CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Rapportage Technisch-economische analyse.pdf

Raadsvergadering Wassenaar 16 november 2021, gemeente wassenaarBij agendapunt: Vaststellen transitievisie warmte 1.0 Wassenaar33.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Waterstof en groengas voorlopig niet beschikbaar voor verduurzaming gebouwde omgeving In dit hoofdstuk geven we de resultaten van de Startanalyse weer voor alle vijf strategieën. Hierbij benadrukken we nogmaals (zie ook Paragraaf 2.2) dat waterstof en groengas zeker tot 2030 geen significante rol zullen spelen bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ook de toekomstige beschikbaarheid en prijs van deze gassen is zeer onzeker, waardoor waterstof en groengas ook na 2030 voor de gebouwde omgeving naar verwachting alleen een logische optie zijn als er geen andere reële warmtealternatieven voorhanden zijn (Ministerie van BZK, 2021)

Binnen de vijf strategieën bestaan verschillende varianten. Tabel 4 geeft de verschillende strategieën en bijbehorende varianten weer.

28

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Tabel 4 - Overzicht varianten Startanalyse 20208 Strategie

Afkorting variant

Variant

Schillabel

Strategie 1: Individuele elektrische warmtepomp

S1a

Elektrische luchtwarmtepomp

B

S1b

Elektrische bodemwarmtepomp

B

Strategie 2: Warmtenet met midden- en hogetemperatuurbron (leveringstemperatuur 70°C)

S2a

Restwarmte (MT-bron)

B

S2b

Geothermie volgens potentiekaart

B

S2c

Geothermie overal beschikbaar

B

S2d

Restwarmte (MT-bron)

D (u-bouw9 B)

S2e

Geothermie volgens potentiekaart

D (u-bouw B)

S2f

Geothermie overal beschikbaar

D (u-bouw B)

S3a

Bron: LT-warmtebron, leveringstemperatuur 30°C

B

S3b

Bron: LT-warmtebron, leveringstemperatuur: 70°C

B

S3c

Bron: wko, leveringstemperatuur: 70°C

B

S3d

Bron: wko, leveringstemperatuur: 50°C

B

S3e

Bron: TEO10+wko, leveringstemperatuur: 70°C

B

S3f

Bron: LT-warmtebron, leveringstemperatuur: 70°C

D (ubouw B)

S3g

Bron: wko, leveringstemperatuur: 70°C

D (u-bouw B)

S3h

Bron: TEO+wko, leveringstemperatuur: 70°C

D (u-bouw B)

S4a

Groengas met hybride warmtepomp

B

S4b11

Groengas met hr-ketel

B

S4c

Groengas met hybride warmtepomp

D (u-bouw B)

S4d6

Groengas met hr-ketel

D (u-bouw B)

S5a

Waterstof met hybride warmtepomp

B

S5b6

Waterstof met hr-ketel

B

S5c

Waterstof met hybride warmtepomp

D (u-bouw B)

S5d6

Waterstof met hr-ketel

D (u-bouw B)

Strategie 3: Warmtenet met lagetemperatuurbron

Strategie 4: Groengas

Strategie 5: Waterstof

________________________________ 8

We presenteren de Strategieën 4 en 5 in grijs omdat waterstof en groengas in ieder geval tot 2030 geen reële

alternatieven zijn voor aardgas (zie ook Paragraaf 2.2). U-bouw is een afkorting voor utiliteitsbouw. 10 TEO staat voor thermische energie uit oppervlaktewater. Dit is een vorm van aquathermie. 11 De kosten van een hr-ketel geven we niet weer omdat we deze techniek niet meenemen in het 9

afwegingskader.

29

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

3.4

Laagste nationale kosten per strategie De Startanalyse berekent voor elke strategie welke onderliggende variant de laagste nationale kosten heeft (nationale meerkosten per weq oftewel woningequivalent). Eén weq staat in de Startanalyse gelijk aan één woning of 130 m 2 utiliteitsbouw. Tabel 5 geeft een overzicht van de laagste nationale kosten per variant voor elke buurt in Wassenaar. Paragraaf 3.5 geeft voor elk van de varianten de nationale kosten weer. Het valt op dat Strategie 4 (groengas) in alle buurten de laagste nationale kosten heeft. Dit komt mede doordat er geen nieuw net aangelegd hoeft te worden (als het gasnet nog intact is), waardoor de infrastructurele kosten laag zijn. Ook zijn voor deze strategie geen verregaande isolatiemaatregelen noodzakelijk. Echter, Paragraaf 2.2 beschrijft dat groengas voorlopig geen reëel alternatief is voor verwarmen met aardgas, en dat de toekomstige prijs van groengas nog onzeker is. Ditzelfde geldt voor waterstof. Daarom presenteren we de kosten van Strategieën 4 en 5 in grijs. De kosten voor Strategie 2 (warmtenet met MT- of HT-warmtebron) zijn in verschillende buurten erg hoog. Dit zijn met name de buurten waar de afstand tussen de gebouwen erg groot is, waardoor de infrastructurele kosten snel oplopen. Strategie 3 beslaat zowel de lagetemperatuur als de middentemperatuur warmtenetten.

Een aandachtspunt bij het interpreteren van de kosten van Strategie 3 is het percentage van de panden in de buurt dat uitkomt op een warmtenet. Tabel 5 laat dit percentage zien in de kolom ‘% aansluitingen op warmtenet’. Het resterende deel komt volgens deze kostenberekeningen uit op een elektrische warmtepomp. Weteringpark is de enige buurt waar in Strategie 3 meer dan de helft van de gebouwen uitkomt op een warmtenet, in Dorp Wassenaar is dit percentage 49%. De percentages voor verschillende andere buurten zijn zeer laag, wat betekent dat de kosten die bij S3 worden weergegeven, voornamelijk zijn gebaseerd op de kosten van verwarmen met een elektrische warmtepomp. Tekstbox 2 - Interpretatie van modelresultaten Het is belangrijk om bij de vergelijking tussen de kosten rekening te houden met het feit dat de gepresenteerde kosten een resultaat zijn van modelberekeningen. In iedere modelberekening zit een vorm van onzekerheid. De resultaten zijn dus geen absolute waarheid, maar een schatting op basis van de best beschikbare informatie. In de praktijk betekent dit dat modelresultaten nuttig zijn om mee te nemen in de afweging tussen aardgasvrije technieken, maar dat dit geen absolute zekerheid biedt. Het is dus van belang om met die bril de resultaten te interpreteren.

30

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Tabel 5 - Overzicht strategieën met de laagste nationale meerkosten per weq per jaar12 Buurtcode

Buurtnaam

S1

S2

S3

S3 percentage

S4

S5

aansluitingen warmtenet13

BU06290000

Drie Papegaaien

€

1.387

€

1.849

€

1.432

21%

€

813

€

BU06290001

Oud-Wassenaar

€

941

€

1.244

€

938

0%

€

543

€

1.043 756

BU06290002

Nieuw-Wassenaar

€

1.695

€

2.385

€

1.705

3%

€

998

€

1.259

BU06290003

Duindigt met Groenendaal

€

718

€

1.548

€

708

1%

€

700

€

860

BU06290004

Oud-Clingendaal

€

1.391

€

2.300

€

1.417

29%

€

938

€

1.177

BU06290005

De Kieviet

€

1.859

€

3.268

€

1.856

0%

€ 1.008

€

1.277

BU06290006

Kerkehout

€

1.088

€

1.124

€

1.115

39%

€

591

€

850

BU06290007

Klingenbosch

€

1.968

€

2.144

-

-

€ 1.104

€

1.389

BU06290008

Verspreide huizen Eikenhorst

€

1.788

€

11.275

€

2.362

18%

€

906

€

1.150

BU06290009

Verspreide huizen Meijendel

€

1.695

€

15.969

-

-

€ 1.151

€

1.378

BU06290100

De Paauw

€

1.647

€

1.965

€

1.645

6%

€

992

€

1.253

BU06290101

Dorp Wassenaar

€

1.186

€

1.139

€

1.161

49%

€

646

€

890

BU06290102

Oostdorp

€

1.110

€

1.177

€

1.140

26%

€

604

€

870

BU06290103

Zijlwatering en haven

€

1.157

€

1.172

€

1.151

6%

€

625

€

883

BU06290104

De Deijl

€

1.390

€

1.426

€

1.398

9%

€

793

€

1.050

BU06290105

Groot Deijleroord en Ter Weer

€

1.220

€

1.392

€

1.217

0%

€

657

€

915

BU06290106

Rijksdorp met De Pan

€

1.743

€

3.010

€

1.900

1%

€ 1.018

€

1.277

BU06290107

Maaldrift

€

1.431

€

2.364

€

1.530

3%

€

930

€

1.158

BU06290108

Verspreide huizen Raaphorst en in poldergebied

€

1.338

€

3.403

€

1.362

1%

€

911

€

1.119

BU06290109

Verspreide huizen Duinrell Wassenaarse Slag

€

1.465

€

3.104

€

1.484

9%

€

873

€

1.096

BU06290110

Weteringpark

€

985

€

1.003

€

950

61%

€

470

€

739

Bron: (PBL, 2020).

