CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Woonzorganalyse Companen

Raadsvergadering Wassenaar 22 september 2025, gemeente wassenaarBij agendapunt: Startnotitie Lokale Woonzorgvisie12.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uitstappende sekswerkers Bij uitstappende sekswerkers gaat het om mensen die voormalig als sekswerker hebben gewerkt en daarmee gestopt zijn, waarbij uitstroom plaatsvindt via uitstapprogramma’s die vallen onder de DUUP-regeling (Decentralisatieuitkering Uitstapprogramma’s voor Prostituees). Zij kunnen met ingang van de Wet Versterking regie op de Volkshuisvesting urgentie krijgen voor een sociale huurwoning. Landelijk gezien stromen er jaarlijks ongeveer 650 sekswerkers in bij een uitstapprogramma. Bijna de helft van de jaarlijkse instroom stapt ook daadwerkelijk uit met behulp van een uitstapprogramma. Er stromen dus gemiddeld 300 sekswerkers per jaar uit (Regioplan & Cebeon, 2019). Dit betekent dat er landelijk jaarlijks gemiddeld 300 woningen nodig zijn om in de behoefte te voorzien. Het is niet bekend hoe deze landelijke uitstroom zich verdeelt over regio’s of gemeenten. Op basis van inwonertal zou het om 0 uitstappende sekswerkers per jaar in Wassenaar gaan. In het geval dat er toch uitstappende sekswerkers een woning in Wassenaar zoeken, is het belangrijk om het juiste woon- en ondersteuningsaanbod te hebben.

629.105 | Woonzorganalyse

Voor personen die uit de sekswerk willen stappen, is de behoefte aan een stabiele woonomgeving essentieel om succesvol te kunnen uitstromen naar een andere levensstijl. Dit kan variëren van studio’s en appartementen tot gezinswoningen, afhankelijk van de individuele situatie van de uitstappende sekswerker. De uitdagingen zoals financiële stabiliteit en het vinden van betaalbare huisvesting zijn significant, zoals ook landelijk onderzoek en studies door lokale instanties zoals het Regioplan aantonen (Regioplan, 2017). Onderzoek toont aan dat de ondersteuningsbehoeften van uitstappende sekswerkers divers zijn, variërend van psychologische hulp tot emotionele en praktische ondersteuning, zoals hulp bij het navigeren op de arbeidsmarkt.

Uitstromers vrouwenopvang en uitstromers mensenhandel Wanneer mensen uit de vrouwenopvang uitstromen, of wanneer zij slachtoffer zijn geweest van mensenhandel, hebben zij een woning nodig om hun leven weer op te pakken. Dit zijn doorgaans reguliere woningen onder de aftoppingsgrens, in de vorm van studio’s en (kleine) appartementen, en in geval van uitstromers met een gezin is een gezinswoning gewenst. In geval dat er sprake is van gevaar in de privéomgeving, is een woning in een andere regio nodig. Het kan zijn dat ambulante begeleiding gewenst is om zelfredzaamheid te bevorderen. Op landelijk niveau gaat het om een schatting van 1.000 huishoudens die uit de vrouwenopvang uitstromen naar een reguliere sociale huurwoning en 255 volwassene slachtoffers van mensenhandel die met spoed een zelfstandige (sociale huur) woning nodig hebben. Op basis van inwonertal zou het voor Wassenaar dan gaan om 0 slachtoffers van mensenhandel en 1-2 uitstromers uit de vrouwenopvang.

26

8 Overige aandachtsgroepen zonder urgentie Arbeidsmigranten Voor EU-arbeidsmigranten zijn twee aparte groepen te onderscheiden: zij die zich hebben ingeschreven als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) en zij die zijn ingeschreven als niet-ingezetene in de Registratie Nietingezetenen (RNI). Er is geen overlap tussen deze beide groepen. Om deze groepen in kaart te brengen maken we gebruik van de Monitor Huisvesting Aandachtsgroepen van VNG. Registraties BRP EU-arbeidsmigranten in de BRP zijn gedefinieerd als personen in de BRP die (volgens het CBS) voor arbeid naar Nederland zijn gemigreerd en op het moment van immigratie een nationaliteit hadden van één van de EU-landen (excl. Nederland). Aanvullend worden ook arbeidsmigranten uit de EFTAlanden tot deze aandachtsgroep gerekend. EFTA is de afkorting voor European Free Trade Association: een samenwerkingsverband tussen Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland. Net zoals EU-burgers, hebben ook burgers van EFTA-landen het recht om in de EU te wonen en te werken zonder visumprocedures. Binnen de totale groep van EU/EFTA-migranten in de BRP wordt specifiek gekeken naar degenen die arbeid als primair migratiemotief hadden. Belangrijk om hier te benoemen, is dat het migratiemotief alleen bekend is voor degenen die in 1999 of later in Nederland zijn komen wonen.

