Bijlage 1. Nota Hogere Waarden Wegverkeerslawaai Wassenaar 2024
Tekst van het document
1
Dit zijn doorgaans projecten op inbreidingslocaties en projecten met vervangende nieuwbouw waar het stratenpatroon al grotendeels vastligt. Als richtlijn kan een aantal van 50 woningen worden aangehouden,
25 | 32
Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02
Bij de grotere uitleglocaties, bijvoorbeeld de aanleg van een woonwijk is er nog geen sprake van een heersende geluidsbelasting en moet gestreefd worden naar de voorkeursgrenswaarde of standaardwaarde bij woningen.
4.2
Nieuwe situaties
De gemeente hanteert voor nieuw te ontwikkelen situaties een toetsingskader dat aansluit bij het voorkeursprincipe voor geluidreducerende maatregelen uit de wetgeving, namelijk: bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger. Dit principe is vermeld in paragraaf 3.4. De gemeente Wassenaar hanteert een gestandaardiseerde procedure voor de afweging van de financiële doelmatigheid van een bronmaatregel versus maatregelen bij de ontvanger. Afweging zullen daarbij steeds project specifiek worden gemaakt op basis van onder meer het aantal geluidbelaste woningen, de hoogte van de geluidbelasting voor die woningen en de effectiviteit en kosten van bronmaatregelen in verhouding tot de mogelijkheden en kosten voor het realiseren van maatregelen bij de ontvanger. In de kosten van (bron)maatregelen dient rekening gehouden te worden met de totale kosten van de maatregel, te weten de kosten van de aanleg en de onderhoudskosten. Geluidreducerende wegdekken hebben hogere aanlegkosten en meestal een kortere levensduur en dienen dan eerder vervangen te worden. Als een wegdek van dicht asfaltbeton of steen mastiek asfalt aan vervanging toe is, dan zijn de extra kosten voor de maatregel beperkt.
4.3
Cumulatie
Het college van burgemeester en wethouders zijn bij nieuwbouw of bij de aanleg of wijziging van een gemeentelijke weg verplicht om te oordelen over de gecumuleerde geluidbelasting, indien een woning is gelegen in de zone of aandachtsgebied van meerdere geluidbronnen, alvorens een hogere waarde vast te stellen. Per bouwlocatie - en zo mogelijk per gevel - dient in ieder geval het gezamenlijke geluid te worden berekend voor de relevante bronsoorten waar de gevel aan blootgesteld wordt. Daarbij kan in Wassenaar gedacht worden aan de volgende situaties: gevel blootgesteld aan twee verkeerswegen; gevel blootgesteld aan wegverkeer én geluid van milieubelastende activiteiten; gevel blootgesteld aan wegverkeer en railverkeer. Onder Overgangsecht Bij cumulatie wordt het gecumuleerde geluidniveau berekend volgens het Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder 2012, Hoofdstuk 2. Rekenmethode cumulatieve geluidbelasting. Onder Omgevingswet Onder de Omgevingswet wordt het gezamenlijke geluid (per geluidbronsoort overeenkomstig artikel 3.26 Or) bepaald voor de beoordeling of aan de standaardwaarde kan worden voldaan. Bij meerdere bronsoorten en een overschrijding van de standaard waarde van een of meerdere bronsoorten, wordt het gecumuleerde geluid (per gevel) bepaald en beoordeeld op aanvaardbaarheid.
Bij cumulatie wordt het hinder-gewogen geluid van alle relevante geluidbronnen berekend volgens de methode die is vastgelegd in artikel 3.25 van de Omgevingsregeling (Or).
26 | 32
Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02
4.4
Compensatie
Mogelijke compenserende maatregelen kunnen worden getroffen op twee fronten, namelijk: 1 akoestische compensatie; 2 milieugerelateerde (niet-akoestische) compensatie. Compenserende factoren kunnen de hinder doen afnemen, immers niet alleen decibellen op de gevel bepalen of iemand geluidhinder ondervindt. Ad 1: akoestische compensatie Wanneer bij nieuwbouw van woningen het geluid boven de voorkeursgrenswaarde/standaardwaarde uitkomt dienen compenserende maatregelen in de overwegingen te worden betrokken De compenserende maatregelen kunnen betrekking hebben op: mogelijkheden voor woningindeling en woning gebruik; mogelijkheden voor realisatie van een geluidluwe zijde; mogelijkheden voor de realisatie van een geluidluwe buitenruimte; mogelijkheden voor een gemeenschappelijke binnentuin. Uit de aanvraag moet duidelijk blijken welke compenserende maatregelen bij een bouwplan worden getroffen. Ad 2: milieugerelateerde compensatie Naast de akoestische compensatie zijn er ook milieugerelateerde compenserende factoren die als positief element kunnen worden gezien in een omgeving (positieve bijdrage aan de totale beleving). Deze factoren kunnen worden meegenomen in de beoordeling maar zijn niet vereist.
