Bijlage 2. Maatregelmodule
Tekst van het document
37
LEIDSE REGIO
Praktijkervaring Vanuit de praktijk worden de berekende resultaten niet herkend. Er zijn weinig tot geen meldingen bekend bij zowel de gemeente als bij het waterschap van vervuiling in watergangen door overstorten. Gemeente Zoeterwoude ziet daarom de noodzaak in om het bestaande model te valideren en te kalibreren. Een eerste start hierin is gezet door de bestaande overstorten te gaan bemeten en de capaciteiten (controleren POC) van de rioolgemalen te gaan meten of controleren in het veld.
Verbetermaatregelen Zoeterwoude-Rijndijk Locatie
Situatie
maatregel
urgentie
Duiker Elffenbaan
Waterberging in Elffenbaan wordt niet volledig
Vergroten duikers onder spoor naar 2 x 1200
Maatregel
benut bij extreme neerslag
mm en vergroten duiker in spoorsloot van 500
nodig
mm naar 1000 mm Kooikerspad
Water op straat Zelkovalaan door veel verhard
Bij bouw Bernardursschool omliggend gebied
Maatregel
oppervlak op afvoerleidingen
afkoppelen
gepland
Uitstroomleiding
Water op straat in Energieweg en Industrieweg
Vergroten uitstroomleiding van 600 naar 800
Maatregel
Industrieweg
bij bui 8 en 10
t.h.v. burg. Smeetsweg
gepland
Uitstroomleiding
Water op straat in Produktieweg bij bui 8 en 10
Vergroten uitstroomleiding van 400 mm naar
Maatregel
600 mm in industrieweg
gepland
Afkoppelen en aanleg klimaatmaatregel onder
Maatregel
bestrating
gepland
Hoog aandeel risicopanden en grote
Verbeteren afvoercapaciteit overstort of
Optimalisatie
overstortschil
afkoppelen van verharding
Water op straat op laag punt in de straat
Onderzoek aanleg overstortriool om water af
Produktieweg 5 Meilaan Rijnstraat Nassaulaan west
Water op straat bij bui 10
onderzoek
te voeren
Verbetermaatregelen Zoeterwoude-Dorp 38
LEIDSE REGIO
Locatie
Situatie
maatregel
urgentie
Overstorten Dorp-Zuid
Water op straat bij bui 8 door opstuwing ter plaatse van overstorten
Maatregel nodig
Hemelwater overstorten Bloemenweide Wijk Vogelweide
Water op straat bij bui 8 in de hondsdrafweg
Nieuwe gemengde overstort in het Kouzijnpad en verlagen bestaande overstort Zwetkade voor meer afvoercapaciteit Nieuwe hemelwater overstort in Paardenbloemweg en Pinksterbloemlaan Afkoppelen door aanleg HWA-riolering
Bakkerstraat en Schenkelstraat
Water op straat bij bui 8
Afvoerleidingen Bloemenweide
Water op straat bij bui 8
Gemaal Zuidhof
Te hoge berekende pompovercapaciteit gemaal Zuidhof Beperkte inspanning voor 300m3 extra berging in riolering
Ledigingsgemaal HWA Westwout
5.4.5
Gemengde riolering vervangen
Vergroten gemengde riolering van 500 mm naar 600 mm voor meer afvoercapaciteit naar overstort Vergroten hemelwaterleidingen in de Kalmoeslaan en Zwanenbloemlaan van 315 mm naar 400 mm Verlagen gemaalcapaciteit na aansluiting op nieuw lozingspunt Onderzoek aanleg ledigingsgemaal in de Wapstraat zodat berging in hemelwaterriool gebruikt kan worden
Maatregel nodig Maatregel gepland Optimalisatie
Optimalisatie
Optimalisatie onderzoek
Voorschoten
Hydraulisch en Vuiltechnisch Voorschoten In Voorschoten treden incidenteel situaties op waarbij vuil water op straat komt, dit speelt vooral in de bemalingsgebieden NoordHofland, Adegeest en Centraal gebied Noord, en in mindere mate in de bemalingsgebieden Boschgeest, Starrenburg I + Bijdorp en Centraal gebied Zuid. Het rioolsysteem wordt niet binnen de gestelde termijn van 24 uur geleegd, waardoor bij opvolgende regenbuien meer (vuil)wateroverlast op straat komt te staan en uiteindelijk ook overstort in het oppervlaktewater. Uit bovenstaande blijkt dat het rioolstelsel in Voorschoten onvoldoende robuust is, waardoor bij een geringe regenbui (20 mm) het rioolsysteem inclusief hoofdgemalen (gemiddeld vulling van 85 - 90%) vol komt te staan en dus uiteindelijk (vuil)water op straat het gevolg is. Het verkrijgen van een robuust, duurzaam en op klimaat ingesteld rioolsysteem, is het van belang om het huidige rioolsysteem te optimaliseren.
Praktijkervaring Voorschoten WATER KNELPUNTEN VOORSCHOTEN Knelpunt Waterkwaliteit
Locatie Gemeente
Waterkwaliteit
Gemeente
Afvoer beperkt
Gemeente
Waterberging NVO
Gemeente
Doorstroming geen tot niet optimaal
Gemeente
Stankoverlast stilstaand water
Gemeente
Te veel exoten in watergang
Gemeente
Ontbreken van missie, visie en strategie waterstructuur
Gemeente
Aspect Water (beheerplan)
Oplossing Oplossingen worden gezocht en onderzocht
Uitvoering Opmerking Inrichten met gerichte Beperking in financiële waterplanten. middelen en capaciteit Opnemen in beheerplan water Water (IWKP) Baggeren, krozen en maaien Baggerplan, bestek Baggerplan is alsook doorstroming krozen en maaien. verlopen. Baggerplan realiseren inzet per wijk/gebied/watersyst eem Water (IWKP) Duikers verzwaren Realiseren bij herinrichtingsprojecten Water (IWKP) Houten beschoeiing laten Geen directe actie. Gaat Bij noodzaak oevers verrotten vanzelf bijwerken en overtollige beschoeiing verwijderen Water (IWKP) Voorzieningen als verzwaren In projecten opnemen Afhankelijk van duikers, kunstmatige stroming bij herinrichtingen. particulieren, HHR en veroorzaken, combinatie van Kansen hierin benutten gemeente schoonwater riool, duiker en voor klimaat. Bewoners hemel-/grondwater afvoeer bewust maken van waterkwaliteit/kwantiteit Water (IWKP) Voorzieningen als verzwaren In projecten opnemen Afhankelijk van duikers, kunstmatige stroming bij herinrichtingen. particulieren, HHR en veroorzaken, combinatie van Kansen hierin benutten gemeente schoonwater riool, duiker en voor klimaat.
Bewoners hemel-/grondwater afvoeer bewust maken van waterkwaliteit/kwantiteit Water (beheerplan) Verwijderen exoten Opnemen in beheerplan Water Water (IWKP + beheerplan) Opstellen van diverse Nog niet bekend Opstellen met stake documenten aansluitend op holders nog op te stellen waterstructuurvisie RO
Verbetermaatregelen Functioneren Voorschoten Inzet van afkoppelen in de bemalingsgebieden Noord-Hofland, Adegeest en Starrenburg I + Bijdorp. De overige bemalingsgebieden
39
LEIDSE REGIO blijven gehandhaafd met het huidige stelsel, omdat het daar niet doelmatig is. Per bemalingsgebied worden kansen bekeken op wateropslag en –infiltratie. Dit kan leiden tot het alsnog omzetten naar een gescheiden stelsel. De hoofdgemalen zijn aangesloten op het vrijverval riool. Dit is niet wenselijk en wordt in de komende periode van het IWKP een start gemaakt om de hoofdgemalen met een hoofdpersleiding direct te transporteren naar de AWZI Leiden Zuid. Voorschoten Maatregel Afkoppelen bij vervanging
AWZI Leiden Zuidwest
Jaar doorlopend
Effect Minder belasting op milieu en afvoer naar AWZI
Loskoppelen hoofdgemalen van vrijverval riolering
Leiden Zuidwest
< 10 jr
Minder belasting op vrijverval stelsel en garantie voor afvoer vuilwater vanuit Voorschoten
Nieuwe rioolontwerpen per wijk/bemalingsgebied
Leiden Zuidwest
< 5 jr
Optimalisatie van het hydraulisch functioneren van het systeem, waarbij klimaat en duurzaamheid kansen worden meegenomen in combinatie met oppervlakte water.
Afvalwaterstructuurplan opzetten/uitwerken
Leiden Zuidwest
< 1 jr
Het minder belasten van het vrijverval riolering in de bemalingsgebieden, zodat een betere afvoer garantie gegeven kan worden.
Riolering vervangen wijkgericht
Leiden Zuidwest
doorlopend
Optimalisatie binnen een bemalingsgebied voor een beter functioneren van het riool, klimaat en duruzaamheid aspecten integreren
Onderzoeken / toepassen kansen vanuit Klimaat
Leiden Zuidwest
doorlopend
Gebruik maken van de kansen in het aandragen van oplossingen bij het vervangen van riolering
Saneren riooloverstorten
Leiden Zuidwest
doorlopend
Minder emissie naar oppervlaktewater, wat de waterkwaliteit te goede komt.