Immigranten die al eerder naar Nederland zijn gemigreerd, blijven dus buiten beschouwing.

629.105 | Woonzorganalyse

Daarnaast kan onderscheid gemaakt worden naar de verblijfsduur in Nederland (de periode dat de EU-arbeidsmigrant is ingeschreven in de BRP), ingedeeld in vier klassen: • < 1 jaar verblijfsduur • 1 tot 2,5 jaar verblijfsduur • 2,5 tot 5 jaar verblijfsduur • 5+ jaar verblijfsduur <1 jaar verblijf

1 tot 2,5 jaar verblijf

2,5 tot 5 jaar verblijf

5+ jaar verblijf

Totaal

2018

45

75

75

160

355

2019

70

55

75

170

370

2020

65

90

70

180

405

2021

40

90

95

205

430

440 2022 45 75 100 220 Tabel 8.1: aantal inschrijvingen van arbeidsmigranten in BRP naar verblijfsduur Bron: Monitor Huisvesting Aandachtsgroepen, VNG (2024) In de laatste jaren (2018-2022) vindt een stijging van het aantal arbeidsmigranten in Wassenaar plaats. Dit is een trend die landelijk te zien is. Het gaat in Wassenaar voornamelijk om een stijging van het aantal arbeidsmigranten dat 2,5 tot 5 jaar (+33%), en langer dan 5 jaar (+37,5%) in Nederland verblijft. Het aantal arbeidsmigranten dat korter dan 2,5 in Nederland verblijft fluctueert maar is gelijk met het aantal van 2018. Soms doen arbeidsmigranten aan woningdelen. Dit kan zowel vrijwillig zijn of door gebrek aan beschikbaar passend aanbod. Op basis van het aantal arbeidsmigranten per huishouden en woonruimte in het BRP is in kaart gebracht op hoeveel woonruimtes arbeidsmigranten in Wassenaar een beroep

27

doen. Het gaat om 440 arbeidsmigranten, die 415 verschillende huishoudens vormen in 410 woonruimten. Er is dus sprake van overwegend eenpersoonshuishoudens. Registraties RNI EU-arbeidsmigranten die kort in Nederland verblijven schrijven zich soms (nog) niet in in de BRP. Om ook deze groep arbeidsmigranten in beeld te krijgen is ook in de Registratie niet-ingezetenen (RNI) gekeken. Dit is een register voor personen die een relatie hebben met de Nederlandse overheid maar geen (formeel) woonadres in Nederland hebben. Inschrijving in de RNI is niet verplicht, maar met inschrijving in de RNI wordt een Burgerservicenummer (BSN) verkregen. Arbeidsmigranten hebben een BSN nodig om te kunnen werken. Op basis van alleen de RNI kan niet bepaald worden of iemand in Nederland werkt. Het CBS heeft daarom de Polisadministratie van het UWV aan de RNI gekoppeld. Alle personen die in loondienst werken voor een Nederlandse werkgever zitten in de Polisadministratie. Het CBS heeft voor alle personen in de RNI in beeld gebracht of zij op 31 december 2022 stonden ingeschreven in de Polisadministratie als werknemer. De werknemers met een nationaliteit van de EU-landen (excl. Nederland) worden getypeerd als EU-arbeidsmigranten in de RNI. Ook de werknemers met een nationaliteit van de EFTA-landen (Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland) worden meegenomen binnen deze aandachtsgroep.

Er is voor arbeidsmigranten in de RNI een subindeling beschikbaar met een onderscheid naar de arbeidsduur in Nederland. Om dit onderscheid te maken wordt gekeken of de persoon gedurende vijf maanden voorafgaand aan de peildatum op enig moment gedurende iedere maand een inkomstenverhouding had. Op basis hiervan wordt onderscheid gemaakt

629.105 | Woonzorganalyse

tussen korter dan 4 maanden verblijfsduur en langer dan 4 maanden verblijfsduur. Landelijk gezien blijkt de ruime meerderheid van de EU-arbeidsmigranten in de RNI langer dan 4 maanden in Nederland werkt (en dus waarschijnlijk verblijft). Immigranten die (van plan zijn) 4 maanden of langer in Nederland verblijven zijn wettelijk verplicht zich in te schrijven in de BRP. De cijfers laten zien dat dit in de praktijk vaak niet gebeurt. Voor arbeidsmigranten in de RNI is niet geregistreerd in welke gemeente zij wonen: de bron hiervoor is immers de BRP. Wel is bekend bij welk bedrijf zij werken en in welke gemeente dit bedrijf gevestigd is. Voor personen die werken bij een bedrijf met meerdere vestigingen (in verschillende gemeenten) is door het CBS bepaald wat de meest waarschijnlijke gemeente is waar de persoon werkt. De indeling naar gemeenten is dus gebaseerd op de (meest waarschijnlijke) werkgemeente van de persoon. In de gemeente Wassenaar staan 15 arbeidsmigranten in de RNI ingeschreven. Vanwege de lage aantallen, is niet bekend hoe veel van hen langer dan 4 maanden in Nederland verblijven. In de woondealregio Haaglanden gaat het om tweederde van alle arbeidsmigranten in de RNI die niet in de BRP staan ingeschreven. Het zou voor Wassenaar dus kunnen gaan om rond de 10 arbeidsmigranten, en 5 arbeidsmigranten die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven.

