Bijlage 1. Startnotitie subsidiebeleid 2026
Tekst van het document
Startnotitie Subsidiebeleid 2026
1.0 | 29 mei 2024 | Startnotitie subsidiebeleid 2026
Inhoudsopgave
INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................1 INLEIDING .......................................................................................................................2 1.
AANLEIDING .............................................................................................................3
2.
AFBAKENING EN KADER ............................................................................................6
3.
PROCES .....................................................................................................................7 3.1
PARTICIPATIE ..........................................................................................................7
3.2
RISICO’S ...............................................................................................................8
3.3
PLANNING ..............................................................................................................8
Pagina 1 van 10
Inleiding In het coalitieakkoord Samen voor Wassenaar, koersvast, open en betrokken staat dat het college een herziening op het huidige subsidiebeleidskader gaat opstellen. Het subsidiebeleidskader werd tot nu toe eenmaal per vier jaren herijkt. Deze startnotitie zet uiteen welke stappen doorlopen moeten worden om te komen tot een geactualiseerd, helder, rechtmatig en effectief subsidiebeleidskader voor Wassenaar voor het subsidiejaar 2026 en verder. Waarom herijken we het subsidiebeleid? Het huidige Subsidieplan 2020-2024 bepaalt voor een belangrijk deel hoe Wassenaar met subsidies omgaat. In het huidige plan zijn zowel subsidiebeleid als inhoudelijk beleid in één document vervat. Als er bijvoorbeeld een inzicht wijzigt in het inhoudelijke beleid, dan moet ook het subsidieplan worden gewijzigd. Dat is zeer onpraktisch. Daarenboven is zowel het subsidiebeleid als de uitvoeringsinstrumenten in één document vastgelegd, als gevolg waarvan uitvoeringsinstrumenten niet goed kunnen worden bijgestuurd als dat nodig is. Naast dat de huidige uitvoeringsinstrumenten op verschillende niveaus zijn geregeld, zijn deze zelf qua beoordelingscriteria en verdeelregels e.d. weinig transparant en moeilijk uitlegbaar. Daardoor kwamen er veel bezwaren de aflopen jaren. Samengevat: het huidige instrumentarium voor subsidies kent een flink aantal tekortkomingen.
Wat willen we met de herijking bereiken? Het college wil met deze startnotitie komen tot een nieuw subsidiebeleidskader. Met dit beleidskader – dat per 1 januari 2026 ingaat – wil het college zoveel mogelijk een standaardwerkwijze creëren. In het nieuwe subsidiebeleid worden strategische en beleidsmatige (management)overwegingen voor subsidieverstrekking opgenomen. Het subsidiebeleid moet antwoord geven op de vraag hoe de gemeente het beleidsinstrument subsidieverstrekking wil inzetten en binnen welke kaders. Subsidiebeleid gaat dus niet over geldbedragen en over individuele subsidierelaties. Omdat een herijking van het subsidiebeleidskader doorwerkt in regelgeving en processen worden ook de Algemene subsidieverordening (ASV), de subsidieregelingen, de procesbeschrijvingen en het handboek geactualiseerd. Nieuw is dat aan het nieuwe subsidiebeleidskader geen einddatum wordt meegegeven. Zolang het beleid volstaat, is het niet noodzakelijk om telkens nieuw beleid te formuleren en vast te stellen. Aan de verplichting op grond van de Algemene wet bestuursrecht om ten minste eenmaal per vijf jaren een verslag van de doeltreffendheid en effecten van subsidies die zijn verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift te publiceren, zal blijven worden voldaan. Subsidieregelingen zullen dus telkens worden geëvalueerd.
Pagina 2 van 10
1.
Aanleiding
Het subsidiebeleid wordt eenmaal per vier jaren herijkt. Voor deze herijking heeft de raad opdracht gegeven aan het college. In het collegeuitvoeringsprogramma is opgenomen dat het college graag een zuivere lijn wil bij het toekennen van subsidie dan wel inkoop, zekerheid wil bieden waar het kan door meerjarige subsidierelaties aan te gaan en de beste financieringsvorm voor gemeente en ketenpartners onderbouwd wil kunnen bepalen. Daarnaast heeft de praktijk uitgewezen dat de criteria in het huidige subsidieplan algemeen zijn opgesteld en daardoor niet altijd de juiste mate van controle en flexibiliteit kunnen bieden bij het kiezen van subsidiepartners. Dit betekent dat we niet met zekerheid kunnen zeggen dat de subsidieverstrekking aansluit bij de maatschappelijke opgaven en dat we subsidie onvoldoende gericht kunnen inzetten. De beperkte sturingsmogelijkheden van de criteria hebben gedurende de looptijd van het subsidieplan geleid tot twaalf bezwaarzaken. Een van de belangrijkste uitgangspunten voor het nieuwe subsidiebeleidskader is dan ook meer sturingsmogelijkheden en flexibiliteit. Met beperkte flexibiliteit wordt ook gedoeld op de wijze waarop het huidige subsidieplan is ingericht.
