Bijlage 4. Bestemmingsplan Klein Stoephout - bijlagen
Tekst van het document
bestemmingsplan
Klein Stoephout (herstel bouwtitel Villawijken 2010) Gemeente Wassenaar
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.0629.BPKLSTOEPHOUT-VG01
Datum:
14 maart 2024
Kenmerk Buro SRO:
SR230219
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
2
Bijlage(n) Toelichting
Inhoudsopgave Bijlage 1. Startdocument bestemmingplan Klein Stoephout 04-05-2023 Bijlage 2. Onderzoek verkeer en parkeren 04-07-2023 Bijlage 3. Vooronderzoek bodem 24-11-2021 Bijlage 4. Akoestisch onderzoek wegverkeer 23-12-2021 Bijlage 5. Onderbouwing Externe Veiligheid 06-12-2021 Bijlage 6. Quickscan Wet natuurbescherming 27-08-2021 Bijlage 7. Onderzoek stikstofdepositie 14-11-2023 Bijlage 7a. AERIUS berekening aanlegfase (AERIUS versie 2023.0.1)A Bijlage 7b. AERIUS berekening gebruiksfase (AERIUS versie 2023.0.1)B Bijlage 8. Notitie Watertoets Stoeplaan 7A, Wassenaar 07-12-2021 Bijlage 9. Archeologisch onderzoek 06-2023 Bijlage 10. Nota vooroverlegreacties conceptbestemmingsplan Klein Stoephout
Bijlage 1. Startdocument bestemmingplan Klein Stoephout 04-05-2023
Startdocument bestemmingplan Klein Stoephout
Versie 1 | 4 mei 2023
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1 Doel startdocument ...................................................................................................................... 3 1.2 Omgevingswet ............................................................................................................................... 3 1.3 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 3
2.
Aanleiding ........................................................................................................................................ 4 2.1 Achtergrond................................................................................................................................... 4 2.2 IAO advies ...................................................................................................................................... 4 2.3 Advies provincie ............................................................................................................................ 5
3.
Huidige situatie................................................................................................................................ 7 3.1 Locatie ........................................................................................................................................... 7 3.2 Bestemmingsplan .......................................................................................................................... 9 3.2.1 Villawijken .............................................................................................................................. 9 3.2.2 Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar – Panden, objecten en archeologie ....................................................................................................................................................... 10 3.3 Beleid ........................................................................................................................................... 10 3.3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................... 10 3.3.2 Provinciaal beleid .................................................................................................................
10 3.3.3 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................. 10 3.3.4 Hoogheemraadschap ........................................................................................................... 11 3.4 MER ............................................................................................................................................. 11 3.5 Kostenverhaal & planschade ....................................................................................................... 11
4.
Beoogde situatie............................................................................................................................ 12 4.1 Op te stellen bestemmingsplan................................................................................................... 12 4.1.1 Bouwvlak .............................................................................................................................. 12 4.1.2 Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................. 12 4.1.3 Milieu .................................................................................................................................... 12 4.1.4 Beleid .................................................................................................................................... 13 4.2 Beeldkwaliteitsparagraaf ............................................................................................................. 13 4.2.1 Beeldbepalende elementen ................................................................................................. 13 4.2.2 Inrichting............................................................................................................................... 14
5.
Procedure ...................................................................................................................................... 14
6.
Communicatie en participatie ....................................................................................................... 16
2
1. Inleiding Op 21 juli 2020 is het principeverzoek/vooroverleg ontvangen voor het herstellen van de bouwmogelijkheden op de percelen, kadastraal bekend als, sectie H2632 en H2635, aan de noordoostzijde grenzend aan het terrein van Stoeplaan 7/7a. Op 25 januari 2022 heeft het IAO geadviseerd om onder voorwaarden mee te werken aan het verzoek. Naar aanleiding hiervan is het overleg met provincie Zuid-Holland vervolgd en met een advies op 11 november afgerond. Op basis van deze adviezen is deze startnotitie opgesteld, om kaders te bieden voor het op te stellen bestemmingsplan. Een beeldkwaliteitsparagraaf zal worden opgesteld en worden toegevoegd in het bestemmingsplan en hiermee ook uitgangspunten bieden voor de invulling van het bouwplan.
1.1 Doel startdocument De gemeenteraad van Wassenaar heeft in 2013 de procesbeschrijving bestemmingsplan vastgesteld. Op basis van deze procesbeschrijving, vangt een bestemmingsplanprocedure aan met de vaststelling van een startdocument. De raad stelt het bestemmingsplan vast en stelt daarmee vanuit dit primaat ook altijd het startdocument vast. De raad heeft daarmee de regie over de uiteindelijk te bepalen keuzes. Bij vaststelling van het startdocument geeft de raad opdracht aan het college voor het opstellen en de voorbereiding van een bestemmingsplan, neemt een beslissing op de voorstellen voor o.a. een communicatieplan, een voorbereidingsbesluit, de MER-procedure, en stelt de wijze van kostenverhaal vast. De raad bepaalt hoe het startdocument wordt behandeld. Het is mogelijk om het initiatief te nemen en om bijvoorbeeld nieuwe cq aanvullende kaderstellende notities te vragen en op te laten nemen. Een vastgesteld startdocument is kaderstellend. De inhoud van dit startdocument zal in belangrijke mate richtinggevend zijn voor het verdere proces. Het vormt de kaders waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Bovendien wordt ten behoeve van de uitvoering inzicht gegeven in de planning en de communicatie naar omwonenden / belanghebbenden. Met het vaststellen van het startdocument geeft de gemeenteraad het startschot voor het opstellen van het bestemmingsplan.
Ook wordt hiermee initiatiefnemers de ruimte gegeven om te komen tot een uiteindelijke plan.
1.2 Omgevingswet Inmiddels is bekend dat de Omgevingswet 1 januari 2024 in werking zal treden. Voor deze tijd werken we nog met bestemmingsplannen. Het streven is om het ontwerpbestemmingsplan vóór 1 januari 2024 ter inzage te leggen, dan valt het nog binnen het huidige wettelijke kader. Mocht dit niet haalbaar blijken dan zal er een wijziging van het omgevingsplan nodig zijn.
1.3 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de aanleiding van het project nader toegelicht. De huidige situatie wordt in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beoogde situatie. In hoofdstuk 5 zal de bestemmingsplanprocedure met de indicatieve planning worden beschreven. Als laatste zal in hoofdstuk 6 worden ingegaan op de participatie met de omgeving.
3
2. Aanleiding 2.1 Achtergrond De genoemde percelen vallen onder het bestemmingsplan Villawijken (2010), echter bevatte dit een fout, waardoor het bouwrecht, van deze percelen, ten onrechte niet goed was opgenomen. Er is een functieaanduiding ‘sw-4’ aangegeven, echter geldt dit alleen als op de verbeelding een bestaande woning staat aangegeven. Op het perceel staat geen bestaande woning. Evenmin voorziet het bestemmingsplan Villawijken in een aanduiding “specifieke bouwaanduiding-nieuwbouw”, dit is in het geval van deze percelen (per ongeluk) wegbestemd. Planologisch gezien kan op de percelen van Klein Stoephout daarom geen nieuwe woning worden gebouwd. De aanvrager geeft aan dat er in de voorbereidingsfase van het bestemmingsplan Villawijken 2010 contact is geweest met de gemeente over de bouwmogelijkheden op het perceel. De aanvrager was hierdoor in de veronderstelling dat het bestemmingsplan in orde was. Hierdoor is niet binnen de termijn, van 5 jaar, een verzoek om planschade ingediend. In 2018 heeft de aanvrager contact opgenomen met de gemeente met het verzoek om de mogelijkheden te herstellen. In 2019 heeft er een gesprek plaatsgevonden met onder andere Wethouder Wassenaar en de aanvragers. Er is toen erkend dat het hier inderdaad gaat om een ambtelijke fout.
