Bijlage 1 Was-Wordt tabel Algemene Plaatselijke Verordening
Tekst van het document
Bijlage 1 Was-wordt tabel bij Wijziging APV 2024;
In onderstaande ‘was/wordt-tabel’ worden: In de linker kolom de onderdelen (artikelen en leden) cursief opgenomen die wijzigen in de nieuwe verordening. In de rechter kolom wordt vervolgens: 1) Vetgedrukt de wijzigingen in de nieuwe verordening weergegeven. 2) Als een wijziging moet worden aangebracht in een artikellid of een artikel, dan wordt dat lid of dat artikel in zijn geheel opgenomen. 3) Worden twee of meer leden van een artikel gewijzigd, dan wordt in beginsel het hele artikel opgenomen. 4) Indien een artikel niet wijzigt, wordt dit niet in de tabel opgenomen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Art 2:10 Voorwerpen op of aan de weg
Art 2:10 Voorwerpen op of aan de weg
3.Het verbod is niet van toepassing op:
3.Het verbod is niet van toepassing op:
a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid;
b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid;
c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
e. door het college aan te wijzen categorieën van
e. door het college aan te wijzen categorieën van
voorwerpen;
voorwerpen;
f. voertuigen;
f. voertuigen;
g. afvalstoffen, voor zover de inzameling en
g. afvalstoffen, voor zover de inzameling en
aanbieding geschieden overeenkomstig het bepaalde
aanbieding geschieden overeenkomstig het bepaalde
in de Afvalstoffenverordening gemeente Wassenaar;
in de Afvalstoffenverordening gemeente Wassenaar;
h. beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot
h. beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot
een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn
een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn
gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de
gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de
provinciale omgevingsverordening of de
provinciale omgevingsverordening of de
waterschapsverordening.
waterschapsverordening;
Pagina 1 van 32
i. als door het gebruik, bedoeld in het eerste lid, de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in art 2.1, eerste lid van het Omgevingsbesluit.
4. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin
4. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid,
geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
onder a, is niet van toepassing als in het daarin
van de Wegenverkeerswet 1994.
geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
5. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken.
5. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken.
6. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming
6. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid,
van overlast wordt voorzien door de Wet
onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming
milieubeheer.
van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
7.Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
7.Op de aanvraag om een vergunning is
beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Art 2:12 Maken of veranderen van een
Art 2:12 Maken of veranderen van een
uitweg
uitweg
Lid 1
Lid 1
Het is verboden zonder, of in afwijking van,
Het is verboden zonder, of in afwijking van een
omgevingsvergunning van het bevoegde gezag
omgevingsvergunning van het bevoegde gezag
een uitweg te maken naar de weg of verandering
een uitweg te maken naar de weg of verandering
te brengen in een bestaande uitweg naar een
te brengen in een bestaande uitweg naar een
weg.
weg.
Pagina 2 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan
de burgemeester de vergunning slechts geheel of
de burgemeester de vergunning slechts geheel of
gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet
gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet
worden aangenomen dat:
worden aangenomen dat:
a.
b.
de woon- of leefsituatie in de omgeving
a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de
van de openbare inrichting of de openbare
openbare inrichting of de openbare orde op
orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
beïnvloed;
b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht
de exploitant of de leidinggevende in enig
van slecht levensgedrag is.
opzicht van slecht levensgedrag is; c.
