CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota Hogere Waarden Wegverkeerslawaai Wassenaar 2024

Raadsvergadering Wassenaar 16 september 2024, gemeente wassenaarBij agendapunt: Uitwerking Omgevingswet: Nota Hogere Waarden Verkeerslawaai Wassenaar 202414.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hogere Waarden Wegverkeerslawaai Wassenaar 2024 Gemeente Wassenaar 8 januari 2024

Project Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Beleidsneutrale omzetting hogere waarden geluidbeleid Gemeente Wassenaar

Definitief 02 30 mei 2023 132994/23-009.055

132994 Ir. B.A. Jimmink Ir. J.L. Dierx

P.W. Dijkstra MSc, ing. G.A. Krone Ir. B.A. Jimmink Ir. B.A. Jimmink

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

5

1.1

Beleidsneutrale omzetting gemeentelijk hogere waarden beleid

5

1.2

Hogere waarden beleid gemeente Wassenaar vóór inwerkingtreding Omgevingswet en daarna

6

1.3

Omgevingsvisie en omgevingsplan

6

1.4

Relevante achtergrondinformatie bij de omzetting van het hogere waarden beleid

7

1.4.1 1.4.2 1.4.3

7 8

1.4.4 1.5

Hogere waarden onder de Wet geluidhinder Geluid in de Omgevingswet Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en Aanvullingsregeling Geluid (Omgevingswet) Overgangsrecht (specifiek gericht op geluid)

10 10

Aanpak beleidsneutrale omzetting gemeentelijk hogere waarden beleid

11

1.5.1 1.5.2 1.5.3 1.5.4

11 11 11 12

Doelstelling Reikwijdte hogere waarden beleid (versie 2022) Werkwijze bij beleidsneutrale omzetting hogere waarden beleid Leeswijzer

2

OMSCHRIJVING SITUATIE WASSENAAR

13

3

WETTELIJKE UITGANGSPUNTEN HOGERE WAARDE BELEID

15

3.1

Bevoegd gezag

16

3.2

Procedure

17

3.4

Onderzoeksplicht

20

3.5

Motiveringsplicht

22

3.6

Voldoen aan wettelijk binnenniveau

23

4

VISIE VAN HET HOGERE WAARDE BELEID

25

4.1

Bestaande situaties

25

4.2

Nieuwe situaties

26

4.3

Cumulatie

26

4.4

Compensatie

27

5

UITVOERING VERZOEK HOGERE WAARDE

28

5.1

Kaders onder Overgangsrecht (Wet geluidhinder)

28

5.1.1 5.1.2

28 28

Start hogere waarde procedure onder Overgangsrecht Begeleidende informatie verzoek hogere waarde

5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.1.8 5.1.9 5.1.10 5.2

Aanvullende eisen hogere waarde bestaande bebouwing Aanvullende eisen hogere waarde vervangende nieuwbouw Aanvullende eisen hogere waarde nieuwbouw Aanvullende eisen in bijzondere gevallen Beoordeling cumulatie Toets doelmatigheid Registratie van hogere waarden Handhaving van hogere waarden

29 29 29 29 30 30 30 30

Kaders bij afweging afwijking standaardwaarde onder de Omgevingswet

31

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8 5.2.9 5.2.10

31 31 31 31 31 32 32 32 32 32

Start afweging binnen Omgevingswet Begeleidende informatie vaststelling hogere waarde Aanvullende eisen hogere waarde bestaande bebouwing Aanvullende eisen hoger waarde vervangende nieuwbouw Aanvullende eisen hogere waarde nieuwbouw en bij functiewijziging Aanvullende eisen in bijzondere gevallen Beoordeling cumulatie Toets doelmatigheid Registratie van hogere waarden Handhaving van hogere waarden

Laatste pagina

Bijlage(n)

32 Aantal pagina's

I

Begrippenlijst

2

II

Grenswaarden wegverkeerslawaai

3

III

Procedure schema hogere waarde procedure

2

IV

Checklist verzoek hogere waarden

1

V

Schema aanvullende eisen in het geval van wegverkeer

1

VI

Samenvatting situaties waarbij Overgangsrecht van toepassing kan zijn

3

VII

Samenvatting wijziging geluidnormering onder omgevingswet

1

1 INLEIDING 1.1

Beleidsneutrale omzetting gemeentelijk hogere waarden beleid

Wanneer de Omgevingswet in werking wordt gesteld, zijn er de eerstkomende jaren (tot uiterlijk eind 2029) mogelijkheden in de Omgevingswet ingebouwd om gebruik te maken van Overgangsrecht. Op hoofdlijnen is dit schematisch weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1 Schematisch overzicht voor de transitie huidig recht naar een Omgevingsplan nieuwe stijl

In het omgevingsplan staan alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Het plan geeft meer concreet uitwerking aan de (maatschappelijke) opgaven uit de gemeentelijke omgevingsvisie. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit: 1 (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen; 2 rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg, met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel.

5 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. Het wijzigingen/vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan kan ook thematisch gebeuren. Deze overgangsfase duurt tot uiterlijk eind 2029. Specifiek voor geluid betekent de inwerkingtreding van de Omgevingswet dat onder meer de Wet geluidhinder als wetgevingsinstrumentarium komt te vervallen. Maar via het Overgangsrecht kunnen gemeenten bepaalde delen van de Wet geluidhinder tijdens de transitieperiode op min of meer de ‘oude’ werkwijze blijven hanteren. Dit tot uiterlijk de einddatum die de wetgever daarvoor hanteert (waarschijnlijk tot eind 2029). Hogere waarde besluiten (vastgesteld op basis artikel 110a van de Wet geluidhinder) gelden als deel van het Omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6, lid 1, Invoeringswet. Onder de Wet geluidhinder hebben veel gemeenten zogenoemd ‘Hogere waarden beleid geluid’ geformuleerd en vastgesteld. Bij de aanvraag van een verzoek tot vaststelling van een hogere waarde (in het kader van vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan, of bij de aanleg of reconstructie van een gemeentelijke weg) geeft het hogere waarden beleid van de gemeente dan criteria voor het al dan niet vaststellen van een hogere waarde.

1.2

Hogere waarden beleid gemeente Wassenaar vóór inwerkingtreding Omgevingswet en daarna

In de gemeente Wassenaar is het hogere waarden beleid, zoals dat is geformuleerd vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, beschreven in het rapport ‘Geluidbeleid Deelnota hogere waarden’ opgesteld door adviesbureau DHV in januari 2009 in opdracht van de gemeente Wassenaar. Formeel is deze deelnota nimmer bestuurlijk vastgesteld, maar de nota heeft wel richting gegeven bij de afhandeling van hogere waarden verzoeken de afgelopen jaren. De rapportage ‘Geluidbeleid Deelnota hogere waarden, 2009’ geeft inzicht in de wettelijke kaders, reken- en meetvoorschriften en ontheffingsbeleid op dat moment. Omdat op onderdelen de publicatie gedateerd is, vergt het een herziening om toegepast te kunnen worden onder het regime van de Omgevingswet in de periode waarin gebruik wordt gemaakt van het Overgangsrecht. Voorliggend document beschrijft de beleidsneutrale omzetting van het huidige hogere waarden beleid naar een beleidsstuk dat opgenomen kan worden in het tijdelijk omgevingsplan onder de Omgevingswet.