Het subsidieplan bevat nu dus zowel beleid voor subsidieverstrekking in het algemeen, beleid voor ten minste vijf verschillende beleidsthema’s en een uitvoeringsinstrument voor ten minste vijf verschillende beleidsthema’s. Beleid en uitvoeringsinstrumenten zijn twee verschillende dingen. Beleid is kaderstellend en de uitvoeringsinstrumenten geven daaraan praktische invulling. Voor dat laatste is meer flexibiliteit nodig dan voor het eerste. Een belangrijke voorwaarde voor flexibiliteit is dus een passende bevoegdheidsverdeling. Met het nieuwe subsidiebeleidskader wil het college dan ook beter aansluiten bij de professionele standaard. Daarnaast bevat het nieuwe subsidiebeleidskader uitgangspunten voor de Algemene Subsidieverordening (ASV) – waarin een duidelijkere delegatiebepaling zal worden opgenomen – en uitgangspunten voor de subsidieregeling(en), die tevens binnen dit project zullen worden ontwikkeld. In het collegeuitvoeringsprogramma staat voorts dat bij subsidieverlening een zuivere lijn moet worden vastgesteld bij het toekennen van subsidie dan wel inkoop, dat zekerheid wordt geboden waar het kan door meerjarige financieringsrelaties aan te gaan en de dat de beste financieringsvorm voor gemeente en ketenpartners onderbouwd wordt bepaald. Inkoop en subsidies zijn de twee belangrijkste financiële beleidsuitvoeringsinstrumenten.
Voor ieder bestaat een verschillende procedure. Daarbij komt dat voor inkoop het privaatrecht en voor subsidie het bestuursrecht van toepassing is. Het kiezen van de juiste procedure is strikt genomen geen keuze, maar een gevolg van de keuzen die worden gemaakt met betrekking tot het inrichten van de financiële relatie. Komt bijvoorbeeld de prestatie ten goede van de maatschappij, komt het initiatief uit het veld en is er geen sprake van commerciële activiteit? Dan is een subsidie aan de orde. Bij inkoop neemt de gemeente het initiatief en komt de prestatie ten goede aan de rechtspersoon ‘gemeente Wassenaar’.
Pagina 3 van 10
Ook gezien het aankomende ravijnjaar is het extra van belang dat subsidiemiddelen efficiënt en effectief worden ingezet. Daarbij hoort ook een correct en eenduidig gebruik van subsidieterminologie, zoals de term ‘subsidieplafonds’. Deze term wordt in de praktijk soms als synoniem voor ‘budget’ gebruikt. Een subsidieplafond kan uit meerdere budgetten bestaan en dient met name als weigeringsgrond voor subsidieaanvragen. Subsidieplafonds hoeven dan ook niet te worden opgenomen in de begroting. De wijze waarop de termen nu worden gebruikt kan leiden tot verwarring over de hoeveelheid beschikbare middelen per activiteitensoort. Met inachtneming van bovenstaande wil het college in het nieuwe subsidiebeleid daarom een versterkte aandacht voor de volgende uitgangspunten. 1. Duidelijke en passende inhoudelijke afwegingskaders voor gerichtere toekenning en afwijzing Subsidies worden op basis van het nieuwe beleidskader en regelgeving gerichter door het college ingezet als middel om maatschappelijke opgaven van de gemeente te verwezenlijken. Daarvoor zullen huidige subsidies en inkooprelaties worden herijkt en getoetst op hun maatschappelijke relevantie en rendement, hetgeen kan leiden tot beëindiging van de subsidierelatie of tot aanpassing van de subsidie. 2.