3.5

Verdieping: Nationale kosten van de varianten Als verdieping op Tabel 5 met de variant met de laagste kosten, geven de volgende tabellen de kosten weer van alle varianten per strategie. Als een variant niet mogelijk is, bijvoorbeeld als er geen warmtebron beschikbaar is14, dan staan er geen kosten weergegeven. De informatie in deze paragraaf is bedoeld als verdieping voor de geïnformeerde lezer. In de vervolgstappen van de technisch-economische analyse kijken we enkel naar de goedkoopste variant per strategie. ________________________________ 12

Voor de buurten Verspreide huizen Meijendel en Klingenbosch geeft de Startanalyse geen kosten weer voor

Strategie 3. Tabel 6 geeft wel kosten weer voor de varianten s3c en s3g. Deze varianten maken beide gebruik van wko als warmtebron, echter liggen deze buurten in een grondwaterbeschermingsgebied en waterwingebied waardoor een wko niet is toegestaan. 13 In de Startanalyse bestaat S3 uit een combinatie van een warmtenet met LT-bron en individuele elektrische warmtepompen (S1). Dit percentage geeft aan welk deel van de aansluitingen (in de kostenberekening) een warmtenet is. Voor het resterende deel gaat de Startanalyse uit van individuele warmtepompen. 0% betekent dus dat de kostenberekening voor ongeveer 100% is gebaseerd op elektrische warmtepompen. 14 Let op: in de gemeente Wassenaar is geen MT- of HT-restwarmtebron aanwezig. Voor een aantal buurten, bijvoorbeeld Noord-Hofland, geeft de Startanalyse wel de kosten van een variant met een MT-restwarmtebron weer (varianten s2a en s2d). De Startanalyse gaat ervan uit dat de betreffende buurten warmte kunnen benutten van een MT- of HT-warmtebron van buiten de gemeente.

31

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

De vergelijking tussen de varianten laat zien dat onder andere het isolatieniveau invloed heeft op de nationale kosten. Hoe hoger het vereiste isolatieniveau, hoe hoger de kosten. Als we bijvoorbeeld inzoomen op Strategie 2 (warmtenet met MT- of HT-bron), zien we dat de kosten voor een warmtenet op geothermie hoger zijn bij verplicht schillabel B (s2c) dan bij verplicht schillabel D (s2f). Toch zitten er verschillen tussen buurten; in de buurt Klingenbosch is het verschil groter dan bijvoorbeeld in de buurt Kerkehout. Dit heeft onder andere te maken met het huidige isolatieniveau in een buurt. In Kerkehout hoeft minder te gebeuren om op label B te komen dan in Klingenbosch. Tabel 6 - Overzicht nationale meerkosten van alle varianten per woningequivalent per jaar Buurtnaam Drie Papegaaien

s1a

s1b

s2a

s2b

s2c

s2d

s2e

s2f

1.387

1.543

-

2.275

2.275

-

1.849

1.849

Oud-Wassenaar

941

956

-

1.477

1.477

-

1.244

1.244

Nieuw-Wassenaar

1.695

1.896

-

2.900

2.900

-

2.385

2.385

Duindigt met Groenendaal

1.041

718

-

1.621

1.621

-

1.548

1.548

Oud-Clingendaal

1.432

1.391

-

2.600

2.600

-

2.300

2.300

De Kieviet

1.859

2.007

-

3.925

3.925

-

3.268

3.268

Kerkehout

1.088

1.238

1.520

1.377

1.377

1.353

1.124

1.124

Klingenbosch

1.968

2.162

3.518

2.835

2.835

2.613

2.144

2.144

Verspreide huizen Eikenhorst

1.788

2.008

-

11.905

11.905

-

11.275

11.275

Verspreide huizen Meijendel

1.695

1.998

-

16.247

15.812

-

15.969

15.533

De Paauw

1.647

1.839

2.503

2.446

2.446

1.965

1.965

1.965

Dorp Wassenaar

1.186

1.370

-

1.447

1.447

1.139

1.155

1.155

Oostdorp

1.110

1.272

1.507

1.455

1.455

1.215

1.177

1.177

Zijlwatering en haven

1.157

1.310

1.487

1.471

1.471

1.172

1.190

1.190

De Deijl

1.390

1.577

2.110

1.835

1.835

1.793

1.426

1.426

Groot Deijleroord en Ter Weer

1.220

1.352

-

1.710

1.710

-

1.392

1.392

Rijksdorp met De Pan

1.743

1.939

-

3.558

3.468

-

3.010

2.920

Maaldrift

1.431

1.639

-

2.704

2.704

-

2.364

2.364

Verspreide huizen Raaphorst en in poldergebied

1.338

1.384

-

3.639

3.639

-

3.403

3.403

Verspreide huizen Duinrell Wassenaarse Slag

1.465

1.568

-

3.485

3.327

-

3.104

2.946

985

1.131

1.420

1.277

1.277

1.131

1.003

1.003

%

s3a

s3f

s3g

s3h

Weteringpark

Buurtnaam

s3b

s3c

s3d

s3e

aansluitingen op warmtenet

Drie Papegaaien

21%

-

-

2.636

1.495

1.432

-

2.227

-

Oud-Wassenaar

0%

1.018

1.018

1.758

1.177

938

1.006

1.543

1.060

Nieuw-Wassenaar

3%

-

-

3.322

1.746

-

-

2.833

1.705

Duindigt met Groenendaal

1%

-

-

1.984

708

-

-

1.913

-

Oud-Clingendaal

29%

1.851

1.871

3.025

1.417

1.422

1.916

2.739

1.455

De Kieviet

0%

-

-

4.450

-

-

-

3.827

1.856

Kerkehout

39%

-

-

1.653

1.264

1.147

-

1.413

1.115

Klingenbosch

-

-

-

3.311

-

-

-

2.653

-

Verspreide huizen Eikenhorst

18%

-

-

13.271

-

-

2.362

12.674

-

Verspreide huizen Meijendel

-

-

-

17.204

-

-

-

16.943

-

De Paauw

6%

-

-

2.851

1.713

1.716

-

2.389

1.645

Dorp Wassenaar

49%

1.190

1.192

1.719

1.408

1.221

1.197

1.440

1.161

32

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Buurtnaam

%

s3a

s3b

s3c

s3d

s3e

s3f

s3g

s3h

aansluitingen op warmtenet

Oostdorp

26%

-

-

1.744

1.235

1.174

-

1.479

1.140

Zijlwatering en haven

6%

1.164

1.164

1.735

1.296

1.234

1.151

1.471

1.202

De Deijl

9%

1.398

1.399

2.174

1.437

1.411

1.398

1.788

1.431

Groot Deijleroord en Ter Weer

0%

1.217

1.216

1.996

1.389

1.332

-

1.694

1.260

Rijksdorp met De Pan

1%

-

-

4.010

1.900

-

-

3.494

-

Maaldrift

3%

1.530

1.830

3.159

1.848

-

2.205

2.841

1.927

Verspreide huizen Raaphorst en in poldergebied

1%

1.362

1.396

4.149

1.678

1.420

1.376

3.926

1.368

Verspreide huizen Duinrell Wassenaarse Slag

9%

-

-

3.819

-

-

-

3.454

1.484

Weteringpark

61%

-

-

1.576

1.141

1.107

-

1.313

950

Buurtnaam Drie Papegaaien

s4a

s4b

s4c

s4d

s5a

s5b

s5c

s5d

1.221

1.229

813

850

1.449

1.494

1.043

1.126

Oud-Wassenaar

776

726

562

543

968

943

756

771

Nieuw-Wassenaar

1.486

1.475

998

1.032

1.744

1.780

1.259

1.353

Duindigt met Groenendaal

792

764

722

700

930

980

860

917

Oud-Clingendaal

1.224

1.260

938

998

1.461

1.570

1.177

1.318

De Kieviet

1.630

1.759

1.008

1.197

1.894

2.092

1.277

1.552

Kerkehout

878

807

638

591

1.120

1.057

883

850

Klingenbosch

1.760

1.846

1.104

1.248

2.040

2.186

1.389

1.609

Verspreide huizen Eikenhorst

1.501

1.595

906

1.058

1.741

1.887

1.150

1.371

Verspreide huizen Meijendel

1.468

1.381

1.207

1.151

1.636

1.613

1.378

1.393

De Paauw

1.452

1.512

992

1.086

1.712

1.820

1.253

1.405

Dorp Wassenaar

988

899

711

646

1.208

1.134

933

890

Oostdorp

900

847

635

604

1.144

1.105

881

870

Zijlwatering en haven

957

859

694

625

1.195

1.106

934

883

De Deijl

1.178

1.180

793

835

1.432

1.465

1.050

1.135

Groot Deijleroord en Ter Weer

1.019

931

718

657

1.252

1.179

953

915

Rijksdorp met De Pan

1.532

1.633

1.018

1.176

1.786

1.958

1.277

1.521

Maaldrift

1.261

1.209

944

930

1.471

1.454

1.158

1.190

Verspreide huizen Raaphorst en in poldergebied

1.133

1.174

911

975

1.340

1.444

1.119

1.254

Verspreide huizen Duinrell Wassenaarse Slag

1.237

1.267

873

929

1.459

1.549

1.096

1.222

773

711

511

470

1.025

972

765

739

Weteringpark Bron: (PBL, 2020).

