CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Startdocument herontwikkeling Rijksstraatweg 601 (Handelskwekerij Griffioen)

Raadsvergadering Wassenaar 22 februari 2022, gemeente wassenaarBij agendapunt: Startnotitie bestemmingsplan Griffioen12.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

dure koop) opgenomen. De locatie Griffioen aan de Rijksstraatweg 601 opgenomen in het indicatieve woningbouwprogramma, waarbij is uitgegaan van een programma van 10 woningen ten behoeve van gezinnen in de prijscategorie “dure koop > 450.000”.

31

4.6

Groen en watervisie Wassenaar

Beschrijving beleid Op 12 oktober 2015 is de Groen- en watervisie vastgesteld. Wassenaar is een zeer aantrekkelijke gemeente om in te wonen, te werken en te recreëren. Dit heeft zij voornamelijk te danken aan haar groene karakter, haar ligging aan de rand van de duinen en door de groene landgoederenzone waarin veel rijksmonumenten gelegen zijn. Gesteld kan daarom worden dat het groen dé kracht van de gemeente is. Om deze kwaliteit ook voor de toekomst te behouden, geeft de Groen- en watervisie van Wassenaar antwoord op de vraag op welke wijze het unieke groene karakter van Wassenaar kan worden versterkt en Wassenaar het groenste dorp van de Randstad kan worden. De Groen- en watervisie formuleert de ambitie om het groen in Wassenaar minimaal gelijk te houden en waar mogelijk te laten toenemen, ontstenen en vergroenen. Hemelwaterverordening Op 1 april 2021 heeft de gemeenteraad van Wassenaar de Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Wassenaar 2021 vastgesteld. De huidige en de te verwachten toename in de intensiteit van regenbuien heeft invloed op de krappe capaciteit van het huidige rioolstelsel van Wassenaar. Het vergroten van het huidige riool en het afkoppelen van het hemelwater wordt beperkt door de benodigde ondergrondse ruimte. De doorsnede van een rioolleiding, die nodig is om de extreme buien te kunnen verwerken, zal dan minimaal 250 cm zijn.

Het scenario om een buis met een dergelijke diameter in de grond aan te brengen is niet realistisch en uitermate kostbaar. De levering van drinkwater door de drinkwaterbedrijven wordt een steeds grotere opgave door de groei van de bevolking. De bronnen voor het bereiden van drinkwater worden minder door toename in verontreinigingen. Alles bij elkaar wordt het drinkwater op langere termijn schaars en met hergebruik van regenwater wordt een bijdrage geleverd om deze schaarste te verminderen. De toename van regenbuien en de verwachte schaarste in drinkwater hebben deelnemers van de samenwerking waterketen Leidse Regio (gemeente Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Zoeterwoude, Wassenaar, Voorschoten, Hoogheemraadschap van Rijnland en drinkwaterbedrijf Dunea) doen besluiten om in het vastgestelde IWKp (Integraal Water Keten plan) een hemel- en grondwater verordening als doelstelling op te nemen. Het vaststellen van een hemel- en grondwater verordening zorgt voor een verplichting om bij nieuwe ontwikkelingen regenwater te bergen en te hergebruiken. 4.7

Archeologie en cultuurhistorie

Ter bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden is door de gemeente Wassenaar het “Paraplubestemmingsplan cultureel erfgoed Wassenaar, panden en objecten en archeologisch erfgoed” (12 april 2018) vastgesteld. In de toelichting van het paraplubestemmingsplan is aangegeven dat dit een uitvoering is van de nota “Voortbouwen op eigen waarde” (raadsbesluit van september 2012) en de nota “Archeologie herijking 2013” (raadsbesluit van februari 2014). Op 13 maart 2018 heeft de gemeenteraad van Wassenaar de “Erfgoedvisie Wassenaar 2018-2024” vastgesteld. Ten aanzien van archeologie is aangegeven dat de bescherming van archeologische waarden vastligt in de archeologische beleidskaart dat aan de hand van regels in het vastgestelde paraplubestemmingsplan is geborgd. Archeologie Het archeologisch beleid van de gemeente Wassenaar is beschreven in de nota "Archeologie herijking 2013" en de “Erfgoedvisie Wassenaar 2018-2024” en vertaald in het “Paraplubestemmingsplan cultureel erfgoed Wassenaar, panden en objecten en archeologisch 32

erfgoed” dat op 12 april 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad. Het plangebied aan de Rijksstraatweg 601 is daarin bestemd als “Waarde – archeologie 3”.