Het verwerven van inkomsten door subsidieontvangers naast subsidie van de gemeente Onderzocht zal worden in hoeverre het passend kan zijn om van subsidieontvangers te verlangen dat zij eigen financiering inbrengen in subsidieprojecten. Met andere woorden: er wordt onderzocht in hoeverre het principe ‘subsidie is aanvullend’ kan worden toegepast. 3. Objectieve maatstaven voor loon- en prijscompensatie die aansluiten bij de praktijk Het is bij subsidieverstrekking gebruikelijk dat periodiek wordt geëvalueerd of subsidiebedragen nog passend zijn voor de activiteiten waarvoor deze worden betaald. Het is belangrijk voor de bedrijfsvoering van zowel de gemeente als ontvangers dat hierover voor meerdere jaren duidelijkheid bestaat. 4. Meer meetbaarheid en sturing op kwaliteit van aanvragers en de resultaten van subsidieactiviteiten Door in het subsidiebeleidskader en subsidieregelgeving aandacht te hebben voor passende drempelcriteria en verantwoordingssystematiek kan meer greep worden verkregen op de kwaliteit van de subsidiënten en de resultaten/prestaties die zij leveren. 5. Meer aandacht voor rechtmatigheid en bewustwording van risico's op misbruik en oneigenlijk gebruik Hiervoor is aandacht gevraagd in de Kadernota 2024-2027.
Door in het subsidiebeleidskader duidelijkheid te scheppen over hoe we omgaan met misbruik en oneigenlijk gebruik kan beter worden gehandhaafd en wordt voor het voorliggend veld duidelijk wat van hen wordt verlangd. 6. Balans tussen zekerheid bieden aan subsidiënten, bijvoorbeeld door meerjarige subsidieverstrekking en flexibel inspelen op maatschappelijke opgaven Hiervoor is aandacht gevraagd in het Collegeuitvoeringsprogramma. Het huidige subsidieplan biedt niet de benodigde flexibiliteit om snel te kunnen inspelen op maatschappelijke opgaven. Tegelijkertijd is het voor sommige partners wenselijk langdurige zekerheid te verkrijgen door Pagina 4 van 10
het college, bijv. voor partijen met personeel. Hiervoor worden passende instrumenten ontwikkeld. 7. Duidelijk onderscheid tussen het beleidskader van de raad en de uitvoeringsinstrumenten van het college Door meer terug te gaan naar het gebruikelijke staatsrechtelijke rolverdeling waarin de raad de kaders bepaalt en niet de uitvoeringsinstrumenten, kan o.a. meer sturing, flexibiliteit en meer gerichte inzet van subsidies worden gerealiseerd. 8. Eenduidig gebruik van terminologie zoals subsidieplafonds, en eenduidig gebruik van inkoop dan wel subsidies Door meer aandacht te hebben voor terminologie en procedures worden juridische en financiële risico’s beperkt. Bijvoorbeeld de term subsidieplafonds wordt in de praktijk soms als synoniem voor ‘budget’ gebruikt. Maar een subsidieplafond kan ook uit meerdere budgetten bestaan. Subsidieplafonds hoeven dan ook niet te worden opgenomen in de begroting. Een subsidieplafond dient met name als weigeringsgrond voor subsidieaanvragen voor bepaalde activiteiten en heeft dus vooral externe werking. Daarom moet het duidelijk zijn voor welke activiteiten de aanspraken worden beperkt. Dat is nu niet het geval, omdat plafonds niet goed (kunnen) worden gekoppeld aan de activiteiten in het subsidieplan.
De wijze waarop de term ‘subsidieplafond’ in het huidige subsidieplan wordt gebruikt, kan daarom leiden tot onverwachte aanspraken dan wel tekorten op de hoeveelheid beschikbare middelen per activiteitensoort. 9. Afhankelijk van nog volgende besluitvorming, passende kaders voor kostprijsdekkende huur en compensatie van hogere huren Parallel aan het vernieuwen van het subsidiebeleid loopt in het kader van het voldoen aan eisen op grond van de Wet Markt en Overheid een onderzoek naar de mate waarin de huur van gemeentelijk vastgoed moet worden aangepast om kostprijsdekkend te zijn. Om gemeentelijk vastgoed in sommige gevallen alsnog tegen een hogere huur te kunnen verhuren bestaan verschillende mogelijkheden. Eén daarvan is een compensatieregeling. 10. De verdere inbedding van duurzaamheid, Social Return on Investment (SROI), en het introduceren van het uitgangspunt van partnerschap in het nieuwe subsidiebeleidskader Door hierover een uitgangspunt op te nemen kunnen we zorgen dat subsidieontvangers waar mogelijk en passend ok rekening moeten houden met de randvoorwaarden duurzaamheid en SROI. Het subsidiebeleidskader geldt breed in de gemeente en niet alleen in het sociaal (zorg)domein. Ook in het kader van veiligheid, erfgoed, sport, evenementen en cultuur worden onder andere subsidies verleend.
Waar het nieuwe subsidiebeleidskader raakt aan ander gemeentelijk beleid zal worden gezorgd voor passende aansluiting. Uitgangspunt is altijd dat het ten goede moet komen aan activiteiten voor onze inwoners en dat het college door middel van subsidie zijn beleidsdoelen/maatschappelijke effecten wil realiseren.
