CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Was-wordt-tabel technische aanpassing

Raadsvergadering Wassenaar 4 juli 2023, gemeente wassenaarBij agendapunt: Eerste wijziging en technische aanpassing van de ApvW 2022 aan de Omgevingswet13.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

c.

in het belang van de voorkoming of beperking van hinder of overlast voor gebruikers van de onderhavige zaak dan wel van in de nabijheid daarvan gelegen onroerende zaken. 5. Indien door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dan wel aangebracht voor een ander doel dan handelsreclame, a. in ernstige mate afbreuk wordt gedaan aan redelijke eisen van welstand; b. de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht; of c. ernstige hinder of overlast voor de omgeving wordt veroorzaakt, is het college bevoegd de rechthebbende onderscheidenlijk de hoofdgebruiker van de onroerende zaak aan te schrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming, ter beperking of ter opheffing van dit gevaar of deze hinder of deze afbreuk. Degene tot wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger, is verplicht deze aanschrijving op te volgen. 6. Het college is bevoegd nadere regels vast te stellen ten aanzien van het bepaalde in het vierde lid, onder a en het vijfde lid, onder a, inhoudende kwalitatieve criteria, zowel per gebied als per object.

AB Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

c.

in het belang van de voorkoming of beperking van hinder of overlast voor gebruikers van de onderhavige zaak dan wel van in de nabijheid daarvan gelegen onroerende zaken. 5. Indien door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dan wel aangebracht voor een ander doel dan handelsreclame, a. in ernstige mate afbreuk wordt gedaan aan redelijke eisen van welstand; b. de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht; of c. ernstige hinder of overlast voor de omgeving wordt veroorzaakt, is het college bevoegd de rechthebbende onderscheidenlijk de hoofdgebruiker van de onroerende zaak aan te schrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming, ter beperking of ter opheffing van dit gevaar of deze hinder of deze afbreuk. Degene tot wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger, is verplicht deze aanschrijving op te volgen. 6. Het college is bevoegd nadere regels vast te stellen ten aanzien van het bepaalde in het vierde lid, onder a en het vijfde lid, onder a, inhoudende kwalitatieve criteria, zowel per gebied als per object.

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

AC Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de zodanig in het omgevingsplan is beheersverordening, exploitatieplan bestemd of mede bestemd.

Z/22/069864/321943_2

of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.

AD Artikel 5.5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.

1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

AE Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden om binnen een 1. parkeerschijfzone gebruik te maken van voor het parkeren van motorvoertuigen geschikte gedeelten van de weg voor het plaatsen van een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen of een ander dergelijk voertuig, niet zijnde motorvoertuigen, tenzij deze is gekoppeld aan een motorvoertuig. 2. Het is verboden een voertuig dat voor 2. recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 3. Het college kan ontheffing verlenen van 3. het verbod, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a.

Z/22/069864/321943_2

Het is verboden om binnen een parkeerschijfzone gebruik te maken van voor het parkeren van motorvoertuigen geschikte gedeelten van de weg voor het plaatsen van een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen of een ander dergelijk voertuig, niet zijnde motorvoertuigen, tenzij deze is gekoppeld aan een motorvoertuig. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a.

4. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsvergunning ZuidHolland.

5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

4. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

AF Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen het college een standplaats in te nemen of te hebben. of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend wegens strijd met het omgevingsplan. bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: geweigerd: a. in het belang van het voorkomen a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; of beperken van overlast; b. in het belang van de b. in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; verkeersvrijheid of -veiligheid; c. als de standplaats hetzij op c. als de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of redelijke eisen van welstand; of d. als een kwantitatieve of d.

als een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende in verband met een dwingende reden van algemeen belang. reden van algemeen belang. 4. Op de aanvraag om een vergunning is 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. van toepassing. AG Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening ZuidHolland.

Z/22/069864/321943_2

1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de

2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. AH Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

AI Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden zonder vergunning van 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde het college een voorwerp, niet zijnde een voorwerp als bedoeld in het tweede een voorwerp als bedoeld in het tweede lid of een vaartuig, op, in of boven lid of een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben. brengen of te hebben. 2. Het is verboden op, in of boven 2. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als deze door hun brengen of te hebben, als deze door hun omvang of vormgeving, constructie of omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar beheer en onderhoud van het openbaar water. water. 3. De verboden zijn niet van toepassing op 3.