1.3

Omgevingsvisie en omgevingsplan

In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in brede zin voor de lange termijn vast. De omgevingsvisie is een strategisch instrument. Beleid hoeft niet gebiedsgericht te zijn. Het kan ook gericht zijn op sectoren, of gericht zijn op thema's. Denk bijvoorbeeld aan het thema gezondheid. Ambities en beleidsdoelen kunnen worden vertaald naar regels. Deze regels komen in het gemeentelijke Omgevingsplan dat daarmee invulling geeft aan de maatschappelijke opgaven uit de omgevingsvisie. De gemeente kan voor ieder gebied bepalen welke activiteiten zij wel of niet toestaat, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid. Dat hoeft niet altijd heel specifiek. Ook een algemene beschrijving met randvoorwaarden voor een bepaald gebied volstaat. Ook geeft de gemeente aan welke regels zij aan de activiteiten stelt. De gemeente zorgt dat het pakket aan regels in het omgevingsplan leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij het stellen van regels houdt de gemeente rekening met alle betrokken belangen.

6 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

Zij heeft ruimte om naar eigen inzicht afwegingen te maken. Binnen deze afwegingsruimte kan de gemeente specifieke regels stellen voor verschillende delen van het grondgebied. Ook kan de gemeente functies of kenmerken van locaties of gebieden aanwijzen. Aan deze aanwijzing kan men regels verbinden voor het gebruik van die plaats of dat gebied. Het Omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplannen en de beheersverordeningen uit de Wet ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet krijgen gemeenten veel beoordelingsvrijheid om geluid ‘passend’ te regelen binnen hun gemeente. Deze gemeentelijke geluidnormen moeten in het Omgevingsplan worden opgenomen. Hiervoor zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor het beheersen van geluid hebben gemeenten als gezegd veel afwegingsruimte. Men kan kiezen voor toepassing van één standaardwaarde voor het gehele grondgebied, of men kiest voor een meer gebiedsgerichte benadering. Bijvoorbeeld in bepaalde gebieden meer geluid toestaan, zoals op bedrijventerreinen en in centrumgebieden, en gebieden aanwijzen waar men juist minder geluid wil toestaan, zoals in woonwijken, landelijke gebieden en natuurgebieden. De gemeente kan de geluidsregels direct opnemen in het Omgevingsplan, maar kan dit ook regelen in een beleidsregel (gebiedsgerichte geluidbelasting) waarnaar verwezen wordt in het Omgevingsplan.

Het is aan de gemeente om de geluidnormen zodanig vast te stellen dat daarmee voldaan wordt aan de Omgevingsvisie. In algemene zin kan worden gesteld dat vanuit een milieuhygiënisch perspectief het de voorkeur heeft om voldoende afstand tussen geluidgevoelige functies en geluidbronnen aan te houden, zodat kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde of lager. Dan zullen de effecten van geluid in de regel minimaal zijn en is er voor het thema geluidhinder sprake van een aanvaardbare situatie. Maar in de praktijk is het houden van voldoende afstand niet altijd haalbaar, vanuit andere overwegingen en randvoorwaarden. In dat geval dient er sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies (afweging benutten en beschermen fysieke leefomgeving, veiligheid en gezondheid). Daarbij gelden dan de kaders zoals opgenomen in deze nota.

1.4

Relevante achtergrondinformatie bij de omzetting van het hogere waarden beleid

In de volgende sub-paragrafen is een beknopte samenvatting gegeven van de oude en nieuwe geluidwetgeving specifiek gericht op enkele issues die relevant zijn voor geluid en hogere waardenbeleid.

1.4.1

Hogere waarden onder de Wet geluidhinder

Hogere waarden De procedure hogere waarde is een begrip uit de Wet geluidhinder. Deze procedure wordt bijvoorbeeld gevoerd bij de aanleg van een (spoor)weg, de aanleg van een industrieterrein met ‘grote lawaaimakers’ 1 of bij de bouw van een woning langs een weg of bij zo’n industrieterrein. De procedure wordt gevoerd indien in zo’n situatie de voorkeursgrenswaarde, bijvoorbeeld 48 (dB) Lden voor wegverkeer, bij een woning of andere geluidsgevoelige bestemming zal worden overschreden. Doel van de procedure is het aantal woningen dat een hoge geluidbelasting ondervindt zoveel mogelijk te beperken. Daarom heeft deze regeling de volgende kenmerken: een hogere waarde is niet ongelimiteerd. Er is altijd een bovengrens. Er is echter niet één vast getal, maar de maximale hoogte hangt ook samen met de specifieke situatie, bijvoorbeeld met de vraag of het om een binnen- of buitenstedelijke situatie of nieuwbouw of vervangende nieuwbouw gaat. Door de combinatie van dergelijke uitgangspunten is sprake van een bandbreedte in de vast te stellen hogere waarden;

1

Bedrijf overeenkomstig artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.

7 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

-

verder zijn aan het vaststellen van een hogere waarde altijd voorwaarden verbonden. Zo moet er altijd voor worden gezorgd dat een maximum geluidniveau (‘binnenniveau’) in de woning niet wordt overschreden. Dit wordt bereikt door het toepassen van (extra) gevelisolatie.

Daarnaast kunnen met betrekking tot nieuwe woningbouwlocaties via gemeentelijk beleid voorschriften voor woningindeling, een geluidluwe gevel en dergelijke worden gesteld. Vanaf 2012 geldt er voor de rijksinfrastructuur (rijkswegen- en landelijke spoorwegen) een systematiek van geluidproductieplafonds zoals vastgelegd in hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer. Bij de aanleg- of aanpassingen van rijksinfrastructuur gelden landelijke regels, die voor iedere gemeente hetzelfde zijn. Voor de aanleg- en wijziging van de rijksinfrastructuur worden geen hogere waarde procedures gevolgd, maar de afweging loopt via een ander juridisch traject. Wanneer een initiatiefnemer een bouwplan voorbereidt binnen een zone van een rijksweg of een zone langs een spoorweg, dient voor dat plan wel akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. En indien na afweging de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde dient (door de gemeente) een hogere waarde te worden vastgesteld, uitgaande van de geluidproductie van de rijksinfrastructuur bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds die voor de rijkswegen wettelijk gelden.

Aanvragen en beoordeling verzoek hogere waarden Iedere initiatiefnemer voor een bouwplan gesitueerd binnen een wettelijke geluidzone, of de wegbeheerder voor de aanleg of reconstructie van een provinciale weg (meestal de provincie) of de beheerder van een lokale weg (meestal de gemeente zelf) kan een verzoek doen voor de vaststelling van een hogere waarde. De bevoegdheid voor vaststelling van de hogere waarde ligt in de meeste gevallen bij het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente. Het bevoegd gezag dient daarbij het gemeentelijk hogere waarden beleid als uitgangspunt te nemen. Een aanvrager dient voldoende alternatieven te onderzoeken die beogen om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen (onderzoeksplicht) en wanneer blijkt dat dit op overwegende bezwaren stuit, de noodzaak tot een hogere waarde duidelijk te motiveren (motiveringsplicht). Vaststelling van een hogere waarden besluit dient te voldoen aan de Algemene Wet Bestuursrecht (bezwaar en beroep is mogelijk).

1.4.2

Geluid in de Omgevingswet

Als milieuaspect speelt geluid vooral een lokale rol. Daarom is de aanvaardbaarheid van geluid onder de Omgevingswet vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit (akoestische kwaliteit) vorm. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) reguleert het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. De gemeente zorgt ervoor dat het omgevingsplan in ieder geval de regels staan die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet). Dit kan de gemeente onder andere bereiken door: de ordening van de locaties van activiteiten ten opzichte van elkaar (bijvoorbeeld afstand tussen een woning en een bedrijf); het stellen van regels aan activiteiten op een locatie (bijvoorbeeld via waarden voor geluidimmissie of preventieve maatregelen). De regels aan activiteiten op een locatie in het omgevingsplan voldoen aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De instructieregels voor geluid in het Bkl zijn gericht op gezondheid en milieu. Ze gelden voor geluidgevoelige functies die het Bkl aanwijst. In alle andere situaties beoordeelt de gemeente (op grond van artikel 4.2 Omgevingswet) of – en zo ja, welke – regels noodzakelijk zijn.

