Bijlage 1. WAS-WORDT-overzicht Eerste technische aanpassing Erfgoedverordening Wassenaar 2016
Tekst van het document
Bijlage 1 WAS-WORDT-overzicht eerste technische aanpassing Erfgoedverordening Wassenaar 2016 Z/23/077166/36643 Leeswijzer: in de bestaande tekst zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en als de bestaande tekst al cursief was onderstreept. In de nieuwe tekst zijn de nieuwe woorden en leestekst vet gedrukt en als de bestaande tekst al vet was gedrukt, ook onderstreept. Wanneer een nieuw artikel of nieuw lid is tussengevoegd, is deze verzien van kapitalen “NIEUW ARTIKEL/LID”. Indien een artikel of lid vervallen of niet overgenomen is, is dit vermeld in kapitalen. Erfgoedverordening Wassenaar 2016 Eerste technische aanpassing van de Erfgoedverordening Wassenaar 2016 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 1 Definities Vervangt lid g.
a. Adviescommissie omgevingskwaliteit Wassenaar: de op basis van artikel 17.9 van de Omgevingswet door de raad ingestelde commissie ten behoeve van de advisering over de omgevingskwaliteit van de fysieke leefomgeving van de gemeente Wassenaar, zoals het begrip omgevingskwaliteit wordt uitgelegd in het kader van de Omgevingswet. De taken en bevoegdheden van de commissie samengesteld uit onafhankelijke deskundigen zijn vastgelegd in de Verordening op de instelling van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit.
a. Archeologische begeleiding: handelingen als bedoeld voor het opsporen, onderzoeken of verwerven van cultureel erfgoed of onder- delen daarvan tijdens civieltechnische werkzaamheden bij bouw of aanleg in geval het als gevolg van fysieke belemmeringen niet mogelijk is om adequaat vooronderzoek te doen, in geval er op grond van de beschikbare archeologische informatie wordt geconcludeerd dat het doen van een opgraving niet (meer) nodig is, maar men toch graag het zekere voor het onzekere wil nemen of in geval sprake is van bijzondere onderzoeksvragen bij uitvoeringstrajecten.
b. Archeologische begeleiding: in de gangbare praktijk van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) moet bij veldwerkzaamheden bij archeologisch landbodemonderzoek worden gekozen voor een inventariserend veldonderzoek (IVO) of voor een opgraving. In uitzonderlijke gevallen kan een archeologische begeleiding worden uitgevoerd. Dit dient dan niet ter vervanging van een IVO of Opgraving, maar is daarvan een bijzondere variant. Bij een archeologische begeleiding geldt als uitgangspunt dat het protocol 4003 IVO-P, resp. 4004 Opgraven gevolgd wordt.
b. Archeologisch terrein: terrein dat deel uitmaakt van het cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige archeologische overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen.
c. Archeologisch verwachtingsgebied: […]
c. Archeologisch monument: Terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde zoals omschreven in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet en artikel 1, onder c, van de Monumentenwet 1988. d. Archeologisch verwachtingsgebied:
Pagina 1 van 13
d. Archeologische waarden: […]
[…] e. Archeologische waarden: […] NIEUW ARTIKEL 1.F f. Archeologische waardestelling: beoordeling van de fysieke kwaliteit, de inhoudelijke kwaliteit en de belevingswaarde van een archeologische vindplaats op basis van onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van de KNA-leidraad bijlage IV ‘het waarderen van vindplaatsen’. NIEUW ARTIKEL 1.G g. Beeldbepalende zaak: Een beeldbepalende zaak, geen monument zijnde, waarvan de hoofdvorm van algemeen belang is; als kenmerkende uitdrukking van een bepaalde bouwwijze, architectuur of verkaveling of typologie; - als kenmerkend overblijfsel van een historische ontwikkeling van Wassenaar; en als zodanig is opgenomen in het Omgevingsplan.
e. Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. het college
h. Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet Omgevingsbesluit.
f. Het college: […]
i. Het college: […]
g. Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed: de op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 door de raad ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, deze verordening en het gemeentelijk cultureel erfgoed- en archeologiebeleid;
VERVANGEN DOOR lid a.
h. Cultureel erfgoed: […]
j. Cultureel erfgoed: […]
i. Cultuurhistorische waardenkaart: Topografische kaart van het gemeentelijk grondgebied of gelijkwaardig beleidsinstrument.
k. Cultuurhistorische waardenkaart: Topografische kaartlaag van het gemeentelijk grondgebied in het Omgevingsplan.
