CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Herijking Integraal Huisvestingsplan (IHP) onderwijs (2024-2039)

Raadsvergadering Wassenaar 1 april 2025, gemeente wassenaarBij agendapunt: Herijking Integraal Huisvestingsplan (IHP) onderwijs (2024-2039)14.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Primair Onderwijs Klokuren bewegingsonderwijs School

1-10-2024

2026

2030

2035

2039

Kievietschool

7,5

6,0

7,5

7,5

7,5

Bloemcampschool

16,5

18,0

19,5

18,0

21,0

Herenwegschool

16,5

16,5

16,5

18,0

18,0

Sint Bonifaciusschool

10,5

10,5

10,5

10,5

10,5

Sint Jan Baptistschool

9,0

9,0

10,5

10,5

10,5

Sint Jozefschool

9,0

9,0

9,0

9,0

10,5

Nutsschool Wassenaar

10,5

10,5

10,5

10,5

12,0

Montessorischool

4,5

4,5

4,5

6,0

6,0

Totaal

84,0

84,0

89,0

90,0

96,0

Tabel 6.1 Klokuren bewegingsonderwijs PO

Voortgezet Onderwijs Lesuren bewegingsonderwijs School

1-10-2024

2026

2030

2035

2039

Adelbert college

82

84

91

90

95

Rijnlands Lyceum

82

83

84

84

88

Totaal

164

167

175

174

183

Tabel 6.2 Lesuren bewegingsonderwijs VO

Uit de tabellen is op te maken dat de behoefte aan klokuren weliswaar zal stijgen de komende jaren, maar niet buiten proportioneel.

Capaciteit bewegingsonderwijs primair onderwijs De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van bewegingsonderwijs in het primair onderwijs. De maximale capaciteit van een lokaal voor bewegingsonderwijs is 40 uur per week. Wanneer het weekrooster van PO scholen in acht wordt genomen, betekent dit dat een school maximaal 26 klokuren beschikbaar heeft voor bewegingsonderwijs. Er zijn nu drie (met rijksmiddelen bekostigde) gymzalen beschikbaar voor de gymnastieklessen van het basisonderwijs: de Sint Jan Baptistschool, de Sint Bonifaciusschool en de Bloemcampschool beschikken over een lokaal voor bewegingsonderwijs op eigen terrein, dan wel in het eigen

23

gebouw. Daarnaast maken twee scholen gebruik van Sporthal ‘Gymadora’. Deze vier zalen hebben gezamenlijk een capaciteit van 104 uur per week (4x 26 klokuren). De gezamenlijke behoefte van de acht scholen is 84 uur per week en daarmee passend binnen de vier gymzalen. De Kievietschool heeft een eigen lokaal voor bewegingsonderwijs die buiten de gemeentelijke invloed om is gebouwd. De gemeente draagt hierdoor geen zorg voor de accommodatie. Het lokaal voor bewegingsonderwijs is momenteel niet bruikbaar en er wordt naar een alternatief gezocht. De gymnastiekvoorziening van de Herenwegschool voldoet niet aan de oppervlaktenorm voor bewegingsonderwijs (252 m²) en wordt alleen gebruikt voor bewegingsonderwijs voor de groepen 1 tot 4. Lokaal voor bewegingsonderwijs

Gebruikte capaciteit volgens minimale klokuren

Gebruiker

Bloemcampschool Gymadora

16,5 uur 19,5 uur

Bonifaciusschool

26,0 uur

Baptistschool* Kievietschool Herenweg

9,0 uur 7,5 uur 5,5 uur

Bloemcampschool Nutsschool Jozefschool Bonifaciusschool Herenwegschool (groep 5-8) Montessorischool Baptistschool Kievietschool Herenwegschool (groep 3-4)

Totaal

84,0 uur

Totale capaciteit zalen volgens minimale klokuren

104 uur

Tabel 6.3 Capaciteit bewegingsonderwijs PO

* In het Project Nieuwbouw Fusieschool St Baptistschool en St Jozefschool wordt de mogelijkheid tot inpandig gymmen onderzocht voor groepen 1 tot en met 3 en mogelijk groep 4. In de komende jaren zal de bewegingsonderwijs behoefte (klokuren) stijgen. De capaciteit van de huidige zalen is echter ruim, waardoor er geen probleem zal ontstaan in het faciliteren van deze behoefte.

Capaciteit bewegingsonderwijs voortgezet onderwijs In het voortgezet onderwijs draagt de school zelf verantwoordelijkheid voor het faciliteren van het bewegingsonderwijs. De scholen ontvangen hiertoe een rechtstreekse vergoeding van het rijk. Het Adelbert College beschikt over vier gymzalen, het Rijnlands Lyceum heeft drie gymzalen. De verordening gaat voor het VO uit van een capaciteit van 40 klokuren per lokaal voor bewegingsonderwijs. Lokaal voor bewegingsonderwijs Adelbert College Rijnlands Lyceum Totaal

Gebruikte capaciteit volgens minimale klokuren

Gebruiker

82 uur 82 uur 164 uur

Adelbert College Rijnlands Lyceum

Totale capaciteit zalen volgens minimale klokuren

280 uur

Tabel 6.4 Capaciteit bewegingsonderwijs VO

De behoefte zal de aankomende jaren enigszins stijgen. De stijging is echter gering en zal geen problemen opleveren.