Het gaat dan bijvoorbeeld om: veel groen; aanwezigheid van een park; een goed openbaar vervoer; soundscaping (mits het positieve effect daarvan vanuit de beleving door bewoners goed is onderbouwd),
27 | 32
Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02
5 UITVOERING VERZOEK HOGERE WAARDE Voor het motiveren en vaststellen van hogere waarden gaat gemeente Wassenaar uit van behoud van de procedures zoals in dit hoofdstuk beschreven. Paragraaf 5.1. beschrijft de kaders voor een procedure onder het Overgangsrecht en paragraaf 5.1. de kaders onder de Omgevingswet. De uitgangspunten voor het hogere waarde beleid zijn toegelicht in hoofdstuk 3.
5.1
Kaders onder Overgangsrecht (Wet geluidhinder)
5.1.1
Start hogere waarde procedure onder Overgangsrecht
Een hogere waarde procedure zoals bedoeld in de Wet geluidhinder is alleen aan de orde als op basis van het Overgangsrecht de Wet geluidhinder van toepassing is. Een hoge re waarde procedure kan worden gestart indien op basis van akoestisch onderzoek1is aangetoond dat de geluidbelasting niet verlaagd kan worden tot de voorkeurswaarde door: 1 een efficiënte ruimtelijke ordening met betrekking van het aspect geluid; 2 het treffen van bronmaatregelen; 3 het treffen van overdrachtsmaatregelen. En eventuele toepasbare maatregelen overwegende bezwaren hebben van: a. stedenbouwkundige; b. verkeerskundige; c. vervoerskundige; d. landschappelijke of e. financiële aard. In bijlage III wordt dit proces schematisch weergegeven.
5.1.2
Begeleidende informatie verzoek hogere waarde
Een hogere waarde procedure is alleen aan de orde als op basis van het Overgangsrecht de Wet geluidhinder van toepassing is. In het Besluit geluidhinder, artikel 5.4, is aangegeven uit welke informatie een hoger waarde verzoek ten minste dient te bestaan. Een checklist voor benodigde informatie bij de aanvraag van de hogere waarde is bijgevoegd in bijlage IV.
1
De voorwaarden waar een dergelijk akoestisch onderzoek aan moet voldoen staat vermeld in de van toepassing zijnde Rekenen meetvoorschriften. Onder de Wet geluidhinder (overgangsrecht) het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en onder de Omgevingswet in de Omgevingsregeling.
28 | 32
Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02
5.1.3
Aanvullende eisen hogere waarde bestaande bebouwing
Bestaande woningen kunnen ten gevolge de aanleg van een nieuwe (spoor)weg of een reconstructie van een (spoor)weg een hoge(re) geluidbelasting krijgen. Daarbij gelden de volgende aanvullende eisen: de voorwaarden waar een dergelijk akoestisch onderzoek aan moet voldoen staan vermeld in bijlage 1 van de Meet- en reken- en meetvoorschrift 2012. 1) Geluidluwe gevel Bij een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde dient de woning ten minste één gevel met een lager (luw) geluidniveau te hebben. Het geluidniveau op deze luwe gevel is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van te onderscheiden geluidbronnen (Zie schema bijlage V).
5.1.4
Aanvullende eisen hogere waarde vervangende nieuwbouw
Een hogere waarde procedure is alleen aan de orde als op basis van het Overgangsrecht de Wet geluidhinder van toepassing is. Voor vervangende nieuwbouw gelden in dat geval de volgende aanvullende eisen (bijlage V). 1) Geluidluwe gevel Bij een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde maar lager dan de [voorkeursgrenswaarde + 5dB] dient de woning ten minste één gevel met een lager (luw) geluidniveau te hebben. Het geluidniveau op deze luwe gevel is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van te onderscheiden geluidsbronnen. 2) Woningindeling Bij een geluidbelasting hoger dan de [ voorkeursgrenswaarde + 5dB] gelden de eisen onder 1], en de volgende aanvullende woningindelingseisen: a. verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe zijde liggen; b. ten minste één slaapkamer moet aan de geluidsluwe zijde liggen.
5.1.5
Aanvullende eisen hogere waarde nieuwbouw
Voor nieuwbouw gelden de volgende aanvullende eisen (bijlage V). 1) Geluidluwe gevel Bij een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde dient de woning ten minste één gevel met een lager (luw) geluidsniveau te hebben. Het geluidniveau op deze luwe gevel is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van te onderscheiden geluidbronnen. 2) Woningindeling Bij een geluidbelasting hoger dan de [voorkeursgrenswaarde] gelden de eisen onder 1], en de volgende aanvullende woningindelingseisen: a. verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde liggen; b. het merendeel van de slaapkamers moet aan de geluidluwe zijde liggen (voor woningen met één of twee slaapkamers geldt een ondergrens van één slaapkamer aan de geluidluwe zijde).
5.1.6
Aanvullende eisen in bijzondere gevallen
In enkele situaties worden nog aanvullende eisen gesteld: 1 In geval van een buitenruimte, dient deze zich niet aan de hoogst belaste zijde te bevinden. Indien dit wel het geval is dan, kan een serre of een afsluitbaar balkon worden overwogen.
