CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Gewijzigde statuten Stichting Openbaar Primair Onderwijs Wassenaar (gean)

Raadsvergadering Wassenaar 24 februari 2026, gemeente wassenaarBij agendapunt: Statutenwijziging Stichting Openbaar Primair Onderwijs Wassenaar8.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 2019.0524.01 Versie 29 mei/19 december 2025

STATUTENWIJZIGING van de stichting: Stichting Openbaar Primair Onderwijs Wassenaar, met zetel in de gemeente Wassenaar

Heden, ** tweeduizend vijfentwintig (**-**-2025), is voor mij, , notaris te Wassenaar, verschenen: **, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van de stichting: STICHTING OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS WASSENAAR, statutair gevestigd te gemeente Wassenaar, met adres 2244 EE Wassenaar, Bloemcamplaan 52, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 27323857. De comparant, handelend als gemeld, heeft verklaard dat: a.

het bestuur van de stichting: STICHTING OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS WASSENAAR, statutair gevestigd te Wassenaar, met adres 2244 EE Wassenaar, Bloemcamplaan 52, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 27323857, hierna te noemen: "de Stichting", op ** tweeduizend vijfentwintig (**-**-2025) bij vergadering heeft besloten om de statuten van de Stichting geheel te wijzigen, alsmede om de comparant te machtigen deze akte te doen verlijden, van welke besluiten blijkt uit een uittreksel uit de notulen van de vergadering, waarvan een exemplaar in kopie aan deze akte wordt gehecht;

b.

de statuten van de Stichting zijn laatstelijk gewijzigd bij akte verleden op drie december tweeduizend twintig (03-12-2020) voor , destijds notaris te Wassenaar.

Ter uitvoering van voormeld besluit tot statutenwijziging heeft de comparant, handelend als vermeld, verklaard de statuten van de Stichting bij deze akte geheel te wijzigen als volgt: STATUTEN.

2

Naam en zetel Artikel 1 1.

De Stichting draagt de naam "Stichting Openbaar Primair Onderwijs Wassenaar".

2.

De Stichting heeft haar zetel in de gemeente Wassenaar.

3.

De Stichting is voor onbepaalde tijd in het leven geroepen.

Begripsbepaling Artikel 2 In deze statuten wordt verstaan onder: a.

de gemeente: de gemeente Wassenaar;

b.

het college, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

c.

een ouder: een ouder, verzorger of voogd van een leerling die is ingeschreven op de school;

d.

de gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente;

e.

de school: de Bloemcampschool;

f.

de WPO: de Wet op het primair onderwijs;

g.

het bestuur: het bestuur, zoals bedoeld in artikel 2:291 Burgerlijk Wetboek;

h.

de raad van toezicht: het orgaan dat is belast met de functie intern toezichthouden zoals bedoeld in artikel 17b tweede lid WPO;

i.

code voor goed bestuur: de code als bedoeld in artikel 171 lid 1 onder a WPO;

j.

onderwijswetgeving: wetgeving ten aanzien van het openbaar primair onderwijs die op enig moment gaat gelden en van toepassing is op de door de Stichting in standgehouden school.

Doel en middelen Artikel 3 1.

De Stichting heeft ten doel het in stand houden van een school voor openbaar primair onderwijs en het doen geven van openbaar onderwijs aan de school die onder haar gezag valt, met inachtneming van artikel 46 van de WPO. Om het doel te verwezenlijken kan de Stichting gebruikmaken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn.

2.

De Stichting beoogt niet het maken van winst met het totaal van haar

3

activiteiten die erop gericht zijn om haar doelstelling te verwezenlijken of te bevorderen. Geldmiddelen Artikel 4 1.

De geldmiddelen van de Stichting worden verkregen door: a.

van overheidswege verstrekte en te verstrekken vergoedingen, bestemmingsbedragen of subsidies;

b.

rechtmatig verkregen bijdragen en schenkingen;

c.

schenkingen, erfstellingen en legaten, waarbij erfstellingen echter alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving mogen worden aanvaard;

d. 2.

andere baten.

De Stichting houdt niet meer vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van haar doelstelling.

3.

Onder vermogen dat nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden als bedoeld in het vorige lid wordt begrepen: a.

vermogen of bestanddelen daarvan die krachtens uiterste wilsbeschikking of schenking door de Stichting zijn verkregen, en die op grond van aan die uiterste wilsbeschikking of schenking verbonden voorwaarden, al dan niet in reële termen, in stand moeten worden gehouden;

b.

vermogensbestanddelen voor zover de instandhouding daarvan voortvloeit uit de doelstelling van de Stichting, en

c.

activa en voor de voorziene aanschaf van activa aangehouden vermogensbestanddelen, voor zover de Stichting die activa redelijkerwijs nodig heeft ten behoeve van haar doelstelling.

