Bijlage 4. Herijking Integraal Huisvestingsplan (IHP) onderwijs (2024-2039)
Tekst van het document
Herijking IHP 2024-2039 Onderwijshuisvesting PO en VO gemeente Wassenaar
Datum
1 april 2025
Versie
definitief
Bijlage
1. Startnotitie Uitgangspunten herijking IHP (met bijlagen) 2. Leerlingenprognose primair onderwijs 2023 3. Leerlingenprognoses voortgezet onderwijs 2023 en 2024
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ..........................................................................................................................4 1.1. Algemeen .....................................................................................................................4 1.2. Het onderwijs in Wassenaar ..........................................................................................6 1.3. IHP 2019-2034 (bestaand IHP) ......................................................................................6 Tijdsschijf 1 (2019-2022) ..................................................................................................7 Tijdschijf 2 en 3 (2023-2026 en 2027-2030) .......................................................................7 1.4. Financiële evaluatie IHP 2019-2034 (medio 2022) ..........................................................7
2.
Wettelijk kader ................................................................................................................9 2.1. Onderwijswetgeving .....................................................................................................9
3.
Uitgangspunten IHP 2024-2039 ......................................................................................10 3.1. Bouweisen .................................................................................................................10 3.2. Landelijke ontwikkelingen (PO/VO) ..............................................................................11 3.3. Doorgaande ontwikkelingslijn......................................................................................12 3.4. Kwaliteit gebouw (PO/VO) ...........................................................................................12 3.5. Flexibiliteit (PO/VO) ....................................................................................................13 3.6. Duurzaamheid (PO/VO)...............................................................................................13 3.7. Multifunctionaliteit van de gebouwen, verhuurbaarheid voor maatschappelijke objecten. (PO/VO) ............................................................................................................................14 3.8. Renovatie of nieuwbouw .............................................................................................14 3.8.1. Renovatie.............................................................................................................14 3.8.2.
Vernieuwbouw .....................................................................................................14 3.8.3. Eigen bijdrage schoolbestuur ................................................................................15 3.8.4. Bijzondere omstandigheden .................................................................................15 3.9. Financiële norm PO/VO...............................................................................................16
4.
Andere gemeentelijke ontwikkelingen .............................................................................17 4.1. Starten van nieuwe onderwijsinitiatieven en de effecten voor onderwijshuisvesting .......17 4.2. Mogelijke groei anderstaligen (Taalklas/ISK) en de effecten voor onderwijshuisvesting...17
5.
Leerlingenprognoses .....................................................................................................19
6.
Bewegingsonderwijs ......................................................................................................23 Capaciteit bewegingsonderwijs primair onderwijs ...........................................................23 Capaciteit bewegingsonderwijs voortgezet onderwijs ......................................................24
7. Maatregelen en investeringen ............................................................................................25 7.1. Algemeen ...................................................................................................................25 7.2. Bijkomende kosten .....................................................................................................25 2
7.3. Wissellocatie..............................................................................................................26 7.4. Toelichting per tijdschijf ..............................................................................................26 7.4.1. Eerste tijdschijf (2024-2027) .................................................................................26 7.4.1.1. Kievietschool ....................................................................................................26 7.4.1.2. Sint Baptistschool /Sint Jozefschool ...................................................................27 7.4.1.3. Herenwegschool ...............................................................................................27 7.4.1.4. Adelbert College................................................................................................28 7.4.2. Tweede tijdschijf (2028-2031) ...............................................................................29 7.4.2.1. Nutsschool .......................................................................................................29 7.4.2.2. Adelbert College................................................................................................29 7.4.2.3. Sint Bonifaciusschool ........................................................................................30 7.4.2.4.
Montessorischool..............................................................................................30 7.4.3. Derde tijdschijf (2032-2035) ..................................................................................31 7.4.3.1. Rijnlands Lyceum ..............................................................................................31 7.4.4. Vierde tijdschijf (2036-2039) .................................................................................31 7.4.4.1. Bloemcampschool ............................................................................................31 7.4.4.2. Uitbreiding Bloemcampschool, Sint Bonifaciusschool, .......................................32 Nutsschool, Herenwegschool ........................................................................................32 8.
Was/Wordt: bestaande en nieuwe IHP ............................................................................33
3
1. Inleiding 1.1. Algemeen Onderwijshuisvesting is geen doel op zich. Het is een belangrijke randvoorwaarde om de inhoudelijke doelstellingen van het onderwijs waar te kunnen maken. De schoolbesturen en gemeente zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het realiseren van passende huisvesting die ondersteunend is aan de inhoudelijke doelstellingen van het onderwijs. De gemeente en de schoolbesturen voor primair en voortgezet onderwijs hebben een gezamenlijke visie op onderwijshuisvesting vastgelegd in dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP). Deze visie bevat meer dan huisvesting alleen en wordt mede gedragen door de onderwijsvisie op een kindcentrum, waarin de doorgaande ontwikkelingslijn van het kind centraal staat. Het gezamenlijk tot stand brengen van een IHP geeft inzicht in de lokale situatie. Door het maken van een goede analyse van de omgeving en deze te koppelen aan toekomstige verwachtingen, kunnen gemeente en schoolbesturen strategische keuzes maken over welk toekomstbestendig aanbod gewenst is. Het IHP biedt een mooie kans om aan te sluiten bij de behoefte om de kwaliteit van het onderwijs te versterken. Ook is het een uitstekend moment om een bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsambitie. Dit IHP is een herijking en daarmee een actualisatie van het in 2019 vastgesteld IHP 2019 - 2034 en betreft de periode 2024-2039.
Er is een aantal overwegingen om tot een herijkt IHP te komen, namelijk: ✓ De eerste vierjaarlijkse periode van het bestaande IHP is voorbij en het plan moet overeenkomstig de afspraken worden herijkt (IHP 2024-2039); ✓ De component integraal kindcentrum (IKC) is slechts deels verwerkt in het IHP; ✓ Er heeft een actualisatie van het bouwbesluit plaatsgevonden; ✓ Er is sprake van een aanscherping van de uitgangspunten uit het bestaande IHP, met name de begrippen renovatie en vernieuwbouw; ✓ De huidige normbedragen vragen om een meer realistische inschatting; ✓ Er zijn nieuwe ambities rondom ventilatie en duurzaamheid; ✓ Er is een transformatie van geen, nauwelijks, of bijna energieneutrale gebouwen (BENG), naar energieneutrale gebouwen (ENG); ✓ Er zijn nieuwe leerlingenprognoses, welke kunnen leiden tot een andere omvang in m2. Samengevat is de aanleiding voor de actualisatie de gewijzigde behoeftes rondom duurzaamheid (ENG), de hogere bouweisen (BENG) en actuele marktprijzen. Met de actualisatie is het IHP weer toekomstbestendig. Om tot een goede afweging voor de IHP maatregelen te komen, is voorafgaand aan dit IHP een aantal basisprincipes met elkaar afgesproken en is een aantal uitgangspunten en ambities geformuleerd.
Deze uitgangspunten komen enerzijds voort uit de wet- en regelgeving, de lokale Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Wassenaar en uit het bestaande IHP. De gemeente en schoolbesturen spreken zich onder meer uit over de kwaliteit van de onderwijshuisvesting, zoals de mate van duurzaamheid, flexibiliteit en de BENG/ENG-kwaliteit. Anderzijds wordt uitgesproken of elk gebouw nieuwbouw moet krijgen, of dat (met oog op kwaliteit en flexibiliteit) renovatie of vernieuwbouw een mogelijkheid is. Tot slot wordt ook de mogelijkheid tot het integreren van andere functies (doorgaande ontwikkelingslijn) in een gebouw uitgewerkt. Vanuit deze informatie is voor elk gebouw een investeringsbedrag per m² te berekenen. Ook wordt een mogelijke eigen bijdrage van het schoolbestuur vastgelegd. De bijdrage zal gebaseerd zijn op de financiële voordelen die het
4
schoolbestuur ervaart vanwege de exploitatie en/of de inbreng van onderhoudsgelden in het geval van renovatie. De uitgangspunten zijn verwoord in een ‘Startnotitie Uitgangspunten herijking IHP 2024-2039 Onderwijshuisvesting PO en VO gemeente Wassenaar’. De Startnotitie kent een breed draagvlak zowel bestuurlijk als vanuit de schoolbesturen. De gemeenteraad heeft de startnotitie geaccordeerd in de vergadering van november 2024. Daarbij is er een aantal toezeggingen vanuit de raad gevraagd. Toezeggingen bij behandeling Uitgangspunten IHP – raad 26 november 2024 • Aanleveren was/wordt lijst op hoofdlijnen (tussen het oude en nieuwe IHP) (nr 702). • Sustainable Development Goals (SDG) bij de ontwerpfase meegeven aan de scholen (nr 703). • Meegeven aan de scholen circulair bouwen bij de ontwerpfase (nr 704). • Dat het risico van de kosten van IKC bij een school blijven liggen en bij leegstand niet op de gemeente worden afgewenteld (nr 721). • Dat bij een kredietaanvraag expliciet wordt aangegeven welk deel voor algemene maatschappelijke doelen en welk deel voor scholen is (nr 722). De toezeggingen zijn in de paragraaf over de uitgangspunten verwerkt.