[vervallen]
4. Geen vergunning is vereist voor een openbare
4. Geen vergunning is vereist voor een openbare
inrichting die zich bevindt in een:
inrichting die zich bevindt in een:
a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de
a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de
Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
openbare inrichting een nevenactiviteit vormen
openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van
van de winkelactiviteit;
de winkelactiviteit;
b. zorginstelling;
b. zorginstelling;
c. kerkgebouw
c. museum;
d. museum; of
d. bedrijfskantine of -restaurant;
e. bedrijfskantine of -restaurant;
e. kerkgebouw.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 7a Tegengaan onveilig, niet leefbaar
Afdeling 7a Tegengaan onveilig, niet leefbaar
en malafide ondernemingsklimaat
en malafide ondernemingsklimaat
Artikel 2:40 a Verbod exploiteren bedrijf
Artikel 2:40 a Verbod exploiteren bedrijf
zonder benodigde vergunning
zonder benodigde vergunning
(Vervallen)
(verplaatst naar 2:81)
Pagina 3 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:45a
Artikel 2:45a Gevaar door houtopstand
(nieuw)
Het is verboden om een houtopstand in een zodanige staat te hebben dat hierdoor direct gevaar voor goederen of personen ontstaat.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:48a Verboden Lachgasgebruik
Artikel 2:48a Verboden Lachgasgebruik
Het is verboden op een openbare plaats
(Vervallen)
lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:50a
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen
(nieuw)
als steekwapen 1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
Pagina 4 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:54
Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats
(Vervallen)
als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden; b. in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover: 1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd;
Pagina 5 van 32
d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:60 Houden en voeren van dieren
Artikel 2:60 Houden en voeren van dieren
1. Het is verboden op door het college ter
1. Het is verboden op door het college ter
voorkoming of opheffing van overlast of schade
voorkoming of beëindiging van overlast of
aan de openbare gezondheid aangewezen
schade aan de openbare gezondheid aangewezen
plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de
plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de
Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct
Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit
Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit
aangeduide dieren:
aangeduide dieren:
a. aanwezig te hebben;
a. aanwezig te hebben;
b. aanwezig te hebben anders dan met
b. aanwezig te hebben anders dan met
inachtneming van de door het college in het
inachtneming van de door het college in het
aanwijzingsbesluit gestelde regels;
aanwijzingsbesluit gestelde regels;
c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven.
c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:62 loslopend vee
Artikel 2:62 loslopend vee
De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige
De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige
dieren of varkens die zich bevinden in een weiland
dieren of varkens die zich bevinden in een
of op een terrein dat niet van de weg is
weiland of op een terrein dat niet van de weg is
afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg
maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg
niet kan bereiken.]
niet kan bereiken.
Pagina 6 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:71 Definitie
Artikel 2:71 Definitie
In deze afdeling wordt onder
In deze afdeling wordt onder
consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van
consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat
categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel
op grond van artikel 2.1.1 van het
2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als
Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk
vuurwerk dat ter beschikking mag worden
dat ter beschikking mag worden gesteld voor
gesteld voor particulier gebruik.
particulier gebruik.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel
De burgemeester kan overeenkomstig artikel
154a van de Gemeentewet besluiten tot het
154a van de Gemeentewet besluiten tot het
tijdelijk doen ophouden van door hem
tijdelijk doen ophouden van door hem
aangewezen groepen van personen op een door
aangewezen groepen van personen op een door
hem aangewezen plaats als deze personen het
hem aangewezen plaats als deze personen het
bepaalde in de artikelen
bepaalde in de artikelen groepsgewijs niet naleven:
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden; Artikel 2:26 Ordeverstoring Artikel 2:26 Ordeverstoring; Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen;
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik Artikel 2:48 Verboden drankgebruik; Artikel 2:48a Verkoop en gebruik van lachgas Artikel 2:48a Verkoop en gebruik van lachgas; Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen; Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten;
Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling;
Pagina 7 van 32
Artikel 2:73a Carbidschieten
Artikel 2:73a Carbidschieten;
Artikel 2:74 Drugshandel op straat
Artikel 2:74 Drugshandel op straat;
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden
buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken;
groepsgewijs niet naleven.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:80 Sluiting van voor publiek
Artikel 2:80 Sluiting voor publiek
openstaand gebouw of bijbehorend erf
openstaand gebouw of bijbehorend erf
1.De burgemeester kan de sluiting bevelen
1. De burgemeester kan in het belang
van een voor publiek toegankelijk gebouw,
van de openbare orde of ter voorkoming
inrichting of ruimte als daar:
of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of
a.is gehandeld in strijd met artikel 1 van de
leefklimaat besluiten tot de gehele of
Wet op de kansspelen;
gedeeltelijke sluiting van een voor het
b.door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; c.discriminatie heeft plaatsgevonden op grond
publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf, als daar: a. is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen;
van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op
b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden,
welke grond dan ook;
bewaard of verborgen zijn dan wel zijn
d.wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet
verworven of overgedragen;
wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor
c.discriminatie heeft plaatsgevonden op grond
geen ontheffing, vergunning of verlof is
van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op
verleend of
welke grond dan ook;
e. zich andere feiten of omstandigheden
d.wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet
hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat
wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor
het geopend blijven van het gebouw, de
geen ontheffing, vergunning of verlof is
inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert
verleend of
voor de openbare orde. e. zich andere feiten of omstandigheden 2.De burgemeester trekt het sluitingsbevel in
hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat
als naar zijn oordeel de in het eerste lid
het geopend blijven van het gebouw, de
Pagina 8 van 32
genoemde belangen voortzetting van de
inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert
sluiting niet langer vereisen.