Organisatie van de Stichting / bestuur en raad van toezicht Artikel 5 1.

De Stichting wordt bestuurd door een bestuur, dat bestaat uit één of meer natuurlijke personen. De omvang van het bestuur wordt vastgesteld door de raad van toezicht.

2.

De leden van het bestuur worden benoemd door de raad van toezicht, na

4

consultatie van het bestuur. 3.

Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht vast te stellen vooraf openbaar gemaakt profiel.

4.

Bij de benoeming en het ontslag van een lid van het bestuur worden de wettelijke bepalingen met betrekking tot medezeggenschap in acht genomen.

5.

Tot lid van het bestuur kan niet worden benoemd een persoon die: a.

die tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder vervult bij een andere onderwijsorganisatie in de sector PO, niet zijnde een samenwerkingsverband voor passend onderwijs.

b.

die lid is van de raad van toezicht of die in de afgelopen vier jaar lid is geweest van de raad van toezicht;

c.

bloed- of aanverwant tot in de derde graad is van een ander lid van het bestuur dan wel van een persoon die een managementfunctie vervult binnen de door de Stichting in stand gehouden school of scholen;

d.

lid is van een medezeggenschapsorgaan verbonden aan de door de Stichting in stand gehouden school of scholen;

e.

als bestuurder verbonden is aan of in dienst is van een organisatie welke pleegt betrokken te zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers;

f.

het vrij beheer over zijn vermogen mist;

g.

niet benoembaar is volgens de verplichtende bepalingen in de geldende code goed bestuur in het onderwijs;

6.

h.

in dienst is van de gemeente;

i.

deel uitmaakt van het college of van de gemeenteraad.

Elk lid van het bestuur draagt verantwoordelijkheid voor de algemene zaken. De directeur-bestuurder wordt door de raad van toezicht in functie benoemd. Het bestuur kan bij of krachtens deze statuten de onderlinge taken en bevoegdheden van de overige leden van het bestuur nader regelen, in het bestuursreglement. Deze taakverdeling behoeft de goedkeuring van de raad van toezicht. Een taak- en bevoegdheidsverdeling bedoeld doet niet af aan de collectieve verantwoordelijkheid het bestuur op het gebied van algemene zaken.

5

7.

Een besluit tot benoeming, schorsing en ontslag van een lid van het bestuur wordt door de raad van toezicht genomen bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin de meerderheid van alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering het aanwezigheidsquorum bedoeld in de vorige volzin niet is gehaald, kan binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen kan worden besloten ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden.

8.

De directeur-bestuurder wordt door de raad van toezicht benoemd voor de duur van de arbeidsovereenkomst of van een andere overeenkomst. Bij de vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het bestuur sluit de raad van toezicht aan bij de voor bestuurders in de sector geldende normen.

9.

De eventuele overige leden van het bestuur worden voor vier jaar benoemd. De leden kunnen na afloop van de zittingsperiode terstond, maar ten hoogste eenmaal door de raad van toezicht worden herbenoemd.

Bestuur; schorsing en ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 6 1.

De raad van toezicht schorst en ontslaat de leden van het bestuur.

2.

De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd tot schorsing van een lid van het bestuur.

3.

Indien een lid van het bestuur is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen.

4.

Een lid van het bestuur dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en

6

zich daarbij desgewenst door een raadsman te laten bijstaan. 5.

Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van het bestuur omtrent wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord.

6.

Een lid van het bestuur defungeert voorts: a.

door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;

b.

door vrijwillig aftreden;

c.

door het voldoen aan een omstandigheid genoemd in artikel 5 vijfde lid, zulks ter beoordeling van de raad van toezicht;

d.

door de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met de Stichting;

e.

door zijn ontslag door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;

7.

f.

door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;

g.

door overlijden.

In het geval er een of meer vacatures zijn in het bestuur voorziet de raad van toezicht zo snel als mogelijk daarin. In geval van vacatures of bij belet of ontstentenis van een of meer leden behouden de overige leden/ het enige overgebleven lid van het bestuur hun/ zijn bevoegdheden. Het bestaan van een of meer vacatures in het bestuur tast de rechtsgeldigheid van de besluiten van het bestuur niet aan.

8.

Ingeval van een vacature, of bij belet of ontstentenis van een lid van het bestuur blijven de overblijvende leden van het bestuur met het bestuur van de Stichting belast. In de vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

9.