De uitkomst van het gesprek was een positieve benadering tegenover het plan, met inachtneming van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. In 2018 heeft de raad het paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar – Panden, objecten en archeologie vastgesteld. Hierin worden voor het terrein van het voormalige landgoed Stoephout zeer hoge cultuurhistorische waarden toegekend. Er worden vijf onderdelen op het terrein benoemd met cultuurhistorische waarden; de garage annex dienstwoning (stoeplaan 7/7a), het toegangshek bij nummer 7/7a, het toegangshek bij Stoeplaan 17, de tuinmuren/aanleg en de schuur op percelen 2632 en 2635. Deze cultuurhistorische waardevolle onderdelen zijn in de loop der jaren niet voldoende onderhouden en zijn toe aan herstel. Het herstel en behoud van de cultuurhistorische waarden op de percelen H2632 en H2635 lukt alleen als hier een financiële drager voor is, door middel van het toevoegen van een bouwmogelijkheid wordt dit mogelijk gemaakt.
2.2 IAO advies Op 25 januari 2022 is de aanvraag behandeld in het IAO. Het IAO heeft geadviseerd om mee te werken onder voorwaarden. Deze voorwaarden luiden: - Er moet een goede onderbouwing komen voor, de uitwerking van, het bestemmingsplan van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden; - Er moet een watertoets worden uitgevoerd en positief worden beoordeeld; - Het uitgevoerde bodemonderzoek moet positief worden beoordeeld; - Het uitgevoerde akoestisch onderzoek moet positief worden beoordeeld; - De onderbouwing omgevingsveiligheid moet positief worden beoordeeld; - Een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd en positief worden beoordeeld; - De geleverde quickscan ecologie moet positief worden beoordeeld. Inmiddels is aan de volgende voorwaarden voldaan: - Er is een cultuurhistorisch- en landschappelijk onderzoek uitgevoerd; - Het bodemonderzoek is positief beoordeeld; - Het akoestisch onderzoek is positief beoordeeld; - Het onderzoek omgevingsveiligheid is positief beoordeeld; - De quickscan ecologie is beoordeeld: Tijdens de bouwwerkzaamheden (nu n.v.t.) moeten maatregelen worden genomen t.a.v. de rugstreeppadden en er moet een aanvullend 4
vleermuisonderzoek worden uitgevoerd wanneer een bouwplan wordt ingediend voor het nieuwe bouwvlak. Voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan moet aan de volgende voorwaarden nog worden voldaan: - De geleverde watertoets moet nog positief worden beoordeeld door het Hoogheemraadschap van Rijnland, dit vindt plaats na het vaststellen van het startdocument; - Een archeologisch verkennend booronderzoek moet worden uitgevoerd en door de gemeente worden beoordeeld: - Op basis van de resultaten van het verkennende booronderzoek wordt bepaald of aanvullend archeologisch vooronderzoek of aanvullend onderzoek noodzakelijk wordt geacht voor het realiseren van het bouwplan; - Wanneer aanvullend onderzoek noodzakelijk is, wordt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 3 gehandhaafd en kunnen er archeologische voorwaarden worden gesteld aan de omgevingsvergunning(en); - Het in januari 2022 goedgekeurde Plan van Aanpak (PvA) voor een karterend booronderzoek dient te worden aangepast naar een verkennend booronderzoek. Het PvA dient daarna opnieuw te worden voorgelegd ter goedkeuring. Verder is er een stikstoftoets bij de Omgevingsdienst ingediend. De toets is nog niet beoordeeld maar door de schaal van het project is de verwachting dat er vanuit aspect stikstof geen ontheffing nodig zal zijn.
Bij een aanvraag voor het bebouwen van het nieuwe bouwvlak is waarschijnlijk een ontheffing van de PMV nodig. Een Beeldkwaliteitsparagraaf moet nog worden opgesteld en in de toelichting van het bestemmingsplan komen. Hierin worden de eisen aan het nieuwe bouwvlak en het herstel van het perceel vastgelegd.
2.3 Advies provincie Op 9 september 2022 is ambtelijk overleg geweest tussen provincie en gemeente over twee varianten (zie afbeeldingen 1 en 2) van een mogelijk bouwplan voor een nieuwe woning binnen landgoedrestant Klein Stoephout te Wassenaar. Voorafgaand aan dit overleg zijn meerdere oriënterende gesprekken gevoerd en is tweemaal het plangebied aan de Stoeplaan bezocht. Onderstaand advies is hieruit voortgekomen vanuit de provincie. a. Visie provincie: Vanuit het provinciaal beleid voor erfgoed (kroonjuweel Landgoederenzone) en ruimtelijke kwaliteit beschouwt de provincie de gebiedsidentiteit van het plangebied (aard, schaal) als een (vervallen) landgoedrestant. Het is niet de bedoeling dat er een nieuw ‘mini-landgoed’ zou kunnen ontstaan. De winst (t.b.v. erfgoed en ruimtelijke kwaliteit) voor het plangebied betreft herstel/restauratie van nog bestaande, zij het vervallen erfgoedwaarden: een schuur, tuinmuren en restanten van de aanleg van een parkbos. Dit herstel wordt alleen haalbaar geacht via toestaan van bouw van een woning, waaraan herstel/restauratie van landgoedrestant moet worden gekoppeld. Daarnaast is eventueel ook winst te behalen in het herstel van de landschappelijke onderdelen en de historische functie van deze plek: de vm. boomgaard, kwekerij en moestuin. b. Standpunt / reactie provincie: Woningbouw op deze plek is cf.
provinciaal beleid alleen mogelijk vanuit de gedachte van herstel van het bestaande landgoedrestant, waarbinnen een nieuwe woning een ondergeschikte functie moet krijgen. Dit vanuit het gegeven dat het plangebied voorheen een werkgebied/moestuin van het landgoed was. Hierbinnen past 5
alleen een nevengeschikte ‘dienstwoning’ en niet een groot nieuw hoofdhuis. Aan deze voorwaarde voldoet alleen ‘variant 2’ (afb, 2). In deze variant heeft een nieuwe woning namelijk de vereiste onder- c.q. nevengeschikte positie. Dat is niet het geval bij ‘variant 1’ (afb. 1) waarbij een nieuwe woning centraal wordt geprojecteerd, in de as van het oude parkbosje. Dit voldoet niet aan voorwaarde van een nevengeschikte woning, en neigt teveel naar compositie van een nieuw mini-landgoed. c. Overige voorwaarden: - omvang van te bouwen woning is max ca 200m2 - koppelen van verplichting (aan bouwplan) om vervallen erfgoedwaarden te herstellen: schuur, tuinmuren en restanten van parkbos.
Afbeelding 1. Variant 1 (nieuwe woning centraal)
Afbeelding 2. Variant 2 (nieuwe woning nevengeschikt)
6
Afbeelding 3. Schets provincie, positie en afmeting bouwvlak (stippellijn) waarbinnen nieuwe woning kan komen
3. Huidige situatie 3.1 Locatie
7
Figuur 1. Klein Stoephout. Kadastrale percelen 2635 en 2632.
Figuur 2. Uitsnede kadastrale kaart.
Figuur 3. Het gehele perceel.
8
3.2 Bestemmingsplan Ter plaatse van de locatie van de percelen geldt het bestemmingsplan ‘Villawijken’ dat op 17 mei 2010 is vastgesteld en het ‘Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar – Panden, objecten en archeologie’, vastgesteld op 12 april 2018. 3.2.1 Villawijken De percelen hebben de bestemming ‘Wonen – 2’, met daarbij dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Het perceel heeft de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – a6’ en gebiedsaanduiding ‘milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied’. Het stuk grond met bestemming ‘Wonen – 2’ heeft daarbij ook nog de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 4’.
