CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Vergelijking nieuwe en oude landelijke geluidnormen

Raadsvergadering Wassenaar 16 september 2024, gemeente wassenaarBij agendapunt: Uitwerking Omgevingswet: Nota Hogere Waarden Verkeerslawaai Wassenaar 20244.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Vergelijking geluidnormen Agrarisch beleid en milieubeleidsneutrale overgang tijdelijk omgevingsplan Gemeente Wassenaar 132994 Definitief 30 mei 2023 132994/23-008.888 Ing. G.A. Krone P.W. Dijkstra MSc Ir. B.A. Jimmink

Paraaf

Bijlage(n)

-

Aan

Gemeente Wassenaar Witteveen+Bos

Kopie

1

mevrouw R. Mols P. Dijkstra, B. Jimmink

INLEIDING

In het kader van de beleidsneutrale omzetting van het geluidbeleid van de gemeente Wassenaar is de vraag naar voren gekomen welke wijzingen in de landelijke normstelling voor het geluid op de gevel er zijn in de Omgevingswet (Bkl), in vergelijking met de vigerende wetgeving (Wet geluidhinder en Wet milieubeheer, Activiteitenbesluit). En of het gemeentelijk geluidbeleid sturend kan en moet zijn, indien de landelijke instructieregels een hogere geluidbelasting toelaten in vergelijking tot de Wet geluidhinder en/of de Wet milieubeheer. In de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer (kortweg de ‘oude’ wetgeving) wordt daarbij gesproken over de voorkeursgrenswaarde en de grenswaarde. Onder de Omgevingswet wordt gesproken over respectievelijk de standaardwaarde en de grenswaarde. In feite zijn deze begrippen hetzelfde. Het streven moet zijn dat wordt voldaan aan de standaardwaarde. Het bevoegd gezag mag hogere waarden slechts verlenen als toepassing van maatregelen ondoeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, op grond van art. 110a lid 5 Wgh en Artikel 5.78u (overschrijding standaardwaarde) Bkl. Binnen de het gebied van standaardwaarde en grenswaarde kan het bevoegd gezag afwegingen maken.

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Koningin Julianaplein 10, 12e etage | Postbus 85948 | 2508 CP Den Haag | +31 (0)70 370 07 00 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

Voor de aanleg of wijziging van gemeentelijke wegen en de toedeling van functies binnen aandachtsgebieden is de gemeente (meestal) het bevoegd gezag. Voor die situaties heeft de gemeente beleidsvrijheid. Ook kan de gemeente deze beleidsvrijheid (gemotiveerd) gebiedsgericht invullen naar een strengere of juist ruimere normstelling1. Bij de aanleg of wijziging van een provinciale weg of aanleg of wijziging van een landelijke spoorlijn kan de gemeente hier niet op directe wijze op sturen. De gemeente is in die situaties niet het bevoegd gezag. Uiteraard zal er in die situatie altijd overleg moeten plaatsvinden tussen de externe bevoegde gezagen en de gemeente. Hierna maken we een vergelijking van de geluidnormen onder de ‘oude’ wetgeving en onder de Omgevingswet. Omdat in de gemeente Wassenaar geen gezoneerde industrieterreinen aanwezig zijn richt zich deze notitie op:

Tabel 1.1 Overzicht van afgebakende situaties per bronsoort Bronsoort

Afbakening

wegverkeer

gemeentelijke weg, provinciale weg en de rijksweg

railverkeer

landelijke spoorlijn

bestaande bedrijfsmatige activiteiten

voor zover vergunningplichtig/meldingsplichtig

De vergelijking en analyse is gebaseerd op de eindsituatie onder de Omgevingswet (dus zonder overgangsrecht in beschouwing te nemen). In deze notitie wordt geen concrete uitwerking gegeven aan de uitwerking van nieuw (gebiedsgericht) geluidbeleid in het kader van de Omgevingswet en/of nieuwe inzichten binnen de gemeenten over het toekomstige geluidbeleid. Dit valt buiten de scope van de huidige opdracht (beleidsneutraal omzetten van het vigerende geluidbeleid).

