CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beleidsplan VVE 2024 2027

Raadsvergadering Wassenaar 24 oktober 2023, gemeente wassenaarBij agendapunt: Beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie 2024-20277.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Klaar voor de start!

Voor- en vroegschoolse educatie in gemeente Wassenaar beleidsplan 2024-2027

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ......................................................................................................................................1 Inleiding....................................................................................................................................................2 Klaar voor de start….............................................................................................................................2 Aanleiding nieuw beleidskader ........................................................................................................3 Leeswijzer ................................................................................................................................................4 1. Wettelijke ontwikkelingen en wettelijk kader ....................................................................5 1.1 Nieuwe landelijke kaders in 2019-2022 ...................................................................5 1.2 Lokale opgaven ..................................................................................................................8 2. Evaluatie beleidsplan Voor- en Vroegschoolse Educatie 2019-2021.......................10 3. Voorschoolse educatie in Wassenaar: het jonge kind centraal ....................................13 3.1

Visie van de gemeente Wassenaar op voorschoolse educatie.....................13

3.2

Het kwaliteitskader voorschoolse educatie Wassenaar ..................................13

3.3

Doelgroep definitie en toeleiding ...........................................................................14

3.4

Huisvesting ....................................................................................................................17

4. Speerpunten voor de beleidsperiode 2024-2026 ..............................................................18 5. Kwaliteits- en resultaatsafspraken voor- en vroegschoolse educatie 20242026 .................................................................................................................................................19 5.1 Kwaliteits- en resultaatafspraken .............................................................................19 5.2

Kwaliteitsdialoog en ontwikkelagenda .................................................................19

6. Financieel kader .............................................................................................................................21 6.1

Financiële uitgangspunten van het VE aanbod................................................21

6.2

Geldstromen en budgetten 2023-2027 ...............................................................22

Begrippenlijst .......................................................................................................................................24

1

Inleiding Voor u ligt het beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor de jaren 2024-2027 van de gemeente Wassenaar. Dit beleidsplan is in samenwerking met de Schooladviesdienst Wassenaar (SAD) opgesteld en beschrijft op welke wijze de gemeente gezamenlijk met haar partners (onderwijs, kinderopvang en de jeugdgezondheidszorg) vorm geven aan de voorschoolse educatie en hoe we de doorgaande leerlijn borgen in samenwerking met het primair onderwijs dat uitvoering geeft aan de vroegschoolse educatie in groep 1 en 2.

Klaar voor de start… Ieder kind heeft talenten. Het is belangrijk dat ieder kind, ongeacht in welke omgeving hij of zij opgroeit, de kans krijgt deze talenten tot bloei te laten komen. Daarvoor moeten kinderen de kans krijgen om zich vanaf jonge leeftijd goed te ontwikkelen. De omgeving van een kind zou hierin nooit een belemmering mogen zijn. Niet ieder kind heeft echter dezelfde uitgangspositie bij de start van de basisschool en dit kan een negatieve invloed hebben op de wijze waarop een kind de schoolperiode doorloopt en daarmee op het later functioneren in de maatschappij. De gemeente werkt samen met scholen, kinderopvang en maatschappelijke organisaties om de onderwijskansen van kinderen met een minder gunstige uitgangspositie te vergroten. Scholen en gemeenten ontvangen hiervoor middelen vanuit het Rijk. VVE is een onderdeel van het onderwijskansenbeleid vanuit de Rijksoverheid. Het is erop gericht om (risico op) onderwijsachterstanden zo vroeg mogelijk te signaleren, te voorkomen en terug te dringen. Op lokaal niveau hebben gemeenten en onderwijs hier beiden een wettelijke taak in. VVE valt in twee delen uiteen:

1.

Voorschoolse educatie (VE) is een wettelijke taak van de gemeente. VE vindt plaats in de kinderopvang met een VE-aanbod en richt zich op peuters van 2,5 tot 4 jaar. We noemen de peuters met een onderwijsachterstand ook doelgroep peuters. Het is een aanbod van spelenderwijs leren waarbij gebruik wordt gemaakt van ontwikkelingsgerichte programma’s. Deze programma’s richten zich vooral op taalachterstanden, maar besteden ook aandacht aan de ontwikkelingen op het gebied van rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen.

2.

Vroegschoolse educatie is de taak van het onderwijs. Dit vindt plaats in groep 1 en 2 van de basisschool en is gericht op kleuters. De vroegschoolse educatie valt onder de verantwoordelijkheid van de school en de gemeente speelt hier geen rol in.

Naast ieders verantwoordelijkheid voor de ‘eigen’ taak, zijn gemeenten en onderwijs ook wettelijk verplicht om kwaliteits- en resultaatafspraken met elkaar te maken over de VVE. De afspraken gaan o.a. over de doelgroepbepaling, toeleiding en bereik, doorgaande leerlijn1, monitoring en resultaatafspraken (deze zijn het vertrekpunt voor een jaarlijkse kwaliteitsdialoog). Bij deze afspraken wordt ook de reguliere organisaties voor kinderopvang betrokken, zij zijn een onderdeel van de doorgaande leerlijn. De wettelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden worden verder beschreven in hoofdstuk 1. Ondanks het feit dat gemeenten, het primair onderwijs en kinderopvangorganisaties met VE-aanbod gedeelde verantwoordelijkheden en verplichtingen hebben, is de gemeente regievoerder voor de VVE. Daarmee is de gemeente eindverantwoordelijk voor het maken van resultaat- en kwaliteitsafspraken en de organisatie van een doorgaande lijn van voorschool naar basisonderwijs.

1 Hiermee bedoelen we de afstemming tussen voor- en vroegschoolse educatie, opdat kinderen een

ononderbroken ontwikkeling doormaken.

2

Aanleiding nieuw beleidskader Het huidige beleid is gebaseerd op het beleidsplan Voor- en Vroegschoolse Educatie 2019-2021. Het nieuwe beleidskader is opgesteld op basis van een evaluatieproces (zie hoofdstuk 2) met maatschappelijke partners (onderwijs, kinderopvang, Jeugdgezondheidszorg). Diverse netwerkoverleggen, begeleid door de onderwijsadviseur van de Schooladviesdienst (SAD), zijn een belangrijke bron van informatie geweest voor deze evaluatie en het nieuwe beleidsplan. De belangrijkste aanleidingen voor nieuw beleid zijn: •

Per 1 januari 2019 is er nieuw Rijksbeleid van kracht. o Het Rijk investeert in de uitbreiding van het aantal uren voorschoolse educatie voor doelgroep peuters2 van 10 naar 16 uur per week. Gemeenten hebben de taak dit aanbod te realiseren. o Het landelijke budget wordt uitgebreid en verdeeld middels een andere verdeelsystematiek en op basis van een nieuwe indicator om onderwijsachterstanden te voorspellen.

• •

•

Per 1 januari 2022 is er sprake van de wettelijke verplichting voor de inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers op een voorschoolse voorziening met voorschoolse educatie. Uit het rapport van de Onderwijsinspectie van 2021 kwam een aantal verbeterpunten naar voren voor het voorschoolse educatie beleid van de gemeente Wassenaar. Deze zijn sinds 2022 opgepakt en worden verder uitgewerkt in de komende beleidsperiode. De door de landelijke overheid ingezette aandachtspunten voor een hogere kwaliteit in de voorschoolse educatie zijn: o Betere toeleiding naar voorschoolse educatie. o Zicht krijgen op (non)bereik. o Bevorderen opbrengst/ontwikkelingsgericht werken en inzet kind volgsysteem. o Meer hbo’ers in de voorschoolse educatie. o Ouderbetrokkenheid verhogen. o Goede afspraken met voorschoolse instellingen en schoolbesturen over de beoogde resultaten van de voor- en vroegschoolse educatie, de kwaliteit van de educatie en doorlopende leerlijn.