8 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

De Omgevingswet kent voor verschillende geluidbronsoorten ook een standaardwaarde (te vergelijken met de voorkeursgrenswaarde) en een grenswaarde (te vergelijken met de grenswaarde of maximale waarde na ontheffing onder de Wet geluidhinder). Op basis van de instructieregels van paragraaf 5.1.4.2 Bkl bevat het omgevingsplan regels die geluidgevoelige objecten beschermen tegen geluid door activiteiten. Het gaat om geluid van alle aan een locatie toe te delen activiteiten behalve het wonen. Het aanvullingsspoor geluid zorgt voor toevoeging van regels voor geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds. In beginsel is deze omzetting vanuit hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer beleidsneutraal ingevoerd onder de Omgevingswet. Nieuw is dat de beoordelingssystematiek op basis van geluidproductieplafonds ook van toepassing zal zijn op provinciale wegen (wegen in het beheer van de provincie). Voor gemeenten wordt de systematiek van de Basis Geluid Emissie (BGE) geïntroduceerd (als een wettelijke onderzoeksverplichting), naast de vanuit de Wet geluidhinder gecontinueerde verplichting voor het periodiek vaststellen/actualiseren van geluidkaarten en het opstellen van een Actieplan geluid. Onder de Omgevingswet zullen (uiterlijk 31 december 2029) de wettelijk geluidzones worden vervangen door (wettelijke) aandachtsgebieden.

De strekking van een aandachtgebied is daarbij analoog aan een geluidzone onder de Wet geluidhinder. Bij het (volledig) inwerkingtreden van de Omgevingswet en onder liggende besluiten en regelingen, zal de Wet geluidhinder inclusief onderliggende besluiten en regelingen en Wet milieubeheer (verder) worden ontmanteld. Dit is geregeld in de Invoeringswet en er is voorzien in Overgangsrecht (zie verder paragraaf 1.4.4 van deze notitie.) De landelijke geluidnormen voor activiteiten van bedrijven (zoals deze voor het inwerkingtreden van de Omgevingswet zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer) vervallen op het moment de Omgevingswet inwerking wordt gesteld voor de meeste milieubelastende activiteiten. De bescherming van geluidgevoelige objecten tegen geluid van bedrijven is niet meer opgenomen in de algemene rijksregels. Die geluidnormen moeten de gemeenten zelf vaststellen en opnemen in het door hen op te stellen Omgevingsplan. Instructieregels daarvoor zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Bruidsschat. Dit biedt meer ruimte voor lokale gebiedsgerichte bescherming van de burgers en bovendien meer maatwerkmogelijkheden voor bedrijven.

Voor de geluidbelasting als gevolg van bedrijven (niet gesitueerd op een industrieterrein) hoeft in beginsel geen geluidbeleid te worden geformuleerd, als wordt aangesloten bij de regels zoals geformuleerd in de Bruidsschat. En activiteiten bij bestaande bedrijven, waarvoor maatwerkvoorschriften gelden, behouden de eerder verkregen rechten. Aanvragen en beoordeling geluidbelasting boven de standaardwaarde Onder de Omgevingswet (buiten Overgangsrecht om) is er geen sprake meer van een hogere waarde procedure zoals die onder de Wet geluidhinder was voorgeschreven. Dat betekent niet dat de gemeente geen hoger waardenbeleid meer nodig heeft. Wanneer onder Omgevingswet bouwplannen met geluidgevoelige functies binnen het aandachtsgebied worden voorbereid, waarbij op basis van akoestisch onderzoek blijkt dat de standaardwaarde wordt overschreden, dient binnen de planvoorbereiding (wijziging Omgevingsplan, Projectbesluit of Omgevingsvergunning) op basis van akoestisch onderzoek expliciet een afweging te worden gemaakt van de geluidbelasting die door het bevoegd gezag aanvaardbaar wordt geacht. De route van een afzonderlijke hogere waarde procedure is dan niet nodig. De afweging maakt integraal onderdeel uit van het Omgevingsplan, Projectbesluit of Omgevingsvergunning.

Vaststelling van een Omgevingsplan, een Projectbesluit of een Omgevingsvergunning dient te voldoen aan de Algemene Wet Bestuursrecht (bezwaar en beroep is mogelijk).

9 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

1.4.3

Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en Aanvullingsregeling Geluid (Omgevingswet)

Met de inwerkingtreding en implementatie van de Omgevingswet zullen verschillende reken- en meetvoorschriften, die nu (merendeels) zijn gebundeld onder het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (kortweg RMG2012) komen te vervallen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gewijzigde reken- en meetvoorschriften ondergebracht onder de Omgevingsregeling (Or) via de Aanvullingsregeling geluid (Areg) Omgevingswet, onder bijlage IV van de Or). Voor wegen en spoorwegen zijn de nieuwe reken- en meetvoorschriften gebaseerd op de meet- en rekenvoorschriften die waren opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De voorschriften zijn aangepast op het nieuwe systeem. Dat betreft bijvoorbeeld de aftrek voor het stiller worden van het wegverkeer (artikel 110g Wet geluidhinder) die is komen te vervallen. Een andere wijziging is het optellen van het geluid van verschillende wegen één maatgevende geluidbelasting (het gezamenlijke geluid). Dit is in lijn met hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer, maar is nieuw voor provinciale wegen en gemeentelijke wegen. In de situatie dat meerdere geluidbronsoorten (wegverkeer, spoorwegverkeer, industrieterrein) relevant zijn voor het geluid op de gevel, wordt bij de bepaling van het gezamenlijke geluid alle relevante bronsoorten betrokken.

Voor lokale spoorwegen zijn emissiekentallen voor nieuwe voertuigcategorieën toegevoegd en voor sommige voertuig- categorieën zijn de emissiefactoren aangepast naar de actuele inzichten. Ook is de wijze voor het berekenen van het gecumuleerde geluid als gevolg van verschillende bronsoorten geactualiseerd. Het geluid van bedrijven en industrieterreinen wordt bepaald overeenkomstig de Handleiding Rekenen en Meten Industrielawaai (kortweg: de HRMI). De inhoud van deze Handleiding is merendeels overgenomen in de bijlage IVh van de Omgevingsregeling. De gemeente Wassenaar kent binnen de gemeentegrens geen gezoneerde industrieterreinen op 1 januari 2023. De volgende hoofdlijn met betrekking tot het toepassen van reken- en meetvoorschriften kan worden aangehouden: voor projecten/besluiten die vallen onder het Overgangsrecht en de Wet geluidhinder van toepassing is verklaard, wordt gerekend en beoordeeld met het RMG2012 of de HMRI; voor alle andere projecten waarop het Overgangsrecht niet van toepassing is, wordt gewerkt met de reken- en meetvoorschriften zoals opgenomen in de Omgevingsregeling (Or).

1.4.4

Overgangsrecht (specifiek gericht op geluid)

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen enkele wetten of delen van wetten. Voor de Wet geluidhinder (Wgh) geldt overgangsrecht voor de instrumenten hogere waarden besluit, reconstructiebesluit, saneringsbesluit, besluit treffen van maatregelen en geluidreductieplan. Op dat moment lopen nog besluitvormingsprocedures onder het oude recht. Dat kan gaan van uitvoeren van vervolgonderzoek tot beroep bij de rechter. Het overgangsrecht regelt wanneer het oude recht van toepassing blijft op de afronding van procedures. Voor geluid gaat het om procedures op basis van de Wet geluidhinder en hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer (rijksinfrastructuur). In bijlage VI zijn situaties beschreven waarvoor bij onder de Omgevingswet het overgangsrecht van toepassing kan zijn.