Voor werkzaamheden en bouwactiviteiten geldt dat een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd tenzij: Het een bouwwerk betreft met een oppervlakte kleiner dan 100 m² waarbij de bodemingreep niet dieper reikt dan 30 cm beneden maaiveld; Het een bouwwerk betreft dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. Dit komt overeen met de geactualiseerde archeologische beleidskaart die is opgenomen in de Erfgoedvisie Wassenaar 2018-2024, zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding: archeologische beleidskaart, bijlage 9 van de Erfgoedvisie Wassenaar 2018-2024 Cultuurhistorie 33

In de Erfgoedvisie Wassenaar 2018-2024 zijn de cultuurhistorisch waardevolle structuren en onderdelen van de gemeente Wassenaar beschreven. Deze zijn samengevat in zeven thema’s.

In het beeldkwaliteitsplan zullen de voor het gebied kenmerkende bovengrondse cultuurhistorische waarden moeten worden beschreven en zal moeten worden aangegeven in hoeverre de nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het versterken van deze waarden.

4.8

Parkeren

In het LIOR wordt aangegeven dat indien het bestemmingsplan geen duidelijkheid geeft over de toe te passen parkeernorm, dat dan de CROW publicatie 182 ‘parkeerkencijfers – basis voor parkeernormering’ aangehouden wordt. Daarbij wordt de bovenkant van de norm toegepast. In de toelichting is aangegeven dat voor parkeernormen wordt verwezen naar de kengetallen van het CROW. Voor dit deel van Wassenaar wordt uitgegaan van de omgeving “weinig stedelijk” en “rest bebouwde kom”. Het CROW hanteert voor vrijstaande woningen in een weinig stedelijk gebied in de “rest bebouwde kom” een parkeernorm van 1,9 tot 2,7 parkeerplaats per woning (inclusief 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekers). Bij het opstellen van de parkeerbalans wordt rekening gehouden met de verrekening van het “theoretische aantal parkeerplaatsen” en “berekeningsaantal parkeerplaatsen” als op eigen terrein wordt geparkeerd. Het verdisconteren van de parkeerbehoefte van de oude functie en van de nieuwe functie(s) is niet toegestaan. 4.9

Bed & Breakfast

De gemeente Wassenaar heeft op 27 juni 2011 de beleidsnota Bed & Breakfast vastgesteld, deze is op 1 mei 2018 in het gemeenteblad gepubliceerd. Een woning is een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Bed & Breakfast valt niet onder deze begripsbepaling, aangezien de personen aan wie onderdak wordt geboden, geen onderdeel uitmaken van het huishouden van de oorspronkelijke bewoners. Als een Bed & Breakfast in omvang beperkt blijft tot een ondergeschikte nevenactiviteit ten opzichte van de hoofdfunctie wonen, hoeft er geen probleem te bestaan met betrekking tot de functie voor het betreffende pand. De recreatieve nevenactiviteit mag hierbij geenafbreuk doen aan de woonfunctie. Kleinschaligheid van Bed & Breakfast kan vanuit deze optiek worden gedefinieerd als een nevenactiviteit die ondergeschikt is aan de woonfunctie en

34

moet plaatsvinden binnen de woonbestemming en is alleen in de woning zelf en in aangebouwde bijgebouwen toegestaan.