1 En voor zover de instructieregels daarvoor ruimte bieden aan het bevoegd gezag.

2 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

2

SAMENVATTING GELUIDNORMEN ONDER WET GELUIDHINDER/WET MILIEUBEHEER EN OMGEVINGSWET

2.1

Gemeentelijke wegen en provinciale wegen

2.1.1

Gemeentelijke wegen en provinciale wegen onder de Wet geluidhinder

In onderstaand overzicht zijn de normen uit de Wet geluidhinder (wegverkeer bouwen binnen een zone) samengevat.

Afbeelding 2.1 Grenswaarden wegverkeerslawaai (bron: Wgh)

Bovenstaande landelijk geldende normen gelden binnen de zone van een weg. Deze geluidzone is wettelijk vastgelegd.1 In bovenstaande tabel zijn de toetswaarden opgenomen voor het geluid op de gevel na toepassing van een aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Deze aftrek bedraagt voor gemeentelijke wegen (50 km/uur) meestal (maximaal) 5 dB en voor wegvakken meer (70 km/uur) of meer 2 dB2. De aftrek artikel 110g is in het verleden geïntroduceerd om te kunnen anticiperen op het stiller worden van het verkeer naar de toekkomst toe bezien. De waarden in bovenstaande gelden voor een afzonderlijke weg. De in de tabel vermelde binnenwaarde (hoogst toelaatbare binnen niveau) moet worden getoetst zonder toepassing van de aftrek op basis van artikel 110g3.

1 Zie Wgh Hoofdstuk VI. Zones langs wegen (artikel 74 en artikel 75). 2 Zie voor gedetailleerde informatie artikel 3.4 Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012. 3 De binnenwaarde geldt niet voor zogenoemde saneringswoningen. Daarvoor geldt een hoger maximaal toelaatbare waarde.

3 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

2.1.2

Gemeentelijke wegen onder de Omgevingswet

In onderstaand overzicht zijn de normen voor wegverkeer onder de Omgevingswet samengevat.

Afbeelding 2.2 Geluidnormering OmgevingsWet (Bkl tabel 5.78u en tabel 5.78t)

Bovenstaande normen gelden binnen aandachtsgebieden. Deze aandachtsgebieden dient een gemeente vast te stellen op basis van de maatgevende verkeersintensiteiten. De gemeente dient deze aandachtsgebieden te berekenen en te ontsluiten via het zogenoemde geluidregister1. Onder OW komt de aftrek zoals bedoeld in artikel 110g artikel 3.4 Rmg2012 te vervallen. De standaardwaarde 53 dB zonder aftrek komt overeen met de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder zonder aftrek (48+5 dB = 53 dB). De grenswaarde is voor een aantal situaties hoger en meer geüniformeerd tot maximaal 70 dB. Maar daarbij gelden onder de Omgevingswet (instructieregels Bkl) de volgende regels: - hoofdregel standaardwaarde: Bkl artikel 5.78t; - overschrijding standaardwaarde tot grenswaarde: Bkl artikel 5.78 u (bij overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard); - de grenswaarde geldt voor het gezamenlijke geluid (optellen geluid van een bronsoort); - maximale grenswaarde gemeentelijke wegen/waterschapswegen is 70 dB; - verder mogelijkheden voor vaststelling waarde hoger dan de grenswaarde (overschrijding grenswaarde; deze mogelijkheden voor overschrijding van de grenswaarde was ook opgenomen in de ‘oude wetgeving’): · Bkl 5.78v: overschrijding bij vervangende nieuwbouw; · Bkl 5.78w: overschrijding bij functiewijziging; · Bkl 5.78x:

overschrijding bij zeehavengebonden activiteiten; · Bkl 5.78y: niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen (voorheen ‘dove gevel’); · Bkl 5.78aa: overschrijding grenswaarde vanwege zwaarwegend belang.