24

7. Maatregelen en investeringen 7.1. Algemeen In het IHP 2019-2034 zijn reeds maatregelen opgenomen in een bepaalde tijdsvolgorde. De prioritering die destijds is aangegeven, blijft ongewijzigd. In deze herijking zijn de uitgangspunten voor de kwaliteit, de ambitie om te komen tot een kindcentrum, en actualisatie van de bouweisen, leerlingenprognose en bouwprijzen toegepast. Verder is de planning geactualiseerd en hebben vrijwel alle schoolgebouwen een plek gekregen in het IHP. Dit leidt tot het volgende maatregelenoverzicht. Zie tabel 7.1.1. school

locatie

capaciteit in m2 bvo

stichtingsjaar renovatie

1918 KIEVIETSCHOOL HERENWEGSCHOOL SINT JOZEF* SINT JAN BAPTIST* SINT BONIFACIUSSCHOOL* MONTESSORISCHOOL NUTSSCHOOL BLOEMCAMPSCHOOL ADELBERT COLLEGE

Buurtweg 16 Herenweg 4 Thorbeckestraat 37 Anemonenwegh 17 Kloosterland 5 Zanderijpad 10 Zijllaan 39 Bloemcamplaan 52 Deijlerweg 163

1924 1968 1989 1917 1991 1988 1999 1978

RIJNLANDS LYCEUM

Backershagenlaan 5

1938

1918, 1950, 1980 2019 2005 1998 2002 2000 2005 2017 2007 1952, 2008, 2024

leerlingen leerlingen behoefte aantal prognose in m2 1/10/2024 (2039)

behoefte maatregel in m2

jaartal maatregel start bouw

1.044

193

1.171

197

1.773 1.195 1.364 1.407 940 1.387 2.400 10.479

389 216 211 220 122 239 396 970

2.157 1.311 1.265 1.318 814 1.402 2.192 6.851

425

vernieuwbouw 1.191 / vervanging / uitbreiding 2.338 vernieuwbouw

476

2.715

4.048

1.078

7.403

jaartal start bouw

2026 2027

nieuwbouw

2026

267 132 272 479 1.177

1.543 vernieuwbouw 864 renovatie 1.568 renovatie 2.609 renovatie 8.104 renovatie

2030 2031 2029 2039 2029

1.066

7.437 vernieuwbouw

2032

uitbreiding

2039

uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding

2039 2039 2039 2039

* = inclusief achterstandscore ** = inclusief 2de speellokaal (90 m2 bvo)

Tabel 7.1.1 Maatregeloverzicht

Met de bijbehorende investeringen voor onderwijs. Zie tabel 7.1.2. school

locatie

capaciteit in behoefte in m2 maatregel m2 bvo in 2039 1.044

KIEVIETSCHOOL

Buurtweg 16

HERENWEGSCHOOL SINT JOZEF* SINT JAN BAPTIST* SINT BONIFACIUSSCHOOL* MONTESSORISCHOOL NUTSSCHOOL BLOEMCAMPSCHOOL ADELBERT COLLEGE

Herenweg 4 Thorbeckestraat 37 Anemonenwegh 17 Kloosterland 5 Zanderijpad 10 Zijllaan 39 Bloemcamplaan 52 Deijlerweg 163

1.195 1.364 1.407 940 1.387 2.400 10.479

RIJNLANDS LYCEUM

Backershagenlaan 5

4.048

2.143

jaartal start bouw

vernieuwbouw 1.191 (814 m2) vernieuwbouw 2.338 (1.773 m2)

2026

%

bedrag per investering m2 bvo

maatregel

70

3.883

vervanging/ 2.212.533 uitbreiding

2027

70

3.512

4.358.743 uitbreiding

nieuwbouw

2026

100

3.512

9.535.080

1.543 vernieuwbouw 959 renovatie 1.568 renovatie 2.609 renovatie 8.104 renovatie vernieuwbouw 7.437 (4.048 m2)

2030 2031 2029 2039 2029

70 50 50 50 50

3.569 3.883 3.569 3.512 3.074

3.515.108 uitbreiding 1.825.010 uitbreiding 2.475.102 uitbreiding 4.214.400 uitbreiding 16.106.223 nvt

2032

70

3.074

2.715

totaal * = inclusief achterstandscore

8.710.486

m2 bvo

jaartal start bouw

%

investering

377

2026

100

1.463.542

195

2039

100

683.962

136 19 181 209

2039 2039 2039 2039

100 100 100 100

485.420 0 646.560 735.307

nvt

nvt

52.952.686

Tabel 7.1.2. Investeringen per school

Het IHP is ingedeeld in verschillende tijdschijven van vier jaar elk. In de eerste vier jaar is concreet te bepalen wat de omvang en investering is voor de betreffende maatregel. De overige perioden zijn een doorkijk in de toekomst. Die zijn pas definitief vast te stellen na de volgende actualisatie van het IHP. In deze investeringen zijn de zogeheten bijkomende kosten van een vervangende nieuwbouw niet meegenomen, zoals sloopkosten, verhuiskosten en tijdelijke huisvesting, alsmede de investering voor de kinderopvangfunctie.