5

Ruimtelijke randvoorwaarden voor het project

Zoals in hoofdstuk 3 is aangegeven bestaat het project uit het realiseren van 11 nieuwbouwwoningen in ruil voor behoud en herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het kroonjuweel. Het bestemmingsplan wordt dan ook gedeeltelijk een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan, maar voor een belangrijk deel conserverend voor de 5,7 hectare geestgronden. (Dubbel)bestemmingen: 1. Waarde-Cultuurhistorie 2. Waarde-Archeologie 3. Wonen-1 4. Agrarisch met landschappelijke waarden 5. Natuur 6. Water 7. Verkeer-Verblijfsgebied 8. Recreatie (extensieve recreatie)

Randvoorwaarden Activiteit bouwen: 1. Bouwen van de woningen is toegestaan maar onder strenge voorwaarden. De voorwaarden worden nader ingevuld en zijn gekoppeld aan cultuurhistorie en landschap. 2. Cultuurhistorie: Bebouwingsvoorwaarden zijn gekoppeld aan beeldkwaliteit en ruimtelijke randvoorwaarden als het gaat om behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden. Daartoe toont de toelichting aan op welke wijze met de aanwezige cultuurhistorische waarden en de in de grond aanwezig of te verwachten monumenten rekening is gehouden. - Hierbij gaat het om zowel al bij wet of verordening beschermde (“waardevaste elementen of gebieden”) als niet formeel beschermde objecten en structuren (“waardevolle elementen of gebieden”): van rijksmonument tot het vermoeden van een archeologische vindplaats. Dit is relevant vanwege de motiveringsgrondslag om vorm en inhoud te kunnen geven aan een ‘goede ruimtelijke ordening’. 3. Aangetoond wordt dat de ontwikkeling er voor zorgt dat de cultuurlandschappelijke structuren herkenbaar blijven. 4. Aangetoond wordt dat de ontwikkeling past qua maat en schaal bij het historisch karakter van het landelijk gebied. 5.

Aangetoond wordt dat de cultuurhistorische waarden in stand blijven conform artikel 6 van het paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar, panden, objecten en archeologie en conform Artikel 53 Waarde - Cultuurhistorie (WR-CH) (dubbelbestemming) van het geldende bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015. 6. Het maximumvolume aan bebouwing bedraagt ten hoogste 9000 m³. Bergingen, garages en kelders zijn onderdeel van het te bouwen volume. De maat van de woning is afgestemd op het landschap en de voormalige bedrijfswoning/tuinderswoning: twee lagen bouwhoogte 7,5 meter op een plint van 60 cm. 7. Omvang van de bebouwing: geen bijgebouwen, geen erfbebouwing zoals schuttingen, afvalcontainers, lantaarnpalen, geen losse danwel vrijstaande carports. 8. Omvang bebouwing (behoefte): Aangetoond moet worden dat het plan voldoen aan een actuele behoefte. Getoetst moet worden aan de Woonvisie “Grip op Wonen”.

35

9. Milieu: bodemonderzoeken, situering van geluidsgevoelige objecten t.o.v de weg; zaken die betrekking hebben op een gezonde en veilige leefomgeving (bodem, geluid, externe veiligheid) 10. Beeldkwaliteit vanuit stedenbouw Er moet een beeldkwaliteitsplan worden opgesteld die als ontwerp mede ter inzage wordt gelegd met het ontwerpbestemmingsplan. Beeldkwaliteitsplan/-paragraaf sluit qua typologie en architectuur aan op de aanwezige cultuurlandschappelijke waarden en voldoet aan de gebiedskarakteristiek, zoals omgeschreven in de toelichting op het beschermd dorpsgezicht en bijlage 1 van het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 in samenhang met het Handboek Welstand en Beeldkwaliteit. Voor de 5,7 hectare gronden (geestgronden) geldt dat ontwikkelingen moeten voldoen aan de kaders zoals gesteld in bijlage 6 van de planregels van het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015. De 11 nieuwbouw woningen kunnen als een ensemble gezien worden, maar hoeven onderling niet uniform te zijn. De typologie van de tuinderswoning is afwijkend en uniek; en dient als zodanig wat betreft het gebruik herkenbaar behouden te blijven. 11. Beeldkwaliteit (afmetingen, situering, omvang, structuren, waarden, landschap, uitstraling architectuur).

