CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toelichting technische verbeteringen eerste wijziging

Raadsvergadering Wassenaar 4 juli 2023, gemeente wassenaarBij agendapunt: Eerste wijziging en technische aanpassing van de ApvW 2022 aan de Omgevingswet1.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 - Toelichting technische verbeteringen eerste wijziging Vaak beperkt het te verbeteren gebrek de leesbaarheid van een bepaling. En eventueel verhindert het ook de technische aanpassing van de verordening aan de Omgevingswet met een wijziging volgens VNG-model. Dat laatste is het geval in de artikelen 2:14 (winkelwagentjes), 4:15 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame) en 5:6 (kampeermiddelen en overige voertuigen) van de Algemene plaatselijke verordening Wassenaar 2021 (ApvW 2021).

Soms leidt het gebrek tot een andere dan de bedoelde lezing. Dat is het geval in artikelen 4:15 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame), 4:20 (schuilmiddelen ten behoeve van de nachtvisserij) 7:1 (strafbepalingen).

Veel bepalingen in de ApvW 2022 bevatten ruim geformuleerde bevoegdheden. Een ander onderdeel beperkt dan de bevoegdheden zo dat de ApvW 2022 terugtreedt als regelgeving van hogere overheden toepasselijk is. Problemen met zo’n onderdeel kunnen ertoe leiden dat een bepaling de bepaling geheel of gedeeltelijk onverbindend wordt geacht als een daarop gebaseerd besluit wordt aangevochten.

Niet aan wijziging van wet- en regelgeving aangepaste bepalingen werken niet goed.

Hierna volgt een bespreking van de oorzaken van de gebreken en de remedies.

Ongelukkige combinatie van model- en eigen algemene plaatselijke verordening Het eerste lid van artikel 4:15 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame) bevat een absoluut verbod uit het VNG-model. De overige aan de Apvw 2014 ontleende leden houden vooral een vergunningstelsel in waarbij ook wordt getoetst aan welstandseisen. Hierdoor ontbreekt de uitzondering op het absolute verbod voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dat kan het verbod onverbindend maken. Wat volgt over de verlening van vergunning is evenmin effectief omdat geen vergunning meer wordt geëist in het eerste lid.

Het eerste lid in de voorgestelde tekst is het eerste lid zoals dat luidde in de ApvW 2014. Daarmee wordt weer consistent vergunning vereist voor het aanbrengen van handelsreclame.

De opsomming van bijzondere weigeringsgronden in het derde lid artikel 5:18 (standplaatsvergunning en weigeringsgronden) bevat twee eigen elementen. Om de zin begrijpelijk te maken moet het woord “als” in de aanhef worden verplaatst naar de uit de Model-APV afkomstige weigeringsgronden.

Restanten van opties in het model Het gebrek wordt soms veroorzaakt door restanten van opties in het VNG-model. Deze staan in het model tussen [haakjes], “OF” wijst op twee alternatieven. Door zulke restanten is niet duidelijk waarvoor is gekozen.

Z/22/069864/321724_3

In het eerste lid van artikel 2:59a over gevaarlijke honden op eigen terrein worden twee alternatieven getoond. Gelet op de inhoud van het voorgaande artikel is het eerste alternatief verwerkt in de voorgestelde tekst: behoudens de uitzonderingen in het tweede lid ook op eigen terrein een muilkorfgebod als de burgemeester voor wat betreft openbare plaatsen of het erf van een ander een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd.

In artikel 3:3 (vergunning seksbedrijf) is niet duidelijk of het tweede lid wel of niet is vastgesteld. Met de voorgestelde tekst wordt bevestigd dat het bevoegde bestuursorgaan zorgt voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen.

In artikel 3.9 is onduidelijk of in het tweede lid onder g ook de intrekking wegens strijd met een aanwijzing door het college van een gebied waar geen seksinrichtingen worden gegund is meegenomen. Gezien de eerste twee leden van artikel 3:4 over de aanwijzing is de intrekkingsgrond opgenomen in de voorgestelde tekst.

In artikel 3.11 (verlenging vergunning seksbedrijf) is onduidelijk of ook bij de verlenging van een vergunning het in artikel 3:5 genoemde maximum van één seksbedrijf wordt betrokken. De voorgestelde tekst maakt duidelijk dat dit het geval is.

Ongelukken met de tekstverwerker Soms mislukt de structuur van een bepaling door een ongeluk met de opsommingsfunctie.