voor de openbare orde.
3.De burgemeester draagt zorg voor het
2. Het eerste lid is niet van toepassing op
aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de
situaties waarin artikel 2:30, eerste lid,
toegang van het gebouw, de inrichting of de
of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
ruimte, of in de directe nabijheid daarvan. 3. De burgemeester brengt een afschrift 4.De rechthebbende laat toe dat een afschrift
van zijn besluit aan op of nabij de
van het sluitingsbevel wordt aangebracht.
toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat
5.Het is verboden een gebouw, inrichting of
gebouw behorende erf.
ruimte te betreden waarvan de sluiting is bevolen.
4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en
6.Het is de rechthebbende verboden zonder
aangebracht blijft, zolang de sluiting van
toestemming van de burgemeester bezoekers
kracht is.
toe te laten of zelf het gebouw, de inrichting of de ruimte te betreden.
5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin
7.Het derde, vierde, vijfde en zesde lid zijn
of daarop te verblijven of een bezoeker
van overeenkomstige toepassing als de
daarin of daarop te laten verblijven
burgemeester krachtens artikel 174a van de
zonder toestemming van de
Gemeentewet of artikel 13b van de Opiumwet
burgemeester.
heeft besloten tot sluiting van een woning, een lokaal of een bij de woning of dat lokaal
6. De burgemeester kan een sluiting
behorend erf.
opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 7.Het derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing als de burgemeester krachtens artikel 174a van de Gemeentewet of artikel 13b van de Opiumwet heeft besloten tot sluiting van een woning, een lokaal of een bij de woning of dat lokaal behorend erf.
Pagina 9 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:40 a Verbod exploiteren bedrijf
Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden
zonder benodigde vergunning
van de burgemeester Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of artikel 2:28 of artikel 3:3; b. beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit; c. exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend
Pagina 10 van 32
erf of in een door hem aangewezen gebied. 4. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a. voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; b. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder; c. het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; d. het nummer van inschrijving in het Handelsregister; e. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder; f. voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:
Pagina 11 van 32
a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d. als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer; g. als een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft/hebben geëxploiteerd of daar leiding aan heeft/hebben gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken. 6. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de
Pagina 12 van 32
burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. 7. Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 8. De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of
Pagina 13 van 32
krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester onverminderd het bepaalde in artikel 2:80 een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Pagina 14 van 32
15. In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Hoofdstuk 2 Afdeling 13: Strand- en zwemveiligheid aan de kust. Art 2:82 definities: -
Strand: de zone begrensd door de gemeentegrenzen aan noord- en zuidzijde en tussen de duinvoet en de gemiddelde laagwaterlijn. Met inbegrip van de duinhellingen of het beloop der duinen, de opgangen van wegen en paden die toegang geven tot het strand en de daarop voor het publiek toegankelijke gebouwen en terrassen.