- De verkaveling en de positie van de woningen moet voldoen aan de randvoorwaarde voor het in stand houden van de openheid in zuidwest-noordoostelijke (dwars-) richting en het hoogteverschil met het omringende landschap en de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. De waarde van het panorama vanaf de Rijksstraatweg over de voormalige kwekerij erkennen en in voldoende mate respecteren. 12. Aangetoond moet worden dat het bouwen geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor beschermde Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie tijdens de bouwfase. 13. Flora en fauna: aangetoond moet worden dat dit plan geen gevolgen heeft voor de redelijke instandhouding van de in het plangebied aanwezige soorten. Bij overige soorten naast de specifieke regelgeving ten aanzien van juridisch zwaarder beschermde soorten bestaat de algemene zorgplicht bij eventuele verstoring of bedreiging van individuele planten of dieren. Dit omvat álle dieren, ook alle onbeschermde soorten (Wnb art. 3.10). Indien door werkzaamheden individuele dieren of hun vaste verblijfplaatsen worden verstoord of bedreigd, wordt vereist dat de uitvoerder voldoende zorg in acht moet nemen om die verstoring of bedreiging te voorkomen.

Activiteit gebruik: 1. Cultuurhistorie/landschap: Het gebruik moet passend zijn bij de historie en typologische ontwikkeling van het gebied als afgezand gedeelte van de strandwal het gebruik mag het zicht en de zichtlijnen niet doorbreken of belemmeren, evenals dat structuren, zoals waterlopen niet doorsneden mogen worden gedempt of overkluisd. 2. Cultuurhistorie: Gebruik van de tuinderswoning draagt bij aan het herkenbaar houden van de typologie van het landschap (dus geen extra bijgebouwen; of hoge hekken/hagen/bomen) 3. Natuur- en waterbestemming dragen bij aan behoud van de cultuurhistorische waarden, waar de vaar- en kavelsloten een belangrijke rol spelen. 4. Verkeer: De N44/Rijksstraatweg en de ventweg zijn eigendom van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat moet instemmen met de wijze waarop het plangebied ontsloten wordt 5. Cultuurhistorie: verkeerinfrastructuur sluit aan bij het landelijk karakter van het gebied, dat bestaat uit een smal wegprofiel, zonder hoog opgaande (laan-)beplanting; - Uitgangspunt is dat de hoeveelheid asfalt zoveel mogelijk beperkt wordt gehouden. 6. Verkeer: De nood- en hulpdiensten moeten instemmen met de wijze van ontsluiting van het plangebied. Er kan een tweede ontsluiting naar de Raaphorstlaan voor calamiteiten nodig zijn. 36

7. Verkeer: Omdat de N44 en ventweg niet toegankelijk zijn voor (brom) fietsers moet het plangebied voor dit verkeer ontsloten worden via de Raaphorstlaan. 8. Verkeer: Voor de parkeernormen gelden de parkeerkencijfers van het CROW op het moment van indienden van de omgevingsvergunning. Hiervoor gelden de kenmerken” matig stedelijk, rest bebouwde kom, maximum. Het verdisconteren van de parkeerbehoefte van de oude functie en van de nieuwe functie(s) is niet toegestaan. - Bij het opstellen van de parkeerbalans wordt rekening gehouden met de verrekening van het “theoretische aantal parkeerplaatsen” en “berekeningsaantal parkeerplaatsen” als op eigen terrein wordt geparkeerd. 9. Bodem: Aangetoond moet worden dat de bodemkwaliteit voldoet voor de beoogde functies. Het ontwerp moet dusdanig vorm worden gegeven dat we spreken van een gesloten grondbalans. Vrijgekomen teeltaarde wordt binnen het plangebied verwerkt. Mits dit vanuit behoud en versterken van de cultuurhistorische waarden mogelijk is: geen ophoging ten opzichte van het omringende landschap (behoud en versterken van karakter afgezande strandwal/geestgronden). 10. Water: Aangetoond moet worden wat de gevolgen van het project zijn voor de waterhuishouding. Als volgens het beleid van het hoogheemraadschap watercompensatie verplicht is, dan geeft de toelichting bij het bestemmingsplan aan dat voldaan wordt aan dit beleid. 11.