10 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

1.5

Aanpak beleidsneutrale omzetting gemeentelijk hogere waarden beleid

1.5.1

Doelstelling

In deze beleidsnotitie is het toekomstige beleid voor het verlenen van hogere waarden vastgelegd. Het beleid heeft meerdere doelstellingen: bevorderen van een gezonde leefomgeving; voorkomen van geluidhinder in de geest van de Wet en voor zover dat na afweging redelijkerwijs haalbaar is; ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven maken; duidelijk richtinggevend kader stellen voor initiatiefnemers bij planontwikkelingen.

1.5.2

Reikwijdte hogere waarden beleid (versie 2022)

De beleidsnotitie richt zich op de vraag hoe in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen om te gaan met het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrielawaai. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden (zonder en met toepassing van Overgangsrecht): het opnemen van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (woningen, scholen, medische instellingen, woonwagenterreinen en dergelijke); het bestemmen van nieuwe geluidsbronnen (lokale wegen, regionale spoorwegen, industrieterreinen); wijziging van een weg (niet zijnde een rijksweg of een provinciale weg); wijziging van een regionale spoorweg (indien daarvoor geen geluidproductieplafonds zijn vastgesteld). Bij de beleidsneutrale omzetting is het vigerende hogere waardebeleid omgezet naar actuele inzichten in kaders onder de Omgevingswet (op het moment dat de Omgevingswet in werking wordt gesteld , maar is geen aanvullend geluidbeleid toegevoegd. Wel is geanticipeerd op gewijzigde wettelijke normen en rekenen meetvoorschriften voor zover die onder de Omgevingswet en het Overgangsrecht van kracht worden. Onder de Omgevingswet kan het gemeentelijk geluidbeleid op vele wijzen nader worden uitgewerkt. Ook meer gebiedsgericht. In onze aanpak voor de uitwerking van het hogere waarden beleid is daar nu niet voor gekozen, omdat de gemeente in eerste instantie een beleidsneutrale omzetting uitgewerkt wenst te zien.

Ook andere taken en verplichtingen die voortvloeien uit de Omgevingswet (denk aan de digitale aanlevering van gegevens ten behoeve van het landelijke geluidregister (via de CVGG), uitwerking geluidkartering en actieplan, monitoring etc. vallen buiten de omzetting van het hogere waarde beleid.

Tabel 1.1 Revisies document beleidsneutrale omzetting hogere waarden beleid Revisie

Datum

Aanpassingen

50 % versie

15 oktober 2022

eerste aanzet (50 % werkversie), gebaseerd op versie nota 2009

90 % versie

17 januari 2023

verwerking commentaar op 50 % versie en nadere uitwerking

definitief

30 mei 2023

verwerking commentaar op 90% versie en redactionele aanpassingen

1.5.3

Werkwijze bij beleidsneutrale omzetting hogere waarden beleid

Omdat de gemeente Wassenaar in het verleden (rond 2009) al heeft nagedacht over het beleid met betrekking tot hogere waarden (de nota 2009), zijn de teksten met betrekking tot dat beleid als uitgangspunt genomen. Daarmede is dat beleid expliciet gemaakt en is op basis van de huidige inzichten een eerste actualisatie uitgevoerd.

11 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

Door aanvullingen vanuit de Omgevingswet inclusief het daarin opgenomen overgangsrecht is het actuele hogere waarden beleid vormgegeven. In de op deze wijze tot stand gekomen nota is geen nieuw (gebiedsgericht) hogerewaardebeleid opgenomen. Doelstelling voor de actualisatie zoals opgenomen in deze nota, is een beleidsneutrale aanpassing op basis van de Omgevingswet zoals die op het moment van inwerkingtreding is geformuleerd..

1.5.4

Leeswijzer

Voor de actualisatie van de nota zijn hoofdstuk 2 tot en met hoofdstuk 5 en bijlage I tot en met bijlage V overgenomen uit de nota 2009. De teksten met zwarte letter zijn identiek aan de tekst uit 2009 (komen 100 % overeen). Nieuwe tekstvoorstellen ten opzichte van het vigerende hogere waarde beleid zijn in cursief beschreven. In bijlage I is een aantal begrippen die in deze nota worden gehanteerd verduidelijkt.

12 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

2 OMSCHRIJVING SITUATIE WASSENAAR De gemeente Wassenaar maakt deel uit van de agglomeratie Den Haag – Leiden. Door het centrum van Wassenaar lopen enkele doorgaande gemeentelijke wegen waar door een grote verkeersintensiteit een hoge geluidbelasting op de gevels van woningen wordt veroorzaakt. Deze wegen zijn de Rozenweg, Deijlerweg, Lange Kerkdam, Van Oldebarneveltweg en Van Zuylen van Neyveltstraat. Daarnaast ligt Wassenaar binnen de geluidzone van verschillende wegen waarvan de gemeente geen bronbeheerder is. De A44/N44 loopt door de gemeente Wassenaar.. Aan de zuidoostkant van de stad Wassenaar ligt de autosnelweg N14 als onderdeel van de Ring Den Haag en die aansluit op de provinciale weg N44. In de nabije toekomst zal aan de noordzijde van Wassenaar ook de Rijnlandroute (de N434) in gebruik worden genomen. Rijkswaterstaat is bronbeheerder van deze autosnelwegen. Aan de zuidwestelijke kant van Wassenaar loopt de N440, in het noorden van de gemeente de N441 en in het oosten (richting Voorschoten) een klein gedeelte van de N448. Dit zijn drie provinciale wegen, provincie Zuid-Holland is wegbeheerder van deze wegen. Daarnaast loopt buiten de zuidoostelijke gemeentegrens een spoorlijn van het traject Leiden Den Haag. ProRail is bronbeheerder van deze spoorlijn.

Aan de westzijde van Wassenaar ligt het bij provinciale ordening aangewezen milieubeschermingsgebied voor stilte (kortweg stiltegebied) Den Haag - Katwijk. Het Natura 2000-gebied 'Meijendel & Berkheide' valt vrijwel samen met dit stiltegebied. Het Natura 2000-gebied is iets groter. Eigenaar van het stiltegebied zijn Domeinen, Staatsbosbeheer, Duinwaterbedrijf Dunea en particulieren. Aan de kust liggen binnen de gemeentegrens van Wassenaar een aantal horecagelegenheden waarvan de meeste seizoensgebonden. In de nabijheid van het natuur- en recreatiegebied Meijendel bevindt zicht het recreatiepark Duinrell. Gebiedstypering en normstelling (buiten HGW-beleid om) Naast het hogere waardenbeleid wordt in de nota ingegaan op de gebiedstypering van Wassenaar. Wassenaar kent twee gebiedstyperingen, het stiltegebied in de duinen van Wassenaar en het overige gebied in Wassenaar. Binnen de gemeente Wassenaar is geen industrieterrein gesitueerd. Stiltegebieden (buiten HGW-beleid om) In het stiltegebied een conserverend geluidbeleid gevoerd. Vanuit de provinciale verordening gelden er met betrekking tot het bevorderen van de gezondheid en het milieu binnen het aangewezen stiltegebied een aantal verbodsbepalingen op het gebruik van toestellen en bepaalde vervoermiddelen. De enige relevante geluidsinvloed in dit gebied komt van Duinrell en de strandpaviljoens.

Het maximaal toelaatbate geluid afkomstig van het recreatiepark Duinrell is in een Omgevingsvergunning bepaald en de strandpaviljoens vallen onder het Activiteitenbesluit. Hiervoor geldt een maximaal toelaatbaar geluidniveau van 50/45/40 dB met een vaste afstandsgrens van 50 meter. Daarnaast is ook de APV van de gemeente Wassenaar van toepassing.