7.2. Bijkomende kosten De sloop- en verhuiskosten behoren weliswaar tot de zorgplicht van de gemeente, maar zijn niet opgenomen in de stichtingskostenvergoeding. Reden is dat deze op basis van werkelijke kosten worden vergoed. Er is sprake van sloopkosten als de vervangende nieuwbouw op dezelfde locatie plaatsvindt. Is er sprake van vervangende nieuwbouw op een andere locatie, dan krijgt de gemeente het eigendom terug. Als de vervangende nieuwbouw wordt gerealiseerd op dezelfde locatie en er sprake is van sloop betekent dat in de meeste gevallen, dat de leerlingen tijdelijke huisvesting (tijdens de bouw) nodig hebben. Dat kunnen units zijn, of bestaande huisvesting in de omgeving.

25

4.014.791

7.3. Wissellocatie Tijdelijke huisvesting tijdens de (ver)bouw/renovatie van schoolgebouwen is een belangrijk knelpunt voor de gemeente. Vanuit het perspectief op de nieuwbouw van de fusieschool Sint Baptistschool en Sint Jozefschool op een nieuwe locatie, is het van belang één van de schoolgebouwen (de Sint Baptistschool) die leeg komt te staan beschikbaar te maken als wissellocatie voor de in het IHP opgenomen renovaties. Gelet op de timing van de realisatie van de projecten is het helaas niet realistisch voor de Kievietschool om hier gebruik van te maken. Voor de Kievietschool zal een andere vorm van tijdelijke huisvesting nodig zijn. De kosten daarvan zullen separaat moeten worden bepaald en bekostigd. De verwachting is dat voor tijdelijke units een bedrag van ongeveer € 500.000 nodig zal zijn, tenzij gebruik kan worden gemaakt van een bestaand gebouw. Daarom is dit bedrag nog niet opgenomen in het IHP. Verder is het aanhouden van een schoolgebouw van grote waarde om in theorie de uitbreiding van het aantal leerlingen in de toekomst te kunnen huisvesten. Op basis van de leerlingenprognose is er immers een groei te verwachten die niet binnen de bestaande huisvesting van de basisscholen kan worden opgevangen. Tot slot, zoals eerder reeds benoemd, is het aanhouden van een extra locatie wenselijk voor de huisvesting van de Taalklas.

Deze is thans gehuisvest in een medegebruik situatie bij de American School of The Hague (ASH). De Taalklas is als instelling ondergebracht bij het regulier basisonderwijs, vandaar dat de huisvesting uiteindelijk ook structureel onder wordt gebracht bij het reguliere onderwijs van de SKOW.

7.4. Toelichting per tijdschijf 7.4.1. Eerste tijdschijf (2024-2027) 1ste tijdschijf school

2024-2027 maatregel

Kievietschool

vernieuwbouw (814 m2)*

2024

2025

2026

2027

totaal in €

1.941.154 3.404.696

* voorbereidingskrediet verstrekt in 2021 € 271.379 vervanging/uitbreiding Sint Baptistschool / voorbereidingskrediet Sint Jozefschool nieuwbouw Herenwegschool vernieuwbouw (1.773 m2) Adelbert College renovatie deel 1 voorbereidingskrediet Nutsschool voorbereidingskrediet totaal

1.463.542 950.000 8.585.080 4.358.743 2.872.000

950.000

14.861.776

1.600.000 247.500 6.206.243

9.535.080 4.358.743 2.872.000 1.600.000 247.500 22.018.019

Tabel 7.4.1 Eerste tijdschijf

7.4.1.1. Kievietschool Het monumentale deel van het gebouw van de Kievietschool is aan renovatie toe. Verder zal een in 1952 aangebouwd deel worden vervangen en gelijktijdig een geringe uitbreiding worden gerealiseerd. Met deze vervanging en nieuwbouw zal het schoolbestuur ook een aantal m2 voor een integrale kinderopvang voorziening realiseren. Dit is reeds in het huidige IHP opgenomen. Zoals in de uitgangspunten bepaald, zal de gemeente hier weliswaar een investering op plegen, maar zullen deze kosten door de kinderopvang zelf worden betaald door middel van een huurovereenkomst met het schoolbestuur. De gemeente gaat op haar beurt een overeenkomst met het schoolbestuur aan om de kapitaallasten aan de gemeente te vergoeden.

26

Het project met betrekking tot de renovatie/vervanging/uitbreiding bevindt zich in de Voorlopig Ontwerp (VO) fase. Het schoolbestuur is bouwheer. Het jaar 2025 zal worden gebruikt om de plannen aanbesteding gereed te krijgen. De gemeente neemt deel in de projectorganisatie. De verwachting is dat begin 2026 daadwerkelijk zal worden gestart met de werkzaamheden. Een belangrijk punt hierbij is het tijdig realiseren van tijdelijke huisvesting. De gemeente heeft de plicht daarin te voorzien. Omdat er sprake is van een renovatie zal bij de kostenraming het schoolbestuur het MJOP van het gebouw overleggen aan de gemeente. Op basis daarvan zal worden afgestemd welke onderhoudsactiviteiten gelijktijdig tijdens de renovatie door het schoolbestuur zullen worden uitgevoerd. De bouwheer heeft al eerder een voorbereidingskrediet ontvangen. Na vaststelling van dit IHP (2025) zal het schoolbestuur op basis van een kostenraming een krediet aanvraag indienen. Deze bevat de aanvraag tot het beschikbaar stellen van het investeringskrediet. De gemeenteraad zal daarover een besluit nemen.

