Bijlage 2 - Bestemmingsplan Stompwijckstraat - Toelichting
Tekst van het document
Naast het uitvoeren van het nader onderzoek vleermuizen blijft de zorgplicht conform de Wet natuurbescherming (Wnb), artikel 1.11 te allen tijde van toepassing. Specifiek wordt hier ook genoemd de zorgplicht voor vogels ingevolge artikel 3.1 Wnb: de werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden, of men dient te starten voor het broedseizoen en door te werken in het broedseizoen indien continue verstoring plaatsvindt (waarbij geadviseerd wordt het gebied voor het broedseizoen ongeschikt voor broedvogels te maken door, indien noodzakelijk, het groen te verwijderen). Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden als vooraf door een deskundig ecoloog op twee verschillende momenten is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode, maar globaal wordt uitgegaan van de periode half maart tot half augustus. Het nader onderzoek is inmiddels afgerond. In het plangebied zijn verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Voor vleermuizen is een ontheffing van de Wnb nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Deze ontheffing in inmiddels verleend. Er is inmiddels een ecologisch werkprotocol opgesteld en de compensatiemaatregelen worden getroffen. Daarmee wordt er voldaan aan de voorschriften uit de ontheffing.
Er zijn bomen in het plangebied aanwezig. Volgens www.omgevingsloket.nl, is voor het kappen van bomen in de gemeente Wassenaar een omgevingsvergunning nodig. Deze is inmiddels verleend. Ten behoeve van de ontwikkeling biedt het rapport aanbevelingen met als doel de ecologische structuren in de omgeving te versterken zoals het werken met open stootvoegen in de muren of het inmetselen van vleermuisstenen.
Het rapport ‘Quickscan Wet natuurbescherming - Stompwijckstraat, Wassenaar’ met kenmerk R&O19112343/REI/rap1 is als separate bijlage toegevoegd. Tevens is het nader onderzoek vleermuis en gierzwaluw toegevoegd. Conclusie flora en fauna In de Quickscan is geconcludeerd dat nader onderzoek nodig is voor vleermuizen en gierzwaluwen. Het nader onderzoek is inmiddels afgerond. In het plangebied zijn verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Voor vleermuizen is een ontheffing van de Wnb nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. De ontheffingsaanvraag is ingediend in december 2020. Deze is inmiddels verleend waardoor dit aspect geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
5.
Watertoets
5.1
Algemeen
Door extremere neerslagintensiteiten en hogere neerslaghoeveelheden als gevolg van klimaatverandering, neemt de kans op wateroverlast toe. Voldoende ruimte voor waterberging is (zeker in ons land) dan ook cruciaal. Daarom dient bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan aandacht besteed te worden aan de gevolgen ervan voor de waterhuishoudkundige situatie. Zo zorgen ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Om in dat geval voldoende waterberging te waarborgen, hanteren Waterschappen normen ter compensatie van de aanleg van extra verhard oppervlak. Bijvoorbeeld dat een toename van zoveel m2 verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden door een toename van zoveel m3 waterberging. Naast de kwantitatieve aspecten, dient er in het geval van een ruimtelijk plan ook aandacht besteed te worden aan de kwalitatieve effecten op het watersysteem. Het instrument dat hiervoor ontwikkeld is, is de Watertoets. De Watertoets komt voort uit het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het Nationaal Bestuursakkoord Water en berust op twee cruciale uitgangspunten: 1.
Stand-still beginsel: negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen. Uitgangspunt is dat ieder gebied moet voldoen aan de inundatienorm: de wettelijke veiligheidsnorm aangegeven als de gemiddelde kans per jaar op wateroverlast door hevige neerslag. Ook mag een verandering niet tot grotere afvoer naar andere gebieden leiden (afwentelen). Daarnaast moet worden tegengegaan dat de nog beschikbare ruimte in het watersysteem door ruimtelijke ontwikkelingen geleidelijk aan steeds kleiner wordt (normopvulling).
2.
Verbetering: in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen, die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut.
5.2
Beleid
Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is met name het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland en van de gemeente Wassenaar relevant voor het plangebied. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. Derhalve wordt hier alleen kort ingegaan op de hoofdpunten uit het beleid van het Hoogheemraadschap. Waterbeheerplan 5: Waardevol Water Voor de planperiode 2016-2021 is het Waterbeheerplan 5 (WBP5) van het Hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing. In dit plan geeft het Hoogheemraadschap aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. In het WBP5 staat samenwerken met de omgeving aan water centraal. Rijnland wil samen met de omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer. De vier hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water, gezond water en de waterketen.
Wat betreft veiligheid, het is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Bij voldoende water gaat het erom dat het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden is. Daarbij wil het Hoogheemraadschap van Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomst vast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en hevigere buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Het waterbeheerplan sorteert voor op deze ontwikkelingen. Gezond water is de zorgplicht om het water schoon, zoals past bij de functie van het water, te houden. Wat betreft de waterketen, zijnde afvalwater, wordt dit optimaal gezuiverd en onttrokken grondstoffen worden hergebruikt. Keur Hoogheemraadschap van Rijnland Per 1 juli 2015 is een nieuwe Keur en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet. Daarin zijn vastgelegd de bevoegdheden en taken van het Hoogheemraadschap, zijnde de zorg voor het watersysteem, de zorg voor het zuiveren van afvalwater, de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden en waterbeheer.
De Keur dient ook ter invulling van deze doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Samengevat maken de Keur en de bijbehorende uitvoeringsregels het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat ge- en verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunning plichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland nader uitgewerkt. Zo zijn er voorwaarden voor compensatie voor verhard oppervlak.