13 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

Overige gebieden (buiten HGW-beleid om). Voor het overige gebied in Wassenaar geldt voor vergunningplichtige bedrijven een ambitieniveau van maximaal 45/40/35 dB(A) in respectievelijk de dag/avond-/nachtperiode ter hoogte van de dichtstbijzijnde woning of op een afstandsgrens van 50 meter. Voor bedrijven die vallen onder het Activiteitenbesluit geldt een ambitieniveau van maximaal LAr,LT= 45/40/35 dB(A) in respectievelijk de dag-/avond-/nachtperiode ter hoogte van de dichtstbijzijnde woning of op een afstandsgrens van 50 meter. Geluidkaarten en actieplan Geluid In het kader van de Europese Richtlijn Omgevingslawaai (die is geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving) heeft de gemeente Wassenaar geluidkaarten en een Actieplan Geluid opgesteld. De laatste versie van de gemeentelijke geluidkaart is vastgesteld in 2022. De laatste versie van het Actieplan1 is in 2019 vastgesteld en beschrijft het gemeentelijk beleid voor de periode 2018 - 2023 met betrekking tot bestaande woningen en bestaande gemeentelijke wegen met een geluidbelasting boven de plandrempel2.

1 2

Actieplan Geluid gemeente Wassenaar, Tijdvak 2018 - 2023, versie definitief (d.d. 21 juni 2019). De gemeente Wassenaar heeft in het Actieplan Geluid 2018 - 2023 een drempelwaarde vastgesteld van Lden - 63 dB en Lnight = 58 dB. De gemeente Wassenaar weegt op basis van het Actieplan Geluid geluidmaatregelen af voor bestaande situaties.

14 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

3 WETTELIJKE UITGANGSPUNTEN HOGERE WAARDE BELEID De Wet geluidhinder schrijft voor om alternatieven te onderzoeken die beogen om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen (onderzoeksplicht) en tevens om de noodzaak tot een hogere waarde te motiveren (motiveringsplicht). De Omgevingswet schrijft op analoge wijze voor dat een afwijking van de standaardwaarde moet worden gemotiveerd. Het geluid van aangewezen bronsoorten tot de standaardwaarde is in het algemeen toelaatbaar omdat er bij een waarde tot de standaardwaarde geen negatieve gezondheidseffecten worden verwacht. In deze nota wordt onder een hogere waarde verstaan: Onder de Wet geluidhinder (via Overgangsrecht): een waarde hoger dan de voorkeurswaarde, bepaald op basis van het daarbij geldende reken- en meetvoorschrift. Vast te stellen via een hogere waarde procedure , of Onder de Omgevingswet: een waarde hoger dan de standaardwaarde bepaald op basis van het daarbij geldende reken- en meetvoorschrift. Vast te stellen via het Omgevingsplan, Projectbesluit of Omgevingsvergunning. In bijlage VII is een samenvatting gegeven van de verschillen in geluidnormering onder de Wet geluidhinder, Wet milieubeheer en onder de Omgevingswet. Plannen en besluiten onder Overgangsrecht De onderzoeksplicht heeft als doel om vast te stellen welke maatregelen noodzakelijk zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.

Als een hogere waarde wordt vastgesteld betekent dit, dat (een deel van) de bron- en/of overdrachtsmaatregelen niet kan worden uitgevoerd. Deze beslissing om maatregelen niet uit te voeren moet gemotiveerd worden. De motivering moet minimaal aan een tweetal beoordelingscriteria uit de Wet geluidhinder voldoen. Deze criteria worden toegelicht in paragraaf 3.5. De Wet geluidhinder geeft een bepaalde mate van keuzevrijheid aan de vaststeller -de gemeente- bij de vaststelling van hogere waarden. Plannen en besluiten onder Omgevingswet Met de Omgevingswet hebben decentrale overheden meer afwegingsruimte voor het stellen van kwaliteitsnormen voor het milieu. Het Rijk stelt hiervoor inhoudelijke kaders in de vorm van direct werkende instructieregels uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). Die instructieregels geven voor geluid van verschillende bronsoorten een standaardwaarde en een bandbreedte mee waarmede bestuurlijke afwegingsruimte ontstaat. De onderzoeksplicht heeft als doel om vast te stellen welke maatregelen noodzakelijk zijn om aan de standaardwaarde voor het gezamenlijke geluid van een bronsoort te voldoen. Als een hogere waarde dan de standaardwaarde wordt vastgesteld betekent dit, dat (een deel van) de bron- of overdrachtsmaatregelen niet kan worden uitgevoerd.

Deze beslissing om maatregelen niet uit te voeren moet gemotiveerd worden in het Omgevingsplan, het Projectbesluit of een Omgevingsvergunning. De motivering moet gebaseerd zijn op een integrale afweging en een beoordeling van het gecumuleerde geluid.

15 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders om een hogere waarde vast te stellen, de procedurewijziging en de registratie van vastgestelde hogere waarden. In paragraaf 3.4 en paragraaf 3.5. wordt ingegaan op de invulling van de onderzoeks- en motiveringsplicht horend bij het beoordelen en vaststellen van hogere waarden.

3.1

Bevoegd gezag

Bevoegd gezag Het college van burgemeester en wethouders is in de meeste gevallen bevoegd om hogere waarden vast te stellen, wanneer het gaat om woningbouw binnen de zone of het aandachtsgebied van een bronsoort. In de onderstaande tabel is aangegeven in welke gevallen welk orgaan bevoegd gezag is onder Overgangsrecht en onder de Omgevingswet. En tevens is in de tabel aangegeven of het gemeentelijk hogere waarde beleid van toepassing is.

Tabel 3.1 Ontwikkeling

Omschrijving geluidbronsoort

Bevoegd gezag onder Overgangsrecht

Bevoegd gezag onder Omgevingswet

HGW-beleid van toepassing

Aanleg nieuwe of wijziging bestaand (spoor)weg

Rijksweg

Minister IenW (GPP-systematiek)

Minister IenW (GPP-systematiek)

Nee

Hoofdspoorweg

Minister IenW (GPP-systematiek)

Minister IenW (GPP-systematiek)

Nee

Provinciale weg (in beheer bij de provincie)

GS

GS (GPP-systematiek)

Nee

Wegen (in beheer bij de gemeente)

B&W

B&W

Ja

Regionale spoorlijnen (aangewezen in provinciale verordening)

GS

GS (GPP-systematiek)

Nee

Gemeentelijke spoorwegen (sneltramverbindingen

B&W

B&W

Ja

Industrieterrein regionaal belang (aangewezen in provinciale verordening)

GS

GS (GPP-systematiek)

Industrieterrein

B&W

B&W (GPPIL-systematiek)

Ja

Woningbouw in de zone

B&W

-

Ja

Woningbouw binnen aandachtsgebied geluid

-

B&W

Ja

Aanleg nieuw industrieterrein

Als de aanleg van een nieuwe of de wijziging van een bestaande gemeentelijk (spoor)weg of industrieterrein onder Overgangsrecht gevolgen heeft voor bestaande woningen gelegen in de naburige gemeente, is de gemeente waarin de ontwikkeling plaatsvindt bevoegd om een hogere waarde vast te stellen. Dit dient in goed overleg te gebeuren met de gemeente waarin de woningen zijn gelegen.

16 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

Wanneer in een Omgevingsplan of Projectbesluit voor bestaande woningen een hogere waarde wordt vastgesteld geldt eenzelfde werkwijze. Bij de toedeling van nieuwe woonfuncties binnen een aandachtsgebied vindt de afweging plaats binnen het omgevingsplan van de gemeente waarbinnen de nieuwe woonfuncties worden toegelaten.