7.4.1.2. Sint Baptistschool /Sint Jozefschool Zoals in het huidige IHP is opgenomen zal er een gezamenlijke nieuwbouw worden gerealiseerd voor beide basisscholen. De scholen zullen te zijner tijd fuseren tot één onderwijsinstelling. In de berekeningen en investeringen is al rekening gehouden met de omvang een fusieschool (1x vaste voet). Voor de realisatie is een andere locatie noodzakelijk. Het schoolbestuur heeft daarbij de voorkeur uitgesproken om dichtbij een kinderopvangvoorziening de nieuwbouw te plaatsen. Met medewerking van de gemeente is dat inmiddels gelukt. Op deze locatie ontstaat een kindcentrum, zonder dat er extra m² nodig zijn voor de kinderopvangvoorziening. Dit, omdat deze al in een (eigen) bestaand gebouw is gehuisvest. Het project bevindt zich in de initiatieffase, waarbij recentelijk de architect is geselecteerd. Het schoolbestuur is bouwheer. Het jaar 2025 zal worden gebruikt om de plannen aanbesteding gereed te krijgen. De gemeente neemt deel in de projectorganisatie. De verwachting is dat begin 2026 daadwerkelijk zal worden gestart met de werkzaamheden. Voor dit project geldt geen risico met betrekking tot tijdelijke huisvesting tijdens de bouw, omdat beide scholen gebruik kunnen blijven maken van hun huidige locatie. Bij het berekenen van de omvang van de nieuwbouw is rekening gehouden met de achterstandsscore van de leerlingen van beide scholen.

Daartoe is 31 m² bvo toegevoegd. Verder heeft de fusieschool vanuit de berekening van het aantal groepen en m² recht op een tweede speellokaal. Daarvoor is 90 m² aan de omvang toegevoegd. De totale omvang van de nieuwbouw (inclusief twee speellokalen) bedraagt 2.715 m2 bvo. Omdat er sprake is van nieuwbouw zal conform de uitgangspunten aan de bouwheer worden verzocht bij de aanbesteding en ontwikkeling aan te geven welke exploitatievoordelen het schoolbestuur voorziet bij de realisatie van een ENG dan wel een BENG gebouw. Tevens zal de bouwheer worden gevraagd de opties tot circulariteit te verkennen en dat zoveel mogelijk inzichtelijk te maken. De bouwheer heeft inmiddels een aanvraag voor een voorbereidingskrediet gedaan aan de gemeente. Die is opgenomen in het jaar 2025. Na vaststelling van dit IHP (2025) zal het schoolbestuur op basis van een kostenraming een krediet aanvraag indienen. Deze bevat de aanvraag tot het beschikbaar stellen van het investeringskrediet en de inzichten met betrekking tot de exploitatievoordelen bij ENG. De gemeenteraad zal daarover een besluit nemen.

7.4.1.3. Herenwegschool In het huidige IHP is de renovatie van het oude deel van het gebouw opgenomen (1.773 m2). Dat heeft een gemeentelijk monumentale status. Het schoolbestuur heeft in het verleden op basis van het huidige IHP al enige maatregelen getroffen in het kader van de klimaatbeheersing en ventilatie. Deze kosten zijn verrekenbaar met toe te kennen krediet. Het schoolbestuur is bouwheer en is gestart met de planvorming. In de jaren 2025 en 2026 zal een plan gemaakt worden om

27

aanbesteding gereed te worden. De gemeente neemt deel in de projectorganisatie. De verwachting is dat begin 2027 daadwerkelijk zal worden gestart met de werkzaamheden. Een belangrijk punt hierbij is het tijdig realiseren van tijdelijke huisvesting. De gemeente heeft de plicht daarin te voorzien. De beschikbare (wissel)locatie van de voormalige Sint Baptistschool biedt hierbij uitkomst. Dit moet nog nader worden uitgewerkt. Omdat er sprake is van een renovatie zal bij de kostenraming het schoolbestuur het MJOP van het gebouw overleggen aan de gemeente. Op basis daarvan zal worden afgestemd welke onderhoudsactiviteiten gelijktijdig tijdens de renovatie door het schoolbestuur zullen worden uitgevoerd. Na vaststelling van dit IHP zal het schoolbestuur in 2026 op basis van een kostenraming een krediet aanvraag indienen. Deze bevat de aanvraag tot het beschikbaar stellen van het investeringskrediet. De gemeenteraad zal daarover een besluit nemen.

7.4.1.4. Adelbert College Het gebouw van het Adelbert College staat in het IHP gepland voor een renovatie in 2029. Het schoolbestuur heeft aangegeven dat de timing van een aantal verduurzamingsactiviteiten in het gebouw niet in de pas loopt met de noodzaak tot de vervanging van de installaties. De grote renovatie is nog steeds passend in het jaar 2029-2030. Echter, de vervanging van de installaties kunnen niet langer uitgesteld worden. Conform de wet- en regelgeving is het schoolbestuur verantwoordelijk voor deze vervanging en heeft hiervoor ook financieel gereserveerd (€ 700.000). Het vervangen van de installaties op basis van het onderhoudsprincipe (vervangen voor gasgestookte warmte installatie en zonder combinatie met ventilatietechniek) leidt echter tot forse desinvesteringen ten aanzien van de op handen zijnde renovatie in 2029, waarin wèl de duurzaamheidsambities ten aanzien van ventilatie en warmte installaties waargemaakt kunnen worden. Het bestuur heeft hierin voorzien en gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een eenmalige verduurzamingssubsidie bij het rijk aan te vragen. Deze subsidie (Dumava) is toegekend met de uitdrukkelijke voorwaarde dat in 2026 de werkzaamheden moeten zijn uitgevoerd. De subsidie bedraagt (€1.500.000).