In het tweede lid van artikel 2:1 (samenscholingen en ongeregeldheden) is de verplichting om te voldoen aan het bevel van de ambtenaar van politie terecht gekomen in de reeks situaties waarin dat verplicht is.

In artikel 2:14 (winkelwagentjes) zijn de verplichtingen voor de winkelier slechter te onderscheiden door het ontbreken van een opsomming in het eerste lid en werkt een verwijzing niet. Die verwijzing hoort bovendien thuis in een derde lid en niet in het tweede lid waarin het gebruikers wordt verboden om winkelwagentjes onbeheerd achter te laten.

In artikel 4:9a (verbod oplaten ballonnen) wordt in de derde en vierde alinea verwezen naar het eerste lid. Er zijn echter geen leden. De nummering in de voorgestelde tekst verandert de alinea’s in leden.

Aan artikel 4:10 (definities zoals van boom en houtopstand) ontbreekt de kop.

In artikel 4:11 (omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden) zijn het derde en vierde lid bijna onbegrijpelijk. Deze hadden deel moeten zijn van een opsomming in het tweede lid van uitzonderingen op het kapverbod.

Z/22/069864/321724_3

Artikel 4:15 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame) is bijna onbegrijpelijk door twee tweede leden en het mislukken van de indeling van het vierde lid.

In artikel 5:6 (kampeermiddelen en andere voertuigen) is een precisering van het verbod om een recreatievoertuig te parkeren in het tweede lid weinig begrijpelijk door verdeling over het derde en vierde lid.

In artikel 5:33 (beperking verkeer in natuurgebieden) is een extra uitzondering op het verbod in het vierde lid weinig begrijpelijk door verdeling over het vijfde en zesde lid.

In de voorgestelde teksten is een kop toegevoegd of de structuur aangepast om de leesbaarheid en de begrijpelijkheid te verbeteren.

Een ongewenste beschrijving De beschrijving van een weigeringsgrond in het derde lid van artikel 2:28 (exploitatie openbare inrichting) betreft de werking van hogere regelgeving, namelijk de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob). Die wet geldt ongeacht de beschrijving in de algemene plaatselijke verordening. Het weglaten van de korte beschrijving voorkomt dat de raad zelf regelt hoe de Wet bibob luidt.

Niet meer actuele of onjuiste verwijzingen Sommige verwijzingen zijn niet meer actueel of onjuist en zijn daardoor niet effectief.

Diverse provinciale verordeningen zijn geheel of voor zover van belang (mede) vervangen door de Omgevingsvergunning Zuid-Holland. Naar die verordening wordt verwezen in de voorgestelde tekst van de artikelen 2:10 (voorwerpen op of aan de weg), 2:11 (omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg), 2:12 (maken of veranderen van een uitweg), 2:46 (rijden over bermen en dergelijke), 4:5b (geluidhinder in de openlucht), 4:6 (overige geluidhinder), 4:13 (opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke), 4:15 (hinderlijke of gevaarlijke reclame), 5:6 (kampeermiddelen en andere voertuigen); 5:20 (afbakeningsbepalingen), 5:25 (ligplaats woonschepen), 5:26 (ligplaats overige voertuigen), 5:28 (beschadigen van waterstaatswerken) en artikel 5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken).

De Provinciale milieuverordening Zuid-Holland is mede vervangen door de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland 2021. Naar die verordening wordt verwezen in de voorgestelde tekst van artikel 4:13 (opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke) en artikel 5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken).

Z/22/069864/321724_3

In artikel 2:10 (voorwerpen op of aan de weg) wordt foutief verwezen naar de geldende afvalstoffenverordening. In de voorgestelde tekst wordt de citeertitel gebruikt die ook de officiële naam is. Daardoor is duidelijker dat afvalstoffen op de openbare weg toch mogen worden aangeboden overeenkomstig de Afvalstoffenverordening gemeente Wassenaar.

In het eerste lid van artikel 2:68 (voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht) wordt met de voorgestelde tekst een verwijzing aangepast aan de gebruikte nummering van de subonderdelen van onderdeel a, onder 2. Daardoor wordt duidelijk welke adreswijzigingen aan de burgemeester moeten worden gemeld door een handelaar of een voor een handelaar handelend persoon.