3.2

Procedure

Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Wet geluidhinder) Het vaststellen van een hogere waarde is gekoppeld aan een bestemmingsplanprocedure, bijvoorbeeld het herzien, wijzigingen of opstellen van een bestemmingsplan. In de onderstaande afbeelding is schematisch weergegeven op welke punten beide procedures zijn gekoppeld.

Tevens heeft het college van burgemeester en wethouders de plicht om bij de voorbereiding van de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen gelegen in zones. Deze plicht volgt uit artikel 77 van de Wet geluidhinder. Dit heeft niet tot doel om voor alle geluidsgevoelige bestemmingen een hogere waarde vast te stellen, maar om inzicht te verschaffen in de verhouding tussen een ‘goede ruimtelijke ordening’ en de geluidkwaliteit in een (woon)gebied. Dit laatste volgt uit artikel 76, lid 3 Wgh; daarin is opgenomen dat het college van burgemeester en wethouders bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan de hogere waarden in acht moet nemen met uitzondering van reeds bestaande situaties.

17 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

Als in een ontwerp-bestemmingsplan gebieden worden gereserveerd voor woningbouw maar de precieze locatie van de woonblokken nog niet bekend is, wordt een hogere waarde-besluit genomen over de ligging van (meerdere) geluidbelastingscontour(en) én maximaal aantal geluidgevoelige bestemmingen. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen moeten de verleende hogere waarden in acht worden genomen. Bij de behandeling van de bouwvergunningaanvraag wordt getoetst of wordt voldaan aan het besluit hogere grenswaarde. Onder Overgangsrecht (lopende procedures) Ervan uitgaande dat (via het Overgangsrecht) de Wet geluidhinder van kracht is gesteld op het plan of besluit geldt een analoge werkwijze bij de afhandeling van een bestemmingsplanwijziging en/of de afhandeling van een aanvraag voor vaststelling van een aanvraag hogere waarde en de afhandeling van het besluit. Het relevante tijdelijk deel bestaat uit oude ruimtelijke besluiten (artikel 22.1 Omgevingswet). Onder Omgevingswet (vanuit de regels afdeling 22.4 Bruidsschat aanleg of wijziging (spoor-)wegen Reeds toegelaten in het omgevingsplan) De regels in de bruidsschat voor lokale wegen en spoorwegen staan in afdeling 22.4, bruidsschat. De regels gelden voor alle in het omgevingsplan toegelaten (spoor)wegen.

Uitgezonderd zijn hoofd(spoor)wegen, provinciale wegen en bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorwegen (artikel 22.271, bruidsschat). Deze regels gelden tot dat de gemeente een nieuw deel omgevingsplan heeft vastgesteld voor de locatie waar een weg is toegelaten. Op de beoordeling van een buitenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit zijn de regels voor het toelaten van een lokale (spoor)weg van toepassing. Het aandachtsgebied (artikel 22.273, bruidsschat) komt overeen met de omschrijving van de zone langs een (spoor)weg uit de Wet geluidhinder. De initiatiefnemer verstrekt bij de aanvraag voor de vergunning een akoestisch onderzoek (artikel 22.274, bruidsschat) naar: het geluid dat geluidgevoelige objecten binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de aanleg of wijziging ondervinden en in de toekomst zonder het treffen van maatregelen; het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, die leiden tot meer dan 2 dB op geluidgevoelige objecten; de doeltreffendheid van maatregelen. Verder bevat de aanvraag, voor zover dat van toepassing is, een beschrijving van voorgenomen maatregelen en als nodig geluidwerende maatregelen. Er is geen sprake van een afzonderlijk hogere waarden besluit. Een afwijking van de standaard waarde wordt integraal met de vaststelling van een Omgevingsplan, Projectbesluit of Omgevingsvergunning meegenomen.

Onder Omgevingswet (nieuw toegelaten gemeentelijk wegen) De (instructie)regels van het Rijk vormen het kader voor het inpassen van een gemeentelijke weg op een locatie. Daarnaast spelen de bestaande lokale regels uit het omgevingsplan op en rondom de locatie van de weg een rol. Bijvoorbeeld de toegestane geluidgevoelige objecten. Binnen deze kaders regelt de gemeente de inpassing van de weg in het omgevingsplan. De lokale regels die van invloed zijn op de inpassing op een locatie van een gemeentelijke weg staan in het omgevingsplan. De indieningsvereisten zijn analoog aan hetgeen is aangegeven in bovenstaande paragraaf. De afweging van de aanvaardbaarheid van het geluid en de toe te passen maatregelen vindt plaats binnen en de kaders van het vaststellen van het Omgevingsplan. Er wordt geen afzonderlijke hogere waarde procedure doorlopen. Onder Omgevingswet (nieuw toegelaten geluidgevoelige functies) Het bevoegd gezag beoordeelt het geluid bij toelaten van een geluidgevoelig gebouw in het omgevingsplan. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied gelden instructieregels.

18 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

De volgende geluidbronsoorten hebben een aandachtsgebied: rijkswegen, provinciale wegen, gemeentewegen, waterschapswegen, hoofdspoorwegen, lokale spoorwegen en industrieterreinen. Toelaten kan ook een aanpassing zijn van bestaande regels in het omgevingsplan, zoals bijvoorbeeld het wijzigen van het beschermingsniveau of de functie van een gebouw. Het bevoegd gezag houdt bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. De waarden die bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw voor de 7 geluidbronsoorten gelden, staan in bijlage II. Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.78t Bkl). Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 5.78u tot en met 5.78ad Bkl). En daarnaast kan een gemeente aanvullend een eigen afwegingskader opstellen.

De indieningsvereisten zijn analoog aan voorgaande paragraaf. De afweging van de aanvaardbaarheid van het geluid en de toe te passen maatregelen vindt plaats binnen de kaders van het vaststellen van het Omgevingsplan. Er wordt geen afzonderlijke hogere waarde procedure doorlopen.

3.3

Registratie hogere waarden

Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet Onherroepelijk vastgestelde hogere waarden dienen door de gemeente bij het Kadaster te worden aangemeld (art. 110i lid 1 Wgh). Indien er gedetailleerde plannen bekend zijn met straatnaam en huisnummer waarvoor een hogere waarde is vastgesteld dan dient deze hogere waarde zo snel als mogelijk ingeschreven te worden bij het Kadaster. Bij de vaststelling van een globaal bestemmingsplan zijn de straatnamen en de huisnummers vaak nog niet bekend en zullen de hogere waarden zijn vastgesteld op bepaalde locaties in het plangebied. In dat geval is het nog niet mogelijk om ze te laten inschrijven bij het Kadaster. Inschrijving is in een dergelijk geval pas mogelijk als de bouwvergunning is verleend. Bij de definitieve uitwerking van het bouwplan maar vóór de verlening van de bouwvergunning moeten de hogere waarden per kavel worden geregistreerd bij het Kadaster. Daarbij moeten de hogere waarde per woning overeenkomen met de uitgangspunten van het Hogere waarde-besluit. Tevens is het van belang dat dit gebeurt voor verlening van de bouwvergunning omdat, overeenkomstig het Bouwbesluit, duidelijk moet zijn dat geluidwering van de gevel voldoende is om een bepaald binnenniveau te bereiken. In de praktijk kan er veel tijd verlopen zijn tussen het (onherroepelijk) vaststellen van hogere waarden en het registreren van hogere waarden.