Indien een initiatiefnemer meer dan 500 m2 extra verhard oppervlak wil aanleggen is er compensatie in de vorm van open water vereist van 15% van de totale verharde oppervlakte. Als er boven de 10.000 m2 verhard oppervlak wordt aangelegd moet dit gecompenseerd worden aan de hand van een maatwerkberekening. Handreiking Watertoets Om te kunnen borgen dat gemeenten bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen of het verlenen van omgevingsvergunningen ter afwijking van een bestemmingsplan worden gehouden aan de regels uit de Keur, is in artikel 3.1.1 Bro de verplichting opgenomen voor gemeenten om nieuwe bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen ter toetsing aan het waterschap voor te leggen. Deze toets wordt ook wel de 'Watertoets' genoemd. De Handreiking Watertoets, die in december 2011 door het Hoogheemraadschap is vastgesteld, bevat richtlijnen over de waterparagraaf in ruimtelijke besluiten en de manier waarop deze wordt getoetst door het waterschap.
Het Hoogheemraadschap van Rijnland biedt gemeenten de gelegenheid de planeigenschappen op een digitaal formulier in te vullen. De watertoets wijst uit of het bestemmingsplan, het wijzigingsplan of de omgevingsvergunning een 'groot waterbelang' omvat. Daarnaast leidt hier ook uit of er feitelijk contact met de afdeling plantoetsing van het hoogheemraadschap dient te worden opgenomen. Riolering en afkoppelen Overeenkomstig het rijksbeleid geeft het Hoogheemraadschap van Rijnland de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater houdt in dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat: a) Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; b) Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; c) Afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; d) Huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, worden ingezameld en naar een afvalwaterzuiveringsinrichting getransporteerd; e) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d: - zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; - lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht.
De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Deze voorkeursvolgorde is echter geen dogma. De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan.
5.3
Beoordeling planvoornemen
Uit de vergunningscheck van het Hoogheemraadschap van Rijnland blijkt dat er voor de activiteit bouwen en verharding aanbrengen, geen juridische verplichtingen voortvloeien. Uit de legger oppervlaktewater volgen geen strijdigheden.
Om te beoordelen hoeveel vierkante meter er aan verharding wordt toegevoegd is uitgegaan van onderstaand plangebied van circa 7.198 m2. Binnen dat gebied vinden de veranderingen plaats. Voor de afbakening van het plangebied, is aangesloten bij de plangrens van de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan. Opgemerkt wordt dat het exploitatiegebied van het plan net buiten de grenzen reikt van het gebied wat is meegenomen met de watertoets. Aangezien daar géén veranderingen plaatsvinden, is het niet noodzakelijk om deze mee te nemen in de watertoets.
Als gevolg van het planvoornemen blijft de toename van verhard oppervlak onder de vrijstellingsgrens van 500 m2. In het planvoornemen is sprake van een kleine vermindering van het totaal verharde oppervlak, Per saldo vindt er een vermindering van 141 m2 verhard oppervlakte plaats. Hierdoor zijn maatregelen voor watercompensatie niet nodig. De onderstaande projecties zijn gebruikt op de berekening te maken. Hierbij is uitgegaan van de feitelijke situatie, zoals uit openbare luchtfoto’s blijkt.
Door beide situaties met elkaar te vergelijken, komt de onderstaande tabel tot stand. Tabel 4: Overzicht m2 verhard oppervlak
Toepassing
Oppervlakte
Oppervlakte
Bestaande situatie
Nieuwe situatie
2
[m ]
Verhard
Onverhard
Saldo
2
[m ]
Huidige woningen - inclusief bergingen
1.961
-
Straat en stoep
1.274
-
Verharding tuin/terrein
2.092
-
Nieuwe woningen
-
2.602
Fietsenberging
-
113
Bestrating
-
2.471
Deeltotaal
5.327
5.186
Tuin en achter terrein
1.871
-
Groen
-141
2.012
Deeltotaal
1.871
2.012
141
Totaal
7.198
7.198
0
De waterparagraaf is door de gemeente voorgelegd bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. In een reactie heeft het HvR laten weten geen bezwaar tegen het plan te hebben. De waterhuishoudkundige belangen zijn niet in het geding en voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig. Conclusie watertoets Gelet op het voorgaande hoeven er in het kader van de planontwikkeling geen water compenserende maatregelen getroffen te worden. Het aspect water vormt geen belemmeringen voor het planvoornemen.
6.
Archeologie en cultuurhistorie
6.1
Archeologie
Nederland heeft zich in 1992 in Europees verband gecommitteerd aan het Verdrag van Valletta, ook wel de Conventie van Malta genoemd. Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In aansluiting op dit verdrag is in Nederland op 1 september 2007 de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. Op 1 juli 2016 is de Wamz met grote delen van de Monumentenwet opgegaan in de Erfgoedwet, sindsdien dé wet voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. De belangrijkste artikelen uit het Verdrag van Valletta zijn in de Nederlandse wetgeving overgenomen, te weten: • • •
Het archeologisch erfgoed dient zo veel mogelijk ter plaatse te worden behouden; Het archeologisch erfgoed dient in de ruimtelijke belangenafweging te worden betrokken; De verstoorder (lees: de initiatiefnemer) is verantwoordelijk voor het vroegtijdig uitvoeren van archeologisch onderzoek alsmede de financiering van dit onderzoek.