Pagina 5 van 10
2.
Afbakening en kader
Gelet op de genoemde uitgangspunten zal het nieuwe subsidiebeleidsdocument de volgende elementen bevatten. a.
Toepassingsbereik: het subsidiebeleid zal gelden voor alle subsidieverstrekkingen van de gemeente en passend aansluiten bij andere beleidsterreinen, zoals het sociaal domein en het programma kostendekkende huren.
b.
Sturingsstrategie: instrumenten om effecten van subsidies te kunnen meten en sturing op outcome of output. Hierbij wordt onder andere het gebruik van uitvoeringsovereenkomsten ingekaderd en het effect van Fonds Wassenaar geëvalueerd.
c.
Flexibiliteit subsidieverstrekking: afwegingskader waarom en wanneer een wettelijk voorschrift of een buitenwettelijke subsidie wordt ingezet en voor hoelang wordt gesubsidieerd.
d.
Verdeelsystematiek: afwegingskader voor verdeelmethoden zoals tender, inclusief uitgangspunten met betrekking tot het beperken van de mededingingsnorm en het waarborgen dat iedere aanvrager een eerlijke kans krijgt.
e.
Keuze uitvoeringsinstrument: heldere afwegingscriteria voor subsidie dan wel inkoop.
f.
Aansluiting begrotingscycli: aanvraag- en beslistermijnen die zijn afgestemd op de bedrijfsvoeringscyclus van zowel de gemeente als van aanvragers.
g.
Kostenbeheersing: de wijze van indexering, het gebruik van subsidieplafonds en toetsing aan bijv. de sectorale normen van de Wet normering topinkomens en branchespecifieke inkomensnormen van bestuurders en toezichthouders.
h.
Financieringsstrategie: een onderbouwde strategie met betrekking tot het vragen van een eigen bijdrage/cofinanciering, de verwerving van een ANBI- of SBBI-status, het beheersen van eigen vermogen/reserves van subsidiënten en het toepassen van loon- en prijscompensatie.
i.
Risicobeheersing: strategie voor fraudebestrijding, het voorkomen van ongeoorloofde staatssteun en het in overeenstemming laten zijn van subsidie met de Wet markt en overheid.
Buiten de reikwijdte van het project valt het verwervingsproces van subsidies ten behoeve van de gemeente, het aanpassen van het inkoopbeleid van de gemeente en het implementeren van het nieuwe beleidskader, regelgeving en processen na oplevering. Ook valt buiten de reikwijdte van het project het beoordelen van individuele subsidierelaties, het bepalen van budgetten en het bepalen van subsidieplafonds. Het is aan beleidsafdelingen om – binnen de beleidskaders en regelgeving – te bepalen welke partijen subsidie krijgen en wat het subsidieplafond voor een bepaalde activiteit bedraagt.
Pagina 6 van 10
3.
Proces
Naast een subsidiebeleidskader waarin wordt beschreven aan welke knoppen kan worden gedraaid, wordt ook een bijpassend nieuw uitvoeringskader ontworpen. In totaal worden de volgende producten opgeleverd. a.
Subsidiebeleidsdocument met de uitgangspunten en onderwerpen (a. t/m. i.), zoals in paragraaf 2 is opgenomen. Hierin staan de strategische kaders voor hoe Wassenaar wil omgaan met het beleidsinstrument subsidie. Het vaststellen van het subsidiebeleidsdocument is een raadsbevoegdheid.
b.
Passende nieuwe Algemene Subsidieverordening (ASV) op basis van de meest recente VNG-model ASV. Hierin staan algemene juridische uitvoeringsregels voor subsidieverstrekking in Wassenaar. De inhoud van de ASV volgt logisch uit beleidskeuzes in het subsidiebeleidsdocument. Het vaststellen van de ASV is een raadsbevoegdheid.
c.
Passende subsidieregeling(en) met duidelijke afwegingskaders. De subsidieregelingen die in dit project worden opgesteld zien in ieder geval, maar niet uitsluitend, op thema’s in het huidige subsidieplan. In een subsidieregeling wordt – binnen de beleidskaders en juridische kaders – per beleidsdoel verder uitgewerkt wat de voorwaarden voor toekenning zijn, wat de maximale hoogte van de subsidie is, wie in aanmerking komen, etc. Indien nodig bevat een subsidieregeling een subsidieplafond. Het opstellen van subsidieregelingen is een collegebevoegdheid.
d.
Handboek met de belangrijkste sturingsmogelijkheden, uitvoeringsafwegingen en -processen op basis van het nieuwe subsidiebeleid, ASV en regeling(en) ten behoeve van het uitvoeringsproces.
e.
