Tevens laat dit zien dat de bouwwerken tussen de Pruisische architectuur van de Schinkelschule thuishoren.

1967-2016

▪ De tuin was zeer bepalend voor de unieke plantenverzameling van prins Frederik.

De periode na de Wederopbouw wordt gekenmerkt door meerdere initiatieven om een rijkere beleving van de tuin tot stand te brengen:

▪ Prins Frederik was één van de meest vermogende vorsten in West-Europa in het midden van de negentiende eeuw.

▪ Al vrij kort na de herinrichting, wanneer meer middelen beschikbaar zijn, worden diverse inspanningen verricht om de sober ingerichte tuin rijker te beplanten. Zo worden de randperken ingeplant. Ook de aanleg van de rozentuin kan worden gezien als het herstel van een rijkere beleving.

▪ De tuin is aangelegd als focuspunt van een zichtlijn vanuit werkkamer prins Frederik. Cruciale verbinding met interieur. ▪ Negentiende-eeuwse parterretuin die door Wentzel – mogelijk met medewerking van Petzold – verdiept is aangelegd.

▪ Recenter worden door inspanningen van de stichting Ad Gloriam Pavonis de beelden aan het begin van het toegangslaantje teruggeplaatst.

1913

▪ In 2018 werd het tempeltje gerestaureerd waarbij het weer de midnegentiende-eeuwse uitstraling krijgt, in samenhang met de restauratie van het hoofdhuis.

▪ De versoberingen vinden in toenemende mate plaats in een periode dat De Paauw als particulier huis wordt bewoond en niet langer kan rekenen op het intensieve onderhoud, zoals dat door het veeltallige personeel en aangestuurd door de hofhouding werd uitgevoerd onder prins Frederik en dochter prinses Marie. Mevrouw Kessler onderhoud de Prinsessetuin goed met enige vereenvoudigingen. Familie Chabot versobert de tuin sterk in de loop der jaren. N.V. Prudentia laat de tuin geheel vervallen.

1944 ▪ In de jaren voor de oorlog en in de oorlog wordt tevergeefs door de gemeente (niet door de eigenaar!) geprobeerd de tuin te restaureren. De materiaalschaarste en algemeen gebrek aan middelen tijdens de oorlog zijn hiervoor bepalend.

11

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

CONCLUSIE ANALYSE De tuinbeleving De midnegentiende-eeuwse Prinsessetuin was uniek voor Nederland en ontstond in een Europees-dynastieke context. De versoberingen zijn voor een groot deel uit economische perspectieven te verklaren. De erfgoedbeleving van de midnegentiende-eeuwse biedt bovendien meer aanknopingspunten zowel in de het park De Paauw, prins Frederiks parkenroute, maar ook met de andere Hohenzollern- en Oranjetuinen. Dit geldt zowel voor de gebouwde elementen als voor de rijke botanische inrichting. De tuinomvang Vergelijking van de plattegrond van de Prinsessetuin van Wentzel, met die van Otto, laat de volgende verschillen zien: De keermuurtjes Om het verlaagde deel van de Prinsessetuin symmetrisch ten opzichte van het tempeltje te leggen, is door Otto de volgende verschuiving gerealiseerd: Zuidwest muurtje deze staat op de voet van het talud. Hier is het oude grastalud aangevuld tot muurhoogte. Noordwest muurtje deze staat midden ‘onder’ het oude pergolapad. Hier is het oude talud en helft van het pergola-pad afgegraven. Noordoost muurtje de verhouding tot de Wentzel-aanleg is onduidelijk. Vermoedelijk staat het muurtje op de kruin van het oude talud en is het talud afgegraven. Zuidoost muurtje deze staat midden in de oude border.

Hier is het oude talud en helft verlaagde deel opgevuld tot muurhoogte Het wandelpad Het centrale dwarspad is opgeheven, zeer waarschijnlijk was dit in 1950 als sterk vervaagd of al verdwenen. Het rondgaande pad is heraangelegd in symmetrsiche verhouding met de verschuiving van de verlaagde tuin en is verhard met ijsselsteentjes. Het Wentzelpad was onverhard of voorzien fijne halfverharding.

Fragmenten van de hoofdstructuur van de tuin in 1855 (boven) en na de herinrichting in 1950 (onder). De blauwe stippellijnen geven de posities van de muurtjes uit 1950 t.o.v. het verloop van de historische pergola weer. De NW-murr (hier rechts afgebeeld) ligt onder het pad van de pergola; de ZO-muur (links) valt weg in de halfhoge begroeiing van het bredere randperk aan die zijde.