Er is eveneens gekeken naar eerdere bestuurlijke besluiten die effect hebben op het herijkte IHP; in het bestaande IHP zijn immers al uitspraken gedaan over de (ver)nieuwbouw van een aantal schoolgebouwen (Herenwegschool, Kievietschool, Sint Baptistschool/Sint Jozefschool en Rijnlands Lyceum). Deze zullen worden gehonoreerd en herijkt. Het principe van de eerder genomen besluiten wordt niet ter discussie gesteld. Wel zal de kwaliteit (duurzaamheid en ENG), de IKC-vorming en de prijsstelling worden geactualiseerd. Mogelijkerwijs zal ook de timing worden aangepast. Door het nemen van deze processtappen, ontstaat een compleet beeld van plichten, verwachtingen, reeds gemaakte afspraken en ambities voor het realiseren van een herijkt IHP. Informatie zoals de lange termijn behoeften, huidige capaciteit en de kwaliteit van gebouwen, plus de mogelijkheden tot verduurzaming worden uiteengezet. Het resultaat wordt behaald door alle ingrediënten bij elkaar te voegen. Daarbij wordt gezocht naar slimme (effectieve en efficiënte) en realistische huisvestingsoplossingen binnen de gemeente. Het gehele IHP (de volledige doorlooptijd) wordt op de financiële haalbaarheid (op basis van het prijspeil nu) beoordeeld. Dit waarborgt de betaalbaarheid.
Daarbij wordt rekening gehouden met verschillende geldstromen van zowel schoolbesturen, eventuele partners (zoals kinderopvang) en de gemeente om de meest haalbare kwaliteit en flexibiliteit van voorzieningen (ENG) mogelijk te maken. Tezamen vormen die de investeringen, die nodig zijn voor de realisatie van de in het IHP genoemde maatregelen.
5
1.2. Het onderwijs in Wassenaar Wassenaar telt acht basisscholen, verdeeld over acht locaties en twee voortgezet onderwijsscholen, met elk 1 vestiging. Leerlingen hebben de keuze uit openbaar, katholiek, protestants-christelijk en neutraal bijzonder onderwijs. The American School of The Hague (ASH) is gevestigd in Wassenaar. Deze school wordt niet door het rijk bekostigd, maar vanuit particuliere middelen betaald. De school behoort daarmee niet tot de huisvestingsverantwoordelijkheid van de gemeente en wordt in dit IHP daarmee buiten beschouwing gelaten.
Schoolbestuur Primair Onderwijs Stichting Katholiek Onderwijs Wassenaar
Stichting Openbaar Onderwijs Wassenaar Vereniging Protestants Christelijk Onderwijs Wassenaar Vereniging Nutsschool Wassenaar Vereniging Montessorischool Wassenaar Stichting Kievietschool Voortgezet Onderwijs Stichting Sint Adelbert College Stichting Het Rijnlands Lyceum
School
Richting
Locatie
Sint Jan Baptistschool
Katholiek
Anemonenweg 17
211
Sint Jozefschool Sint Bonifaciusschool Bloemcampschool
Katholiek Katholiek Openbaar
Thorbeckestraat 37 Kloosterland 5 Bloemcamplaan 51
216 220 396
Herenwegschool
Protestantschristelijk
Herenweg 4
389
Nutsschool
Neutraal bijzonder Neutraal bijzonder Neutraal bijzonder
Zijllaan 39
239
Zanderijpad 10
136
Buurtweg 16
193
Katholiek Neutraal bijzonder
Deijlerweg 163 Backershagenlaan 5
Montessorischool Kievietschool
Adelbert College Rijnlands Lyceum
Totaal Tabel 1.2 Scholen in Wassenaar
1.3. IHP 2019-2034
Leerlingen1
970 1.078 4.048
(bestaand IHP)
Op 15 oktober 2019 is het Integraal Huisvestingsplan (IHP) door de gemeenteraad van Wassenaar aangenomen. In het voorstel is een kernboodschap opgenomen:
“Met het vaststellen van het integraal Huisvestingsplan (IHP) wordt een schets gegeven van de benodigde investeringen om in Wassenaar een passende onderwijshuisvesting te realiseren. Dit IHP wordt opgesteld voor een periode van 16 jaar en is een kaderstellend document. Het IHP zal na vier jaar worden geactualiseerd om in te kunnen spelen op de ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting. In het IHP zijn vier scenario’s opgenomen. De bedragen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van duurzame ver- of nieuwbouw worden in de eerste vier jaar meegenomen in de kadernota. Hierbij is scenario 2 als uitgangspunt genomen.”
De daadwerkelijke investering vindt plaats, nadat er een huisvestingsaanvraag is ingediend. Aan de raad zal een voorstel worden voorgelegd betreffende een renovatie, ver- of nieuwbouw van een school. In het overleg met de scholen is aangegeven dat er na twee jaar een tussentijdse evaluatie plaats moet vinden.
1
Bron: teldatum 1 oktober 2024
6
En een toelichting op de jaarschijven:
Tijdschijf 1 (2019-2022) In de eerst tijdschijf van 2019 -2022 stond een tweetal projecten genoemd in het IHP. Dit zijn de renovatie van de Herenwegschool en de renovatie en nieuwbouw van de Kievietschool. Herenwegschool: De aanpassing van het schoolgebouw door middel van een deels interne verbouwing was in de eerste termijnschijf opgenomen. De aanvraag voor deze aanpassing is al in 2016 door het schoolbestuur ingediend, maar omdat er nog kosten moesten worden gemaakt is deze verbouw opgenomen in het IHP. De verbouwing is in het schooljaar 2019-2020 afgerond en gereed gemeld. De gemeenteraad is op 13 oktober 2020 akkoord gegaan met de afrekening van de verbouw. De Kievietschool: De Kievietschool stond in de eerste tijdschijf van het IHP. De aanvraag voor een voorbereidingskrediet is in 2020 door het bestuur van de school ingediend en in 2021 gehonoreerd. Daar er sprake is van een renovatie van het monumentale deel van de school en een aanbouw is de huidige normvergoeding die in bijlage IV van de verordening niet toereikend om de bouw te realiseren. Daarnaast zijn voor het realiseren van de bouw de sloopkosten en de tijdelijke huisvesting niet meegenomen.
Tijdschijf 2 en 3 (2023-2026 en 2027-2030) In de tweede en derde tijdschijf 2023-2026 en 2027-2030 zijn vier scholen opgenomen in het IHP. Het gaat hierbij om het Rijnlands Lyceum, de St. Jozefschool en St. Jan Baptistschool (beiden van de Stichting Katholiek Onderwijs Wassenaar) en de Herenwegschool. Rijnlands Lyceum: In 2019 is bij het Rijnlands Lyceum een achttal noodlokalen geplaatst. Deze noodlokalen waren noodzakelijk om de leerlingen die op de Internationale afdeling van deze school zitten en/of zich hebben aangemeld voorlopig te kunnen huisvesten. In maart 2021 heeft het bestuur van het Rijnlands Lyceum de aanvraag gedaan voor de uitbreiding van het hoofdgebouw met de voorziening voor de permanente huisvesting van de internationale leerlingen. De uitbreiding is inmiddels gerealiseerd en per augustus 2024 in gebruik genomen. St Jozef en Sint Jan Baptist. Beide scholen staan in het IHP genoemd in de tweede en derde tijdschijf. Ze zijn opgenomen in het IHP als twee afzonderlijke bouwprocessen, maar de Stichting Katholiek Onderwijs heeft in de aanvraag aangegeven dat men graag een Integraal Kind Centrum wil realiseren. De SKOW wil, om het IKC te realiseren, de twee scholen laten fuseren. Dit betekent dat hetgeen in het IHP staat aangegeven een ander perspectief heeft.