Het schoolbestuur heeft daarmee nog een aanvullend bedrag nodig om de werkzaamheden (ventilatie en verduurzaming installaties) in 2025 te kunnen starten. Met deze werkzaamheden wordt zo in 2025 en 2026 al een eerste deel van de renovatie aangepakt. Zij zullen zo worden uitgevoerd, dat dit niet leidt tot desinvesteringen voor de renovatie van 2029 (deel 2). Op basis van een eerste kostenraming bedragen de kosten voor dit eerste deel ongeveer €5.000.000 inclusief btw. Daarmee is er naast de eigen reserve en de subsidie nog een aanvullende budget nodig van € 2.872.000. Door deze deelrenovatie in 2025 en 2026 uit te voeren kan optimaal gebruik worden gemaakt van de rijkssubsidie. Lukt dat niet, dan vervalt die en betekent dit dat de € 1.500.000 uiteindelijk uit de gemeentelijke renovatie moet worden betaald. Verder is dit een uitgelezen mogelijkheid om versneld te voldoen aan de EPBD IV richtlijn van het EP (zie paragraaf 3.6 Duurzaamheid). De huidige installaties zijn immers aan vervanging toe en presteren qua duurzaamheid slecht. Om deze reden is een deel van de renovatie naar voren gehaald (deel 1) en opgenomen in de jaarschijf 2024-2027. De definitieve kostenraming en de bijdrage van het schoolbestuur zullen in beeld worden gebracht bij de krediet aanvraag die volgt na de vaststelling van het IHP.

De bouwheer zal eveneens een aanvraag voor een voorbereidingskrediet (deel 2 van de renovatie in 2029) doen aan de gemeente. Die is opgenomen in het jaar 2027.

7.4.1.5. Nutsschool

De bouwheer zal voor 2027 een aanvraag doen bij de gemeente voor een voorbereidingskrediet.

28

7.4.2. Tweede tijdschijf (2028-2031) 2de tijdschijf

2028-2031

school

maatregel

Nutsschool Adelbert College Sint Bonifacius school

renovatie renovatie deel 2 vernieuwbouw voorbereidingskrediet renovatie voorbereidingskrediet voorbereidingskrediet

Montessorischool Rijnlands Lyceum totaal

2028

2029

2030

2031

2.227.602 11.634.223 3.163.608 351.500 1.642.510 182.500 351.500

14.044.325

871.000 4.034.608

1.642.510

totaal in € 2.227.602 11.634.223 3.163.608 351.500 1.642.510 182.500 871.000 20.072.943

Tabel 7.4.2. Tweede tijdschijf

7.4.2.1. Nutsschool In het huidige IHP is geen rekening gehouden met de renovatie van het gebouw van de Nutsschool. Op grond van de uitgangspunten komt het gebouw na 40 jaar daarvoor in aanmerking. Het schoolbestuur zal als bouwheer optreden en is nog niet gestart met de planvorming. De gemeente zal te zijner tijd deelnemen in de projectorganisatie. De verwachting is dat in 2029 daadwerkelijk zal worden gestart met de werkzaamheden. Een belangrijk punt hierbij is het tijdig realiseren van tijdelijke huisvesting. De gemeente heeft de plicht daarin te voorzien. De bedoeling is dat dit kan worden gelinkt aan de beschikbaarheid van de wissellocatie. Ook in samenhang met de Herenwegschool. Dit moet nog nader worden uitgewerkt. Omdat er sprake is van een renovatie zal bij de kostenraming het schoolbestuur het MJOP van het gebouw overleggen aan de gemeente. Op basis daarvan zal worden afgestemd welke onderhoudsactiviteiten gelijktijdig met de renovatie door het schoolbestuur zullen worden uitgevoerd. De maatregel uit deze jaarschijf zal bij de volgende herijking opnieuw worden bevestigd. Na vaststelling van de herijking van het IHP (2028-2031) zal het schoolbestuur in 2028 op basis van een kostenraming een krediet aanvraag indienen. Deze bevat de aanvraag tot het beschikbaar stellen van het investeringskrediet. De gemeenteraad zal daarover een besluit nemen.

Het in 2027 toe te kennen voorbereidingskrediet zal hierop in mindering worden gebracht.

7.4.2.2. Adelbert College Ook dit gebouw is in het huidige IHP niet opgenomen. Op grond van de uitgangspunten komt het gebouw na 40 jaar in aanmerking voor renovatie. Het schoolbestuur zal als bouwheer optreden en is reeds gestart met de planvorming en de voortijdige verduurzaming van de installaties. (zie eerste jaarschijf Adelbert College). De gemeente zal te zijner tijd deelnemen in de projectorganisatie. De verwachting is dat in 2029 daadwerkelijk zal worden gestart met de werkzaamheden. Een belangrijk punt hierbij is het tijdig realiseren van tijdelijke huisvesting. De gemeente heeft de plicht daarin te voorzien. Dat moet nog nader worden uitgewerkt. Omdat er sprake is van een renovatie zal bij de kostenraming het schoolbestuur het MJOP van het gebouw overleggen aan de gemeente. Op basis daarvan zal worden afgestemd welke onderhoudsactiviteiten gelijktijdig met de renovatie door het schoolbestuur zullen worden uitgevoerd. Ook zullen de eerdere activiteiten ten aanzien van de verduurzaming van de installaties hierbij worden betrokken. De maatregel uit deze jaarschijf zal bij de volgende herijking opnieuw worden bevestigd. Na vaststelling van de herijking van het IHP (2028-2031) zal het schoolbestuur in 2028 op basis van een kostenraming een krediet aanvraag indienen. Deze bevat de aanvraag tot het beschikbaar stellen van het investeringskrediet.

