Bijlage 1. Was-wordt lijst Verordening leerlingenvervoer
Tekst van het document
Was-wordt lijst Verordening leerlingenvervoer gemeente Wassenaar 2014 Verordening leerlingenvervoer gemeente Wassenaar 2025 Voor u ligt de wat-wordt lijst waarin alle aanpassingen/verschillen tussen de huidige Verordening leerlingenvervoer (2014) en de nieuwe Verordening leerlingenvervoer (2025) gemeente Wassenaar zijn opgenomen. Indien er geen verandering is, is het begrip/artikel niet opgenomen. Indien een verandering uitleg vergt, is dit in de derde kolom opgenomen. In sommige gevallen is er een nieuw begrip/ artikel (onderdeel) opgenomen wat voorheen niet in de verordening stond. In dat geval is de eerste kolom leeg. In andere gevallen is een begrip/ artikel (onderdeel) geheel komen te vervallen. In dat geval is de tweede kolom leeg. Wanneer er geen opmerking is geplaatst is de aanpassing doorgaans een verduidelijking of een vereenvoudiging; in dat geval spreekt de tekst voor zich. Is het artikel niet meer opgenomen in de nieuwe VNG-modelverordening, dan is er geen opmerking geplaatst, tenzij dit verheldering vergt. Versie 26 juni 2025
Huidige verordening Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus, treintaxi of bustaxi; afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;
Nieuwe verordening
Opmerkingen
aangepast vervoer: door het college georganiseerd vervoer;
De omschrijving is vereenvoudigd
afstand: afstand, overeenkomstig artikel 4, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; buitenschoolse opvang: een ander adres dan de woning waar de leerling structureel wordt opgehaald en/of gebracht; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar;
In de nieuwe bepaling zijn de verwijzingen naar de wetteksten opgenomen, doordat deze na de invoering van de Wet voortgezet onderwijs 2020 enigszins verschillen.
1
Huidige verordening Artikel 1. Definities
Nieuwe verordening
Opmerkingen
commissie van onderzoek: commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra commissie voor de begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra;
eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets;
leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel; ondersteuningsplan: 1º voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2º voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 17a, zevende toten met tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel 17a, lid 10a, van de Wet op het voortgezet onderwijs; openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of auto; opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;
deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige; eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets dat onder eigen verantwoordelijkheid plaatsvindt; gehandicapte leerling: een leerling, die door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken; leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school;
openbaar vervoer: personenvervoer dat openbaar toegankelijk is en waarvan iedereen al dan niet tegen betaling gebruik van kan maken opstapplaats: de opstapplaats bedoeld in artikel 11, eerste lid;
De omschrijving is verduidelijkt: verantwoordelijkheid ligt bij de ouder. Hiermee wordt verduidelijkt wat onder dit begrip in de verordening wordt verstaan. Dit is een andere invulling dan in het reguliere spraakgebruik.
2
Huidige verordening Artikel 1. Definities
Nieuwe verordening
Opmerkingen
ouders: ouder(s), voogden of verzorgers van de leerling;
ouders: met gezag over de leerling belaste ouders, pleegouders, voogden of verzorgers van de leerling of, indien van toepassing, de meerderjarige en handelingsbekwame leerling;
De omschrijving is aangepast aan de wettelijke omschrijving. Daarnaast is toegevoegd “indien van toepassing, de meerderjarige en handelingsbekwame leerling” dit zorg er voor dat deze zinsnede niet steeds in de verordening hoeft te zijn opgenomen waardoor de verordening helderder qua tekst is. Dit begrip komt niet meer voor in de verordening.
reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning, dan wel de opstapplaats, en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal tien minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, dan wel de opstapplaats, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal tien minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; samenwerkingsverband: Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs;
Verduidelijking van wat onder reistijd wordt verstaan.
school: 1°. Basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
De nieuwe omschrijving is compacter en verwijst alleen naar de relevante wetten.
regionale verwijzingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs; reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; samenwerkingsverband: 1º. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede envijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2º voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; School: 1º basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs 2º
3
Het begrip samenwerkingsverband komt in de verordening alleen in relatie tot primair onderwijs terug. De overige onderdelen konden daardoor vervallen.