29 | 32
Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02
2 3
4
In geval van een school of een dient het merendeel van de klaslokalen zich aan de geluidluwe zijde te bevinden. In geval van een ziekenhuis een verpleeghuis, een ander gezondheidszorggebouw, een kinderdagverblijf volgens de definitie van de Wet geluidhinder of Omgevingswet, dient het merendeel aan de geluidgevoelige ruimten zich aan een geluidluwe zijde te bevinden. Indien akoestische compensatie (paragraaf 4.4) niet mogelijk blijkt, kan gebruik worden gemaakt van niet akoestische compensatie. Het maatregelpakket, inclusief de niet akoestische compensatie, staat ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders.
5.1.7
Beoordeling cumulatie
Bij de beoordeling van de gecumuleerde geluidbelasting wordt de hogere waarde geaccepteerd indien het maximum van de ten hoogste toegestane geluidbelastingen niet wordt overschreden. Daarbij worden de geluidbelastingen ten gevolge van verschillende bronnen omgerekend naar wegverkeerslawaai met cumulatieregels volgens het Reken en Meetvoorschrift Geluid 2012. De gecumuleerde waarde wordt vervolgens getoetst aan de grenswaarden voor wegverkeerslawaai. Bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid dient tevens te worden vastgesteld of er sprake is van (eventueel gecumuleerde) geluidbelastingen op meerdere gevels van dezelfde woning. In geval meerdere gevels een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde hebben, is de situatie ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders.
5.1.8
Toets doelmatigheid
Ten einde de voorkeur voor bronmaatregelen te concretiseren wordt een factor 1 gehanteerd in de vergelijking van bronmaatregelen ten opzichte van maatregelen bij de ontvanger. Bij de berekening van de kosteneffectiviteit betekent dit, dat wanneer de kosten van de bronmaatregel lager liggen of gelijk zijn aan maatregelen bij de ontvanger er gekozen wordt voor bronmaatregelen. Bij de toetsing van de doelmatigheid van bronmaatregelen wordt een normbedrag gehanteerd per dB reductie en per woning. De kosten voor de bronmaatregel worden getoetst aan de som van de reducties in deciBel per woning vermenigvuldigd met het normbedrag. Het normbedrag wordt door het college van B&W vastgesteld.
5.1.9
Registratie van hogere waarden
Het definitieve besluit hogere grenswaarden wordt 6 weken ter visie gelegd. Nadat een vastgestelde hogere waarde onherroepelijk is, wordt een kopie van het besluit met de kadastrale perceelsgegevens naar het Kadaster gestuurd met het verzoek dit op te nemen in hun bestanden.
5.1.10 Handhaving van hogere waarden De handhaving van de hogere waarde procedure zal op de volgende momenten zijn geborgd: 1 De vaststelling van de hoge waarde wordt getoetst bij de verlening van de bouwvergunningen die in het kader van de Woningwet door de gemeente dienen te worden gepubliceerd. Daarbij wordt nagegaan of de hogere waarde inderdaad is vastgesteld. 2 De controle van de akoestische maatregelen, die volgen uit de hogere waarde, wordt uitgevoerd door middel van toetsing op de uitvoering van de bouwvergunning.
30 | 32
Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02
5.2
Kaders bij afweging afwijking standaardwaarde onder de Omgevingswet
5.2.1
Start afweging binnen Omgevingswet
In beginsel worden ten behoeve van de motivering dezelfde stappen doorlopen als vermeld in paragraaf 5.1, gericht op afweging binnen het Omgevingsplan, het Projectbesluit of de Omgevingsvergunning. Er is geen afzonderlijke hogere waarden procedure aan de orde. Bij het opstellen en beoordelen van het akoestisch onderzoek worden de aspecten uit de checklist uit bijlage IV meegenomen. Het gaat dan om informatie die van belang is bij de beoordeling van het verzoek onder de Omgevingswet om te komen tot vaststelling van het Omgevingsplan of een Omgevingsvergunning. Bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met de in het Omgevingsplan opgenomen maximale waarde voor het geluid.
5.2.2
Begeleidende informatie vaststelling hogere waarde
In beginsel wordt ten behoeve van de motivering en afweging dezelfde informatie gevraagd dan zoals vermeld in paragraaf 5.1.2 , nu gericht op afweging binnen het Omgevingsplan, het Projectbesluit of de Omgevingsvergunning. In het Omgevingsplan kunnen nadere eisen zijn opgenomen met betrekking tot de indieningsvereisten. Een checklist voor benodigde informatie bij de aanvraag van de hogere waarde is bijgevoegd in bijlage IV.
5.2.3
Aanvullende eisen hogere waarde bestaande bebouwing
Bij een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde dient de woning tenminste één gevel met een lager (luw) geluidniveau te hebben. Het gezamenlijk geluid voor elk van te onderscheiden geluidbronsoorten op deze luwe gevel is niet hoger dan de standaardwaarde.
5.2.4
Aanvullende eisen hoger waarde vervangende nieuwbouw
De eisen zoals vermeld in paragraaf 5.1.4.zijn van toepassing, echter: Voor [voorkeursgrenswaarde + 5dB] dient in dat geval gelezen te worden [standaardwaarde + 5dB]. Voor de berekening van het geluid dient het gezamenlijk geluid van de bronsoort te worden gehanteerd. Indien bij vervangende nieuwbouw, na afweging van alle mogelijke maatregelen, de grenswaarde wordt overschreden is artikel 5.78v van het Bkl van toepassing.