De SKOW heeft in april 2021 een aanvraag voor een voorbereidingskrediet ingediend en deze is voor het dienstjaar 2022 aangehouden. Dit heeft onder andere te maken met het onderzoek dat gaande is over de locaties waar een IKC gerealiseerd kan worden. Omdat reeds een start is gemaakt met het proces is ook de wens van het schoolbestuur om beide bedragen op te nemen in de planperiode 2023-2026. Herenwegschool. De Herenwegschool staat opgenomen in de derde tijdschijf. Het betreft hier een renovatie van het historische schoolgebouw. In het IHP is een richtbedrag opgenomen, daar de verbouw op z’n vroegst in 2027 zijn beslag zal krijgen.
1.4. Financiële evaluatie IHP 2019-2034 (medio 2022) De financiële evaluatie heeft als doel om te bezien hoe de bouwprojecten voor het onderwijs tot nu toe zijn verlopen en welke onderdelen op detail kunnen worden aangepast. Hierbij wordt uiteraard het IHP als richtlijn genomen. Op het moment van de evaluatie zijn de uitgangspunten die staan beschreven in het huidige IHP nog steeds van kracht.
7
Daarbij zijn de volgende vragen gesteld: Wat is er tot op heden in het IHP gerealiseerd, waar zijn we tegenaan gelopen en welke aanbevelingen worden er gedaan? Deze evaluatie is gedaan vooruitlopend op de herijking van het IHP. Zo is gekeken naar de marktontwikkeling van de bouwkosten en het meest logische moment voor het verstrekken van het uiteindelijke bouwkrediet. Tevens is geconstateerd dat er in het IHP geen rekening is gehouden met sloopkosten en tijdelijke huisvesting. Reden is dat deze kosten niet vooraf zijn in te schatten en op basis van werkelijke kosten per project kunnen worden bepaald. Als er sprake is van vervangende nieuwbouw op dezelfde locatie, dan moeten de sloopkosten wel meegenomen worden. Als er sprake is van vervangende nieuwbouw op een andere locatie, dan krijgt de gemeente het eigendom terug en zullen de sloopkosten een onderdeel vormen van de herontwikkeling van de locatie. Als de sloop moet worden gerealiseerd, dan zal dit gedaan worden conform de prijs die op dat moment met het sloopbedrijf wordt afgesproken. Als de vervangende nieuwbouw wordt gerealiseerd op de huidige locatie , dan wel dat er grootschalige renovatie nodig is, betekent dit dat de leerlingen les zullen moeten krijgen in tijdelijke huisvesting. Dat kan in de vorm van een beschikbaar leeg gebouw of noodlokalen.
Afhankelijk van het bouwproces moet er gekeken of er in de periferie van de te verbouwen schoolgebouw andere leslocaties beschikbaar zijn of zijn te maken, dan wel dat moet worden uitgeweken naar noodlokalen. De kostprijs is afhankelijk van de hoeveelheid noodlokalen, de voorzieningen die moeten worden getroffen om te kunnen bouwen en de op dat moment bekende marktprijzen. (Zie ook paragraaf 6.3. Wissellocatie.) De conclusie van de financiële evaluatie in 2022 is dat het IHP een inzicht geeft in de kosten die de komende jaren te verwachten zijn. Het is een koersdocument. De hoogte bouwkosten die in het IHP zijn aangegeven, zijn achterhaald. Het uitgangspunt van het IHP is dat de scholen die in een bepaalde tijdschijf voor (vervangende) nieuwbouw in aanmerking komen binnen de kaders hier aanspraak op kunnen maken. Voor het verstrekken van een bouwkrediet zullen de laatst bekende normbedragen als uitgangspunt worden genomen. Op dat moment zullen ook eventuele sloopkosten en tijdelijke huisvesting een onderdeel vormen van het totaal krediet voor de ver- of nieuwbouw van een school. Dit betekent dat de richtinggevende bedragen voor de scholenbouw aangepast moeten worden aan de huidige (laatst bekende) normkosten en dat de aangepaste bedragen ook worden opgenomen in de kadernota en de meerjarenbegroting van de gemeente. Dit zal jaarlijks in een addendum worden opgenomen.
8
2. Wettelijk kader 2.1. Onderwijswetgeving Op grond van de Wet primair onderwijs (WPO) is de gemeente verantwoordelijk voor de voorzieningen in de huisvesting, zoals nieuwbouw (permanent en tijdelijk), vervanging, uitbreiding en het oplossen van constructiefouten. De middelen hiervoor zijn opgenomen in de Gemeentefondsuitkering. Deze middelen zijn echter niet gelabeld. Het betreft een algemene uitkering. Landelijke wetgeving is lokaal uitgewerkt in een verordening. In de verordening worden de regels vastgelegd met betrekking tot hoe een voorziening tot stand komt, de hoogte van vergoedingen en de prioritering tussen aanvragen. Zo is bijvoorbeeld de procedure geregeld waarmee schoolbesturen aanvragen kunnen doen bij de gemeente voor een huisvestingsvoorziening en de gemeente daarop een beoordeling moet geven. Maar ook de uitvoeringsregels na een besluit tot toekenning van een voorziening in de huisvesting (het uitvoeringoverleg) en het juridisch terug verkrijgen van gebouwen na einde gebruik door het onderwijs. Uit de Verordening en de wet volgt het zogeheten economisch claimrecht van de gemeente. De gemeente Wassenaar heeft de laatste wijziging (de 2de) op de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2015 gemeente Wassenaar’ vastgesteld in 20202.
De schoolbesturen van het primair onderwijs zijn vanaf 2015 verantwoordelijk voor al het onderhoud, aanpassingen en alle andere kosten die verband houden met het instandhouden van het gebouw. Zij ontvangen hiervoor een lumpsum vergoeding van het rijk (M.I. vergoeding). Voor het voortgezet onderwijs heeft de wettelijke wijziging ten aanzien van het onderhoud plaatsgevonden in 2008.
2
Echter, zonder publicatie. Dit zal alsnog worden hersteld.
9
3. Uitgangspunten IHP 2024-2039 Bij de herijking en het opstellen van het geactualiseerde IHP is gekozen om vooraf de uitgangspunten vast te stellen. Deze zijn in goed overleg met de schoolbesturen opgesteld en door het college en gemeenteraad van de Wassenaar geaccordeerd. Bij de raadsbehandeling zijn op onderdelen toezeggingen gevraagd, die aanvullend zijn op deze kaderstelling. 1. Duurzaamheid (uitgangspunt 6) In het uitgangspunt is opgenomen, dat het toepassen van circulariteit voor nu niet structureel toepasbaar is en bij toekomstige herijkingen van het IHP nader uitgewerkt zal worden. Vanuit de raadsvergadering is aandacht gevraagd voor de toepassing van de optie van circulariteit bij nieuwbouw en sloop; en te bezien of op basis van andere praktijksituaties in het land dit kan worden meegewogen in de aanbesteding bij zowel de nieuwbouw als sloop. 2. Multifunctionaliteit (uitgangspunt 7) De raad heeft verzocht bij de uitwerking van de multifunctionaliteit en medegebruik van de onderwijsgebouwen in een beleidsregel oog te hebben voor de kosten van de maatschappelijke functies en de reikwijdte van het medegebruik, zodat er geen financiële risico’s ontstaan die ten laste komen van de onderwijshuisvesting. 3.