1 Via het CVGG (zie verder: Centrale Voorziening Geluidgegevens | RIVM.

4 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

Meer geluid dan de grenswaarde Als zwaarwegende belangen dat rechtvaardigen kan het bevoegd gezag in een uitzonderlijk geval meer geluid dan de grenswaarde toestaan. Gelet op ingrijpende karakter van deze hoeveelheid geluid mag dit alleen als het bevoegd gezag: 1 vindt dat zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dat rechtvaardigen (artikel 5.78aa lid 1 onder a Bkl); 2 geen andere maatregelen kan treffen om aan de grenswaarde te voldoen dan geluidbeperkende maatregelen die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan (artikel 5.78aa lid 1 onder b Bkl). Het bevoegd gezag moet ook niet doelmatige maatregelen voor voldoen aan de grenswaarde in hun afweging betrekken; 3 rekening houdt met het belang van een geluidluwe gevel (5.78ab lid 2 Bkl); 4 het gecumuleerd geluid beoordeelt (artikel 5.78ac Bkl); 5 het gezamenlijk geluid bepaalt (artikel 5.78ad Bkl).

Kiest het bevoegd gezag (bij het toestaan van nieuwe/vervangende woningen) voor het toestaan van meer geluid dan de grenswaarde? Dan legt zij de gevel waarop de grenswaarde wordt overschreden in het omgevingsplan vast als niet-geluidgevoelige gevel (artikel 5.78aa lid 2 Bkl) en/of een niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen (voorheen ‘dove gevel’) is (artikel 8.78y Bkl). Waarna bij de uitwerking van de woonfunctie tevens moet worden voldaan aan de eisen voor de minimale geluidwering om te voldoen aan de binnenwaarde zoals vastgelegd in het Bkl en het Bbl § 4.3.1 Bescherming tegen geluid van buiten.

2.2

Rijkswegen en provinciale wegen onder de Omgevingswet

Rijkswegen Voor Rijkswegen (wegen in het beheer bij Rijkswaterstaat) gelden vanaf 1 juli 2012 op basis van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer al de systematiek van de geluidproductieplafonds. Daarmede wordt de geluidemissie van de rijksweg beheerst (en periodiek gemonitord). De gemeente moet voor de bepaling van de geluidbelasting bij bestemmingsplannen vanaf dat moment al uitgaan van de geluidemissie bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds. Dit wijzigt niet door bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Omdat de geluidproductieplafonds van de rijkswegen middels een gewijzigd reken- en meetvoorschrift worden her-berekend kan er per 1 januari 2024 mogelijk wel sprake zijn van een getalsmatige wijziging van de plafondwaarde. Maar in beginsel is deze wijziging (volgens Rijkswaterstaat) beleidsneutraal1. Van belang is hier wel dat onder de Wet milieubeheer er voor bouwen van nieuwe woningen langs een rijksweg een grenswaarde van toepassing is van (53+2=) 55 dB. Boven deze waarde kon (als het bestemmingsplan dat toelaat) ook worden gebouwd, maar moeten de gevels van nieuwe woningen met een geluidbelasting als gevolg van de rijksweg van meer dan 55 dB als zogenoemde ‘dove gevel’ te worden uitgevoerd en de overige gevels dienen voldoende geluidwering te hebben opdat wordt voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB.

Onder de Omgevingswet kunnen nieuwe woningen (als een Omgevingsplan dat toestaat en met voldoende geluidwering) worden gebouwd tot een geluidbelasting van 60 dB. En daarboven ook mits de gevel wordt in het Omgevingsplan wordt vastgelegd als niet geluidgevoelige gevel, of niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen en de wettelijke maatregelen aan de gevel worden getroffen (op basis van artikel 5.78y Bkl) om te voldoen aan de binnenwaarde.

1

Gemeenten kunnen dit controleren door de data uit het geluidregister van Rijkswaterstaat (zoals van toepassing voor 1 januari 2024) te vergelijken met de data uit het geluidregister (via het CVGG) zoals van toepassing na 1 januari 2024. Het betreft een aanpassing van rechtswege. Gemeenten kunnen tegen deze aanpassing in beginsel geen bezwaar maken.