5.2.5
Aanvullende eisen hogere waarde nieuwbouw en bij functiewijziging
De eisen zoals vermeld in paragraaf 5.1.5.zijn van toepassing, echter: Voor [voorkeursgrenswaarde] dient in dat geval gelezen te worden [standaardwaarde]. Voor de berekening dient het gezamenlijk geluid van de bronsoort te worden gehanteerd. Indien er sprake is van functiewijziging en, na afweging van alle mogelijke maatregelen, de grenswaarde wordt overschreden is artikel 5.78y van het Bkl van toepassing.
31 | 32
Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02
5.2.6
Aanvullende eisen in bijzondere gevallen
De eisen zoals vermeld in paragraaf 5.1.5.zijn van toepassing, echter: 3) In geval van een ziekenhuis een verpleeghuis of een ander gezondheidszorggebouw, volgens de definitie van de Omgevingswet, dient het merendeel aan de geluidgevoelige ruimten zich aan een geluidluwe zijde te bevinden.
5.2.7
Beoordeling cumulatie
Bij de beoordeling van het gecumuleerde geluid wordt de waarde voor het geluid vastgesteld indien alle mogelijke maatregelen in de afweging zijn betrokken en daarna de grenswaarde voor de bronsoort wegverkeer niet wordt overschreden. De gecumuleerde geluidbelasting van alle relevante geluidbronsoorten dient per afzonderlijke gevel (liggend in een aandachtsgebied van een bronsoort) inzichtelijk te worden gemaakt. De gecumuleerde geluidbelasting dient daarbij te worden berekend op basis van de methode voor de bepaling van het gecumuleerde geluid zoals opgenomen in de Omgevingsregeling (Or) onder artikel 3.25. De aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid is ter beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders (rekening houdend de zorgplicht van de gemeente en rekening houdend met artikel 5.78i uit het Bkl).
5.2.8
Toets doelmatigheid
De eisen zoals vermeld in paragraaf 5.1.8.zijn van toepassing, echter aanvullend: Paragraaf 3.5.4.4. van het Bkl is niet van toepassing op het afwegen van geluidbeperkende maatregelen als gevolg van gemeentelijke wegen en provinciale wegen. Paragraaf 3.1.6. van de Or is niet van toepassing op het afwegen van geluidbeperkende maatregelen als gevolg van gemeentelijke wegen en provinciale wegen.
5.2.9
Registratie van hogere waarden
De binnen een Omgevingsplan, Projectbesluit of Omgevingsvergunning vastgestelde hogere waarde worden niet in het Kadaster opgenomen, nadat het betreffende plan, besluit of vergunning als onherroepelijk kan worden aangemerkt. In het Omgevingsplan wordt de waarde van het gezamenlijk geluid vastgelegd en de vastgelegde waarde wordt daarmede op digitale wijze ontsloten voor eenieder.
5.2.10 Handhaving van hogere waarden De in een besluit en/of vergunning vastgestelde waarde voor het gezamenlijke geluid en de daarbij bepaalde geluidmaatregelen worden in de uitvoeringsfase getoetst binnen de kaders van de reguliere VTH-taken die de gemeente heeft.
32 | 32
Witteveen+Bos | 132994/23-009.055 | Definitief 02
Bijlage(n)
I BIJLAGE: BEGRIPPENLIJST Onder Omgevingsrecht In aanvulling op artikel 1 van de Wet geluidhinder en artikel 1.1 van het Besluit geluidhinder wordt in deze nota verstaan onder: Bronmaatregel: Een maatregel aan de bron die een geluidreductie oplevert. Cumulatie: Het optreden van geluid van meerdere bronnen. (Geluid)bron: Een gezoneerde weg, spoorweg of industrieterrein. Geluidluwe zijde: De zijde van een gebouw met de laagste geluidbelasting. Deze geluidbelasting mag per bron niet hoger zijn dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. HW: Afkorting voor hogere waarde. HW procedure: De procedure die kan leiden tot een besluit hogere waarde. HW besluit: De door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde hogere waarde. Indelingseis: Aanvullende eisen aan de indeling van een woning en de situering van de tot de woning behorende buitenruimte(n) voor zover bestemd is/zijn als verblijfsruimte(n). Ontvanger: De positie (in plaats en hoogte) waarvoor de geluidbelasting wordt bepaald of beoordeeld. Voorkeurwaarde: De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een gezoneerde weg, spoorweg of industrieterrein zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder. Verblijfsruimte: ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden.
Buitenruimte: een buitenruimte is een niet-besloten ruimte voor het in de buitenlucht verrichten van voor het wonen kenmerkende activiteiten. Plandrempel in Actieplan Geluid: geluidniveau (Lden of Lnight) waarboven de gemeente voor bestaande situatie maatregelen overweegt om de geluidbelasting te beperken. Onder Omgevingswet Gebouw: gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Gebruiksfunctie: gebruiksfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Standaardwaarde geluid: De standaardwaarde staat in een instructieregel. De standaardwaarde is voor geluid een waarde per geluidbronsoort of activiteit die geldt bij een geluidgevoelig gebouw (op de gevel, de locatie waar de gevel mag komen, of op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen). Grenswaarde geluid: De grenswaarde is voor geluid een waarde per geluidbronsoort of activiteit die na afweging geldt als maximale waarde bij een geluidgevoelig gebouw (op de gevel, de locatie waar de gevel mag komen, of op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen). Een waarde hoger dan de grenswaarde mag alleen in uitzonderlijke situaties worden vastgesteld. Gecumuleerd geluid: gecumuleerd geluid zoals bedoeld in artikel 3.38 Bkl.