Combinatie zoeken in RWA-leiding, duiker en grondwater
Leiden Zuidwest
doorlopend
Beperken van benodigde ondergrondse ruimte
Ondezoek naar grond- en hemelwater opslaan in bodem
Leiden Zuidwest
doorlopend
HWA en grondwater opslaan om bij droogte water te onttrekken.
Waterberging onder-/bovengronds
Leiden Zuidwest
5.4.6
Hemel- en grondwater bergen via opslag ondergronds en tijdelijk bovengronds (WADI). Lokaal bekijken voor hergebruik en balans water op straat / droogte
Wassenaar
Hydraulisch en Vuiltechnisch Wassenaar Uit de hydraulische berekeningen volgt dat er bij de toetsbui bui 08 op diverse locaties in Wassenaar water op straat wordt berekend. Mogelijk wordt er weinig waterhinder ervaren door de veelal ruime opzet van de openbare ruimte en de ruime kavels in combinatie met een veelal goed doorlatende zandgrond. Opvallend is dat op diverse locaties de achtertuinen laag liggen ten opzichte van de openbare ruimte. De drooglegging van de tuinen is zeer beperkt, met name bij de Lange Kerkdam, Sandhorstlaan en Herenweg. In deze tuinen liggen mogelijk ontwateringsmiddelen die niet bij de gemeente bekend zijn. Het grootste hydraulisch knelpunt in het rioolsysteem van Wassenaar is het Molenplein. Door de relatief lage ligging is het niet goed mogelijk om de hydraulische afvoercapaciteit van de riolering dermate te verbeteren dat er geen wateroverlast meer optreedt, om de wateroverlast te beperken is er als verbetermaatregel een bergingskelder voorzien onder het Molenplein, door overtollig water op te vangen in deze kelder wordt de kans op wateroverlast beperkt. Het tweede bekende knelpunt vanuit de praktijk is de Santhorstlaan. Het hydraulisch functioneren kan worden verbeterd door het verbreden van de overstort in de Lange Kerkdam (02348) en het vergroten van de leidingdiameters tussen deze overstort en de Santhorstlaan.
De locatie blijft door de lage ligging echter gevoelig voor waterhinder. Het functioneren kan verder worden verbeterd door op grote schaal HWA riolering bij te leggen en zo veel mogelijk oppervlakken af te koppelen van de gemengde riolering. Gezien de leeftijd van de riolering en de beschikbare ruimte wordt dit voorlopig niet als haalbare optie gezien. Met het opgestelde rioleringsmodel is een stresstest berekening uitgevoerd om na te gaan welke gebieden het meest kwetsbaar zijn bij zeer zware neerslag. Binnen de Leidse regio is afgesproken om de stresstest berekeningen uit te voeren met een constante neerslagbelasting van 70 mm per uur gedurende één uur. Bij de stresstest berekening is het opgestelde rioolmodel gecombineerd met een maaiveld model, tevens zijn de kolken aan het rioolmodel toegevoegd. Bij het gehanteerde 1D2D modelconcept zijn alle belastingen op het rioolsysteem rechtstreeks gekoppeld aan de riolering. Als het rioolsysteem overbelast raakt kan het water uit het rioolstelsel treden via de kolken en de putten, waarna het water over het maaiveld gaat stromen. Op deze wijze wordt inzicht verkregen
40
LEIDSE REGIO in de locaties waar grote waterdieptes optreden op het maaiveld nadat het rioolstelsel overbelast is geraakt. De resultaten van de stresstestberekening zijn weergegeven in de afbeeldingen.
Stresstest Wassenaar noord
Stresstest Wassenaar zuid De vuilemissie van het gemengde stelsel voldoet aan de gestelde meetlat. Maatregelen in het kader van het beperken van de vuilemissie zijn niet nodig.
Praktijkervaring Wassenaar Vanuit de praktijk zijn er weinig meldingen bekend over wateroverlast. Bij hevige neerslag kan er waterhinder optreden bij het Molenplein, de Santhorstlaan.
Verbetermaatregelen Functioneren Wassenaar Molenplein In de omgeving van het Molenplein komt water op straat voor en bij de molen kan bij hevige neerslag wateroverlast optreden in de molenaarswoning aan de Gravestraat. Door de lage ligging van de locatie ten opzichte van het overstortpeil in combinatie met de afstand tot aan de overstort is het vergroten van de afvoercapaciteit van het gemengde stelsel niet goed haalbaar. Op korte tot middellange termijn is de gemeente niet voornemens om grootschalig riolering te vervangen en af te koppelen in de omgeving van het
41
LEIDSE REGIO Molenplein, waardoor het niet mogelijk is de belasting op het stelsel te verminderen. Een mogelijke oplossing is een bergingskelder aan te brengen op het Molenplein. In deze bergingskelder kan overtollig water uit het gemengde stelsel tijdelijk worden geborgen, waardoor de kans op water op straat en wateroverlast afneemt. Sandhorstlaan De Sandhorstlaan is gevoelig voor water op straat, dit is bekend vanuit de praktijk en ook in het hydraulisch rekenmodel is dit terug te zien. Het water op straat wordt veroorzaakt door lage maaiveldhoogtes in combinatie met kleine rioolbuisdiameters die veel opstuwing geven. Ook heeft de overstort aan de Lange Kerkdam een grote overstortende straal door de beperkte breedte van de overstortmuur. De gemeente is op korte en middellange termijn niet voornemens de riolering in de Sandhorstlaan en omgeving te vervangen, het is voorlopig niet haalbaar de belasting op het gemengde rioolsysteem te verlagen. Om te komen tot een verbetering van het hydraulisch functioneren zijn twee mogelijke maatregelen beschouwd: • Het verbreden van de overstortmuur van overstort • Het vergroten van de leidingdiameters vanaf deze overstort via de Zijllaan naar de Sandhorstlaan.
5.5
Technische Staat Riolering
5.5.1 Aanlegjaren Riolering In onderstaande figuur staan de aanlegjaren van het vrijvervalriool in km lengte voor tijdvakken van 5 en 10 jaar. Voor de recent aangelegde riolering (1990 en later) is een tijdvak van 10 jaar aangehouden. Dit is gedaan omdat vervanging op basis van levensduur dan “ver” in de toekomst ligt. Dit geeft daarom een enigszins vertekenend beeld in de figuur.
Uit bovenstaande grafiek blijkt dat er op basis van de economische levensduur een flinke piek aankomt voor de te vervangen riolering in de periode 2030-2050 (met name voor Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest). In die periode zijn indertijd veel nieuwe wijken aangelegd. Maar ook in andere delen van de gemeenten en bijvoorbeeld de binnensteden hebben toen vervangingen plaatsgevonden. Dit werd gefinancierd met incidentele middelen van het Rijk (Interim Saldo Regeling). In theorie komen de riolen die ouder zijn dan hun beoogde levensduur voor vervanging in aanmerking. In de praktijk wordt de actuele vervanging echter vooral bepaald aan de hand van de levensduur en inspectieresultaten. Het gaat dan om de actuele conditie van de rioolbuis. Dat betekent dat sommige riolen langer blijven liggen dan de theoretisch beoogde levensduur. Verder valt op dat in de periode 2000-2009 veel nieuwe riolering is aangelegd of oude riolering is vervangen. 5.5.2 Kwaliteit Riolering Het rioolsysteem in de gemeenten heeft momenteel voldoende capaciteit om het aanbod van (huishoudelijk) afvalwater te verwerken. Het rioolsysteem in Voorschoten is op enkele locaties krap in capaciteit door de extra bebouwing van de afgelopen 10 jaar.
