Bijlage 2 Eindverslag inspraakprocedure.docx
Tekst van het document
Bijlage 2 - Eindverslag inspraakprocedure 1. Onderwerp inspraakprocedure Inspraak is verleend op het voornemen om de Verordening inwonerparticipatie gemeente Wassenaar vast te stellen. 2. Verloop inspraakprocedure De raad heeft op 30 maart 2021 besloten om het ontwerp van de Verordening inwonerparticipatie. Tijdens de terinzageleging tot 2 augustus 2021 konden zienswijzen schriftelijk naar voren worden gebracht. De Vrienden van Wassenaar hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. 3. Reactie op de vragen en opmerkingen van de Vrienden van Wassenaar De vragen gaan vergezeld van toelichtende opmerkingen. De eigenlijke vraag wordt hierna grijs gemarkeerd. Opmerking over meebepalen Hierbij valt wel op dat de term “meebeslissen“ bewust niet is gehanteerd. In de uitleg wordt wel expliciet aangegeven dat bij de keuze van meebepalen bedoeld wordt dat de gemeente in dit geval (binnen kaders) de participanten laat (mee)beslissen. Voorwaar een lofwaardige insteek! Het verdient aanbeveling dit aspect meer te benadrukken in het Raadsbesluit zelf. Reactie op de opmerking over meebepalen Wij zijn het er mee eens dat in “meebepalen” tot uiting komt dat (mee)beslissen plaatsvindt binnen kaders. Voor wat betreft de kaderstellende en bewakende rol van het gemeentebestuur is er geen “loslaten”.
Wij menen dat zulk “meebepalen” in de voorgestelde verordening goed aan de orde komt door de vermelding bij het verplichte beslispunt over het niveau van participatie in artikel 2.1.3. Zie ook de Nota van toelichting bij artikel 2.1.3 de tabel in het laatste gedeelte over “meebepalen”.
Vraag 1 Met deze nieuwe verordening lijkt de gemeente aan te sluiten op het initiatiefwetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau. Dit initiatiefwetsvoorstel heeft tot doel de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van hun (o.a.) gemeente te vergroten. Ook wordt het uitdaagrecht, als specifieke vorm van participatie, wettelijk verankerd. Bij het opstellen van de participatieverordening heeft de gemeenteraad de ruimte om rekening te houden met de lokale behoeften en omstandigheden. Heeft de gemeente Wassenaar àlle met het initiatiefwetsvoorstel beoogde vernieuwingen overgenomen in de ontwerpverordening? Dit lijkt het geval te zijn, maar de VvW zou graag van het college vernemen of dit daadwerkelijk het geval is, en zo nee, welke aspecten niet zijn overgenomen en wat daarvoor de reden is. Reactie op vraag 1 Zowel het ter consultatie gepresenteerde voorstel voor een Wet versterking participatie op decentraal niveau als het voor inspraak vrijgegeven ontwerp van de verordening betreft de vervanging van de inspraakverordening door een gemoderniseerde regeling met een breder bereik. En in het daarbij mee (kunnen) nemen van het uitdaagrecht.
Wij geven er de voorkeur aan om niet te wachten tot de wet is aangenomen, maar nu al nieuwe verordening vast te stellen basis van de ambities vanuit ons lokale beleid, dat is vastgelegd in de Nota ‘Zo werken wij samen in Wassenaar’.
Mocht het wetsvoorstel worden ingediend en aangenomen, dan betekent dat een wijziging van de Gemeentewet. De bepalingen in de Gemeentewet staan in dat geval boven onze verordeningen, die indien nodig daarop worden aangepast.
Vraag 2 Op welke wijze is rekening gehouden met lokale behoefte en omstandigheden? Reactie 2 Maatwerk maakt het mogelijk om rekening te houden met lokale behoeften en omstandigheden. Dat wordt mogelijk gemaakt in diverse bepalingen van het ontwerp van de verordening. Als inwonerparticipatie wordt toegepast zijn, moeten tien keuzes worden gemaakt (artikel 2.1.3, eerste en tweede lid). Bij een inspraakprocedure kan worden afgeweken van de standaardprocedure (artikel 3.4, tweede lid). Bij het verlenen van overheidsparticipatie moeten keuzes worden gemaakt en kan rekening worden gehouden met het draagvlak (artikel 4.3.2, tweede en derde lid). Maatschappelijke initiatieven betreffen per definitie lokale behoefte en omstandigheden (artikel 4.1.1). Dat is ook het geval met het uitdaagrecht dat een lokale voorzieningen of taken van het college betreft (artikel 4.4.1). Als wij nader regels vaststellen over het uitdaagrecht, moeten wij rekening houden met het draagvlak en de belangen van andere inwoners en de eveneens lokale maatschappelijke partijen (artikel 4.4.4).
Vraag 3 In artikel 2.1.4 lid d van het Raadsbesluit wordt uiteengezet dat in het eindverslag van een participatietraject de reactie van het Bestuursorgaan op de inbreng van de participanten, met redenen omkleed wordt vermeld. VvW wil benadrukken, dat de “met reden omklede reactie” meer dient te bevatten dan algemene formuleringen in de trant van: “overwegende bezwaren”. Een meer expliciete uitleg zijdens het Bestuursorgaan, op basis van welke achterliggende overwegingen een voorstel zijdens participanten werd afgewezen, lijkt mandatoir. Hiermee wordt voorkomen dat, zoals nu soms het geval is, de inwoners die zich hebben ingespannen om inhoudelijk bij te dragen aan het resultaat, worden afgescheept met woorden waarin zij hun bijdrage niet herkennen of erger: waarin zij hun bijdrage in het geheel niet terug zien. Wil het college duidelijk maken op welke wijze zij wil laten zien dat de bijdrage van de inwoners daadwerkelijk meetelt in het definitieve voorstel aan de gemeenteraad. Reactie 3 Wij zijn het ermee eens dat participanten niet mogen worden afgescheept. In de nota ‘Zo werken wij samen in Wassenaar’ is beschreven op welke wijze met hun inbreng van participanten wordt omgegaan: ‘De gemeente weegt de inbreng van belanghebbenden aantoonbaar mee in de uiteindelijke besluitvorming. We laten zien wat er met de inbreng gedaan is en waarom de keuzes zijn gemaakt.