Artikel 3.38 (vaststellen geluidproductieplafond: beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid) 1 Bij de toepassing van de artikelen 3.35, 3.36 en 3.37 wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid beoordeeld. 2 Het gecumuleerde geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, opgeteld met correctie voor de verschillen in hinderlijkheid.
34
3
Bij het bepalen van het gecumuleerde geluid wordt in ieder geval betrokken: o a. voor een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein: het geluid door die geluidbronsoort; o b. voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 48 Lden geluidcontour of, voor zover de geldende geluidcontouren in Kosteneenheden zijn uitgedrukt, binnen de 20 Kosteneenheden geluidcontour van een luchthaven waarvoor op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenindelingbesluit, een luchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven is vereist: het geluid door luchtvaart; o c. voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein hoger is dan 43 dB Lden: het geluid door die windturbine of dat windpark; en o d. voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein hoger is dan 50 dB BS,dan: het geluid door die buitenschietbaan of dat springterrein. • Op het bepalen van het gecumuleerde geluid zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing (Zie verder: artikel 3.25 Or).
Gezamenlijk geluid: gezamenlijk geluid zoals bedoeld in artikel 3.39 Bkl. Artikel 3.39 (vaststellen geluidproductieplafond: bepalen gezamenlijk geluid) 1 Bij de toepassing van de artikelen 3.35, 3.36 en 3.37 wordt het gezamenlijke geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen bepaald. 2 Het gezamenlijke geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, energetisch opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. 3 Artikel 3.38, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. 4 Op het bepalen van het gezamenlijke geluid zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing. (Zie verder: artikel 3.26 Or). Geluidaandachtsgebied: Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Voor het bepalen van de geluidaandachtsgebied gelden regels uit de Omgevingsregeling. Geluidbeperkende maatregel: Maatregel die het geluid op een geluidgevoelig gebouw verlaagt (bijlage 1 Besluit kwaliteit leefomgeving). Geluidbrongegevens: Geluidbrongegevens zijn gegevens die nodig zijn voor het bepalen van het geluid door een geluidbronsoort. In Afdeling 3.1 van de Omgevingsregeling is per geluidbronsoort aangegeven welke gegevens dat zijn.
Geluidwerende maatregel: Maatregel aan een geluidgevoelig gebouw ter beperking van het geluid in dat gebouw (bijlage 1 Besluit kwaliteit leefomgeving). Geluidluwe gevel: gevel die ten opzichte van de andere gevels van dat gebouw relatief weinig wordt belast door geluid Overwegende bezwaren geluidbeperkende maatregelen: Bij overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard is het treffen van de maatregel niet verplicht. Het bevoegd gezag beoordeelt of deze bezwaren bestaan. Gemeentelijke weg: weg in beheer bij de gemeente. Provinciale weg: weg in beheer bij de provincie. Rijksweg: weg in beheer bij het Rijk.
35
II BIJLAGE: GRENSWAARDEN WEGVERKEERSLAWAAI Onder Overgangsrecht
Situatie
Artikel Wet geluidhinder
Voorkeurs-
Uiterste grenswaarde
Hoogst toelaatbaar binnen niveau
Nieuwe woning - binnenstedelijk - binnenstedelijk autoweg en autosnelweg - buitenstedelijk
Art. 82 en art. 83, lid 1 en lid 2
48 dB
63 dB 53 dB 53 dB
33 dB
Nieuw te bouwen agrarische woning
Art. 82 en art. 83, lid 4
48 dB
58 dB
33 dB
Vervangende nieuwbouw - in stedelijk gebied - langs een auto(snel)weg - buiten bebouwde kom
Art. 82 en art. 83, lid 5 Art. 82 en art. 83, lid 6 Art. 82 en art. 83, lid 7
48 dB 48 dB 48 dB
68 dB 63 dB 58 dB
33 dB
Bestaande weg
De geluidbelasting wordt bepaald conform het onder de Wet geluidhinder van toepassing zijnde Reken- en meetvoorschrift. De waarden voor het geluid op de gevel gelden per afzonderlijke weg. Onder Omgevingswet (bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige objecten) Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. De waarden die bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw voor de 7 geluidbronsoorten gelden, staan in de onderstaande tabel.