In het vigerende paraplubestemmingsplan ‘Cultureel Erfgoed Wassenaar – Panden, objecten en archeologie’ is aan het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en ’Waarde – Archeologie 4’ toegekend. In opdracht van WBV St. Willibrordus zijn in mei 2020 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Stompwijckstraat in Wassenaar. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit het bestemmingsplan. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Beoordeling In het plangebied is nieuwbouw gepland. De funderingen zullen niet dieper worden uitgegraven dan 1,2 m -mv. Zeer plaatselijk kan mogelijk dieper worden gegraven voor bijvoorbeeld liftputten of balkverzwaringen. Het grootste deel van de mogelijke ingrepen reikt niet dieper dan de reeds geroerde ophooglagen die reiken tot 1,1 – 1,6 m -mv. Daarnaast hebben de afzettingen in het plangebied een lage archeologische verwachting waardoor de mogelijke ingrepen nauwelijks een bedreiging vormen voor eventuele archeologische waarden.
Bij boring 7 (en de directe omgeving) geldt op een diepte van 1,5 mmv ofwel -1,0 m NAP een middelhoge archeologische verwachting. De verwachte ingrepen tot 1,2 m -mv zullen dit niveau niet bedreigen. Eventuele dieper reikende ingrepen vormen pas een bedreiging als deze plaatsvinden in de kleine zone rondom boring 7 op de uiterste rand van het plangebied. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied een (zeer) lage archeologische verwachting heeft en dat de bodem in het plangebied tot een diepte van ten minste 1,1 m -mv ofwel -0,6 m NAP bestaat uit geroerde ophooglagen en dat daaronder geen afzettingen voorkomen uit landschappen die aantrekkelijk waren voor gebruik door de mens. IDDS
Archeologie adviseert daarom om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor alle voorgenomen ingrepen. Mochten de werkzaamheden rondom boring 7 dieper reiken, dan is daar een vervolgonderzoek nodig. Gelet op de huidige plannen, is daar echter geen sprake van. Het rapport ‘Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek verkennende fase, Stompwijckstraat Wassenaar met kenmerk 61891119 is als separate bijlage aan deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd.
6.2
Cultuurhistorie
Op grond van artikel 3.1.6, lid 5 onder a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om in het proces tijdig rekening te houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Op de planlocatie is geen dubbelbestemming over een cultuurhistorische vrijwaringszone (bijvoorbeeld van een molenbiotoop) van toepassing. In de visie Erfgoed en ruimte uit 2011 van de rijksoverheid wordt gesteld dat het belang van het cultureel erfgoed moet worden meegenomen in de afweging van belangen die plaatsvindt ten behoeve van het goed functioneren van de ruimte. Cultureel erfgoed van bijzondere betekenis dient te worden benoemd en er dient rekening mee te worden gehouden in ruimtelijke plannen en ontwikkelingsprocessen. De borging van het erfgoed in ruimtelijke ordening is vastgelegd in het Bro. Deze stelt dat er een analyse gemaakt dient te worden van de cultuurhistorische waarden in een plangebied en dat de conclusies die daaraan verbonden worden gemotiveerd dienen te worden. Heel Wassenaar, dus ook het onderhavige plangebied, maakt deel uit van het Belvedèregebied Den Haag-Wassenaar.
Bij nieuwe ontwikkelingen zijn aan deze aanwijzing de volgende beleidsinspanningen gekoppeld: herkenbaar houden van de duinontginningen, natuur- en cultuurhistorische waarden als uitgangspunt nemen, en streven naar een goede balans tussen natuurontwikkeling (in de duinen) en behoud en herstel van cultuurhistorische waarden en patronen. Deze beleidsinspanningen dienen in ruimtelijke plannen op alle niveaus te worden meegenomen. Kernvraag die beantwoordt dient te worden is: Welke cultuurhistorische waarden worden van publiek belang geacht. Ontstaan van de omgeving De omgeving rond de Stompwijckstraat, kenmerkt zich door de bebouwing ná de wederopbouw. Voor de oorlog was het gebied ten noorden van Deijleroord enkel een polder, de Huis-ter-weer polder. Omstreeks 1965 zijn de eerste tekenen van bebouwing op de locatie, nu bekend als de Stompwijckstraat. Omstreeks 1970 is ook de noordoostzijde van de Wassenaarsche Watering, bebouwd met woningen. Pas in de jaren ’90 vindt er ook bebouwing/uitbreiding richting het noorden plaats. Dat gebied bestaat uit een mix van recreatie en woningen.
Cultuurhistorische analyse Deijleroord Noordwest (door studio VVKH) Structuurvisie De structuurvisie vormt de basis voor het bestemmingsplan. Deze visie stelt met betrekking tot cultuurhistorie dat Wassenaar zich richt op de instandhouding van het beeld, versterking van de structuur en incidenteel transformatie van de invulling. De ruimtelijke opgave voor de komende jaren richt zich op instandhouding en versterking van deze ruimtelijke hoofdstructuur. Wassenaar wordt niet verder uitgebreid. Nieuwbouw in het dorp is mogelijk door vervanging van bestaande voorraad, herbestemming of op vrijgekomen locaties. Ontwikkelingen passen in maat en schaal bij het groene, kleinschalige en historische karakter van Wassenaar. Wassenaar is een groene parel aan zee. Het afwisselende landschap van duinen, horsten en weides met de lanen en weteringen behoort tot de ruimtelijke hoofdstructuur van Wassenaar. Door behoud en kwalitatief versterken van de groene buffers voorziet Wassenaar in een belangrijke regionale behoefte aan natuur, rust, ontspanning en extensieve recreatie. Er is een goede balans tussen wonen, recreatie, natuur en agrarisch gebruik. Wassenaar is zorgzaam en veilig. Wassenaar heeft een sociaal betrokken samenleving op wijk- en buurtniveau. Het verenigingsleven zorgt dat inwoners sociaal, maatschappelijk, actief en sportief betrokken zijn bij hun gemeenschap.
