CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 'schone versie‘ erfgoedverordening wassenaar 2016 na verwerking technische wijzigingen

Raadsvergadering Wassenaar 19 december 2023, gemeente wassenaarBij agendapunt: Eerste technische aanpassing van de Erfgoedverordening Wassenaar 201611.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tweede lid, onder b Hier is geregeld dat ook informatie over rijksmonumenten die in de gemeente zijn gelegen in het gemeentelijk erfgoedregister worden opgenomen. Op grond van de Erfgoedwet ontvangt het college deze informatie in afschrift van de minister bij de inschrijving in het rijksmonumentenregister. Het kan ook gaan om informatie via instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht.

Tweede lid, onder c In onderdeel c van het tweede lid is opgenomen dat door het college van gedeputeerde staten ontvangen instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht in het gemeentelijke erfgoedregister kunnen worden opgenomen. Gelet op de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (hierna: Wkpb) dienen gemeenten uiterlijk op 1 januari 2021 hun publiekrechtelijke beperkingen op onroerende zaken geregistreerd te hebben in de Basisregistratie kadaster publiekrechtelijke beperkingen (hierna: BRKPB). Dit geldt ook voor gemeentelijke monumenten plus gemeentelijk beschermde stads- of dorpsgezichten. Beperkingen kunnen niet alleen meer op kadastrale percelen worden geregistreerd, maar ook op basis van Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)-objecten (bijvoorbeeld een woning of een bedrijfspand), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT)-objecten (bijvoorbeeld een brug) en vrije contouren (bijvoorbeeld een verontreinigingscontour). Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het de bedoeling dat bestaande ruimtelijke beperkingen te zien zijn in het Digitaal Stelsel Omgevingswet - Landelijke Voorziening (DSO-LV), mogelijk per tranche.

Dit geldt ook voor nog aan te wijzen nieuwe beperkingenbesluiten met name op basis van het omgevingsplan. Levering aan de openbare registers en bijhouding in de BRK-PB komt voor deze besluiten dan te vervallen. De beperkingen die vóór de inwerkingtreding Ow in de BRK-PB zijn opgenomen, komen tot en met 2031 te vervallen wanneer ze worden vervangen door nieuwe beperkingenbesluiten op basis van de Omgevingswet.

HOOFDSTUK 2 AANWIJZING GEMEENTELIJK MONUMENT Artikel 4 In artikel 4 (dat de aanwijzing tot gemeentelijk monument betreft) is het vijfde lid vervangen door een nieuw lid zodat de tekst beter aansluit op de Omgevingswet. Bij lid 3 is toegevoegd dat bij archeologische monument advies wordt gevraagd van een onafhankelijke KNA-archeoloog.

Pagina 23 van 30

Artikel 5 Aan dit artikel over de voorbescherming is een tweede lid toegevoegd waarin is bepaald wanneer de voorbescherming vervalt.

Artikel 6 In dit artikel worden de termijnen genoemd waarbinnen de Adviescommissie omgevingskwaliteit Wassenaar moet adviseren (lid 1) en het college van burgemeester en wethouders een beslissing moet nemen (lid 2). Het bepaalde in lid 2 heeft tot gevolg dat, wanneer de Adviescommissie niet tijd adviseert, het college de volgende keuze kan maken: zonder advies een beslissing nemen, of besluiten om een (te laat uitgebracht advies als bedoeld in lid a) toch in hun overwegingen te betrekken. Als het college niet tijdig beslist, is op grond van de Awb sprake van een fictieve weigering. Ingevolge artikel 7.2 staat voor de aanvrager dan de mogelijkheid van bezwaar of administratief beroep open, die ook tegen een reëel besluit open zou staan. Het artikel bevat geen bepalingen over bekendmaking van het besluit, omdat de Awb dat afdoende regelt (afdeling 3.6).