Onder Overgangsrecht Ervan uitgaande dat via het Overgangsrecht de Wet geluidhinder van kracht is gesteld op het plan of besluit geldt een analoge werkwijze bij de registratie van vastgestelde hogere waarden bij het Kadaster. Onder Omgevingswet Voor een vaststelling van een hogere waarde dan de standaardwaarde onder de Omgevingswet is de verplichting tot registratie bij het Kadaster niet meer van toepassing. Het toegestane geluid op gebouwen wordt ontsloten via het Omgevingsplan en het DSO.

19 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

De gemeente heeft de verplichting de waarde van het gezamenlijke geluid van de verschillende bronsoorten in het Omgevingsplan vast te leggen.1

3.4

Onderzoeksplicht

De onderzoeksplicht houdt in dat de gemeente ervoor verantwoordelijk is dat alternatieven zijn onderzocht om aan de voorkeursgrenswaarde/standaardwaarde te kunnen voldoen. Een alternatief kan zijn een andere locatie of een locatie met een grotere afstand tussen geluidbron en geluidgevoelig object. Als een andere locatie of een grotere afstand niet haalbaar zijn dienen andere alternatieven in de overwegingen te worden betrokken. Bijvoorbeeld: verlaging van de maximum snelheid, het toepassen van een ‘stil’ wegdek of het plaatsen van geluidschermen. In de Wet geluidhinder en onder de Omgevingswet is er een voorkeursvolgorde voor het type maatregelen, namelijk: 1 bronmaatregelen; 2 maatregelen die de overdracht van geluid beperken; 3 maatregelen bij de ontvanger. In de geluidwetgeving is vastgelegd dat er altijd onderzocht moet worden, welke maatregelen nodig zijn om de voorkeursgrenswaarde/standaardwaarde te bereiken. Daarbij gaat het om maatregelen aan de bron of in de sfeer van de overdracht van geluid. Algemeen Met een evenwichtige toedeling van functies kan een goede geluidkwaliteit worden bereikt. Dit wil zeggen dat indien voldoende rekening wordt gehouden met de overdracht tussen geluidbron en ontvanger, geluidknelpunten kunnen worden voorkomen.

Aangezien ruimte schaars is en we ook te maken hebben met bestaande situaties, kan de oplossing niet altijd in de ruimtelijke ordening worden gevonden. Bij het nemen van maatregelen ter beperking van de geluidhinder legt de geluidwetgeving prioriteit bij maatregelen aan de bron, zoals toepassing van stille wegdekken. Als daarmee onvoldoende effect wordt bereikt, komen maatregelen in de overdrachtssfeer (wallen of schermen) in aanmerking. Als laatste worden maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld gevelisolatie) overwogen. In dat laatste geval moet er een hogere waarde dan de standaardwaarde vastgelegd worden. De achtergrondgedachte van deze volgorde is een zo klein mogelijk gebied aan een hoog geluidniveau bloot te stellen. De aandacht voor dit leidende principe is een wezenlijk element van de geluidwetgeving. De geluidemissie van autoverkeer en spoorverkeer is een zaak die niet of slechts zeer beperkt door een gemeente kan worden beïnvloed; hiervoor is het Rijk verantwoordelijk. Het Rijk bepaalt de eisen voor de typekeuring en is daarin op zijn beurt weer afhankelijk van de afspraken op Europees niveau. Er zijn echter zes zaken die ook tot maatregelen aan de geluidbron behoren en waarop een gemeente in beginsel invloed heeft2. Dat zijn: - de tracékeuze (bijv.

een rondweg); - de verkeersintensiteit (bijvoorbeeld meer nadruk op fietsen, wandelen en OV) en verkeerscirculatieplannen; - de maximumrijsnelheid; - de samenstelling van het verkeer (het percentage vrachtwagens bepaalt mede de geluidproductie);

1

Dit staat in artikel 5.78ad Bkl respectievelijk artikel 8.0b jo. artikel 5.78ad Bkl. In combinatie met de binnenwaarde kunnen initiatiefnemer en bevoegd

2

Het gaat hierbij om de gemeentelijke wegen. Ten aanzien van provinciale wegen en rijkswegen is de invloed van de gemeente

gezag dan bij de bouwactiviteit de benodigde geluidwering van die gevel bepalen (artikel 4.103 Bbl).

beperkter.

20 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

-

de uitvoering van het wegdek (materiaalkeuze); een milieuzonering instellen (bijv. beperken zwaar vrachtverkeer in een gebiedszone).

Nadat eenmaal de optimale afwikkeling van het verkeer is bepaald, blijft als laatste variabele de uitvoering van het wegdek over. Met een uitgekiende samenstelling van het wegdek - denk bijvoorbeeld aan stille dunne deklagen of ‘stille’ wegklinkers- kan een wezenlijke reductie worden bereikt1. Voor bestaande situaties met een geluidbelasting boven de vastgestelde plandrempel geeft het Actieplan Geluid van de gemeente Wassenaar ook richting welke geluidbeperkende maatregelen door de gemeente zijn, of worden, gerealiseerd binnen de looptijd van het Actieplan. Sommige van de beschreven maatregelen hebben naast een effect op de geluidproductie ook een effect op de luchtkwaliteit. Maatregelen in de overdracht (schermen of wallen) hebben als voordeel dat de buitenruimte van woningen in de omgeving van de weg zoveel mogelijk wordt ontzien. Een evident probleem van deze voorzieningen is de inpasbaarheid; vooral in een stedelijke omgeving waar de ruimte beperkt is, is het vaak niet mogelijk een scherm in te passen. Ook indien wel ruimte is voor afscherming, kan een scherm of een wal een visuele blokkade opwerpen. Een visueel aantrekkelijk ontwerp met een goede inpasbaarheid in de omgeving kan deze blokkade wegnemen. In sommige gevallen kan een verdiepte ligging van de weg uitkomst bieden.

Maar dit soort oplossingen voor de geluidproblematiek zijn zeer ingrijpend en stuiten vaak op bezwaren van financiële aard. Maatregelen bij de ontvanger - gevelisolatie - zorgen ervoor dat in ieder geval in de woning een goed woonklimaat is gewaarborgd. Speciale geluidsisolerende beglazing en een goede afdichting worden het meest toegepast om de gevelisolatie te verbeteren. Uitgangspunt voor voldoende geluidwering is de veronderstelling dat de ramen gesloten worden gehouden en er wordt voldaan aan de minimale ventilatieeisen.. Ventilatie wordt bereikt met suskasten (geluidwerende ventilatievoorzieningen) nabij de ramen. Of door middel van geïntegreerde gevelconstructies waarbij beglazing en geluidgedempte ventilatie zijn verwerkt2. Of middels volledige (gebalanceerde) mechanische ventilatie. Wil de bewoner een raam openzetten (spuien, afkoeling in de nachtperiode), dan heeft dit uiteraard tot gevolg dat geluid de woning binnendringt. Dit is een minpunt van een dergelijke oplossing. Voor woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld moet worden voldaan aan de wettelijke eis voor het binnenniveau (de binnenwaarde) en de eisen vanuit het Bouwbesluit 2012 of Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) voor wat betreft ventilatie en doorspuibaarheid van de woning. In de navolgende afbeelding is zijn de principes nog eens aangegeven.

1

Bij de berekening van het geluid dient onder de Omgevingswet uit te worden gegaan van de wegdekcorrectiefactoren zoals vermeld in de Omgevingsregeling (bijlage IVe).

2

Bijvoorbeeld het principe zoals toegepast bij de Amsterdamse box, geluidwerende voorzetbeglazing met randdemping e.d.