We blijven, indien van toepassing, ook na het participatietraject met de belanghebbenden communiceren over de resultaten en voortgang van het project.’ De toelichting op de verordening is aangevuld met een toelichting in deze zin op artikel 2.1.4.
Vraag 4 De VvW is vooral positief over twee vernieuwingen ten opzichte van de vroegere inspraakverordening namelijk: a. Overheidsparticipatie. Ondersteuning door de gemeente van initiatieven van ingezetenen en maatschappelijke partijen. b. Uitdaagrecht. Het recht om lokale voorzieningen en taken i.p.v. de gemeente uit te voeren door ingezetenen en maatschappelijke partijen. VvW heeft hoge verwachtingen van het positieve effect van deze beide vernieuwingen op het functioneren van de lokale democratie. Voorwaarde is natuurlijk wel, dat de gemeente daadwerkelijk bereid is om initiatieven die voldoen aan de in de verordening gestelde eisen daadwerkelijk materieel en/of financieel te ondersteunen c.q. over te dragen aan de initiatiefnemers. Is de gemeente van plan om in haar begroting expliciet rekening te houden met te verwachten uitgaven voor inwonerparticipatie? Zo nee, waarom niet? Reactie 4 Bij ieder college- en raadsvoorstel wordt de vraag gesteld of inwonerparticipatie aan de orde is, en zo ja op welke onderdelen en in welke vorm. De benodigde middelen zullen in het voorstel worden opgenomen. In de begroting wordt geen algemeen budget voor inwonerparticipatie gereserveerd, aangezien de activiteiten te voorzien zijn en meegefinancierd kunnen worden; de gemeente neemt immers het initiatief.
Waar het gaat om overheidsparticipatie en uitdaagrecht is de situatie anders, dan komt het initiatief ‘onverwacht’ uit de samenleving. Het college zal voor deze twee vormen van participatie nog een invoeringsplan maken, waar de budgetvraag in zal worden beantwoord.
Vraag 5 In de ontwerpverordening is niet aangegeven hoe de gemeente aankijkt tegen de rol van de dorps-, buurt- en bewonersverenigingen in de dorps- en wijkdemocratie. Uit recente voorbeelden, zoals bij het participatietraject rond de toekomst van het OenO-gebouw blijkt dat het wenselijk is dat hierover duidelijkheid komt en dat hiervoor ook regels worden gesteld. Is het college bereid om samen met (vertegenwoordigers van) de dorps-, buurt-, en bewonersverenigingen na te gaan hoe de opzet van dorps- en buurtgericht werken het beste kan worden vormgegeven en eventuele afspraken daarover in de verordening op te nemen? Reactie 5 De gemeente Wassenaar streeft naar een inclusieve samenleving, waarin iedereen ertoe doet en meedoet. De verenigingen zijn gesprekspartners in participatietrajecten, maar niet de enige partners. Bij ieder participatietraject wordt vooraf bepaald wie de participanten zijn en welke rol zij hebben. De samenstelling van de groep is altijd maatwerk en wordt bepaald door het onderwerp en de locatie. Wij zijn bereid om van geval tot geval afspraken te maken om maatwerk te kunnen leveren. Daarom stellen wij niet alsnog voor om specifieke afspraken in de verordening te verwerken. Zie verder reactie 2.
Vraag 6 In de ontwerpverordening wordt participatie op het gebied van de gemeentefinanciën nadrukkelijk uitgesloten. Vanuit de inwoners gezien is dit spijtig omdat onderwerpen zoals de WOZ en de tarieven voor afvalverwijdering zich niet alleen mogen verheugen in grote belangstelling bij de
inwoners, maar ook omdat juist op dit soort onderwerpen onder de inwoners ook veel kennis en ervaring aanwezig is, die goed zou kunnen worden benut bij de koersbepaling van de gemeente. Gaarne een toelichting waarom financiële onderwerpen zijn uitgesloten. Het verdient heroverweging om financiële zaken wel onderdeel te laten zijn van de verordening. Reactie 6 Gemeentefinanciën zijn altijd en overal uitgesloten van participatie. Het wettelijk kader, de omstandigheid dat de gemeentefinanciën een geheel zijn dat alle inwoners en maatschappelijke partijen raakt en het budgetrecht van de raad met door de kiesgerechtigde inwoners verkozen leden maken de uitsluiting nodig. Een uitsluiting die overigens niet verhindert dat inwoners zich schriftelijk of in tijdens een vergadering de raad of een raadscommissie tot de raad kunnen wenden.
Redactionele opmerking Tot slot nog een redactionele opmerking: in de tekst wordt het getal van 100 handtekeningen genoemd als vereiste voor maatschappelijke initiatieven en voor het agenderen, terwijl in de infographic daarvoor het getal van 25 handtekeningen wordt genoemd. Wat is juist? Reactie op de redactionele opmerking Het juiste aantal handtekeningen is 100. Het foutje dat in de infographic is geslopen is inmiddels hersteld.