Dit uit zich in de kwaliteit van de openbare ruimte en de hoge mate van veiligheid. Kinderen kunnen veilig buiten spelen. Het ruimtelijk beleid faciliteert de maatschappelijke vraag, zoals het langer thuis wonen en borging van zorg in de wijk. Het aandeel ouderen en hun gemiddelde leeftijd stijgt waardoor de gemiddelde leeftijd van de bevolking toeneemt. Met haar groene en rustige omgeving is Wassenaar een aantrekkelijke woongemeente voor senioren. Wassenaar heeft relatief meer huishoudens in de leeftijd vanaf 45 jaar en minder jongere huishoudens. Wassenaar is in vergelijking met andere Nederlandse gemeenten al relatief vergrijsd. De vergrijzing zal de komende jaren iets stijgen en kan gevolgen hebben voor onder andere de arbeidsmarkt, de woningmarkt en het voorzieningenniveau in de gemeente. Het klimaat verandert door opwarming van de aarde en trekt zich niets aan van gemeentegrenzen. Wassenaar e.o. krijgt te maken met de gevolgen van hitte en extreme buien, zeespiegelstijging en langdurige perioden van droogte. Op de lange termijn zullen deze klimaatveranderingen gevolgen hebben voor de inrichting van de openbare ruimte, zoals het creëren van voldoende waterbergend vermogen ter voorkoming van wateroverlast en het tegengaan van verstening.
Klimaatadaptatie in Wassenaar zal in het teken staan van instandhouding van de kwaliteit van de duinen in verband met kustveiligheid en stijging van het grondwaterpeil. Het behouden en versterken van onze groene kwaliteiten is niet alleen van belang voor de ruimtelijke uitstraling. Groen speelt een belangrijke rol bij mitigatie. Het vele groen in Wassenaar, met name de oude bomen, fungeert als natuurlijk filter voor het zuiveren van verontreinigde lucht. De veenweidegebieden lopen het risico op versnelde bodemdaling. Verder zal door de hogere temperaturen (hittestress) de recreatiedruk vanuit de stad op de groene gebieden toenemen. In samenwerking met andere partijen zoals het Rijk, de hoogheemraadschappen en provincie zullen, waar nodig, aanpassingen in de openbare ruimte worden doorgevoerd. De energietransitie in combinatie met de verduurzamingstrend zal er in Wassenaar toe leiden dat de overstap gemaakt moet worden naar duurzame energiebronnen (bv. zonnepanelen op
de daken en bodemenergiesystemen). Ook zullen woningen steeds beter geïsoleerd worden. Daarbij moeten er voor een gezond binnenmilieu voldoende mogelijkheden zijn om te ventileren. Met behulp van een goede informatievoorziening kunnen mensen investeren in installaties voor de duurzame energievoorziening van derden. De verduurzaming van de mobiliteitsbehoefte vraagt om betere fietsvoorzieningen en een grotere behoefte aan laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook bewustwording speelt een belangrijke rol.
Deijleroord De wijk Deijleroord is vernoemd naar een boerderij die ooit, samen met boerderij Roseveld op de locatie van de wijk stond. De eerste stedenbouwkundige aanzet voor de ontwikkeling van Deijleroord werd in 1923 gedaan door architect J. Mutters. Het plan werd in 1926 aangenomen door de gemeente, maar werd grotendeels niet uitgevoerd. De hoofdstructuur van het plan Mutters was gebaseerd op de oorspronkelijke water(wegen), zoals de Zuylen van Nijeveltstraat, de Rozenweg, de Oostdorperweg, en de Rijksstraatweg.
Die hoofdstructuur was orthogonaal. Een opvallend element in de plannen van Mutters was de radiale “ganzenpoot structuur” ontsluiting vanaf het Rozenplein. In de huidige situatie is de “ganzenpoot structuur” nog afleesbaar. In 1937 maakte architect W.M. Dudok een aangepaste versie van het ontwerp. Hij nam de ganzenpoot over, maar maakte een aangepaste, meer orthogonale, verkaveling voor de rest van de wijk. Het plangebied Deijleroord Noordwest werd in de jaren zestig verder uitgewerkt door architect Froger.
Deijleroord (Noordwest) Het plangebied bevindt zich in een geplande dorpsuitbreiding uit de jaren zestig. Ten tijde van de oplevering was dit de meest noordelijke wijk van Wassenaar. De randbebouwing keek letterlijk uit over de weilanden en boerderijen ten noorden van Wassenaar. Het is een wijkje met voornamelijk sociale huurwoningen van de woningbouwvereniging St. Willibrordus. De wijk is ruim van opzet met aandacht voor groen. In de welstandsnota wordt de wijk beschreven als een Rijtjesbuurt, maar er komen diverse typologieën woningen voor: Vrijstaande bouwblokken met plat dak, haakbebouwing met galerijen, en gesloten bouwblokken met laagbouw in de vorm van rijtjeshuizen. De rijtjeshuizen hebben kleine voortuintjes. De rijtjeshuizen hebben kappen evenwijdig aan de straat. Het zijn bouwblokken met middellange architectonische eenheden. Er is een duidelijke scheiding tussen de openbare voorzijde met kleine voortuintjes en informele achterkanten met tuinen en achterpaden. De achterpaden zijn “dorps” openbaar toegankelijk. De architectonische detaillering en articulatie van de bestaande bouwblokken is eenvoudig. De woningen zijn opgetrokken in baksteen met soms een horizontale accentuering en er zijn eenvoudige houten puien toegepast. De rijtjeswoningen hebben flauwe zadeldaken, evenwijdig aan de straat, met pannen. In de straten staan prachtige volwassen bomen.