In geval van ontstentenis of belet van alle leden van het bestuur berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht aan te wijzen personen, onverminderd de verplichting voor de raad van toezicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien. Leden van de raad van toezicht verrichten nimmer taken van het bestuur. Indien en voor zover een lid van de raad van toezicht optreedt als tijdelijk

7

bestuurder, treedt die persoon voor die periode uit de raad van toezicht. Is voorzienbaar dat de vacature langer dan drie maanden zal openstaan dan benoemt de raad van toezicht een bestuurder ad interim, dan wel voorziet op een andere wijze in de vacature. Degene die bij belet of ontstentenis van een lid van het bestuur ingevolge een statutaire regeling is aangewezen tot het verrichten van bestuursdaden, wordt voor wat deze bestuursdaden betreft met een lid van het bestuur gelijkgesteld. 10. Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden dan ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeënzeventig uur door de Stichting of een lid van het bestuur of een lid van de raad van toezicht geen contact met een lid van het bestuur kan worden verkregen, met dien verstande dat het bestuur kan besluiten dat een andere periode van toepassing is. Bestuur; taken en bevoegdheden. Artikel 7. 1.

Het bestuur is belast met het besturen van de Stichting onder toezicht van de raad van toezicht. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het bestuur zich naar het doel van de Stichting en de met haar verbonden organisatie.

2.

Het bestuur is bevoegd tot het benoemen, ontslaan en treffen van rechtspositionele maatregelen jegens het personeel van de Stichting.

3.

Het bestuur draagt er zorg voor dat het onderwijs overeenkomstig de grondslag en doelstelling van de Stichting plaatsvindt.

4.

Het bestuur stelt conform artikel 31 WPO een managementstatuut vast met inachtneming van het bepaalde in de wet. De vaststelling, wijziging of intrekking van het managementstatuut behoeft de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht. Het bestuur draagt er zorg voor dat een exemplaar van het managementstatuut in het gebouw van de school ter inzage beschikbaar is op een voor eenieder toegankelijke plaats.

5.

Het bestuur legt verantwoording af aan de raad van toezicht en verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke

8

gegevens. Het bestuur stelt ten minste een keer per jaar de raad van toezicht schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen. 6.

Het bestuur is slechts met goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring bedoeld in de eerste volzin van dit lid, neemt het bestuur respectievelijk de raad van toezicht de WPO in acht. Het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur aan.

7.

Het bestuur behoeft voorts de goedkeuring van de raad van toezicht voor de navolgende bestuursbesluiten: a.

het vaststellen van het strategisch meerjarenplan en bijbehorende (meerjaren-)begroting, de missie en de visie van de Stichting;

b.

het vaststellen van de jaarrekening en jaarverslag, waarin verantwoording wordt afgelegd over de mate waarin de vastgestelde doelstellingen worden gehaald, en het treasurystatuut;

c.

het vaststellen van het kwaliteitszorgsysteem en het daarbij te hanteren waarderingskader;

d.

de vaststelling en wijziging van de klachtenregeling;

e.

het doen van investeringen en het aangaan van verplichtingen van meer dan dertigduizend euro (€ 30.000,00) gedurende een boekjaar, voor zover die niet zijn opgenomen in de door de raad van toezicht goedgekeurde begroting;

f.

het stichten van een nieuwe school, dan wel het aanvaarden van het bevoegd gezag over een school, de wijziging van de richting van een school, de opheffing, samenvoeging, overdracht of afsplitsing van (een deel van) door de Stichting in stand gehouden scholen;

g.

het aangaan en/of verbreken van een duurzame samenwerking met een

9

andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting of de in stand te houden scho(o)l(en); h.

het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon alsmede besluitvorming door het bestuur inzake de vaststelling en wijziging van diens statuten;

i.

het aanvragen van surseance van betaling of faillissement van de Stichting;

j.

het teweegbrengen van een belangrijke wijziging in de organisatie;

k.

een ingrijpende wijziging in of de beëindiging van een aanzienlijk aantal arbeidsovereenkomsten werknemers in korte tijd;

l.

het vaststellen en wijzigen van het managementstatuut;

m. het vaststellen en wijzigen van de integriteitscode en procuratieregeling;

8.

n.

het vaststellen en wijzigen van het bestuursreglement;

o.

statutenwijziging en ontbinden van de Stichting;

p.

juridische fusie of splitsing.

Hoofd- en nevenfuncties van de leden van het bestuur worden gemeld bij de voorzitter van de raad van toezicht en zijn niet toegestaan indien deze tegenstrijdig zijn met het belang van de Stichting.

9.

Hoofd- en nevenfuncties van de leden van het bestuur – betaald en onbetaald - worden vermeld in het jaarverslag.

Bestuur; vergadering en besluitvorming. Artikel 8. 1.