-
Zwemzone: gedeelte van de zee die is aangewezen ten behoeve van het baden en zwemmen, te weten de zwemzone gelegen tussen het strand
Pagina 15 van 32
van Katwijk aan Zee, Boulevard Zuid en Scheveningen Zwarte Pad. De zwemzone heeft vijf strandopgangen (van Zuid naar Noord: Meijendel (1), Kustzeilvereniging (2), Wassenaarse Slag (3), De Ruyter (4) en Berkheide (5). -
Watersportzone: Gedeelten van de zee ten behoeve van de watersport. In de zee vanaf het strand tussen de in de overeenkomst aangegeven hectometerpalen.
-
Zee: de binnen de vastgestelde gemeentegrenzen vallende zee tot 1 kilometer vanaf de gemiddelde vloedlijn.
-
Openbaar water: alle binnenwateren die, -al dan niet met enige beperkingvoor het publiek anderszins toegankelijk zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2.91 Aanwijzingen Lifeguards Iedere bader / zwemmer dient de aanwijzingen en bevelen van politie en andere instanties die toezien op zwemveiligheid, waaronder Lifeguards, stip en onverwijld op te volgen.
Pagina 16 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2.92 Hulpverlening 1.Het is verboden op enigerlei de uitrukmogelijkheden en uitruksnelheid van reddingswerkers, politie of andere hulpdiensten onnodig nadelig te beïnvloeden en/of te versperren. 2.Het is verboden de bereikbaarheid van de EHBO-post/reddingspost op het strand onnodig te beperken. 3.Onverminderd het gestelde in lid 1 en 2 moet ten alle tijde een strook strand evenwijdig aan, en gemeten vanaf, de waterlijn van 10 meter breed worden vrijgehouden van voorwerpen en obstakels die de doorgang voor de hulpdiensten belemmeren.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2.93 Verbods- en waarschuwingsvlaggen 1.Twee rode vlaggen boven elkaar – Het is verboden zich in zee te bevinden als er twee rode vlaggen boven elkaar (rood over rood) zijn gehesen aan de daartoe bestemde vlaggenmast. 2.Een rode vlag – Er geldt een dwingend negatief zwemadvies (niet zwemmen!) als er een rode vlag is gehesen aan de daartoe bestemde vlaggenmast. 3.Een gele vlag – Er geldt een waarschuwing dat de zee gevaarlijk is als een gele vlag gehesen is aan de daartoe bestemde vlaggenmast 4.Een oranje windzak – Er geldt een waarschuwing dat het gevaarlijk is om met drijvende
Pagina 17 van 32
voorwerpen in zee te zijn wanneer de oranje windzak gehesen is aan de daartoe bestemde vlaggenmast.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2.94 Kitesurfen, golfsurfen, vliegeren en strandzeilen 1.Het is verboden aan/langs de kust te varen met een door een vlieger voortbewogen (zeil)plank (kitesurfen). 2.Het is verboden aan de kust vliegers op te laten die bestuurbaar zijn door twee of meer stuurlijnen, hieronder wordt mede begrepen het oplaten van vliegers waarmee een (klein) voertuig of een (kleine) wagen kan worden voortbewogen. 3.Het is verboden aan de kust een (klein) voertuig of een (kleine) wagen voort te bewegen door middel van een zeil of een doek (blow karten / strandzeilen). 4.Het college kan gebieden aanwijzen waar de verboden onder a), b) en c) niet van toepassing zijn en het college kan daarvoor nadere regels vaststellen. 5.Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Art 4:1 definities
Art 4:1 definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- Activiteitenbesluit milieubeheer:
1. Activiteitenbesluit milieubeheer:
Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat
Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat
Pagina 18 van 32
besluit luidde direct voorafgaand aan de
besluit luidde direct voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Omgevingswet;
inwerkingtreding van de Omgevingswet;
- collectieve festiviteit: festiviteit die niet
2. Collectieve festiviteit: festiviteit die niet
specifiek aan één of een klein aantal
specifiek aan één of een klein aantal
inrichtingen is verbonden;
inrichtingen is verbonden;
- gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
3. Gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; 4. Gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
- houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of
5. Houder van een inrichting: degene die als
anderszins een inrichting drijft;
eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
- incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal
6. Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit
inrichtingen;
die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
- inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet
7. Inrichting: hetgeen daaronder wordt
milieubeheer, zoals die wet luidde direct
verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer,