De straatprofielen zijn eenvoudig met wegen met langsparkeren en smalle trottoirs. De vrijstaande bouwblokken hebben een strenge gerichtheid, die kenmerkend is voor de wederopbouwtijd. De bestaande bebouwing is typisch voor de Nederlandse wederopbouw, en daardoor niet heel bijzonder. Het is wel een heel plezierig kleinschalige, veilige en groene wijk waar het fijn wonen is.
Een belangrijke cultuurhistorische waarde in de wijk is de groenstructuur van volwassen bomen in de straten, en het park aan de overzijde van de Zuidwijklaan. Vanuit de Suykstraat, Stompwijckstraat en Hughenstraat is er een directe zichtrelatie met het park. In het kader van het Gemeentelijk Inventarisatie Project (GIP) uit 2008/2009 is het appartementengebouw aan de Zuidwijklaan tussen de Hughenstraat en de De Lignestraat benoemd als object met bijzondere cultuurhistorische waarde. Conclusies Het plan behelst de sloop en vernieuwbouw van tien blokken met duplexwoningen door seniorenwoningen. Het gebied van de duplexwoningen vormt een duidelijke uitzondering in de wijk. Dat komt door de afwijkende woningtypologie, en door de afwijkende positionering van de
blokken. Samen met stedenbouw hebben wij gezocht naar de stedenbouwkundige motieven voor deze afwijking in de wijk, maar we hebben het niet kunnen vinden. De verkaveling van de duplexwoningen is weliswaar open, maar doordat de ruimte tussen de blokken privé is, sluiten de tuinen veelal problematisch met hoge schuttingen aan op de openbare ruimte. De bestaande duplexwoningen sluiten niet meer aan bij de huidige woningbehoefte. De bovenwoningen zijn slecht toegankelijk en de woningen voldoen ook technisch gezien niet meer aan de vigerende eisen. Daarom heet Woningbouwvereniging St. Willibrordus besloten om de Duplexwoningen te slopen, en daarvoor in de plaats levensloopbestendige en energie neutrale nieuwbouwappartementen te realiseren voor jongeren en senioren. Er is in Wassenaar veel behoefte aan woningen voor die doelgroepen. Vanuit een cultuurhistorisch oogpunt is de bebouwing met duplexwoningen niet erg bijzonder. Het karakter van de wijk met zijn veilige kleinschaligheid, ingetogen architectuur en asymmetrische groene straatprofielen met voortuintjes en volwassen bomen is wel zeer de moeite waard. Bij de planontwikkeling willen we nadrukkelijk aansluiten op die basiskwaliteiten van de wijk. De nieuwbouw wordt vormgegeven als gesloten bouwblok met voortuinen. Het bouwblok heeft een formele buitenkant en een informele binnenkant.
Aan de parkzijde is het gesloten bouwblok permeabel. Een drietal poorten geven toegang tot een gemeenschappelijke tuin. Hier kunnen de bewoners van het bouwblok en bewoners uit de buurt elkaar ontmoeten, wat de sociale cohesie ten goede komt. Aan de Zuidwijklaan wordt een wijkvoorziening gerealiseerd met een terras in de tuin. Alle woningen op de begane grond hebben hun entree aan de straatzijde. Deze woningen hebben allemaal een voortuin. De voortuinen worden omarmd met een zorgvuldig vormgegeven groenstrook. De woningen op de verdiepingen worden via het binnenterrein ontsloten. In tegenstelling tot de rijtjeswoningen aan de overzijde is het bouwblok strikt orthogonaal, en geert de nieuwe rooilijn subtiel ten opzichte van de straat. Hierdoor ontstaat er een asymmetrisch profiel, net als in de bestaande situatie. Alle bomen in de omliggende straten blijven gehandhaafd. Binnen het gesloten bouwblok wordt het parkeerprogramma van bewoners onder een dek opgelost. Hiertoe wordt de tussenliggende Stompwijckstraat opgeheven. De bestaande bomen uit de voormalige Stompwijckstraat worden gehandhaafd, en steken door vides in het dek. Het gesloten bouwblok bestaat uit een serie geschakelde middellange woongebouwen. De meeste blokken zijn drie lagen hoog, waarbij de bovenste laag een setback heeft. Qua schaal sluit het complex daarmee aan op de kleinschalige omliggende bebouwing.
Het woonblok aan de noordwestzijde reageert door twee extra lagen met een setback op het bestaande appartementengebouw aan de Zuidwijklaan. Aan drie zijden van het bouwblok hangen de balkons van de woningen op de verdiepingen als ornamenten aan de bouwblokken. De balkons geven contact met de straat en reageren middels dezelfde verdraaiing als de huidige duplexwoningen op de oriëntatie ten opzichte van de zon. Ook qua materialisering sluit het plan aan op de omliggende bebouwing, door de toepassing van metselwerk met een subtiele horizontale accentuering en de toepassing van ingetogen en eenvormige kozijnen. De kozijnen sluiten aan op het vloerniveau van de appartementen en zorgen voor maximaal contact met de straat.
Conclusie archeologie en cultuurhistorie Vanuit archeologisch en cultuurhistorisch oogpunt is er geen belemmering voor het planvoornemen.
7.
Juridische aspecten
7.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de in de vorige hoofdstukken toegelichte beoogde ruimtelijke situatie in het plangebied juridisch is vertaald in planregels en de bijbehorende verbeelding. Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een verbeelding met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels.