Het bestuur legt belangrijke besluiten schriftelijk vast.

2.

Indien en voor zover sprake is van een meerhoofdig bestuur, gelden voorts de hierna volgende bepalingen, waaronder in ieder geval het bepaalde in artikel 9. Het bepaalde in het twaalfde lid van dit artikel geldt tevens voor een eenhoofdig bestuur.

3.

De oproeping tot de bestuursvergadering geschiedt schriftelijk aan ieder lid van het bestuur en wordt verzonden door het bestuur in opdracht van degene die het houden van de vergadering heeft verlangd. De bijeenroeping vermeldt

10

de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. Het lid van het bestuur dat voor dit doel een adres aan de Stichting bekend heeft gemaakt, kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht. 4.

De termijn van oproeping bedraagt ten minste vijf dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, zulks ter beoordeling van de voorzitter.

5.

Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen indien de meerderheid van de leden van het bestuur ter vergadering (waaronder de directeur-bestuurder) aanwezig of vertegenwoordigd is. Een lid van het bestuur kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van het bestuur doen vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht.

6.

Een lid van het bestuur kan niet meer dan één ander lid van het bestuur vertegenwoordigen.

7.

Het bestuur kan zich in zijn vergaderingen door deskundigen met een adviserende stem laten bijstaan.

8.

In de vergadering van het bestuur heeft ieder lid van het bestuur recht op het uitbrengen van één stem. Tenzij anders blijkt in deze statuten vindt besluitvorming door het bestuur zo veel mogelijk plaats op basis van consensus. Kan het bestuur niet op basis van consensus besluiten dan keert het voorstel de eerstvolgende vergadering terug. Alsdan geschiedt de besluitvorming met volstrekte meerderheid van stemmen. Indien de stemmen alsdan opnieuw staken, dan wordt geacht geen besluit tot stand te zijn gekomen en informeert het bestuur de raad van toezicht, die een advies kan uitbrengen. Dit advies is niet bindend; het bestuur kan hiervan gemotiveerd afwijken.

9.

Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende,

11

gesloten briefjes. 10. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 11. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van het bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 12. Een lid van het bestuur meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang aan de voorzitter van de raad van toezicht en verschaft alle relevante informatie. De raad van toezicht beslist of sprake is van een tegenstrijdig belang. Een lid van het bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met de Stichting verbonden organisatie. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen besluit wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. 13. Het bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van het bestuur die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan.

Een lid van het bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het bestuur deelnemen, mits dat lid van het bestuur steeds alle andere leden van het bestuur kan verstaan en door die andere leden van het bestuur wordt verstaan. 14. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt en alle leden van het bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van de leden van het bestuur zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. Onder schriftelijk wordt mede begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle leden van het bestuur bekend heeft gemaakt. 15. Het bestuur beraadslaagt zo dikwijls als het dat nodig acht, doch ten minste

12

tienmaal per jaar. 16. De directeur-bestuurder leidt de vergaderingen van het bestuur en bij diens afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 17. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden. 18. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 19. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. De notulen worden nadat zij zijn vastgesteld door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend. Openbaarheid en vergaderingen Artikel 9 1.

De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar. Indien besluiten buiten vergadering tot stand zijn gekomen worden zodanige besluiten, alsmede bescheiden waaruit het nemen van een zodanig besluit blijkt, op verzoek openbaar gemaakt.

2.

Vergaderingen worden besloten gehouden, wanneer ten minste twee aanwezige bestuursleden hierom vragen of wanneer de voorzitter dit nodig acht. Het bestuur beslist vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde aangelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Het vergaderen achter gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a.

het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

b.

de economische of financiële belangen van de Stichting;

13

c.

het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden.

3.

Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het bestuur anders beslist.

Geheimhouding van stukken Artikel 10 1.

Het bestuur kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan hem zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen.

2.

De ingevolge het voorgaande lid opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling tegenwoordig waren, alsmede door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat het bestuur de geheimhouding opheft.

3.

De voorzitter van het bestuur kan omtrent de inhoud van stukken in het voorgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen. De verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, indien zij niet in de eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van de leden tegenwoordig is, door het bestuur wordt bekrachtigd.

Archief Artikel 11 Het bestuur draagt met inachtneming van de Archiefwet 1995 zorg voor de archiefbescheiden. Vertegenwoordiging Artikel 12 1.

Het bestuur vertegenwoordigt de Stichting in en buiten rechte.

2.

Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan de directeurbestuurder.

3.

Bestuurders kunnen niet over het vermogen van de Stichting beschikken als ware het hun eigen vermogen.

4.