j. Gemeentelijk dorpsgezicht: […]
l. Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht: […], als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 20 van deze verordening;
k. Gemeentelijk kerkelijk monument: […]
m. Gemeentelijk kerkelijk monument: […] Pagina 2 van 13
l. Gemeentelijk monument: onroerende zaak of terrein, met cultuurhistorische waarden, boven- en/of ondergronds. Die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening, als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen en als bedoeld in artikel 2.2 lid 1 onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
n. Gemeentelijk monument: onroerende zaak of terrein met cultuurhistorische waarden, boven- en/of ondergronds, welke zaak of welk terrein overeenkomstig de bepalingen van deze verordening is aangewezen als gemeentelijk monument of gemeentelijk archeologisch monument, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
m. Gemeentelijk erfgoedregister: lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening en de Erfgoedwet als beschermde monument aangewezen zaken of terreinen;
o. Gemeentelijk erfgoedregister: register als bedoeld in artikel 3 van deze verordening;
VERVANGT lid v.
q. Omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht;
o. Onderzoek: 1. cultuurhistorische rapportage als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Mor (ministeriële regeling omgevingsrecht) en […]
r. Onderzoek: 1. cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie, als aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit zoals geregeld in artikelen 7.201, 7.202 en 7.203 van de Omgevingsregeling. […]
p. Opgraving […]
s. Opgraving […]
q. Plan van aanpak plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden overeenkomstig de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
t. Plan van Aanpak: het PvA is een gedetailleerd werkplan van de te volgen werkwijze bij de uitvoering van een (archeologisch)project. Doorgaans is het een praktische vertaling van het PvE (indien aanwezig) en wordt in het veld gebruikt als handleiding voor het onderzoek. Het bevat in elk geval de concrete planning van het veldwerk en een beschrijving van de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.
r. Programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het doel, ontwerp, uitvoering en rapportage van gravend archeologisch onderzoek overeenkomstig de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
u. Programma van Eisen: een Programma van Eisen (PvE) is een inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan. Ook staan hierin de randvoorwaarden bij het onderzoek, bijvoorbeeld wat betreft de
Pagina 3 van 13
omgang met het vondstmateriaal. In een PvE zijn voor elk onderdeel eisen geformuleerd waaraan onderzoek en uitvoering ten minste moeten voldoen. Het doel van een PvE is het borgen van de inhoudelijke kwaliteit van archeologisch onderzoek en het kan beschouwd worden als basisdocument voor archeologisch onderzoek. Een PvE speelt op die manier een belangrijke rol in het archeologische werkproces en bij de cyclus van de monumentenzorg om te komen tot hoogwaardige archeologische kennisvorming. Het PvE wordt door het college vastgesteld overeenkomstig de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). s. Redengevende omschrijving […]
v. Redengevende omschrijving […]
t. Rijksmonument […]
w. Rijksmonument […] NIEUW ARTIKEL 1.X x. Rijksmonumentenactiviteit Activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. De Memorie van Toelichting van de AMvB Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) van artikel 5.130 licht toe dat ook de omgeving van monumenten beschermd wordt via dit artikel. Echter, vallen activiteiten in de omgeving van monumenten aan te merken als ‘Omgevingsplanactiviteit’ en activiteiten die betrekking hebben op het monument zelf als ‘Rijksmonumentenactiviteit’. In de AMvB Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) artikel 13.9 beschrijft in welke gevallen vergunningvrije gevallen kunnen worden aangewezen voor rijksmonumentenactiviteiten.
u. Selectiebesluit: een gemotiveerd besluit van de bevoegde overheid tot het al dan niet behouden van een bepaalde archeologische vindplaats. Het besluit leidt tot het al dan niet, of onder voorwaarden, vrijgeven van een terrein of het nemen van archeologische maatregelen.
y. Selectiebesluit: een gemotiveerd besluit van de bevoegde overheid op basis van een archeologisch rapport tot het weigering van de omgevingsvergunning of een omgevingsvergunning met voorschriften ter bescherming van archeologische waarden. De derde mogelijkheid is: er is voldoende onderzoek uitgevoerd, derhalve vrijgave van het terrein en vergunning zonder archeologische voorschriften.
Pagina 4 van 13
v. Vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
VERVANGEN DOOR lid q.
w. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
VERVALLEN. NIEUW ARTIKEL Artikel 3 Gemeentelijk erfgoedregister 1. Het college houdt een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijke monumenten en gemeentelijk beschermde dorpsgezichten inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door het college van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht; c. gegevens over door het college van gedeputeerde staten ontvangen instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht.