Geluid: aangetoond moet worden dat het aspect wegverkeerslawaai niet in de weg ligt aan de tenuitvoerlegging van het plan. 12. Externe veiligheid: De N44 is een risicobron. Het plangebied moet worden voorzien van een tweede calamiteitenontsluiting. Het plaatsgebonden risico en groepsrisico moeten worden berekend. Aan de hand van het resultaat moet worden verantwoord hoe wordt omgegaan met de bestaande risico’s. Woningen moeten een uitgang hebben aan de tegenoverzijde van het gebouw ten opzichte van de N44. Tijdens de bouw moet rekening worden gehouden met mogelijke aanwezigheid van NGE. 13. Stikstof: Aangetoond moet worden dat he project geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor beschermde Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase. 14. Milieuzonering: Aangetoond moet worden wat de effecten zijn van dit plan op functies in de omgeving van het plangebied. Omliggende bedrijven mogen door deze ontwikkeling niet worden beperkt in hun activiteiten. 15. Vormvrije m.e.r.-beoordeling: Aangetoond moet worden door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling dat een m.e.r. niet noodzakelijk is voor dit project. 16. Luchtkwaliteit: Aangetoond moet worden dat het plan geen significante gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit ter plaatse. 17.

Ladder voor duurzame verstedelijking: Aangetoond wordt dat er wordt voldaan aan een actuele behoefte die regionaal is afgestemd.

Activiteit aanleggen: 1. Cultuurhistorie: Er wordt voor de 5,7 ha geestgronden een aanlegvergunningstelsel opgenomen voor hoge beplanting, dan wel beplanting die niet past bij de typologie van het landschap , afgraven en/of ophogen van de afzanderij. 2. Er wordt een aanlegvergunningstelsel opgenomen voor Verkeer, o.a asfalt, of onverharde paden. 3. Riolering: De ontwikkelaar moet een rioolontwerp en berekening leveren inclusief advies. De kosten voor eventuele aanpassing en aanleggen van nieuwe riolering zijn voor de ontwikkelaar. 4. Riolering: Advies is om een vrij-verval riolering te ontwerpen met aansluiting op de bestaande riolering gelegen in de Eikenhorstlaan hoek Raaphorstlaan. 5. Riolering moet bereikbaar blijven voor beheer en onderhoud. 6. De ontwikkelaar moet een plan indienen t.b.v. het opvangen/bergen en afvoeren van hemelwater binnen het projectgebied conform gestelde eisen in het hemel -en 37

grondwaterverordeningHemelwater dient op de bestaande watergangen afgevoerd te worden. 7. LIOR (Leidraad Inrichting Openbare ruimte van toepassing. Deze kan bij beheer worden opgevraagd. 8. Er moet een ontwerp van de waterhuishouding worden geleverd. 9. Voor de bestaande waterhuishouding moet een toetsing worden uitgevoerd voor eventueel van toepassing zijnde beschermd dorpsgezicht. Er mogen geen bestaande watergangen gedempt worden zonder dat dit gecheckt is en afgestemd is met het de gemeente en het Hoogheemraadschap van Rijnland. 10. Zoveel mogelijk open water behouden en/of realiseren. Lange duikerverbindingen onacceptabel. 11. Watergangen mogen niet worden overkluisd. 12. Watergangen moeten bereikbaar blijven voor beheer en onderhoud. Kostenverhaal Voor deze ontwikkeling is kostenverhaal wettelijk verplicht. In beginsel via een exploitatieplan verplicht, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd via een gesloten anterieure overeenkomst. Kostenverhaal is in ieder geval verzekerd voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het risico op planschade wordt afgewend op de initiatiefnemer. Ook deze afspraken moeten zijn vastgelegd voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