Wonen – 2 De voor ‘Wonen-2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bestemd voor eengezinswoningen, nader aangeduid met (sw-1) tot en met (sw-4), werkruimten voor een aan huis verbonden beroep, bijgebouwen en water. Verder zijn ten dienste van de bestemming tuinen, erven en andere bouwwerken (o.a. zwembaden) toegestaan. Waarde – Archeologie Het bestemmingsplan geeft een specifieke vorm van waarde – a6 aan voor dit gebied. Deze regels worden vervangen door de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ uit het Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar – Panden, objecten en archeologie. Waarde – Cultuurhistorie De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor andere voorkomende bestemmingen, bestemd voor behoud, versterking en/of herstel van de aan deze gronden eigen zijnde cultuurhistorische waarden zoals beschreven in artikel 22 ‘Waarde – cultuurhistorie (WR-C) (dubbelbestemming)’ in het bestemmingsplan. Artikel 22.2 en 22.5 worden vervangen door artikel 6.2 en 6.4 in het paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar – Panden, objecten en archeologie.
9
Functieaanduiding specifieke vorm van wonen – 4 (sw-4) Bij de functieaanduiding ‘sw-4’ hoort een maatvoering van 350m2 maximale bouwoppervlakte en een maximale goot-en bouwhoogte van 6,5 / 12m. Echter geldt dit alleen als op de verbeelding een bestaande woning staat aangegeven. Op het perceel staat geen bestaande woning. Evenmin voorziet het bestemmingsplan Villawijken in een aanduiding “specifieke bouwaanduiding-nieuwbouw”, dit is in het geval van Klein Stoephout (per ongeluk) wegbestemd. Planologisch gezien kan op de percelen daarom geen nieuwe woning worden gebouwd. Gebiedsaanduiding milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Ingrepen in de bodem dieper dan 2,5m zijn alleen toegestaan als deze zich verdragen met het gestelde in de provinciale milieuverordening. 3.2.2 Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar – Panden, objecten en archeologie Waarde – Archeologie 3 De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mogen geen werkzaamheden worden verricht, zonder toestemming van het bevoegd gezag, op uitzondering van de genoemde afwijkingen in artikel 4 Waarde – Archeologie 3 (Paraplubestemmingsplan).
Waarde – Cultuurhistorie – karakteristieke of beeldbepalende zaak Het paraplubestemmingsplan heeft op het terrein van het voormalige landgoed Stoephout de garage annex dienstwoning en het toegangshek bij nummer 7/7a, het toegangshek bij nummer 17, de tuinmuren/aanleg en schuur op de percelen H2632 en H2635 aangemerkt als cultuurhistorische waarde. De waardering hiervan is zeer hoog en dit mag niet worden aangetast.
3.3 Beleid Een toetsing aan al het relevante rijks- provinciaal- en gemeentelijk beleid zal nodig zijn. Dit moet in de toelichting van het bestemmingsplan verder worden toegelicht. In deze paragraaf worden de beleidsstukken benoemd waar in ieder geval rekening mee moet worden gehouden. 3.3.1 Nationaal beleid - Nationale Omgevingsvisie (NOVI) - Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) - Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ladder voor duurzame verstedelijking - Wet Natuurbescherming 3.3.2 Provinciaal beleid - Omgevingsverordening Zuid-Holland Kroonjuweel cultureel erfgoed, Grondwaterbeschermingsgebied - Omgevingsvisie Zuid-Holland 3.3.3 Gemeentelijk beleid - Erfgoedvisie 2018-2024 - Woonvisie 2021-2025 10
-
Groen- en watervisie 2015-2019 Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Wassenaar 2021 Erfgoedverordening Handboek Welstand en Beeldkwaliteit Wassenaar
3.3.4 Hoogheemraadschap - Nota beleidskader waterbodemkwaliteit - Keur Rijnland 2020 Structuurvisie Voor dit gebied geldt de structuurvisie “Wassenaar 2025; Landgoed aan Zee”. De structuurvisie geeft aan dat de locatie binnen het gebied “Woonwijken” ligt. De hoofddoelstelling van dit gebied luidt: ‘Veilige, toegankelijke en groene woonbuurten met een gevarieerde bevolkingsopbouw’. Verder geeft het per beleidssector/thema gebiedsgerichte ambities of speerpunten. Relevante ambities voor dit plan zijn: - Tegengaan verstening - Duurzaam behouden en versterken van cultuurhistorische waarden als belangrijke dragers van de identiteit van de woonbuurten. - In verband met klimaatadaptatie creëren voldoende waterbergend vermogen, o.a. door tegengaan verstening; - Verduurzaming van de leefomgeving, o.a. door levensloopbestendig bouwen en toepassing alternatieve energievoorzieningen; - Nieuwbouwwoningen hebben minimaal energielabel A; Op de genoemde percelen (Klein Stoephout) zijn een aantal zeer hoge cultuurhistorisch waardevolle onderdelen aanwezig. Door mee te werken aan dit plan wordt een fout hersteld en wordt het (sneller) mogelijk gemaakt dat het perceel en zijn cultuurhistorisch waardevolle elementen in stand worden gehouden.
Het draagt hiermee bij aan de ambitie van cultureel erfgoed: ‘Duurzaam behouden en versterken van cultuurhistorische waarden als belangrijke dragers van de identiteit van de woonbuurten’. Het plan zal leiden tot (verdere) verstening van het perceel, maar oorspronkelijk (bestemmingsplan Villawijken 1977) was hier al een bouwmogelijkheid aanwezig. Deze is in het bestemmingsplan Villawijken 2010 per ongeluk wegbestemd. Het perceel heeft wel de bestemming wonen-2.
3.4 MER Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe potentieel milieubelastende activiteiten mogelijk gemaakt die een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk maken.
3.5 Kostenverhaal & planschade Kostenverhaal moet worden verzekerd voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het risico op planschade wordt afgewend op de initiatiefnemer. Ook deze afspraken moeten zijn vastgelegd voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het kostenverhaal en planschade risico worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
11
4. Beoogde situatie Met deze ontwikkeling wordt beoogd een directe bouwtitel op te nemen voor de percelen van Klein Stoephout. Hierbij zullen de cultuurhistorisch waardevolle elementen, die op het perceel aanwezig zijn, worden hersteld. De voorwaarden die hiervoor worden gesteld worden in dit hoofdstuk toegelicht.
4.1 Op te stellen bestemmingsplan 4.1.1 Bouwvlak In het op te stellen bestemmingsplan zal een bouwvlak worden toegevoegd. Binnen dit bouwvlak mag een nieuwe woning worden gerealiseerd. De provincie heeft voor dit bouwvlak en te bouwen woning de volgende voorwaarden meegegeven: - De omvang van de te bouwen woning is maximaal 200m2; - Er moet een koppeling aanwezig zijn om de vervallen erfgoedwaarden te herstellen: schuur, tuinmuren en restanten van parkbos; - De nieuwe woning mag alleen binnen het bouwvlak (stippellijn) komen, zie afbeelding hieronder.
4.1.2 Cultuurhistorie en archeologie De geldende regels en toelichting uit het bestemmingsplan Villawijken 2010 en paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar – Panden, objecten en archeologie moeten 1 op 1 worden overgenomen in het bestemmingsplan en waar nodig geactualiseerd. 4.1.3 Milieu De verschillende paragrafen op gebied van milieu dienen te worden geactualiseerd op basis van de nieuwste landelijke en andere wetgeving. Ook dient benoemd te worden dat een nieuwere PMV zou kunnen gelden en dat in dat geval daaraan getoetst moet worden. De uitkomsten van de gedane onderzoeken dienen te worden gebruikt ter onderbouwing van de milieuparagrafen, inclusief een beperkte verantwoording van het groepsrisico op basis van de aangeleverde onderbouwing externe veiligheid en een onderbouwing wegverkeerslawaai.