Huidige verordening Artikel 1. Definities
Nieuwe verordening
school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezetspeciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 3º school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
2°. School voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 3°. School voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; schoolvakantie: vakantie waarvan de datum is opgenomen in de schoolgids;
stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding; toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;
vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning, dan wel de opstapplaats, en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerling die aansluiting onmogelijk maakt; vervoersvoorziening: 1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; 2°. aanbieding van aangepast vervoer dat het college verzorgt of doet verzorgen; of 3°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte
toegankelijke school: toegankelijke school als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, waar plaats is en waarbij de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders berustende keuze van een school geëerbiedigd wordt;
Opmerkingen
Dit begrip is voor de duidelijkheid toegevoegd. Deze definitie is vervangen door een afzonderlijk artikel (art. 16) over stages in de verordening In deze bepaling zijn de verwijzingen naar de wettelijke bepalingen opgenomen.
4 Dit is in de verordening zelf opgenomen, waardoor er geen begripsbepaling meer noodzakelijk was.
vervoersvoorziening: 1°. Vergoeding van fietsvervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider; 2°. Vergoeding van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider; 3°. Gehele of gedeeltelijke vergoeding van de vervoerkosten van de leerling en zo nodig van diens begeleider; of
De volgorde is gewijzigd, eerst zal worden gekeken of ouders kunnen zorgen voor vervoer voordat er recht op aangepast vervoer gaat ontstaan.
Huidige verordening Artikel 1. Definities
Nieuwe verordening
vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
4°. Aanbieding van aangepast vervoer voor de leerling en zo nodig voor diens begeleider.
woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft.
woning: woning waar de leerling feitelijk en structureel verblijft.
Huidige verordening Artikel 2 De door het college noodzakelijk te achten vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
Nieuwe verordening
2. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdrage aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling.
Opmerkingen
Opmerkingen De inhoud van deze bepaling is verspreid over verschillende artikelen in de nieuwe verordening. Hierdoor is het geen afzonderlijke bepaling maar maakt het deel uit van de artikelen die gaan over het bepalen van de verschillende vormen van een vervoersvoorziening.
Dit is in de begripsbepalingen onder het begrip Ouders opgenomen.
5
Huidige verordening Artikel 3 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de oudersmet het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
Nieuwe verordening
Opmerkingen Dit is in de begripsbepalingen opgenomen bij toegankelijke school.
2. Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat slechts aanspraak op een vervoersvoorziening naar eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaaronderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soortwaar op de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen. 3. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van een vervoersvoorziening het ondersteuningsplan, zoals dat is vastgesteld door het samenwerkingsverband na overleg met het college.
Op grond van de jurisprudentie mag deze vraag niet meer worden gesteld. De overheid mag niet de levensovertuiging van de ouders toetsen.
6
Deze bepaling is vervallen omdat in de praktijk het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband (SWV) geen invulling gaf voor de bepaling van het recht op leerlingenvervoer.
Huidige verordening Artikel 4 Toekenning vervoersvoorziening
Nieuwe verordening Artikel 7. Besluit
Opmerkingen
Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede
1. Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking, de uitbetaling, en de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.
In dit artikel zijn de mogelijkheden qua besluitvorming opgenomen.
Huidige verordening Artikel 4 Toekenning vervoersvoorziening
Nieuwe verordening Artikel 7. Besluit
Opmerkingen
de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 2. Het college kent, als zij dat noodzakelijk acht, een vervoerstraining toe. 3. Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. Huidige verordening Artikel 5 Aanvraagprocedure
Nieuwe verordening Artikel 2. Aanvraag
Opmerkingen
1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.