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de
Omgevingswet, met dien verstande dat de
inwerkingtreding van de Omgevingswet, met
artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van
dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met
toepassing zijn op inrichtingen type A of type
4:5 uitsluitend van toepassing zijn op
B als bedoeld in het Activiteitenbesluit
inrichtingen type A of type B als bedoeld in het
milieubeheer;
Activiteitenbesluit milieubeheer;
- onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
8. Onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Art 4:2 Aanwijzing collectieve
Art 4:2 Aanwijzing collectieve
festiviteiten
festiviteiten
Pagina 19 van 32
3: In een aanwijzing als bedoeld in het eerste
3.In een aanwijzing als bedoeld in het eerste
en tweede lid kan het college bepalen dat de
en tweede lid kan het college bepalen dat de
aanwijzing slechts geldt in één of meer delen
aanwijzing slechts geldt in een of meer
van de gemeente.
aangewezen gebieden.
6. nieuw
6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A) en 82 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
7. nieuw
7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.
8. nieuw
8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 23:00 uur beëindigd.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Art 4:3 Melding incidentele festiviteiten
Art 4:3 Melding incidentele festiviteiten
1.Het is een inrichting toegestaan op maximaal 8 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste drie weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
1.Het is een inrichting toegestaan op maximaal 8 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste drie weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
2.Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 8 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van
Pagina 20 van 32
2.Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 8 dagen of dagdelen per
incidentele festiviteiten de verlichting langer
kalenderjaar in verband met de viering van
aan te houden ten behoeve van
incidentele festiviteiten de verlichting langer
sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste
aan te houden ten behoeve van
lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer
sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste
niet van toepassing is, mits de houder van de
lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer
inrichting ten minste drie weken voor de
niet van toepassing is, mits de houder van de
aanvang van de festiviteit daarvan melding
inrichting ten minste drie weken voor de
heeft gedaan aan het college.
aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
3.Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4.De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5.De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
3.Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4.De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5.De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A) en 82 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 23:00 uur beëindigd.
Pagina 21 van 32
9. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:5b Geluidhinder in de
Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht
openlucht 1. Het is verboden buiten een inrichting in de
1. Het is verboden in de openlucht een
openlucht een geluidsapparaat, toestel of
geluidsapparaat, toestel of machine in
machine in werking te hebben op een
werking te hebben op een zodanige wijze
zodanige wijze dat voor een omwonende of
dat voor een omwonende of overigens
overigens voor de omgeving geluidhinder
voor de omgeving geluidhinder wordt
wordt veroorzaakt.
veroorzaakt.
2. Het college kan ontheffing verlenen van
2. Het college kan ontheffing verlenen van het
het verbod.
verbod.
3.Het college kan terreinen of wateren
3. Het verbod is niet van toepassing als de
aanwijzen waar het verbod niet van
activiteit bij of krachtens de
toepassing is op het in werking hebben van
Omgevingswet is toegelaten, of sprake is
bepaalde in de aanwijzing aangewezen
van een situatie waarin wordt voorzien
categorieën van geluidsapparaten, toestellen
bij of krachtens de Zondagswet, de Wet
of machines, voor zover wordt voldaan aan
openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
de door het college vast te stellen
of de provinciale omgevingsverordening.
voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder. 4.De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op: a. het maximale geluidsniveau; b. de situering van geluidsbronnen; c. de frequentie en tijden van gebruik.