12
4.1.4 Beleid Een toetsing aan het beleid, zoals benoemd in hoofdstuk 3.3, zal benodigd zijn, aangezien er nieuwe planologische mogelijkheden worden geboden en er wordt afgeweken van de structuurvisie Wassenaar: Landgoed aan Zee. Dit betreft het tegengaan van verstening. De toelichting van het bestemmingsplan moet inzicht geven over de beleidsafwijking en ingaan op mogelijke precedenten.
4.2 Beeldkwaliteitsparagraaf In de toelichting van het bestemmingsplan moet een beeldkwaliteitsparagraaf worden toegevoegd. In het Beeldkwaliteitsparagraaf zullen de eisen aan de invulling van dit bouwvlak worden opgesteld. Hierin zullen ook de randvoorwaarden worden gesteld voor het herstel van de cultuurhistorisch waardevolle elementen en de tuin. De beeldkwaliteitsparagraaf zal dienen als toetsingskader voor de Welstandscommissie. Voorwaarden die minimaal in de beeldkwaliteitsparagraaf moeten komen zijn hieronder benoemd. 4.2.1 Beeldbepalende elementen Het integrale herstel en de instandhouding van: • De grote schuur aan de zuidoostzijde;
13
•
De keermuren met de twee trappen (de derde trap is niet meer aanwezig en ligt op het terrein van de buren) van de verhoogde landschapstuin
4.2.2 Inrichting De voorwaarden voor wat betreft de inrichting zijn: • Herstel van de structuur van het parkbosje, met a) de paden die gezamenlijk het assenkruis vormen en b) de beplanting van loofbomen met een deels groenblijvende heesterlaag. • Herstel en instandhouding van de sloot aan de zuidwestzijde van de kavel; • Het onderscheid tussen de voormalige kwekerij (zijde noordoost, Wittenburgerweg) en boomgaard en moestuin in stand houden.
5. Procedure Een bestemmingsplan kent drie onderdelen: een toelichting, regels en een verbeelding. In de toelichting zijn de kenmerken van het plangebied beschreven en wordt duidelijk gemaakt wat de bedoelingen zijn met het gebied. In de toelichting wordt een onderbouwing gegeven waarom de bedoelingen met het gebied ruimtelijk aanvaardbaar worden geacht. In de regels staat omschreven wat de bestemmingen van de gronden inhouden en wordt de omvang van de bebouwing bepaald. Een verbeelding is een kaart van het gebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft. Op de verbeelding wordt met verschillende kleuren de bestemmingen van de gronden en de bouwgrenzen zijn aangegeven. De verschillende stappen in de procedure worden hieronder nader toegelicht. 14
Voorbereiding/inventarisatie: In deze fase worden de onderzoeken gedaan die noodzakelijk zijn voor een goede onderbouwing in de toelichting (denk aan: archeologie, milieu e.d.). Aan de voorbereiding/inventarisatie zijn geen wettelijke termijnen gebonden. Het opstellen van dit startdocument valt hieronder. Het nemen van voorbereidingsbesluit is in dit geval niet noodzakelijk. Dit bestemmingsplan heeft ten doel om een fout in het bestemmingsplan te herstellen en niet om ongewenst gebruik weg te bestemmen. Conceptontwerpbestemmingsplan: Er wordt ten behoeve van het wettelijk vooroverleg met de overlegpartners een conceptontwerpbestemmingsplan opgesteld. Wettelijk vooroverleg is verplicht op grond van art 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening. Ontwerpbestemmingsplan: Het college van burgemeester en wethouders legt met inachtneming van de ingekomen overlegreacties, een ontwerp bestemmingsplan ter inzage. Het ontwerp bestemmingsplan wordt voor zes weken ter inzage gelegd. Dit wordt bekend gemaakt via de gemeenterubriek en de gemeentelijke website. Belanghebbenden die een inspraakreactie hebben ingediend worden rechtstreeks geïnformeerd. Zienswijzen kunnen tijdens de periode van ter inzage legging kenbaar worden gemaakt bij de gemeenteraad.
Vaststelling bestemmingsplan: Na de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan moet de gemeenteraad als er zienswijzen zijn ingediend binnen 12 weken het bestemmingsplan vaststellen. Beroep: Het vastgestelde bestemmingsplan wordt wederom gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Ook dit wordt bekend gemaakt via de gemeenterubriek en de gemeentelijke website. Tegen dit vaststellingsbesluit kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Raad van State. Inwerkingtreding bestemmingsplan en voorlopige voorziening: Het bestemmingsplan treedt in werking nadat de termijn van zes weken dat het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage ligt, is verstreken. De gemeente kan op dat moment omgevingsvergunningen voor bijvoorbeeld bouw- een aanlegactiviteiten verlenen die in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan treedt niet in werking als een ‘verzoek om voorlopige voorziening’ is aangevraagd bij de Raad van State. Een verzoek om voorlopige voorziening richt zich in de regel op ontwikkelingen met een spoedeisend karakter (ontwikkelingen met een onomkeerbaar karakter). Voor dit bestemmingsplan wordt ingezet op het direct ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan, waarbij de voorontwerpfase wordt overgeslagen. Het wettelijk vooroverleg wordt direct meegenomen bij het ontwerpbestemmingsplan.
Deze manier wordt gekozen omdat dit een plan betreft met weinig impact. Indicatieve planning 19 juni 2023: 4 juli 2023: 18 sept 2023 – 6 nov 2023:
Dec 2023/ jan 2023: Dec 2023/ jan 2023:
Commissie Fysieke Leefomgeving startdocument Vaststelling startdocument Ontwerpbestemmingsplan ter inzage (uitsluitend in de zomervakantie na akkoord wethouder en aanvullende communicatie omwonenden en belanghebbenden) zomervakantie: 8 juli – 20 augustus 2023 Commissie Fysieke Leefomgeving vaststelling bestemmingsplan Vaststelling bestemmingsplan. 15
6. Communicatie en participatie Participatie met de buurt heeft nog niet plaatsgevonden. Geadviseerd is aan de initiatiefnemer om dit te doen voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
16
Bijlage 2. Onderzoek verkeer en parkeren 04-07-2023
Woning ontwikkeling op landgoed Klein Stoephout
Bushalte ‘Wassenaar, Stoeplaan’ ligt naast de ontwikkellocatie, zie ook figuur 2. Verder zijn de treinstations ‘Voorschoten’ en ‘Den Haag Mariahoeve’ de dichtstbijzijnde stations. Beide stations zijn binnen 10 minuten met de auto te bereiken, binnen 35 minuten met de bus en binnen 20 minuten met de fiets. Zowel de Stoeplaan als de Wittenburgerweg zijn ook goed te gebruiken voor fietsers. Verder zijn de N440, N14 en N44 te bereiken binnen 0,5 en 1 kilometer vanaf de ontwikkellocatie. Het doorgaand verkeer maakt vooral gebruik van deze wegen in plaats van de wegen binnen de bebouwde kom rondom de ontwikkellocatie. Dit betekent dat zowel voor het openbaar vervoer, de fiets als met het autoverkeer er een goede ontsluiting is in relatie tot de ontwikkellocatie. 3.2 Verkeersgeneratie De ontwikkeling betreft het bouwen van een woning voor een huishouden. Volgens het CBS hebben huishoudens in Wassenaar gemiddeld 1,2 personenauto’s. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij publicatie 381 van het CROW ‘Toekomstbestendig parkeren’. Klein Stoephout ligt in een Groen-stedelijk gebied met een kencijfer van 5,8 (gemiddeld aantal motorvoertuigbeweging per woning per weekdagetmaal). Op basis van dit kencijfer bedraagt de totale hoeveelheid motorvoertuigbewegingen per etmaal voor het ontwikkelgebied ook 5,8.