1. Het college stelt een aanvraagformulier voor een vervoersvoorziening leerlingenvervoer vast. 2. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening kan worden ingediend voor een leerling die zijn woning in de gemeente heeft, door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.
De bepalingen van dit lid zijn inhoudelijk vergelijkbaar.
2. Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 3. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.
3. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken
4. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 5. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:
Artikel 5. Beslistermijn 1. Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. Artikel 5. Beslistermijn 2. Het college kan de in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verlengen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 6. Ingangsdatum voorziening
7
Huidige verordening Artikel 5 Aanvraagprocedure
Nieuwe verordening Artikel 2. Aanvraag
Opmerkingen
a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.
Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een vergoeding betreft, met ingang van de verzochte datum, waarbij de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de verzochte datum.
Huidige verordening
Nieuwe verordening Artikel 3. Onderzoek
Opmerkingen
1. Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, onderzoekt het college in elk geval de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin, en de afstand en route tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school. 2. Het college kan in een gesprek met de ouders en desgewenst de leerling, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken. Bij dit gesprek kan, als het college dat noodzakelijk acht, ook een medewerker uit een ander domein of een deskundige aansluiten 3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden.
In dit nieuwe artikel wordt verduidelijkt hoe het onderzoek naar het recht op leerlingenvervoer zal plaatsvinden en welke vraagstukken daarbij aan de orde komen.
8
Huidige verordening Artikel 6 Doorgeven van wijzigingen
Nieuwe verordening Artikel 26
1. De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het college.
Doorgeven van wijzigingen De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan het college.
Opmerkingen
2. Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. 3. Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders 4. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening. Huidige verordening
9
Nieuwe verordening Artikel 4. Inzet deskundige 1. Het college betrekt een deskundige bij het onderzoek en verzoekt deze advies uit te brengen, ter beoordeling van de individuele situatie van de leerling, op het moment dat hij specifieke deskundigheid noodzakelijk acht. 2. De ouders en de leerling verlenen medewerking aan het onderzoek van de deskundige.
Opmerkingen In dit nieuwe artikel wordt beschreven wanneer en waarvoor een externe deskundige bij het onderzoek wordt betrokken Hiermee is de jurisprudentie over het moeten meewerken aan een onderzoek overgenomen in de verordening.
Huidige verordening Artikel 7 Peildatum leeftijd leerling
Nieuwe verordening Artikel 20. Vervoersvergoeding voor de begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt en daarvoor recht heeft op een vervoersvergoeding op grond van deze verordening, een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van een begeleider van de leerling als: a. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft jonger dan negen jaar is; b. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft ouder dan negen jaar is en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.
Opmerkingen
Huidige verordening Artikel 8 Andere vergoedingen
Nieuwe verordening Artikel 10. Andere oplossing
Opmerkingen
De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht.
1. Als de leerling aanspraak kan maken op een passende voorziening of vergoeding voor de reiskosten op basis van een andere regeling, komt de leerling niet in aanmerking voor een vervoersvoorziening op grond van deze verordening. 2. Als de leerling aanspraak kan maken op een gedeeltelijke vergoeding voor de reiskosten op basis van een andere regeling betrekt het college deze vergoeding bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding op grond van deze verordening of brengt hij dit bedrag als eigen bijdrage in rekening.
Deze nieuwe bepaling is van toepassing op die gevallen dat er voor de leerling een vergoeding op grond van een andere wetgeving is verkregen.
Voor het toekennen van een vervoersvoorziening op basis van artikel 11 is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de voorziening betrekking heeft.
Verduidelijkt. De leeftijdsgrens voor het automatisch hebben van het recht op een begeleider in het OV of bij het fietsen is nu verbonden aan de peildatum van 1 augustus.
10
Huidige verordening
Huidige verordening
.