5 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

Definities bijlage 1 Bkl Niet-geluidgevoelige gevel: gevel die in het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met toepassing van artikel 5.78y, tweede lid, 5.78aa, tweede lid, 12.13f of 12.13g als zodanig is aangemerkt. Niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen: niet-geluidgevoelige gevel die met toepassing van artikel 5.78y, tweede lid, 12.13f, of 12.13g, eerste lid, als zodanig is aangemerkt. Bij aanleg of wijziging van een rijksweg (of een provinciale weg, zie voorgenoemde tabel) is de grenswaarde hoger dan bij realisatie van een geluidgevoelig gebouw. Na afweging kan het bevoegd gezag voor de aanleg of wijziging dus uitgaan van een hogere grenswaarde. Bij realisatie van nieuwe woningen in het aandachtsgebied deze woningen een karakteristiek geluidwering moeten krijgen waarbij de binnenwaarde 33 dB bedraagt. Dit volgt uit artikel 4.103 Bbl. Wanneer een gevel als ‘niet geluidgevoelige gevel’ wordt aangemerkt is ook artikel 4.103b Bbl van toepassing. Wat inhoudt dat met een 3 dB hogere geluidbelasting op die gevel rekening moet worden gehouden 1. Voor onder de Wet geluidhinder vastgelegde dove gevels is overgangsrecht van toepassing (artikel 4.103c van het Bbl).

Provinciale wegen (wegvakken in het beheer bij de provincie) Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt - per bij KB-vast te stellen datum - voor deze wegen/wegvakken2 de systematiek van de geluidproductieplafonds als omgevingswaarde (analoog aan de systematiek van de rijkswegen). Daarmee wordt de geluidemissie van de provinciale weg beheerst en periodiek gemonitord. De data met betrekking tot de eerste vaststelling van de geluidproductieplafonds als omgevingswaarde wordt vastgelegd in het geluidregister (en ontsloten via de CVGG). De gemeente moet bij het vaststellen van de geluidbelasting voor een omgevingsplan vanaf dat moment uitgaan van de registerdata, inclusief het geluidaandachtsgebied, van de provinciale weg. Bij de eerste vaststelling van de geluidproductieplafonds moet de provincie de verkeersintensiteiten waarop de eerste vaststelling is gebaseerd wel motiveren. Maar tegen deze eerste vaststelling staat geen bezwaar en beroep open. De standaardwaarde komt overeen met de voorkeurswaarde uit de wet geluidhinder (48+2 dB) = 50 dB. De grenswaarde onder de OW bedraagt in beginsel 65 dB. Maar op basis van artikel 3.26 Bkl kan deze waarde binnen de bebouwde kom op bestaande en toegelaten nieuwe woningen met maximaal 5 dB worden verhoogd, als de overschrijding redelijkerwijs niet is te voorkomen.

2.3

Hoofdspoorwegen

Voor Hoofdspoorwegen (wegen in het beheer bij ProRail) gelden vanaf 1 juli 2012 op basis van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer al de systematiek van de geluidproductieplafonds. Daarmede wordt de geluidemissie van de spoorweg beheerst (en periodiek gemonitord). De gemeente moet voor de bepaling van de geluidbelasting bij bestemmingsplannen vanaf dat moment al uitgaan van de geluidemissie bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds. Dit wijzigt niet door bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Omdat de geluidproductieplafonds van de hoofdspoorwegen middels een gewijzigd reken- en meetvoorschrift worden her-berekend kan er per

1

Achtergrond: bij aan latere aanpassing van de weg kan dan de geluidbelasting omhoog, zonder dat dit direct leidt tot een overschrijding van de binnenwaarde en/of dat bouwkundige maatregelen moeten worden aangepast bij een geringe toename van de geluidbelasting.

2

De wegvakken waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarde gelden worden bij provinciale verordening aangewezen.