33

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

4 Eindgebruikerskosten 4.1

Wat zijn eindgebruikerskosten? De eindgebruikerskosten zijn alle kosten die een bewoner of pandeigenaar betaalt voor de omschakeling naar aardgasvrij verwarmen. De eindgebruikerskosten verdelen we in twee categorieën: investeringskosten en doorlopende kosten. De investeringskosten bestaan onder andere uit de aanschaf van installaties en isolatie. Onder de doorlopende kosten vallen de kosten voor energie en onderhoud. Daarnaast zijn er subsidies en belastingen. Om de technieken onderling te kunnen vergelijken, rekenen we de totale kosten om naar jaarlijkse kosten. De jaarlijkse kosten van investeringen worden berekend op basis van de marktrente en afschrijvingstermijn die voor de eindgebruiker van toepassing zijn. Het belangrijkste verschil met de nationale kosten, is dat de eindgebruikerskosten rekening houden met alle kosten en opbrengsten die specifiek zijn voor de eindgebruiker, wat betekent dat deze ook tarieven, belastingen en subsidies omvatten. De eindgebruikerskosten geven inzicht in de rekening die de eindgebruiker uiteindelijk betaalt bij verschillende warmtetechnieken. Deze informatie kan worden gebruikt bij de discussie over de betaalbaarheid van de energietransitie. Wat niet in de berekeningen is meegenomen, is dat investeringen een positief effect kunnen hebben op de waarde van een woning of gebouw.

In Tekstbox 1 op pagina 27 staat een voorbeeld van het verschil tussen nationale kosten en eindgebruikerskosten.

4.2

Methode Om de eindgebruikerskosten van de verschillende aardgasvrije warmtetechnieken te berekenen, hebben we het CEKER-model (CE-kosten voor Eindgebruikers Rekentool) van CE Delft gebruikt.15 Grofweg ziet de berekening er als volgt uit: — Elke buurt bestaat uit een verzameling van verschillende typen woningen, uit verschillende bouwjaren, en met een verschillend isolatieniveau. Daarnaast bestaan er ook verschillende vormen van eigenaarschap: koopwoningen, particuliere huurwoningen en sociale huurwoningen. Voor elke woning (type, bouwjaar, label en eigenaarschap) is berekend wat de eindgebruikerskosten zijn voor een specifieke warmtetechniek. — Vervolgens hebben we deze kosten bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal woningen in een buurt. — Het eindresultaat geeft de gemiddelde eindgebruikerskosten van een warmtetechniek in de buurt weer. Dit betekent dat deze inschatting niet geldt voor individuele eindgebruikers. Figuur 8 geeft een overzicht van de verschillende kostencomponenten die worden meegenomen in het CEKER-model van CE Delft. We zijn uitgegaan van de huidige prijzen, tarieven en subsidies. Deze kunnen in de toekomst veranderen, waardoor de kosten en de verhoudingen tussen de technieken veranderen. ________________________________ 15

PBL en TNO werken ook aan een studie over de eindgebruikerskosten van aardgasvrij verwarmen. In de oorspronkelijke planning zouden we deze gegevens gebruiken in deze technisch-economische analyse voor de gemeente Wassenaar. Echter bleek tijdens het project dat de resultaten van dit onderzoek niet op tijd gepubliceerd zouden worden. De projectgroep heeft toen besloten dat CE Delft haar eigen model gebruikt om de eindgebruikerskosten te berekenen.

34

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Figuur 8 - Overzicht kostencomponenten CEKER-model

We hebben de eindgebruikerskosten berekend voor de volgende aardgasvrije warmtetechnieken: — luchtwarmtepomp (S1); — MT-warmtenet (S2); — LT-warmtenet (S3-LT); — hr-ketel (ter referentie). De Startanalyse maakt een onderscheid tussen MT-warmtenetten met een MT-warmtebron (Strategie 2) en MT-warmtenetten met een LT-warmtebron (varianten binnen Strategie 3). Het eindgebruikerskostenmodel maakt dit onderscheid in brontemperatuur niet, vandaar dat we voor Strategie 3 (MT-net met LT-bron, oftewel S3-MT) dezelfde eindgebruikerskosten presenteren als bij Strategie 2. Bij het berekenen van de gemiddelde eindgebruikerskosten per buurt hebben we, zoals hierboven genoemd, rekening gehouden met de verhouding huurder en eigenaar-bewoners in een buurt. Eigenaar-bewoners dragen zowel de kosten voor de investeringen als de doorlopende kosten zoals de energierekening. Voor huurders geldt vaak dat een gedeelte van de investeringen wordt gedaan door de verhuurder. Echter worden niet alle investeringen door de verhuurder gedaan. Hoe verhuurders de investeringen doorberekenen in de huurprijs is op voorhand niet te zeggen.

4.3

Resultaten Tabel 7 geeft de resultaten van onze berekeningen van de eindgebruikerskosten weer. We hebben de eindgebruikerskosten berekend met het CEKER-model. Bijlage C geeft een overzicht weer van de jaarlijkse kosten, investeringen en doorlopende kosten per techniek. Tekstbox 3 - Interpretatie van modelresultaten Het is van belang om bij de vergelijking tussen de kosten rekening te houden met het feit dat de gepresenteerde kosten een resultaat zijn van modelberekeningen. In iedere modelberekening zit een vorm van onzekerheid. De resultaten zijn dus geen absolute waarheid, maar een schatting op basis van de best beschikbare informatie. In de praktijk betekent dit dat modelresultaten nuttig zijn om mee te nemen in de afweging tussen aardgasvrije technieken, maar dat dit geen absolute zekerheid biedt. Het is dus van belang om met die bril de resultaten te interpreteren.

35

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Hoewel de resultaten van de eindgebruikerskosten wisselen per buurt, kunnen we een aantal algemene conclusies trekken: — De kosten van de aardgasvrije strategieën zijn in alle buurten hoger dan de referentie hr-ketel. Dit betekent dat aardgasvrij worden op dit moment niet woonlastenneutraal is voor de gemiddelde woning in Wassenaar. Dit hoeft niet voor alle individuele woningen te gelden, het gaat immers om een gemiddelde. Ook kunnen de kosten in de toekomst veranderen, bijvoorbeeld door wijziging in de energietarieven, kostenontwikkeling door innovatie, belastingen en/of subsidies. — Over het geheel zien we dat voor eindgebruikers de investeringskosten bij een warmtepomp relatief hoog zijn vergeleken met MT-netten en de referentie hr-ketel. De investeringskosten van de warmtepomp bestaan vooral uit de aanschaf van de installatie en de isolatie tot het minimale isolatieniveau. De doorlopende kosten, zoals de energierekening, zijn daarentegen bij een warmtepomp een stuk lager dan bij de andere technieken. Dankzij het goede isolatieniveau en het hoge rendement van een warmtepomp, verbruikt een woning met een warmtepomp minder energie, wat zorgt voor een lagere energierekening. — De investeringskosten van MT-netten liggen iets hoger dan bij een gasketel (onder andere vanwege de bijdrage aansluitkosten), maar zijn een stuk lager dan die van warmtepompen en LT-netten.

De doorlopende kosten zijn bij een MT-net vergelijkbaar met een gasketel en LT-net, maar een stuk hoger dan bij een warmtepomp. — Een LT-net vraagt hoge investeringen vanwege het benodigde isolatieniveau, de installatie (boosterwarmtepomp voor warm tapwater) en de aansluiting op het warmtenet. De doorlopende kosten zijn vergelijkbaar met een MT-net. Vanwege de hoge investeringskosten komt een LT-net voor geen enkele buurt in Wassenaar gunstig uit wat betreft eindgebruikerskosten. LT-netten kunnen mogelijk wel interessant zijn in kleinere clusters van gebouwen met een goed isolatieniveau.