Nieuwe verordening Artikel 11. Aanwijzing opstapplaats 1. Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer. 2. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 3. Het college wijst geen opstapplaats aan als naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden
Opmerkingen
Nieuwe verordening Artikel 13. Schooltijden en wachttijden 1. Het aangepast vervoer vindt plaats in aansluiting op de schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 2. Als er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college besluiten een wachttijd van één of meerdere uren in te stellen, om het aangepast vervoer zo efficiënt mogelijk in te zetten. 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet georganiseerd, tenzij de ouders of de meerderjarige leerling als aanvrager naar het oordeel van het college toereikend bewijs overlegt waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt
Opmerkingen
Deze bepaling is een verduidelijking van de begripsbepaling in de huidige verordening over opstapplaatsen. Hierin is nogmaals de verantwoordelijkheid van ouders aangegeven. Niet in alle gevallen kan van ouders worden verwacht dat zij hun kind naar de opstapplaats brengen, dan zal de verplichting vervallen. Dit is verder uitgewerkt in de beleidsregels.
Dit nieuwe artikel is een verduidelijking van de situaties waarin er wel of niet wordt gewacht bij het aangepast vervoer.
11
Huidige verordening
.
nieuwe verordening Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van het tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken. 3. Als de vervoersvoorziening bestaat uit aangepast vervoer kan het college, in overleg met de gemeente waarin de leerling tijdelijk verblijft, besluiten dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van het tijdelijk verblijf het vervoer uitvoert
Opmerkingen Dit nieuwe artikel geeft aan hoe er in een crisissituatie moet worden gehandeld bij het leerlingenvervoer. In de praktijk werden deze spelregels al gehanteerd, maar zijn hierbij op schrift gesteld.
12
Huidige verordening
Nieuwe verordening Artikel 16. Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar school kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 2. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt, in aanvulling op de voorwaarden die gelden voor een vervoersvoorziening naar school, slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen binnen een door het college te bepalen maximaal aantal kilometers van de woning of de school. 3. De in het tweede lid, onder b, genoemde voorwaarde is niet van toepassing als kan worden aangetoond dat dit niet mogelijk is. 4. De in het tweede lid, onder d, genoemde voorwaarde is niet van toepassing als kan worden aangetoond dat dit niet mogelijk is. In dat geval kan het stageadres gelegen zijn binnen een door het college te bepalen maximaal aantal kilometers van de woning of de school. 5.
Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres
Opmerkingen Dit nieuwe artikel geeft de kaders wanneer er recht bestaat op leerlingenvervoer als de leerling stage loopt.
13
Huidige verordening
Huidige verordening
Huidige verordening
Nieuwe verordening Artikel 17. Vervoer tussen de buitenschoolse opvang en de school
Opmerkingen
1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening van de woning naar een school en terug kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer van de buitenschoolse opvang naar de school of terug. 2. De vervoersvoorziening van de buitenschoolse opvang naar de school of terug wordt alleen verstrekt als de reistijd en de belasting voor de andere leerlingen vergelijkbaar is met het vervoer van de woning naar de school en terug.
Veel kinderen gaan naar een BSO na schooltijd, volgens de ouder verordening valt dat niet onder het begrip woning. Met deze nieuwe bepaling is duidelijk dat er ook naar een BSO kan worden gebracht, onder de in dit artikel vermelde voorwaarden.
Nieuwe verordening Artikel 18. Vervoerstraining Het college kan, naast een vervoersvoorziening, ook een vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling, waardoor deze na de training niet langer zal zijn aangewezen op een vervoersvoorziening, of door de training gebruik leert te maken van een goedkopere vervoersvoorziening
Opmerkingen
Nieuwe verordening Artikel 23. Vergoeding andere passende vervoersvoorziening Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een vergoeding verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer.
Opmerkingen
Met dit artikel is er een grondslag voor het aanbieden van vervoerstrainingen waardoor leerlingen leren met fiets en/of OV te reizen. Dit is natuurlijk alleen van toepassing op leerlingen waarvan kan worden verwacht dat zij in staat zijn dit te leren.
Met deze bepaling is er flexibiliteit in het vinden van oplossingen voor de leerling. Denk bijvoorbeeld aan het toekennen van een elektrische (bak)fiets in plaats van aangepast vervoer.
