CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting Verordening inburgering Wassenaar 2022 wk

Raadsvergadering Wassenaar 8 november 2022, gemeente wassenaarBij agendapunt: Verordening inburgering759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Toelichting Verordening inburgering Wassenaar 2022 Algemene toelichting De Wet inburgering 2021 kent aan de gemeenteraad geen bevoegdheid toe tot het maken van een verordening in medebewind. Dit laat onverlet dat de gemeenteraad op grond van artikel 121 van de Gemeentewet nog wel de autonome bevoegdheid heeft om een zogenoemde posterieure verordening te maken. Het mag daarin gaan over onderwerpen ten aanzien waarvan door wetten, algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen is voorzien, voor zover de verordening van de gemeenteraad niet met die wetten, algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen in strijd is. In deze verordening is gebruik gemaakt van deze bevoegdheid. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen Behoeft geen toelichting. Artikel 2 Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet Op grond van het PIP als bedoeld in artikel 15 Wet inburgering 2021 rusten er verplichtingen op een inburgeringsplichtige. Op grond van de Participatiewet rusten er verplichtingen op inburgeringsplichtigen met een bijstandsuitkering. Deze verplichtingen kunnen overlappen. Voor inburgeringsplichtigen met een bijstandsuitkering is een samenloopregeling opgenomen in artikel 27 Wet inburgering 2021.

In een situatie waarin sanctionering voor dezelfde gedraging via zowel de Participatiewet als de Wet inburgering 2021 mogelijk is, is een inburgeringsboete niet langer mogelijk als de bijstand eenmaal is verlaagd op grond van artikel 18 of 18b Participatiewet. Zolang de bijstandsuitkering in die situatie niet is verlaagd, kan het college nog wel een boete op grond van de Wet inburgering 2021 opleggen. Die inburgeringsboete kan dan daarna nog worden gevolgd door een verlaging van de bijstandsuitkering, al zij het wel zo dat er diverse redenen zijn waarom er na een inburgeringsboete doorgaans geen maatregel meer zal volgen (het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 3:4 lid 2 Awb; het afstemmingsbeginsel als bedoeld in artikel 18b lid 7 Participatiewet). Dit artikel geeft duiding aan wanneer het college handhaaft op grond van de Participatie-wet en wanneer zij handhaaft op grond van de wet. Hiermee wordt dubbele handhaving voor dezelfde gedraging voorkomen. Dit artikel stelt vast dat activiteiten die voor bijstandsgerechtigden worden ingezet voor het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand van de inburgeringsplichtige tot de arbeidsmarkt, bij voorkeur worden gehandhaafd op grond van de Participatiewet. Uitzondering hierop is het aanbod van de MAP.

Het handhavingsinstrumentarium uit de Participatiewet kan immers enkel worden ingezet als de verplichting ook voortvloeit uit deze wet. Dit is voor de MAP niet het geval. Overige activiteiten, zoals de PVT, taallessen en activiteiten in het kader van de leerroute, worden gehandhaafd op basis van de wet. Artikel 3 Verrekenen boete met bijstandsuitkering Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om een boete die het college op grond van de wet aan de inburgeringsplichtige heeft opgelegd, te verrekenen met een eventuele algemene bijstandsuitkering. Hiermee kan worden bereikt dat het college de boete niet met een aanmaning en een dwangbevel (vergelijk artikel 5:10 Awb en artikel 4:117 Awb) hoeft in te vorderen. Artikel 4:93 lid 1 Awb bepaalt dat verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering slechts geschiedt voor zover in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien. Een raadverordening is een wettelijk voorschrift in de zin van artikel 4:93 lid 1 Awb. Hoewel de oude Wet

inburgering (zoals die luidde tot 1 januari 2013) een apart voorschrift bevatte (artikel 44) op grond waarvan het college de bestuurlijke boete kon verrekenen met algemene bijstand, is een dergelijk voorschrift in de nieuwe wet niet teruggekeerd. Voorzover bekend is echter niet gebleken dat dit een bewuste keuze van de wetgever is geweest. Daarom levert de bepaling over de verrekening in deze verordening geen strijd op met de Wet inburgering 2021 en wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 121 van de Gemeentewet. Artikel 4 Cliëntenparticipatie In de wet, het Besluit inburgering 2021 en de Regeling inburgering 2021 is niets geregeld over cliëntenparticipatie. Gezien het belang en de toegevoegde waarde van cliëntparticipatie, wordt voor inburgering aangesloten bij de werkwijze van de cliëntenraad werk en inkomen. Artikel 5 Intrekken oude verordening en overgangsbepaling De wet is van toepassing op iedereen die inburgeringsplichtig wordt op of na de datum van inwerkingtreding van de wet. Bij de totstandkoming van de wet is besloten om inburgeringsplichtigen voor wie de inburgeringsplicht is begonnen vóór deze datum niet in het nieuwe inburgeringsstelsel op te nemen. Voor deze groep blijft de Wet inburgering zoals die luidde voor de ingangsdatum van de nieuwe wet van toepassing.

Dit betekent dat voor deze inburgeringsplichtigen ook de bepalingen van de ingetrokken Verordening Wet inburgering gemeente Wassenaar 2016 van toepassing blijven. Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel Behoeft geen toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=0834ab8e-11bc-4a8b-8bba-461893b7690c