4.4

Laagste eindgebruikerskosten per strategie Tabel 7 geeft de resultaten van onze berekeningen van de eindgebruikerskosten weer. Tabel 7 – Eindgebruikerskosten van de verschillende strategieën per buurt

Buurtcode

Buurtnaam

Referentie

Strategie 1

Strategie 2

Strategie 3 (LT)

Strategie 3 (MT)

BU06290001

Oud-Wassenaar

€ 1.485

€ 2.423

€ 2.236

€ 3.021

Gelijk aan Strategie 2

BU06290006

Kerkehout

€ 1.493

€ 2.260

€ 2.194

€ 2.872

BU06290107

Maaldrift

€ 1.994

€ 3.598

€ 2.892

€ 4.225

BU06290105

Groot Deijleroord en Ter Weer

€ 1.493

€ 2.420

€ 2.119

€ 3.017

BU06290002

Nieuw-Wassenaar

€ 1.832

€ 3.329

€ 2.802

€ 3.920

BU06290102

Oostdorp

€ 1.599

€ 2.472

€ 2.291

€ 3.097

BU06290003

Duindigt met Groenendaal

€ 1.909

€ 3.593

€ 3.010

€ 4.205

BU06290101

Dorp Wassenaar

€ 1.480

€ 2.448

€ 2.141

€ 3.040

BU06290009

Verspreide huizen Meijendel

€ 2.030

€ 4.032

€ 2.829

€ 4.650

BU06290109

Verspreide huizen Duinrell Wassenaarse Slag

€ 1.803

€ 3.359

€ 2.788

€ 3.959

BU06290008

Verspreide huizen Eikenhorst

€ 2.008

€ 4.157

€ 3.373

€ 4.787

BU06290005

De Kieviet

€ 2.037

€ 4.012

€ 3.254

€ 4.632

BU06290106

Rijksdorp met De Pan

€ 2.010

€ 3.693

€ 3.106

€ 4.322

BU06290004

Oud-Clingendaal

€ 1.703

€ 2.854

€ 2.509

€ 3.483

BU06290100

De Paauw

€ 1.940

€ 3.571

€ 3.021

€ 4.170

36

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Buurtcode

Buurtnaam

Referentie

Strategie 1

Strategie 2

Strategie 3 (LT)

BU06290103 BU06290108

Zijlwatering en haven

€ 1.441

€ 2.229

€ 2.029

€ 2.828

Verspreide huizen Raaphorst en in poldergebied

€ 1.801

€ 3.176

€ 2.771

€ 3.796

BU06290104

De Deijl

€ 1.672

€ 2.899

€ 2.588

€ 3.492

BU06290000

Drie Papegaaien

€ 1.791

€ 3.216

€ 2.757

€ 3.816

BU06290007

Klingenbosch

€ 2.025

€ 3.878

€ 3.234

€ 4.487

BU06290110

Weteringpark

€ 1.437

€ 1.901

€ 1.852

€ 2.541

Strategie 3 (MT)

Strategie 2 (MT-net) is in alle Wassenaarse buurten de aardgasvrije strategie met de laagste kosten voor de eindgebruiker. Let op: De eindgebruikerskosten laten niet zien of de aanleg van een warmtenet realistisch is. De technisch-economische kansen voor een warmtenet in een buurt volgen uit de berekening van de nationale kosten. In een aantal buurten zijn de nationale kosten van een warmtenet erg hoog. Dit komt doordat de afstand tussen de gebouwen groot is, waardoor een businesscase voor een warmtenet moeilijk rond te krijgen is. In de buurten waar een warmtenet waarschijnlijk niet haalbaar is, geven we de eindgebruikerskosten van de warmtenetten (Strategieën 2 en 3) weer in grijs. In een aantal buurten is het verschil in eindgebruikerskosten tussen een luchtwarmtepomp en een MT-net niet groot. In Oud-Wassenaar, Kerkehout, Weteringpark en Oostdorp is het kostenverschil zelfs minder dan 10%. Dit komt doordat de investeringskosten van een warmtepomp inclusief isolatie in deze buurten lager zijn dan gemiddeld, namelijk ongeveer € 28.000. De gemiddelde investeringskosten van een warmtepomp inclusief isolatie in Wassenaar bedragen circa € 45.000 (zie Bijlage D).

37

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

5 Afwegingskader We streven ernaar om per buurt een voorkeurstechniek te presenteren. Dit doen we op basis van de volgende criteria: — nationale kosten (zie Hoofdstuk 3); — eindgebruikerskosten (zie Hoofdstuk 4); — impact op de openbare en ondergrondse ruimte (zie Bijlage E); — ruimtelijke impact in de woning (zie Bijlage F); — realisatietijd (zie Bijlage G). De uitkomsten van de verschillende analyses uit de Hoofdstukken 3 tot en met 7 komen samen in een afwegingskader. De criteria zijn voornamelijk vanuit het perspectief vanuit de gemeente en haar inwoners. Nationale kosten, impact openbare ruimte en realisatietijd zijn vooral vanuit de gemeente geredeneerd. De eindgebruikerskosten en de impact in de woning zijn vooral vanuit de bewoner geredeneerd. We benadrukken dat het om een technisch-economische afwegingskader gaat. Sociale of organisatorische kenmerken kunnen ook doorslaggevend zijn, maar zijn niet in het afwegingskader opgenomen. Deze kenmerken worden opgehaald in het participatietraject. Het afwegingskader scoort de drie gasloze strategieën (Strategie 1, 2 en 3) per buurt op elk van de criteria. Dit is een score tussen de 1 en 5, waarbij 5 de beste score is en 1 de minste.

5.1

Nationale kosten De strategie met de laagste nationale kosten scoort het hoogste, een 5. De score van de andere twee strategieën hangt af van het relatieve kostenverschil met de strategie met de laagste kosten.16 Buurten met een verschil kleiner dan 10% scoren ook een 5, dit valt namelijk binnen de onzekerheid van de kostenberekeningen. Tabel 8 – Scores criterium nationale kosten op basis van relatief kostenverschil met strategie met de laagste nationale kosten Nationale kosten

Score

Laagste kosten

5

0-10% verschil

5

10-20% verschil

4

20-30% verschil

3

30-50% verschil

2

Meer dan 50% verschil

1

________________________________ 16

Het absolute kostenverschil is het verschil in nationale kosten met de strategie met de laagste kosten. Het relatieve kostenverschil is het absolute kostenverschil gedeeld door de kosten van de strategie met de laagste kosten.

38

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

5.2

Eindgebruikerskosten We scoren de eindgebruikerskosten op dezelfde manier als de nationale kosten. De strategie met de laagste eindgebruikerskosten scoort het hoogste, een 5. De score van de andere twee strategieën hangt af van het relatieve kostenverschil met de strategie met de laagste kosten.17 Buurten met een verschil kleiner dan 10% scoren ook een 5, dit valt namelijk binnen de onzekerheid van de kostenberekeningen. Tabel 9 – Scores criterium eindgebruikerskosten op basis van relatief kostenverschil met strategie met de laagste eindgebruikerskosten Eindgebruikerskosten

5.3

Score

Laagste kosten

5

0-10% verschil

5

10-20% verschil

4

20-30% verschil

3

30-50% verschil

2

Meer dan 50% verschil

1

Impact in de ondergrond en openbare ruimte Zowel elektrische warmtepompen (Strategie 1) als warmtenetten (Strategie 2 en 3) hebben impact op de openbare en ondergrondse ruimte. Het is lastig om dit te kwantificeren. We scoren beide type infrastructuren op een 3, maar maken uitzonderingen voor enkele buurten. De buurten De Deijl en Oostdorp zijn beide niet ruim opgezet en bestaan voor een groot deel (> 50%) uit vooroorlogse woningen. Deze buurten scoren daarom een 2 voor Strategie 2 en 3.

5.4

Ruimtelijke impact in de woning De conclusies van het hoofdstuk over de impact in de woning hebben we in vereenvoudigde vorm verwerkt in het afwegingskader. De score wordt enerzijds bepaald door de ruimtelijke impact van de warmtetechniek zelf en anderzijds door de impact van isolatie. Op het onderdeel warmtetechniek kunnen de strategieën maximaal 2 punten scoren, op het onderdeel woningisolatie 3 punten.

Warmtetechniek Van de drie strategieën vragen elektrische warmtepompen (Strategie 1) de meeste ruimte. Het totale ruimtebeslag is 4-5 m3, deze techniek krijgt daarom de minimale score van 0. Voor MT- of HT-warmtenetten (Strategie 2) is de impact het kleinst, namelijk minder dan 1 m3. Deze strategie krijgt daarom de maximale score van 2. Voor warmtenetten op een LTwarmtebron hangt het af van de aflevertemperatuur. Als de warmte op MT-niveau geleverd ________________________________ 17

Het absolute kostenverschil is het verschil in nationale kosten met de strategie met de laagste nationale kosten. Het relatieve kostenverschil is het absolute kostenverschil gedeeld door de kosten van de strategie met de laagste nationale kosten.