14
15
Huidige verordening: Paragraaf 2 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs Algemene opmerking, in de concept verordening is geen onderscheid meer gemaakt tussen het primair en voortgezet onderwijs, deze zijn samengevoegd. Huidige verordening
.
Nieuwe verordening Artikel 8. Algemene bepalingen
Opmerkingen
1. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 2. Ten behoeve van het schoolbezoek van een leerling die zijn woning heeft in de gemeente, kent het college aan de ouders of de meerderjarige leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Hierbij vormt de goedkoopst passende vervoersvoorziening het uitgangspunt. 3. De verantwoordelijkheid om als dat nodig is te zorgen voor een begeleider berust bij ouders, tenzij naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden. 4. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepast vervoer berust bij de ouders. 5. Bij de keuze voor de te verstrekken vervoersvoorziening wordt achtereenvolgens beoordeeld of vervoer, al dan niet met begeleiding, mogelijk is: a. per fiets; b. per openbaar vervoer; c. met eigen vervoer; d. met aangepast vervoer
In dit artikel worden de kaders gegeven die voor de beoordeling van het recht op leerlingenvervoer.
16
Huidige verordening Artikel 9 Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder school: a. een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; of b. een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op leerlingen van scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die voortgezet onderwijs volgen. 3. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, of b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a .
4. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele
Nieuwe verordening Artikel 12 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
1. In overeenstemming met artikel 4, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt een vervoersvoorziening toegekend over de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. 2. Er wordt, overeenkomstig artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder c en d, van de Wet op het primair onderwijs, eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, als ouders daar schriftelijk mee instemmen;
Opmerkingen
17
Huidige verordening Artikel 9 Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs (vervoers)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
Nieuwe verordening Artikel 12 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
Opmerkingen
3. Als de ouders of de meerderjarige leerling vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan het college is door de ouders of de meerderjarige leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte is van de leerling; en b. aan het college is door de ouders of de meerderjarig leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod.
Deze nieuwe bepaling is een uitwerking van de jurisprudentie van de afdeling bestuursrechtspraak Raad van State m.b.t. leerlingen die niet naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school gaan vanwege specifieke onderwijskundige behoefte. Denk hierbij als voorbeeld aan hoogbegaafde leerlingen die niet in staat zijn onderwijs op een reguliere school te volgen.
18
Huidige verordening Artikel 10 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes km bedraagt. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets.
Nieuwe verordening
Opmerkingen
Artikel 9. Afwijzingsgronden 1. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan 6 km. Deze grens geldt niet voor gehandicapte leerlingen. 2. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor het bezoeken van het voortgezet (speciaal) onderwijs, tenzij de leerling door een handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer.
In de nieuwe verordening is kilometergrens duidelijker opgenomen. Onder deze kilometergrens heeft een leerling van het (speciaal) Basisonderwijs of speciaal onderwijs geen recht op een vervoersvoorziening tenzij er sprake is van een gehandicapte leerling (zie voor de definitie daarvan art. 1
Artikel 19. Vervoersvergoeding voor de leerling 1. Het college bepaalt de hoogte van de te verstrekken vervoersvoorziening in de vorm van een vervoersvergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer en houdt daarbij rekening met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 2. Als aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders de vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 3. De kilometervergoeding voor het afleggen van de afstand per fiets bedraagt de helft van de belastingvrije vergoeding woon-werkverkeer, afgerond naar boven.
19
Huidige verordening Artikel 11 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1.Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider indien: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 10 en de leerling jonger dan twaalfjaar is, en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken, of b. de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken.
2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het ervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
Nieuwe verordening Artikel 20. Vervoersvergoeding voor de begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt en daarvoor recht heeft op een vervoersvergoeding op grond van deze verordening, een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van een begeleider van de leerling als: a. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft jonger dan negen jaar is; b. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft ouder dan negen jaar is en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken. 3. Bij de vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer houdt het college rekening met de kortingen die voor de begeleider binnen het systeem kunnen gelden. 4. De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt de helft van de belastingvrije vergoeding woon-werkverkeer, afgerond naar boven. 2. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor vergoeding in aanmerking.