Doorgaande ontwikkelingslijn (uitgangspunt 3) De raad heeft benadrukt, dat de financiële risico’s bij een IKC vorming vooraf inzichtelijk moeten zijn, dat die niet ten laste van de gemeentelijke begroting c.q. de onderwijshuisvestingsbudgetten mogen komen en er sprake is van helderheid over de terugverdientijd van de investering. Met andere woorden er moet sprake zijn van een kostendekkende, marktconforme huur door de kinderopvangpartner. 4. Bouweisen BENG- ENG (uitgangspunt 1) In de uitgangspunten is bepaald dat bij nieuwbouw de ambitie is om een ENG kwaltiet te realiseren. Deze worden per situatie beoordeeld, waarbij de meerkosten proportioneel moeten zijn ten opzichte van het effect. Daarbij heeft de raad aangegeven dat er per situatie wordt bekeken wat de exploitatievoordelen van het schoolbestuur zijn en dat die als bijdrage worden meegenomen in het budget. 5. Sustainable Development Goals (uitgangspunt 1) De raad heeft verzocht de Sustainable Development Goals te verwerken in het ontwerp bij nieuwbouw. 6. Was/wordt tabel op hoofdlijnen De raad heeft verzocht om aan het IHP een was/wordt tabel op hoofdlijnen toe te voegen van het bestaande IHP en het nieuwe IHP. Deze toevoegingen zijn meegenomen bij de toepassing van de uitgangspunten in het IHP. De uitgangspunten voor het IHP zijn uitgebreid weergegeven in de Startnotitie. Hieronder is een samenvatting opgenomen.
Voor de volledige inhoud wordt verwezen naar de betreffende notitie. Die is als bijlage toegevoegd.
3.1. Bouweisen Bouwbesluit (PO/VO) Schoolgebouwen moeten aan wettelijke huisvestingseisen voldoen. Deze eisen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit (het meest recente besluit is in 2021 gepubliceerd). Naast het Bouwbesluit zijn er diverse andere ontwikkelingen die een rol spelen. Een gebouw wordt beoordeeld op het geldende Bouwbesluit ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning. Dat betekent dat een ‘ouder’ schoolgebouw niet aan het meest recente Bouwbesluit hoeft te voldoen, maar wel aan het toen geldende Bouwbesluit (ten tijde van de bouw). (Bijna) Energieneutrale Gebouwen (BENG en ENG) bij nieuwbouw (PO/VO) Vanaf 1 juli 2020 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn Energieprestaties Gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD). De BENG-eisen
10
gelden inmiddels als basisvoorziening binnen de gemeentelijke zorgplicht voor nieuw te bouwen onderwijshuisvesting. Bij nieuwbouw is het gebouw energieneutraal (ENG) en gasloos. Bij bestaande bouw (renovatie) is (B)ENG niet altijd mogelijk en wordt een zo hoog mogelijk energieprestatie niveau nagestreefd. Bij een gebouw met meerdere functies, geldt dit voor het gehele gebouw. De ambitie voor de ENG norm is uitsluitend te realiseren als er sprake is van (vervangende) nieuwbouw. Per situatie wordt er vooraf, bij de kredietaanvraag, gewogen en bepaald of er sprake is van proportionele meerkosten van BENG naar ENG en of deze financieel haalbaar zijn. Daarbij zal per project door de bouwheer inzichtelijk worden gemaakt wat de exploitatievoordelen zijn bij realisatie van ENG. Die (toekomstige) voordelen worden als bijdrage door het schoolbestuur binnen het taakstellende budget ingebracht. Frisse Scholen (PO/VO) Het doel van het programma van eisen (PvE) voor Frisse Scholen, is het formuleren van voorwaarden voor het realiseren van een gezond, comfortabel en energiezuinig schoolgebouw. Het PvE Frisse Scholen is ontwikkeld op initiatief van de overheid (RVO) en gaat verder dan de eisen rondom energie, lucht, temperatuur, licht en geluid die in het Bouwbesluit worden genoemd. Bij nieuwbouw wordt minimaal het PvE Frisse Scholen Klasse B gerealiseerd.
Met de kwaliteit Klasse B is sprake van een goed binnenklimaat, wat de leerontwikkeling van het kind bevordert. De achterliggende PvE’s van het Programma Frisse Scholen zijn als bijlage bij de Startnotitie gevoegd.
3.2. Landelijke ontwikkelingen (PO/VO) In 2018 zijn landelijke voorstellen ten aanzien van de onderwijshuisvesting ontwikkeld en aangeboden aan de Minister van OCW. Het gaat hier om de volgende ontwikkelingen: ✓ het IHP wordt wettelijk verankerd; elke gemeente moet in samenspraak met de schoolbesturen een IHP opstellen voor de komende zestien jaar. ✓ het begrip renovatie wordt opgenomen in de wet. ✓ het wordt mogelijk voor schoolbesturen in het primair onderwijs (PO) om in bepaalde gevallen mee te investeren in onderwijshuisvesting (voor het voortgezet onderwijs (VO) is mee-investeren reeds mogelijk). Helaas is er nog steeds geen concrete wetgeving. De rijksoverheid worstelt met de wijze waarop de wettelijke verankering gestalte moet krijgen. De verwachting is dat dit in 2025 zal worden geëffectueerd.
Gemeente en schoolbesturen nemen, vooruitlopend op de wettelijke wijzigingen, hun verantwoordelijkheid om vanuit visie en inhoud het IHP te herijken en uitspraken te doen rondom renovatie en gezamenlijke betaalbaarheid. Het leveren van een eigen bijdrage door het schoolbestuur in het geval van renovatie en/of verduurzaming wordt eveneens opgenomen.
Met de (nieuwe) wettelijke ontwikkelingen, ontstaat er meer ruimte om vanuit de wet de samenwerking op te zoeken. Vooruitlopend hierop, nemen de gemeente Wassenaar en de schoolbesturen hun verantwoordelijkheid om vanuit visie en inhoud het IHP te herijken. In dit geactualiseerde IHP worden reeds uitspraken gedaan over de mogelijkheden tot renovatie en de gezamenlijke betaalbaarheid, waarbij sprake is van een eigen bijdrage door het schoolbestuur bij renovatie en/of verduurzaming.
11
Daarnaast is er wetgeving (2026) aanstaande met betrekking tot de implementatie van de EPBD IV richtlijn van het EP. Daarin is een aantal aankomende verplichtingen van verduurzaming van de utiliteitsbouw opgenomen zoals de eis dat “gebouwen stapsgewijs de slechts presterende gebouwen worden uitgefaseerd, te beginnen met de slechtste 16% gebouwen in 2030 en 26% slechtste in 2033. Voor de vertaling naar Nederlands beleid wordt naar alle waarschijnlijkheid gekeken naar een minimum energielabelplicht, net als nu al geldt voor kantoren, die per gebouwtype kan verschillen. Waar de labelgrenzen liggen wordt nu nog bepaald.” Wat het minimum aan labelplicht gaat worden is dus belangrijk om te weten wat de gevolgen zijn voor het IHP. Dat laatste is nu nog niet bekend en zal bij de volgende herijking zijn beslag krijgen.
3.3. Doorgaande ontwikkelingslijn De doorgaande ontwikkelingslijn is een breed begrip. In afstemming met de schoolbesturen is besloten om in de nog op te stellen lokale educatieve agenda (LEA) een gezamenlijke visie op de doorgaande ontwikkelingslijn te formuleren. In het herijkte IHP wordt om deze reden het realiseren van een IKC (vanuit een huisvestingsoptiek) benoemd. Het (integraal) kindcentrum (IKC) is één van de mogelijke manieren om de doorgaande ontwikkelingslijn te realiseren. Of een schoolbestuur en kinderopvang over gaan tot het vormen van een IKC, is in eerste instantie afhankelijk van de behoeftes rondom de ontwikkeling van het kind. Bij een IKC wordt doorgaans gedacht aan één gebouw, één organisatie (juridische entiteit), één leiding en één bestuur. Wanneer onderwijs en kinderopvang in meerdere gebouwen gehuisvest is zonder een juridische entiteit te zijn, kan eveneens sprake zijn van samenwerken vanuit de doorgaande ontwikkelingslijn. De invulling is maatwerk wat betreft vorm (fysiek: onder één dak of in elkaars nabijheid), inhoud, doelgroep en tempo. Binnen een IKC wordt gemeenschappelijk en vanuit één visie gewerkt. De voorzieningen en het personeel hebben als doel de opvoeding en ontwikkeling van (jonge) kinderen centraal te stellen.