De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin voorzien wordt door het beperkingengebiedactiviteiten met Wetboek van Strafrecht, de betrekking tot een waterstaatswerk Scheepvaartverkeerswet, het waarvoor regels zijn gesteld bij of Binnenvaartpolitiereglement, de Wet krachtens de Omgevingswet, de beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale omgevingsverordening Waterwet, de of de waterschapsverordening of op Omgevingsverordening Zuid-Holland situaties waarin wordt voorzien door het of het bepaalde bij of krachtens de Wetboek van Strafrecht, de Telecommunicatiewet of de daarop Scheepvaartverkeerswet, het gebaseerde Verordening Binnenvaartpolitiereglement of het

Z/22/069864/321943_2

werkzaamheden kabels en leidingen Wassenaar. AJ Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening ZuidHolland.

bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5.

De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

AJa Artikel 5:26 Ligplaatsen overige vaartuigen 1. Het is verboden om zonder ontheffing van het college met een vaartuig langer

1. Het is verboden om zonder ontheffing van het college met een vaartuig langer

Z/22/069864/321943_2

2.

3.

4.

5.

6.

7.

dan twaalf uren achtereen ligplaats in te nemen of een ligplaats beschikbaar te stellen in openbaar water. Het is verboden op door het college aangewezen wateren of gedeelten van wateren ligplaats in te nemen of een ligplaats beschikbaar te stellen. Het college kan ten aanzien van het innemen, veranderen of gebruiken van de in het eerste lid genoemde ligplaatsen nadere regels stellen: a. in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne of uiterlijk aanzien; b. ter beperking naar soort en aantal vaartuigen. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruiken van een ligplaats op te volgen. Onder vaartuigen als bedoeld in dit artikel worden verstaan alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen. Voor de toepassing van dit artikel worden onder vaartuigen niet begrepen woonschepen, alsmede roeiboten, kano’s opblaasboten en kleine vaartuigen. Onder ligplaats wordt in dit artikel verstaan, een deel van het openbaar water waar tijdelijk met een vaartuig afgemeerd kan worden. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening ZuidHolland.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

AK Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen 1. aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,

Z/22/069864/321943_2

dan twaalf uren achtereen ligplaats in te nemen of een ligplaats beschikbaar te stellen in openbaar water. Het is verboden op door het college aangewezen wateren of gedeelten van wateren ligplaats in te nemen of een ligplaats beschikbaar te stellen. Het college kan ten aanzien van het innemen, veranderen of gebruiken van de in het eerste lid genoemde ligplaatsen nadere regels stellen: a. in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne of uiterlijk aanzien; b. ter beperking naar soort en aantal vaartuigen. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruiken van een ligplaats op te volgen. Onder vaartuigen als bedoeld in dit artikel worden verstaan alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen. Voor de toepassing van dit artikel worden onder vaartuigen niet begrepen woonschepen, alsmede roeiboten, kano’s opblaasboten en kleine vaartuigen. Onder ligplaats wordt in dit artikel verstaan, een deel van het openbaar water waar tijdelijk met een vaartuig afgemeerd kan worden.

Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,

oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het is verboden een vaartuig op een bij de gemeente in beheer zijnde oever neer te leggen, alsmede in het openbaar groen te laten liggen; 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening ZuidHolland.

oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het is verboden een vaartuig op een bij de gemeente in beheer zijnde oever neer te leggen, alsmede in het openbaar groen te laten liggen; 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

AL Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Vaarwegenverordening ZuidHolland.

1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

AM Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

Z/22/069864/321943_2

c.

de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

AN Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek 1. toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op 2. door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op 3. motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging

Z/22/069864/321943_2

c.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging

van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening ZuidHolland aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

AO Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten afvalstoffen te verbranden buiten een inrichtingen in de zin van de Wet inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te milieubeheer, zoals die wet luidde leggen, te stoken of te hebben. direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en c. vuur voor koken, bakken en braden. braden. 3. Het gevaar als bedoeld in het tweede lid, 3.

Het gevaar als bedoeld in het tweede lid, wordt in ieder geval aanwezig geacht in wordt in ieder geval aanwezig geacht in bos- en duingebied en op erven of bos- en duingebied en op erven of terreinen binnen 100 meter van een terreinen binnen 100 meter van een bos- of duingebied, een en ander voor bos- of duingebied, een en ander voor zover deze voor het publiek toegankelijk zover deze voor het publiek toegankelijk zijn zijn 4. Het college kan ontheffing verlenen van 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. het verbod. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. ter bescherming van de flora en fauna. 6. Het verbod is niet van toepassing op 6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, of artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht, de de Omgevingsverordening ZuidHolland.

Z/22/069864/321943_2

provinciale milieuverordening of de provinciale omgevingsverordening.

Z/22/069864/321943_2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=5c552b4b-fbb5-426e-966c-fa8c6b4fcb6c