Opmerkingen
20
Huidige verordening Artikel 12 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt, indien: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 10 of 11 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of d.de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding –van openbaarvervoer gebruik te maken. 2.
Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.
Nieuwe verordening Artikel 22. Aangepast vervoer Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer als: a. aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 19 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, rekening houdend met wachttijden, overstaptijden en de duur van de reis met verschillende vormen van openbaar vervoer, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 19 en openbaar vervoer ontbreekt; c. aanspraak bestaat op een vergoeding op grond van artikel 20 en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden; of d. de leerling, naar het oordeel van het college, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken.
Opmerkingen
21
Huidige verordening Artikel 13 Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer
Nieuwe verordening Artikel 21. Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer
1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; of b. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren, als dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief. 2. Ouders kunnen op basis van het eerste lid niet verplicht worden om één of meer leerlingen van andere ouders te vervoeren. 3. De vergoeding voor het door ouders zelf georganiseerde vervoer bestaat uit een kilometervergoeding voor de eigen auto op basis van het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer, gebaseerd op twee retourreizen per dag. 4. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, vergoedt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto voor de rit en niet per leerling. 5. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer al een vergoeding van het college ontvangen, wordt door het college geen vergoeding verstrekt. 6. Als ouders in samenwerking met andere ouders besluiten zelf een vervoersvoorziening te organiseren, kan het college, in afwijking van het tweede lid, een bijzonder kostendekkend tarief hanteren, als dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief.
2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college
Opmerkingen
22
Huidige verordening Artikel 13 Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; of b. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4. Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeente-wege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. 5.
Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college desgewenst toestaat, danwel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.
Nieuwe verordening Artikel 21. Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer
Opmerkingen
23
Huidige verordening Artikel 14 Drempelbedrag 1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voorbasisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 24.300,wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.
2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt danwel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het
Nieuwe verordening Artikel 24. Drempelbedrag 1. Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan het in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs genoemde bedrag van € 17.700,-, de op de zone-indeling van het openbaar vervoer gebaseerde kosten over de in artikel 9 bepaalde afstand van 6 kilometer zelf. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de te verstrekken vervoersvergoeding of bij de verstrekking van aangepast vervoer bij de ouders in rekening gebracht. 2. Het in het eerste lid genoemde inkomensbedrag wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. 3. Op verzoek van ouders kan, bij een aantoonbare structurele inkomensdaling, in afwijking van het eerste lid, het actuele inkomen worden gehanteerd. 4. Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.
Opmerkingen
24
Huidige verordening Artikel 14 Drempelbedrag openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 24.300,-. 3. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OVchipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 4. Het bedrag van € 24.300,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari2014 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassenwerknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.300,-. 5. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, danwel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
Nieuwe verordening Artikel 24. Drempelbedrag
Opmerkingen
25
Huidige verordening Artikel 15 Financiële draagkracht 1. Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs(zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs) meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.
Nieuwe verordening Artikel 25. Draagkrachtafhankelijke bijdrage 1. Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt die als gevolg van een keuze van de ouders verder is gelegen dan 20 kilometer van de woning, overeenkomstig artikel 4, elfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 2. De hoogte van het bedrag wordt berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. De bedragen van de eigen bijdrage per gezin per jaar per inkomenscategorie bedragen: Inkomen vanaf
Tot
Eigen bijdrage
€0
€ 42.000
nihil
€ 42.000
€ 50.000
€ 185
€ 50.000
€ 58.000
€ 820
€ 58.000
€ 65.000
€ 1.520
€ 65.000
€ 74.500
€ 2.230
€ 74.500
€ 81.500
€ 2.990
€ 81.500
Voor elke € 5.000,- erbij
€ 715
Opmerkingen
26
Huidige verordening Artikel 15 Financiële draagkracht
2. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt danwel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkrachtafhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn
Nieuwe verordening Artikel 25. Draagkrachtafhankelijke bijdrage 3. De inkomensbedragen, genoemd in het tweede lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-. 4. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 5. Op verzoek van ouders kan, bij een aantoonbare structurele inkomensdaling, in afwijking van het tweede lid, het actuele inkomen worden gehanteerd. 6. Het drempelbedrag genoemd in artikel 24 kan tegelijk met de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage genoemd in het eerste lid worden opgelegd aan het gezin. 7. Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.