Pagina 22 van 32
5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:5c Geluidshinder door dieren
Artikel 4:5c Geluidshinder door dieren
Degene die buiten een inrichting de zorg
Degene die de zorg heeft voor een dier,
heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor
voorkomt dat dit voor een omwonende of
een omwonende of overigens voor de
overigens voor de omgeving
omgeving geluidshinder veroorzaakt.
geluidhinder veroorzaakt.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:5d Geluidshinder door
Artikel 4:5d Geluidshinder door
motorvoertuigen en bromfietsen
motorvoertuigen en bromfietsen
Het is verboden buiten een inrichting zich met
Het is verboden zich met een motorvoertuig
een motorvoertuig of een bromfiets zodanig
of een bromfiets zodanig te gedragen, dat
te gedragen, dat daardoor voor een
daardoor voor een omwonende of overigens
omwonende of overigens voor de omgeving
voor de omgeving geluidhinder ontstaat.
geluidhinder ontstaat.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:5e Geluidshinder door
Artikel 4:5e Geluidshinder door
vrachtauto’s
vrachtauto’s
1.Het is verboden buiten een inrichting een
1.Het is verboden een vrachtauto als
vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het
bedoeld in artikel 1 van het Reglement
Reglement verkeersregels en verkeerstekens
verkeersregels en verkeerstekens 1990 op
1990 op zodanige wijze te laden of te lossen
zodanige wijze te laden of te lossen dat
dat daardoor voor een omwonende of
daardoor voor een omwonende of overigens
overigens voor de omgeving geluidhinder
voor de omgeving geluidhinder wordt
wordt veroorzaakt.
veroorzaakt.
Pagina 23 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
1.Het is verboden buiten een inrichting op
1.Het is verboden op een zodanige wijze
een zodanige wijze toestellen of
toestellen of geluidsapparaten in werking te
geluidsapparaten in werking te hebben of
hebben of handelingen te verrichten dat voor
handelingen te verrichten dat voor een
een omwonende of voor de omgeving
omwonende of voor de omgeving
geluidhinder wordt veroorzaakt.
geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3.Het verbod is niet van toepassing op
3.Het verbod is niet van toepassing als
situaties waarin wordt voorzien bij of
de activiteit bij of krachtens de
krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet,
Omgevingswet is toegelaten, of sprake is
de Wet openbare manifestaties, het
van een situatie waarin wordt voorzien
Vuurwerkbesluit of de provinciale
bij of krachtens de Zondagswet, de Wet
omgevingsverordening.
openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:9 Toestand van sloten en
Artikel 4:9 Toestand van sloten en
andere wateren en niet openbare riolen
andere wateren en niet openbare riolen
en putten buiten gebouwen
en putten buiten gebouwen
(gereserveerd)
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Pagina 24 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen
Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen en plastic – en/of metalen confetti
3. Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in de Wet Luchtvaart dan wel de Luchtwet. 4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste en derde lid genoemde verbod.
3.Het buitengebruik van confetti bestaande uit kleine snippers die (deels) gemaakt zijn van plastic en/of metaal, is verboden. 4.Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in de Wet luchtvaart. 5.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste en derde lid genoemde verbod.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 3. Het bewaren van
Afdeling 3. Het bewaren van
houtopstanden
houtopstanden
1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
(lid 1. a-f + lid 2 = vervallen)
a. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van meer dan 10 cm op een hoogte van 1,3 m boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; b. houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken; c. hakhout: één of meer bomen die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; d. boomwaarde: de door het college vastgestelde wijze waarop de waarde van de bomen wordt bepaald.
Pagina 25 van 32
e. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); f. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus. 2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:10 Bereik afdeling en definities
Artikel 4:10 Bereik afdeling en definities
1.Deze afdeling is niet van toepassing op
1.Deze afdeling is niet van toepassing op
buiten de bebouwde kom aanwezige
buiten de bebouwde kom aanwezige
houtopstanden als bedoeld in artikel 11.111
houtopstanden als bedoeld in artikel 11.111
van het Besluit activiteiten leefomgeving,
van het Besluit activiteiten leefomgeving,
anders dan de genoemde in het tweede lid,
anders dan de genoemde in het tweede lid,
aanhef en onder b tot en met j, van dat
aanhef en onder b tot en met j, van dat
artikel.
artikel.