7.2
Opzet van de planregels
De regels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) ondergebracht in een viertal hoofstukken: • • • •
Hoofdstuk 1: Inleidende regels; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3: Algemene regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.
Hierna wordt kort ingegaan op de inhoud van de regels per hoofdstuk. De regels zijn opgesteld met als uitgangspunt de geldende regels uit het onderliggende moederplan. Indien verwezen wordt naar een bepaling en/of een bestemming welke niet wordt genoemd in dit bestemmingsplan, wordt verwezen naar het daarvóór geldende bestemmingsplan, te weten ‘Hofcamp 2013’. In de slotregel is de naamgeving van dit bestemmingsplan bepaald.
7.3
Uitleg van de planregels
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In de begripsbepaling worden begrippen waar nodig beschreven om zodoende interpretatieproblemen te voorkomen. Veelal worden begrippen gedefinieerd die in de voorschriften worden gebruikt en daar een bijzondere betekenis hebben, die afwijkt van of niet dan wel niet vaak voorkomt in het “normale” spraakgebruik. Wanneer een begrip niet opgenomen is in de begripsomschrijvingen/-bepalingen en er ontstaat een interpretatieprobleem dan is het normale spraakgebruik richtinggevend. De begripsomschrijvingen/-bepalingen zijn niet uitputtend bedoeld. De belangrijkste en/of onduidelijke begrippen zijn opgenomen in dit artikel. De begripsomschrijvingen zijn overgenomen uit het reeds vigerende bestemmingsplan ‘Hofcamp 2013’. Artikel 2 Wijze van meten De wijze van meten beschrijft hoe de genoemde maatvoeringen in de diverse bestemmingsbepalingen gemeten dienen te worden. De wijze van meten is overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Groen De gronden tussen de openbare straten en de woningen, heeft de bestemming groen gekregen. De toegangswegen en voetpaden vallen ook binnen deze bestemming. Binnen de bestemming groen vallen ook de balkons, aangrenzend aan de appartementen. Artikel 4 Verkeer De gronden rond de bestemming groen, behouden hun huidige bestemming verkeer.
Hier zijn geen ingrijpende veranderingen voorzien. Artikel 5 Verkeer - verblijfsgebied De gronden welke zijn omgeven door de bestemming wonen, zijn bestemd als verkeer – verblijfsgebied. De gronden worden met name gebruikt voor parkeervoorzieningen. Binnen de bestemming is een overkapping voorzien in de vorm van een verblijfsdek. Ook de berging, de pergola’s en overige loopverbindingen zijn toegestaan binnen deze bestemming. Artikel 6 Wonen – 3 Verdeeld over het plangebied, zijn er 5 bouwvlakken voorzien van de bestemming wonen. Op de verbeelding zijn de bouwhoogten weergegeven. Verder is er 1 bouwvlak voorzien van een functieaanduiding maatschappelijk. De parkeervoorzieningen, tuintjes en fietsen/scootmobielstallingen vallen ook onder deze bestemming. Ook bouwwerken, geen gebouw zijnde (zoals het dek welke toegang geeft tot de woning op de eerste verdieping) valt binnen deze bestemming. Artikel 6 Waarde – Archeologie 3 Het overgrote deel van het plangebied is voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Uitgangspunt voor deze bestemming is dat potentiële aanwezige archeologische waarden beschermd dienen te worden. Bij verstoringen van de bodem dient een archeologisch rapport te worden opgesteld alvorens met de verstorende activiteit begonnen kan worden. Er is
al reeds een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt dat het gebied een lage verwachting kent. Nader onderzoek is niet nodig voor de aangegeven werkzaamheden binnen dit bestemmingsplan. Nader onderzoek dient alleen uitgevoerd te worden bij andere werkzaamheden, waarbij er dieper in de grond wordt gegraven dan de aangegeven diepte zoals omschreven in de Regels behorende bij dit bestemmingsplan en de resultaten van het archeologisch onderzoek Artikel 8 Waarde – Archeologie 4 Een heel klein deel van het plangebied is voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4'. Uitgangspunt voor deze bestemming is dat potentiële aanwezige archeologische waarden beschermd dienen te worden. Bij verstoringen van de bodem dient een archeologisch rapport te worden opgesteld alvorens met de verstorende activiteit begonnen kan worden. Er is reeds een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt dat het gebied een lage verwachting kent. Nader onderzoek is niet nodig voor de aangegeven werkzaamheden binnen dit bestemmingsplan. Nader onderzoek dient mogelijk uitgevoerd te worden bij andere werkzaamheden, waarbij er dieper in de grond wordt gegraven dan de aangegeven diepte zoals omschreven in de Regels behorende bij dit bestemmingsplan. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat vijf algemene regels.
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel In het nieuwe Besluit op de ruimtelijke ordening is hiervoor een standaard bepaling opgenomen. Het besluit verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen. Artikel 10 Algemene bouwregels In deze regel worden de grenzen of de regelgeving aangegeven die randvoorwaardelijk zijn bij of waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Artikel 11 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn de algemene gebruiksregels opgenomen. In het eerste lid zijn de activiteiten opgenomen die in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan. Dit lid bevat geen limitatieve opsomming van strijdige activiteiten. Overige activiteiten die niet passen binnen de bestemmingsomschrijvingen van de bestemmingen in hoofdstuk 2 zijn eveneens in strijd met het bestemmingsplan. In het tweede lid zijn nadere gebruiksregels opgenomen. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In deze algemene regels zijn de in de gemeente Wassenaar gebruikelijke afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor ondergeschikte bebouwing. Artikel 13 Algemene procedureregels In deze regels wordt de procedure voor toepassing van de afwijkingsbevoegdheid geregeld evenals de voorwaarden voor het toepassen van de toetsingscriteria toepassing afwijkingsbevoegdheid.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. Artikel 14 Overgangsregels Het overgangsrecht is opgenomen conform artikel 3.2.1 en artikel 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. De overgangsregels regelen het overgangsrecht voor de bebouwing en het gebruik van de bebouwing in het plangebied. Uit oogpunt van behoorlijk bestuur dienen bestaande bebouwing en bestaand gebruik, welke afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen regels, te kunnen worden voortgezet (overgangsregels). Artikel 15 Slotregel De slotbepaling geeft aan onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.