Geconcludeerd wordt dat deze ontwikkeling voorziet in een kleine toename van de verkeersgeneratie met 5,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De ontwikkellocatie is gesitueerd in de wijk Nieuw-Wassenaar. Er bevinden zich op dit moment 560 woningen in deze wijk. Dit betekent dat er op dit moment, op basis van het kencijfer 5,8, ongeveer 3.248 motorvoertuigbewegingen per etmaal plaatsvinden. Een toename van 5,8 motorvoertuigbewegingen ten opzichte van de al bestaande 3.248 motorvoertuigbewegingen moet geen problemen veroorzaken voor het huidige wegennetwerk.
k:\doc\m\2021\094700\m2021094700n002v2 verkeer en parkeren.docx 04-07-2023
De directe ontsluiting van de locatie is op de Stoeplaan. In figuur 1 is zichtbaar dat er een uitrit op de Stoeplaan uitkomt. Dit is een lokale weg waaraan woningen liggen. Op dit moment zijn verschillende woningen op vergelijkbare wijze ontsloten via de Stoeplaan. De ontsluiting van de nieuwe woning is daarmee inpasbaar op deze weg.
4.
Parkeren
4.1 Huidige parkeersituatie Langs de Stoeplaan zijn geen parkeerplekken aanwezig. Op de 30km-weg van de Wittenburgerweg zijn wel parkeerplekken aanwezig. Verder hebben bijna alle woningen langs zowel de Stoeplaan als de Wittenburgerweg ook private parkeerplekken voor hun woning. 4.2 Parkeerbeleid gemeente Wassenaar De gemeentelijke parkeernormen zijn opgenomen in de ‘Wassenaarse Bouwverordening’ uit 2014. Hierin staat vermeld dat als de omvang of bestemming van een gebouw daar aanleiding toe geeft, er voldoende ruimte wordt aangebracht voor het parkeren. Deze ruimte voor het parkeren moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s (gebaseerd op publicatie 110 van het CROW). Hier kan een ontheffing voor worden aangevraagd als in de nodige parkeer- of stallingsruimte op andere wijze wordt voorzien. In de toelichting op het vigerende bestemmingsplan is daarnaast aangegeven dat parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein wordt opgelost.
3
Woning ontwikkeling op landgoed Klein Stoephout
4.3 Parkeerbalans Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij publicatie 381 van het CROW, ‘Toekomstbestendig parkeren’. Het parkeerkencijfer van een vrijstaande koopwoning in een matig stedelijk gebied ligt tussen de 1,8 en 2,6 (min-max). Hierbij is het aandeel van bezoekers meegenomen als 0,3 pp per woning. Dit houdt in dat er sprake is van een parkeerbehoefte van twee parkeerplaatsen. In figuur 1 is zichtbaar dat de ontwikkellocatie een redelijk groot kavel betreft. Er is voldoende ruimte beschikbaar op dit kavel om twee parkeerplekken te realiseren op eigen terrein. Hiermee wordt aangesloten op het vigerende bestemmingsplan en op de parkeernormen van de gemeente Wassenaar. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de afmetingen van de parkeerruimtes, deze moeten gebaseerd zijn op de aangegeven afmetingen uit publicatie 110 van het CROW.
5.
Conclusie
Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van deze woning. Ten aanzien van het aspect verkeer is er sprake van een minieme toename van de verkeersgeneratie. Voor het aspect parkeren geldt dat er twee parkeerplaatsen nodig zijn bij de ontwikkeling. Deze kunnen voorzien worden op het eigen terrein.
k:\doc\m\2021\094700\m2021094700n002v2 verkeer en parkeren.docx 04-07-2023
Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van deze woning. De bijkomende verkeersgeneratie heeft geen negatieve invloed op het huidige wegennetwerk. Verder wordt de parkeerbalans niet beïnvloed, door parkeerruimte op de eigen kavel te creëren. Hieruit kan worden afgeleid dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening met betrekking tot verkeer en parkeren.
DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.
4
Bijlage 3. Vooronderzoek bodem 24-11-2021
RAPPORT BETREFFENDE EEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK Acacialaan 9 te Wassenaar
Datum
: april 1996
Rapportnummer Opdrachtgever
: M9603504/MD :
INHOUD 1. INLEIDING
3
2. TERREINGEGEVENS EN ONDERZOEKSOPZET 2.1 TERREINGEGEVENS 4 2.2 ONDERZOEKSOPZET 4
4
5
3. VELDWERK, BEMONSTERING EN ZINTUIGLIJK ONDERZOEK 3.1 VELDWERK 5 3.2 BEMONSTERING 5 4. LITHOLOGISCH EN ZINTUIGLIJK ONDERZOEK 4.1 LITHOLOGISCH ONDERZOEK 6 4.2 ZINTUIGLIJK ONDERZOEK 6
6
5. CHEMISCH ONDERZOEK 7 5.1 SELECTIE GROND- EN GRONDWATERMONSTERS 5.2 BESPREKING VAN DE RESULTATEN 8 6. CONCLUSIES10 7. BETROUWBAARHEID
11
BIJLAGEN 1. Overzichtskaart/situatietekening 2. Boorstaten 3. Analyse-resultaten 4. Toetsingstabel en gecorrigeerde toetsingswaarden
7
Industrial M9603504/PS
Design
and
Development
Services
B.V.
1. INLEIDING In opdracht van is een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht op het perceel Acacialaan 9 te Wassenaar. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de geplande realisatie van een zwembad. Het verkennend bodemonderzoek beoogt het verkrijgen van inzicht in aard, plaats van voorkomen en concentraties van eventueel aanwezige verontreinigende stoffen in de bodem. De opzet van het onderzoek is in hoofdstuk 2 beschreven. De keuze van de opzet van het onderzoek is ondermeer afhankelijk van het huidige en voormalige gebruik van het perceel. Een beschrijving van de bodemopbouw en de resultaten van zowel het zintuiglijk als het chemisch onderzoek zijn weergegeven in de hoofdstukken 3, 4 en 5. De verzamelde gegevens zijn getoetst aan de streef- en interventiewaarden, vastgelegd in de Circulaire interventiewaarden bodemsanering (Ministerie van VROM, kenmerk DBO/0749013, d.d. 9 mei 1994). Mede op basis van een toetsing aan voornoemde richtlijnen, is de chemische kwaliteit van de bodem van de onderzochte lokatie beoordeeld. Deze beoordeling is samen met de eventuele adviezen ondergebracht in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 zijn de factoren, die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek, toegelicht.
3
Industrial M9603504/PS
Design
and
Development
Services
B.V.