De benodigde capaciteit wordt tijdens het ontwerp getoetst met hydraulische berekeningen, die worden uitgevoerd volgens “Modelleren hydraulisch functioneren” uit de Kennisbank van Rioned. 42
LEIDSE REGIO
De kwaliteit van de vrijvervalriolen wordt met video-inspecties (rijdende camera in de buis) vastgesteld. Eens in de 7 (Leiden, Zoeterwoude, Leiderdorp) jaar of 10 jaar (Oegstgeest, Wassenaar en Voorschoten) wordt de riolering geïnspecteerd. Per gemeente kunnen hier kleine afwijkingen in zitten. Voorafgaand aan de inspectie worden de riolen gereinigd. In het traject van risico gestuurd beheer wordt onderzocht wat het optimale inspectie-interval kan zijn. De actuele inspectieresultaten (vrijvervalriool) worden verwerkt in het beheerprogramma. Op basis van de laatste inspectiegegevens is het mogelijk een beeld te geven van de kwaliteit van de geïnspecteerde riolen. De beoordeling van de geïnspecteerde vrij-vervalriolen levert het volgende beeld op: Leiden Actualiteit en dekkingsgraad (% van areaal) Inspecties Peildatum 2023 Dekkingsgraad inspecties >95% > 10 jaar 72% 5 - 10 jaar 28% < 5 jaar
Leiderdorp
Zoeterwoude
Oegstgeest
Voorschoten
2018 >90% 5% 40% 45%
1-3-2023 95% 5% 65% 30%
2023 90% 1% 40% 59%
23-2-2023
2023
Resultaten van de inspecties
Leiderdorp
Waterdichtheid Stabiliteit Afstroming
Leiden Ingrijp
Waarsch
7% 8% 2%
12% 14% 12%
Geen Ingrijp melding 81% 10% 78% 11% 86% 18%
Waarsch 16% 18% 25%
Geen melding 74% 71% 57%
Ingrijp 7% 8% 2%
Zoeterwoude Geen Waarsch melding 10% 83% 11% 81% 8% 90%
Ingrijp 13% 0% 2%
Oegstgeest Geen Waarsch melding 41% 46% 31% 69% 51% 47%
Ingrijp
Wassenaar
75,0%
89,00%
35,00%
14,50%
30,00%
35,70%
35,00%
38,80%
Voorschoten
Wassenaar
Waarsch
Geen melding
Ingrijp
Waarsch
Geen melding
Niet in beeld Niet in beeld Niet in beeld
20,70%
28,70%
Niet in beeld
Niet in beeld Niet in beeld Niet in beeld
11,00%
30,50%
Niet in beeld
Niet in beeld Niet in beeld Niet in beeld
1,70%
16,70%
Niet in beeld
Tabel 5.5.2.1 Toestand vrijvervalriolering (basis inspecties)
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de dekkingsgraad van de inspecties binnen de Leidse Regio over het algemeen voldoende is. Een verwaarloosbaar percentage is langer dan 10 jaar geleden geïnspecteerd. Verder blijkt ook dat bij 70-90% van de uitgevoerde inspecties er geen melding was die leidde tot een ingreep. Ook dat is een indicatie dat de conditie van de riolering over het algemeen goed is. 5.5.3 Kwaliteit gemalen De hoofdgemalen zijn bedrijfszeker. Alle gemalen zijn aangesloten op een centraal meldsysteem. Als er toch storingen optreden, dan worden deze binnen de gestelde norm verholpen. Het beheer van de gemalen is op orde. De gemalen variëren in leeftijd van 1 tot 50 jaar (bouwkundig). De gemalen bestaan uit een bouwkundig deel (de pompkelder en de behuizing) en een elektrisch/mechanisch deel (de pompen, de elektrische besturing (inclusief processoren), de geleidestangen, schuiven en de afsluiters). Beide delen hebben een verschillende levensduur. De standaard levensduur voor het bouwkundige deel van het gemaal is 60 jaar, terwijl het elektrisch/mechanische deel na 10 tot 15 jaar aan vervanging toe is. 5.5.4 Kwaliteit Bergbezinkbassin/-leiding (BBB/BBL) Het beheer van de BBB en BBL is op orde.
De BBB bestaan uit een bouwkundig deel (ontvangst- en bezinkkelder), een elektrisch/mechanisch deel (de pompen, de elektrische besturing (inclusief processoren), kleppen, de geleidestangen, schuiven en de afsluiters). Beide delen hebben een verschillende technische levensduur: bouwkundig deel 60 jaar en elektrisch/mechanisch 10 tot 15 jaar. Een BBL heeft een bezinkleiding in plaats van een bezinkkelder. Hiervan is de levensduur 60 jaar (bouwkundig). 5.5.5 Kwaliteit pers- en drukleiding De pers- en drukleidingen hebben voldoende capaciteit voor het afvoeren van het afvalwater richting de AWZI of een volgend bemalingsgebied. De leidingen variëren in leeftijd van 25 tot 50 jaar. De standaard levensduur van pers- en drukleidingen bedraagt 70 jaar. 5.5.6 Kwaliteit drukrioleringsunits Het beheer van de drukrioleringsunits is in orde. De units zijn aangesloten op een meldsysteem. Als er toch storingen optreden, dan worden deze binnen de gestelde norm verholpen. De drukrioleringsunits bestaan uit een bouwkundig deel (de gemaalput) en een elektrisch/mechanisch deel (de pompen, de elektrische besturing en de geleidestangen). Beide delen hebben een verschillende levensduur. De betonnen gemaalputten hebben een levensduur van 50 jaar en worden gefaseerd vervangen. Het mechanische en elektrische deel is na ca. 10-15 jaar aan vervanging toe.
43
LEIDSE REGIO 5.6 Maatregelen Beheer en onderhoud gemeentelijke Riolering Iedere waterpartner voert de komende planperiode een pakket aan (onderhouds)maatregelen uit waarmee alle objecten en systemen functioneel onderhouden worden. Bij het programmeren van de maatregelen is (waar mogelijk) een combinatie gemaakt met het overig onderhoud in de openbare ruimte. Op basis van handmatige beoordeling van de kwaliteit door experts, gebruikservaringen en theoretische levensduren is onderhoud aan de overige rioleringsvoorzieningen zoals gemalen, drukriolering, vacuümriolering en pompunits geprogrammeerd. De maatregelen bestaan uit vervangingen, renovaties en reparaties. In Bijlage 5 is hiervan per gemeente een overzicht opgenomen.
Figuur 5.6.1. Illustratie “vervangingsmaatregelen” (bron Vizualism/Stichting RIONED)
Naast maatregelen voor functiebehoud of –herstel vindt ook onderhoud plaats met vaste frequenties. In Bijlage 4 is een overzicht van dit onderhoud en de gehanteerde frequenties per gemeente opgenomen. 5.6.1 Dagelijks onderhoud Het dagelijks of regulier onderhoud bestaat uit de volgende onderdelen, zie ook bijlage 5 Overzicht Onderhoudsmaatregelen. • • • • • • • •
Reinigen Zinkerconstructies Reinigen en inspecteren van een deel van de vrijvervalriolering Leegzuigen en reinigen kelders van hoofd-, drukgemalen, BBB’s en BBL’s Reinigen persleidingen (op indicatie) Controle en inspectie van de gemalen, drukgemalen, BBB’s en BBL’s Het uitvoeren van vereiste NEN-keuringen van de elektrische installaties van gemalen, drukgemalen en BBB`s Het uitvoeren van correctief onderhoud bij storingen Het verhelpen van meldingen en klachten van bewoners in openbaar gebied.
Dagelijks Onderhoud
Leiden
Leiderdorp
Zoeterwoude
Oegstgeest
Voorschoten
Reinigen zinkerleidingen (km)
33 (st)
5 (st)
1 per 3 jaar
-
0,4
nvt
50
12
4,5
10
20
13,5
Reinigen/Inspecteren Vrijverval (km) Reinigen persleidingen (km)
Wassenaar
correctief
correctief
correctief
correctief
correctief
correctief
Reinigen kelders (aantal)
202
87
20
60
96
153
Inspectie gemalen (aantal)
101
29
20
55
96
153
Tabel 5.6.1: overzicht dagelijks onderhoud zorgplicht afvalwater gedurende de planperiode
5.6.2 Groot Onderhoud Jaarlijks worden de pompen en/of onderstations van een aantal rioolgemalen vervangen. Dit is groot onderhoud. Hiervoor kan een voorziening ingericht worden om de fluctuaties in de begroting op te vangen. In onderstaande tabel is het aantal rioolgemalen weergegeven dat in deze planperiode groot onderhoud krijgt. Voor het totaaloverzicht wordt verwezen naar bijlage 5 Overzicht Onderhoudsmaatregelen.
44
LEIDSE REGIO
elek
2024 mech
Druk Rio
elek
2025 mech
Druk Rio
elek
2026 mech
Druk Rio
elek
2027 mech
Druk Rio
elek
2028 mech
Druk Rio
Leiden
24
16
4
24
16
3
24
16
5
24
16
5
24
16
4
Leiderdorp
10
7
5
11
7
5
10
7
0
11
7
0
10
7
0
Oegstgeest
4
1
6
3
6
1
4
5
1
-
2
1
-
-
1
Zoeterwoude
1
-
30
-
3
73
-
1
5
-
-
1
-
-
2
Voorschoten
2
9
3
6
5
8
4
4
5
6
Wassenaar
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
GO gemalen
3
4
3
4
Tabel 5.6.2: Overzicht groot onderhoud zorgplicht afvalwater gedurende de planperiode
5.6.3 Vervangingen In onderstaande tabel staat welke vervangingen deze planperiode plaatsvinden. Voor het totaaloverzicht, zie bijlage 5 Overzicht Onderhoudsmaatregelen.