Voor de huisvesting van de kinderopvang zullen er geen gemeentelijke middelen worden geïnvesteerd in de (integrale) voorzieningen vanuit de lopende gemeentelijke begrotingen. Daarbij financiert de gemeente de investering voor en ontvangt rechtstreeks van het schoolbestuur een vergoeding voor de jaarlijkse kapitaallasten. Het schoolbestuur heeft een huurafspraak met de kinderopvangorganisatie. Om de IKC voorziening mogelijk te maken draagt de gemeente naast de onderwijs m2 ook de kinderopvang m2 over aan het schoolbestuur. Dankzij deze financieringsvormen investeert de gemeente weliswaar zelf, maar faciliteert zij de voorziening door het voor te financieren en draagt daarmee niet de kapitaallasten. Voor de gemeente is het daarmee kostenneutraal. 1. 2. 3.
Het belang van een duurzame samenwerking tussen betrokken partijen in de doorgaande ontwikkelingslijn van kinderen en jongeren in Wassenaar, zal in toekomstige LEA worden opgenomen. Vanuit een maatschappelijk oogpunt stimuleert de gemeente dat scholen een doorgaande ontwikkelingslijn nastreven en daartoe eventueel een (integraal) kindcentrum (IKC) kunnen vormen. Dat standpunt wordt gevormd middels een beleidsvisie. De gemeente is kostenneutraal ten aanzien van het juridisch eigendom en economisch claimrecht op grond van de onderwijswetgeving en de financiering daarvan. Naast de onderwijs m2, zullen ook de kinderopvang m2 juridisch wordt overgedragen aan het schoolbestuur. De gemeente financiert de investering en ontvangt een vergoeding voor de jaarlijkse kapitaallasten van het schoolbestuur - dat een huurafspraak heeft met de kinderopvangorganisatie.
3.4. Kwaliteit gebouw (PO/VO) In 2013 heeft Ruimte-OK het zogeheten ‘Kwaliteitskader funderend onderwijs’ opgesteld. Daarin is een aantal aanbevelingen gedaan waar de kwaliteit van een gebouw aan zou moeten voldoen. Het kader bestaat uit:
12
✓ ✓ ✓
architectonische kwaliteitscriteria; functionele kwaliteitscriteria; technische kwaliteitscriteria.
Schoolbesturen stellen, in gesprek met de gemeente, aan de hand van de Handreiking Kwaliteitskader van Ruimte-OK (werkversie 2023) een eigen ‘keuze’ kwaliteitskader op ten behoeve van kwalitatieve criteria.
3.5. Flexibiliteit (PO/VO) In het huidige IHP is reeds beschreven dat investeringen in huisvesting moeten leiden tot een flexibel inzetbaar gebouw dat optimaal te exploiteren is. Alle schoolbesturen onderschrijven dat een gebouw toekomstbestendig, en daarmee flexibel, moet zijn qua ruimtegebruik. Toekomstige onderwijskundige aanpassingen dienen eenvoudig verwerkt te kunnen worden, zonder (ingrijpende) constructieve aanpassingen. Hier moet in het programma van eisen al rekening mee worden gehouden, bijvoorbeeld door het toepassen van een staalconstructie in plaats van kalkzandsteen wanden.
In het PvE voor de nieuwbouw van een schoolgebouw wordt opgenomen dat het gebouw flexibel is in het gebruik en dat toekomstige aanpassingen eenvoudig, zonder ingrijpende constructieve aanpassingen, te realiseren zijn.
3.6. Duurzaamheid (PO/VO) De gemeente heeft de transitievisie warmte vastgesteld in 2021. Zo moeten alle gebouwen in 2050 CO₂-neutraal zijn (onder andere door gasloos te zijn) en in 2030 moet een belangrijke stap in de richting gemaakt zijn (bijvoorbeeld in de vorm van isolatie en hybride warmtepompen). Daarnaast zet de gemeente in op de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed, inclusief scholen, via beschikbare rijksregelingen zoals de DUMAVA. Voor nieuwbouw is de ambitie van energieneutraliteit haalbaar. Voor schoolgebouwen die nog niet aan vervanging toe zijn, dan wel recentelijk zijn gerealiseerd, zal onderzocht worden of deze maatregelen haalbaar en toepasbaar zijn via de Renovatiestandaard van het Rijk. Deze standaard biedt houvast voordat de eindnorm verplicht wordt. Na 2030 wordt er een verplichte eindnorm bepaald waaraan de energieprestaties van alle gebouwen moeten voldoen in 2050. Er is landelijk wetgeving in voorbereiding. (zie ook de paragraaf landelijke ontwikkelingen) De aankomende wetgeving gaat over de implementatie van de EPBD IV richtlijn van het EP. Voor Nederland moet dit voor 2026 in wetgeving worden omgezet. De eerste stap is in beeld te krijgen welke 16% van de gebouwen slecht presteren. Gelet de op handen zijnde maatregelen wordt nu al een goede stap voorwaarts gemaakt. 1.
2.
Aanvullend op de energieambitie ENG en gasloos, kan een schoolbestuur bepalen ook onderhoudsarme materialen toe te passen. Vanuit de toekomstige besparing in het onderhoud, zal, als een schoolbestuur daarvoor kiest, een eigen bijdrage van toepassing zijn ter grootte van de investering voor deze toepassing. Bestaande schoolgebouwen die niet aan vervanging toe zijn, zullen voldoen aan de renovatiestandaard.
Een belangrijke ontwikkeling is de zogeheten circulariteit. Hiermee wordt de ambitie om materialen te gebruiken die al gerecycled zijn, dan wel materialen die in de toekomst recyclebaar zijn bedoeld. Met dat laatste kan theoretisch een zogeheten restwaarde worden bepaald, dat in de administratie niet behoeft te worden afgeschreven (statiegeld). Deze vorm staat nog in de kinderschoenen om voor nu structureel praktisch in te zetten.
13
Vanuit de raadsvergadering is aandacht gevraagd voor de toepassing van de optie van circulariteit bij nieuwbouw en sloop. Een belangrijk overweging in de realisatie van duurzaamheidsvoorzieningen, is dat ze qua installatie duurder in gebruik, service en onderhoud zijn (bijvoorbeeld in het Frisse Scholen-pakket, de nieuwe ventilatie-eisen en gasloze installaties). Dat betekent dat er veelal geen exploitatievoordelen zijn te behalen met de realisatie van deze ambities. Wel kan bij het toepassen van onderhoudsarme materialen een (toekomstig) exploitatievoordeel worden behaald. Schoolbesturen en scholen zijn vooral geïnteresseerd in duurzaamheid vanuit maatschappelijk oogpunt en als het ertoe doet. Dus als het een maatschappelijk effect heeft. Daarnaast kan het economische voordelen opleveren.
3.7. Multifunctionaliteit van de gebouwen, verhuurbaarheid voor maatschappelijke objecten. (PO/VO) De gemeente hecht waarde aan de maatschappelijke functie van schoolgebouwen in de wijk en buurt. Daarbij heeft de gemeente de wens dat schoolgebouwen de deuren openstellen voor maatschappelijk gebruik.
De gemeente is bereid maatschappelijk gebruik te faciliteren. Deze wens moet nog nader worden verkend en uitgewerkt.
Denk hierbij aan sociale en culturele activiteiten, alsmede gebruik rondom gezondheid en welzijn, die buurt gerelateerd zijn en passen binnen de onderwijsfunctie. Deze ambitie vraagt wel nadere uitwerking voor wat betreft de omvang en voorwaarden waaronder dit mogelijk is. Dat zal worden opgenomen in een nog op te stellen ‘beleidsregel medegebruik’ die aan de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs kan worden gehecht.