2 Peuters met een achterstand op het gebied van taal, rekenen, motoriek of sociaal-emotionele ontwikkeling.

3

Leeswijzer Hoofdstuk 1 beschrijft de wettelijke ontwikkelingen en verplichtingen die de gemeente, de kinderopvang en de onderwijsbesturen hebben op het gebied van VVE en de lokale opgaven. Hoofdstuk 2 gaat in op de evaluatie van de beleidsplan VVE 2019-2021. Hoofdstuk 3 gaat in op het voorschoolse aanbod voor Wassenaarse peuters. Hoofdstuk 4 beschrijft de speerpunten voor de beleidsperiode 2024-2027. Hoofdstuk 5 benoemt op hoofdlijnen welke kwaliteit- en resultaatafspraken de gemeente wil maken met de betrokken partners over voor- en vroegschoolse educatie. Hoofdstuk 6 bevat het financiële kader.

4

1. Wettelijke ontwikkelingen en wettelijk kader 1.1 Nieuwe landelijke kaders in 2019-2022 In de afgelopen jaren zijn er diverse wettelijke ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op het voorschoolse educatie (VE) beleid van de gemeente. De belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen periode zijn: Wet Ontwikkelkansen door Kwaliteit en Educatie De Wet Ontwikkelkansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE uit 2010) is het belangrijkste kader voor de voor- en vroegschoolse educatie. De Wet OKE is geen aparte wet, maar een verzamelnaam voor drie wetswijzigingen van de volgende wetten: Wet kinderopvang (Wko), Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet op het Onderwijstoezicht. Bij het onderdeel “wettelijke verplichtingen voor de gemeente” wordt dit verder toegelicht. Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang Per 1 januari 2018 is de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (Wet IKK) van kracht, waarmee de Wko is gewijzigd. Met deze wetswijziging worden instellingen geprikkeld om meer kwaliteit te leveren en wordt er ruimte geboden voor het bieden van maatwerk. Het achterliggende doel is het realiseren van een kwaliteitsverhoging van de kinderopvang en voorschoolse educatie, waarmee er meer aandacht komt voor de ontwikkeling van kinderen. Op die manier kan er beter maatwerk worden geleverd en helpt het kinderen bij het verkrijgen van een goede start in het basisonderwijs.

Wettelijke verplichtingen voor gemeenten Vanuit de WPO en de Wko heeft de gemeente de wettelijke verantwoordelijkheid en opdracht om te zorgen voor: • • • •

Voldoende en kwalitatief volwaardig aanbod van voorschoolse educatie; Een goede spreiding van het aanbod van voorschoolse educatie; Zich inspannen voor het bereik van alle doelgroepkinderen en zorgen voor een goede toeleiding van kinderen naar voorschoolse educatie; Toezicht en handhaving op de kwaliteit van kinderopvang en voorschoolse educatie.

Wettelijke verplichtingen voor kinderopvang Alle kinderdagopvangorganisaties moeten voldoen aan de Wet kinderopvang en de kwaliteitseisen uit het Besluit kwaliteit kinderopvang. Op kinderopvanglocaties met een VE-aanbod is ook het besluit Basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie van toepassing. Vanuit de wet IKK zijn daarnaast de volgende maatregelen doorgevoerd: • •

•

In 2020 is het aantal wettelijk verplichte uren voorschoolse educatie voor doelgroep peuters3 uitgebreid van 600 uur naar 960 uur in de leeftijdscategorie van 2,5 tot 4 jaar. Dit komt neer op een uitbreiding van gemiddeld 10 uur naar 16 uur per week (40 weken per jaar). De kwaliteit van de voorschoolse educatie werd verhoogd; naast de MBO geschoolde professionals moeten er een aantal uren hbo-geschoolde professionals ingezet worden die werken op de groep en/of andere pedagogisch medewerkers (pm’ers) coachen in het zien van extra ontwikkelingsbehoeften bij kinderen. Pedagogisch medewerkers die werken op een VE-groep dienen te voldoen aan taalniveau 3F (MBO-4). Naast 3F voor de mondelinge taalvaardigheid, geldt deze eis ook voor lezen. (Deze eis geldt voor kleinere gemeenten vanaf 1 augustus 2019).

Wettelijke verplichtingen basisscholen Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van achterstanden in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal, waarin ook door middel van vroegschoolse educatie kan worden voorzien (WPO, art 8).

3 Peuters met een achterstand op het gebied van taal, rekenen, motoriek of sociaal-emotionele ontwikkeling.

5

Gezamenlijke wettelijke verplichtingen Verder geldt vanuit de WPO de verplichting voor gemeenten, het onderwijs en de kinderopvang om ten minste jaarlijks overleg te voeren en afspraken te maken over de volgende onderwerpen: • • • • •

Vaststellen doelgroep voorschoolse educatie; Wijze van toeleiden naar voor- en vroegschoolse educatie; De organisatie van een doorlopende leerlijn van de voorschool naar de vroegschool; Bestrijden van onderwijsachterstanden, bevorderen van integratie en het maken van afspraken; De resultaten van voor- en vroegschoolse educatie.

Bovenstaande afspraken hebben zoveel mogelijk het karakter van meetbare doelen. Alle partijen werken mee aan de totstandkoming van de afspraken. De kinderopvang levert gegevens over de voorschoolse educatie aan de basisscholen en zij maken samen afspraken over de wijze van levering. Gemeenten, het primair onderwijs en kinderopvangorganisaties met VE-aanbod hebben gedeelde verantwoordelijkheden en verplichtingen. De gemeente is echter regievoerder en daarmee eindverantwoordelijk voor het maken van resultaat- en kwaliteitsafspraken en de organisatie van een doorgaande lijn van voorschool naar basisonderwijs. De onderstaande figuur geeft de individuele en gezamenlijke wettelijke verplichtingen van gemeente, het primair onderwijs en kinderopvangorganisaties met VE-aanbod weer.

6

Figuur 1: Individuele en gezamenlijke verantwoordelijkheden van VVE-partners

Passend onderwijs en jeugdhulp Met de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014 zijn gemeenten en onderwijsbesturen gezamenlijk verantwoordelijk voor de afstemming tussen onderwijsondersteuning en de zorg voor kinderen en jeugdhulp. Schoolbesturen binnen een regionaal samenwerkingsverband maken met elkaar een ondersteuningsplan waarin zij afspreken hoe voor alle leerlingen een passende plek in het onderwijs gerealiseerd kan worden. De samenwerkingsverbanden zijn verplicht om hierover met de gemeenten een op overeenstemming gericht overleg (OOGO) te voeren. In deze ondersteuningsplannen wordt aandacht besteed aan de aansluiting tussen onderwijs en de zorg in en om school. Onderdeel hiervan zijn onder andere vroegsignalering, de aansluiting van voorschoolse educatie op de vroegschoolse educatie en het bereik van doelgroep kinderen. Het VVE-aanbod is in het ondersteuningsplan onderdeel van de brede basisondersteuning van het kind. De onderwijsspecialisten van het regionaal samenwerkingsverband passend primair onderwijs (PPO) kunnen worden ingeschakeld vanaf het moment dat het kind 3,5 jaar oud is, of vanaf 3 jaar wanneer het kind is ingeschreven bij een school (en de school daarmee een zorgplicht heeft). De inzet van het PPO is hierbij vooral gericht op de doorgaande lijn van de voorschoolse periode naar het basisonderwijs.