Tabel 5.6.3. Overzicht vervangingen zorgplicht afvalwater gedurende de planperiode
5.7
Technische staat water
5.7.1 Oppervlaktewater Het areaal oppervlaktewater is in het beheerpakket van de gemeente Voorschoten en Wassenaar niet op orde. De waterkwaliteit in Voorschoten is over het algemeen slecht tot matig, waarbij een aantal parameters op grond van de Kader Richtlijn Water (KRW) en de Richtlijn Prioritaire Stoffen het toegestane maximum bereiken. Binnen de overige gemeenten in de Leidse Regio doet dit probleem zich niet of incidenteel en lokaal voor. Het oppervlaktewater binnen de Leidse Regio voldoet wel aan het waterprofiel zoals is opgenomen in de legger van Rijnland. 5.7.2 Waterspeelplaatsen Het water in waterspeelplaatsen is niet als zwemwater bestempeld. Er is ook geen normering voor de waterkwaliteit van waterspeelplaatsen. Het mag echter duidelijk zijn dat hoe dichter de waterkwaliteit van waterspeelplaatsen bij die van het zwemwater ligt hoe beter (zie ook paragraaf 6.3 van de beleidsmodule). 5.7.3 Waterbouwkundige kunstwerken In de gemeente Voorschoten en Wassenaar is het areaal van de waterbouwkundige kunstwerken in het beheerpakket niet op orde. In de overige gemeenten van de Leidse Regio is dit beter inzichtelijk. In de komende planperiode wordt dit onderdeel van het verbetertraject Basisdata op Orde. In 2023 is een nul 45
3
LEIDSE REGIO inspectie gedaan en wordt er een beheerplan opgesteld. De duikers in Voorschoten hebben door de veranderingen en ontwikkelingen in het riool en door klimaatveranderingen niet meer de juiste capaciteit. Dit wordt tijdens deze planperiode verder onderzocht. Op basis hiervan worden de maatregelen bepaald. De oeverbescherming verkeert (met name in Voorschoten) in een matige tot goede staat. De waterbouwkundige kunstwerken hebben afhankelijk van de functie en het gebruikte materiaal een levensduur variërend van 10 tot 60 jaar. De kwaliteit van de waterbouwkundige kunstwerken wordt vastgelegd (gemiddeld eens in de 6 jaar) door visuele en technische inspecties. 5.8
Beschrijving Functioneren AWZI’s: Verwerking
5.8.1 Inleiding In paragraaf 5.2 is gekeken naar de omvang van stedelijk afvalwater en zijn theorie en praktijk met elkaar vergeleken. Hiervoor zijn de gemeten waarden bij de awtg en awzi gebruikt. In deze paragraaf wordt ingezoomd op het functioneren van de zuiveringstechnische werken. Per zuiveringskring wordt aandacht besteed aan het afvalwatertransportsysteem en de bijbehorende awzi. Naast een capaciteitstoets komt ook de lange termijn assetplanning (LTAP) aan bod. 5.8.2
Kring overstijgende ontwikkelingen
Verwijderen van microverontreinigingen Medicijnresten (en andere microverontreinigingen) in oppervlaktewater zijn een groeiend probleem. Jaarlijks komt er ten minste 190.000 kilo aan medicijnresten in het oppervlaktewater terecht. In een ontwerp herziening van de EU-richtlijn stedelijk afvalwater is naast strengere eisen voor nutriënten ook het verplichte verwijderen van microverontreinigingen op de grotere awzi’s opgenomen. De twee zuiveringen in Leiden zullen qua grootte net wel of net niet aan deze eis moeten voldoen, mits het concept in deze vorm wordt vastgesteld. Qua termijn is voorlopig sprake van uiterlijk 2035. Daarna kan deze verplichting ook gelden voor kleinere awzi’s die lozen op gevoelig oppervlaktewater. Rijnland heeft de ambitie om de waterkwaliteit te verbeteren en heeft op de afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) Leiden Noord een extra stap aan het zuiveringsproces toegevoegd om meer medicijnresten uit het afvalwater te verwijderen nog voordat er een wettelijke verplichting geldt. Rijnland maakt voor de gerealiseerde PACAS-installatie (Powedered Activated Carbon in Activated Sludge) gebruik van een bijdrageregeling van het ministerie van I&W. Meerdere ziekenhuislocaties lozen op deze zuiveringslocatie. De lozing van awzi Leiden Noord heeft een relatief grote invloed op het watersysteem.
Awzi Leiden Zuidwest is wat betreft de impact op het watersysteem (en de potentiële winning van drinkwater uit oppervlaktewater) eveneens een interessante locatie voor het verwijderen van microverontreinigingen. Hier zijn echter voorlopig nog geen uitbreidingsstappen voor besloten. Of en wanneer deze awzi wordt uitgerust met een aanvullende zuiveringsstap is mede afhankelijk van de ontwikkelingen in de EU-wetgeving. Grondstoffenfabriek Zowel op awzi Leiden Noord als op awzi Leiden Zuidwest staat een slibgisting. Hier wordt uit slib biogas geproduceerd. Met behulp van een warmtekrachtkoppelinstallatie (WKK) wordt biogas omgezet in elektriciteit en warmte. Op termijn zal bij de slibverbrandingsinstallatie van HVC, waar het zuiveringsslib van Rijnland en een aantal andere waterschappen wordt verbrand, fosfaat worden teruggewonnen uit de as die overblijft na verbranding. Hier wordt onder andere ook het slib van awzi Leiden Zuidwest en awzi Leiden Noord verwerkt. Daarnaast kan steeds schoner effluent worden gezien als zoetwaterbron. Geregracht (verdeling van afvalwater tussen de zuiveringskringen) De afgelopen periode is opnieuw bekeken hoe de vierde pomp van rioolgemaal Geregracht het beste kan worden bedreven. N.a.v. de OAS Leiden is in 2013 besloten om de pomp geschikt te maken om extra afvalwater van het aanvoergebied Leiden Zuidwest naar Leiden Noord te verpompen.
Op deze manier kon de bouw van een nabezinktank op awzi Leiden Zuidwest (voorlopig) worden uitgesteld. In de huidige situatie is het niet zinvol om structureel gebruik te maken van deze oplossing, aangezien awzi Leiden Noord moeite heeft om de extra hoeveelheid afvalwater te verwerken. Het gemaal is wel instelbaar om bij werkzaamheden of calamiteiten alsnog een beperkte afvalwaterstroom naar Leiden Noord te sturen. De instellingen, werkafspraken en mogelijke redenen tot heroverweging in de toekomst zijn vastgelegd in een beheerdocument voor Geregracht (21.067480). 46
LEIDSE REGIO 5.8.3 Zuiveringskring Leiden Noord Zuiveringskring Leiden Noord is opgebouwd uit de eindgemalen awtg Engelendaal en awtg Warmond met de bijbehorende persleidingen en de awzi Leiden Noord (zie afbeelding 5.8.3.1).
Figuur 5.8.3.1. Overzicht AWZI Leiden Noord (foto nog voor renovatie van de sliblijn) 5.8.3.1
Functionele toets AWTS Leiden Noord
Om te bepalen of de gemalen aan de vereiste functie voldoen, is de gemeten capaciteit vergeleken met de theoretisch verwachte afvoer in de huidige en toekomstige situatie. Er wordt ontworpen/getoetst op de beleidsmatige normcapaciteit die afhankelijk is van het aantal inwoners, de hectares aangesloten oppervlak en bedrijfsafvalwater. Uitgangspunt bij het inslagpeil van de gemalen is, dat dit onder of gelijk aan de BOB is ingesteld. Alleen in overleg met gemeente kan hiervan worden afgeweken. Hiervoor is het essentieel dat gegevens op orde zijn en digitaal gedeeld worden, zodat ongewenste peilen gesignaleerd en besproken kunnen worden. De nieuwe werkwijze met de jaarlijkse AWTG-rapporten is daar het uitgelezen instrument voor. Voor de toets is de volgende codering aangehouden: Groen: voldoet; Oranje: onbekend; Rood: voldoet niet AWTG
Ontwerp-capaciteit
Gemeten capaciteit
Ingestelde capaciteit
Huidige situatie
Toekomstige situatie
[m3/u]
[m3/u]
[m3/u]
[m3/u]
[m3/u]
Warmond
275
277/2943)
275
293
273
Engelendaal
1.290
1.1502)
1292
1.150
1.150/978
Influentgemaal1) onbekend onbekend 1) Alleen aanvoer Leiden (Oegstgeest komt op hoogte binnen) 2) afspraak OAS Leiderdorp 3) Er zijn verschillende maximale debieten gemeten Tabel 5.8.3.1.1. Capaciteitsoverzicht eindgemaal Leiden Noord
onbekend
3.169
2.957
De capaciteit van AWTG Engelendaal is kleiner dan de normcapaciteit. Inmiddels is er een OAS Leiderdorp uitgevoerd. Hierin is geconcludeerd dat door de relatief grote bergingscapaciteit in het gemeentelijke rioolstelsel van Leiderdorp emissies naar het oppervlaktewater verantwoord zijn en de capaciteit van AWTG Engelendaal in de praktijk voldoet. Ook AWTG Warmond voldoet als er wordt getoetst aan de hoogst gemeten capaciteit. Op sommige momenten lijkt deze echter niet bereikt te worden. De capaciteit van het influentgemaal is in principe voldoende. De exacte capaciteit en de optimale pompinstellingen moeten nog wel verder worden onderzocht (het debiet is niet exact regelbaar). Er zijn geen bijzondere problemen met de gemalen of leidingen bekend. 47
LEIDSE REGIO 5.8.3.2
Maatregelen awts (lange termijn asset planning) Leiden Noord
De lange termijn asset planning (LTAP) voor de awtg’s wordt op dit moment verbeterd, rekening houdende met de zogenaamde Asset Health Indicator AWTG’s. Hierbij wordt gekeken naar het bouwjaar, het laatste jaar van renovatie en de planning voor renovatie in de tijd (LTAP). Voor de laatste versie van de LTAP is daar een risico element aan toegevoegd. Zo wordt het vervanging/renovatie jaar standaard gesteld op 30 jaar (WTB) en worden daar op basis van risico’s (DWA+RWA) jaren van afgetrokken. Zo is de laagste risicoscore -2 jaar en de hoogste risicoscore -6 jaar wat betekent dat een AWTG tussen de 24 en 28 jaar in de LTAP terugkomt. In het Meerjarenperspectief (MJP) t/m 2031 zijn geen bedragen opgenomen voor het renoveren van awtg’s in de kring Leiden Noord. Deze zijn relatief kortgeleden nog gerenoveerd. Functionele toets awzi Leiden Noord. Om te bepalen of de capaciteit van AWZI Leiden Noord voldoet is de ontwerp capaciteit vergeleken met de theoretisch verwachte afvoer in de huidige en toekomstige situatie. Hierbij is de volgende codering aangehouden: Groen: voldoet; Oranje: onbekend; Rood: voldoet niet Ontwerp Biologisch [i.e. 150gTZV]
140.000
Huidige situatie 2020 123.700 (o.b.v. meting) 143.800 (theoretisch)
Hydraulisch [m3/h] 5.200 4.643 *afhankelijk van startpunt meting of theoretische waarde en groei- en afkoppelscenario Tabel 5.8.3.2.1 Toets capaciteit awzi
Toekomstige situatie 2035 147.550-170.150* 4.643-4.268
Uit tabel 5.8.3.2.1 blijkt dat AWZI Leiden Noord in de huidige situatie voldoende capaciteit heeft om de theoretische aanvoer te verwerken. In de toekomst is er sprake van een biologische overbelasting. Deze kan deels gecompenseerd worden door hydraulische ruimte op de zuivering, hieraan zit echter een grens. Het zal de komende jaren essentieel zijn om nauwkeurig te monitoren of en wanneer de geplande ontwikkelingen (nieuwbouw en afkoppelen) worden gerealiseerd. Afbeelding 5.8.3.2.2 laat verschillende groei en afkoppelscenario’s zien. Hieruit blijkt dat de biologische belasting sneller toeneemt dan dat er wordt afgekoppeld. Dit benadrukt het belang van continue afstemming.