6 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

1 januari 2024 mogelijk wel sprake zijn van een getalsmatige wijziging van de plafondwaarde. Maar in beginsel is deze wijziging (volgens het Ministerie van IenW) beleidsneutraal1. Voor het bouwen van nieuwe woningen binnen het aandachtsgebied van een hoofdspoorlijn geldt onder de OW een standaardwaarde van 55 dB en een grenswaarde van 65 dB.

Afbeelding 2.3 Geluidnormering Omgevingswet voor railverkeer (Bkl tabel 5.78u en tabel 5.78t)

Onder de ‘oude’ wetgeving (Besluit geluidhinder hoofdstuk IV) was de voorkeurswaarde 55 dB en de grenswaarde 68 dB. De grenswaarde ligt onder de Ow dus lager dan onder de ‘oude’ wetgeving. Met betrekking tot overschrijding van de grenswaarde, toepassing niet geluidgevoelige gevel, niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige aanpassingen en de binnenwaarde gelden analoog de voorwaarden zoals hiervoor beschreven onder rijkswegen.

2.4

Samenvatting geluidnormen voor wegverkeer en railverkeer

In afbeelding 2.4 is per bronsoort de voorkeursgrenswaarde (VKG) of standaardwaarde (SW) , de grenswaarde (GW) en de afwegingsruimte in beeld gebracht.

1

Gemeenten kunnen dit controleren door de data uit het geluidregister van Rijkswaterstaat (zoals van toepassing voor 1 januari 2024) te vergelijken met de data uit het geluidregister (via het CVGG) zoals van toepassing na 1 januari 2024. Het betreft een aanpassing van rechtswege. Gemeenten kunnen tegen deze aanpassing in beginsel geen bezwaar maken.

7 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

Afbeelding 2.4 Vergelijking geluidnormen Wgh/Wm met geluidnorm Ow

Vergelijking geluidnormen Wgh/Wm met geluidnorm Ow 80 75

Lden in dB

70 65

60 maximaal/incidenteel vervangende nieuwbouw

55 50

na (bestuurlijke) afweging

Ow railverkeer

altijd toelaatbaar

Wgh railverkeer

Ow rijksweg…

Wm rijksweg…

Ow GPP-weg…

Wgh buitenstedelijk provinciale weg

Ow Niet-GPP-weg

Wgh buitenstedelijk…

Ow Niet-GPP-weg…

40

Wgh gemeentelijke weg…

45

Bronsoort

Voor wegverkeer (bouwen in aandachtsgebied): VKG 48+2=50 dB =

SW 50 dB

beleidsneutraal

Voor rijksweg GW rijksweg GW 53+2= 55 dB wordt GW provinciale weg > 70 km/h GW 63+2 = 65 GW gemeentelijke weg (binnenstedelijk) was 68 dB

GW 60 dB GW 70 dB GW 70 dB

GW = 5 dB hoger GW = 5 dB hoger GW = 2 dB hoger

Voor railverkeer (bouwen in aandachtsgebied) VKG 55 dB naar 55 dB VKG 68 dB naar 65 dB

beleidsneutraal GW =3 dB lager

Voor rijkswegen/railverkeer (aanleg / aanpassen) VKG 55 dB naar 55 dB GW rijksweg van > 55 dB naar 60 dB GW hoofdspoorweg van >68 dB naar 65 dB

beleidsneutraal GW = 5 dB hoger GW = 3 dB lager

8 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

3

ANALYSE TOENAME GRENSWAARDE GELUID RIJKSWEG

De standaardwaarde die volgt uit de instructieregels Bkl zal in het algemeen niet ter discussie staan in gemeenten, omdat hier sprake is van een milieuneutrale omzetting. Wat betekent de toename van 5 dB voor de maximaal toelaatbare waarde voor bouwen langs rijkswegen? Nu: zonebreedte tot maximaal 400/600 meter (respectievelijk 2x2/2x3 rijlijnen) OW: Aandachtsgebied kan groter zijn (rekenen zonder bebouwing en rekenen op maximale bouwhoogte) Nu: binnen 55 dB niet bouwen (of met dove gevel) OW: binnen 60 dB niet bouwen (of niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen) Schematisch ziet dit er als volgt uit.