7

Toezicht Kwaliteitszorg vindt plaats door middel van inspecties. Hierin hebben de Onderwijsinspectie en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) een rol. De Onderwijsinspectie houdt toezicht op de locaties en scholen met VVE en op het OAB-beleid van gemeenten. Op de website van de Onderwijsinspectie staat het onderzoekskader voor voorschoolse educatie en primair onderwijs, dat de richtlijn vormt voor de kwaliteit van uitvoering4. Het toezicht op kinderopvangorganisaties valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De uitvoering van het toezicht is belegd bij de GGD. Een van de aandachtspunten binnen de VVE is de doorlopende leerlijn (zie ook pagina 9). Ook reguliere kinderopvangorganisaties zijn verplicht om beleid te ontwikkelen omtrent de volgende onderwerpen: het overdragen van informatie over de ontwikkeling van het kind aan het basisonderwijs en bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind of problemen die worden gesignaleerd (art. 1.50 lid 2 Wko; art 3 lid 2 onder c Besluit kwaliteit kinderopvang). De reguliere kinderopvang wordt hierop getoetst gedurende het toezicht. De gemeente kan de reguliere kinderopvangorganisaties echter niet verplichten om gebruik te maken van het digitale overdrachtssysteem. Aangezien het wenselijk is dat alle kinderopvangorganisaties het digitale overdrachtssysteem te gebruiken is ook de reguliere kinderopvang hiertoe uitgenodigd.

Het implementeren van dit systeem vindt plaats in goed overleg.

1.2 Lokale opgaven Inspectierapport voorschoolse educatie In het inspectierapport voorschoolse educatie van 2021 oordeelt de Inspectie van het Onderwijs dat Wassenaar op onderdelen onvoldoende heeft voldaan aan de wettelijke taak. De opdracht aan de gemeente is om op volgende aandachtspunten vorderingen te maken: • Opstellen van resultaatafspraken met schoolbesturen • Afspraken maken en door ontwikkelen van de doorgaande leerlijn • Hoger bereik van doelgroep peuters De School Adviesdienst Wassenaar (SAD) heeft naar aanleiding van het inspectierapport een advies geschreven over de wijze waarop we met onze onderwijspartners, kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg (JGZ) en het Sociaal Team Wassenaar tot betere afspraken kunnen komen. Inmiddels is op alle onderdelen een traject om tot verbeterafspraken te komen gestart. Resultaatafspraken De voorscholen en basisscholen gebruiken genormeerde ontwikkelingsvolgsystemen om de ontwikkeling van de kinderen te monitoren. Dat betekent dat zij inzicht krijgen of het kind qua taal achterblijft, zich gemiddeld ontwikkelt of een voorsprong heeft. De keuze van het systeem is aan de houder van de kinderopvangorganisatie en schoolbesturen zelf. Uitgangspunt hierbij is dat de kinderopvang en basisscholen van mening zijn dat de gegevens uit het systeem een betrouwbaar beeld geven van de ontwikkeling van kinderen.

De resultaatafspraken worden gemaakt tussen gemeente, de basisscholen en kinderopvangorganisaties met een VE-aanbod en hebben verder geen betrekking tot de reguliere kinderopvangorganisaties. De resultaatafspraken kunnen worden gemeten met het ontwikkelingsvolgsysteem waarbij anoniem wordt bijgehouden welke groei peuters/kleuters doormaken. De proces indicator van de resultaatafspraak wordt in samenspraak met de scholen en de kinderopvang vastgelegd in 2023. De resultaatafspraken vormen de basis van de kwaliteitsdialoog. Doorgaande lijn Momenteel is het nog onvoldoende inzichtelijk genoeg of en hoe de persoonlijke overdracht van het dossier van de peuter van voorschool naar basisschool plaatsvindt. Het streven is om alle VEgeïndiceerde peuters en andere zorgkinderen in een gesprek, waar ouders bij zijn uitgenodigd, ‘warm’ over te dragen aan de basisschool. In 2023 starten we met het vastleggen of de warme 44 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027961/2019-02-09

(Artikel 5) 8

overdracht heeft plaatsgevonden, met welke school, zodat er meer zicht komt op de (samenwerking)koppels van voorschool en basisschool. Er is daarnaast door de gemeente, kinderopvangorganisaties en onderwijsadviseur van de SAD besproken welke informatie in het uniforme overdracht document moet worden opgenomen. In het najaar van 2023 wordt een (digitaal) overdracht ontwikkeld welke bij de alle kinderopvangorganisaties wordt ingezet, zodat zoveel mogelijk kinderen in Wassenaar worden overgedragen naar de basisschool middels een digitaal uniform systeem. Vanaf het schooljaar 2023-2024 zal worden gemonitord of er bij de overdrachten ook daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van het digitale overdrachtssysteem. Bereik Sinds 2022 zijn er geen wachtlijsten voor de voorschoolse educatie meer. Er is echter onvoldoende zicht of alle peuters die in aanmerking komen voor VE worden bereikt. Vanaf januari 2023 houdt de jeugdgezondheidszorg (JGZ) bij welke peuters niet worden geplaatst op een voorschool. Met het invoeren van de resultaatafspraken wordt het voor de basisscholen inzichtelijk welke kinderen met een achterstand binnen komen en geen VE hebben genoten (in het overdracht document wordt vastgelegd hoeveel maanden de peuter een VE-aanbod heeft gehad en met welk programma). Deze aantallen worden aangeleverd ten behoeve van de jaarlijkse kwaliteitsdialoog.

Kansrijke Start Recentelijk is de gemeente Wassenaar van start gegaan met het programma Kansrijke Start. Het programma bevindt zich op dit moment nog in een oriënterende fase. Er bestaan belangrijke overlappen tussen Kansrijke Start en VVE: beide onderwerpen richten zich op het scheppen van zo goed mogelijke (ontwikkel)kansen voor het jonge kind. Daarbij focust het programma Kansrijke Start zich meer op gezondheidsrisico’s, waar VVE zich vooral op onderwijsrisico’s focust. Veel van de partners op VVE-gebied (zoals JGZ en kinderopvangorganisaties) maken logischerwijs onderdeel uit van de Kansrijke Start-coalitie in Wassenaar. Dit geldt ook voor de beleidsadviseur. Zo borgen we een integrale aanpak waarbij onderwijs- en gezondheidsrisico’s bij jonge kinderen zo veel mogelijk worden verminderd.

9

2. Evaluatie beleidsplan Voor- en Vroegschoolse Educatie 2019-2021 De acht onderdelen van het kwaliteitskader van de beleidsplan Voor- en Vroegschoolse Educatie 2019-2021 zijn geëvalueerd door de SAD (zie bijlage 1). Hieronder volgt een korte samenvatting. 1. Er wordt gewerkt met een NJI-erkend VVE-programma dat een inhoudelijke doorgaande lijn kent met het primair onderwijs Conclusie: Veel voorscholen in Wassenaar gebruiken het VE-programma Peuterplein. Uitgeverij Malmberg heeft besloten niet te kiezen voor hercertificering van dit programma. Er is geen wettelijke belemmering om door te gaan met Peuterplein. Advies: Laat het werken met een erkend VE-programma los in de komende beleidsperiode (2024-2027), de voorscholen voldoen aan het wettelijke kader als zij werken met Peuterplein. Het programma dient wel actueel te zijn. Hier wordt overleg met de kinderopvang over gevoerd. 2. Er wordt gewerkt met observatie- en registratiesysteem Peuterplein dat een doorgaande lijn kent met het primair onderwijs Conclusie: De basisscholen hebben aangegeven zelf een keuze te willen maken met welk programma/methodiek en ontwikkelingsvolgsysteem zij willen werken conform de regels van het Besluit basisvoorwaarden voorschoolse educatie en de Wet op het Primair Onderwijs (WPO).