2.In deze afdeling wordt verstaan onder:
2.In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. boom: een houtachtig, overblijvend gewas
a. boom: een houtachtig, overblijvend gewas
met een dwarsdoorsnede van de stam van
met een dwarsdoorsnede van de stam van
meer dan 10 cm op een hoogte van 1,3 m
meer dan 10 cm op een hoogte van 1,3 m
boven het maaiveld - in geval van
boven het maaiveld - in geval van
meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede
meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede
van de dikste stam;
van de dikste stam;
b. bebouwde kom: de bebouwingscontour
b. bebouwde kom: de bebouwingscontour
houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het
houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het
Besluit kwaliteit leefomgeving, geldend
Besluit kwaliteit leefomgeving, geldend
ingevolge artikel IV, derde lid van het
ingevolge artikel IV, derde lid van het
Pagina 26 van 32
Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet
Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet
(Staatsblad 2021, 22);
(Staatsblad 2021, 22);
c. boomwaarde: de door het college
c. boomwaarde: de door het college
vastgestelde wijze waarop de waarde van de
vastgestelde wijze waarop de waarde van de
bomen wordt bepaald;
bomen wordt bepaald;
d. boomziekte: een biologische aantasting
d. boomziekte: een biologische aantasting
van bomen of ander houtopstand door
van bomen of ander houtopstand door
bacteriën, insecten, schimmels, virussen of
bacteriën, insecten, schimmels, virussen of
een andere natuurlijke oorzaak;
een andere natuurlijke oorzaak;
e. hakhout: één of meer bomen die, na te zijn
e. hakhout: één of meer bomen die, na te zijn
geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
f. houtopstand: één of meer bomen, hakhout,
f. houtopstand: één of meer bomen, hakhout,
een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van
een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van
heesters en struiken;
heesters en struiken;
g. kandelaberen: het terugsnoeien van een
g. kandelaberen: het terugsnoeien van een
kroon met meer dan 50% tot eventueel een
kroon met meer dan 50% tot eventueel een
hoofdstam met tekststompen;
hoofdstam met tekststompen;
h. vellen: kappen en rooien, met inbegrip van
h. vellen: verplanten, kappen en rooien, met
kandalaberen, het snoeien met meer dan
inbegrip van kandelaberen, het snoeien met
30% tot maximaal 50% van het kroonvolume
meer dan 30% tot maximaal 50% van het
alsmede het verrichten van handelingen
kroonvolume, alsmede het verrichten van
zowel bovengronds al ondergronds, die de
handelingen zowel boven- al ondergronds, die
dood of ernstige beschadiging of ontsiering
de dood of ernstige beschadiging of ontsiering
van de houtopstand ten gevolge kunnen
van de houtopstand ten gevolge kunnen
hebben
hebben;
i. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); j. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus;
Pagina 27 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Art 4:11b Weigeringsgronden
Art 4:11b Weigeringsgronden
1.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8
1.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8
kan de vergunning worden geweigerd op
kan de vergunning worden geweigerd op
grond van:
grond van:
a. natuur- en milieuwaarden;
a. natuur- en milieuwaarden;
b. landschappelijke waarden;
b. landschappelijke waarden;
c. cultuurhistorische waarden;
c. cultuurhistorische waarden;
d. beeldbepalende waarden;
d. archeologische waarden;
e. waarden van dorpsschoon; f. waarden voor recreatie en leefbaarheid.