36
Tabel II.1 Standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten gebouw Geluidbronsoort
Standaardwaarde (tabel 5.78t Bkl)
Grenswaarde (tabel 5.78u Bkl)
50 Lden
60 Lden
Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen
53 Lden
70 Lden
Industrieterreinen
55 Lden
65 Lden
Industrieterreinen
50 Lden
55 Lden
40 Lnight
45 Lnight
Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen
Het geluid wordt bepaald conform het onder de Omgevingswet (Omgevingsregeling) van toepassing zijnde Reken- en meetvoorschrift. De waarden gelden voor het gezamenlijke geluid per bronsoort. Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.78t Bkl). Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 5.78u tot en met 5.78ad Bkl). Als zwaarwegende belangen dat rechtvaardigen kan het bevoegd gezag in een uitzonderlijk geval meer geluid dan de grenswaarde toestaan. Onder Omgevingswet (bij het toelaten van een nieuwe gemeentelijke weg) Het bevoegd gezag houdt bij toelaten van een lokale (spoor)weg altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hiervoor bevat het Bkl een systematiek met waarden en eisen waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt. Waarden Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid van alle geluidbronnen van een geluidbronsoort.
De waarden die bij toelaten van een gemeenteweg, lokale spoorweg of waterschapsweg gelden, staan in de volgende tabel II.2.
Tabel II.2 Standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten gebouw Geluidbronsoort
Standaardwaarde (tabel 3.34 Bkl)
Grenswaarde (tabel 3.35 Bkl)
Gemeentewegen Waterschapswegen
53 Lden
70 Lden
Lokale spoorwegen
55 Lden
70 Lden
37
Het bevoegd gezag moet voorzien in een aanvaardbaar geluid door een lokale (spoor)weg op een geluidgevoelig gebouw (artikel 5.78l, lid 2 Bkl). De kans op gezondheidsschade is klein als het geluid voldoet aan de standaardwaarde. Minder geluid dan de standaardwaarde of het geluid op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan, is aanvaardbaar (artikel 5.78m, lid 1 en lid 2 Bkl). Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 5.78m tot en met 5.78q Bkl). Waar de waarden gelden Op grond van artikel 5.78, lid 3 Bkl bepaalt het omgevingsplan dat de waarden gelden: op een aangewezen geluidgevoelig gebouw: . op de gevel, als het gaat om een aanwezig geluidgevoelig gebouw; . op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen en in geval van een binnenwaarde, in een geluidgevoelige ruimte.
38
III BIJLAGE: PROCEDURE SCHEMA HOGERE WAARDE PROCEDURE Onder Overgangsrecht
39
Onder Omgevingswet
40
IV BIJLAGE: CHECKLIST VERZOEK HOGERE WAARDEN Onder Overgangsrecht Checklist verzoek hogere waarde In het Besluit geluidhinder, artikel 5.4, is aangegeven uit welke informatie een hogere waarde verzoek ten minste dient te bestaan, namelijk: 1 de verzochte hogere waarde, 2 de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen, 3 de resultaten van het akoestisch onderzoek, 4 een verklaring dat maatregelen zullen worden getroffen om aan de grenswaarde voor het geluidsniveau binnen de geluidsgevoelige bestemming te voldoen, 5 een kaart met bijbehorende verklaring met daarop aangegeven de geluidzone (huidig én gewijzigd) en de ligging van de geluidsgevoelige bestemmingen, 6 het bevoegd gezag kan van de verzoeker nadere toelichting, tekeningen en kaarten verlangen, indien hij deze noodzakelijk acht voor de beoordeling van het verzoek. Indien de geluidsgevoelige bestemming gelegen is in meerdere zones van (verschillende) geluidbronnen is inzicht noodzakelijk in de cumulatieve geluidbelasting, zoals berekend overeenkomstig de rekenmethode zoals opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Tevens dient bij de aanvraag de informatie te worden geleverd: 1 vermelding aanleg of reconstructie van de infrastructuur; 2 vermelding nieuwbouw of vervangende nieuwbouw 3 aantal woningen dat wordt gerealiseerd en aantallen woningen waarvoor een hogere waarde moet worden vastgesteld.
Onder Omgevingswet In beginsel zijn de indieningsvereisten minimaal hetzelfde als onder de Wet geluidhinder met de volgende aanpassingen en aanvullingen: lees voor ‘geluidzone’ - ‘geluidaandachtsgebied’ en vermeld de bron van herkomst van het aandachtsgebied; ga uit van de definitie van ‘geluidgevoelig gebouw’ zoals gehanteerd onder de Omgevingswet. Dit kan betrekking hebben op een ‘bestaand gebouw’, een ‘toegelaten gebouw’ en/of een ‘nieuw gebouw’; het gezamenlijk geluid en het gecumuleerd geluid op de gevel worden bepaald overeenkomstig de van toepassing zijn Reken- en meetvoorschriften (bijlagen bij de Omgevingsregeling); de waarde van het geluid in een geluidgevoelig gebouw (binnenwaarde) en de karakteristieke dient te voldoen aan de van toepassing zijnde regels zoals opgenomen in het Bkl en Bbl; het geluid in een geluidgevoelig gebouw (binnenwaarde) dient bepaald te worden op basis van de onder de Omgevingswet geldende rekenregels en methodieken, met name de in het Bbl aangegeven wijze voor de bepaling van de binnenwaarde. In het Omgevingsplan van de gemeente kunnen nader eisen en randvoorwaarden worden gedefinieerd met betrekking tot de indieningsvereisten en beoordeling van het geluid. Check daarom altijd bij de start van een onderzoek de van toepassing zijnde regels van het Omgevingsplan.