39

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

wordt, is het ruimtebeslag gelijk aan dat van Strategie 2. Voor LT-warmte is het ruimtebeslag 1-2 m3. ZLT-warmte heeft een ruimtebeslag dat vergelijkbaar is met Strategie 1. In het afwegingskader gaan we uit van een warmtelevering op lagetemperatuur. Op basis van het ruimtebeslag van 1-2 m3, scoort de techniek 1 punt. Tabel 10 – Scores criterium impact in de woning, onderdeel ruimtelijke impact warmtetechniek Warmtetechniek

Score ruimtelijke impact in de woning

Strategie 1: Elektrische warmtepomp

0

Strategie 2: MT-/HT-warmtenet

2

Strategie 3: LT-warmtenet met LT-bron

1

Strategie 3: MT-warmtenet met LT-bron

2

Woningisolatie Daarnaast vragen de strategieën om isolatie van de woning. Hierbij gaan we uit van de noodzakelijke minimale isolatie. Voor S1 en S3-LT is dit LT-niveau (komt ongeveer overeen met label B), voor S2 en S3-MT is dit MT-niveau (komt ongeveer overeen met label C). Het is natuurlijk mogelijk en wellicht ook wenselijk, om verder te isoleren. Die afweging ligt bij de pandeigenaar en nemen we daarom niet mee. Bij het scoren van de buurten kijken we naar het gemiddelde energielabel van de woningen en naar het percentage vooroorlogse woningen in de buurt. In buurten waar het gemiddelde label voldoet aan het vereiste energielabel, is de impact minimaal en deze buurten scoren de maximale score van 3 punten. Buurten waarin de gemiddelde woning nog één of twee labelstappen moet maken, krijgen 2 punten. Buurten met slechtere gemiddelde energielabels krijgen 1 punt. Vooroorlogse woningen zijn lastiger te isoleren, dus als het percentage vooroorlogse woningen in een buurt groter is dan 20%, dan verlagen we de score met 1. Buurten met gemiddeld label E-G en meer dan 20% vooroorlogse woningen krijgen dus altijd de minimale score van 0. Isolatie heeft in deze woningen een grote ruimtelijke impact, maar daar staat tegenover dat deze woningen het meeste te winnen hebben bij isolatie, in reductie van de energierekening, reductie van de CO2-uitstoot en comfortverbetering.

Tabel 11 – Scores criterium impact in de woning, onderdeel minimale isolatie Gemiddeld energielabel woningen in de buurt18

Score isolatie LT

Score isolatie MT

Vermindering score bij > 20% vooroorlogse woningen

A+ - B

3

3

1

C

2

3

1

D

2

2

1

E

1

2

1

F-G

1

1

1

________________________________ 18

In deze tabel gaan we uit van energielabels. Echter zal er in de toekomst meer naar de Energie-Index (EI) worden gekeken volgens de nieuwe NTA 8800-methode.

40

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

5.5

Realisatietijd De realisatietijd hangt grotendeels af van het participatietraject en mindere mate van de fysieke aanpassingen. Bij het ontwikkelen van een HT- of MT-warmtenet (Strategie 2 en Strategie 3-MT) heeft de gemeente meer regie over het moment waarop gebouweigenaren de keuze maken om aardgasvrij te worden dan bij Strategie 1 en Strategie 3-LT. Bovendien vereist een HT- of MT-warmtenet geen verregaande isolatiemaatregelen. Daarom scoren Strategie 2 en Strategie 3-MT een 4 voor alle buurten, behalve Dorp Wassenaar en Zijlwatering en Haven. Deze buurten scoren een 5 vanwege de aanwezigheid van een aantal blokverwarmingsinstallaties. Strategie 1 scoort een 3, voor alle buurten. Voor Strategie 3-LT moet er zowel geïsoleerd worden, als een warmtenet aangelegd worden. Daarom scoort deze strategie een 2 voor alle buurten, behalve Dorp Wassenaar en Zijlwatering en Haven. Deze buurten scoren een 3 de aanwezigheid van een aantal blokverwarmingsinstallaties. Tabel 12 – Scores criterium realisatietijd Warmtetechniek

41

Score realisatietijd

Strategie 1: Elektrische warmtepompen

3

Strategie 2: MT/HT-warmtenetten

4

Strategie 3: LT-warmtenetten met LT-bron

2

Strategie 3: MT-warmtenetten met LT-bron

4

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

6 Techniekkeuze per buurt Op basis van de score op de verschillende criteria uit het afwegingskader, de beschikbare warmtebronnen (zie Paragraaf 2.3) en de bebouwingskenmerken in een buurt, geven we een eerste advies over de voorkeurstechniek(en) per buurt. Voor elk van de twaalf buurten in Wassenaar hebben we een afwegingskader gevuld, zie de tabellen in Paragraaf 6.1 tot en met 6.21. De informatie over gebouwkenmerken is gebaseerd op: — cijfers van het CBS; — gegevens uit de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen); — de energielabels van de woningen (zie ook Bijlage B); — de Startanalyse 2020; — DEGO-viewer19 (Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving) van de VNG. In dit hoofdstuk geven we voor alle Wassenaarse buurten een voorlopig advies over een voorkeurstechniek op basis van technisch-economische criteria. Andere overwegingen kunnen ook een rol spelen bij het tot stand komen van een voorkeurswarmtetechniek. De uiteindelijke techniekkeuze per buurt ligt dan ook nog niet vast. Bovendien moet uit het participatietraject blijken of de voorlopige voorkeurstechnieken ook kunnen rekenen op draagvlak onder de inwoners van Wassenaar. Dit kan ertoe leiden dat voorkeurstechnieken die in dit hoofdstuk naar voren komen uiteindelijk niet verder worden onderzocht.

We benadrukken overigens dat niet alle gebouwen in een buurt geschikt zullen zijn voor dezelfde warmtetechniek. Het kan namelijk voorkomen dat een gebouw sterk afwijkt van de bebouwing in de rest van de buurt, waardoor een andere warmtetechniek misschien meer voor hand ligt. Bij dit hoofdstuk maken we de volgende kanttekeningen: — Als blijkt dat een warmtenet een geschikte warmtetechniek kan zijn voor een buurt, noemen we welke warmtebronnen beschikbaar zijn om het eventuele warmtenet te voeden. In Wassenaar zijn geen HT- en MT-warmtebronnen aanwezig. In de toekomst de toekomst zouden geothermie en restwarmte uit de Rotterdamse haven (WarmtelinQ+) mogelijke warmtebronnen voor een MT-warmtenet kunnen zijn, maar de totstandkoming van deze warmtebronnen is nog onzeker. LT-warmtebronnen voor Wassenaar zijn zonthermie (alle buurten) en TED (zie Figuur 5 in Paragraaf 2.4), echter warmtekoudeopslag is maar beperkt mogelijk in Wassenaar. Een wko-bron is vaak wel nodig voor een goed systeemontwerp. — In het de afwegingskaders nemen we enkel de kosten van S3 mee als de kostenberekeningen voor een substantieel deel (minstens een derde van de gebouwen in de betreffende buurt) gebaseerd zijn op een warmtenet (in de Startanalyse bestaat S3 namelijk uit een combinatie van een warmtenet en individuele elektrische warmtepompen).

________________________________ 19

De DEGO-viewer is bedoeld om gemeenten te helpen bij het werken met de data die nodig is voor o.a. een transitievisie warmte. DEGO sluit waar mogelijk zoveel mogelijk aan bij de logica van de Leidraad van het ECW. Link naar de viewer: VNG : Energietransitie Gebouwde Omgeving

42

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

6.1

Oud-Wassenaar In deze buurt komt niet één voorkeurstechniek naar voren. De nationale kosten van S2 (MTwarmtenet) liggen hoger dan de andere technieken. Wat betreft eindgebruikerskosten scoort een LT-warmtenet niet goed. Een individuele elektrische warmtepomp scoort hoog op zowel nationale als eindgebruikerskosten, maar niet goed op de ruimtelijke impact in de woning. In deze buurt staan namelijk veel vooroorlogse woningen. Deze zijn niet gemakkelijk te isoleren naar het isolatieniveau dat nodig is voor verwarmen met een elektrische warmtepomp. Deze buurt kent ook woningen die gebouwd zijn in de periode 1992-2005 en dus al wel vrij goed geïsoleerd zijn. Twee derde van de woningen in Oud-Wassenaar zijn appartementen. Bijna de helft van de woningen in deze buurt is particuliere huur. Tabel 13 – Afwegingskader Oud-Wassenaar

6.2

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

2

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

5

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Kerkehout In Kerkehout zijn ook nog verschillende opties mogelijk. Enkel een LT-warmtenet ligt niet voor de hand. De verscheidenheid in de bebouwing in deze buurt is groot, het zou daarom goed kunnen dat andere warmteoplossingen geschikt zijn voor de verschillende typen gebouwen. We zien een grote verscheidenheid aan energielabels. Veel woningen zijn gebouwd voor 1965, hiervan is het grootste deel vooroorlogs. Het aanpassen van deze woningen naar een hoog isolatieniveau is uitdagend. In Kerkehout zien we echter ook woningen met een goed isolatieniveau. In deze woningen zijn minder aanpassingen nodig om deze geschikt te maken voor LT-verwarming. Een groot aandeel van de woningen in de buurt (62%) is sociale huurwoning. In Wassenaar is nog geen MT-warmtebron beschikbaar. In de toekomst zouden geothermie en restwarmte uit de Rotterdamse haven (WarmtelinQ+) mogelijke warmtebronnen voor een MT-warmtenet kunnen zijn, maar de totstandkoming van deze warmtebronnen is nog onzeker. Zonthermie lijkt voorlopig de enige LT-warmtebron voor Kerkehout. De potentie van TED voor de buurt Kerkehout is niet bekend.