Het bestuur kan aan één of meer van de bestuurders of andere personen die werkzaam zijn bij de Stichting een doorlopende volmacht verlenen om de

14

Stichting te vertegenwoordigen. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de Stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht. Raad van toezicht; samenstelling, benoeming en defungeren Artikel 13 1.

De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van ten minste vier en ten hoogste zes leden, die bij voorkeur woonachtig zijn in Wassenaar. Slechts natuurlijke personen kunnen worden benoemd tot lid van de raad van toezicht.

2.

De gemeenteraad benoemt: a.

ten minste een derde, maar geen meerderheid van de leden van de raad van toezicht op bindende voordracht van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad.

b.

de overige leden van de raad van toezicht op voordracht van de raad van toezicht.

3.

De raad van toezicht stelt in een reglement een procedure voor de voordracht als bedoeld in lid 2 van dit artikel, een gewenste kwalitatieve samenstelling van de raad van toezicht en bijbehorende competentieprofielen vast en zendt deze ter kennisgeving aan de gemeenteraad.

4.

Bij de samenstelling van de raad van toezicht wordt, onverminderd het in de volgende leden bepaalde, gelet op diverse facetten die de aandacht van de raad van toezicht vragen waarbij de raad van toezicht in ieder geval wordt samengesteld op basis van algemene toezichthoudende kwaliteiten, affiniteit met de doelstelling van de Stichting en met een spreiding van deskundigheden en achtergronden. De aandachtspunten met betrekking tot de van de raad van toezicht gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een competentieprofiel. De medezeggenschapsraad heeft adviesrecht over dit competentieprofiel. De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor de betreffende zetel in de raad van toezicht.

5.

Bij de samenstelling van de raad van toezicht wordt gestreefd naar een gelijke

15

verhouding tussen ouders en niet-ouders. 6.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar met inachtneming van het hierna in dit lid bepaalde. Aftreden geschiedt na het eindigen van de benoemingsperiode en met in achtneming van een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden.

7.

De gemeenteraad kan een lid van de raad van toezicht, dat naar zijn oordeel in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van de raad van toezicht voor maximaal vier maanden schorsen of ontslaan. In het geval van schorsing vermeldt de gemeenteraad de gevolgen daarvan.

8.

De raad van toezicht kan overeenkomstig het voorgaande lid een lid van de raad van toezicht voor maximaal drie maanden schorsen, mits daartoe wordt besloten met een tweederde meerderheid van stemmen. Het lid dat wordt voorgedragen voor schorsing neemt niet deel aan de besluitvorming, maar wordt wel in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin de schorsing aan de orde is, te verantwoorden. Daarin kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Indien een lid van de raad van toezicht is geschorst, dient de gemeenteraad binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag van het betreffende lid van de raad van toezicht dan wel tot opheffing of handhaving van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot handhaving van de schorsing kan slechts éénmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden gehandhaafd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de gemeenteraad het besluit tot handhaving heeft genomen.

9.

De leden van de raad van toezicht respecteren de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs.

10. Personen die (i) in dienst zijn van de gemeente of (ii) in dienst zijn van de Stichting, kunnen geen lid van de raad van toezicht zijn. 11. Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met het lidmaatschap van de medezeggenschapsraad van de school en het lidmaatschap van het college of van de gemeenteraad.

16

12. Een lid van de raad van toezicht mag niet: a.

als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting of van een andere bij het geschil betrokken partij;

b.

als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de Stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg;

c.

als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de Stichting als bedoeld in onderdeel d.;

d.

rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: i.

het aannemen van werk ten behoeve van de Stichting;

ii.

het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de Stichting;

iii. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de Stichting; iv. het verhuren van roerende zaken aan de Stichting; v.

het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de Stichting;

vi. het van de Stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; vii. het onderhands huren of pachten van de Stichting. e.

lid zijn van het bestuur van de Stichting.

13. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan en kan tevens uit zijn midden een vicevoorzitter benoemen, die bij afwezigheid van de voorzitter al diens taken en bevoegdheden waarneemt. 14. Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a.

door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);

b.

door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;

c.

door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;

d.

door zijn ontslag door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;

17

e.

door zijn overlijden;

f.

doordat het lid van de raad van toezicht heeft opgehouden te voldoen aan de in deze statuten kwalitatieve vereisten die aan het lid van de raad van toezicht zijn gesteld.

15. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de voltallige taken van de raad van toezicht waar. Indien alle leden van de raad van toezicht zullen ontbreken, is de gemeenteraad gehouden om zo spoedig mogelijk over te gaan tot benoeming van minimaal vier (4) leden van de raad van toezicht. 16. Leden van de raad van toezicht ontvangen als zodanig geen bezoldiging, middellijk noch onmiddellijk. Leden van de raad van toezicht kunnen wel recht hebben op een redelijke vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet-bovenmatig vacatiegeld, indien de raad van toezicht daartoe besluit. Deze vergoedingen worden aldus in de jaarrekening zichtbaar gemaakt en nader toegelicht. Artikel 14 Taken en bevoegdheden raad van toezicht 1.

De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de Stichting. De raad van toezicht staat het bestuur met raad terzijde en fungeert als klankbord. De raad van toezicht kan het bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren.

2.

Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het doel van de Stichting en de met de Stichting verbonden organisatie. De raad van toezicht is in ieder geval belast met de taken als omschreven in artikel 17c WPO, welke bevoegdheden op de dag van deze statutenwijziging de navolgende zijn: a.

het goedkeuren van de begroting en het jaarverslag en het strategisch beleidsplan van de Stichting;

b.

het toezien op de naleving door het bestuur van de wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur en de afwijkingen van die code;

18

c.

het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school die zijn verkregen op grond van de WPO;

d.

het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht; en,

e.

het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder a tot en met d, in het jaarverslag.

Verder heeft de raad van toezicht de bevoegdheden en taken die in deze statuten en de onderwijswetgeving worden vermeld. 3.

De vergaderingen van de raad van toezicht worden bijgewoond door het bestuur. Voorafgaand aan het in vorige volzin genoemde overleg, kan de raad van toezicht een vooroverleg laten plaatsvinden van uitsluitend leden van de raad van toezicht. Ten minste eenmaal per jaar vergadert de raad van toezicht buiten aanwezigheid van het bestuur. In deze vergadering bespreekt de raad van toezicht het functioneren van zowel het bestuur als de raad van toezicht. De leden van de raad van toezicht voeren ten minste tweemaal per jaar overleg met de medezeggenschapsraad. Dit overleg is gericht op informatieuitwisseling en kan buiten aanwezigheid van het bestuur plaatsvinden, indien de raad van toezicht dit nodig of nuttig oordeelt.

4.

De raad van toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden en de bezoldiging van de directeur-bestuurder vast.

5.

De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting; de raad van toezicht heeft te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen..

6.

Het bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen.

7.

De raad van toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de

19

uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 8.

Hoofd- en nevenfuncties van de leden van het bestuur worden gemeld bij de voorzitter van de raad van toezicht en zijn niet toegestaan indien deze tegenstrijdig zijn met het belang van de Stichting.

9.

Hoofd- en nevenfuncties van de leden van het bestuur en de raad van toezicht – betaald én onbetaald - worden vermeld in het jaarverslag.

Artikel 15 Raad van toezicht; vergadering en besluitvorming 1.

De raad van toezicht vergadert ten minste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of twee of meer leden van de raad van toezicht dit wenselijk acht(en).

2.

De oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk aan ieder lid van de raad van toezicht en wordt verzonden door de raad van toezicht in opdracht van degene die het houden van de vergadering heeft verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. Het lid van de raad van toezicht dat voor dit doel een adres aan de Stichting bekend heeft gemaakt, kan tot de vergaderingen van de raad van toezicht worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht.

3.

De termijn van oproeping bedraagt ten minste vijf dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, zulks ter beoordeling van de voorzitter.

4.

Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van de raad van toezicht doen vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht. Een lid van de raad van toezicht kan niet meer dan één ander lid van de raad van toezicht vertegenwoordigen.

5.

De voorzitter en bij diens afwezigheid de vice-voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht. Bij beider afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.

20

6.

De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden.

7.

Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

8.

Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de secretaris of door een van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden nadat zij zijn vastgesteld door de voorzitter en de secretaris van die vergadering ondertekend.

9.

Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen, indien alle leden van de raad van toezicht met inachtneming van het hiervoor bepaalde zijn opgeroepen en meer dan de helft van alle leden van de raad van toezicht ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

10. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem. Indien de stemmen staken, komt geen besluit tot stand. 11. Tenzij anders blijkt in deze statuten vindt besluitvorming door de raad van toezicht zo veel mogelijk plaats op basis van consensus. Kan de raad van toezicht niet op basis van consensus besluiten dan keert het voorstel de eerstvolgende vergadering terug. Alsdan geschiedt de besluitvorming met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Indien de

21

stemmen alsdan opnieuw staken, dan wordt geacht geen besluit tot stand te zijn gekomen. 12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 13. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 14. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter. 15. Een lid van de raad van toezicht meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang aan de voorzitter van de raad van toezicht en verschaft alle relevante informatie. De raad van toezicht beslist of sprake is van een tegenstrijdig belang. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging ten de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met de Stichting verbonden organisatie. Wanneer hierdoor geen besluit kan worden genomen wordt het besluit genomen door de raad van toezicht, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 16.

De raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan. 17. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt en alle leden van de raad van toezicht in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van de leden van de raad van toezicht zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt

22

mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. Onder schriftelijk wordt mede begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat de raad van toezicht voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle leden van de raad van toezicht bekend heeft gemaakt. Commissies, reglementen Artikel 16 1.

Het bestuur, met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht, en de raad van toezicht zijn ieder afzonderlijk bevoegd één of meer commissies in te stellen, welke het bestuur respectievelijk de raad van toezicht kunnen adviseren over de bij de instelling van de commissie benoemde thema’s. Alsdan stelt het bestuur (met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht) respectievelijk de raad van toezicht in aanvulling op het bepaalde in deze statuten een reglement vast, waarin de samenstelling, taken en bevoegdheden van de commissie worden geregeld.

2.

De raad van toezicht kan een bestuursreglement vaststellen, waarin hij bepaalt op welke wijze de directeur-bestuurder de bevoegdheden en verantwoordelijkheden, die bij of krachtens de wet aan het bevoegd gezag van de school zijn toegekend, worden toebedeeld aan de directeur-bestuurder, onverminderd het bepaalde in artikel 12.

3.

Het bestuursreglement bevat richtlijnen voor de uitoefening van de aan de directeur-bestuurder toebedeelde taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en het toezicht dat de raad van toezicht op de directeur-bestuurder uitoefent.

4.

Het bestuursreglement bevat regels voor het verstrekken van informatie door de directeur-bestuurder aan de raad van toezicht.

5.

De raad van toezicht zal met inachtneming van deze statuten, het reglement raad van toezicht opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld.

23

6.

Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

Verantwoording Artikel 17 1.

Het bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad verslag uit omtrent zijn werkzaamheden. Het bestuur besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs.

2.

Het verslag wordt openbaar gemaakt.

Financiën en verslaglegging Artikel 18 1.

Het boekjaar van de Stichting valt samen met het kalenderjaar.

2.

Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Stichting op zodanige wijze een administratie te voeren dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend. Uit de administratie dient tevens duidelijk te blijken: a.

de aard en omvang van de (eventuele) aan de afzonderlijke bestuursleden toekomende onkostenvergoedingen en vacatiegelden;

b.

de aard en omvang van de kosten die door de Stichting zijn gemaakt ten behoeve van het beheer van de Stichting, alsmede de aard en omvang van de andere uitgaven van de Stichting;

3.

c.

de aard en omvang van de inkomsten van de Stichting, en

d.

de aard en omvang van het vermogen van de Stichting.

Het bestuur biedt jaarlijks vóór vijftien december een ontwerp van de begroting met toelichting voor het komende jaar van de baten en de lasten van de activiteiten en vóór één juni een ontwerp van de rekening over het afgelopen jaar van de Stichting ter goedkeuring aan de raad van toezicht aan. De rekening gaat vergezeld van een verslag van het bestuur en het verslag van een door de raad van toezicht aangewezen registeraccountant dat, behalve de verklaring bij de rekening, bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. De goedkeuring strekt het bestuur niet tot decharge. Hieromtrent zal door de raad van toezicht separaat worden besloten. Mocht de begroting niet voor één februari van het jaar waarvoor de begroting geldt

24

zijn goedgekeurd, dan zal het bestuur hiervan kennis geven aan de gemeenteraad. 4.

De jaarstukken als hiervoor bedoeld worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en ten blijke daarvan door alle leden van het bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan.

5.

Het bestuur is verplicht de op papier gestelde jaarrekening, alsmede de hiervoor in dit artikel bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren, onverminderd het bepaalde in het zesde lid.

6.

De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde jaarrekening, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

Vrijwaring en vrijtekening Artikel 19 1.

De Stichting stelt iedere persoon die, vanwege het feit dat hij lid van het bestuur of de raad van toezicht van de Stichting is of was, als partij betrokken is of was of als een op diens betrokkenheid als partij uitlopende ontwikkeling aannemelijk is bij een op handen zijnde, aanhangige of beëindigde actie of procedure van welke aard dan ook, door of namens de Stichting dan wel door derden ingesteld, schadeloos voor alle nadelige financiële gevolgen, daaronder begrepen kosten en boetes, die hij in werkelijkheid en redelijkerwijze hoeft moeten dragen in verband met een dergelijke actie of procedure, mits hij heeft gehandeld op een wijze die hij redelijkerwijze kon beschouwen in het belang van of niet tegen de belangen van de Stichting te zijn. Het bepaalde in de eerste volzin is niet van toepassing indien en voor zover het doen van een beroep op deze regeling in strijd zou zijn met de

25

goede trouw. Daarbij wordt het begrip goede trouw zo ruim uitgelegd als op dat moment juridisch aan de orde is. 2.