Advies: In de doorgaande lijn wordt met behulp van het overdracht document ‘dezelfde taal’ gesproken over het( taal) ontwikkelingsniveau bij uitstroom van de voorschool/instroom naar de vroegschool. Als meerderde kinderen van een voorschool uitstromen naar een specifieke vroegschool worden afspraken gemaakt over de doorgaande lijn op pedagogisch- en didactisch vlak. 3. Er vindt een warme overdracht plaats van de kinderopvang naar de basisschool bij VE-peuters volgens het overdrachtsprotocol Conclusie: Er is niet voldoende zicht op de overdrachten van kinderopvang naar de basisschool. In het werkveld is behoefte aan een eenduidig overdrachtsdocument. Ook is het wenselijk om zicht te krijgen hoeveel VE-peuters uitstromen en naar welke scholen. Zodat er effectieve afspraken gemaakt kunnen worden inzake de doorgaande lijn op het pedagogisch en didactisch gebied tussen de ‘koppels’ (scholen die meerdere kleuters ontvangen van een specifieke voorschool). Advies: De kinderopvanglocaties monitoren hoeveel kinderen uitstromen en naar welke scholen. Zij noteren tevens of de warme overdracht heeft plaatsgevonden. Jaarlijks leveren zij deze monitor aan ten behoeve van de kwaliteitsdialoog. Ontwikkel een digitaal overdracht document met de input van het werkveld. Zorg dat het digitale overdracht document met ingang van het schooljaar 2023/2024 wordt ingezet.

De gemeente faciliteert het abonnement en de scholing van het digitale overdracht document. De onderwijsadviseur van de SAD kan het proces begeleiden. 4. Per groep wordt minstens voor 4 uur per week een hbo'er met een pedagogische achtergrond ingezet Conclusie: Per 1 januari 2022 is de wettelijke verplichting voor de inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers (hbo-niveau) op een voorschoolse voorziening met voorschoolse educatie van kracht. De berekening van de inzet van deze hbo’er is als volgt: 50 uur per locatie en 10 uur per VE-kind per jaar. 10

Advies: De gemeente draagt zorg voor het uitwerken van deze regeling in het financieel kader. 5. Locaties maken een ouderbeleidsplan waarin het beleid op het gebied van ouderbetrokkenheid wordt beschreven Conclusie: In de supervisie met de onderwijsadviseur van de SAD en pedagogisch coach/beleidsmedewerker van de voorschool is het ouderbeleid en het evalueren van de opbrengsten hiervan uitgewerkt ten behoeve van de interne kwaliteitszorg van de houder van de kinderopvangorganisatie. Door de coronaperiode is het ouderbeleid minder effectief ingezet. De pedagogisch coach/beleidsmedewerker VE maakt voor 2023 een actief en concreet ouderbeleid en zorgt voor een evaluatie aan het einde van het jaar (dit valt onder de verantwoordelijkheid van de houder in de kinderopvang). Hierbij biedt de onderwijsadviseur ondersteuning aan de pedagogisch coach van de VE-aanbieder. Het Ouderbeleid van de gemeente Wassenaar is door de inspectie beoordeeld met een voldoende voor het gemeentelijk ouderbeleid, er is voldoende zicht op de ouderpopulatie. Er vinden veel gerichte (taal)activiteiten plaats vanuit de bibliotheek, maar ook is er onder andere taalondersteuning voor ouders. De gemeente kan hierin nog een optimalisatieslag maken door duidelijk te maken welke doelen zij nastreeft op het gebied van ouderparticipatie.

Advies: De houder van de kinderopvang en betrokken maatschappelijke organisaties die ouders ondersteunen voeren een actief ouderbeleid en geven terugkoppeling op de behaalde resultaten ten behoeve van de kwaliteitsdialoog. De onderwijsadviseur van de SAD maakt een nieuw projectplan voor Samenspel gericht op het vergroten van de ouderbetrokkenheid bij opvoed- en onderwijsondersteunend gedrag van ouders in Wassenaar. 6. Er is beleid voor kinderen die extra zorg nodig hebben, het zo vroeg mogelijk signaleren van onderwijs- en ontwikkelingsachterstanden en het eventueel inschakelen van externe hulpverlening Conclusie: Er is een conceptschema ontwikkeld die de route aangeeft van de zorgstructuur. Met de invoering van (gemeentelijk) onderwijsachterstanden beleid (G)OAB) en het volgen van kinderen middels een ontwikkelingsvolgsysteem in de kinderopvang en voorschool zijn er structurele overleggen gepland voor het bespreken van de zorgstructuur en signalen van kinderen met onbegrepen gedrag en/of ontwikkelingsachterstand. Sinds de invoering van een ontwikkelingsvolgsysteem en de pedagogisch coach (wet IKK) wordt er steeds beter gesignaleerd. Daarbij heeft de JGZ in de coronaperiode niet alle peuters gezien bij de periodieke consultaties waardoor signalen niet eerder zijn besproken met ouders.

Advies: Behouden van de VE en kinderopvang (KO) overleggen en samenwerking met het CJG voor het inzetten van de orthopedagoog en het bespreken van casuïstiek in het VE-overleg. 7. De kinderopvang werkt bij het signaleren en bestrijden van eventuele onderwijs- en ontwikkelingsachterstanden samen met de Schooladviesdienst (SAD), het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), het Sociaal Team Wassenaar, maatschappelijk werk en de basisscholen. Conclusie: De voorscholen en reguliere kinderopvang doen vaker een beroep op de orthopedagoog om peuters te komen observeren in de groep (met toestemming van ouders). Bij de JGZ-consultaties wordt de orthopedagoog niet vanzelfsprekend gevraagd. De wens is om deze route vanzelfsprekender in te zetten. Op dit moment stromen enkele peuters/kleuters met een zorgvraag binnen, welke mogelijk eerder opgepakt had kunnen worden. Er is een overzicht gemaakt van de aantallen zorgkinderen en het type ‘zorgvraag’ in de (voor)scholen/kinderopvang. Het valt op dat de aantallen toenemen in de categorie ‘onbegrepen gedrag’ wat mogelijk ook inherent is aan het beter signaleren en de inhaalslag 11

van de coronaperiode. Dit signaal is besproken met de gemeente. Ook de vraag om begeleiding van de kinderopvang op het gebied van signaleren en omgang met onbegrepen gedrag is uitgewerkt in een actieplan wat is beschreven in de offerte ‘inzet SAD kinderen met onbegrepen gedrag’. Advies: Het maken van een definitieve zorgstructuur rondom de voorschool. Het inzetten van de orthopedagoog in de kinderopvang/voorschoolse jeugdgezondheidszorg bij zorgsignalen.