De bebouwing De grootste sanering heeft plaatsgevonden bij de bebouwing. De pergola, het paviljoen, het middendeel met pauwenhok en beide zitbanken zijn hierbij geruimd. Enkel het tempeltje is behouden. 12

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

HERSTELSCENARIO’S Eerdere herstelscenario’s

Advies herstelscenario

Voorafgaand aan het opstellen van deze notitie werd uitgegaan van drie scenario’s voor het herstel van de Prinsessetuin.

Op basis van deze conclusies wordt door de adviseurs een voorkeursscenario geadviseerd die in aanleg en in daaropvolgend beheer wel haalbaar geacht wordt. De adviseurs zijn ervan overtuigd dat hiermee een siertuin met een grote ruimtelijke kwaliteit en hoge belevingswaarde kan worden gecreëerd en een waardevolle toevoeging vormt voor het openbare park.

Het eerste scenario zou kunnen worden gezien als een ‘nulvariant’: 1.

Het opknappen van de actuele situatie

Visueel en ensemble-gerelateerd niet wenselijk: vrij forse onderhoudsinvestering voor betrekkelijk weinig resultaat. Geen erfgoedbeleving van de rijkdom van de oorspronkelijke Prinsessetuin, geen bestemming voor bouwfragmenten.

Het scenario omvat enkel het herstellen van de hoofdstructuur van de midnegentiende-eeuwse tuinaanleg, terwijl de verdere aankleding en verfijning daarvan nog niet wordt uitgevoerd. Doel van deze eerste stap is dat een basiskwaliteit wordt gecreëerd van waaruit een rijkere erfgoedbeleving van het prinselijk ensemble mogelijk wordt gemaakt die eer doet aan de unieke historie van de tuin, en eveneens in balans is met de rest van de buitenplaats.

Gebaseerd op de ontwikkelingsgeschiedenis zijn vervolgens twee varianten denkbaar, waarbij de ‘zuivere’ verschijningsvorm in een bepaalde periode als uitgangspunt voor het herstel zou worden gekozen: 2.

3.

Het volledig reconstrueren van de midnegentiende-eeuwse Prinsessetuin.

▪ Door middel van anastylose (het weer terugplaatsen van fragmenten van de objecten) kennen de elders opgeslagen bouwfragmenten weer een betekenisvolle bestemming.

Ensemble-gerelateerd weliswaar wenselijk, maar i.v.m. kosten en beheer. op de korte termijn niet haalbaar geacht. De tijdlaag uit 1950 zou worden uitgewist.

▪ Elementen uit de latere tijdslaag kunnen grotendeels gehandhaafd blijven, zij het uit het zicht. (Zo kan het merendeel van de muurtjes uit 1950 gehandhaafd blijven onder de grond, of tussen beplanting.

Het reconstrueren van de in 1950 heringerichte tuin.

Visueel en ensemble-gerelateerd niet wenselijk: vervreemdende situatie tussen tuinaanleg en gerestaureerde tempel, niet in balans met 19deeeuwse context van het park. Vrij forse onderhoudsinvestering voor betrekkelijk weinig resultaat: het strakke gazon en klinkerpad vragen intensiever onderhoud, terwijl het resultaat een voor de bezoeker niet direct zichtbaar zijn. Geen erfgoedbeleving van de rijkdom van de oorspronkelijke Prinsessetuin, geen bestemming voor bouwfragmenten.

▪ Door herstel van de midnegentiende-eeuwse hoofdstructuur blijft de optie tot compleet herstel van de tuin en reconstructie van de goed gedocumenteerde objecten open voor de toekomst. Tegelijk vervalt hierbij een tijdsdruk qua planning. Onderdelen kunnen worden uitgevoerd als en wanneer de tijd daar rijp voor is. Dit biedt tevens de mogelijkheid om de verdere uitbouw creatiever aan te pakken, bijvoorbeeld door het combineren met andere initiatieven of het opzetten van een fondsenwerving.

Uit het vooroverleg met de RCE bleek dat hierbij van belang is de midnegentiendeeeuwse situatie als streefbeeld te hanteren. Op deze manier kunnen toekomstige stappen telkens worden getoetst aan het streefbeeld. Ook in het kader van eventuele subsidies is het borgen van de kwaliteit op deze wijze van belang. Essentieel voor eventuele toekomstige stappen is dat telkens een afgerond onderdeel wordt gerealiseerd, bij wijze van modules, zodat dat telkens tot een te gebruiken en te beheren eindresultaat leidt.