3.8. Renovatie of nieuwbouw 3.8.1. Renovatie Een gebouw dient in beginsel na een levensduur van 40 jaar opnieuw bekeken te worden. Bij renovatie gaat het om een levensduurverlenging van het gebouw zelf én het koppelen van het onderhoudsmoment van specifieke onderdelen van het gebouw. Met de levensduurverlenging kan het gebouw de komende 20 jaar als adequate huisvesting worden beschouwd. Gekeken wordt dan of renovatie in combinatie met het plegen van groot onderhoud mogelijk is. De kosten voor levensduurverlenging komen ten laste van de gemeente (conform de wetsvoorstellen). Het onderhoud is conform de wetgeving voor rekening van het schoolbestuur (ook in de wetsvoorstellen wordt de combinatie met onderhoud en MJOP gemaakt om de bijdrage van het schoolbestuur te bepalen). Omdat er geen normen zijn voor renovatie is het van belang daar een grens aan te stellen. Als uitgangspunt voor renovatie wordt bij een verlenging (en investering) voor een periode van 20 jaar voor de bekostiging 50% van de nieuwbouw-norm aangehouden. De betreffende investering wordt ook in 20 jaar afgeschreven.
3.8.2. Vernieuwbouw Het kan ook voorkomen dat het gebouw een meer forse investering nodig heeft, waarbij de kwaliteit voor de komende 40 jaar is gewaarborgd. Dan is er sprake van een verlenging van de levensduur met 40 jaar (ook na de eerste levensduur van 40 jaar) en spreken we van vernieuwbouw. In dit geval kan er een hogere investering plaatsvinden met een grotere kwaliteit. Voor een dergelijke renovatie geldt 70% van de nieuwbouw-norm. Deze investering wordt in 40 jaar afgeschreven.
14
3.8.3. Eigen bijdrage schoolbestuur Omdat er naast een verlenging van de levensduur ook sprake is van het (gebundeld) plegen van groot onderhoud, kan een eigen bijdrage van het schoolbestuur van toepassing zijn. Deze bijdrage is afhankelijk van het onderhoud dat het schoolbestuur voor die periode gepland heeft. Dit is vastgelegd in het MJOP dat elk schoolbestuur (per gebouw) beschikbaar heeft. Dit zal bij het vaststellen van een investering voor elk project in overleg worden besloten. Deze bijdrage komt bovenop het renovatiebudget van de gemeente.
3.8.4. Bijzondere omstandigheden Als er bij vervangende nieuwbouw sprake is van bijzondere eisen die de normkosten te boven gaan, is er sprake van bovennormatieve kosten. Deze kosten moeten aantoonbaar zijn en worden boven op het normbudget vergoed. Daarnaast kan het voorkomen dat een gebouw niet kan worden vervangen door nieuwbouw, of dat er bijzondere eisen (zoals welstandeisen) aan de renovatie/vernieuwbouw van een gebouw worden gesteld. Voorbeelden daarvan zijn een gebouw met monumentale status of een gebouw op een hele specifieke locatie die om extra eisen vraagt. In een dergelijke situatie kan niet worden volstaan met uitsluitend een referentie naar een normbudget. Dan zal maatwerk nodig zijn en mogelijk extra subsidies. Activiteit Renovatie met 20 jaar verlenging < BENG Of Renovatie (vernieuwbouw) met 40 jaar verlenging BENG Nieuwbouw voor 40 jaar ENG
Aantal m2 Bestaand
% van nieuwbouw max 50%
Bestaand
max 70%
behoefte
100%
Tabel en Figuur 3.8.4 Technische levensduur en bijzondere omstandigheden
15
Wederzijdse inbreng Schoolbestuur: situationeel Gemeente: tot max 100% Schoolbestuur: situationeel Gemeente: tot max 100% Gemeente: BENG Schoolbestuur: BENG-> ENG
1. 2. 3. 4. 5.
6.
Voor elk schoolgebouw zal bekeken worden welke maatregel op termijn nodig is: renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw: Bij nieuwbouw wordt een gebouw vervangen voor de komende 60 jaar; Bij renovatie/vernieuwbouw gaat het om een levensduurverlenging van het gebouw én het koppelen van het groot onderhoudsmoment van onderdelen van het gebouw voor 20 of 40 jaar; De eigen bijdrage bij renovatie/vernieuwbouw van het schoolbestuur zal bij het vaststellen van de investering van het project worden bepaald aan de hand van het MJOP van het betreffende onderwijsgebouw en de te nemen maatregelen en wordt aan het renovatiebudget toegevoegd; In bijzondere omstandigheden kunnen de kosten van renovatie/vernieuwbouw hoger zijn dan de referentie van de normbudgetten (monument of bijzondere eisen); dan zal maatwerk nodig zijn. Bij nieuwbouw kan er sprake zijn van bovennormatieve kosten vanwege bijzondere eisen. Deze kosten moeten aantoonbaar zijn en worden boven op het normbudget vergoed; In de Financiële Verordening van Wassenaar wordt voor (school)gebouwen een maximale afschrijvingstermijn 60 jaar gehanteerd. In de praktijk wordt er afgeschreven op basis van de verwachte technische levensduur. Deze termijn is voor schoolgebouwen tot op heden steeds vastgesteld op een periode van 50 jaar.
3.9. Financiële norm PO/VO In de model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de VNG zijn in de bijlagen diverse tabellen opgenomen die gelden als norm voor het beoordelen en berekenen van de huisvestingsvoorzieningen. Dit bedrag dekt de basisvoorziening van BENG en gasloos zoals in het Bouwbesluit staat omschreven. Dit zijn de basisvoorzieningen zonder PvE Frisse Scholen, ventilatie, duurzaamheid, flexibiliteit en onderhoudsarme toepassingen. Hier is dus geen rekening mee gehouden. Een alternatief is de financiële norm te berekenen aan de hand van de bouwkosten (reële bouwkosten plus marktwerking). Op basis hiervan is de norm meer gedifferentieerd en kan een bedrag per m² vastgesteld worden voor de ambities in het IHP van de gemeente Wassenaar. 1. 2. 3. 4.
De gemeente werkt vanuit de Verordening met de financiële norm van de VNG en heeft op basis van een advies van de Rekenkamercommissie gezocht naar een meer reële bouwkostennorm bij het bepalen van de investering voor nieuwbouw; De gemeente onderschrijft het gebruik van de kostenconfigurator op basis van reële bouwkosten; Deze norm is meer marktconform en daarmee beter toepasbaar;. Deze aangepaste norm zal bij de eerstvolgende wijziging van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Wassenaar worden opgenomen.
16
4. Andere gemeentelijke ontwikkelingen 4.1. Starten van nieuwe onderwijsinitiatieven en de effecten voor onderwijshuisvesting Op basis van de leerlingenprognoses is de verwachting is dat het leerlingenaantal zal stijgen in Wassenaar de komende 16 jaar. Dit betekent dat de bestaande scholen zullen groeien. Die groei is nu opgenomen in het IHP. Maar, het kan ook zijn dat op basis van de nieuwe wet er mogelijk initiatieven van buitenaf verwacht kunnen worden in het stichten van nieuwe scholen. In de regel kan elk individu een nieuwe school stichten zolang hier voldoende animo naar is (aan de hand van ouderverklaringen). In juni 2021 is de nieuwe wet Meer ruimte voor nieuwe scholen van kracht geworden die dat mogelijk maakt. De regeling beschrijft de procedure voor het starten van nieuwe openbare en bijzondere scholen in het funderend onderwijs, zodat deze beter aansluit bij de daadwerkelijke belangstelling van leerlingen en ouders. Daarmee komt er meer ruimte voor nieuwe initiatieven. Dat kan een initiatief voor een school op grond van een bepaalde geloofs- of levensovertuiging zijn en het kan ook een initiatief voor een school op pedagogische of andersoortige grondslag zijn. In de praktijk begint een nieuwe school eerst in tijdelijke huisvesting voordat aanspraak gemaakt kan worden op een permanente huisvestingsvoorziening.
Dit om te voorkomen dat er onnodige kosten zijn gemaakt als een initiatief niet lucratief blijkt. Die tijdelijke huisvesting is vaak de leegstand van een bestaand gebouw. De gemeente vindt het huidige onderwijsaanbod een goede afspiegeling van de Wassenaarse samenleving. Indien zich een dergelijk stichtingsinitiatief voordoet, zal er eerst gekeken worden naar de bestaande vastgoedportefeuille, voordat besloten wordt tot het investeren in een nieuwe huisvestingsvoorziening. Een dergelijke voorziening zal vervolgens in de toekomstige actualisatie van het IHP opgenomen worden en komt naast de reeds opgenomen voorzieningen voor de bestaande schoolgebouwen. Door een extra investering toe te voegen, komen de al opgenomen renovatie en/of (ver)nieuwbouw van de huidige schoolgebouwen daarmee niet in het gedrang. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente er voor kiezen een volledig nieuw schoolgebouw op te nemen. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de nieuwe school gevestigd wordt in een gebied met een tekort aan onderwijshuisvesting dan wel een uitbreidingsgebied, of dat het nieuwe initiatief zich richt op een type onderwijs waar een tekort aan, dan wel een grote vraag naar is.