Afbeelding 3.1 Schematische voorstelling van zones met grenswaarden langs Rijksweg nu en straks onder OW

Het gebied binnen het blauwe kader is het gebied tussen de 55 dB en 60 dB, waarbinnen onder de ‘oude’ geluidwetgeving alleen met toepassing van een dove gevel gebouwd kan worden en onder de geluidregels van de Ow met een ‘standaard’ gevel met voldoende geluidwering om te voldoen aan de binnenwaarde. Aandachtsgebied versus geluidzone Het aandachtsgebied van de rijksweg kan op grotere afstand van de weg liggen dan de geluidzone zoals deze onder de ‘oude’ wetgeving is gedefinieerd. Maar soms ook dichter bij de rijksweg. De omvang van het aandachtsgebied van een rijksweg wordt bepaald voor de situatie bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds. En de plafondwaarde is bepaald door de maatgevende verkeersintensiteit, de maximale rijsnelheid, het type wegdek en een eventueel opgenomen plafondcorrectie. De gemeente kan (zonder inzet van aanvullende maatregelen) geen invloed uitoefenen op de ligging van het aandachtsgebied van de rijksweg. Binnen het aandachtsgebied kan de standaard waarde hoger zijn dan 50 dB. Effect van verhoging van de grenswaarde Onder de ‘oude’ wetgeving was de grenswaarde 55 dB. Onder de Ow is de grenswaarde 60 dB. Dit betekent dat woningbouw (zonder inzet van een ‘niet geluidgevoelige gevel’ of inzet van ‘een niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen’ in beginsel op kortere afstand van de weg wordt toegelaten.

In beginsel, want het omgevingsplan moet dit vanwege andere overweging ook toestaan.

9 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

Voor bestemmingsplannen die vóór de inwerkingtreding van de Ow in procedure zijn gebracht, geldt het Overgangsrecht. En geldt de ‘oude’ wetgeving, via het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Hier zal naar verwachting geen discussie volgen over dichter op de weg bouwen1. Afweging bij functietoedeling (nieuwe woningen) Bij nieuwe functietoedelingen die gepaard gaan met een wijziging van het Omgevingsplan kan de gemeente een afweging maken of volledig tot de grenswaarde kan worden gebouwd of zelfs daarboven (indien wordt voldaan aan 1 van de daarvoor geldende instructieregels). Dit behoort wel tot de afwegingsruimte die is toebedeeld aan de gemeente. In het algemeen zal daarbij sprake zijn van een integrale afweging en wellicht vindt die afweging ook gebiedsgericht plaats. In beginsel kan het toelaten van nieuwe woningbouw tot 60 dB met de instructieregels uit het Bkl, regels uit het Bbl (voldoende geluidwering) worden gemotiveerd. Ook kunnen nadere eisen worden gesteld met betrekking tot de (verplichte) aanwezigheid van een geluidluwe gevel en de aanwezigheid van een geluidluwe buitenruimte. Onder OW kan dus dichter op de weg worden gebouwd (zonder dat er niet geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen worden gerealiseerd. Uiteraard dient voor de nieuwe woningen in de zone tussen 55 dB en 60 dB worden voldaan aan het wettelijk binnenniveau van 33 dB.

Voor woningen dient de geluidwering dan maximaal Ga,k = 60 - 33 = 27 dB te bedragen (dus min of meer standaard geluidwerende maatregelen toepassen). Kan of moet de gemeente aanvullend beleid voeren met betrekking tot de wetsaanpassing? Artikel Bkl 5.78t en artikel 5.78u Bkl zijn instructieregels. In feite kan een gemeente die niet aanpassen. In artikel 5.78u en ook in artikelen daarna wordt geschreven ‘kan erin voorzien’ en niet ‘moet erin voorzien’. Indien een gemeente het beleid zou voeren om binnen de 55 dB contour geen woningbouw toe te laten dan kan de gemeente dit ook regelen via het toedelen van functies. Dus uitsluiten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen de 55 dB contour. Echter indien het gronden betreft waar eerder al afspraken zijn gemaakt met betrekking tot het toelaten van woonbestemmingen (via bestemmingsplan of overeenkomsten) dan kan dit mogelijk leiden tot schadeclaims. Wel kan een gemeente in beginsel een specifiek afwegingskader maken voor dit soort situaties. Maatregelen bij overschrijding van standaardwaarde en bij overschrijding grenswaarde De afweging is in beginsel gelijk aan de afweging die we onder de Wgh al kennen. Belangrijk is dat onder in het Omgevingsplan wordt vastgelegd wat de gemeente aanvaardbaar vindt.