Artikel 7 De mededeling van de aanwijzing tot gemeentelijk beschermd monument van het college van burgemeester en wethouders is voor de eigenaar en de anderszins zakelijk gerechtigden van essentieel belang. Het is dan ook zaak dat de mededeling door de geadresseerde wordt ontvangen. In de regel zal de mededeling bij aangetekend schrijven met bewijs van ontvangst uitgaan. In latere instantie kan de eigenaar of de anderszins zakelijk gerechtigde zich dan niet beroepen op het feit dat men niet is geïnformeerd over de aanwijzing. Dit artikel regelt niet dat de aanwijzing wordt bekendgemaakt aan de eigenaar en de aanvrager, omdat de Awb zulks bepaalt (afdeling 3.6). Is artikel 4.8 toegepast (het horen van geadresseerde en van derde belanghebbenden) en is van de daar geboden mogelijkheid gebruik gemaakt, dan dienen de betrokkenen op grond van het bepaalde in artikel 3.43 Awb eveneens een mededeling te ontvangen.

Artikel 8 Door aanwijzing als gemeentelijk monument is de gehele zaak en/of het terrein, onder de werking van de verordening geplaatst. Bij gebouwen gaat het om zowel in- en uitwendige onderdelen die in de redengevende omschrijving worden genoemd, inclusief al zijn bestanddelen uit hoofde van het Burgerlijk Wetboek, dat wil zeggen interieuronderdelen die fysiek verbonden zijn met de onroerende zaak en die losse onderdelen die volgens verkeersopvatting bij de onroerende zaak behoren. Andere zaken die zich op het kadastrale perceel van het gemeentelijk monument bevinden, zoals bijgebouwen, tuinaanleg- en inrichting en bomen moeten expliciet in de redengevende omschrijving worden benoemd, willen zij onder de werking van de verordening vallen. Voor de duidelijkheid kan, bijvoorbeeld in verband met de kadastrale vernummering, een plattegrond aan de omschrijving worden aangehecht. Voor elke niet-vergunningsvrije wijziging van het gemeentelijk monument is een vergunning nodig. Zie hiervoor de toelichting op artikel 11.

Pagina 24 van 30

In geval sprake is van een aanwijzing als gemeentelijk archeologisch monument, dan neemt het college op basis van een waardestellend archeologisch onderzoek een selectiebesluit tot behoud van een archeologische vindplaats in situ. Daarmee wordt bedoeld dat de vindplaats, begrensd in ruimte dn diepte, planologisch en fysiek beschermd wordt. Hiervoor moeten maatregelen genomen worden om de fysieke kwaliteit (gaafheid en conservering) van archeologische vindplaatsen in situ op de lange termijn in stand te houden. Het streven is het (verdere) verval van archeologische waarden tegen te gaan en aangerichte schade, zo mogelijk, te herstellen. Hiertoe dient per vindplaats een beheers- en inrichtingsplan te worden opgesteld. Onder beheermaatregelen worden verstaan alle regelmatig te treffen maatregelen, welke noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat archeologische monumenten die in een goede staat verkeren dat ook blijven. Beheer bestaat uit schouwen, uitvoeren van onderhoud en eventueel monitoren. Het gaat hier om het treffen van maatregelen op de lange termijn. Inrichtingsmaatregelen hebben tot doel de meest gunstige randvoorwaarden te creëren voor duurzaam behoud. De inrichtingsmaatregelen mogen geen schade aanrichten aan het monument.

Alle eenmalige maatregelen betreffen beschermingsmaatregelen welke noodzakelijk zijn om (verdere) aantasting van het archeologisch monument te voorkomen (consolidatie). Daarnaast zijn maatregelen mogelijk om het archeologische monument beter zichtbaar/ herkenbaar en toegankelijk te maken (visualiseren en toeristisch recreatief ontsluiten); beschadigingen van het archeologische monument te herstellen (restauratie). Vanwege de kenbaarheid van de aanwijzing tot monumentaal object is van toepassing artikel 1, onder a, Lid 1 juncto artikel 1, onder b, Lid 6 van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. De voorschriften uit deze wet zijn van toepassing op een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 6 van deze verordening.