Erfgoedverordening Wassenaar 2016
Eerste technische aanpassing van de Erfgoedverordening Wassenaar 2016
HOOFDSTUK 2 AANWIJZING GEMEENTELIJK MONUMENT
HOOFDSTUK 2 AANWIJZING GEMEENTELIJK MONUMENT
Artikel 3 De aanwijzing tot gemeentelijk monument
Artikel 4 De aanwijzing tot gemeentelijk monument
1 Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een zaak of (archeologisch) terrein, van algemeen belang wegens zijn esthetische waarde, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, aanwijzen als gemeentelijk monument.
1 Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een zaak of (archeologisch) terrein, van bijzonder belang wegens zijn esthetische waarde, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, aanwijzen als gemeentelijk monument.
Pagina 5 van 13
2 Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. In spoedeisende gevallen kan van het vragen van advies worden afgezien.
2 Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar. In het geval sprake is van een aanwijzing van een terrein tot archeologisch monument wordt advies gevraagd van een onafhankelijk KNA-archeoloog. In spoedeisende gevallen kan van het vragen van advies worden afgezien. NIEUW LID 3. Voordat het college over de aanwijzing van een terrein tot archeologisch monument een besluit neemt, wordt advies gevraagd aan een onafhankelijk KNA-archeoloog.
3. Voordat het college […]
4. Voordat het college […]
4. Het college kan bij […]
5. Het college kan bij […]
5. De aanwijzing kan geen beschermd monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3.1 van de Erfgoedwet.
6. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten; b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet.
Artikel 4 Voorbescherming
Artikel 5 Voorbescherming 1. […] , zijn de artikelen 11 tot en met 15 van overeenkomstige toepassing.
1. […] , zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing.
NIEUW LID 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister. Artikel 5 Termijn advies en aanwijzingsbesluit […] 2. Het college beslist omtrent de aanwijzing tot gemeentelijk monument binnen 12 weken na de datum van ontvangst van het advies van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag. Artikel 6 Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, lid 1,[…] Artikel 7 Registratie in het gemeentelijk erfgoedregister
Artikel 6 Termijn advies en aanwijzingsbesluit […] 2. Het college beslist omtrent de aanwijzing tot gemeentelijk monument binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van het advies van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Wassenaar, maar in ieder geval binnen zesentwintig weken na de adviesaanvraag. Artikel 7 Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 4, lid 1, […] Artikel 8 Registratie in het gemeentelijk erfgoedregister
Pagina 6 van 13
1 Het college registreert in het gemeentelijk erfgoedregister, datgene dat krachtens deze verordening en de Erfgoedwet als bedoeld in artikel 3.3., vijfde lid, onherroepelijk is aangewezen als monument.
1. Het college houdt een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld.
2 Het gemeentelijk erfgoedregister bevat ten minste de plaatselijke en kadastrale aanduidingen, een redengevende omschrijving van het monument, de motivering die tot de aanwijzing heeft geleid, de tenaamstelling en de datum van de aanwijzing.
2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding Rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht;] c. gegevens over door het college van gedeputeerde staten ontvangen instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stadsen dorpsgezicht.
Artikel 8 Wijzigen van de aanwijzing […]
Artikel 9 Wijzigen van de aanwijzing […]
2. Artikel 3, lid 2 tot en met 5, alsmede artikel 4 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging.
2. Artikel 4, lid 2 tot en met 6, alsmede artikel 5 tot en met 8 zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging.
Artikel 9 Intrekken van de aanwijzing
Artikel 10 Intrekken of vervallen van de aanwijzing 1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een aanwijzing intrekken.
1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een aanwijzing intrekken. Artikel 3, lid 2 tot en met 4 en artikel 5 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing op het intrekkingsbesluit. 2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 van de Erfgoedwet.