Tabel 14 – Afwegingskader Kerkehout

43

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

5

N.v.t.

5

Eindgebruikerskosten

5

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

3

1

3

Realisatietijd

3

4

2

4

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

6.3

Maaldrift Maaldrift is een industrieterrein. In deze buurt staan slechts 60 woningen. Dit zijn voornamelijk vrijstaande, vooroorlogse woningen. Er moet dan ook nog veel gebeuren om in deze woningen te kunnen verwarmen met een elektrische warmtepomp. Dit verklaart dat de eindgebruikerskosten van MT-warmtenetten lager zijn (deze vereisen namelijk een minder goed isolatieniveau). De nationale kosten van MT-warmtenetten zijn echter wel een stuk duurder dan de kosten voor een elektrische warmtepomp. Dit komt waarschijnlijk doordat de gebouwen in deze buurt vrij ver uit elkaar liggen. Hierdoor is de warmtedichtheid niet groot, waardoor de kosten voor het aanleggen van een warmtenet hoog op kunnen lopen. Tabel 15 – Afwegingskader Maaldrift

6.4

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

1

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

3

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Groot Deijleroord en Ter Weer In Groot Deijleroord en Ter Weer liggen de kosten van de verschillende warmteopties niet ver uit elkaar. Enkel een LT-warmtenet komt wat betreft eindgebruikerskosten niet goed uit de bus. Het gemiddelde isolatieniveau in deze buurt is label D. Er moet dus nog wel wat gebeuren om de woningen geschikt te maken voor verwarming met een elektrische warmtepomp, maar dat is in deze buurt gemakkelijker te realiseren dan in buurten met veel vooroorlogse woningen. Een kwart van de woningen in deze buurt is in bezit van een woningcorporatie. 30% van de woningen in de buurt zijn appartementen. Ook staan er in deze buurt enkele utiliteitsgebouwen. Mogelijke MT-warmtebronnen voor een eventueel warmtenet zijn geothermie en WarmtelinQ+. TED en zonthermie zouden mogelijke LT-warmtebronnen voor deze buurt kunnen zijn. Tabel 16 – Afwegingskader Groot Deijleroord en Ter Weer

44

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

4

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

3

2

3

Realisatietijd

3

4

2

4

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

6.5

Nieuw-Wassenaar In Nieuw-Wassenaar staan veel vooroorlogse woningen met een slecht isolatieniveau. Om deze woningen geschikt te maken voor verwarming op lage temperaturen, moeten er dus veel aanpassingen worden gedaan. Dit verklaart de lage scores op ruimtelijke impact in de woning. Wat betreft nationale kosten, komt een MT-warmtenet voor deze buurt niet goed uit de bus. Dit komt doordat de bebouwingdichtheid in deze buurt niet hoog is. Een individuele elektrische warmtepomp is ligt daarom meer voor de hand voor NieuwWassenaar. Tabel 17 – Afwegingskader Nieuw-Wassenaar

6.6

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

2

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Oostdorp Wat betreft kosten, komt er voor Oostdorp niet één warmtetechniek naar voren. Wel merken we op dat Oostdorp niet ruim opgezet is en bestaat uit een hoog aandeel (> 50%) vooroorlogse woningen. Dat kan het aanleggen van een warmtenet bemoeilijken. Ondanks dat het aandeel vooroorlogse woningen in Oostdorp groot is, is het gemiddelde isolatieniveau niet slecht. Een groot deel (63%) van de woningen in Oostdorp is in bezit van een woningcorporatie. Mogelijke MT-warmtebronnen voor een eventueel warmtenet zijn geothermie en WarmtelinQ+. Zonthermie zou een mogelijke LT-warmtebron voor deze buurt kunnen zijn. Tabel 18 – Afwegingskader Oostdorp

6.7

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

5

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

5

5

2

5

Impact ondergrond

3

2

2

2

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Duindigt met Groenendaal Wat betreft nationale kosten, ligt een MT-warmtenet in de buurt Duindigt met Groenendaal niet voor de hand. De gebouwen in deze buurt liggen namelijk ver uit elkaar, met hoge kosten voor het aanleggen van een warmtenet als gevolg. Een elektrische warmtepomp lijkt dus een geschiktere optie. Voor verwarmen met een elektrische warmtepomp zijn wel veel aanpassingen nodig aan de gebouwen, aangezien veel woningen in deze buurt gebouwd zijn voor 1945 met label F en G.

45

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Particuliere huurwoningen vormen een derde van de woningvoorraad in deze buurt. Tabel 19 – Afwegingskader Duindigt met Groenendaal

6.8

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

1

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

3

1

3

Realisatietijd

3

4

2

4

Dorp Wassenaar In Dorp Wassenaar zijn nog verschillende opties mogelijk. Wat betreft kosten, komt niet één warmtetechniek naar voren als meest geschikt. Wel zien we dat de kosten voor bewoners van een LT-warmtenet een stuk hoger liggen dan voor de andere technieken. De bebouwing in Dorp Wassenaar is divers. We zien veel vooroorlogse woningen, maar ook uit de bouwperiode 1975-1992. Daarnaast staan er veel utiliteitsgebouwen in Dorp Wassenaar. Mogelijk is zijn andere warmtetechnieken geschikt voor de verschillende typen woningen en gebouwen in deze buurt. Op een aantal locaties in deze buurt is al een blokverwarmingsinstallatie aanwezig. Hierdoor kan een aardgasvrije warmtetechniek sneller gerealiseerd worden. 33% van de woningen in deze buurt is corporatiewoning, 18% is particuliere huurwoning. Daarmee bestaat de helft van de buurt uit huurwoningen. 40% van de woningvoorraad in Dorp Wassenaar bestaat uit appartementen. Mogelijke MT-warmtebronnen voor een eventueel warmtenet zijn geothermie en WarmtelinQ+. Zonthermie zou een mogelijke LT-warmtebron voor deze buurt kunnen zijn. Tabel 20 – Afwegingskader Dorp Wassenaar

6.9

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

5

5

5

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

3

1

3

Realisatietijd

3

5

3

5

Verspreide huizen Meijendel In deze buurt staan tien vrijstaande woningen. De bebouwingsdichtheid is laag, waardoor het aanleggen van een warmtenet te kostbaar wordt. Een individuele optie ligt dan ook voor de hand. De kosten voor bewoners van verwarmen met een elektrische warmtepomp zijn echter wel twee keer hoger dan de kosten van verwarmen met een hr-ketel op aardgas.

46

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Tabel 21 – Afwegingskader Verspreide huizen Meijendel

6.10

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

1

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

2

5

1

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Verspreide huizen Duinrell Wassenaarse Slag Als we kijken naar de nationale kosten, ligt een MT-warmtenet niet voor de hand. De gebouwen in deze buurt liggen namelijk te ver uit elkaar. Een individuele elektrische warmtepomp is vanuit het oogpunt van de nationale kosten een geschikte optie voor deze buurt. Voor verwarmen met een elektrische warmtepomp is minimaal label B nodig, wat in deze buurt uitdagend kan zijn gezien het hoge aandeel (41%) vooroorlogse woningen. Een kwart van de woningen in deze buurt is in bezit van een particuliere verhuurder. Tabel 22 – Afwegingskader Verspreide huizen Duinrell Wassenaarse Slag

6.11

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

1

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

3

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Verspreide huizen Eikenhorst Deze buurt bestaat uit circa twintig woningen. Hiervan is twee derde deel particuliere huurwoning. De helft van de woningen is gebouwd voor 1945. We zien dan ook veel slechte labels. Er moet dus veel gebeuren om de gebouwen geschikt te maken voor verwarming met lage temperaturen. Toch komt een individuele optie wat betreft de nationale kosten als beste uit de bus. Dit komt doordat de afstand tussen de gebouwen in deze buurt groot is. Tabel 23 – Afwegingskader Verspreide huizen Eikenhorst