e. beeldbepalende waarden; f. waarden van dorpsschoon; g. waarden voor recreatie en leefbaarheid; h: op grond van de gezondheidstoestand van de boom.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Art 5:9 Uitzichtbelemmerende
Art 5:9 Uitzicht belemmerende
voertuigen
voertuigen
1. Het is verboden een voertuig dat, met
1. Het is verboden een voertuig dat, met
inbegrip van lading, een lengte heeft van
inbegrip van lading, een lengte heeft van
meer dan 6 meter of een hoogte heeft van
meer dan 6 meter of een hoogte heeft van
meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren
meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren
bij een voor bewoning of ander dagelijks
bij een voor bewoning of ander voor
gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
dagelijks gebruik bestemd gebouw op
dat daardoor het uitzicht van bewoners of
zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van
gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke
bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
wijze wordt belemmerd of hen anderszins
hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen
hinder of overlast wordt aangedaan.
anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
Pagina 28 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:32 Crossterreinen
Artikel 5:32 Crossen
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
5:33 Beperkingen verkeer in
5:33 Beperkingen verkeer in
natuurgebieden
natuurgebieden
1.Het is verboden binnen voor publiek
1.Het is verboden binnen voor publiek
toegankelijke natuurgebieden, parken,
toegankelijke natuurgebieden, parken,
plantsoenen of voor recreatief gebruik
plantsoenen of voor recreatief gebruik
beschikbare terreinen te rijden of zich te
beschikbare terreinen te rijden of zich te
bevinden met een motorvoertuig, een
bevinden met een motorvoertuig, een
bromfiets, een fiets of een paard.
bromfiets, een fiets of een paard.
2.Het verbod is niet van toepassing op door
2. Het verbod is niet van toepassing op
het college aangewezen terreinen. Het college
motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en
kan nadere regels stellen voor het gebruik
paarden:
van deze terreinen in het belang van:
a. ten dienste van politie, brandweer en
a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek.
geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
Pagina 29 van 32
e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de 3.Het verbod is niet van toepassing op
onder d bedoelde personen.
motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen
3.Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;
hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel; c. binnen de in het omgevingsplan
c. die worden gebruikt in verband met werken
aangewezen terreinen voor zover die
die krachtens wettelijk voorschrift moeten
activiteit daarbij is toegelaten;
worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4.Het verbod is voorts niet van toepassing:
4.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Pagina 30 van 32
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te
verbranden of anderszins vuur te stoken
verbranden of anderszins vuur te stoken
1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen
1. Het is verboden in de openlucht
te verbranden buiten een inrichting in de zin
afvalstoffen te verbranden of anderszins
van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde
vuur aan te leggen, te stoken of te
direct voorafgaand aan de inwerkingtreding
hebben.
van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 6.Het verbod is niet van toepassing op
6. Het verbod is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door artikel
situaties waarin wordt voorzien door artikel
429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het
429, aanhef en onder 1˚ of 3˚van het
Wetboek van Strafrecht, de provinciale
Wetboek van Strafrecht of bij of krachtens
milieuverordening of de provinciale
de Omgevingswet.
omgevingsverordening.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Hoofdstuk 5 afdeling 10
Hoofdstuk 5 afdeling 10
Artikel 5:38 – 5:44
(Vervallen) Verplaatst naar Hoofdstuk 2 afdeling 13, Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7:1 Strafbepaling
Artikel 7:1 Sanctiebepaling
3. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 eerste lid, 2:11 eerste lid, 2:12 eerste lid en 4:11 eerste lid.
Pagina 31 van 32
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit,
artikel 2:12, eerste lid en artikel 4:11 tweede lid. 4. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7:4 Intrekking oude verordening
Art 7:4 Intrekking oude verordening
De Algemene plaatselijke verordening
De Algemene plaatselijke verordening
Wassenaar 2021 wordt ingetrokken.
Wassenaar 2022 wordt ingetrokken.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7:7 Citeertitel
Artikel 7:7 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als:
Deze verordening wordt aangehaald als:
Algemene plaatselijke verordening Wassenaar
Algemene plaatselijke verordening
2022.
Wassenaar 2024.
Pagina 32 van 32