2. Artikel 4, tweede lid tot en met vierde lid, en artikelen 5 tot en met 8 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing op het intrekkingsbesluit. […] NIEUW LID 4. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch
Pagina 7 van 13
monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt in het gemeentelijk erfgoedregister geregistreerd. Erfgoedverordening Wassenaar 2016
Eerste technische aanpassing van de Erfgoedverordening Wassenaar 2016
HOOFDSTUK 3 INSTANDHOUDING GEMEENTELIJKE MONUMENTALE ZAKEN EN TERREINEN
HOOFDSTUK 3 INSTANDHOUDING GEMEENTELIJKE MONUMENTEN
Artikel 10 Instandhoudingbepaling het monument
Artikel 11 Instandhoudingbepaling het monument, dan wel de omgeving van het monument:
5 Een vergunning voor een activiteit als bedoeld onder 1 is niet vereist indien deze activiteit betrekking heeft op:
5. Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid, is niet vereist indien deze activiteit betrekking heeft op: a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, de aanleg niet wijzigt, of
a. regulier onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen, en bij een tuin, park of andere aanleg, de aanleg niet wijzigt;
NIEUW SUB 11.5.c c. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: 1˚. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2˚. doen van begravingen of asbijzettingen, of 3˚. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. NIEUW LID 11.6 6 Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid. Artikel 11 De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
Artikel 12 De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 5.7 van de Omgevingswet voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10 van deze verordening
Pagina 8 van 13
gegevens en bescheiden worden digitaal of analoog in viervoud ingediend.
en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden digitaal of analoog in viervoud ingediend.
Artikel 12 Termijnen van advies […] Artikel 13 Weigeringsgronden
Artikel 13 Termijnen van advies […] Artikel 14 Weigeringsgronden NIEUW LID 14.2 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overleg met de eigenaar.
Artikel 14 Intrekken van de vergunning 1. De vergunning kan op grond van artikel 2.33 lid 2 onder g van de Wabo door het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
Artikel 15 Intrekken van de omgevingsvergunning De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 11, eerste lid van deze verordening, kan door het college worden ingetrokken: a. als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b. voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.
b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;
c. de omstandigheden van de zijde van de vergunninghouder zodanig zijn gewijzigd, dat het belang van het gemeentelijk monument zwaarder moet wegen.
VERVALLEN
2 Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed.
VERVALLEN
Erfgoedverordening Wassenaar 2016
Eerste technische aanpassing van de Erfgoedverordening Wassenaar 2016
HOOFDSTUK 4 INSTANDHOUDING RIJKSMONUMENTEN
HOOFDSTUK 4 INSTANDHOUDING RIJKSMONUMENTEN
Artikel 15 Vergunning voor rijksmonumenten […]
Artikel 16 Vergunning voor rijksmonumenten […]
Erfgoedverordening Wassenaar 2016
Eerste technische aanpassing van de Erfgoedverordening Wassenaar 2016
HOOFDSTUK 5 INSTANDHOUDING ARCHEOLOGISCHE TERREINEN
HOOFDSTUK 5 INSTANDHOUDING ARCHEOLOGISCHE MONUMENTEN
Artikel 16 Instandhoudingsbepaling archeologische terreinen
Artikel 17 Instandhoudingsbepaling archeologische monumenten Pagina 9 van 13
[…]
[…]
Artikel 17 Archeologisch vooronderzoek Indien binnen het grondgebied van de gemeente Wassenaar vooronderzoek bureauonderzoek, verkennend, karterend en waarderend veldonderzoek) wordt uitgevoerd in het kader van de archeologische monumentenzorg, in de zin van de Erfgoedwet, dient dit onderzoek te voldoen aan de archeologische richtlijnen die in aanvulling op programma’s van eisen door het college zijn vastgesteld en waarmee aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld aan de uitvoeringsmethodiek en rapportage van archeologisch onderzoek.
Artikel 18 Archeologisch onderzoek Indien binnen het grondgebied van de gemeente Wassenaar archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd, dient, onverminderd de overige bepalingen van de wet: het college een Plan van Aanpak vast te stellen voordat booronderzoek wordt uitgevoerd. het college een Programma van Eisen vast te stellen voordat gravend onderzoek wordt uitgevoerd, waarbij nadere regels worden gesteld. Deze nadere regels kunnen mede betrekking hebben op het doel, ontwerp, uitvoering, toezicht en rapportage van gravend archeologisch onderzoek. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen.
Artikel 18 Opgraving en begeleiding […]
VERVALLEN
Artikel 19 Procedure […]
VERVALLEN
Erfgoedverordening Wassenaar 2016
Eerste technische aanpassing van de Erfgoedverordening Wassenaar 2016
HOOFDSTUK 6 AANWIJZING GEMEENTELIJK DORPSGEZICHT
HOOFDSTUK 6 AANWIJZING GEMEENTELIJK BESCHERMD DORPSGEZICHT
Artikel 20 Aanwijzing en registratie van een gemeentelijk dorpsgezicht 3. De aanwijzing vervalt van rechtswege indien een dorpsgezicht is aangewezen op grond van de Monumentenwet 1988.
Artikel 19 Aanwijzing en registratie van een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht 3. De aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet.