4.2. Mogelijke groei anderstaligen (Taalklas/ISK) en de effecten voor onderwijshuisvesting Binnen de gemeente Wassenaar, aan het AZC Wassenaar, worden momenteel ruim 900 asielzoekers en 45 alleenstaande, minderjarige vluchtelingen (AMV’ers) gehuisvest. Daarnaast worden verschillende gezinnen van Oekraïense ontheemden opgevangen en wordt er een toenemend aantal statushouders gehuisvest. Er is daarom sprake van een grote groep nietNederlandstalige, waarvan een deel minderjarig zal zijn en daarom leerplichtig is volgens de Nederlandse wet. Deze doelgroep heeft vaak nog niet voldoende Nederlands als Tweede Taal (NT2) onderwijs genoten. Een exacte prognose maken van de aantallen is niet mogelijk omdat deze onderhevig is aan verschillende, externe factoren. In Wassenaar is om deze reden een Taalklas gevestigd, welke bestuurlijk onder het SKOW schoolbestuur valt en gehuisvest is in The American School of the Hague, te Wassenaar. Momenteel is de taalklas enkel bedoelt voor statushouders, Oekraïense ontheemden en bepaalde arbeidsmigrant-kinderen. Er is echter vanuit de gemeente een behoefte uitgesproken om meer gezinnen in het AZC Wassenaar te vestigen en deze behoefte is beaamd door de schoolbesturen.
17
Het resultaat hiervan is de mogelijke uitbreiding van de huidige taalklas. Qua onderwijsvraag kan de behoefte worden beantwoord. Echter heeft het mogelijkerwijs wel consequenties voor de huidige huisvesting, en zal er aan alternatieven gedacht moeten worden. Gezien de bestuurlijke rol van de SKOW is het logisch hier qua toekomstige huisvesting binnen de SKOW rekening mee te houden. Daarnaast wordt een toename aan vluchtelingen in de leeftijd 12-18 verwacht. Dit komt met name door het oprichten van extra voorzieningen in Leiden voor deze doelgroep in de loop van 2025. Als gevolg zal de ISK in Leiden, waar vluchtelingen in de leeftijd 12-18 nu van onderwijs genieten, daardoor overvol raken – welk een impact kan hebben op de AMV’ers in Wassenaar en mogelijke toekomstige kinderen in de leeftijd 12+ met een NT2 behoefte woonachtig in Wassenaar. Op dit moment zijn er geen plannen om een ISK te vestigen in Wassenaar.
18
5. Leerlingenprognoses De demografische ontwikkelingen zijn van groot belang voor het bepalen van de juiste omvang van een onderwijsgebouw. Ook is het wenselijk overeenstemming te hebben tussen de gemeente en het schoolbestuur als het gaat om de verwachtingen van het aantal leerlingen en daarmee de noodzakelijke vierkante meters aan oppervlak. Om die reden is in de Wet Primair onderwijs, de Wet Voortgezet onderwijs 2020 en de Verordening opgenomen dat een aanvraag voor een vervanging, uitbreiding of nieuwbouw vergezeld moet gaan van een leerlingenprognose. De eisen voor een dergelijke prognose is opgenomen in bijlage II van de Verordening. Om hieraan tegemoet te komen en om een goed beeld te hebben van de te verwachten leerlingen stelt de gemeente Wassenaar periodiek een integrale leerlingenprognose op. Daarbij maakt ze gebruik van een eigen bevolkingsprognose. Voor de herijking van het IHP wordt de meest recente leerlingenprognose gehanteerd die dateert van 2024 (Postmus). Daarbij is gebruik gemaakt van de teldatum van 1 oktober 2023. Dit is een wettelijke teldatum voor OCW voor het bepalen van de huisvestingsbehoefte vanaf het schooljaar 2024/2025. Voor de berekening van het aantal leerlingen bij permante bouw wordt, conform de Verordening (bijlage III, berekening ruimtebehoefte), uitgegaan van het aantal leerlingen over 15 jaar (t+15) i.c. dus 2039.
Voor het primair onderwijs is een integrale leerlingenprognose opgesteld en voor beide voortgezet onderwijsinstellingen ieder een eigen prognose. De prognose presenteert de resultaten voor de acht basisscholen in de gemeente en twee voortgezet onderwijsscholen. De prognoses zijn gebaseerd op de telgegevens tot en met 1 oktober 2023 en opgesteld voor de korte en lange termijn. De telgegevens van de scholen zijn opgevraagd bij DUO en de historische bevolking- en woninggegevens door het Centraal Bureau voor de Statistiek tot en met 1 januari 2023. De gegevens over de toekomstige woningbouw zijn opgegeven door de gemeente.
Primair onderwijs De resultaten van de prognoses staan in een bij de prognose behorend bijlagenboek, waarin is aangegeven: 1. de herkomst van de leerlingen naar wijk en gemeente op 1 oktober 2023; 2. de korte termijnprognose (de huisvestingsbehoefte voor de komende 4 jaar op basis van gewogen en ongewogen leerlingen 2025-2028); 3. de lange termijnprognose (de ontwikkeling van de basisgeneratie) voor 2025-2042; 4. de gemiddelde woningbezetting door de basisgeneratie de ontwikkeling van het ongewogen leerlingenaantal; 5. de aanspraken op huisvestingsvoorzieningen; 6. het aantal leerlingen dat van de basisgeneratie de school bezoekt, uitgedrukt in een deelnamepercentage. DUO heeft de leerlingeninformatie verstrekt op basis van het aantal leerlingen per 1 oktober 2023 op de basisscholen naar herkomst op basis van buurt/wijk en plaats. Met behulp van deze gegevens zijn de voedingsgebieden van de scholen samengesteld. Onder voedingsgebied wordt verstaan een gebied waaruit tenminste 70% van de leerlingen op de school afkomstig is. Wat betreft de woningontwikkeling verwacht de gemeente dat er tot en met 2030 944 woningen worden gebouwd. Het merendeel van de woningen wordt in wijk01 Noordoostelijk deel gebouwd. De woningen zijn in de bevolkingsprognose verwerkt.
De ruimtebehoefte berekening voor het basisonderwijs komt tot stand door toepassing van de vierkante meter norm uit de Verordening (200 m2 vaste voet3 als basis plus 5,03 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) per leerling). Een uitzondering daarop is de gewichtenregeling. Dat is bedoeld voor leerlingen met een achterstandsscore. Dat betreft in Wassenaar drie basisscholen: Sint Jan Baptistschool, Sint Jozefschool en de Sint Bonifaciusschool. Deze achterstandsscore leidt tot een geringe verhoging van het aantal m2 bvo. Daar is met het bepalen van de ruimte behoefte rekening gehouden.
3
Een vaste voet is een basis aantal m2 bvo, als start. Daar boven op komt het aantal leerlingen x 5,03 m2.