Een belangrijke kanttekening is dat veel arbeidsmigranten in de RNI via een uitzendbureau werken. Bij uitzendkrachten wordt de vestigingslocatie van de uitlener (uitzendbureau) geregistreerd en niet van de inlener (bedrijf waar uitzendkrachten aan het werk zijn). De werkgemeente in de registraties is dus niet altijd de gemeente waar de persoon daadwerkelijk werkt. Uiteraard wonen personen ook niet per se in de gemeente waar zij werken. RNI geregistreerde

28

arbeidsmigranten in Wassenaar hoeven dus niet in Wassenaar te wonen, en andersom kunnen RNI geregistreerde arbeidsmigranten in andere gemeenten in Wassenaar wonen. Hoe veel arbeidsmigranten die niet in de BRP staan in Wassenaar wonen is dus niet precies bekend.

Flexwoningen voor arbeidsmigranten (in de niet-agrarische sector) voldoen bij voorkeur minimaal aan de normen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF), om voldoende woonkwaliteit te bieden.

Studenten Woonwensen en -behoeften Wat een gepaste woonvorm is voor arbeidsmigranten is afhankelijk van hun verblijfsduur. Arbeidsmigranten die langer dan een paar jaar of permanent in Nederland blijven behoren tot de reguliere woningbehoefte. Zij zijn verantwoordelijk voor eigen huisvesting. Hun woonbehoefte bestaat uit zowel koop- als huurwoningen in een prijscategorie die passend is bij het inkomen. Er is geen landelijke eenduidigheid, maar in veel beleidskaders wordt een verblijfsduur van maximaal 4 tot 6 maanden gezien als shortstay arbeidsmigrant en een verblijf van 6 maanden tot 2 à 3 jaar als midstay arbeidsmigrant. Shortstay migranten hebben behoefte aan snelle vormen van tijdelijke huisvesting. Vaak worden deze arbeidsmigranten in beperkte aantallen op een centrale plek gehuisvest, in veel gevallen is de huisvesting gerelateerd aan het bedrijf waar ze werkzaam zijn. Zij verblijven in kamers met gedeelde voorzieningen. Dit kunnen individuele kamers zijn, of gedeelde kamers met minimaal 12m2 per persoon. Hier worden vaak flexconcepten voor ingezet. Midstay arbeidsmigranten hebben meer behoefte aan kwaliteit en privacy dan short-stay migranten en willen veelal ook meer kunnen integreren in de samenleving.

Afhankelijk van de individuele behoefte van deze arbeidsmigranten, kunnen zij zich vestigen in reguliere woningen, in de vorm van studio’s en appartementen in complexen die vaak speciaal voor arbeidsmigranten zijn gerealiseerd. Hier kunnen ook flexwoningen voor worden ingezet. Momenteel woont een deel van de arbeidsmigranten in recreatiewoningen.

629.105 | Woonzorganalyse

Wassenaar heeft geen hoger onderwijsinstelling en geen studentenhuisvesting. Als er studenten in Wassenaar wonen, wonen zij dus thuis bij ouders of op kamers via particuliere verhuur.

Woonwagenbewoners Er zijn in Wassenaar 21 standplaatsen voor woonwagens. Deze standplaatsen zijn allen bezet en het betreft 20 koopstandplaatsen en 1 huurstandplaats. Voor deze ene huurstandplaats wordt geen wachtlijst bijgehouden. In de Woonvisie 2021-2025 zijn ambities uitgesproken over het aanbod aan woonwagenstandplaatsen. Zo is er de ambitie om in totaal 7 tot 9 extra standplaatsen te realiseren verdeeld over twee locaties, en dit eventueel uit te breiden als er meer behoefte blijkt te zijn. Dit zou dan op de huidige locaties kunnen zijn of op een nieuwe locatie, afhankelijk van de uitbreidingsmogelijkheden. Voor deze nieuwe standplaatsen is nog niet bepaald of het om koop- of huurstandplaatsen zal gaan. Ook is er nog niet vastgelegd wie er behoefte heeft voor standplaatsen en waar. De gemeente zou voor huurstandplaatsen graag met een wachtlijst op basis van familiair beginsel werken, in plaats van een wachtlijst op basis van langste inschrijftijd.