De gemeenteraad zal daarover een besluit nemen. Het in 2026 te verlenen budget voor het eerste deel van de renovatie en het in 2027 toe te kennen voorbereidingskrediet zal hierop in mindering worden gebracht.

29

7.4.2.3. Sint Bonifaciusschool Dit gebouw is eveneens niet in het huidige IHP opgenomen. Op grond van de uitgangspunten komt het gebouw na 40 jaar in aanmerking voor renovatie. Dit gebouw kent een Rijksmonumentale status. Het schoolbestuur zal als bouwheer optreden en is nog niet gestart met de planvorming. De gemeente zal te zijner tijd deelnemen in de projectorganisatie. De verwachting is dat in 2030 daadwerkelijk zal worden gestart met de werkzaamheden. Een belangrijk punt hierbij is het tijdig realiseren van tijdelijke huisvesting. De gemeente heeft de plicht daarin te voorzien. De bedoeling is dat dit kan worden gelinkt aan de beschikbaarheid van de wissellocatie. Ook in samenhang met de Herenwegschool en de Nutsschool. Dit moet nog nader worden uitgewerkt. Omdat er sprake is van een renovatie zal bij de kostenraming het schoolbestuur het MJOP van het gebouw overleggen aan de gemeente. Op basis daarvan zal worden afgestemd welke onderhoudsactiviteiten gelijktijdig tijdens de renovatie door het schoolbestuur zullen worden uitgevoerd. De maatregel uit deze jaarschijf zal bij de volgende herijking opnieuw worden bevestigd. Na vaststelling van de herijking van het IHP (2028-2031) zal het schoolbestuur in 2029 op basis van een kostenraming een krediet aanvraag indienen. Deze bevat de aanvraag tot het beschikbaar stellen van het investeringskrediet.

De gemeenteraad zal daarover een besluit nemen. De bouwheer zal eveneens een aanvraag voor een voorbereidingskrediet doen aan de gemeente. Deze is opgenomen in het jaar 2028 en wordt op het toe te kennen bedrag in 2029 in mindering gebracht.

7.4.2.4. Montessorischool Het Montessorischoolgebouw staat ook niet in het huidige IHP. Op grond van de uitgangspunten komt het gebouw na 40 jaar in aanmerking voor renovatie. Het schoolbestuur zal als bouwheer optreden en is nog niet gestart met de planvorming. Het schoolbestuur heeft in het verleden op eigen initiatief al enige maatregelen getroffen in het kader van de klimaatbeheersing en ventilatie. Deze kosten zijn verrekenbaar met toe te kennen krediet. De gemeente zal te zijner tijd deelnemen in de projectorganisatie. De verwachting is dat in 2031 daadwerkelijk zal worden gestart met de werkzaamheden. Een belangrijk punt hierbij is het tijdig realiseren van tijdelijke huisvesting. De gemeente heeft de plicht daarin te voorzien. De bedoeling is dat dit kan worden gelinkt aan de beschikbaarheid van de wissellocatie. Ook in samenhang met de Herenwegschool, Nutsschool en Sint Bonifaciusschool. Dit moet nog nader worden uitgewerkt. Omdat er sprake is van een renovatie zal bij de kostenraming het schoolbestuur het MJOP van het gebouw overleggen aan de gemeente. Op basis daarvan zal worden afgestemd welke onderhoudsactiviteiten gelijktijdig tijdens de renovatie door het schoolbestuur zullen worden uitgevoerd. De maatregel uit deze jaarschijf zal bij de volgende herijking opnieuw worden bevestigd.

Na vaststelling van de herijking van het IHP (2028-2031) zal het schoolbestuur in 2030 op basis van een kostenraming een krediet aanvraag indienen. Deze bevat de aanvraag tot het beschikbaar stellen van het investeringskrediet. De gemeenteraad zal daarover een besluit nemen. De bouwheer zal eveneens een aanvraag voor een voorbereidingskrediet doen aan de gemeente. Deze is opgenomen in het jaar 2029 en wordt op het toe te kennen bedrag in 2030 in mindering gebracht.

7.4.2.5. Rijnlands Lyceum

De bouwheer zal voor 2030 ook een aanvraag voor een voorbereidingskrediet doen aan de gemeente.