educatie

en

8. Er wordt voortdurend ingezet op professionalisering van de pedagogische en didactische vaardigheden van de beroepskrachten. De focus ligt hierbij op de kennis en vaardigheden om opbrengstgericht te werken en doorgaande leerlijnen vorm te geven. Conclusie: In de verschillende netwerkoverleggen (VE-overleg, KO-overleg en intern-begeleiders-netwerk) is veel kennis gedeeld en wordt besproken welke behoeften er zijn om de huidige pedagogische en didactische vaardigheden te verbeteren. De trainingen van de pedagogisch medewerkers hebben gezorgd voor het uitbreiden van hun competenties. Ze weten hoe ze met LOGO 3000 kunnen werken in combinatie met het VEprogramma (Peuterplein). Zij observeren de ontwikkeling van de peuters en registreren de ontwikkeling op drie vaste momenten in peuterperiode (bij instroom 2,9 jaar, tussentijds bij 3,3 jaar en 3,9 jaar bij uitstroom). In de groepen wordt spelenderwijs ontwikkelingsgericht gewerkt en worden zorgsignalen vroegtijdig opgepakt. De kinderopvang dragen zorg voor de warme overdracht met de basisscholen in samenwerking met de ouders. De gemeente Wassenaar neemt de adviezen van de SAD over. In 2024/2025 volgt een evaluatie van het project Samenspel en een evaluatie van de effecten van de VE- en KO overleggen.

Het advies met betrekking tot een definitieve zorgstructuur rondom de voorschool en het inzetten van de orthopedagoog in de voorscholen en reguliere kinderopvang wordt nader onderzocht met de beleidsvelden Jeugd en Preventie.

12

3. Voorschoolse educatie in Wassenaar: het jonge kind centraal 3.1

Visie van de gemeente Wassenaar op voorschoolse educatie

De eerste zes levensjaren van een kind zijn cruciaal voor de ontwikkeling. In deze fase leren kinderen razendsnel. Ze beginnen te praten, gaan samen spelen en ontplooien hun creativiteit. Jonge kinderen leren wanneer ze spelen. De inzet van de ouders is hierbij van groot belang. Ook het netwerk van het gezin en de buurt kunnen een belangrijke positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen. De gemeente Wassenaar vindt het belangrijk dat kinderen met een goede start beginnen. Goed onderwijs en goede kinderopvang zijn belangrijk om onze kinderen voor te bereiden op de toekomst en ze de kennis en vaardigheden bij te brengen die ze later in de maatschappij en op de arbeidsmarkt nodig gaan hebben. Als er minder inkomen is, als ouders de Nederlandse taal minder goed beheersen of als er sprake is van schuldenproblematiek, mag dat geen belemmering zijn. Door het voorschoolse aanbod kunnen we als lokale overheid ondersteuning bieden aan deze doelgroep. Door samenwerking met de voor- en vroegschoolse partners willen we vanuit onze verschillende rollen betere kansen creëren voor onze kinderen.

3.2

Het kwaliteitskader voorschoolse educatie Wassenaar

Het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie stelt voorwaarden aan de uitvoering van voorschoolse educatie. Zo wordt in artikel 5 ‘Gebruik voorschools educatie programma’ beschreven: “Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling”. In het beleidsplan VVE 2019 – 2021 is in het kwaliteitskader opgenomen dat er wordt gewerkt met NJI-erkend VVE-programma dat een inhoudelijke lijn kent met het primair onderwijs. Het onderdeel ‘Erkend’ programma wordt losgelaten. Het programma dient wel actueel te zijn. Hier wordt overleg met de kinderopvang over gevoerd. In Wassenaar zijn de voorscholen in 2020 gaan werken met Peuterplein en enkele scholen met Kleuterplein. In februari 2022 heeft de uitgever van deze methode, Malmberg, besloten niet te kiezen voor hercertificering. Daarmee is de methode Peuterplein niet langer NJI erkend. Aangezien er nog kort met deze methode wordt gewerkt in Wassenaar is het wenselijk om de houders van de kinderopvang en schoolbesturen ruimte te geven zich te oriënteren op een programma dat aansluit bij hun visie en de gemeentelijke opdracht (zie doorgaande lijn en resultaatafspraken).

We verwijzen voor de normering van het programma naar artikel 5 ‘Gebruik voorschools educatieprogramma’.

13

Het gemeentelijke kwaliteitskader is gebaseerd op de landelijk vastgestelde kwaliteitseisen waar de Inspectie en de GGD GHOR (minimaal eens per jaar) op controleert. De gemeente Wassenaar hanteert het volgende kwaliteitskader: • • • • • • • •

3.3

De houder in de kinderopvang werkt met een programma conform artikel 5 van het Besluit kwaliteitskader voorschoolse educatie; Er wordt gewerkt met observatie- en registratiesysteem dat een doorgaande lijn kent met het primair onderwijs; Er vindt een warme overdracht plaats van de peuteropvang naar de basisschool bij VE-peuters volgens het overdrachtsprotocol (intentie om alle peuters digitaal over te dragen van de kinderopvang naar de basisschool); Per voorschool wordt 50 uur een pedagogisch coach/beleidsmedewerker ingezet en daarbij per VE peuter gemiddeld 10 uur per jaar; Locaties maken een ouderbeleidsplan waarin het beleid op het gebied van ouderbetrokkenheid wordt beschreven; Er zijn afspraken gemaakt voor kinderen die extra zorg nodig hebben, het zo vroeg mogelijk signaleren van onderwijs- en ontwikkelingsachterstanden en het eventueel inschakelen van externe hulpverlening; De peuteropvang werkt bij het signaleren en bestrijden van eventuele onderwijs-en ontwikkelingsachterstanden samen met de Schooladviesdienst (SAD), het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), maatschappelijk werk en de basisscholen; Er wordt voortdurend ingezet op professionalisering van de pedagogische en didactische vaardigheden van de beroepskrachten. De focus ligt hierbij op de kennis en vaardigheden om opbrengstgericht te werken en doorgaande leerlijnen vorm te geven.

Doelgroep definitie en toeleiding

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een nieuwe indicator ontwikkeld om onderwijsachterstanden te voorspellen en hiermee het beschikbare budget zodanig over de gemeenten en scholen te verdelen, dat het geld terecht komt op de plekken waar de achterstanden het grootst zijn. Deze indicator vervangt de zogenoemde ‘gewichtenregeling’ op basis waarvan tot 2019 de onderwijsachterstanden werden voorspeld. De Wet Primair Onderwijs bepaalt dat de gemeente in overleg met schoolbesturen en directies van kinderopvang vaststelt welke kinderen in een gemeente in aanmerking komen voor voorschoolse educatie. De gedachte hierachter is dat de gemeente het beste zicht heeft op de samenstelling van de bevolking in de gemeente. Definitie doelgroepkind Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van de doelgroep. Daarbij kunnen zij aanvullende criteria benoemen of een ruimere definitie hanteren dan de basisdefinitie. Vanuit de definitie die de gemeente Wassenaar hanteert worden ook peuters geïndiceerd die een achterstand hebben anders dan voortkomend uit het opleidingsniveau van de ouders. In Wassenaar is gekozen voor een ruimere doelgroep definitie namelijk: • Éen van de ouders heeft geen startkwalificatie. Dit betekent dat de ouder geen VWO-, HAVOminimaal MBO 2 of hoger diploma heeft.