8.
Uitvoerbaarheid
8.1
Maatschappelijk uitvoerbaarheid
Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. De voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan, zijn besproken met belanghebbenden. Daarnaast dient het plan in overwegende mate op maatschappelijk draagvlak te kunnen rekenen. De ervaring leert dat het niet altijd mogelijk is om alle belanghebbenden bij dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen volledig tegemoet te komen. De raadpleging van belanghebbenden tijdens verschillende fasen in het planvormingsproces moet er dan ook vooral toe leiden dat het bevoegd gezag een goede afweging kan maken tussen eventuele tegenstrijdige ruimtelijke belangen. Vooroverleg Dit plan volgt de geldende wettelijke procedure. Overeenkomstig artikel 1.3.1 Bro is er een vooraankondiging van het bestemmingsplan gedaan. Op grond van artikel 3.1.1 van de Bro zijn burgemeester en wethouders verplicht gesteld bij de voorbereiding van onderliggend nieuw bestemmingsplan in overleg te treden. Er is overlegd met de besturen van andere gemeenten, het waterschap, de provincie, de inspecteur op de ruimtelijke ordening en de Veiligheidsregio Haaglanden. Deze diensten zijn belast met de belangenbehartiging welke in het geding zijn. De instanties zijn in kennis gesteld door middel van een bericht en hier zijn een aantal reacties op gekomen: •
• •
Hoogheemraadschap van Rijnland: Geen bezwaar tegen het plan. De waterhuishoudkundige belangen zijn niet in het geding. Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig. Provincie Zuid-Holland: Uit de reactie blijkt dat het ruimtelijke plan niet hoeft worden voorgelegd. Het betreft een binnenstedelijke herstructurering van wonen naar wonen. Veiligheidsregio Haaglanden: geen bezwaren tegen het plan op het gebied van verkeersveiligheid. Vanuit brandveiligheid zijn er ook geen belemmeringen. Bij de definitieve uitwerking van het plan wordt dit nader bekeken.
Ontwerp Bovenstaande reacties zijn meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens ter inzage gelegd waarbij er gedurende zes weken zienswijzen konden worden ingediend. De periode liep van donderdag 11 februari 2021 tot en met woensdag 24 maart 2021. Tijdens de periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Wel zijn er diverse wijzigingen in de regels en op de verbeelding. Deze wijzigingen zijn bijgehouden in het overzicht van wijzigingen. Vaststelling Vervolgens wordt het plan ter vaststelling aangeboden aan de raad. De gemeenteraad heeft inmiddels bij de vaststelling van de startnotitie ingestemd met de direct ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
Participatie Bij de start van de planontwikkeling van het project “Stompwijckstraat” is er een participatieplan gemaakt om de buurt te informeren. Tijdens een startbijeenkomst op 18 september 2019 zijn de bewoners geïnformeerd over de herstructurering, de bijbehorende planning en de consequenties voor hen. Hierbij waren zo’n dertig huishoudens aanwezig. De buurt is in mei 2020 schriftelijk geïnformeerd over het planvoornemen. De bewoners zijn uitgenodigd om mee te denken in de klankbordgroep “sociaal plan”. Na de startbijeenkomst is de woningbouwvereniging begonnen met huisbezoeken aan de huurders om de gezinssamenstelling en de behoeften te inventariseren. Vanaf november is gestart met de herhuisvesting. Inmiddels (november 2020) zijn 35 van de 40 huishoudens in goed overleg verhuisd. Op 6 juli 2020 is er een presentatie van de plannen gegeven aan de buurt. Vanwege Corona was dit een digitale presentatie. Na de digitale presentatie is een boekje met de plannen verspreid in de buurt (In het carré tussen Van Cranenburglaan, Zuidwijklaan, Ter Weerlaan en De Lignestraat) en is het boekje op de website van woningbouwvereniging St. Willibrordus geplaatst. Omwonenden konden tijdens de mondelinge presentatie en erna, via mail en schriftelijk, reageren. De reacties zijn vastgelegd in een eindverslag. Dit verslag is naar de omwonenden en gemeente verzonden.
De huurdersbelangenvereniging Rozenstein en de VVE van het appartementengebouw aan de Zuidwijklaan is betrokken bij de participatie. Op 22 oktober 2020 is de leegstaande woning Stompwijckstraat nummer 10 geopend als informatiecentrum voor de wijk. Elke donderdagmiddag is iemand van St. Willibrordus aanwezig om uitleg te geven en vragen te beantwoorden. De opening van het infocentrum is in week 44 gepubliceerd in de “Wassenaarse krant”. Tijdens de procedure van de wijziging van het bestemmingsplan kunnen belanghebbenden reageren via formele inspraak. Bij de start van, en tijdens de bouw zullen omwonenden frequent (schriftelijk, op de website en via mail) geïnformeerd worden over de realisatie. De aannemer zal tijdens de bouw telefonisch en per mail bereikbaar zijn voor omwonenden. Maandelijks zal de aannemer een inloopspreekuur organiseren. Welstandsadvies Het plan is in een vroeg stadium voorgelegd bij de stedenbouwkundigen van de gemeente en is ook besproken bij welstand. De welstand heeft gereageerd – op 9 november 2020 – op het ontwerp bestemmingsplan van eind oktober 2020. Een korte samenvatting van de reactie is hieronder gegeven. De commissie is in gesprek gegaan met de stedenbouwkundige met betrekking tot de grote bouwmassa dat het project met zich meebrengt. Hier waren namelijk wat vragen/opmerkingen over.