Afb. 5.8.3.2.2: Groei- en afkoppelscenario’s aanvoer awzi Leiden Noord
Daarnaast is het van belang dat niet meer water naar de zuivering wordt gepompt dan nodig/afgesproken. Daarvoor zijn de juiste instellingen van het influentgemaal belangrijk. Ook het goed functioneren van de 48
LEIDSE REGIO zandfilterinstallatie is noodzakelijk om de lozingseisen te behalen. Of de capaciteit van dit installatieonderdeel in de toekomst nog voldoende zal zijn, moet worden onderzocht. Alleen met het meest gunstige afkoppelscenario, evt. in combinatie met afvlakken van de aanvoer, en bij een goede slibbezinkbaarheid kan awzi Leiden Noord ook in de toekomst de aanvoer nog verwerken. In figuur 5.8.3.2.3 is de werkelijke biologische belasting van AWZI Leiden Noord vergeleken met de ontwerpbelasting uit de jaren 2018 tot en met 2022. De zuivering is volgens de metingen nog niet vol belast, maar de meting in 2020 komt in de buurt van de ontwerpcapaciteit.
Figuur 5.8.3.2.3 Gemeten biologische belasting AWZI Leiden Noord
De zuiveringsprestaties van AWZI Leiden Noord voldeden de afgelopen jaren niet altijd aan de strenge eisen voor stikstof en fosfaat (zie tabel 5.8.3.2.4). Aan de andere kant laten de resultaten zien dat de installatie wel in staat is aan deze eisen te voldoen. AWZI Leiden Noord is een kwetsbare installatie die veel aandacht vraagt bij het besturen van de processen. De awzi had de afgelopen jaren regelmatig te maken met incidenten. Deels zijn of worden deze opgelost door technische ingrepen in verschillende renovatierondes. Parameter CZV mg/l BZV mg/l Drogestof mg/l Totaal-N mg/l Totaal-P mg/l
2018 38 4 13 4,8 0,58
2019
2020
32 2 6 3,7 0,40
30 3 5 3,8 0,29
2021 30 3 7 5,3 0,43
2022 32 3 8 3,6 0,46
eis 125 8 (20) 12 (30) 4 0,4
Tabel 5.8.3.2.4 Zuiveringsprestaties AWZI Leiden Noord 2018-2022
5.8.3.3
Maatregelen awzi Leiden Noord (lange termijn asset planning)
Bij het eerste opstellen van een lange termijn asset planning (LTAP) in 2016 is nog uitgegaan van een verwachte technische levensduur van 15 jaar voor mechanisch elektrische onderdelen en van 50 jaar voor de betonnen constructies. Inmiddels werkt Rijnland met preventief onderhoud op basis van inspecties en conditiemetingen. Tijdige (niet te vroeg en niet te laat) tussentijdse renovaties en revisies zorgen voor een langere technische levensduur en daarmee lagere kosten. De levensduur van mechanische onderdelen wordt nu op 20-40 jaar geschat, die van civiele onderdelen op 60-80 jaar. In de LTAP worden voor de mechanische onderdelen termijnen van 20 tot 40 jaar en voor de civiele onderdelen 60 gehanteerd. Afbeelding 5.8.3.3.1 laat het bouwjaar per installatieonderdeel zien.
49
LEIDSE REGIO
Afb. 5.8.3.3.1: Bouwjaar per installatieonderdeel
Onderstaande tabel geeft de in het MJP opgenomen projecten en de daarvoor gereserveerde bedragen van 2024 t/m 2031 weer. De renovatie van de sliblijn bevindt zich in de afrondende fase. Tussentijds worden mogelijk nog andere (onderhouds)werkzaamheden n.a.v. inspecties ingepland. Met name wanneer deze gerelateerd zijn aan de aanvoerhoeveelheden is tussentijdse afstemming in de waterketen noodzakelijk.
AWZI Zuivering Slibverwerking
Project
Kostenraming 2024 t/m 2031 Renovatie waterlijn fase 2
€ 18.200.000
Vervangen beluchting i.v.m. energiebesparing
€ 5.000.000
Afronden renovatie slibgisting
€
650.000
Tabel 5.8.3.3.2: Samenvatting Meerjarenperspectief (MJP)
5.8.4 Zuiveringskring Leiden Zuidwest Zuiveringskring Leiden Zuid-West is opgebouwd uit de eindgemalen awtg Zoeterwoude en awtg Stompwijk met de bijbehorende persleidingen, een zinker en vrij vervalleiding uit Voorschoten, een persleiding van Groenendijk naar Zoeterwoude Rijndijk en de awzi Leiden Zuidwest.
50
LEIDSE REGIO
Figuur 5.8.4.1.1 awts en awzi zuiveringskring Leiden Zuidwest
5.8.4.1
Functionele toets awts Leiden Zuidwest
Om te bepalen of de gemalen aan de vereiste functie voldoen, is de gemeten capaciteit vergeleken met de theoretisch verwachte afvoer in de huidige en toekomstige situatie. Er wordt ontworpen/getoetst op de beleidsmatige normcapaciteit die afhankelijk is van het aantal inwoners, de hectares aangesloten oppervlak en bedrijfsafvalwater. Bij het ontbreken van meetgegevens wordt getoetst op de ontwerpcapaciteit. Voor de toets is de volgende codering aangehouden: Groen: voldoet; Oranje: onbekend; Rood: voldoet niet AWTG
Ontwerp-capaciteit
Gemeten capaciteit
Ingestelde capaciteit
Huidige situatie
Toekomstige
(m3/u)
(m3/u)
(m3/u)
(m3/u)
situatie (m3/u)
De Loethe
545
681
680
545
518
Stompwijk
65
61
64
81
76
5.2501)
onbekend
onbekend
4.734
4.317
Influentgemaal
1) kan worden opgetoerd naar 6.000m3/h, maar dit is niet wenselijk voor het zuiveringsproces Tabel 5.8.4.1.2. Toets capaciteit Leiden Zuidwest
Uit de toets blijkt dat de capaciteiten van de gemalen voldoen. Er is echter onduidelijkheid over de gemeten capaciteiten. Uitgangspunt bij het inslagpeil van de gemalen is, dat dit onder of gelijk aan de BOB is ingesteld. Alleen in overleg met gemeente kan hiervan worden afgeweken. Hiervoor is het essentieel dat gegevens op orde zijn en digitaal gedeeld worden, zodat ongewenste peilen gesignaleerd en besproken kunnen worden. De nieuwe werkwijze met de jaarlijkse AWTG-rapporten is daar het uitgelezen instrument voor. In afgelopen iWKP periode is de afvoer van afvalwater bij regenweer van Voorschoten naar de zuivering onderzocht in relatie tot het functioneren van de onder vrij verval verbonden riolering van gemeenten Voorschoten en Leiden. Uit de berekeningen is gebleken dat Voorschoten in verhouding wat meer overstort verwerkt (2 à 3 %) dan Leiden. Hoewel afkoppelen van regenwater uiteindelijk de enige echte oplossing is om overstort te voorkomen, is in samenwerking besloten een extra overstort te maken op de Korte Vliet. Dit om het stelsel van Voorschoten te ontlasten, door een gedeelte van het overstort water naar groot water te brengen. Rijnland realiseert deze overstort in combinatie met de renovatie van de zinker onder de Korte Vliet (tot aan verzamelput voor awzi Leiden Zuidwest). Planning is dat deze overstort eind 2024 gereed is.