41
V BIJLAGE: SCHEMA AANVULLENDE EISEN IN HET GEVAL VAN WEGVERKEER Onder Overgangsrecht De geluidbelasting wordt berekend conform het Reken- en meetvoorschrift zoals dat van toepassing is verklaard onder de Wet geluidhinder (en eventueel via het Overgangsrecht).
Onder Omgevingswet Situatie
Standaardwaarde
Grenswaarde
Aanvullende eisen
(wegverkeer)
Eén gevel is
Verblijfsruimte
Ten minste
geluidluw
zoveel mogelijk
1 slaapvertrek
aan de
aan de
geluidluwe zijde
geluidluwe zijde
Bestaand
50 -53 dB
60 -70 dB
gebouw
(afhankelijk van de
(afhankelijk van
situatie)
de situatie)
Toegelaten
50 -53 dB
60 -70 dB
gebouw
(afhankelijk van de
(afhankelijk van
situatie)
de situatie)
Nieuw
50 -53 dB
60 -70 dB
gebouw
(afhankelijk van de
(afhankelijk van
situatie)
de situatie
-
X
< 55 dB
X
> 55 dB
X
X
X
< 55 dB
X
X
X
> 55 dB
X
X
X
Het geluid op de gevel wordt berekend conform het Reken- en meetvoorschrift zoals dat van toepassing is verklaard onder de Omgevingsregeling. Onder de Omgevingswet wordt eenzelfde beschermingsniveau nagestreefd als onder de Omgevingswet. De grenswaarde voor bouwen in het aandachtsgebied van een Rijksweg is onder de Omgevingswet verhoogd van 55 dB naar 60 dB. Bij de berekening van het geluid van een Rijksweg en een provinciale weg dient uit te worden gegaan van situatie bij volledige benutting van vastgestelde geluidproductieplafonds (GPP’s).
42
VI BIJLAGE: SAMENVATTING SITUATIES WAARBIJ OVERGANGSRECHT VAN TOEPASSING KAN ZIJN Hogere-waardebesluit bij bestemmingsplan en andere ruimtelijke besluiten Het oude recht blijft van toepassing op een hogere-waardebesluit als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd tot het hogere-waardebesluit onherroepelijk is (artikel 4.6 Invoeringswet Omgevingswet). Het bovenstaande geldt ook voor andere ambtshalve ruimtelijke besluiten zoals uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, inpassingsplannen en bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte. Hogere-waardebesluit bij omgevingsvergunning 'afwijken bestemmingsplan' Het oude recht blijft van toepassing op een hogere-waardebesluit als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: de aanvraag voor de omgevingsvergunning 'afwijken bestemmingsplan' is ingediend tot het hogerewaardebesluit onherroepelijk is (artikel 4.6, Invoeringswet Omgevingswet).
Hogere-waardebesluit bij reconstructiebesluit Het oude recht blijft van toepassing op een hogere-waardebesluit als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: aan het college van burgemeester en wethouders zijn overlegd: de resultaten van het vereiste akoestische onderzoek, en een beschrijving van de benodigde maatregelen voor het reconstructiebesluit tot het hogerewaardebesluit onherroepelijk is (artikel 3.4, lid 1, onder a, Aanvullingswet geluid). Reconstructiebesluit bij gemeentelijke en provinciale wegen (Wgh) Het oude recht blijft van toepassing op een reconstructiebesluit als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: aan het college van burgemeester en wethouders zijn overlegd: de resultaten van het vereiste akoestische onderzoek, en een beschrijving van de benodigde maatregelen tot het reconstructiebesluit onherroepelijk is (artikel 3.4, lid 1, onder a, Aanvullingswet geluid). Dit geldt voor een besluit tot aanleg of reconstructie van een weg, of aanleg of wijziging van een spoorweg Wet geluidhinder buiten toepassing van de bestemmingsplanprocedure.
Saneringsprojecten bij gemeentelijke of provinciale wegen (Wgh) Het oude recht blijft van toepassing op saneringsprojecten bij gemeentelijke of provinciale wegen als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: een subsidie is verleend als bedoeld in artikel 7, lid 1, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai tot deze besluiten onherroepelijk zijn, en de maatregelen zijn uitgevoerd (artikel 3.4, lid 1, onder b, Aanvullingswet geluid jo. artikel XII Aanvullingsbesluit geluid). Het gaat hierbij om besluiten tot het vaststellen van: een programma van maatregelen (1) een saneringsprogramma, of; (2 ) hogere waarden en maatregelen waarbij uitvoering wordt gegeven aan de Wet geluidhinder.
43
Toelaten geluidgevoelig gebouw in de geluidzone van een provinciale weg (nog zonder gpp) Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de geluidzone van een provinciale weg waarvoor nog geen geluidproductieplafond (gpp) is vastgesteld, geldt de Wet geluidhinder. Dit staat in artikel 3.5, Aanvullingswet geluid. Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. Dit staat in artikel 12.13f, Bkl. De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' (paragraaf 5.1.4.2a.4, Bkl) zijn niet van toepassing omdat er nog geen geluidaandachtsgebied is. Toelaten geluidgevoelig gebouw in de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein (nog zonder gpp) Bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in de geluidzone van een (gezoneerd) industrieterrein waarvoor nog geen geluidproductieplafond is vastgesteld, geldt nog het beoordelingskader Wet geluidhinder. Dit staat in artikel 3.6, Aanvullingswet geluid. Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. Dit staat in artikel 12.13f, Bkl. De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' (paragraaf 5.1.4.2a.4, Bkl) zijn nog niet van toepassing.