Voor buitenlandse diploma’s wordt gekeken met welk niveau ze vergelijkbaar zijn. • Het kind groeit op in een taalarme omgeving. • Het kind scoort negatief op het ontwikkelgebied taal (volgens systematische werkwijze om de ontwikkeling van baby’s, peuters en kleuters in kaart te brengen met het Van Wiechenonderzoek). • Het kind heeft een vluchtelingenachtergrond. • Peuters uit de asielopvang. • Het kind heeft ouders uit de eerste generatie arbeidsmigranten. • Het een kind heeft een sociaal-emotionele achterstand. • Er is sprake van een medische indicatie. 14

•

Gezinnen in de schuldsanering.

Voorschoolse educatie en peuters uit de asielopvang Kinderen uit de asielopvang maken onderdeel uit van de doelgroep definitie5. Deze kinderen lopen een groot risico op een onderwijsachterstand in hun verdere schoolperiode. Door hen gebruik te laten maken van het VE-aanbod worden deze onderwijsachterstanden zo veel mogelijk voorkomen. Daarnaast wordt de berekening van het GOAB-budget deels gebaseerd op het aantal bewoners van een asielopvang in een gemeente. Daarmee wordt in het GOAB-budget dat de gemeente Wassenaar ontvangt dus rekening gehouden met de aanwezigheid van de asielopvang op Duinrell.

Voldoende aanbod en bereik De gemeente is verantwoordelijk voor voldoende voorschoolse voorzieningen met een aanbod van voorschoolse educatie, in aantal en spreiding. De JGZ zorgt voor de indicering en toeleiding van doelgroep kinderen, dat wil zeggen de kinderen met risico op een onderwijsachterstand. De feitelijke verantwoordelijkheid voor inschrijving en deelname aan voorschoolse educatie ligt bij de ouder(s). Het is voor de ontwikkeling van de geïndiceerde peuters van belang dat zij ook daadwerkelijk op een (VE-geregistreerde) kinderopvang geplaatst worden. Over de registratie en monitoring van deze peuters zijn basisafspraken gemaakt en is een ontwikkelopgave voor de komende periode geformuleerd tussen JGZ en gemeente Wassenaar. In Wassenaar is Norlandia op dit moment de enige voorschoolse educatie aanbieder met de volgende drie VE-locaties: • Schulpwei (Dr. Mansveltkade) • Zijlwatering (Burmanlaan) • ’t Kloostertje (Kloosterland) Er wordt op dit moment onderzocht of andere organisaties voor kinderopvang ook voorschoolse educatie willen aanbieden. Bij het opstarten van nieuwe VE-groepen in de toekomst wordt er rekening gehouden met meer spreiding van deze locaties in het dorp. In het onderstaande plaatje is de huidige spreiding en aanbod aangegeven. De spreiding van vraag en aanbod van VE ligt dicht bij elkaar, maar er is geen aanbod in Kerkehout.

Doelgroeppeuters uit Kerkehout maken soms gebruik van de reguliere kinderopvangorganisatie Beregoed aan de Stoeplaan.

5 Voorschoolse educatie voor peuters in de asielopvang | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

15

Figuur 2: spreiding verwachte onderwijsachterstanden in Wassenaar

Zicht op (non) bereik In Wassenaar kunnen peuters vanaf 2,5 jaar gebruik maken van het voorschoolse educatie aanbod. In de onderstaande tabel wordt het aantal 2- en 3-jarigen op 1 januari 2023 aangegeven. Tabel 1: Gegevens GBA Wassenaar op 1 januari 2023

Aantal 2-4 jarigen

2 jarigen

3-jarigen

geboren in 2021

Geboren in 2020

162

164

Totaal 326

Volgens het CBS is 12% van de peuters in Wassenaar te rekenen tot de landelijke doelgroep peuters met een risico op een onderwijsachterstand. Daarmee zouden er in Wassenaar 40 kinderen in de leeftijd van 2 jaar tot 4 jaar die een risico hebben op een onderwijsachterstand. In 2022 heeft de JGZ 34 kinderen als VE-peuter geïndiceerd. Dat zou betekenen dat in 2022 in Wassenaar 85% van de doelgroep kinderen ook als zodanig wordt geïndiceerd wordt door de JGZ. Onze ambitie is om 100% van de doelgroep kinderen ook zodanig als doelgroep kind te indiceren. Naast het bereik door de JGZ, is er ook het bereik van het VE-aanbod, dat wil zeggen de mate waarin doelgroeppeuters gebruik maken van het VE-aanbod. In 2022 waren 18 VE-geïndiceerde peuters in beeld bij de voorscholen. Daarmee behaalden we in 2022 een bereik van 52,9%. Door samenwerkingsafspraken met onze partners, het beter registreren en monitoren van deze doelgroep, is de verwachting dat we meer peuters gaan bereiken. Ook is het streven een nieuwe VE-locatie te openen. Onze ambitie is om in 2024 een bereik van 70% te bewerkstelligen, in 2025 een bereik van 85%. De gemeente en partners zetten in op het monitoren van het (non) bereik van voorschoolse educatie in de komende beleidsperiode.

Het zicht op het (non) bereik zal verbeteren door de volgende acties: de JGZ houdt vanaf 2023 bij welke peuters niet worden geplaatst op een voorschool, en het implementeren van het overdrachtsdossier. Met het invoeren van de resultaatafspraken wordt het vanaf de periode 2023/2024 voor de basisscholen inzichtelijk welke kinderen met een achterstand binnen komen en geen VE hebben genoten.

16

3.4

Huisvesting

Gemeenten zijn verantwoordelijk om een kwalitatief goed voorschools aanbod te realiseren voor alle kinderen met een risico op een onderwijsachterstand in de gemeente. Gemeenten moeten daarbij zorgdragen voor voldoende voorzieningen in aantal en spreiding. Kinderopvangorganisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het vinden van passende huisvesting voor de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten. In de meeste gevallen lukt dit de kinderopvangorganisaties ook om dit zelf te doen. Als dit niet lukt, denkt de gemeente Wassenaar mee over mogelijke opties. De gemeente gaat onderzoek doen naar de mogelijkheid om een VE-groep te starten in de wijk Kerkehout. Wanneer de gemeente Wassenaar (vanuit de wettelijke taak) een nieuw schoolgebouw moet laten plaatsen wordt er rekening gehouden met de behoefte aan kinderopvang met voorschoolse educatie op die betreffende locatie.

17

4. Speerpunten voor de beleidsperiode 2024-2027 In samenspraak met de voorscholen, basisscholen en de JGZ is bepaald waar de focus in de komende beleidsperiode op is gericht. Vanuit de evaluatie van het beleidsplan VVE 2019-2021 werden 8 speerpunten geadviseerd. Deze nemen we over en we voegen er één punt aan toe (in het onderstaande overzicht is dit punt 8). Bij het merendeel van onderstaande verbeteringen en interventies van fase 1 is al een begin gemaakt. Een uitzondering hierop is punt 7, hiermee zal in 2024 worden gestart. 1e Fase 2024: Verankeren van de basisafspraken zoals vastgelegd in wet- en regelgeving 1. 2. 3. 4.

5.

6.

7.

8.