Verder zijn er geen bijzondere problemen met de gemalen of leidingen bekend.
51
LEIDSE REGIO 5.8.4.2
Maatregelen awts Leiden Zuidwest (lange termijn asset planning)
De lange termijn asset planning (LTAP) voor de awtg’s wordt op dit moment verbeterd rekening houdende met de zogenaamde Asset Health Indicator AWTG’s. Hierbij wordt gekeken naar het bouwjaar, het laatste jaar van renovatie en de planning voor renovatie in de tijd (LTAP). Voor de laatste versie van de LTAP is daar een risico element aan toegevoegd. Zo wordt het vervanging/renovatie jaar standaard gesteld op 30 jaar (WTB) en worden daar op basis van risico’s (DWA+RWA) jaren van afgetrokken. Zo is de laagste risicoscore -2 jaar en de hoogste risicoscore -6 jaar wat betekent dat een AWTG tussen de 24 en 28 jaar in de LTAP terugkomt. In het Meerjarenperspectief (MJP) is momenteel € 500.000 gereserveerd voor werkzaamheden aan gemaal de Loethe. Voor de vrij vervalleiding Voorschoten is/was vanaf 2022 €1.000.000 geraamd. 5.8.4.3
Functionele toets awzi Leiden Zuidwest
Om te bepalen of de capaciteit van AWZI Leiden Zuidwest voldoet, is de ontwerp capaciteit vergeleken met de theoretisch verwachte aanvoer in de huidige en toekomstige situatie. Hierbij is de volgende codering aangehouden: Groen: voldoet; Oranje: onbekend; Rood: voldoet niet Ontwerp Biologisch
[i.e. 150g TZV]
122.000
Huidige situatie (2020) 118.300 (o.b.v. meting) 145.350
Toekomstige situatie (2035) 135.000-160.400*
(theoretisch) Hydraulisch [m3/h]
5.250
5.279
5.279-4.835*
*afhankelijk van startpunt meting of theoretische waarde en groei- en afkoppelscenario Tabel 5.8.4.3.1. Toets capaciteit awzi Leiden Zuidwest
Uit de toets blijkt dat de biologische ontwerpcapaciteit in de huidige situatie al nagenoeg is bereikt. In de toekomst is sprake van een capaciteitstekort. Hydraulisch ontstaat er enige ruimte door afkoppelen. Dit is hard nodig om de biologische tekorten voor een deel te kunnen compenseren. Het is de komende jaren essentieel om nauwkeurig te monitoren of en wanneer de geplande ontwikkelingen (nieuwbouw en afkoppelen) worden gerealiseerd, maar het is zeer aannemelijk dat met het huidige afkoppeldoel de zuivering op termijn uitgebreid zal moeten worden (bijvoorbeeld door bouw van een eerder uitgestelde nabezinktank). Op de langere termijn is ook de beluchtingscapaciteit kritisch. Afbeelding 5.8.4.3.2 laat verschillende groei en afkoppelscenario’s zien. Hieruit blijkt dat de biologische belasting sneller toeneemt dan dat er wordt afgekoppeld. Dit benadrukt het belang van continue afstemming.
Afb. 5.8.4.3.2. Groei- en afkoppelscenario’s aanvoer awzi Leiden Zuidwest
52
LEIDSE REGIO AWZI Leiden Zuidwest is een aantal jaar gelden geleden gerenoveerd en uitgebreid met een nieuwe voorbezinktank. Deze functioneert niet zoals bedacht. Momenteel loopt een project om de voorbezinktank alsnog op een goede manier te kunnen bedrijven. Het functioneren van de voorbezinktank zal daarna goed moeten worden gemonitord. In figuur 5.8.4.3.3 is de werkelijke biologische belasting van AWZI Leiden Zuidwest vergeleken met de ontwerpbelasting over de jaren 2018 tot en met 2022. De belasting varieerde de afgelopen jaren sterk en lag rond de ontwerpbelasting. Het is niet duidelijk of er sprake is van een stijgende lijn of dat dit beeld wordt veroorzaakt door toevallige variaties in de meting.
Figuur 5.8.4.3.3 Gemeten biologische belasting AWZI Leiden Zuidwest
De zuiveringsprestaties van AWZI Leiden Zuidwest voldoen sinds 2020 in principe aan de eis (zie figuur 5.8.4.3.4.)
Parameter CZV mg/l BZV mg/l Drogestof mg/l Totaal-N mg/l Totaal-P mg/l
2018 38 4 15 6,2 0,73
2019 42 4 15 6,6 1,00
2020 35 4 7 4,7 0,45
2021
2022
33 4 6 4 0,36
32 3 6 4,9 0,52
eis 125 8 (20) 12 (30) 6 0,6
Tabel 5.8.4.3.2 Zuiveringsprestaties AWZI Leiden Zuidwest
5.8.4.4
Maatregelen awzi Leiden Zuidwest (lange termijn asset planning)
Bij het eerste opstellen van een LTAP in 2016 is nog uitgegaan van een verwachte technische levensduur van 15 jaar voor mechanisch elektrische onderdelen en van 50 jaar voor de betonnen constructies. Inmiddels werkt Rijnland met preventief onderhoud op basis van inspecties en conditiemetingen. Tijdige (niet te vroeg en niet te laat) tussentijdse renovaties en revisies zorgen voor een langere technische levensduur en daarmee lagere kosten. De levensduur van mechanische onderdelen wordt nu op 20-40 jaar geschat, die van civiele onderdelen op 60-80 jaar. In de LTAP worden voor de mechanische onderdelen termijnen van 20 tot 40 jaar en voor de civiele onderdelen 60 gehanteerd. Afbeelding 5.8.4.4.1 laat het bouwjaar per installatieonderdeel zien.
53
LEIDSE REGIO
Afb. 5.8.4.4.1: Bouwjaar per installatieonderdeel
Onderstaande tabel geeft de in het MJP opgenomen projecten en de daarvoor gereserveerde bedragen t/m 2031 weer. De renovatie van de sliblijn bevindt zich in de afrondende fase. Tussentijds worden mogelijk nog andere (onderhouds-)werkzaamheden n.a.v. inspecties ingepland. Met name wanneer deze gerelateerd zijn aan de aanvoerhoeveelheden is tussentijdse afstemming in de waterketen noodzakelijk. In tabel 5.8.4.4.2 staan de geraamde kosten voor de periode 2024 t/m 2031. AWZI
Zuivering
Slibverwerking
Project
Kostenraming t/m 2031
Renovatie fase 2
€ 5.000.000
Fase 3
€ 1.000.000
Perforatierooster of strainpers
€ 2.000.000
Amoveren oude kantine/bedrijfsgebouw
€ 350.000
Hoofdverdeler vervangen
€ 650.000
n.v.t.
n.v.t.
Tabel 5.8.4.4.21: Samenvatting Meerjarenperspectief (MJP)
5.8.5 Zuiveringskring Wassenaar (afvoer naar Delfland) Zuiveringskring Wassenaar is opgebouwd uit de eindgemalen awtg van Zuylen van Nijevelt, awtg Backershagen en awtg Stoeplaan met de bijbehorende persleidingen (zie figuur 5.8.5.1). Het afvalwatertransportsysteem voert af naar het Hoogheemraadschap van Delfland.
54
LEIDSE REGIO
Figuur.5.8.5.1. awts zuiveringskring Wassenaar 5.8.5.1
Functionele toets awts Wassenaar
Aan de hand van de in tabel 5.8.5.1.1. weergegeven gemaalcapaciteiten (theorie en praktijk is te zien of de transportwerken voldoende capaciteit hebben om de aanvoer nu en in de toekomst te verpompen. Om te bepalen of de capaciteit van awts Wassenaar voldoet, is de ontwerp capaciteit vergeleken met de theoretisch verwachte afvoer in de huidige en toekomstige situatie. Hierbij is de volgende codering aangehouden: Groen: voldoet; Oranje: onbekend; Rood: voldoet niet AWTG
Ontwerpcapaciteit
Gemeten capaciteit
Huidige situatie
Toekomstige situatie
[m3/h]
[m3/h]
[m3/h]
[m3/h]
Van Zuylen van Nijevelt
1550
1502
1330
1300
Backershagen
240
250
60
60
Stoeplaan
460
462
400
375
Tabel 5.8.5.1.1. gemaalcapaciteiten awts Wassenaar (zoals bekend in DAMO)
Er zijn geen bijzondere problemen met de gemalen of leidingen bekend. 5.8.5.2
Maatregelen awts Wassenaar
De lange termijn asset planning (LTAP) voor de awtg’s wordt op dit moment verbeterd rekening houdende met de zogenaamde Asset Health Indicator AWTG’s. Hierbij wordt gekeken naar het bouwjaar, het laatste jaar van renovatie en de planning voor renovatie in de tijd (LTAP). Voor de laatste versie van de LTAP is daar een risico element aan toegevoegd. Zo wordt het vervanging/renovatie jaar standaard gesteld op 30 jaar (WTB) en worden daar op basis van risico’s (DWA+RWA) jaren van afgetrokken. Zo is de laagste risicoscore -2 jaar en de hoogste risicoscore -6 jaar wat betekent dat een AWTG tussen de 24 en 28 jaar in de LTAP terugkomt. In het Meerjarenperspectief (MJP) t/m 2031 is geen budget voor deze drie gemalen gereserveerd. De laatste renovatie was in 2012. 5.9 Onderzoeksmaatregelen AWZI: Verwerking Deze paragraaf vat de (onderzoeks-)maatregelen voor de verwerking van afvalwater samen. Maatregelen awts. -
Jaarlijkse controle en evt. optimalisatie van inslagpeilen aan de hand van het awtg-rapport. 55
LEIDSE REGIO -
Meten kritieke tijd samen met gemeentelijke gemalen en onderzoek naar betekenis voor mogelijke calamiteiten. Onderzoek naar de werkelijke en benodigde capaciteiten van awtg Warmond en awtg Stompwijk. Onderzoek naar de mogelijke instellingen en de benodigde instelbaarheid van de capaciteit van het influentgemaal Leiden Noord om niet meer afvalwater af te nemen dan per se nodig. Realiseren extra overstort en renoveren leiding/zinker Voorschoten.