6

6.1

Participatie en procedure

Participatie

Voor de direct aanwonenden, in het bijzonder die aan de Eikenhorstlaan en de Raaphorstlaan, kan woningbouw op deze locatie ingrijpend zijn. Nog voordat er sprake is van een concreet uitgewerkt bouwplan, heeft de door Griffioen ingeschakelde ontwikkelaar (Kondor Wessels Vastgoed) contact gelegd met de omwonenden. Hieraan is invulling gegeven door een drietal omwonenden die naar eigen zeggen namens alle omwonenden optreden. Ook de Stichting Horst en Weide wilde in gesprek komen. Met beide groepen hebben reeds diverse gesprekken plaatsgevonden en zijn mogelijke planaanpassingen besproken. Ook heeft met omwonenden een ‘laarzenmiddag’ op het terrein plaatsgevonden. Van alle gesprekken zijn door partijen geaccordeerde verslagen beschikbaar Van alle gesprekken zijn door partijen geaccordeerde verslagen beschikbaar; zie onderstaand overzicht. Overzicht participatie handelskwekerij Griffioen Bijeenkomst Stichting Horst en Weide

Soort Videocall

Eikenhorstlaan/Raaphorstlaan

Fysiek

St. Horst en Weide

Videocall

Eikenhorstlaan/Raaphorstlaan

Videocall

Eikenhorstlaan/Raaphorstlaan

Laarzenmiddag

Datum 18 aug 11.15 27 aug 11.15 15 dec 14.20 23 dec 11.15 25 feb 17.30

2020 10.30 -

geaccordeerd verslag Ja

2020 10.00 -

Ja

2020 14.00 -

Ja

2020 10.00 -

Ja

2021 15.30 -

Ja

38

Eikenhorstlaan/Raaphorstlaan

Videocall

Bijeenkomst na overleg met achterban

fysiek

7 april 2021 11.30 12.15 14 september 2021 0930-1030

Ja Nog niet

Bewoners Eikenhorstlaan en Raaphorstlaan onder de naam ‘De Eikenhorstraapers’. Stichting Horst en Weide Griffioen/ontwikkelaar Kondor Wessels Vastgoed Procedure Een bestemmingsplan kent drie onderdelen: een toelichting, regels en een verbeelding. In de toelichting zijn de kenmerken van het plangebied beschreven en wordt duidelijk gemaakt wat de bedoelingen zijn met het gebied. In de toelichting wordt een onderbouwing gegeven waarom de bedoelingen met het gebied ruimtelijk aanvaardbaar worden geacht.

39

In de regels staat omschreven wat de bestemmingen van de gronden inhouden en wordt de omvang van de bebouwing bepaald. Een verbeelding is een kaart van het gebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft. Op de verbeelding wordt met verschillende kleuren de bestemmingen van de gronden en de bouwgrenzen zijn aangegeven. De verschillende stappen in de procedure worden hieronder nader toegelicht. Voorbereiding/inventarisatie: In deze fase worden de onderzoeken gedaan die noodzakelijk zijn voor een goede onderbouwing in de toelichting (denk aan: archeologie, milieu e.d.). Aan de voorbereiding/inventarisatie zijn geen wettelijke termijnen gebonden. Conceptontwerpbestemmingsplan: Er wordt ten behoeve van het wettelijk vooroverleg met de overlegpartners een conceptontwerpbestemmingsplan opgesteld. Wettelijk vooroverleg is verplicht op grond van art 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening. Ontwerpbestemmingsplan: Het college van burgemeester en wethouders legt met inachtneming van de ingekomen overlegreacties, een ontwerp bestemmingsplan ter inzage. Het ontwerp bestemmingsplan wordt voor zes weken ter inzage gelegd. Dit wordt bekend gemaakt via de gemeenterubriek en de gemeentelijke website. Belanghebbenden die een inspraakreactie hebben ingediend worden rechtstreeks geïnformeerd. Zienswijzen kunnen tijdens de periode van ter inzage legging kenbaar worden gemaakt bij de gemeenteraad.