Kwaliteits- en resultaatafspraken maken over de voor- en vroegschoolse educatie (gemeente, scholen, kinderopvang). Doorgaande lijn bewaken van elke peuter van de voorschool naar de vroegschool middels een uniform/gestandaardiseerd overdracht document. Inzicht verkrijgen in het non-bereik door monitoring vanuit JGZ en bij aankomst in de vroegschool door de scholen. Realiseren aanbod van voorschoolse educatie voor alle doelgroeppeuters. Uitbreiden aantal kindplaatsen voorschoolse educatie als blijkt dat we te maken hebben met non-bereik. Onderzoek doen naar de mogelijkheid van een VE-locatie in de wijk Kerkehout. Professionaliseren en kwaliteitsverbetering middels netwerk voorschoolse educatie, kinderopvang en deelname aan netwerkbijeenkomsten van scholen (IB-netwerk en Scholen Collectief Wassenaar), vergroten van de educatieve proceskwaliteit. De peuteropvang werkt bij signaleren en bestrijden van eventuele onderwijs- en ontwikkelingsachterstanden samen met de SAD, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), het Sociaal Team Wassenaar, maatschappelijk werk en de basisscholen. Ook in het VE netwerk worden peuters besproken met onbegrepen gedrag om zo een beeld te vormen van de zorgsignalen en het aantal peuters met specifieke zorgbehoeften. De zorgstructuur/sociale kaart in Wassenaar wordt uitgewerkt.

De gemeente draagt zorg voor een gemeentelijk ouderbeleid (ouderbetrokkenheid), waarin de wijze waarop ouders worden betrokken wordt uitgewerkt. Het gezamenlijk evalueren en uitwerken van het gemeentelijk ouderbeleid in samenwerking met de maatschappelijke partners. Herijking financieel kader voorschoolse educatie.

2e Fase 2025-2027: Ambities om de Wassenaarse kinderen met (kans op een) onderwijsachterstand het meest effectief te ondersteunen en het vergroten van gelijke onderwijskansen. 9.

In Wassenaar willen we samen met de kinderopvang en basisscholen in beeld krijgen waar de competenties van de pedagogisch professionals vergroot kunnen worden op het gebied van de educatieve interactievaardigheden en het ontwikkelingsgericht werken.

Naast deze speerpunten zullen we de volgende acties ondernemen: •

Tussentijdse evaluatie van dit beleidskader in 2024 met de input van landelijk onderzoek EVENING6 en eventuele wijzigingen in wet- en regelgeving.

•

Volgen van de wijziging in Wet kinderopvang over tegemoetkoming van 96% in de kosten van de kinderopvang en effect op vraag naar kinderopvang en bereik kinderopvang in Wassenaar.

6 www.eveningonderzoek.nl, onderzoek naar de VE in Nederlandse gemeenten

18

5. Kwaliteits- en resultaatsafspraken voor- en vroegschoolse educatie 20242027 5.1 Kwaliteits- en resultaatafspraken Als eerste speerpunt voor de komende beleidsperiode gaan de gemeente en basisscholen in 2023/2024 kwaliteits- en resultaatsafspraken maken over de voor- en vroegschoolse educatie. Doel van de kwaliteits- en resultaatafspraken De kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie is erbij gebaat resultaatafspraken te formuleren, die erop gericht zijn achterstanden bij kinderen in te lopen, zodat ze met een zo klein mogelijke achterstand instromen in groep 1 en 2 en ze met hoog uit een beperkte achterstand kunnen beginnen in groep 3. Het maken van resultaatafspraken is wettelijk verplicht. Bij resultaatafspraken gaat het om streefdoelen. Zij geven input om de dialoog te voeren over het proces en het streven naar kwaliteitsverbetering. De resultaatafspraken vormen de basis van de kwaliteitsdialoog tussen de gemeente, de voorscholen en basisscholen. Zo dragen de resultaatafspraken bij aan een gezamenlijk toekomstbestendig VVEbeleid. Kwantitatieve resultaatafspraken Het huidige ontwikkelingsvolgsysteem van de voorscholen en basisscholen vormt de basis voor het maken van de kwantitatieve resultaatafspraken. We gaan kwantitatieve afspraken maken met de voorscholen en basisscholen.

Kwalitatieve resultaatsafspraken De kwalitatieve resultaatafspraken zijn uitgewerkt in procesafspraken met individuele maatschappelijke partners en zijn gericht op: • Registratie VVE-indicatie • Persoonlijke overdracht • Doorgaande leerlijn • Jaarlijkse kwaliteitsdialoog Overige afspraken zijn: • over de samenwerking binnen VVE-koppels (voorscholen waarvan het merendeel van de peuters doorstromen naar één bepaalde basisschool); • over het stimuleren van ouderbetrokkenheid (ouderbeleid) binnen de voorschool en basisschool.

5.2

Kwaliteitsdialoog en ontwikkelagenda

Gemeente en de maatschappelijke partners hebben de ambitie het VVE-beleid in gezamenlijkheid te volgen, te evalueren en door te ontwikkelen met als gezamenlijk doel de Wassenaarse kinderen met (kans op een) onderwijsachterstand zo effectief mogelijk te bereiken en te ondersteunen. De jaarlijkse kwaliteitsdialoog maakt hier onderdeel van uit. Deze kwaliteitsdialoog zal vanaf februari 2024 jaarlijks plaatsvinden, met de volgende deelnemers: de gemeente Wassenaar, de SAD, de voorschoolse educatie aanbieder (Norlandia) en reguliere kinderopvang, het onderwijs (de intern begeleiders), de JGZ en de bibliotheek. Hieruit volgende afspraken zullen door de relevante partner worden opgepakt. De uitvoering van deze afspraken zal gedurende volgende overleggen worden bewaakt. Hierin heeft de gemeente een regierol. De volgende onderwerpen worden voor de komende beleidsperiode in gezamenlijkheid nader uitgewerkt of besproken: •

Verdere inrichting kwaliteitsdialoog en overlegstructuur.

19

•

Optimaliseren toeleiding en bereik van doelgroep peuters, inclusief monitoring eventuele wachtlijsten.

•

Optimaliseren registratie en monitoring in de voorschoolse en vroegschoolse periode.

•

Peuters met extra zorgbehoefte.

20

6. Financieel kader 6.1

Financiële uitgangspunten van het VE aanbod

De huidige uitgangspunten van de gemeente Wassenaar voor het VE-aanbod zijn op dit moment hetzelfde als van het beleidsplan VVE 2019-2021 (zie tabel 2 en 3). Eind 2023 worden deze uitgangspunten en het financieringsmodel opnieuw herijkt door het bureau Sardes. De uitkomsten hiervan zullen in een nieuw financieel kader voorschoolse educatie worden opgenomen. Tabel 2: financiële uitgangspunten VE aanbod voor doelgroeppeuters Categorie ouders

Uren

Ouder(s) van doelgroep peuter met toeslagaanspraak

16 uur

Bekostiging •

(4 dagdelen • van 4 uur) •

Ouder(s) van doelgroep peuter zonder toeslagaanspraak9

16 uur

•

(4 dagdelen • van 4 uur) •

•

De eerste 8 uur bekostigt de gemeente op basis van de kostprijs van Norlandia7. Over de laatste 8 uur betaalt de ouder een inkomensafhankelijke ouderbijdrage en krijgt daar via de Belastingdienst Kinderopvangtoeslag over terug tot een maximum van het vastgestelde KOT-tarief (in 2023 9,12). Over de laatste 8 uur bekostigt de gemeente de kopsubsidie8 tot max. €1,76. De eerste 8 uur bekostigt de gemeente op basis van de kostprijs van Norlandia. Over de laatste 8 uur betaalt inkomensafhankelijke ouderbijdrage.

de

ouder

een

Over de laatste 8 uur bekostigt de gemeente de aanvulling op de inkomensafhankelijke bijdrage van de kostprijs tot het maximum van het vastgestelde KOT-tarief en de kopsubsidie van €1,7610.