Statushouders Statushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen, op grond waarvan ze in Nederland mogen blijven. Gemeenten in Nederland zijn verplicht om vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen passende woonruimte te bieden. Deze mensen worden door het COA

29

gekoppeld aan gemeenten. Daarna is het de taak aan de gemeente om te zorgen voor een woning. De minister van Justitie en Veiligheid maakt elk half jaar bekend hoeveel statushouders er in Nederland moeten worden gehuisvest. Het totaal aantal te huisvesten statushouders wordt naar rato van het inwonertal van gemeenten over de gemeenten verdeeld; dit levert een ‘taakstelling’ per gemeente op. De taakstelling voor statushouders fluctueert sterk, afhankelijk van het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt en een verblijfsvergunning krijgt. Dit is ook te zien in de terugblik in de factsheet, waarin de taakstelling van de gemeente vanaf 2013 tot en met 2024 is weergegeven. Voor 2024 was de taakstelling 55 Voor de toekomstige verwachte taakstelling hebben we twee scenario’s uitgewerkt: • Het trendmatige scenario gaat uit van een taakstelling die gelijk is aan het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar per gemeente. • Het hoge scenario gaat per gemeente uit van een gemiddelde taakstelling die gelijk staat aan die in de hoogste 2 jaren sinds 2013. In deze prognoses is de achterstand (van 24 statushouders) in huisvesting op 1 januari 2025 niet meegenomen. Deze opgave komt dus nog boven op de opgave in de prognoses.

Er ligt een wetsvoorstel van Minister Keijzer om de taakstelling en de voorrang voor statushouders af te schaffen, maar dit is nog niet ingevoerd en wordt momenteel besproken. De gemeentelijke taakstelling voor statushouders geldt nog en loopt in elk geval tot en met de eerste helft van 2025. Totdat het wetsvoorstel is aangenomen en in werking treedt, blijft de taakstelling voor gemeenten van kracht.

629.105 | Woonzorganalyse

30

9 Bijlage 1 Begrippenlijst • • • • •

• • • • • • • •

BW: Beschermd Wonen (GGZ). Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. LG: Lichamelijk Gehandicapt. MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB. PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. PG: Psychogeriatrie. Aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de geestelijke vermogens (psycho) op hogere leeftijd (geriatrie). SOM: Somatiek. Zorg bij lichamelijke ziektes. VG: Verstandelijk Gehandicapt. VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis kan worden geleverd. Wlz: Wet langdurige zorg. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning. ZG: Zintuiglijk Gehandicapt Zvw: Zorgverzekeringswet.

intern als extern toegankelijk. Dat betekent dat de woning te bereiken is zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zonder trappen te bereiken (intern toegankelijk). • Geclusterd wonen is een woonvorm voor ouderen die deel uitmaken van een complex of groep woningen (minimaal 10) die speciaal bestemd zijn voor ouderen. De woningen zijn levensloopgeschikt (ze voldoen aan dezelfde kenmerken als nultredenwoningen). De inrichting van het complex is bij voorkeur dementievriendelijk en gericht op sociaal contact en gemeenschapsgevoel. Er is een ontmoetingsruimte inpandig of in de directe nabijheid (op rollatorafstand, < 400 meter 1). • Zorggeschikte woningen / Woonzorgcentrum zijn zelfstandige woningen in een geclusterde woonvorm die zo ingericht zijn dat hier goed verpleegzorg geleverd kan worden. Zorggeschikte woningen gelden als alternatief voor traditionele verpleeghuisplekken. Ze zijn rolstoel- of rollatorgeschikt, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer 1. Ze kunnen onderdeel zijn van een complex waar alle bewoners gebruik maken van Wlz-zorg (bijvoorbeeld traditionele verpleeghuisplekken, woonzorgcentrum of een kleine woonvorm voor mensen met dementie), maar ook van een geclusterde woonvorm waar ook mensen zonder Wlzindicatie wonen.

Woonvormen voor ouderen • Reguliere woningen zijn ‘gewone’, niet-geclusterde woningen. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen. • Nultredenwoningen zijn woningen die geschikt zijn voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. De woning is zowel

629.105 | Woonzorganalyse

31

10 Bijlage 2: De Doorzonscan

• •

De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee gemeenten en woningcorporaties op een snelle manier kunnen achterhalen welk deel van de woningvoorraad al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Hieronder staan de kenmerken waaraan woningen moeten voldoen om een specifieke kwalificatie te krijgen.

Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken.

Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; • appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); • (semi)bungalows, woonboerderijen.

inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; geschakelde woning.

De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van wozgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘potentieel geschikt’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd). Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.

Potentieel geschikte woning Potentieel geschikte woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: • eengezinswoning, is gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965;

629.105 | Woonzorganalyse

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=46d796ed-5ea0-46a5-b165-02160d78b82b