30

7.4.3. Derde tijdschijf (2032-2035) 3de tijdschijf school Rijnlands Lyceum totaal

2032-2035 maatregel vernieuwbouw (4.048 m2)

2032 7.839.486

2033

2034

2035

totaal in € 7.839.486 7.839.486

Tabel 7.4.3. Derde tijdschijf

7.4.3.1. Rijnlands Lyceum In het huidige IHP is voor het Rijnlands Lyceum een uitbreiding voor het Internationaal onderwijs opgenomen (2.527 m²). Deze is in 2024 gerealiseerd en vanaf augustus dit jaar in gebruik genomen. Deze m² zijn toegevoegd aan de capaciteit. Daarnaast is er in het IHP opgenomen dat een groot deel van het gebouw moet worden gerenoveerd. Het betreft twee gebouwdelen uit 1939 en 1952 (4.408 m²). De maatregel is voorzien in de jaren 2031-2034. Het schoolbestuur zal ter zijner tijd als bouwheer optreden. De gemeente zal dan deelnemen in de projectorganisatie. De verwachting is dat in 2032 daadwerkelijk zal worden gestart met de werkzaamheden. Een belangrijk punt hierbij is het tijdig realiseren van tijdelijke huisvesting. De gemeente heeft de plicht daarin te voorzien. Dit moet nog nader worden uitgewerkt. Omdat er sprake is van een vernieuwbouwmaatregel zal bij de kostenraming het schoolbestuur het MJOP van het gebouw overleggen aan de gemeente. Op basis daarvan zal worden afgestemd welke onderhoudsactiviteiten gelijktijdig tijdens de vernieuwbouw door het schoolbestuur zullen worden uitgevoerd. De maatregel uit deze jaarschijf zal bij de volgende herijking opnieuw worden bevestigd. Na vaststelling van de herijking van het IHP (2032-2035) zal het schoolbestuur in 2031 op basis van een kostenraming een krediet aanvraag indienen.

Deze bevat de aanvraag tot het beschikbaar stellen van het investeringskrediet. De gemeenteraad zal daarover een besluit nemen. Het in 2030 te verlenen toe te kennen voorbereidingskrediet zal hierop in mindering worden gebracht.

7.4.4. Vierde tijdschijf (2036-2039) 4de tijdschijf school Bloemcampschool

Sint Bonifaciusschool Nutsschool Herenwegschool

2036-2039 maatregel voorbereidingskrediet renovatie voorbereidingskrediet uitbreiding voorbereidingskrediet uitbreiding voorbereidingskrediet uitbreiding voorbereidingskrediet uitbreiding

2036

2037 421.000

2038

2039 3.793.400

73.500 661.807 48.500 64.500

436.920 582.060

68.300

totaal

675.800

615.662 6.089.849

totaal in € 421.000 3.793.400 73.500 661.807 48.500 436.920 64.500 582.060 68.300 615.662 6.765.649

Tabel 7.4.4. Vierde tijdschijf

7.4.4.1. Bloemcampschool Het gebouw van de Bloemcampschool staat niet in het huidige IHP. Daar was ook alle reden voor, want dit is het ‘jongste’ gebouw in de onderwijshuisvestingsportefeuille binnen de gemeente. Het gebouw dateert van 1999. Op grond van de uitgangspunten komt het gebouw na 40 jaar in aanmerking voor renovatie. Het schoolbestuur zal als bouwheer optreden en is nog niet gestart met de planvorming. Het bestuur heeft in het verleden op eigen initiatief al maatregelen getroffen

31

in het kader van de klimaatbeheersing en ventilatie. Deze kosten zijn verrekenbaar met toe te kennen krediet. De gemeente zal te zijner tijd deelnemen in de projectorganisatie. De verwachting is dat in 2039 daadwerkelijk zal worden gestart met de werkzaamheden. Een belangrijk punt hierbij is het tijdig realiseren van tijdelijke huisvesting. De gemeente heeft de plicht daarin te voorzien. De bedoeling is dat dit kan worden gelinkt aan de beschikbaarheid van de wissellocatie. Ook in samenhang met de Herenwegschool, Nutsschool, Sint Bonifaciusschool en Montessorischool. Dit moet nog nader worden uitgewerkt. Omdat er sprake is van een renovatie zal bij de kostenraming het schoolbestuur het MJOP van het gebouw overleggen aan de gemeente. Op basis daarvan zal worden afgestemd welke onderhoudsactiviteiten gelijktijdig tijdens de renovatie door het schoolbestuur zullen worden uitgevoerd. De maatregel uit deze jaarschijf zal bij de volgende herijking opnieuw worden bevestigd. Na vaststelling van de herijking van het IHP (2036-2039) zal het schoolbestuur in 2038 op basis van een kostenraming een krediet aanvraag indienen. Deze bevat de aanvraag tot het beschikbaar stellen van het investeringskrediet. De gemeenteraad zal daarover een besluit nemen. De bouwheer zal voor 2037 ook een aanvraag voor een voorbereidingskrediet doen aan de gemeente.

Het toe te kennen voorbereidingskrediet zal hierop in mindering worden gebracht.

7.4.4.2. Uitbreiding Bloemcampschool, Sint Bonifaciusschool, Nutsschool, Herenwegschool Op basis van de leerlingenprognose is met de toepassing van de 15 jaar doorkijk (t+15) te voorzien dat de basisscholen in Wassenaar qua leerlingenaantallen zullen groeien. Om die reden is in de doorkijk voor de periode 2036-2039 een investering opgenomen om in deze behoefte te kunnen voorzien. Voor de fusieschool Sint Baptist en Sint Jozef en de Kievietschool is deze groei reeds voorzien in de nieuwbouw. Voor de Montessorischool is er een te gering aantal m² te verwachten waardoor dit niet leidt tot een daadwerkelijke uitbreiding van het aantal m². Deze investering is een theoretische benadering, omdat er nog veel onzekerheid is over de daadwerkelijke groei van het aantal leerlingen over die periode. Ook is er voorlopig voorzien in deze groei door de wissellocatie aan te houden (zie paragraaf 6.3.). Vooralsnog is rekening gehouden dat voor deze uitbreidingen ook een voorbereidingskrediet benodigd is. Dat is opgenomen in 2037. Dit zal met de toekenning van het budget in 2039 worden verrekend.