4. Artikel 3, lid 2 en lid 4 alsmede de artikelen 4 tot en met 9 zijn van overeenkomstige toepassing. In genoemde artikelen moet ‘het college’ echter gelezen worden als ‘de gemeenteraad’. De termijn genoemd in artikel 5, lid 1 wordt verlengd naar 16 weken. De termijnen in artikel 5, lid 2 wordt respectievelijk verlengd naar 12 en 24 weken.
4. Artikel 4, lid 2 en lid 4, van deze verordening alsmede de artikelen 5 tot en met 10 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing. In genoemde artikelen moeten ‘het college ’ echter gelezen worden als ‘de gemeenteraad’. De termijn genoemd in artikel 6, eerste lid, wordt verlengd naar zestien weken. De termijnen in artikel 6, tweede lid, worden respectievelijk verlengd naar twaalf en vierentwintig weken.
Artikel 21 Bestemmingsplan
Artikel 20 Omgevingsplan Pagina 10 van 13
1 Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk dorpsgezicht wordt door de raad bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan voldoen. 2 De gemeenteraad stelt een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening waarin de bescherming van de waarden van het gemeentelijk dorpsgezicht geregeld is. 3 Alvorens het college de gemeenteraad een voorstel doet tot vaststelling van een bestemmingsplan als verwoord in lid 2, wordt de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed gehoord.
1. Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht wordt door de raad bepaald in hoeverre het geldend Omgevingsplan Wassenaar, al dan niet nog als tijdelijk deel als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet, als beschermend plan voldoet. 2. De gemeenteraad stelt een wijziging van het Omgevingsplan Wassenaar vast, als bedoeld in de Omgevingswet, waarin de bescherming van de waarden van het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht geregeld is. 3. Alvorens het college de gemeenteraad een voorstel doet tot vaststelling van wijziging van het Omgevingsplan Wassenaar, als aangegeven in lid 2, wordt de Adviescommissie omgevingskwaliteit Wassenaar gehoord. NIEUW ARTIKEL Artikel 21 Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning 1. Het is in een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen. 2. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 3. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing. 4.
Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Erfgoedverordening Wassenaar 2016
Eerste technische aanpassing van de Erfgoedverordening Wassenaar 2016
HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 22 Tegemoetkoming in schade 1 Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in relatie staat tot: a de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen; b de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10;
NIET OVERGENOMEN
Pagina 11 van 13
c de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 10, onder 2; d. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 1; e een aanwijzing als bedoeld in artikel 18, onder 2, tweede volzin. 2 Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Artikel 23 Strafbepaling Degene, die handelt in strijd met artikel 10 en artikel 16, wordt bestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Artikel 22 Strafbepaling Degene, die handelt in strijd met artikel 11, artikel 16, artikel 23 of artikel 26 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. NIEUW ARTIKEL Artikel 23 Vangnet archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend; b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; c.
de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Pagina 12 van 13
2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek. Artikel 26 Intrekken oude regeling […]
NIET VAN TOEPASSING
Artikel 27 Overgangsbepalingen […]
NIET OVERGENOMEN
Artikel 28 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op het tijdstip dat de Erfgoedwet van kracht wordt.
Artikel 25 Inwerkingtreding 1. Dit besluit treedt in werking op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. NIEUW LID 2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 23 in werking op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 29 Citeertitel […]
Artikel 26 Citeertitel […]
Naast de hierboven aangewezen wijzigingen zijn over de gehele verordening de volgende onderdelen gewijzigd: - “Commissie Welzijn en Cultureel Erfgoed” wordt “Adviescommissie omgevingskwaliteit Wassenaar”; - “gemeentelijk dorpsgezicht” wordt “gemeentelijk beschermd dorpsgezicht”; - “artikel [x]” (verwijzend naar een ander artikel in de verordening) wordt “artikel [x] van deze verordening”; - “lid 1” (verwijzend naar een ander lid in hetzelfde artikel) wordt “eerste lid”; - “20” (aantal in cijfers) wordt “twintig” (aantal uitgeschreven); - “vergunning” wordt “omgevingsvergunning”; - “Erfgoedverordening (gemeente) Wassenaar 2010” wordt “Erfgoedverordening Wassenaar 2016”. - De nummering en de volgorde zijn niet gesynchroniseerd. Waar van toepassing is dat aangegeven in de tabel. Als een nieuw lid wordt tussen gevoegd, verschuiven uit de aard der zaak ook de volgende leden. - De citeertitel blijft 'Erfgoedverordening Wassenaar 2016’.
Pagina 13 van 13