De belangrijkste conclusie van de analyse van de ontwikkelingsgeschiedenis en waardering is dat de midnegentiende-eeuwse Prinsessetuin uniek was voor Nederland en dat de erfgoedbeleving hiervan aanknopingspunten biedt met het park De Paauw, prins Frederiks parkenroute, maar ook met de andere Hohenzollern- en Oranjetuinen in internationale context. Ook uit de analyse van de ontwikkelingsstadia van de tuin volgt een belangrijke conclusie. Gaande het project bleek door ‘archief’-, meet- en veldwerk — waarbij de exacte verschijningsvormen van de situaties uit 1855 en 1950 in detail met elkaar en met de huidige situatie werden vergeleken — dat de tegenstelling tussen bovengenoemde scenario’s niet zo zwart-wit is als voorheen aangenomen. 13

KORNEEL ASCHMAN ERFGOEDADVIES | WEVERS & VAN LUIPEN

Herstelscenario’s Prinsessetuin De Paauw te Wassenaar

MAATREGELEN VAN HET HERSTELPLAN 7. Kaal grasveld weer inrichten tot een meer florale rijkdom met meer kleur in borders en perken

Het uitgangspunt is het herstellen van de beleving van de vorm en de botanische rijkdom van de Prinsessetuin, met buiten beeld behoud van de Otto-keermuurtjes en gebruikmakend van nog bestaande onderdelen.

8. De klinkers uit het Otto-pad gebruiken voor het markeren en weer beleefbaar maken van de verdwenen tuinornamenten (de twee zitplekken bij de fonteintjes, en het paviljoen). De klinkers zijn afkomstig van de oorspronkelijke pergola en zouden daarvoor op termijn voor kunnen worden hergebruikt.

Deze uitgangpunten zijn vertaald in de volgende maatregelen: 1. Het uitwerken van het streefbeeld inclusief de toekomstige stappen in modules.

▪ Aanwezige zitplekken in de lager gelegen tuin verplaatsen naar historische Frederiklocaties.

▪ De basisstructuur zo opzetten dat op enig moment de pergola hersteld zou kunnen worden, en ook de reconstructie van paviljoens in de toekomst mogelijk blijft.

▪ Het passend terugplaatsen van onderdelen behorend tot de tuinornamenten

2. Herstel van het beukenlaantje als zichtlijn, met vazen, beelden en banken

▪ Passend meubilair, a la Schinkel-tuinmeubilair

▪ Teruplaatsen van nog bestaande onderdelen afkomstig uit de historische Prinsessetuin

9. Gebruik van historische foto’s om de erfgoedbeleving van de tuin ten tijde van de Prins te herstellen.

▪ Herstel van beschadigde onderdelen

GLOBALE KOSTENRAMING

3. Herstel van de padenstructuur uit 1855: ▪ De hoger gelegen rondwandeling ter plaatse van het historisch verloop van de pergola herstellen ▪ herstel trappen tussen onder- en bovenpad ▪ Het Otto-pad in de lager gelegen tuin opheffen en de kleinere tuin-rondgang van Frederik herstellen

Planvorming en uitwerken streefbeeld en ontwikkelmodules

€ 20.000,-

Terreininrichting (aanleg taluds, paden en groen)

€ 150.000,-

Terugplaatsen en herstel bouwfragmenten (zuilen, sokkels etc.)

€ 90.000,-

Herstel gietzinken vazen € 120.000,-

▪ Het middenpad herstellen

Totaal, excl btw: € 380.000,-2

4. De paden uitvoeren in halfverharding, het klinkerpad van Otto vervalt. 5. Het behoud van (het grootste deel van) de muurtjes van Otto, al dan niet ondergronds, waarbij de beleving van Frederik hersteld wordt. ▪ Het NO-muurtje kan in het talud worden opgenomen ▪ Het NW-muurtje kan onder het pad behouden blijven. ▪ Het ZO-muurtje kan deels in de beplanting van de kindertuintjes, en deels in die van de randperken behouden blijven. ▪ Het ZW-muurtje, aan de zijde van de tempel, vervangen door talud. 6. Het opschonen van de jongere beplanting: ▪ Boomvormers voor de muurtjes verwijderen bij de het noordelijk deel van de noordwestelijke muur en het zuidelijk deel van de zuidoostelijke muur ▪ Het grootste deel van de beplanting van Otto achter de muren blijft (waar mogelijk) gespaard. ▪ Beplanting t.h.v. kindertuinen behouden, hierbinnen valt ook de boom die voor prinses Amalia is geplant.

2 Bij dit advies wordt uitgegaan van separaat herstel van de strijdergroepen aan de kop van het beukenlaantje naar de Prinsessetuin. 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=56e9dd58-d974-4e92-97cf-ce882ab0ce08