32

8. Was/Wordt: bestaande en nieuwe IHP IHP ONDERWIJSHUISVESTING 2019-2034 VERSUS IHP ONDERIJSHUISVESTING 2024-2039 UITGANGSPUNTEN VAN HET IHP nr

uitgangspunt

IHP 2019-2034

IHP 2024-2039

1

BENG-ENG

Ambitie ENG bij nieuwbouw Toetsen op financiële haalbaarheid per situatie/ontwikkeling

2 3

Frisse scholen Renovatie/ Vernieuwbouw, levensduurverlenging Vervangende nieuwbouw Doorgaande ontwikkeling, leerlijnen

Beng, gasloos schoolbestuur kan zelf eerder dan gepland een schoolgebouw functioneler en duurzamer (ENG) te maken. Klasse B Renovatie

4

5 6 7

Gebouwkwaliteit (kader) Bron: Ruimte OK Gebouwflexibiliteit en onderhoudsarm Bron: RVO Duurzaamheid Bron: RVO

100% nieuwbouw norm

Ongewijzigd Ongewijzigd, maar aangescherpt met differentiatie naar 50% van de nieuwbouwnorm en 70% van de nieuwbouwnorm Ongewijzigd

de gemeente ondersteunt schoolbesturen op inhoudelijk gebied in hun ambities om bre(e)d(er) samen te werken met maatschappelijk partners en is bereid de kapitaallasten van de huisvestingscomponent voor maatschappelijke partners voor te financieren op basis van kostprijsdekkende huur. Niet extra opgenomen

De gemeente draagt naast de onderwijs-m2 ook de kinderopvang-m2 over aan het schoolbestuur. De gemeente financiert voor en ontvangt een vergoeding voor de jaarlijkse kapitaallasten via het schoolbestuur, dat op zijn beurt een huurafspraak met de kinderopvangorganisatie heeft. (ongewijzigd) Kwaliteitskader als handreiking voor onderwijsinstellingen

Niet opgenomen

Maakt een gebouw meer toekomstbestendig

gemeente staat positief tegenover scenario’s waarbij een eigen bijdrage van het schoolbestuur kan worden ingezet om een schoolgebouw eerder dan gepland functioneler en duurzamer te maken. Niet opgenomen

Ambitie gericht op 2030 en 2050 (niet gewijzigd)

8

Multifunctionaliteit schoolgebouwen

9a

Gebruik kostennorm op basis van reële bouwkosten

VNG norm met verhoging

9b

Te hanteren normbedrag, HEVO kostenconfigurator

Niet opgenomen

33

Gemeente krijgt meer mogelijkheden om medegebruik binnen de gebouwen te bewerkstelligen Marktconforme norm De werkelijke investeringskosten behoren tot de zorgplicht van de gemeente bij realisatie van onderwijsvoorzieningen Maakt het mogelijk onderdelen aan de basisnorm toe te voegen en vormen een (financiële) toetssteen voor de planbeoordeling bij investeringsaanvragen voor onderwijsvoorzieningen

MAATREGELEN nr 1

school Kievietschool

IHP 2019-2034 Renovatie (monumentale deel) (op basis van nieuwbouwnorm) + vervanging /uitbreiding Renovatie (monumentale deel)

2.

Herenwegschool

3.

Sint Jozefschool

4.

Sint Baptistschool

5.

Sint Bonifatiusschool

Vervangende nieuwbouw i.s.m. Sint Baptistschool Vervangende nieuwbouw i.s.m. Sint Jozefschool Geen maatregel

6.

Montessorischool

Geen maatregel

7.

Nutsschool

Geen maatregel

8.

Bloemcampschool

Geen maatregel

9.

Adelbert College

Geen maatregel

10.

Rijnlands Lyceum

Renovatie (monumentale deel)

Tabel 8.1. Was-wordt schema

34

IHP 2024-2039 Vernieuwbouw (monumentale deel) op basis van 70% nieuwbouwnorm + inzet middelen MJOP en vervanging/uitbreiding Vernieuwbouw (monumentale deel) op basis van 70% nieuwbouwnorm + inzet middelen MJOP Uitbreiding in 2039 ongewijzigd ongewijzigd Vernieuwbouw (monumentale deel) op basis van 70% nieuwbouwnorm + inzet middelen MJOP Uitbreiding in 2039 Renovatie op basis van 50% nieuwbouwnorm + inzet middelen MJOP Renovatie op basis van 50% nieuwbouwnorm + inzet middelen MJOP Uitbreiding in 2039 Renovatie op basis van 50% nieuwbouwnorm + inzet middelen MJOP Uitbreiding in 2039 Renovatie op basis van 50% nieuwbouwnorm + inzet middelen MJOP Vernieuwbouw (monumentale deel) op basis van 70% nieuwbouwnorm + inzet middelen MJOP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=5aa88524-fe67-4a2e-8234-a90daad8e049