Vaststelling bestemmingsplan: Na de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan moet de gemeenteraad als er zienswijzen zijn ingediend binnen 12 weken het bestemmingsplan vaststellen. Beroep: Het vastgestelde bestemmingsplan wordt wederom gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Ook dit wordt bekend gemaakt via de gemeenterubriek en de gemeentelijke website. Tegen dit vaststellingsbesluit kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Raad van State. Een beroep kan alleen worden ingesteld door belanghebbenden die ook een zienswijze hebben ingediend Inwerkingtreding bestemmingsplan en voorlopige voorziening: Het bestemmingsplan treedt in werking nadat de termijn van zes weken dat het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage ligt, is verstreken. De gemeente kan op dat moment omgevingsvergunningen voor bijvoorbeeld bouween aanlegactiviteiten verlenen die in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan treedt niet in werking als een ‘verzoek om voorlopige voorziening’ is aangevraagd bij de Raad van State. Een verzoek om voorlopige voorziening richt zich in de regel op ontwikkelingen met een spoedeisend karakter (ontwikkelingen met een onomkeerbaar karakter).

Indicatieve planning a.

Besluit B&W ontwerpstartdocument (1,5 mnd)

jan 2022

b.

Besluit gemeenteraad ter inzage leggen startdocument

22 feb. 2022

c.

Einde ter inzage legging

13 april 2022

a.

Besluit gemeenteraad vaststellen startdocument

5 juli 2022

b.

Besluit B&W; voor zienswijzen vrijgeven ontwerp BP

sept. 2022

c.

terinzagelegging (6 weken)

sept. 2022

d.

einde terinzagelegging

dec. 2022

e.

nota van beantwoording plus raadsvoorstel vaststelling

f.

Vaststelling BP; binnen 12 weken na verstrijken terinzagelegging ontwerp BP

g.

Beroepstermijn (6 weken) 40

h.

Aanvraag omgevingsvergunning (afdoening 8 weken plus evt. verlenging van 6 weken na ontvankelijke aanvraag)

41

BIJLAGEN

1.

Kaartanalyse plangebied Griffioen

Het plangebied Griffioen vormt de aansluiting van Landgoed Duivenvoorde aan de strandwal. Het gebied is een afzanding van die strandwal welke zich stapsgewijs ontwikkelde, zoals de kaartreeks laat zien:

Kaartbeeld ca 1850 Eind 19de eeuw is de afzanding al gaande, duinzand wordt afgegraven om te worden gebruikt in de opkomende bollenteelt en via de gegraven zandvaarten afgevoerd. Op de strandwal, ingebed in lommerrijk parkgroen, liggen de landgoederen en buitenplaatsen aan de huidige Rijksstraatweg. Aan de insteekwegen liggen in een tweede linie de karakteristieke boerderijen op de strandvlakte, de landerijen behoren bij de landgoederen. Opvallend is de gevorkte structuur van de zandvaarten waarlangs het zand met schuiten werd afgevoerd. Met name de diagonale vaart is een opmerkelijk en karakteristiek gegeven.

Rond 1880 verschijnt de eerste villa. De afgezande percelen worden als moestuinen/kwekerij gebruikt, omzoomd met singels. De Duivenvoordsche laan vormt de hoofdverbinding en entree naar het landgoed Duivenvoorde. De diagonale vaart doorsnijdt langgerekte percelen die in de richting van de natuurlijke afwatering van strandwal naar strandvlakte liggen.