2. TERREINGEGEVENS EN ONDERZOEKSOPZET 2.1 TERREINGEGEVENS De onderzoekslokatie is gelegen in Wassenaar. Op het perceel Acacialaan 9 bevindt zich een woonhuis met terras, alsmede een garagebox. Het zwembad zal ten westen van de garagebox worden gerealiseerd. De oppervlakte van het te realiseren zwembad bedraagt circa 55 m2 . Het onbebouwde terreindeel is in gebruik als tuin. De onderzoekslokatie is weergegeven in bijlage 1.2. Conform gegevens afkomstig van de opdrachtgeefster bevindt zich in de tuin een ondergrondse olietank. De lokatie van deze tank is echter onbekend. 2.2 ONDERZOEKSOPZET Ten behoeve van het vaststellen van de chemische kwaliteit van de bodem met betrekking tot aan- en nieuwbouw wordt door de overheid de NVN 5740 als richtlijn gehanteerd. Gelet op de mogelijke aanwezigheid van een ondergrondse olietank in de tuin wordt voor de onderzoekslokatie vooralsnog de hypothese heterogeen verdachte lokatie met onbekende plaats van voorkomen gehanteerd. Het aantal te verrichten boringen is afgeleid van de richtlijnen, zoals deze in de NVN 5740 zijn opgenomen, met dien verstande dat alle boringen zijn doorgezet tot een minimale diepte van 2,0 m-mv (meter minus maaiveld).
Ten behoeve van het vaststellen van de algemene chemische kwaliteit van de bodem voor een dergelijke lokatie zijn de in de NVN 5740 aangegeven standaard analysepakketten voor de boven-grond, de ondergrond en het grondwater gehanteerd. Teneinde een eventuele verontreiniging afkomstig van de olietank uit te sluiten is het grondwater aanvullend geanalyseerd op minerale olie. Daar voor het besproeien van de tuin een installatie zal worden aangelegd waarvoor grondwater zal worden toegepast is het grondwater aanvullend geanalyseerd op het gehalte ijzer. De aanwezigheid van veel ijzer in het grondwater kan resulteren in een verminderde levensduur van de pomp, alsmede tot verstoppingen leiden in het leidingssysteem.
4
Industrial M9603504/PS
Design
and
Development
Services
B.V.
3. VELDWERK, BEMONSTERING EN ZINTUIGLIJK ONDERZOEK 3.1 VELDWERK Op 25 maart 1996 zijn verdeeld over de onderzoekslokatie drie boringen verricht (de boringen 1, 2 en 3). De boringen zijn evenredig verdeeld over de onderzoekslokatie. De diepte van de boringen, alsmede een weergave van de bodemprofielen, zijn weergegeven in bijlage 1.2. Teneinde het grondwater te kunnen bemonsteren is boring 1 met een peilbuis afgewerkt. In verband met een calamiteit op het laboratorium waardoor het monstermateriaal van de bovengrond verloren is gegaan zijn, teneinde nieuw monstermateriaal te verzamelen, de boringen 1, 2 en 3 op 28 maart 1996 op dezelfde lokaties herplaatst. Het geperforeerde deel van de uit PVC (polyvinylchloride) vervaardigde peilbuis is voorzien van een gewassen nylon filterkous om inspoeling van fijn bodemmateriaal te voorkomen. Rondom het geper-foreerde deel van de peilbuis is een filtergrind-omstorting aangebracht. De bovenkant van het geper-foreerde deel is afgewerkt met een kleistop (zwelklei). Deze is aangebracht om percolatie van grond-en hemelwater vanuit de bovenliggende bodemlagen tegen te gaan. 3.2 BEMONSTERING Tijdens het boren is van elke te onderscheiden bodemlaag één geroerd grondmonster genomen. De monsters zijn samengesteld uit bodemmateriaal van maximaal 50 centimeter aaneengesloten bodem-laag.
Delen van bodemlagen waarin zintuiglijk afwijkingen zijn waargenomen die op een mogelijke verontreiniging duiden zijn hierbij apart bemonsterd. De grondmonsters zijn gecodeerd middels een weergave van de diepte van monstername, in cm-mv, hetgeen tussen haakjes achter het betreffende boornummer is weergegeven. De grondmonsters zijn direct verpakt in glazen potten en volledig gevuld afgesloten met neopreen deksels. Voor het verkrijgen van een representatief grondwatermonster is de peilbuis afgepompt en bemonsterd met behulp van een voorgespoelde poly-ethyleen slang. Uit de peilbuis is een grondwatermonster genomen van 1,0 liter. Het grondwatermonster is direct 'headspace'-vrij (volledig gevuld) opgeslagen in luchtdichte glazen flessen van 0,5 liter. Het grondwatermonster is binnen 4 uur na bemonstering gekoeld en binnen 8 uur na bemonstering bij het laboratorium aangeleverd.
5
Industrial M9603504/PS
Design
and
Development
Services
B.V.
4. LITHOLOGISCH EN ZINTUIGLIJK ONDERZOEK 4.1 LITHOLOGISCH ONDERZOEK Tijdens het verrichten van de boringen is de minerale en organische samenstelling van de bodemlagen nauwkeurig beschreven (lithologisch onderzoek). De resultaten van het lithologisch onderzoek zijn beschreven in bijlage 2 (boorstaten). De bodem van het terrein bestaat globaal vanaf maaiveld tot circa 0,5 m-mv uit sterk humeus matig fijn zand. Vanaf circa 0,5 tot de geboorde diepte van 2,0 bestaat de bodem uit matig fijn zand. De grondwaterstand in peilbuis 1 bevond zich op 29 maart 1996 op een diepte van 0,95 m-mv. 4.2 ZINTUIGLIJK ONDERZOEK Tijdens het verrichten van de veldwerkzaamheden zijn de grond en het grondwater zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen. Tijdens het zintuiglijk onderzoek wordt met name gelet op: -
afwijkende verkleuringen in het bodemmateriaal; bijmengingen (puin, slakken, koolas, etc.); geurkenmerken (vluchtige en minder vluchtige verbindingen).
De mate waarin een specifieke geur in een bodemlaag wordt waargenomen, wordt (sterk) beïnvloed door de aard van het bodemmateriaal. Zo zijn verontreinigingen met een specifieke geur in zand (relatief groot poriënvolume) in de regel duidelijker waar te nemen dan in klei (relatief laag poriënvolume). Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn geen afwijkende geuren en bijmengingen aan het bodemmateriaal waargenomen.
6
Industrial M9603504/PS
Design
and
Development
Services
B.V.
5. CHEMISCH ONDERZOEK Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de grondmonsters en het grondwatermonster overgebracht naar Biochem Laboratorium B.V. te Zoetermeer. 5.1 SELECTIE GROND- EN GRONDWATERMONSTERS Met betrekking tot het vaststellen van de algemene chemische kwaliteit van de bodem is gebruik gemaakt van de in de NVN 5740 opgenomen analysepakketten voor de bovenen ondergrond en het grondwater. Het grondwater is, gelet op de mogelijke aanwezigheid van een ondergrondse olietank op het perceel, aanvullend geanalyseerd op minerale olie. In verband met het mogelijke gebruik van grond-water voor het besproeien van de tuin is het ijzer-gehalte in het grondwater vastgelegd. Om een globaal inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen zijn in het laboratorium één grondmengmonster van de bovengrond en één grondmengmonster van de ondergrond samengesteld voor chemische analyse. De voor analyse geselecteerde grondmengmonsters van zowel de bovengrond als de ondergrond alsmede het grondwatermonster uit peilbuis 1 zijn geanalyseerd op de in tabel 1 weergegeven analyse-pakketten.
TABEL 1
Uitgevoerde analyses
onderzoeksaspect
monstercode
uitgevoerde analyse
bovengrond
1(0-50)+2(0-50)+3(0-30)
NVN-bovengrond lutum/organische stof
ondergrond
1(100-150)+2(100-150)+3(150-200)
NVN-ondergrond lutum/organiache stof
grondwater
peilbuis 1
NVN-grondwater minerale olie (GC) ijzer-gehalte
In het standaard NVN-pakket voor de bovengrond zijn de volgende analyses opgenomen: - zware metalen (chroom, nikkel, koper, zink, cadmium, kwik, lood) en arseen; - EOX (extraheerbare gehalogeneerde verbindingen); - PAK; - minerale olie (GC). In het standaard (beperkte) NVN-pakket voor de ondergrond zijn de volgende analyses opgenomen: - zware metalen en arseen; - EOX; - minerale olie (GC). Het standaard NVN-pakket voor het grondwater omvat de volgende analyses: - zware metalen en arseen; - EOX en fenol-index; - VOCL, VAK en naftaleen.