Zie ook: Toelichting paragraaf 3.8 bij toelichting Abg 3.8 Afwegingsruimte boven de standaardwaarde Tussen de standaardwaarde en de grenswaarde voor het geluid op de gevel heeft het bevoegd gezag ruimte om op grond van eigen beleid geluid als aanvaardbaar te beoordelen. De regels stellen hiervoor wel kaders. Bij nieuwe geluidgevoelige gebouwen is geluid op de gevel boven de standaardwaarde alleen toelaatbaar als geluidbeperkende maatregelen om dat te voorkomen financieel niet doelmatig zijn of stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard. Dat geldt ook voor het verhogen van het geluid op bestaande geluidgevoelige gebouwen. Dit betekent dat het bevoegd gezag een motiveringsplicht heeft als zij besluit meer geluid dan de standaardwaarde toe te laten. De burger heeft rechtsbescherming omdat het gebruik van de beleidsmatige afwegingsruimte steeds gekoppeld is aan een formeel besluit waartegen beroep mogelijk is. Het betreft bijvoorbeeld een vaststelling van een omgevingsplan, een projectbesluit, een besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond, een verkeersbesluit of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

1 Witteveen+Bos heeft hier geen check op gedaan. Gemeente wordt geadviseerd hierop een check te (laten) doen.

10 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

Het bevoegd gezag kan bij elk besluit een ad hoc afweging maken. Het verdient echter de voorkeur dat het bevoegd gezag het voorgenomen handelen vastlegt in beleidsregels zodat initiatieven op gelijke wijze getoetst kunnen worden en voor een initiatiefnemer vooraf duidelijk is hoe de gemeente omgaat met de bestuurlijke afwegingsruimte. Dat draagt bij aan de rechtszekerheid bij het beoordelen van particuliere initiatieven. Een beleidsnota, bijvoorbeeld de omgevingsvisie of het actieplan geluid, kan overigens ook inzicht geven in het beleid van de gemeente met betrekking tot geluid. Veel gemeenten hebben onder de Wet geluidhinder in beleidsregels vastgelegd onder welke voorwaarden zij willen instemmen met het projecteren van nieuwe woningen die meer geluid gaan ondervinden dan de standaardwaarde. Dat zogenoemde hogerewaardenbeleid kan materieel worden voortgezet onder de Omgevingswet, wel moeten de beleidsregels ten minste technisch worden aangepast aan de Omgevingswet. Het kan voor decentrale overheden ook zinvol zijn de toepassing van het doelmatigheidscriterium in beleidsregels vast te leggen (voor het Rijk zijn de regels hierover opgenomen in dit besluit). Het doel van de onderhavige regels is het beheersen van geluid met het oog op het beschermen van de gezondheid.

Het bevoegd gezag moet daarom alle maatregelen beoordelen die het geluid kunnen beperken en niet op voorhand al stuiten op de genoemde overwegende bezwaren. Aanleg van een tunnel zal bijvoorbeeld in veel gevallen op voorhand kunnen worden beschouwd als te kostbaar, maar voor geluidschermen of een stiller wegdek zal dat minder vaak het geval zijn. Maar voor bijvoorbeeld een scherm langs een weg binnen de bebouwde kom is de kans groot dat dit stedenbouwkundig niet inpasbaar wordt gevonden. Het gezondheidsaspect kan ook leiden tot afweging van minder gangbare maatregelen naarmate meer kennis beschikbaar komt. Zo is uit onderzoek gebleken dat een geluidluwe zijde van een woning leidt tot vermindering van de schade aan de gezondheid als gevolg van hogere belastingen op andere zijden. Ook aanwezigheid van stille gebieden in de woonomgeving heeft een gunstig effect. Weliswaar wordt met dit soort maatregelen het geluid op de meest belaste gevel van de woning niet verlaagd, maar wel vergroot het de acceptatie van dat hogere geluidniveau. Vooral bij woningbouwplannen zijn vaak meer mogelijkheden dan de «traditionele» geluidbeperkende maatregelen zoals het houden van afstand tot de bron en het plaatsen van geluidschermen.