Artikel 9 Door dit artikel is het mogelijk om de aanwijzing van gemeentelijke monumenten te wijzigen (lid 1), bijvoorbeeld als gevolg van nieuwe inzichten. Hiervoor geldt dezelfde voorbereidingsprocedure (advies van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Wassenaar of eventueel archeologische begeleidingscommissie of eigenaar van een kerkelijk monument) als voor de aanwijzing (lid 2), tenzij de wijziging van ondergeschikte betekenis is (lid 3), waarmee bedoeld wordt dat de wijziging niet de monumentale waarde van het monument veranderd. Wijzigingen in de aanwijzing worden doorgevoerd in het gemeentelijk erfgoedregister (lid 4).

Artikel 10 Aan dit artikel over het intrekken van de aanwijzing tot gemeentelijk monument is een vijfde lid toegevoegd waarin is bepaald wanneer de aanwijzing vervalt.

HOOFDSTUK 3 INSTANDHOUDING GEMEENTELIJKE MONUMENTENTALE ZAKEN EN TERREINEN Voormalig artikel 11 Artikel 11 in de Erfgoedverordening Wassenaar 2016 betrof de wijze van indiening van een aanvraag om omgevingsvergunning. Nog afgezien van dat de verwijzing daarin naar toepasselijke wetgeving verouderd was, heeft het behoud van deze bepaling geen meerwaarde omdat de wijze van (digitale) indiening van de aanvraag onder de Omgevingswet gedetailleerd zal zijn geregeld. Deze bepaling is dan ook komen te vervallen.

Pagina 25 van 30

Artikel 11 In dit artikel over de instandhouding van gemeentelijke monumenten is de tekst van het vijfde lid, waarin de uitzonderingen op de vergunningplicht worden geregeld, meer aansluitend op het taalgebruik in huidige en toekomstige wetgeving gemaakt.

Artikel 12 Artikel 12 in de Erfgoedverordening Wassenaar 2016 betrof de wijze van indiening van een aanvraag om omgevingsvergunning. Nog afgezien van dat de verwijzing daarin naar toepasselijke wetgeving verouderd was, heeft het behoud van deze bepaling geen meerwaarde omdat de wijze van (digitale) indiening van de aanvraag onder de Omgevingswet gedetailleerd zal zijn geregeld. Deze bepaling is dan ook komen te vervallen.

Artikel 13 In het kader van dit artikel moet worden afgewogen in hoeverre het belang van monumenten in het geding is. Het algemene toetsingscriterium is dat het behoud van het monument, en van alle bijbehorende onderdelen van dat monument, altijd de voorkeur heeft boven vernieuwing. Bij vernieuwing gaat er onherroepelijk historisch materiaal verloren. Wordt er toch iets gewijzigd, dan is het bestaande monument – de optelsom van ontwerp, hoofdvorm, materiaal, uitvoering en details – het uitgangspunt. Dat is immers het geheel dat om weloverwogen redenen in het erfgoedregister is opgenomen. Bij wijzigingen draait het telkens om het vinden van een goede balans tussen de wensen van de gebruiker en de mogelijkheden die het monument in de relatie tot de instandhouding van de monumentale waarden biedt. Daarom dient elke ingreep dient te worden gemotiveerd met een zorgvuldige afweging. Eén van de pijlers in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) is dat monumenten nooit op zichzelf staan, maar onlosmakelijk verbonden zijn met hun omgeving. De ruimtelijke en maatschappelijke context zegt vaak iets over de functie en het type monument.

Het monument zelf kan als een groter geheel worden bezien, maar ook worden ‘ontleed’ in aparte onderdelen: de gevels, de kap, de draagconstructie, de indeling van de plattegrond, interieurafwerking etc, die vaak een functionele relatie en betekenis met elkaar hebben. De gemeente Wassenaar beschouwt monumenten op drie verschillende schaalniveaus. Het eerste schaalniveau is de inpassing van het monument in zijn landschappelijke of stedenbouwkundige omgeving. Type monument, verschijningsvorm, en bouwstijl bepalen het tweede schaalniveau. Het derde schaalniveau tenslotte heeft betrekking op de toepassing van materialen en kleuren, de uitwerking in details en authenticiteit. Deze schaalniveaus spelen bij de wijziging aan het monument en de beoordeling daarvan door het bevoegd gezag een essentiële rol en zijn voor de gemeente Wassenaar het kader waarbinnen vergunningaanvragen worden beoordeeld en als zodanig opgenomen in het Handboek Welstrand (raadsbesluit november 2014). Deze beoordelingskaders zijn tevens kaderstellend voor rijks- en gemeentelijke monumenten voor wat de gemeente beschouw als ‘het belang van de monumentenzorg’ waarover dit artikel spreekt.