Maatregelen awzi. - Halfjaarlijks monitoren realisatie en aanpassing plannen nieuwbouw en afkoppelen. -
-
Aan de hand daarvan beoordelen van de zuiveringscapaciteit van beide zuiveringen en in gang zetten benodigde aanpassingen/uitbreidingen (bijv. bouw nabezinktank awzi Leiden Zuidwest of aanpassingen zandfilter Leiden Noord). In gebruik nemen voorbezinktank awzi Leiden Zuidwest.
Maatregelen voor meerdere zuiveringskringen. -
Onderzoek naar mogelijke extra inspanningen om aanvoer naar zuiveringen verder te beperken of af te vlakken. Onderzoek naar mogelijkheden herverdeling afvalwater LBSP tussen awzi Katwijk en awzi Leiden Noord, incl. doelmatigheid verplaatsen lozing van het LUMC. Verkennen toekomst locaties awzi Leiden Noord en Leiden Zuidwest; uitvoeren regiostudie kuststrook. Vertalen nieuwe wetgeving (herziening EU-richtlijn stedelijk afvalwater) naar concrete opgave voor het extra verwijderen van nutriënten en microverontreinigingen. Uitvoeren energiescan.
5.10 Onderzoeksmaatregelen Leidse regio planperiode 2024-2028 In onderstaande tabel is weergegeven wat de onderzoeksmaatregelen zijn die in de komende planperiode binnen de Leidse regio uitgewerkt gaan worden. Tevens zijn hierbij de bedragen opgenomen die beschikbaar zijn voor de uitvoering van de onderzoeken.
Onderzoeksmaatregelen Planperiode 2024-2028 Opstellen Afvoerstructuurplannen Verbeteren/inrichten meetnet riolering Invoeren Risicogestuurd beheer/Asset Management
Hfst module
5 Volksgezondheid 6 Droge voeten
Leids Grondwatermodel regionaal maken Beheer als 1: gezamenlijk beheer gemalen Onderzoek verkeerde aansluitingen DWA op HWA Deelnemen expertise inbrengen 2e ronde Stresstest Klimaatadaptatie Droog Weer Afvoer Analyse (DWAAS) Leeuwenhoek LBSP Dataportal/Databureau door ontwikkelen
Leiderdorp
X € €
Oegstgeest
X 50.000
€
X
7 Samenwerking LR
€
X 45.000
€ X
X
X
€
€
50.000
€
€
20.000
€
10.000
€
€
€
10.000
€ X
7 Samenwerking LR
X
X
X
X
X
€
7.500
€
X 10.000
€
5.000
5. Volksgezondheid
X
X
6 Droge Voeten
X
X
5 Volksgezondheid
X
X
5 Volksgezondheid
X
5 Volksgezondheid
X
X
6 Droge Voeten
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
7.500
€
X €
7.500
5.000
X
X
X
X
X
X
X
10.000
X 5.000
€
X €
Beleidsmodule
Twee keer per jaar Actualiseren Prognoses i.c.m smalle waterkwaliteitsspoor 5. Volksgezondheid toets
10.000 X
X €
6. Leefomgeving & Milieu
5.000,00 € X
Hfst 2 Maatregelmodule
X
X
X
1.000
€
X
X
X
X X €
X
X
X 5.000
X
€
5.9 Maatregelmodule
X
X 2.500
X €
X 5.000
X
5.000,00 €
Opstellen BRP 7.3 Maatregelmodule
gereed
20.000
€
Beleidsmodule
X 7.500 X
5.000
€
onderzoek mogelijkheden binnen het stedelijk gebied de waterkwaliteit te verbeteren (KRW)
X
?
€
X
X
X
?
€
€
X
X 75.000
X
€
X
X
X
X
X
5.000
X
gereed
X 40.000
X
5. Volksgezondheid
X
X
X 35.000
Rijnland
20.000 X
X
X 10.000
€
X 1.000
Dunea
X 15.000
7 Samenwerking LR
Onderzoek stimuleren bewoners aansluiten voorkant woning bij afkoppelen
Onderzoek ongerioleerde panden cf procedure ongerioleerde lozingen en dataportal
€
X €
Voorschoten
X 40.000
X 20.000
X
Zoeterwoude
X 20.000
Beleidsmodule
Data basis op orde: Onderzoek opzet en standaardisatie basisdata, invoeren 7 Samenwerking LR GWSW Beleidsmodule Waterloket verbeteren en Klachtenprocedure conform SufMeld 2.0
Leiden
6 Droge voeten
5.000,00
X 15.000
X
X
X
X
X
X
X
X
X
€
1.000
Onderzoeksmaatregelen AWZI Onderzoek kwetsbaarheid personeel verlagen
X €
50.000,00
Tabel 5.10.1 Onderzoeksmaatregelen planperiode Leidse Regio
56
LEIDSE REGIO 6
MAATREGELEN PER FUNCTIONELE DOELSTELLING: DROGE VOETEN
6.1
Doel en plaats in de waterketen
Op peil houden kwaliteit leefomgeving (hemelwater, grondwater; droge voeten)
Gemeenten
Inzamelen, transporteren en lozen van hemelwater en het waar mogelijk handhaven van grondwaterpeilen. Geldend voor zowel waterkwaliteit als waterkwantiteit
De plaats in de waterketen, zie figuur 1.3.1, waar de meeste activiteiten zijn de stappen 3, 4 en 5: ontstaan van stedelijk afvalwater en de inzameling en het transport naar de zuivering of hemelwateruitlaten. 6.2
Droge Voeten: Maaiveld
6.2.1 Klimaat Hevige buien gaan door klimaatontwikkeling vaker voor komen. De afvoercapaciteit van de riolering is dan ontoereikend. Er komt water op het maaiveld te staan of water komt over het maaiveld tot afstroming. Dit kan leiden tot hinder en/of overlast. Vanwege de verwachte en onvoorspelbare variatie in hevigheid van buien is het niet mogelijk voor de verwerking en berging van alle buien maatregelen te treffen die overlast gaan voorkomen. Voor inwoners en gebruikers betekent dit dat het ontstaan van wateroverlast door de klimaatverandering iets is waar zij rekening mee moeten gaan leren houden. Inmiddels heeft elke gemeente in de Leidse Regio een klimaatstresstest uitgevoerd. Op basis hiervan worden de risicodialogen gevoerd. Vervolgens kunnen eventuele maatregelen bepaald worden. 6.2.2 Functioneren tijdens normale omstandigheden De gemeenten hebben het functioneren van het rioolstelsel in beeld gebracht door berekeningen te laten uitvoeren voor neerslagsituaties met een herhalingstijd van 2, 5 en 10 jaar. Dit zijn nog berekeningen volgens de klassieke rekenmethode 1D en geven een eenvoudig beeld van de situatie “water op straat”. Afstroming van water over straat is daarbij niet in beeld gebracht. Rijnland toetst het functioneren van het watersysteem door toepassing van de watertoets.
Hierin zijn belangen op het gebied van waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit getoetst. 6.2.3 Bekende Wateroverlastlocaties Leidse regio Binnen elke gemeente liggen bekende wateroverlastlocaties. De verschillende gradaties van wateroverlast ten gevolge van hemelwater zijn: ➢ ➢ ➢
hinder, kort durend beperkte hoeveelheden ‘water op straat’, met een duur in de orde van 15 –30 minuten; ernstige hinder, forse hoeveelheden ‘water op straat’, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksel, met een duur in de orde van 30 – 120 minuten; overlast, langduriger en op grotere schaal ‘water op straat’, water in winkels, woningen met materiele schade en mogelijk ook ernstige belemmering van het (economische) verkeer.
In onderstaande tabel zijn de bekende wateroverlastlocaties in de Leidse Regio weergegeven. Leiden Locatie/Adres +situatieschets
Oplossing
Geen bekende wateroverlast locaties
Jaar Uitvoering n.v.t.
n.v.t.