Een schadeloosstelling door de Stichting bedoeld in het vorige lid geschiedt na een vaststelling dat het lid van het bestuur of van de raad van toezicht voldaan heeft aan de van toepassing zijnde gedragsnorm genoemd in het vorige lid. Deze vaststelling geschiedt door de raad van toezicht in een voltallige vergadering.

3.

Kosten gemaakt voor het voeren van verweer in een actie of procedure kunnen door de Stichting worden voorgeschoten in afwachting van de einduitspraak in de actie of procedure en wel krachtens besluit van de raad van toezicht met betrekking tot het desbetreffende geval, na ontvangst van een schriftelijke toezegging door of namens het lid van het bestuur of de raad van toezicht om dit bedrag terug te betalen, tenzij uiteindelijk vastgesteld wordt dat hij het recht heeft door de Stichting schadeloos gesteld te worden zoals in dit artikel bepaald.

4.

De schadeloosstelling voorzien in dit artikel wordt niet geacht enig ander recht uit te sluiten op een schadeloosstelling die de betrokken persoon zou kunnen toekomen krachtens een reglement, een (verzekerings-)overeenkomst, een verschuldigde betaling van de niet-belanghebbende bestuursleden of leden van de raad van toezicht of anderszins. Deze schadeloosstelling zal blijven gelden voor een persoon die geen lid van het bestuur of de raad van toezicht meer is en zal ook ten goede komen aan de erfgenamen of legatarissen.

Statutenwijziging en ontbinding Artikel 20 1.

Het bestuur kan in een speciaal daartoe belegde vergadering, waarin alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, met een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten tot wijziging van de statuten van de Stichting. Het bestuur behoeft voor iedere wijziging van de statuten de goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad.

2.

Het bestuur kan in een speciaal daartoe belegde vergadering, waarin alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, met een twee derde meerderheid

26

van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten tot ontbinding van de Stichting. Het besluit tot ontbinding behoeft de goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad. Voorzien in het bestuur van de school Artikel 21 De gemeenteraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de school en zo nodig de Stichting te ontbinden. Vereffening Artikel 22 1.

Bij ontbinding van de Stichting is de directeur-bestuurder onder toezicht van de raad van toezicht met de vereffening belast.

2.

Gedurende de vereffening blijven deze statuten van kracht voor zover dat met de vereffening verenigbaar is. De vereffenaars leggen rekening en verantwoording af aan de raad van toezicht.

3.

De vereffenaars doen aan de registers waar de Stichting is ingeschreven opgaaf van hun optreden als zodanig en van de gegevens over zichzelf die van een bestuurder en een lid van de raad van toezicht worden verlangd.

4.

Het bestuur stelt bij het besluit tot ontbinding, na verleende goedkeuring van de raad van toezicht, de bestemming van het overschot na vereffening vast. De bestemming is in overeenstemming met het doel van de Stichting, met dien verstande dat het overschot besteed wordt aan: a.

een algemeen nut beogende instelling, als bedoeld in artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of een daarvoor in de plaats tredende bepaling, met een soortgelijke doelstelling, of

b.

een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.

Overgangs- en slotbepaling Artikel 23 In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet. In alle gevallen de Stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur na verleende goedkeuring van de raad

27

van toezicht. EINDE STATUTENWIJZIGING. Slotbepalingen Met deze statutenwijziging komt er een wijziging in de samenstelling van het bestuur. Tot lid van het bestuur zijn met ingang van de wijziging van deze statuten aangewezen: ** Tot leden van de Raad van Toezicht zijn met ingang van de wijziging van deze statuten aangewezen: ** Slot akte. De comparant is mij, notaris, bekend. WAARVAN AKTE in minuut is verleden te Wassenaar op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Na mededeling van de zakelijke inhoud van deze akte aan de comparant en het geven van een toelichting daarop, heeft de comparant verklaard tijdig voor het verlijden van deze akte gelegenheid te hebben gehad om van de inhoud van deze akte kennis te nemen en daarvan ook kennis te hebben genomen, met de inhoud van deze akte in te stemmen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Onmiddellijk na voorlezing van in elk geval die gedeelten van deze akte, waarvan de wet voorlezing verplicht stelt, is deze akte vervolgens eerst door de comparant en onmiddellijk daarna door mij, notaris, ondertekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=0f602cc9-0935-45d5-b3da-4167719eacd3