47

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

1

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

3

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

6.12

De Kieviet De Kieviet bestaat voor het grootste deel uit vooroorlogse woningen. We zien dan ook veel label G-woningen. De kosten voor bewoners om hun woning geschikt te maken voor verwarmen met lage temperaturen kunnen dan ook hoog oplopen. Echter, doordat deze buurt bestaat uit voornamelijk vrijstaande woningen, is het aanleggen van een warmtenet waarschijnlijk niet rendabel. Een individuele elektrische warmtepomp optie lijkt dus meer voor de hand te liggen. Tabel 24 – Afwegingskader De Kieviet

6.13

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

1

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

3

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Rijksdorp met De Pan Rijksdorp met De Pan bestaat uit vrijstaande woningen. Daarom vallen de kosten van een MT-warmtenet voor deze buurt hoog uit. Een individuele elektrische warmtepomp ligt dan ook meer voor de hand. Tabel 25 – Afwegingskader Rijksdorp met De Pan

6.14

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

1

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Oud-Clingendaal Als we kijken naar zowel nationale als eindgebruikerskosten, lijkt een elektrische warmtepomp een geschikte optie te zijn voor Oud-Clingendaal. Doordat een derde van de woningen in de buurt gebouwd is vóór 1945, is de impact van overstappen op aardgasvrij verwarmen in deze buurt relatief groot. Vooroorlogse woningen zijn namelijk niet gemakkelijk te isoleren naar het niveau dat nodig is om deze te verwarmen met lagere temperaturen. 43% van de woningen in deze buurt is in bezit van een particuliere verhuurder. Tabel 26 – Afwegingskader Oud-Clingendaal

48

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

1

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

6.15

De Paauw Wat betreft kosten, komt er in deze buurt niet één optie naar voren. Een LT-warmtenet is in ieder geval geen logische optie. De woningvoorraad in de buurt De Paauw is voornamelijk vooroorlogs, de meeste woningen zijn dan ook zeer slecht geïsoleerd (label G). Hierdoor moet er veel gebeuren in de woningen om de overstap naar aardgasvrij mogelijk te maken. Mogelijke MT-warmtebronnen voor een eventueel warmtenet zijn geothermie en WarmtelinQ+. Zonthermie zou een mogelijke LT-warmtebron voor deze buurt kunnen zijn. Tabel 27 – Afwegingskader De Paauw

6.16

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

4

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Zijlwatering en haven Als we letten op kosten, dan komt er voor de buurt Zijlwatering en haven niet één warmtetechniek naar voren. In deze buurt staan zeer weinig vooroorlogse woningen. De meeste woningen zijn gebouwd in de bouwperiode 1965-1975 Het gemiddelde isolatieniveau is dan ook beter dan in de meeste andere Wassenaarse buurten. Bovendien is aardgasvrij in deze buurt mogelijk sneller te realiseren vanwege de aanwezigheid van blokverwarmingsinstallaties. De woningvoorraad in deze buurt bestaat voor het grootste deel uit huurwoningen (42% sociale huurwoningen, 17% particuliere huurwoningen). 45% van de woningen in Zijlwatering en haven zijn appartementen. Mogelijke MT-warmtebronnen voor een eventueel warmtenet zijn geothermie en WarmtelinQ+. TED en zonthermie zouden mogelijke LT-warmtebronnen voor deze buurt kunnen zijn. Tabel 28 – Afwegingskader Zijlwatering en haven

49

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

5

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

5

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

3

2

3

Realisatietijd

3

5

3

5

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

6.17

Verspreide huizen Raaphorst en in poldergebied Deze buurt bestaat voornamelijk uit vrijstaande, vooroorlogse woningen. Bijna de helft van de woningen is vooroorlogs, met een slecht isolatieniveau. Doordat de afstand tussen de gebouwen in deze buurt groot is, ligt een MT-warmtenet niet voor de hand. Een individuele elektrische warmtepomp is vanuit het oogpunt van de kosten een geschiktere optie. Een derde van de buurt is gebouwd vanaf 1992. Deze woningen zijn gemakkelijker geschikt te maken voor verwarming met lage temperaturen. Een kwart van de woningvoorraad in deze buurt bestaat uit particuliere huurwoningen Tabel 29 – Afwegingskader Verspreide huizen Raaphorst en in poldergebied

6.18

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

1

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

De Deijl De kosten voor verwarmen met een individuele elektrische warmtepomp en een MTwarmtenet liggen niet ver uit elkaar in de buurt De Deijl. Doordat deze buurt niet ruim is opgezet en bestaat uit ruim driekwart vooroorlogse woningen, kan het aanleggen van een warmtenet uitdagingen opleveren. De meeste woningen zijn niet goed geïsoleerd, er moet dus nog veel gebeuren om deze buurt geschikt te maken voor verwarmen met lagere temperaturen. Al met al komt niet één warmtetechniek naar voren als meest geschikte optie voor deze buurt. 30% van de woningvoorraad bestaat uit huurwoningen. Mogelijke MT-warmtebronnen voor een eventueel warmtenet zijn geothermie en WarmtelinQ+. Zonthermie zou een mogelijke LT-warmtebron voor deze buurt kunnen zijn. Tabel 30 – Afwegingskader De Deijl

50

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

5

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

2

2

2

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

6.19

Drie Papegaaien Deze buurt bestaat voor een groot deel uit slecht geïsoleerde woningen, vooroorlogs of gebouwd in de periode 1946-1965. Doordat de buurt niet dichtbebouwd is, ligt een individuele elektrische warmtepomp voor de hand. Er moet dan nog wel veel gebeuren om de woningen naar het benodigde niveau te isoleren. 27% van de woningvoorraad in Drie Papegaaien bestaat uit particuliere huurwoningen. Een derde van de woningen in de buurt zijn appartementen. Tabel 31 – Afwegingskader Drie Papegaaien

6.20

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

2

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Klingenbosch In Klingenbosch liggen de kosten van een individuele elektrische warmtepomp en een MT-warmtenet niet ver uit elkaar. Doordat een groot deel van de woningvoorraad bestaat uit slecht geïsoleerde, vooroorlogse woningen, zijn veel aanpassingen nodig om de overstap naar aardgasvrij te kunnen maken. Dit geldt in grotere mate voor verwarmen met elektrische warmtepomp dan voor verwarmen op een MT-warmtenet. Mogelijke MT-warmtebronnen voor een eventueel warmtenet zijn geothermie en WarmtelinQ+. TED en zonthermie zouden mogelijke LT-warmtebronnen voor deze buurt kunnen zijn. Tabel 32 – Afwegingskader Klingenbosch

6.21

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

5

N.v.t.

N.v.t.

Eindgebruikerskosten

4

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

2

1

2

Realisatietijd

3

4

2

4

Weteringpark Wat betreft kosten komt niet één warmtetechniek naar voren als meest geschikte optie. Weteringpark bestaat uit vrij recent gebouwde woningen. Het isolatieniveau van de woningen is dan ook goed; label B is het meest voorkomende energielabel. Daarmee zijn de woningen in deze buurt met relatief weinig aanpassingen geschikt te maken voor aardgasvrij verwarmen. De helft van de woningvoorraad in Weteringpark is in bezit van een woningcorporatie. Een derde van de woningen zijn appartementen.

51

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Mogelijke MT-warmtebronnen voor een eventueel warmtenet zijn geothermie en WarmtelinQ+. Zonthermie lijkt voorlopig de enige LT-warmtebron voor Weteringpark. De potentie van TED voor deze buurt is niet bekend. Tabel 33 – Afwegingskader Weteringpark

52

S1

S2

S3-LT

S3-MT

Nationale kosten

5

5

N.v.t.

5

Eindgebruikerskosten

5

5

2

5

Impact ondergrond

3

3

3

3

Impact woning

1

4

2

4

Realisatietijd

3

4

2

4

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

7 Fasering in de tijd De gemeente Wassenaar heeft nog bijna 30 jaar de tijd om aardgasvrij te worden. Op dit moment hoeft er nog geen precieze planning te worden gemaakt van welke buurten wanneer aardgasvrij worden. In de TVW benoemt de gemeente de eerste buurten waar zij tot 2030 aan de slag gaat met de warmtetransitie. Een vraag die daarbij opkomt, is welk tempo nodig is om de opgave in 2050 voltooid te hebben. Paragraaf 7.1 gaat in op het tempo van de warmtetransitie en Paragraaf 7.2 op de kansen om met de warmtetransitie van start te gaan.