De welstandscommissie is ingenomen over de overname met betrekking tot straat parkeren ter verlichting van de verkeersdruk in de binnenhof. Wel heeft de commissie twijfels over het aantal trappen naar de ontsluiting van de woningen op de eerste en tweede bouwlaag, Ze zien graag een hoofdentree voor alle bezoekers en secundaire entrees voor enkel de bewoners, nu lijkt alles openbaar toegankelijk, waar het geen openbaar domein betreft. Daarnaast is één van de blokken niet gekoppeld aan de overige, waardoor het groene hof een semipubliek karakter krijgt. Dit is ook voorgelegd aan de stedenbouwkundige. Als laatste ziet de
commissie twijfels in het incidenteel positioneren van een slaapkamer op de kop in plaats van een woonkamer en dienen de aangehangen balkons op voldoende afstand te blijven van de openbare ruimte. Op het plan van oktober 2020 kon de welstandscommissie hierdoor niet positief adviseren. Op bovenstaand welstandsadvies is een reactie gekomen vanuit de stedenbouwkundige. De reactie is als volgt: “Woningbouwvereniging st. Willibrordus is eigenaar van de woningen aan de Stompwijckstraat, Hughenzstraat en Suykstraat. Deze woningen zijn verouderd en aan vervanging toe. Op deze locatie zijn momenteel nog 40 woningen gelegen en deze worden vervangen door ca 90 woningen voor hoofdzakelijk senioren. Stedenbouwkundig hebben de bestaande woningen een atypische situering en oriëntatie. Waar de wijk voornamelijk straatgerichte woningen heeft, met een rooilijn evenwijdig aan de straat met een voor- en achtertuin, bestaat dit ensemble uit rijtjes beneden/bovenwoningen en allen een zuidwesttuin-oriëntatie. De tuinzijde van de benedenwoningen grenst aan de voetpadontsluiting van het volgende rijtje. De rijtjes staan scheef/haaks op de straat. Een bijzonder ensemble in zijn omgeving. Op grond van de geldende welstandcriteria kan geconcludeerd worden dat deze “weeffout” nu hersteld kan worden en de nieuwe bebouwing parallel aan de straat wordt gesitueerd.
Stedenbouwkundig kan het “vreemde eendje” ook worden gezien als een verfrissende variatie in een tamelijk monotone tekentafel stedenbouwkundige opzet. Er wordt nu een nieuwe tijdlaag toegevoegd. Een tijdlaag met een andere opgave en dynamiek dan indertijd qua doelgroep, architectuur, bouw- en duurzaamheidseisen. Dat vraagt ook om een stedenbouwkundige heroriëntatie. Het nieuwe ensemble is gericht op een samenlevingsvorm van m.n. senioren, met enerzijds privacy, maar ook samen doen/zijn. Dat vraagt om een min of meer alzijdig ensemble met verschillende wijzen van woonbeleving. Met gemeenschappelijke voorzieningen, zoals de tuin. Het ontworpen ensemble heeft samenhang, en voegt iets eigentijds toe in de omgeving, tikkeltje eigenzinnig qua oriëntatie, niet evenwijdig aan de straat, maar duidelijk
herkenbaar, en dat mag en kan stedenbouwkundig. Een knipoog naar de oude bebouwing en door rooilijnverspringing ontstaat meer variatie in de beeldkwaliteit van het straatperspectief. De groene ruimtes tussen bebouwing en straat zijn schegvormig en roepen een prettige mate van spanning op, net zoals het oude plan. De maat van de groene scheggen is niet erg breed, dat vraagt een zorgvuldige uitwerking met hagen. Het “vreemde eendje” wordt op hedendaagse wijze vormgegeven en voegt stedenbouwkundig en architectonisch een mooie tijdlaag toe aan dit stukje Wassenaar.”
8.2
Financiële uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat overeenkomstig Hoofdstuk 6 in de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) en de plankosten, deze verhaald moeten kunnen worden op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Tussen de ontwikkelaar en de gemeente wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarmee het kostenverhaal gewaarborgd is. Zowel de gemeentelijke kosten, als de kosten van de initiatiefnemer zijn hiermee gedekt. Gelet hierop is het plan financieel uitvoerbaar.
8.3
Eindconclusie
Geconcludeerd wordt dat het project, in overeenstemming met de in de voorgaande hoofdstukken gegeven omschrijving van het project en projectgebied, zowel ruimtelijk als milieu hygiënisch inpasbaar is en geen onaanvaardbare negatieve effecten heeft op de in de omgeving aanwezige waarden en belangen.
9.
Bijlagen
Bijlage 1 Parkeeronderzoek Bijlage 2 Akoestisch onderzoek Bijlage 3 Stikstofonderzoek – notitie met losse AERIUS bestanden Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek inclusief verkennend asbestonderzoek Bijlage 5 Quickscan Wnb Bijlage 6 Rapport nader onderzoek vleermuis en gierzwaluw Bijlage 7 Archeologisch rapport Bijlage 8 Aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling, Stompwijckstraat, Wassenaar Bijlage 9 Besluit vormvrije m.e.r. beoordeling