Wettelijk binnenniveau bij bouwen en bij latere aanpassing weg Het wettelijk binnenniveau bij latere aanpassingen weg (ook bij ‘nieuwe’ woningen) bedraagt 36 dB (artikel 3.53 Bkl). Dus 3 dB boven de initiële waarde bij nieuwbouw. Maar als dat binnenniveau wordt overschreden dienen (voorwaardelijk) gevelmaatregelen te worden getroffen die 3 dB hoger zijn dan de waarde (Ga,k36 dB). Waarbij dus in dat geval de waarde van 33 dB weer wordt nagestreefd. 3 dB toename zal in de regel een intensiteitstoename toelaten van een factor 2 ten opzichte van de intensiteit waarbij de gevelwering van de nieuwbouw is uitgelegd.1 In de praktijk kan dus bij aanpassingen tussen 1.5 en 3 dB waarbij geluidbeperkende maatregelen op overwegende bezwaren ondervinden, meestal snel worden aangetoond op basis van de wettelijke binnenwaarde bij aanpassing, dat zonder aanvullende maatregelen aan de binnenwaarde wordt voldaan. Daarnaast biedt het Bbl artikel 5.23a voor bepaalde situaties een mogelijkheid het binnenniveau te beperken tot 38 dB. Omdat zoals eerder vermeld bij aanleg of wijziging van een rijksweg niet het bevoegd gezag is, kan de gemeente hier niet rechtstreeks sturing geven. Verlagen van de wettelijke waarden worden in de regel gezien als bovenwettelijke maatregelen.

Bovenwettelijke maatregelen zijn soms wel mogelijk, maar meestal zij de kosten van die bovenwettelijke maatregelen voor diegene die de bovenwettelijke maatregelen voorstelt. Indien de gemeente in de toekomst hier een nieuwe visie of meer gebiedsgericht geluidbeleid op wil loslaten, dan kan dat via nadere invulling van het Omgevingsplan (gemeentelijke geluidregels) vorm krijgen.

1 Vuistregel: verdubbeling van intensiteit (motorvoertuigen/etmaal) leidt tot toename van het geluid van +3 dB.

11 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

De uitwerking hiervan valt buiten de lopende opdracht aan Witteveen+Bos, die gaat over het beleidsneutraal omzetten van het huidige geluidbeleid.

4

GELUID VAN ACTIVITEITEN

In het huidige hogere waarden beleid van de gemeente Wassenaar (2009) zijn ook enkele tekstpassages opgenomen met betrekking tot het geluid van bedrijven/activiteiten. Bij het inwerking treden van de Omgevingswet gaan alle vigerende vergunningen en maatwerkvoorschriften over naar het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. Voor zover daar hiaten zijn, kan de gemeente deze hiaten via de Bruidsschatregels (die onderdeel zijn van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan dichten. Indien de gemeente in de toekomst hier een nieuwe visie of meer gebiedsgericht geluidbeleid op wil loslaten dan kan dat via nadere invulling van het Omgevingsplan (gemeentelijke geluidregels) vorm krijgen. De uitwerking hiervan valt buiten de lopende opdracht aan Witteveen+Bos, die gaat over het beleidsneutraal omzetten van het huidige geluidbeleid.

12 | 12

Witteveen+Bos | 132994/23-008.888 | Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=50afec42-68de-44d7-ba07-ff45972dfafb