7.1

Tempo van de warmtetransitie We gaan uit van een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Maar voor het pad daar naartoe, zijn verschillende mogelijkheden. Figuur 9 geeft het lineaire tijdspad en de S-curve weer. Andere opties zijn ook mogelijk, maar daarbij wordt het merendeel van de woningequivalenten pas in de tweede fase aardgasvrij. Dat zou in de tweede fase een grote druk veroorzaken op de uitvoeringscapaciteit, bij aannemers, netbeheerders en woningcorporaties. Figuur 9 - Tijdspaden warmtetransitie

De gebouwde omgeving van Wassenaar bestaat uit ca 12.191 woningen en 1.455 utiliteitsgebouwen. Tezamen gaat het over 15.426 woningequivalenten20. Gemiddeld zullen er dus 532 woningequivalenten per jaar aardgasloos moeten worden. Momenteel zitten we in de opstartfase en maken we plannen voor het aardgasvrij worden. De komende jaren zullen we veel leren over het aardgasvrij maken van bestaande bouw. Daarna kan er versneld worden. Het Klimaatakkoord geeft als doelstelling om voor 2030 1,5 miljoen woningen te verduurzamen. Hierover zegt Programma Aardgasvrije Wijken het volgende: ‘Elke gemeente gaat plannen maken om tot en met 2050 gaandeweg de gehele gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. De eerste transitievisie warmte heeft betrekking op een derde van de totale periode. In die periode is er echter sprake van een aanlooptijd waarin Rijk en VNG de wijkgerichte aanpak (verder) uitwerken en er opschaling wordt gerealiseerd. Mede daarom hebben de afspraken in het Klimaatakkoord voor de periode tot en met 2030 betrekking op circa een vijfde van de gebouwenvoorraad, oftewel 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen’ (Programma Aardgasvrije Wijken, 2021). ________________________________ 20

53

Een woningequivalent (afkorting: weq) staat voor 1 woning of 130 m2 gebruikersoppervlak van utiliteitsbouw.

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Als Wassenaar bij dit tempo wil aansluiten, zou dus tot 2030 ongeveer een vijfde van de gebouwenvoorraad verduurzaamd moeten worden. Dat gaat dus over circa 3.085 woningequivalenten. Hoeveel buurten dat zijn, hangt af van welke buurten gekozen worden. De buurten in Wassenaar verschillen in grootte, zie Tabel 34. Tabel 34 - Aantal woningen en utiliteitsgebouwen per buurt Buurtnaam

Woningen

Utiliteitsgebouwen

Woningequivalenten

Drie Papegaaien

423

19

558

Oud-Wassenaar

391

25

645

Nieuw-Wassenaar

559

123

628

Duindigt met Groenendaal

97

47

785

Oud-Clingendaal

367

12

530

De Kieviet

551

16

656

Kerkehout

534

33

580

Klingenbosch

212

7

214

Verspreide huizen Eikenhorst

15

2

20

Verspreide huizen Meijendel

9

10

31

549

21

620

1.466

243

1.891

De Paauw Dorp Wassenaar Oostdorp Zijlwatering en haven De Deijl

900

60

992

2.204

330

2.470

779

38

834

2.336

374

2.784

Rijksdorp met De Pan

134

10

175

Maaldrift

61

15

96

Verspreide huizen Raaphorst en in poldergebied

146

27

315

Verspreide huizen Duinrell Wassenaarse Slag

187

36

323

Weteringpark

271

7

279

12.191

1.455

15.426

Groot Deijleroord en Ter Weer

Totaal Bron: (PBL, 2020).

7.2

Kansen om te starten Om startbuurten te selecteren, kijken we naar waar kansen zijn om te starten. Dit kunnen kansen zijn om mee te koppelen met geplande werkzaamheden in de gemeente, maar ook andere factoren of omstandigheden kunnen bijdragen aan de kansrijkheid van een buurt om met de warmtetransitie van start te gaan. De Handreiking voor lokale analyse (ECW, 2020b) uit de Leidraad biedt gemeente handvatten bij het bepalen van wanneer buurten overgaan op een aardgasvrije warmtetechniek. De Handreiking beschrijft zeven typen factoren die eraan bijdragen dat een buurt kansrijk is om te starten met de warmtetransitie. Bijlage E geeft een uitgebreide beschrijving van de zogenoemde prioriteringscriteria. Het gaat om de volgende factoren: 1. Technische-economische factoren. 2. Investeringsagenda infrastructuur. 3. Investeringsagenda vastgoedeigenaren. 4. Lokaal buurtinitiatief. 5. Sociale karakteristieken van de buurt. 6. Contracteerbaarheid. 7. Waarde van het gasnet.

54

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

De warmtransitie kent een lange doorlooptijd. Voordat er gestart kan worden met werkzaamheden, gaat er eerst een periode van planvorming (waar deze analyse onderdeel van is), participatietrajecten en andere voorbereiding aan vooraf. We schatten dat dit tenminste vijf jaar duurt. Dit betekent dat we alleen meekoppelkansen kunnen benutten die verder in de tijd gepland staan, in dit geval vanaf 2026. Investeringen en andere kansen die eerder gepland staan, nemen we niet mee. De volgende alinea’s beschrijven verschillende kansen om te starten. Deze zijn deels gebaseerd op de kansen uit de Handreiking voor lokale analyse. We gaan in op de volgende kansen: — vervanging riolering; — vervanging gasnetwerk; — aandeel langetermijnrenovatie; — aandeel nieuwbouw; — aandeel corporatiebezit; — kostenafstand individuele vs. collectieve optie

Vervanging riolering Riolering is een infrastructuur die, net als de andere infrastructuren, af en toe vervangen moet worden. Voor de vervanging moet er gegraven worden, en vaak moet hierbij een gedeelte van de straat opgebroken worden. Het biedt een kans om deze ingreep te koppelen met het uitvoeren van andere werkzaamheden aan gas-, elektra- of warmtenetten in de straat. Zo kunnen er mogelijk kosten gedeeld worden. Daarnaast is het voor bewoners ook prettiger om de ingrepen gelijktijdig of vlak na elkaar te doen in plaats van dat er twee keer overlast veroorzaakt wordt. Bij de aanleg van de riolering kan direct rekening gehouden worden met de aanleg van de infrastructuur van de toekomstige warmtevoorziening. Bijvoorbeeld: de rioolbuizen kunnen zo geplaatst worden dat er ruimte ontstaat voor een toekomstig warmtenet. Ook zou het warmtenet tegelijk met de nieuwe rioleringsbuizen worden aangelegd. Aandachtspunt is dat het tempo van de vervanging van riolering verschilt met het tempo van de aanleg van een warmtenet. Van de gemeente Wassenaar hebben wij informatie ontvangen welke stukken riolering de komende tijd vervangen worden. Wij hebben ervoor gekozen om de vervangingen mee te nemen in de periode 2030-2035 (over de periode 2025-2030 hebben we geen gegevens).

Vervangingen die voor of na deze periode plaatsvinden, vallen buiten de periode waarin de eerste buurten aan de slag gaan met de warmtetransitie en zien wij daarom nu niet als kans. In de gemeente Wassenaar worden er in deze periode in twee buurten in een flink gedeelte van de buurt vervangingen gedaan, namelijk in Oostdorp en Groot Deijleroord en Ter Weer. In De Deijl wordt een kleiner gedeelte van de riolering vervangen, vandaar dat wij die buurt een halve kans gegeven hebben. In de andere buurten worden er ook delen van de riolering vervangen, maar dit zijn zulke kleine vervangingen dat wij deze niet als kans zien.

Vervanging gasnetwerk Naast de riolering moeten er de komende tijd in Wassenaar ook gedeeltes van het gasnet vervangen worden. Samen met netbeheerder Liander hebben we gekeken naar de kansen die Liander ziet met betrekking tot de vervangingen van het gasnet.

55

210235 - Technisch-economische analyse Wassenaar – Juli 2021

Het gasnet in Wassenaar is oud, en er liggen veel leidingen die voor 2030 vervangen moeten worden. Het gaat hier om zogenaamde grondroeringsgevoelige leidingen. Als er in de transitie in de grond gegraven moet worden, bijvoorbeeld om het elektriciteitsnet te verzwaren of een warmtenet aan te leggen, dan verwijdert Liander deze leidingen preventief vanuit veiligheidsoverwegingen. De netbeheerders zijn verplicht om deze materialen voor 2030 te vervangen. Buurten waar grondroeringsgevoelige leidingen liggen kunnen als startbuurten aangewezen worden, liefst zonder vervangen van het gasnet, maar mogelijk is dat niet te voorkomen. Er moet wel rekening gehouden worden met een extra complexe opgave wanneer er grondroeringsgevoelige materialen in de buurt liggen. Een positieve meekoppelkans is om te starten in de buurten waar het gasnet (grotendeels) is afgeschreven. In deze buurten gaat er geen resterende investering ‘verloren’ omdat het gasnet al verouderd is. Voor deze analyse hebben wij de aanname gedaan dat wanneer meer dan 20% van het gasnet in een buurt vervangen moet worden, er sprake is van een kans. Allereerst hebben we gekeken in welke buurten meer dan 20% van het gasnet vervangen moet worden, waarna we met Liander hebben bepaald of dit kansen kan bieden voor de energietransitie in de betreffende buurten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=e912cc6b-a1b7-43eb-8cac-41e3832de026