Leiderdorp Locatie/Adres +situatieschets
Oplossing
Geen wateroverlastlocaties bekend
Jaar Uitvoering n.v.t.
n.v.t.
Oegstgeest Locatie/Adres +situatieschets
Oplossing
Jaar Uitvoering
Geen wateroverlastlocaties bekend
Zoeterwoude Locatie/Adres +situatieschets
Oplossing
Jaar Uitvoering n.v.t.
Geen wateroverlastlocaties bekend
n.v.t.
Voorschoten Locatie/Adres +situatieschets Leidseweg Noord (Noord Hofland) toenemende hoge grondwaterstand. Wijk Noord Hofland toenemende hoge grondwaterstand Adegeest toenemende hoge grondwaterstand Vlietwijk hoge grondwaterstand Leidseweg Noord vuilwater op straat Middelgeestlaan/Starrenburglaan
Oplossing In onderzoek. Te complex voor een directe oplossing. Nader onderzoeken wordt aangepakt tijdens project 2023-2026 Loopt in project Vlietwijjk. Afhankelijk van resultaten project. Heeft relatie met afvoer naar zuivering. Overstort korte vliet moet hier effect op hebben dicht zetten waterinlaat aanpassen stelstel (HWA/DWA)
Jaar Uitvoering 2023/2024 n.n.b. 2023 2023/2024 2023 2023
Wassenaar Locatie/Adres +situatieschets Molenplein en Sandhorstlaan
Oplossing Locaties met lage maaiveld. De oplossingen zijn niet volledig en duur.
Jaar Uitvoering niet bekend
Tabel 6.2.3.1 Overzicht bekende wateroverlastlocaties
57
LEIDSE REGIO
6.2.4 Communicatie Droge Voeten en klimaatadaptatie In het kader van klimaatadaptatie en met name het tegengaan van de effecten van periodes van droogte, is hoe we omgaan met regenwater belangrijk. Regenwater kan niet alleen teruggebracht worden in de bodem om de sponswerking van de ondergrond te bevorderen, maar ook hergebruikt worden. Bij het hergebruik van hemelwater als grijswater heeft het de voorkeur wanneer dit water gebruikt wordt voor bijvoorbeeld bevloeiing van dakbeplanting, het tegengaan van hittestress en het tegengaan van uitdroging van de bodem. Ook (huishoudelijk) hergebruik is mogelijk, dan wordt bespaard op drinkwaterverbruik. Een extra voordeel is dat hemelwater veel minder kalk bevat dan drinkwater. Daarom kan met een eigen hemelwatersysteem ook bespaard worden op was- en reinigingsmiddelen. Daarnaast kan regenwater voor andere doeleinden gebruikt worden als bevloeiing van bomen en groenvoorziening of hergebruikt als grijs water. De mogelijkheden voor hergebruik van hemelwater zijn nog relatief onbekend. Daarom willen we deze planperiode een communicatie-instrument ontwikkelen om meer bekendheid te geven aan de mogelijkheden van hergebruik of benutten van water. 6.3
Droge Voeten: Riolering
6.3.1 Dimensionering rioolbuis Het landelijke regenwaterbeleid steunt op het principe van: 1. 2. 3. 4.
aanpak bij de bron (voorkomen van verontreiniging en hergebruik); vasthouden en bergen; gescheiden afvoeren van (afval)water; integrale afweging op lokaal niveau.
Hierbij dient lokaal een integrale afweging gemaakt te worden. De maatregelen behoren doelmatig te worden toegepast, verantwoordelijkheden worden per partij geformuleerd en de gemeente is regisseur. De gemengde riolering en de regenwaterriolering in de Leidse Regio voldoen voor het overgrote deel aan de landelijke richtlijn voor de afvoercapaciteit voor regenwater. De afvoercapaciteit wordt getoetst door middel van modelberekeningen. Indien afvalwater en hemelwater worden ontkoppeld, wordt het hemelwaterriool gedimensioneerd op bui 10, het verwerken van 35,7 mm. Bij nieuwbouw en herinrichting van de fysieke leefomgeving dient dan aanvullend minimaal 34,3 mm verwerkt te kunnen worden door hetzij aanvullende ondergrondse (tijdelijke) berging of door (tijdelijke) berging en afstroming via het maaiveld. 6.4 Droge Voeten: Grondwater De gemeente is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. E.e.a. voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet behoort tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk. De gemeente is aanspreekbaar, maar niet aansprakelijk voor schade aan gebouwen als gevolg van te hoge of te lage grondwaterstanden en funderingsproblemen.
Zie ook de Beleidsmodule paragraaf 5.12. Wel moet de gemeente waakzaam zijn bij tijdelijke onttrekkingen van grondwater en de mogelijke gevolgen daarvan voor gewassen, wegen en bouwwerken. Een ‘bouwwerk’ dient volgens het Besluit Bouwwerken Leefomgeving waterdicht te zijn. De grondwaterstand is mede afhankelijk van het waterpeilbeheer van het hoogheemraadschap van Rijnland. Het beperken of voorkomen van grondwateroverlast is een samenspel van diverse factoren en actoren en daarmee alleen vanuit de rol van de gemeenten niet tot nauwelijks te beheersen. Als algemeen uitgangspunt wordt door de gemeenten gehanteerd dat in bebouwde gebieden sprake is van voldoende drooglegging en ontwateringsdiepte, zodat optrekkend vocht vanuit kruipruimten zoveel mogelijk wordt voorkomen of wordt beperkt. 6.4.1 Droge Voeten: Nieuwbouw en grondwater Uit- /inbreidingen en grondwater Bij uit- en inbreidingen (bijvoorbeeld woningbouw) moet in de planfase aandacht besteed worden aan grondwater. De initiatiefnemer behoort onderzoeken te verrichten ter onderbouwing van zijn plan om grondwateroverlast (te hoge grondwaterstand) en grondwateronderlast (bijvoorbeeld fluctuaties ten gevolge 58
LEIDSE REGIO van periodes van droogte) zoveel mogelijk te voorkomen. Hierbij moet de relatie met de overige disciplines binnen de openbare ruimte zichtbaar gemaakt worden. De eventueel hiermee gemoeide kosten van noodzakelijke maatregelen moeten ten laste komen van de (grond)exploitatie. Onderhoudsprojecten en grondwater Bij onderhoudsprojecten moet in de ontwerpfase aandacht besteed worden aan grondwater. Onderdeel van het project is een onderbouwing, op basis van onderzoek, voor de te nemen maatregelen om grondwateroverlast te voorkomen bij voldoende ontwateringsdiepte. Hierbij moet de relatie met de overige disciplines binnen de openbare ruimte zichtbaar gemaakt zijn. De kosten komen ten laste van de (vervangings)investeringen (het project). Afstemming boven- en ondergrond Zowel ondergronds als bovengronds wordt een ruimtebeslag gelegd. Ondergronds en bovengronds moeten tijdens het planproces (zowel voor uitbreidingen als onderhoudsprojecten) op elkaar afgestemd worden, waarbij de maatregelen voor grondwater geen nadelen voor de overige disciplines in de openbare ruimte mogen hebben. Zie ook hoofdstuk 6.6 van de Beleidsmodule. 6.4.2 Grondwatermeetnet In elke gemeente ligt een grondwatermeetnet. Dit bestaat uit peilbuizen waarmee periodiek de grondwaterstand gemeten wordt. Aantal peilbuizen Grondwatermodel (ja/nee)
Leiden 156 ja
Leiderdorp 36 nee
Zoeterwoude 14 nee
Oegstgeest 21 nee
Voorschoten 35 nee
Wassenaar 25 nee
Tabel 6.4.2.1 Overzicht grondwatermeetnet
In Leiden is sinds 2017 een grondwatermodel beschikbaar. Een grondwatermodel is een belangrijk instrument voor een gemeente om inzicht te krijgen in de werking van het grondwatersysteem. Het richt zich op het stedelijk gebied van de gemeente. Een dergelijk model kan door gemeenten worden ingezet als praktisch stuk geohydrologisch gereedschap. Het grondwatermodel is geschikt voor beoordeling van de grondwatersituatie op buurtniveau. Door het gebruik van een gestructureerde GIS-database is het gemakkelijk om verder te detailleren voor studies op lokaal niveau (straatniveau). Met een grondwatermodel ontstaat vlak dekkend inzicht in de grondwatersituatie. Met deze informatie kunnen aandachtsgebieden en kansrijke gebieden worden geïdentificeerd. Het model is in Leiden bijvoorbeeld ingezet om voor de omgevingsvisie 2040 inzichtelijk te maken welke buurten gevoelig zijn voor potentiële grondwateroverlast ten gevolge van klimaatverandering. In deze planperiode wordt onderzocht of het model uitgebreid kan worden voor de gehele Leidse Regio. Uit tabel 6.4.2.1. valt op te maken dat Voorschoten geen meetpunten heeft. De gemeente Voorschoten had van 2010 tot 2014 een grondwatermeetnet van 20 meetpunten. Deze werden handmatig gemeten. Onderhoud is hierop echter nooit uitgevoerd, zodat metingen niet meer betrouwbaar bleken.