Procesbeschrijving van het subsidieproces op basis van het nieuwe subsidiebeleidskader, ASV, etc.
3.1
Participatie
Het nieuwe subsidiebeleidskader beïnvloedt de interne werkwijze van de gemeente en uitgangspunten op basis waarvan de partijen in het voorliggend veld subsidie ontvangen. In zijn meest ideale vorm kan het nieuwe subsidiebeleidskader rekenen op breed draagvlak en steun van zoveel mogelijk belanghebbenden. Daarvoor is het zaak om hen de kans te geven om inbreng te leveren. Intern draagvlak wordt georganiseerd door gerichte evaluatie onder subsidieverstrekkers. Extern draagvlak komt tot stand door het organiseren van – afhankelijk van de opkomst – ten minste één thema-avond begin september voor bestaande en potentiële nieuwe aanvragers. Het participatieniveau – bepaald met behulp van het Wassenaarse participatiekompas – zal vooral gericht zijn op informeren/mee-weten. Dit ligt ook voor de hand, omdat bij het ontwikkelingen van het subsidiebeleidsdocument en regelgeving steeds sprake is van relatief complexe juridische afwegingen. Bij het verder uitwerken van een aantal uitgangspunten wordt niettemin ingezet op meedenken. Het gaat dan met name om uitgangspunten waarvoor bij het inrichten van deze informatie inbreng uit het veld nodig is en waarbij voor een geslaagde implementatie het van groot belang is dat er voldoende draagvlak bestaat.
Pagina 7 van 10
Bij de volgende uitgangspunten wordt dus gekozen voor participatieniveau meedenken. •
Het verwerven van bijdragen/inkomsten door subsidieontvangers naast subsidie van de gemeente.
•
Objectieve maatstaven voor loon- en prijscompensatie die aansluiten bij de praktijk.
•
Balans tussen zekerheid bieden aan subsidieontvangers, bijvoorbeeld door meerjarige subsidieverstrekking, en flexibel inspelen op maatschappelijke opgaven.
•
De verdere inbedding van duurzaamheid, Social Return on Investment (SROI), en het introduceren van het uitgangspunt van partnerschap in het nieuwe subsidiebeleidskader.
Mogelijk wordt op thema-avonden inbreng geleverd die tot inzichten ten aanzien van de andere uitgangspunten leidt. Op het ophalen daarvan wordt echter niet actief gestuurd. De commissie Mens en Maatschappij en de Adviesraad Sociaal Domein worden hierbij betrokken. 3.2
Risico’s
1. Bestaande ontvangers komen mogelijk na vaststelling van het beleid niet of in mindere mate in aanmerking voor subsidie en krijgen daardoor mogelijk geen of minder financiering van de gemeente. Dit kan leiden tot maatschappelijke onrust. Het is daarom van groot belang dat alle (potentiële) ontvangers tijdig worden ingelicht over deze mogelijkheid en dat passend wordt afgebouwd. 2. Een ander risico is het aankomende ravijnjaar 2026: dit is tegelijk met het invoeren van het subsidiebeleid. Dit kan leiden tot verminderd draagvlak. Om dit te beheersen, dienen alle belanghebbenden zo goed mogelijk te worden betrokken bij de ontwikkeling. 3.3
Planning
De volgende stappen worden doorlopen om te komen tot een geactualiseerd subsidiebeleid dat op 26 november 2024 wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Wassenaar: Datum
Wat?
28 mei 2024
Vaststellen startnotitie Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2026 door het College van B&W en aanbieding aan de raad.
19 juni 2024
Bespreken startnotitie Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2026 in de raadscommissie Mens & Maatschappij.
2 juli 2024
Vaststellen startnotitie Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2026 door de gemeenteraad.
Week van 2 juli 2024
Communicatie richting huidige subsidieontvangers i.v.m. nieuw subsidiebeleid 2026.
September 2024
Themabijeenkomst voor subsidiepartners en andere geïnteresseerden.
15 oktober 2024
Vaststellen Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2026 door het College van B&W en aanbieding aan de raad.
13 november 2024
Bespreken Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2026 in de raadscommissie Mens & Maatschappij Pagina 8 van 10
26 november 2024
Vaststellen Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2026 door de gemeenteraad.
December 2024
Communicatie nieuw subsidiebeleid 2026 aan huidige aanbieders.
2025
Aanvragen subsidie 2026 conform het nieuwe subsidiebeleidskader, ASV en regelingen.
1 januari 2026
Ingangsdatum nieuw subsidiebeleidskader.
Pagina 9 van 10