21 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

3.5

Motiveringsplicht

De gemeente dient, nadat de alternatieven zijn onderzocht om aan de voorkeursgrenswaarde of standaardwaarde te voldoen, te motiveren waarom er een noodzaak is om toch een hogere waarde vast te stellen. In de Wet geluidhinder is een aantal criteria opgenomen voor het vaststellen van een hogere waarde. Deze criteria vormen een beoordelingskader voor mogelijk te treffen maatregelen om de geluidbelasting te reduceren: de maatregelen zijn (samengevat): maatregelen zijn onvoldoende doeltreffend of; maatregelen stuiten op overwegende bezwaren van onder andere technische en/of financiële aard; maatregelen stuiten op overwegende bezwaren van verkeerkundige of stedenbouwkundige aard. Deze criteria kunnen op verschillende wijze worden ingevuld. Criteria onder het overgangsrecht In de Wet geluidhinder zijn deze criteria opgenomen voor het vaststellen van een hogere waarde 1. Het vaststellen van een hogere waarde kan alleen als: 1 (bron- of overdrachts) maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn; 2 maatregelen ernstige bezwaren hebben van: . stedenbouwkundige; . verkeerskundige; . vervoerskundige; . landschappelijke of . financiële aard.

1

De criteria zijn opgenomen in artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Onder de OW zijn op overeenkomstige wijze zijn deze criteria geformuleerd in artikel 5.78n lid 2 en artikel 5.78u lid 2 van het Bkl.

22 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

Tevens dient, indien een geluidgevoelige bestemming gelegen is in meerdere zones of aandachtsgebieden van (verschillende) geluidbronnen, de gecumuleerde geluidbelasting naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet te leiden tot een onaanvaardbare geluidbelasting.1 Indien een hogere waarde wordt vastgesteld geldt er een eis met betrekking tot geluidbelasting binnen de woning. De geluidwering van de woning dient zodanig te zijn dat het geluidniveau binnen niet meer bedraagt dan 33 dB (Lden) voor weg- en railverkeerslawaai en 35 dB(A) (Letm) voor industrielawaai. Criteria onder de Omgevingswet Het begrip 'goede ruimtelijke ordening' voor bestemmingsplannen is onder de Omgevingswet vervangen door 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' voor het omgevingsplan. Dit begrip is breder. In de Omgevingswet spelen 2 maatschappelijke doelen een rol. Deze maatschappelijke doelen zijn: 1 het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; 2 het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Ieder bevoegd bezag heeft de algemene taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (artikel 4.2 Ow) bij de belangenafweging over beschermen en benutten.

Instructieregels die deze algemene taak invullen, staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). De centrale regels voor beoordeling van geluid door activiteiten, lokale (spoor)wegen en op geluidgevoelige objecten staan in artikel 5.59, 5.78l en 5.78s Bkl. Het vaststellen van het omgevingsplan dat deze toelaten, moet aan twee eisen voldoen: 1 houd rekening met geluid; 2 voorzie in aanvaardbaar geluid. In de afweging betrekt het bevoegd gezag de specifieke plaatselijke situatie en de cumulatieve gevolgen voor de gezondheid van haar burgers en het milieu. Het bevoegd gezag kan in haar beleid bepalen hoe zij rekening houdt met geluid. Zij kan per situatie en/of gebiedstype een andere geluidkwaliteit overwegen. Ze beoordeelt de geluidkwaliteit daarbij in samenhang met andere belangen, zoals bijvoorbeeld mobiliteit en werkgelegenheid.

3.6

Voldoen aan wettelijk binnenniveau

In ieder geval moet worden voldaan aan het wettelijk binnenniveau (de binnenwaarde) zoals vermeld in het Bkl en de regels voor het gezamenlijke en gecumuleerde geluid zoals die zijn opgenomen in het Omgevingsregeling. De wetgeving stelt eisen aan het toelaatbare binnenniveau in geluidgevoelige ruimten. Binnenwaarde onder de Wet geluidhinder Bij het vaststellen van een hogere waarde voor nieuwe geluidgevoelige objecten dienen maatregelen aan de gevel te worden getroffen om te kunnen voldoen aan een binnenniveau van 33 dB Lden voor weg- en railverkeerslawaai en 35 dB(A) etmaalwaarde voor industrielawaai.

1

Dit volgt uit artikel 110a. zesde lid van de Wet geluidhinder. In bijlage I, hoofdstuk 2, van het Reken- en meetvoorschrift 2012 is de rekenmethode cumulatieve geluidbelasting opgenomen. Op overeenkomstige wijze is onder de Ow de methode voor de bepaling van het gecumuleerde geluid opgenomen in de Omgevingsregeling (Or) onder artikel 3.25.

23 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

Voor de bepaling van de gevelmaatregelen dient aangesloten te worden: - bij nieuwe woningen: Bouwbesluit 2012 Afdeling 3.1. artikel 3.2; - bij aanleg/aanpassing infrastructuur1: Bouwbesluit 2012 Afdeling 3.1. artikel 3.3. Binnenwaarde onder de Omgevingswet Bij de bepaling van de geluidmaatregelen dient uit te worden gegaan van het gezamenlijke geluid van alle relevante geluidbronsoorten zoals vastgelegd in het Omgevingsplan. Voor de bepaling van de gevelmaatregelen dient aangesloten te worden: - bij nieuwe woningen: Bbl Afdeling 4.3 Gezondheid, paragraaf 4.4.1; - bij aanleg/aanpassing infrastructuur: Bkl Afdeling 3.5 paragraaf 3.5.5. (artikel 3.53 e.v.).

1

Gemeentelijke of provinciale weg.

24 | 32

Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02

4 VISIE VAN HET HOGERE WAARDE BELEID Voor het vaststellen van een hogere waarde dan de standaardwaarde gaat gemeente Wassenaar uit van behoud van het heersende geluidniveau (conserverende werking). De gemeente is daarbij terughoudend in het verlenen van een hogere waarde. Bij nieuwe situaties, bijvoorbeeld grotere nieuwbouw- of herontwikkelingslocaties, kan in een vroeg stadium rekening gehouden worden met geluid, bijvoorbeeld door creatieve ruimtelijke inpassing van bestemming en bijvoorbeeld het gebruik van afschermende bebouwing. De geluidbelasting op een gevoelige bestemming kan op die wijze worden meegenomen in een brede stedenbouwkundige afweging. Voor bestaande situaties is conservering van de bestaande geluidbelasting gewenst. Onder het Overgangsrecht en onder de Omgevingswet wordt bij het vaststellen of wijzigen van het Omgevingsplan voorzien in een participatietraject. Bewoners, bedrijven en organisaties kunnen vroegtijdig meedenken, meepraten en eventueel meebeslissen over de invulling van nieuwe bouwplannen. Dit leidt doorgaans tot meer creatieve oplossingen en breed geaccepteerde plannen In het beleid wordt een aantal aspecten beschouwd bij de afweging om te komen tot een hogere waarde. Deze afweging vormt de basis van de motivatie voor de noodzaak van een hogere waarde.

Deze aspecten zijn: 1 de heersende geluidbelasting; 2 het toetsingskader om af te wijken van de heersende geluidbelasting; 3 cumulatie en compensatie. In de onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de verschillende aspecten van de afweging.

4.1

Bestaande situaties

De gemeente wil bij kleinere projecten1 de vaststelling van de hogere waarden aansluiten bij het heersende geluidniveau in het desbetreffende gebied, tot een maximum van 63 dB. Een vast te stellen hogere waarde zal dus passen in de bestaande geluidbelasting binnen dit gebied. Het heersende geluidniveau wordt bepaald door de activiteiten in een gebied. Door te bouwen in of achter de geldende gevelrooilijn die het hoogst belast wordt, wordt meestal gegarandeerd dat de geluidbelasting niet hoger is dan de heersende geluidbelasting bij de woningen ter plaatse.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=0e61aa44-9cba-4158-8902-9c03cdce6f2c