7
Industrial M9603504/PS
Design
and
Development
Services
B.V.
5.2 BESPREKING VAN DE RESULTATEN Toetsing analyseresultaten De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 3. De resultaten van de chemische analyses zijn vergeleken met indicatieve richtwaarden uit de toetsingstabel (zie bijlage 4). Voor de beoordeling van de grondmonsters zijn de richtwaarden gecorrigeerd aan de hand van de gemeten lutum- en organische stofpercentages voor de boven- en ondergrond. Hierbij zijn de geanalyseerde grond-mengmonsters op basis van de bodemsamenstelling ingedeeld in de volgende bodemtype: bovengrond ondergrond
I II
lutum= < 2,0 % organische stof= 4,3 % lutum= < 2,0 % organische stof= 1,5 %
De overschrijdingen ten opzichte van het toetsingskader van VROM (circulaire d.d. 9 mei 1994) zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde (of de detectiegrens) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde ½(S+I) *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde De gecorrigeerde toetsingswaarden zijn opgenomen in bijlage 4. Voor EOX zijn geen toetsings-waarden opgenomen. Om deze reden is de detectiegrens als toetsingscriterium (streefwaarde) aangehouden. De detectielimiet bedraagt 0,1 mg/kg ds voor de grond en 1,0 μg/l voor het grond-water. In de geanalyseerde monsters (grond en grondwater) zijn ten aanzien van de indicatieve richtwaarden uit de toetsingstabel de volgende overschrijdingen geconstateerd:
Tabel 2 Monstercode
Overschrijdingen ten opzichte van de toetsingswaarden 1(0-50)+2(0-50)+3(0-50) mg/kgds
peilbuis 1 μg/l 140
*
Chroom
1,5
*
EOX
2,6
*
Minerale olie
66
*
bovengrond In het geanalyseerde grondmengmonster van de bovengrond overschrijdt het gehalte minerale olie de desbetreffende streefwaarde. Ten aanzien van de overige geanalyseerde componenten zijn geen overschrijdingen van de desbetreffende streefwaarden aangetoond. Het gehalte EOX is kleiner dan de desbetreffende detectielimiet. Het aangetoonde gehalte minerale olie in de bovengrond kan, gelet op de aangetoonde oliefracties, naar alle waarschijnlijkheid worden gerelateerd aan het voorkomen van organische verbindingen in het monstermateriaal. Hierdoor vindt een verstoring van de olie-analyse plaats en wordt het gehalte minerale olie verhoogd aangetoond ten opzichte van de desbetreffende streefwaarde.
8
Industrial M9603504/PS
Design
and
Development
Services
B.V.
ondergrond In het geanalyseerde grondmengmonster van de ondergrond zijn ten aanzien van de geanalyseerde componenten geen overschrijdingen van de desbetreffende streefwaarden aangetoond. Het gehalte EOX is kleiner dan de desbetreffende detectielimiet.
grondwater In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 1 overschrijden de gehalten chroom en minerale olie de desbetreffende streefwaarden. Het gehalte EOX is groter dan de detectielimiet. Ten aanzien van de overige geanalyseerde componenten zijn geen overschrijdingen van de desbetreffende streefwaarden aangetoond. De aangetoonde oliefracties in het grondwater duiden op de aanwezigheid van gasolie of huisbrand-olie. De in het grondwater aangetoonde gehalte EOX is dermate gering dat geen verontreinigingen met individuele halogeenverbindingen wordt vermoed. Het aangetoonde ijzer-gehalte in het grondwater is dermate laag dat bij langdurig gebruik geen problemen worden verwacht inzake stremmingen van leidingen. Het grondwater behoeft derhalve voor gebruik niet 'ontijzerd' te worden.
9
Industrial M9603504/PS
Design
and
Development
Services
B.V.
6. CONCLUSIES In opdracht van is een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht op het perceel Acacialaan 9 te Wassenaar. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: de geanalyseerde bovengrond is niet verontreinigd met zware metalen, arseen, PAK en minerale olie. Het gehalte EOX is kleiner dan de desbetreffende detectielimiet. Het aangetoonde gehalte minerale olie in de bovengrond kan worden gerelateerd aan de aanwezigheid van organische verbindingen in het monstermateriaal; de geanalyseerde ondergrond is niet verontreinigd met zware metalen en arseen. Het gehalte EOX overschrijdt de desbetreffende detectielimiet niet; in het geanalyseerde grondwater overschrijden de gehalten chroom en minerale olie in lichte mate de desbetreffende streefwaarden. Het gehalte EOX overschrijdt de desbetreffende detectielimiet. Het grondwater is niet verontreinigd met de overige zware metalen, arseen, VAK en VOCl. De fenol-index is kleiner dan de detectielimiet. De hypothese heterogeen verdachte lokatie kan op basis van de onderzoeksresultaten worden gehandhaafd. De in het grondwater verhoogd aangetoonde gehalten chroom en EOX geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze componenten in het grondwater.
Het aangetoonde gehalte minerale olie in het grondwater is kleiner dan het desbetref-fende criterium voor nader onderzoek. Echter, gelet op de aanwezigheid van een ondergrondse olietank op het onderzochte perceel, welke als een mogelijke verontreinigingsbron kan worden aangemerkt, dient rekening te worden gehouden met het feit dat peilbuis 1 mogelijk aan de grens van een verontreiniging met olie is geplaatst. Indien ten behoeve van de realisatie van het zwembad grondwater wordt onttrokken dient rekening te worden gehouden met het aantrekken van een dergelijke verontreiniging in het grondwater. Derhalve wordt geadviseerd aanvullend onderzoek te verrichten naar het gehalte minerale olie in het grondwater. De aanvullende onderzoekswerkzaam-heden dienen zich te richten op het lokaliseren van de ondergrondse tank en het vaststellen van de chemische kwaliteit van de bodem voor het gehalte minerale olie ter plaatse van de tank, het vul- en het ontluchtingspunt. Indien de ondergrondse tank niet gelokaliseerd kan worden wordt geadviseerd vier peilbuizen rondom de lokatie van het te realiseren zwembad te plaatsen en de chemische kwaliteit van het grondwater voor de component minerale olie vast te stellen. Op deze wijze kan een beoordeling worden gegeven omtrent een eventuele verslechtering van de grondwaterkwaliteit naar aanleiding van de geplande grondwateronttrekkingen.
Opgemerkt wordt dat met de volgende aspecten rekening gehouden dient te worden: ten behoeve van het lozen van grondwater, als gevolg van optredend waterbezwaar tijdens de aanleg van het zwembad of afkomstig uit een mogelijk te realiseren bron, dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het Hoogheemraadschap Rijnland. indien grondwater onttrokken wordt dient in het kader van de Grondwaterwet een melding te worden verricht bij Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland; in het kader van de Provinciale milieuverordening dient, gelet op de ligging van de onderzoeks-lokatie in een grondwaterbeschermingsgebied, een ontheffing te worden aangevraagd. Wij hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Hoogachtend, IDDS B.V.
10
Industrial M9603504/PS
Design
and
Development
Services
B.V.
7. BETROUWBAARHEID Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Een bodemonderzoek is echter gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters. Wij streven naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat er lokale afwijkingen in het bodemmateriaal voorkomen. IDDS BV acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voortvloeit. Hierbij dient er tevens op gewezen te worden dat het uitgevoerde onderzoek een moment-opname is. Beïnvloeding van de grond- en grondwaterkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door het bouwrijp maken van de lokatie, aanvoer van grond van elders zonder kwaliteitsgegevens of verspreiding van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grond-water. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van dit rapport. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen.
Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
12
Th. & A. Hachmang VOF Oranjelaan 165 2231 DH Rijnsburg
Proj.nr.: 97101078/PS
Katwijk, 3 november 1997
Betreft: evaluatie sanering HBO-tank Acacialaan 11 te Wassenaar
Geachte heer Hachmang, Hierbij berichten wij u nader omtrent de op 17 oktober 1997 uitgevoerde sanering van een ondergrondse HBO-tank, gelegen op het perceel Acacialaan 11 te Wassenaar. De betreffende tank heeft een inhoud van 3.000 liter. De (voormalige) ligging van de tank is in bijlage 1 aangegeven. 1. Uitgangspunten van de sanering Doel van de sanering is het verwijderen van de ondergrondse tank alsmede de met minerale olie verontreinigde grond en grondwater in zijn totaliteit. In dergelijke situaties wordt in beginsel de desbetreffende streefwaarden zoals vermeld in de Circulaire interventiewaarden bodemsanering (ministerie van VROM; zie bijlage 3) als terugsaneerwaarde aangehouden.
2. Uit gevoerde werkzaamheden De verwijdering van de ondergrondse HBO-tank heeft plaatsgevonden in opdracht van de eigenaar van desbetreffend perceel. De civieltechnische werkzaamheden zijn verricht door Aannemingsbedrijf Th. & A. Hachmang VOF, welke in bezit is van het noodzakelijke Kiwa-certificaat inzake sanering van ondergrondse tanks. De milieukundige begeleiding van de werkzaamheden werd verzorgd door IDDS B.V. Voorafgaande aan de verwijdering van de ondergrondse brandstoftank is het residu uit de tank verwijderd waarna de tank en de hierop aangesloten leidingen zijn gereinigd. De tank is vervolgens gelicht en ter verschroting afgevoerd naar Van Groningen Nieuw-Vennep B.V. te Nieuw Vennep. Het KIWA-certificaat, het reinigingscertificaat alsmede het verschrotingsbewijs zijn bij de firma Th & A Hachmang opvraagbaar.
1
Tijdens de ontgravingswerkzaamheden bleek dat in de directe contactlaag met de tank (tankbed) plaatselijk een verontreiniging met minerale olie aanwezig was als gevolg van een geconstateerde lekkage van de tank. De verontreinigde grond is op 17 oktober 1997 op aanwijzing van de milieukundige begeleider ontgraven. De grenzen van de ontgraving zijn vastgesteld op basis van zintuiglijke waarnemingen in het veld. De graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een hydraulische graafmachine. De ontgravings-werkzaamheden hebben 'in den droge' plaatsgevonden. De plaats van de ontgravingswerkzaamheden is in bijlage 1 weergegeven. In totaal is 1,02 ton met minerale olie verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd naar de biologische reiniging van de Heidemij te Europoort. De weegbon is op aanvraag te verkrijgen bij firma Th. & A Hachmang VOF. Op de bodem van de ontgraven locatie is (zekerheidshalve) een drain aangelegd om een eventuele grondwatersanering mogelijk te maken. Deze vindt plaats indien dit op grond van de resultaten van de controleanalyses noodzakelijk mocht blijken. Vervolgens is de locatie met zand aangevuld.
3. Controle van de sanering Teneinde vast te kunnen stellen of de verontreinigde grond in afdoende mate is verwijderd zijn de wanden en de putbodem van de ontgraving bemonsterd. Ter plaatse van het kopeinde van de tank, werd een zeer lichte oliegeur waargenomen. In de overige delen van de wand alsmede de putbodem werden geen afwijkingen waargenomen. Ter controle van de zintuiglijke waarnemingen zijn twee grondmengmonsters samengesteld voor chemische analyse op minerale olie (GC). De locaties van controle-monstername zijn in bijlage 1 weergegeven. Gekozen is voor analyse op het grondmengmonster van dat deel van de wand waar een zeer lichte oliegeur is waargenomen (PW1) en een grondmengmonster van de zintuiglijk schone putbodem (PB). Tevens is een grondmonster van de ontgraven verontreinigde grond (VG) genomen en geanalyseerd op minerale olie. Ter controle van de kwaliteit van het grondwater is op 30 oktober een grondwatermonster genomen uit de geïnstalleerde drain en vervolgens geanalyseerd op minerale olie en BTEXN (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen). Voor de beoordeling van de grondmonsters zijn de richtwaarden gecorrigeerd aan de hand van het gemeten organische stofpercentage van 59,8%. Aangezien het gemeten gehalte organische stof hoger is dan het maximum van 30% voor organische verbindingen is voor de omrekening uitgegaan van 30% organische stof.
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in tabel 1.:
Tabel 1 : Monstercode Gehalten in
Minerale olie benzeen tolueen
Analyseresultaten grond- en grondwatermonsters PB
PW1
VG drain putbodem mg/kgds
< 50
-
putwand mg/kgds
290
2
*
ontgraven grond grondwater mg/kgds μg/l
7.500 *
< 50 < 0,2 0,3
*
RAPPORT betreffende een verkennend bodemonderzoek Acacialaan 4 te Wassenaar
Datum
: 30 december 1998
Rapportnummer Opdrachtgever
: 98121522/GD : De : Seestraße 91 a : 8942 Oberrieden : Zwitserland
INHOUD
1. INLEIDING
3
2. TERREINGEGEVENS EN ONDERZOEKSOPZET 4 2.1 TERREINGEGEVENS 4 2.2 REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 2.3 ONDERZOEKSOPZET 5 3. VELDWERK 6 3.1 VELDWERKZAAMHEDEN 3.2 RESULTATEN VELDWERK
6 7
4. CHEMISCH ONDERZOEK 8 4.1 SELECTIE GROND- EN GRONDWATERMONSTERS 4.2 RESULTATEN CHEMISCHE ANALYSES 9 5. CONCLUSIES10 6. BETROUWBAARHEID
4
11
BIJLAGEN 1. Overzichtskaart en situatietekening 2. Boorstaten 3. Analyse-certificaten 4. Toetsingstabel Wbb 5. Gecorrigeerde toetsingswaarden Wbb
8
Industrial Design and Development Services B.V.
98121522/GD
1. INLEIDING In opdracht van de heer is een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht op de locatie Acacialaan 4 te Wassenaar. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen eigendomsoverdracht. Doel van het onderzoek is vast te stellen of het voormalige dan wel het huidige gebruik van de onderzoekslocatie mogelijk heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem. Het verkennend bodemonderzoek beoogt het verkrijgen van inzicht in aard, plaats van voorkomen en concentraties van eventueel aanwezige verontreinigende stoffen in de bodem. De opzet van het onderzoek is in hoofdstuk 2 beschreven. De keuze van de opzet van het onderzoek is ondermeer afhankelijk van het huidige en het voormalige gebruik van het perceel. Een beschrijving van de bodemopbouw en de resultaten van zowel het zintuiglijk als het chemisch onderzoek zijn weergegeven in de hoofdstukken 3 en 4. De verzamelde gegevens zijn getoetst aan de streef- en interventiewaarden, vastgelegd in de Circulaire interventiewaarden bodemsanering (Ministerie van VROM, kenmerk DBO/0749013, d.d. 9 mei 1994). Mede op basis van een toetsing aan voornoemde richtlijnen, is de chemische kwaliteit van de bodem van de onderzochte locatie beoordeeld. Deze beoordeling is samen met de eventuele adviezen ondergebracht in hoofdstuk 5.