Toelaten geluidgevoelig gebouw en aanscherping grenswaarden Via het Aanvullingsbesluit geluid is het normenstelsel in het Besluit kwaliteit leefomgeving vereenvoudigd. Hierdoor zijn enkele grenswaarden aangescherpt: - de maximale waarde voor het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen bij spoorwegen, van 68 dB naar een grenswaarde van 65 dB; - de maximale waarde voor rijkswegen die geen autoweg of autosnelweg zijn, en waarbij het gebouw binnen de bebouwde kom ligt, van 63 dB (na toepassing van de aftrek op grond van artikel 110g Wgh) naar een grenswaarde van 60 dB Artikel 12.13h regelt een overgangssituatie voor bouwplannen waarvoor niet geanticipeerd kon worden op de aanscherping omdat die nog niet gepubliceerd was. Afwijken van de grenswaarden mag als het akoestisch onderzoek voor het geluidgevoelig gebouw verricht is voor de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarnaast mag het geluid niet meer dan 3 dB hoger zijn dan de grenswaarde uit tabel 5.78u, Bkl (bij wegverkeer mag de aftrek artikel 110g, Wgh worden toegepast). Toelaten of wijzigen geluidsbron en vergunningvrije bouw- en gebruiksmogelijkheden in het omgevingsplan Er is een overgangsbepaling voor de specifieke categorie bouwwerken die op grond van artikel 22.36 van de bruidsschat omgevingsplan 'van rechtswege in overeenstemming' zijn met het omgevingsplan.
Het gaat onder andere om de uitbreidingen van woningen, of het gebruik van bijbehorende bouwwerken als mantelzorgwoning. Voor deze bouwwerken gelden de instructieregels niet bij besluiten over: geluidproductieplafonds (afdeling 3.5 Bkl); - het aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds; - andere wijzigingen van het omgevingsplan met akoestische effecten. Het gaat hier om de instructieregels van afdeling 3.5, en de paragrafen 5.1.4.2a.2, 5.1.4.2a.3, 5.1.4.2a.5 en 5.1.4.2a,.6 Bkl. Dit staat in artikel 12.8, Bkl. Toelaten of wijzigen geluidsbron en mantelzorgwoningen Er is een overgangsbepaling voor mantelzorgwoningen die zijn gerealiseerd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of op basis van het tijdelijke deel omgevingsplan. Voor deze mantelzorgwoningen gelden de instructieregels niet bij besluiten over: - geluidproductieplafonds; - het aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds; - andere wijzigingen van het omgevingsplan met akoestische effecten.
44
Het gaat hier om de instructieregels van afdeling 3.5, en de paragrafen 5.1.4.2a.2, 5.1.4.2a.3, 5.1.4.2a.5 en 5.1.4.2a.6. Dit staat in artikel 12.10, Bkl. Deze overgangsbepaling houdt betekenis na de overgangsfase voor het omgevingsplan, tot het einde van de bestaande mantelzorgrelaties.
45
VII BIJLAGE: SAMENVATTING WIJZIGING GELUIDNORMERING ONDER OMGEVINGSWET In de onderstaande afbeelding is per bronsoort de voorkeursgrenswaarde (VKG) of standaardwaarde (SW), de grenswaarde (GW) en de afwegingsruimte in beeld gebracht.
Afbeelding VII.1 Vergelijking geluidnormen Wgh/Wm met geluidnorm Ow
Vergelijking geluidnormen Wgh/Wm met geluidnorm Ow 80 75 65 60 55 50
maximaal/incidenteel vervangende nieuwbouw
45
na (bestuurlijke) afweging
40
Wgh gemeentelijke weg… Ow Niet-GPP-weg… Wgh buitenstedelijk… Ow Niet-GPP-weg Wgh buitenstedelijk provinciale weg Ow GPP-weg… Wm rijksweg… Ow rijksweg… Wgh railverkeer Ow railverkeer
Lden in dB
70
altijd toelaatbaar
Bronsoort Voor wegverkeer (bouwen in aandachtsgebied): VKG 48+2=50 dB =
SW 50 dB
beleidsneutraal
GW rijksweg GW 53+2= 55 dB wordt
GW 60 dB
GW = 5 dB hoger
GW provinciale weg > 70 km/h GW 63+2 = 65
GW 70 dB
GW = 5 dB hoger
GW gemeentelijke weg (binnenstedelijk)was 68 dB
GW 70 dB
GW = 2 dB hoger
Voor rijksweg
Voor railverkeer (bouwen in aandachtsgebied) VKG 55 dB naar 55 dB
beleidsneutraal
VKG 68 dB naar 65 dB
GW =3 dB lager
Voor rijkswegen/railverkeer (aanleg/aanpassen) VKG 55 dB naar 55 dB
beleidsneutraal
GW rijksweg van > 55 dB naar 60 dB
GW = 5 dB hoger
GW hoofdspoorweg van >68 dB naar 65 dB
GW = 3 dB lager
46