42

De afzanding loopt door tot begin 20ste eeuw wanneer tegen landgoed Rust en Vreugd de laatste percelen worden afgegraven. Aan de Rijksstraatweg, die nu al aan status wint, verschijnen nieuwe buitenhuizen. De structuur van percelen verfijnd, de kleine akkers zijn met hagen afgezet, tegen het verstuiven van het zand.

Rond 1930 is de afzanding ten einde en begint de eerste verdichting te ontstaan; dwarswegen zoals de Eikenhorstlaan worden aangelegd waaraan bebouwingscomplexen verschijnen, deels losse villa’s in het groen en deels als instelling. Ook komt de eerste bebouwing op de kwekerij in beeld. Het gebruik van de percelen is nog steeds cultuurgrond; kwekerij en volkstuinen. De vaarten worden aan elkaar gekoppeld, er ontstaat een eilandachtige opzet.

43

Ca 1950. De dorpsrand schuift langzaam op, het gebied tussen de Rijksstraatweg en Buurweg verdicht. De Sint Ursulakliniek-kliniek vormt een groot afwijkend bouwblok. Ook de boerenerven groeien, er komen meer stallen. De kleine percelen worden weer samengevoegd tot grotere.

In de jaren ’50 wordt de eerste seriematige bouw toegevoegd aan het landschap, aan de Eikenhorstlaan verrijzen enkele tweekappers en villa’s op relatief kleine kavels en dat vormt nu de dorpsrand. De versnipperde volkstuinen op de afzanding worden rond deze tijd aangekocht en samengevoegd. Het terrein wordt in gebruik genomen als bollengrond. De eilandstructuur is nu nog herkenbaar.

44

In de jaren 60 worden de percelen strak getrokken ten behoeve van de bollenteelt, de zandvaarten grotendeels gedempt. De eerste loodsen ontstaan in het gebied en de tuinderswoning wordt gebouwd. De tuinderswoning is een fremdkörper in het gebied, en hoort eigenlijk nergens bij; het is geen landgoedbebouwing, geen vrij liggende boerderij of villa in de tweede linie en ook geen deel van de villawijken en dorpsbebouwing. Juist vanwege deze eigenzinnigheid is de woning tot cultuurhistorisch waardevol en behoudens waardig benoemd. Het is, in zijn architectonische eenvoud, een exemplarisch voorbeeld en typerend voor zijn tijd en daarmee onderdeel van de tijdsdiepte en leesbaarheid van het landschap. Singels langs de percelen verdwijnen, schaalvergroting vind ook plaats op de boerderijen. De nu karakteristiek genoemde openheid ontstaat in deze fase van de ontwikkeling.

Ca 1985.De stedelijke ontwikkeling is beperkt in deze periode. De bollen maken plaats voor een handelskwekerij, de voorganger van Griffioen. De Duivenvoordsche laan wordt volledig afgesloten van de Rijksstraatweg en verliest haar functie en naam, daarmee raakt het plangebied geïsoleerd en komt het los te liggen van de landgoederen.

45

Ca 2000. De grootste stedelijke ontwikkeling is nu binnen de contouren van het dorp; de Urselakliniek is gesloopt en heeft ruimte gemaakt voor dorpsontwikkeling van villawijk Eikendael, deels in projectmatige bouw en deels als vrijstaande individuele villa’s. De handelskwekerij, inmiddels Griffioen, maakt een efficiency-slag door over te schakelen naar niet grondgebonden teelt in potten. Voor de tuinderswoning wordt een beregeningsbassin aangelegd.

Na de laatste dorpsontwikkeling is er sprake van een status quo. De kwekerij kan in principe doorgroeien binnen de nog resterende planologische ruimte in het bestemmingsplan maar verdere ontwikkelingen blijven uit gezien de door gemeenten en provincie beoogde bedrijfsverplaatsing. De handelskwekerij beperkt zich thans tot het noordoostelijk deel van het bedrijf, de zuidwestelijke zijde is vooralsnog in gebruik als bollengrond.

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=ca1243a5-197e-48bf-a031-039837ca02d8