19
De resultaten vertalen zich in het volgende overzicht4, waarbij gekozen is voor een beperkte weergave van het aantal jaren (2023, 2026, 2030, 2035 en 2039). Aantal leerlingen School
1-10-2024
2026
2030
2035
2039
Kievietschool
193
182
185
188
197
Bloemcampschool
396
423
442
428
479
Herenwegschool
389
403
401
417
425
Sint Bonifaciusschool
220
240
252
262
267
Sint Jan Baptistschool
211
214
235
244
249
Sint Jozefschool
216
213
214
222
227
Nutsschool Wassenaar
239
249
257
267
272
Montessorischool
121
123
125
129
132
1.985
2.047
2.111
2.157
2.248
Totaal Tabel 5.1 Leerlingenprognose PO
Vertaling in ruimte behoefte Ruimtebehoefte in m² School
1-10-2024
2026
2030
2035
2039
Kievietschool
1.171
1.115
1.131
1.146
1.191
Bloemcampschool
2.192
2.328
2.423
2.353
2.609
Herenwegschool
2.157
2.227
2.217
2.298
2.338
Sint Bonifaciusschool
1.318
1.418
1.481
1.531
1.556
Sint Jan Baptistschool
1.265
1.280
1.386
1.431
1.456
Sint Jozefschool
1.311
1.296
1.301
1.344
1.369
Nutsschool Wassenaar
1.402
1.452
1.493
1.543
1.568
809
819
829
849
864
11.626
11.936
12.260
12.494
12.951
Montessorischool totaal Tabel 5.2 Ruimtebehoefte in m²
4
Bron: leerlingenprognose november 2023 Postmus Advies
20
Ruimtebehoefte in lokalen School
1-10-2024
2026
2030
2035
2039
Kievietschool
8
7
8
8
8
Bloemcampschool
17
18
19
18
20
Herenwegschool
16
17
17
18
18
Sint Bonifaciusschool
10
10
11
11
11
Sint Jan Baptistschool
9
9
10
10
11
Sint Jozefschool
9
9
9
9
10
Nutsschool Wassenaar
10
11
11
11
12
Montessorischool
5
5
5
6
6
Totaal
84
85
89
91
95
Tabel 5.3 Ruimtebehoefte in lokalen
Aan de hand van de leerlingenprognose is te constateren, dat er op lange termijn een stijging is te verwachten van 262 leerlingen over 15 jaar, wat zich vertaalt naar een totale verhoging van de behoefte van 1.318 m2 bvo (11 tot 12 lokalen). Dat komt neer op ongeveer 13%. Dit is substantieel en komt neer op bijna een volledige basisschool. Dit vraagt om een vertaling in huisvesting. (zie ook de paragraaf Maatregelen). Het ‘Rapport prognose basisscholen Gemeente Wassenaar 2025 e.v.’ met bijlagenboek van november 2023 is als bijlage opgenomen bij dit IHP.
Voortgezet onderwijs Het eerste rapport presenteert de resultaten van de prognose voor de school voor voortgezet onderwijs het Rijnlands Lyceum (Brinnr. 02GP-00), gevestigd aan de Backershagenlaan 5 in Wassenaar (hoofdvestiging). De zgn. VAVO-leerlingen zijn niet in de prognose meegenomen. Deze leerlingen staan wel op de school ingeschreven maar volgen elders onderwijs. Aan het Rijnlands is vanaf het schooljaar 2019-2020 een internationale school verbonden. Leerlingen in de basisschoolleeftijd vanaf groep 8 staan hiervoor op het Rijnlands ingeschreven, Omdat dit een leerjaar voor de reguliere aanvang van het voortgezet onderwijs is, is deze groep weergeven als leerjaar 0. De leerlingen staan bij DUO ingeschreven. Inmiddels zijn er 7 leerjaren van leerjaar 0 tot en met leerjaar 6. In de prognose zijn de leerlingen in leerjaar 0 apart vermeld. Elk leerjaar in de internationale school leerjaar 1t/m 5 telt gemiddeld 51 leerlingen. Daarom is de instroom in leerjaar 0 ook op 51 gesteld. Voor de school is een prognose gemaakt op basis van de Programma’s van Eisen voor het opstellen van Leerlingenprognoses (bijlage van de VNG-brief OCSR/2001004252). De lange termijnprognose is op basis van een doorstroommodel gemaakt. De basisgeneratie bestaat uit de 50% 12- en 50% 13 -jarigen. De bevolkingsprognose is gemaakt volgens de cohortmethode volgens de eerdergenoemde programma’s van eisen.
Tot het voedingsgebied van de school behoren de gemeenten Wassenaar, Voorschoten, ’s-Gravenhage en Leidschendam-Voorburg. De basisgeneratie loopt in de prognoseperiode de eerste jaren wat terug en neemt daarna weer toe. Doordat de meeste leerlingen uit Wassenaar afkomstig zijn en de basisgeneratie daar het sterkst toeneemt zal het aantal leerlingen van de school toenemen. Het tweede rapport presenteert de resultaten van de prognose voor de school voor voortgezet onderwijs Adelbert College (Brinnr. 14WE-00), gevestigd aan de Deijlerweg 163 in Wassenaar. De school is eveneens een hoofdvestiging. Door de school is aangegeven dat na een terugloop van de instroom die sinds het schooljaar 2023-2024 weer aantrekt. Op 1 oktober 2023 telde het eerste leerjaar 189. Voor het schooljaar 2024-2025 hebben zich 221 leerlingen aangemeld. Omdat het onzeker is of alle aangemelde kinderen ook definitief van de school kiezen is op dat aantal een reductie toegepast van 5%. Ook voor deze school is een prognose gemaakt op basis van de Programma’s van Eisen voor het opstellen van Leerlingenprognoses (bijlage van de VNG-brief OCSR/2001004252). De lange termijnprognose is op basis van hetzelfde doorstroommodel gemaakt. Tot het voedingsgebied
21
van de school behoren de gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Leiden en Katwijk. De school verwacht meer aanmeldingen uit de laatste twee gemeenten. De aanmeldingen voor het komende school bevestigen dit beeld. Daarom zijn in de deelnamefactoren per gemeente gecorrigeerd. Leerlingen uit de andere gemeenten worden gerekend tot “overig” en meegenomen in de opslagfactor. De zgn. VAVO-leerlingen zijn niet in de prognose meegenomen. Deze leerlingen staan wel op de school ingeschreven maar volgen elders onderwijs. Het ‘Rapport prognose Rijnlands Lyceum’ en het ‘Rapport Adelbert College’ Gemeente Wassenaar 2025 e.v.’ van november 2024 respectievelijk juli 2024 zijn als bijlage opgenomen bij dit IHP. Rijnlands Lyceum
1-10-2024
2026
2030
2035
2039
MYP Internationaal jaar 0
46
51
51
51
51
onderbouw 1 - 2
342
341
355
346
378
klas 3 havo/vwo
208
172
181
181
193
klas 4 havo/vwo
170
215
178
183
192
klas 5 havo/vwo
181
175
182
197
187
klas 6 havo/vwo
129
130
138
141
138
Totaal
1.076
1.084
1.084
1.100
1.140
Tabel 5.4 Leerlingenprognose Rijnlands Lyceum
Adelbert college
1-10-2024
2026
2030
2035
2039
onderbouw 1 - 2
417
432
426
417
453
klas 3 havo/vwo en vmbo
149
201
220
217
232
klas 4 havo/vwo en vmbo
210
174
249
249
260
klas 5 havo/vwo
148
133
158
165
159
klas 6 havo/vwo
59
67
78
75
72
Totaal
983
1.006
1.131
1.122
1.177
Tabel 5.5 Leerlingenprognose Adelbert College
Ruimtebehoefte in m² School
1-10-2024
2026
2030
2035
2039
Adelbert college
6.939
7.081
7.825
7.773
8.104
Rijnlands Lyceum
7.403
7.454
7.458
7.540
7.785
Totaal
14.342
14.535
15.283
15.313
15.889
Tabel 5.6 Ruimtebehoefte in m²
22
6. Bewegingsonderwijs Een school kan op grond van de onderwijswetgeving aanspraak maken op het wettelijk minimum aantal klokuren bewegingsonderwijs, wat de gemeente dient te faciliteren. Veelal bouwt en beheert de gemeente deze de lokalen voor bewegingsonderwijs zelf . Ook in Wassenaar is daarvan sprake. Om die reden is de mogelijke vervangende nieuwbouw van lokalen voor bewegingsonderwijs buiten het IHP gelaten, maar krijgt op een andere wijze vorm. Wel is er behoefte aan een duidelijk overzicht van klokuren en hoe de exploitatievergoeding in de vorm van de klokurenvergoeding op grond van de Verordening is gefaciliteerd. Hieronder is een overzicht te zien waarin duidelijk wordt hoeveel klokuren bewegingsonderwijs (voor het primair onderwijs en lesuren voor het voortgezet onderwijs) gefaciliteerd dienen te worden. Verder is inzichtelijk gemaakt welke school in welke accommodatie bewegingsonderwijs heeft.