In artikel 3:9 (intrekking vergunning seksbedrijf) wordt met de voorgestelde tekst een verwijzing aangepast in onderdeel c aan de gebruikte nummering van de subonderdelen van het tweede lid van artikel 3:17 (verdere verplichtingen van exploitant en beheerder prostitutiebedrijf). Daardoor wordt duidelijk dat de vergunning kan worden ingetrokken als de actuele gegevens van de in het prostitutiebedrijf werkzame prostituees ontbreken in de administratie.

In artikel 4:11 wordt bij de uitzonderingen op het kapverbod verwezen naar de Plantenziektewet. Deze is inmiddels vervangen door de Plantgezondheidswet. Dankzij de correcte verwijzing is door die wet verplicht kappen niet meer schijnbaar illegaal.

In artikel 4.20 (schuilmiddelen te behoeve van de nachtsportvisserij) wordt in het eerste tot en met derde lid verwezen naar onderdelen van artikel 4:19 (aanwijzing kampeerplaatsen). Dat moet echter artikel 4:18 zijn (recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein). Dit is aangepast in de voorgestelde tekst.

In het vijfde lid van artikel 5.6 (kampeermiddelen en andere voertuigen) gaat het om ontheffing van het verbod in het eerste lid. Dat is een specifieke eigen verbodsbepaling over voertuigen die in een parkeerschijfzone aan een motorvoertuig gekoppeld moeten zijn. De bredere verbodsbepaling uit het VNG-model staat in het tweede lid. Met de voorgestelde tekst wordt naar het tweede lid verwezen.

In het zesde lid van artikel 5.6 (kampeermiddelen en andere voertuigen) worden uitzonderingen op het verbod in het eerste lid geformuleerd. Ook daarbij wordt ten onrechte naar het verbod in het eerste lid verwezen. Voorgesteld wordt om naar de bredere verbodsbepaling in het tweede lid te verwijzen.

In het derde lid van artikel 7:1 (strafbepalingen) wordt voor de artikelen 2:10 (voorwerpen aan of op de weg) en 2:11 (omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg) niet verwezen naar een verbodsbepaling, maar naar de gronden voor weigering van een vergunning of de gevallen waarin de vergunning als omgevings-

Z/22/069864/321724_3

vergunning wordt verleend. Door het noemen van de verbodsbepaling is overtreding weer een economisch delict.

Er is geen rekening gehouden met de vervanging van de Boswet door de Wet natuurbescherming Gemeentelijke regelingen over het kappen betreffen vooral de bebouwde kom. In de ApvW 2021 en de voorafgaande verordening uit 2014 is dat de bebouwde kom voor het wegverkeer. Daarbuiten is de gemeentelijke autonomie wettelijk beperkt tot uitzonderingen op het landelijk verbod om zonder melding vooraf bossen en andere grotere houtopstanden te kappen. Dit was eerst geregeld in de Boswet en sinds 1 januari 2017 in de breder opgezette Wet natuurbescherming.

In 2014 is van de uitzonderingen alleen gebruik gemaakt voor het buiten de bebouwde kom reguleren van de kap op erven en in tuinen en op kleine percelen voor bosbouw. De overige uitzonderingen werden voor binnen en buiten de bebouwde overgenomen uit de Boswet. Daardoor is er weinig behoefte om voor wat betreft de kap te kiezen voor een meer op de situering van bomen en andere houtopstanden afgestemd begrip “bebouwde kom”. Dat is niet meer zo nu de Wet natuurbescherming geldt waarin de uitzonderingen anders zijn omschreven. Na het in werking treden van de Omgevingsrecht komen deze omschrijvingen met beperkte verschillen terug in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voorgesteld wordt om eenvoudigheidshalve in het tweede lid van artikel 4:10 meteen gebruik te maken van de omschrijvingen in artikel 11.111, tweede lid, van het Bal.

De Boswet verplichte gemeenten tot een nadeelcompensatieregeling. De Wet natuurbescherming doet dat niet. Daarom is de nadeelcompensatieregeling in artikel 4:12a een vrijwillige. Voorgesteld wordt om die bepaling niet met de eerste wijziging in te trekken, maar pas met de technische aanpassing aan de Omgevingswet. Per 1 januari 2024 treedt ook de algemene nadeelcompensatieregeling in de Algemene wet bestuursrecht in werking. Daarvan wordt dan gedeeltelijk afgeweken met afdeling 15.1 van de Omgevingswet.

Z/22/069864/321724_3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=9e269d55-2819-4dc1-94f0-0a0339267f99