Opmerkingen
27
Huidige verordening Artikel 15 Financiële draagkracht
Nieuwe verordening Artikel 25. Draagkrachtafhankelijke bijdrage
Opmerkingen
afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. Zij bedragen: Inkomen in euro’s
Eigen bijdragen in euro’s
0-32.500
Nihil
32.500-39.500
135
32.500-39.500
570
45.500-51.500
1060
51.500-58.500
1545
58.500-65.000
2040
65.000 en verder
Voor elke extra € 5.000: € 500 erbij
4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-. 5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari2014 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en
28
Huidige verordening Artikel 15 Financiële draagkracht
Nieuwe verordening Artikel 25. Draagkrachtafhankelijke bijdrage
Opmerkingen
rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,. 6. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, danwel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
29
Huidige verordening: Paragraaf 3 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs Huidige verordening Artikel 16 Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder school: a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; of b. een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 2. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
Nieuwe verordening
Huidige verordening Artikel 17 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding en vervoer per fiets 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 16bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer van de leerling en een begeleider, indien de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken.
Nieuwe verordening Artikel 20. Vervoersvergoeding voor de begeleider
Opmerkingen
30 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt en daarvoor recht heeft op een vervoersvergoeding op grond van deze verordening, een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van een begeleider van de leerling als: a. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft jonger dan negen jaar is; b. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft ouder dan negen jaar is en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.
Opmerkingen
Huidige verordening Artikel 17 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding en vervoer per fiets
Nieuwe verordening Artikel 20. Vervoersvergoeding voor de begeleider
Opmerkingen
2. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor vergoeding in aanmerking. 3. Bij de vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer houdt het college rekening met de kortingen die voor de begeleider binnen het systeem kunnen gelden. 4. De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt de helft van de belastingvrije vergoeding woon-werkverkeer, afgerond naar boven. 2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. 3. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets.
31
Huidige verordening Artikel 18 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt, indien: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of d. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaarvervoer gebruik te maken. 2.
Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste vervoer.
Nieuwe verordening Artikel 22. Aangepast vervoer Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer als: a. aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 19 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, rekening houdend met wachttijden, overstaptijden en de duur van de reis met verschillende vormen van openbaar vervoer, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 19 en openbaar vervoer ontbreekt; c. aanspraak bestaat op een vergoeding op grond van artikel 20 en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden; of d. de leerling, naar het oordeel van het college, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken.
Opmerkingen
32
Huidige verordening Artikel 19 Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:
Nieuwe verordening Artikel 21. Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren, als dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief. 2. Ouders kunnen op basis van het eerste lid niet verplicht worden om één of meer leerlingen van andere ouders te vervoeren. 3. De vergoeding voor het door ouders zelf georganiseerde vervoer bestaat uit een kilometervergoeding voor de eigen auto op basis van het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer, gebaseerd op twee retourreizen per dag. 4. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, vergoedt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto voor de rit en niet per leerling. 5. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer al een vergoeding van het college ontvangen, wordt door het college geen vergoeding verstrekt. 6.
Als ouders in samenwerking met andere ouders besluiten zelf een vervoersvoorziening te organiseren, kan het college, in afwijking van het tweede lid, een bijzonder kostendekkend tarief hanteren, als dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief.
Opmerkingen
33
Huidige verordening Artikel 19 Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; b. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4. Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeente-wege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reis-regeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. 5.