Artikel 14

Pagina 26 van 30

In dit artikel over de weigeringsgronden voor de behandeling van een aanvraag om omgevingsvergunning is een tweede lid toegevoegd waarin is bepaald dat de omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument niet wordt verleend zonder dat daarover met de eigenaar van het monument overleg is geweest.

Artikel 15 De regels van dit artikel die het intrekken door het college van de omgevingsvergunning betreffen, hebben in deze verordening een beperkender regime dan in de voorgaande verordening. Dit komt omdat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet de intrekkingsgronden van een omgevingsvergunning uitputtend zijn geregeld in onder andere de artikelen 5.39 en 5.40 van de Omgevingswet, artikel 8.97 e.v. van het Besluit kwaliteit leefomgeving en – in verband met het overgangsrecht – ook artikel 10a.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

HOOFDSTUK 4 INSTANDHOUDING RIJKSMONUMENTEN Voormalig artikel 15 is komen te vervallen omdat dit is geregeld in de Omgevingswet.

HOOFDSTUK 5 INSTANDHOUDING ARCHEOLOGISCHE TERREINEN Artikel 17 Op grond van dit artikel kan het college nadere regels stellen wat betreft de eisen aan de uitvoering van de bodemverstorende werkzaamheden in een archeologisch monument of verwachtingsgebied. Deze dienen verankerd te worden in het Programma van Eisen (PvE)/ Plan van Aanpak (PvA), wat tekstueel in dit artikel is aangepast.

Artikel 18 Het goedkeuren en vaststellen van een Plan van Aanpak (voor booronderzoek) en een Programma van Eisen (voor gravend onderzoek) is een bevoegdheid van het college en wordt gemandateerd aan de adviseur archeologie van de gemeente.

Voormalig artikel 18 is komen te vervallen.

Voormalig artikel 19 is komen te vervallen.

HOOFDSTUK 6 AANWIJZING GEMEENTELIJK BESCHERMD DORPSGEZICHT Artikel 19

Pagina 27 van 30

In dit artikel over de aanwijzing en registratie van een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht is in het derde lid een nieuwe tekst voor het vervallen van de aanwijzing opgenomen. De nieuwe tekst sluit aan op de Omgevingswet.

Artikel 20 Het artikel is het begrip “Bestemmingsplan” vervangen door het Omgevingsplan Wassenaar, zoals dat luidt na de inwerkingtreding van de Omgevingswet als tijdelijk deel overeenkomstig artikel 22.1 van de Omgevingswet.

Artikel 21 In dit nieuwe artikel van hoofdstuk 6 is een verbodsbepaling opgenomen in verband met het slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. Deze verbodsbepaling is opgenomen om de verordening te vervolledigen. Artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo gaf de gemeente de mogelijkheid om op basis van hun verordening het slopen in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht aan een omgevingsvergunningplicht te onderwerpen. Daaraan is hier uitvoering gegeven. Artikel 5.1, aanhef en onder a, van de Ow geeft de gemeenten de mogelijkheid een dergelijke verplichting op te nemen als een omgevingsplanactiviteit in het omgevingsplan. Totdat het omgevingsplan is aangepast, kan het verbod in de Erfgoedverordening blijven staan, in aanvulling op het overgangsrecht ten aanzien van de 2.2 van de Wabo activiteiten. De Omgevingswet regelt in de artikelen 22.2, 22.8 en 2.1a van het Omgevingsbesluit het overgangsrecht.

HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN Voormalig artikel 22 Dit artikel in de Erfgoedverordening Wassenaar 2016 over tegemoetkoming in schade komt in deze verordening niet meer terug omdat schade ontstaan door een rechtmatige overheidsdaad onder de Omgevingswet in bredere zin en onder de naam nadeelcompensatie terugkomt. De nadeelcompensatieregels voor de uitvoering van deze verordening is inmiddels vervat in de nieuwe Verordening nadeelcompensatie Wassenaar 2023 die gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treedt. De Monumentenwet 1988 op grond waarvan een schadevergoedingsregeling in de verordening moest worden opgenomen, wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ingetrokken. De afdeling van de Raad van State heeft uitgemaakt dat een erfgoedverordening zonder een schadevergoedingsregeling rechtsgeldig is (NR86, 604).

Artikel 22 Deze strafbepaling is met de komst van de Wabo alleen nog va toepassing op de nadere voorschriften die het college kan stellen op grond van artikel 11, lid 2 en artikel 17 tot en met 19. De strafbaarstelling van de omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten is geregeld in de Wet economische delicten (Wed.) Het handelen zonder vereiste omgevingsvergunning of in strijd met de voorschriften daarvan wordt aangemerkt als economisch delict. Voor de strafbaarstelling van de nadere regels geldt dat artikel 154, lid 1, van de Gemeentewet aan de raad een keuzemogelijkheid laat om op overtreding van verordeningen straf te stellen, maar geen andere of zwaardere dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede

Pagina 28 van 30

categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. In artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht zijn de geldboetecategorieën opgenomen. Het is de gemeente niet toegestaan om een hogere geldboete op te nemen dan in genoemde categorieën. Op gemeentelijk niveau is, gelet op de ernst van dit vergrijp de wens om enige preventieve werking te bereiken, de keuze voor de geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van drie maanden voor het overtreden van de nadere regels voor de hand liggend.

Artikel 23 In 2016 is het Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar, panden en objecten en archeologisch erfgoed vastgesteld om daarmee te voldoen aan artikel 38a Monumentenwet jo. artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Gebleken is echter dat er enkele ‘witte vlekken’ waren binnen de gemeente, waar geen bestemmingsplan van kracht was. Dit is in 2022 gerepareerd met een zogenaamde beheersverordening, maar daarmee is niet gezegd dat overal nu regels voor archeologie zijn opgenomen. Daarom is conform het VNG-model een ‘vangnetbepaling’ opgenomen, die gelet op de verplichtingen van het Verdrag van Valletta, waarborgt dat mogelijk in gronden aanwezige archeologische waarden niet worden verstoord, tenzij daaraan aandacht is besteed die gelijkwaardig is aan waartoe artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) verplicht, door middel van de verwachtingskaarten, een omgevingsvergunning of eigen onderzoek dat aan die eisen kan voldoen. Het tweede lid wordt, gelet op het vervallen van artikel 38 van de Monumentenwet 1988 en het inwerking treden van de Omgevingswet, rechtstreeks onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan. Artikel 24 De artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering wijzen de ambtenaren aan die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast.

Artikel 141 noemt de ambtenaren met een algemene opsporingsbevoegdheid, zoals politieagenten. Uit de bewoordingen van artikel 142 blijkt dat de gemeentelijke wetgever bevoegd is om in zijn verordeningen buitengewone opsporingsambtenaren aan te wijzen. Aangezien de gemeente geen opsporingsambtenaar kent, kan het bevoegd gezag medewerkers van de gemeente Wassenaar aanwijzen als toezichthouder.

HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN Artikel 25 Deze verordening treedt volgens het eerste lid van dit artikel gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in werking. Een uitzondering hierop vormt de inwerkingtreding van artikel 16 van deze verordening hetgeen in het tweede lid is geregeld. Artikel 16 bevat regels over archeologische monumentenzorg en door die regels een dag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht te laten worden zullen deze regels na die inwerkingtreding automatisch deel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan als regels die zijn gebaseerd op artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, een en ander als bepaald in artikel 4.6, eerste lid, onder d, van de Invoeringswet Omgevingswet.

Voormalig artikel 26 is niet van toepassing en wordt niet overgenomen.

Voormalig artikel 27 is niet van toepassing en wordt niet overgenomen.

Pagina 29 van 30

Pagina 30 van 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=4455b2af-a484-42cd-8a33-030f82b9847c