Tabel 3: financiële uitgangspunten VE aanbod voor niet doelgroeppeuters Categorie ouders

Uren

Ouder(s) van nietdoelgroep peuter met toeslagaanspraak

Afhankelijk• van keuze ouder(s)

•

Bekostiging De ouder bekostigt het aantal uren kinderopvang/ VE aan de hand van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage, en ontvangt daar via de Belastingdienst Kinderopvangtoeslag over terug tot een maximum van het vastgestelde KOTtarief.

Ouder(s) van nietdoelgroep peuter zonder toeslagaanspraak

Afhankelijk• van keuze ouder(s)

De ouder bekostigt de volledige kostprijs voor het totaal aantal uren kinderopvang (minus 6 uren kindgebonden budget).

7 Norlandia B.V. hanteert in 2023 een uurprijs van €10,88 8 De kopsubsidie is het verschil tussen het maximum KOT-tarief (€9,12) en de kostprijs (€10,88) 9 De categorie “zonder toeslagaanspraak”: Dit betreft de ouders die niet in aanmerking komen voor

kinderopvangtoeslag, bijv. omdat niet beide ouders werkzaam zijn. 10 De aanvulling op de inkomensafhankelijke bijdrage is maximaal 96% van de totale kosten, de gemeente volgt hierin het landelijke beleid. De gemeente is voornemens om bij peuters uit de asielopvang de volledige 100% te vergoeden. 21

6.2 Geldstromen en budgetten 2023-2026 In tabel 4 worden de lasten en de baten weergegeven in het kader van voorschoolse educatie en onderwijskansenbeleid (OAB). Het uitgangspunt is dat de baten vanuit de specifieke uitkering (SPUK) onderwijsachterstandenbeleid de komende jaren minimaal gelijk blijft. Het hieronder genoemde bedrag is gebaseerd op de voorlopige beschikking voor 2023. Tabel 4: lasten en baten voorschoolse educatie en OAB Lasten

Baten

Aanbod voorschoolse educatie en vergoeding kopsubsidie11 Samenspelgroep

€ 63.000

SPUK OAB 2023

€ 392.685

€ 70.000

€ 163.585

Aanbod voorschoolse educatie SAD

€ 45.000

SPUK OAB resterend over 202212 (eenmalig bedrag) Gemeentelijke middelen

SAD werkzaamheden inspectierapport Sardes herijking financieel kader

€ 13.000

Digitale overdrachtsformulier

€ 2.750

Geraamde kosten VE-Training kinderopvang13 Kindgebonden budget niet doelgroepkinderen Totaal Lasten

€ 40.000

Totaal baten

€ 606.270

€ 50.000

€ 15.000

€ 42.400 € 291.150

In het verleden zijn de baten doorgaans hoger geweest dan de lasten. De belangrijkste reden hiervoor is het non-bereik. De SPUK OAB wordt berekend aan de hand van het aantal doelgroep peuters in een gemeente. Het CBS gaat voor Wassenaar uit van 40 doelgroepkinderen. Momenteel maken er maar 18 doelgroep peuters gebruik van het VE-aanbod, waardoor de kosten logischerwijs lager uitvallen. Met de voorgenomen verbeteringen op het gebied van bereik beoogt de gemeente Wassenaar in 2024 een bereik te behalen van minimaal 70%. Ook het openen van nieuwe VE-plekken is een van de prioriteiten. Deze maatregelen zullen er voor zorgen dat het budget aanzienlijk meer benut zal worden. In tabel 5 is een overzicht weergegeven van de beschikbare budgetten van 2023 t/m 2026. Tabel 5: beschikbare budgetten van 2023 t/m 2026 Overzicht budgetten

2023

2024

2025

2026

SPUK OAB-budget

€ 392.685

€ 392.685

€ 392.685

€ 392.685

SPUK OAB-budget resterend over 2022

€ 163.585

-

-

-

Gemeentelijke middelen

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

De gemeente Wassenaar heeft in september 2022 een voorlopige beschikking OAB-middelen ontvangen voor het jaar 2023. In september 2023 krijgt de gemeente de definitieve beschikking over 2023. Het bedrag van dit budget wordt jaarlijks vastgesteld door het Rijk en wordt bepaald door de verdeelsystematiek en de CBS-indicator. Jaarlijks wordt opnieuw de achterstandsscore per gemeente bepaald. Deze score drukt de verwachte achterstandsproblematiek per gemeente uit op basis waarvan OCW het onderwijsachterstandenbudget over gemeenten verdeelt. Wanneer de baten

11 bedrag over 2022, als indicatie voor 2023. 12 Er is nog OAB-budget over uit het jaar 2022, deze zijn overgeheveld naar 2023 en worden incidenteel ingezet voor de bekostiging van

het VE-aanbod. 13 geraamde kosten voor 2023

22

groter zijn dan de lasten dan mogen de SPUK OAB-middelen die ontvangen worden vanaf 2023 worden besteed tot en met 2027. Vanuit de OAB-middelen worden de volgende activiteiten gefinancierd: • •

• •

Jaarlijkse Samenspelgroep om de ouderbetrokkenheid in de gemeente Wassenaar te vergroten. Inzet expertise van de Schooladviesdienst. o Ter ondersteuning en advisering van de gemeente o Procesbegeleiding van voorscholen en basisscholen bij de uitvoering van wettelijke kaders. o Ten behoeve van de professionalisering van de voor- en vroegschoolse educatie. Abonnementskosten voor het digitale overdrachtsdossier Wassenaar. Aanbod VE.

De SPUK OAB-middelen mogen alleen worden besteed aan doelgroeppeuters. De gemeentelijke middelen worden gebruikt om een tegemoetkoming te financieren voor ouders van nietdoelgroeppeuters die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, volgens de zogeheten kindgebondenbudget regeling. Ook kinderen in deze doelgroep hebben namelijk een voordeel bij het bezoeken van een kinderopvang (sociale wenning en gemakkelijkere overgang naar de basisschool). Daarnaast bevordert dit gemengde groepen binnen de VE. Gemiddeld maken ouders van ongeveer 30 niet-doelgroepkinderen gebruik van de regeling, in 2022 waren de kosten hiervan €42.500. In het najaar van 2023 wordt de doelmatigheid en effectiviteit van de kindgebondenbudget regeling geëvalueerd.

23

Begrippenlijst (G)OAB

(Gemeentelijk) Onderwijsachterstandenbeleid.

CJG

Centrum voor Jeugd en Gezin/ consultatiebureau

Doelgroeppeuter

Een kind van 2,5 tot 4 jaar oud met een achterstand op het gebied van taal, rekenen, motoriek of sociaal-emotionele ontwikkeling

IKK

Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, beoogt de kwaliteit en toegankelijkheid van de kinderopvang te verbeteren

JGZ

Jeugdgezondheidszorg

Kopsubsidie

De gemeente betaalt een deel van het verschil tussen de kostprijs peuteropvang en het landelijk tarief kinderopvangtoeslag

NPO

Nationaal Programma Onderwijs, ingesteld om coronavertragingen teniet te doen in de periode 2021-2025

Pm’ers

Pedagogisch medewerkers

Niet doelgroeppeuter

Een kind van 2,5 tot 4 jaar oud zonder een achterstand op het gebied van taal, rekenen, motoriek of sociaal-emotionele ontwikkeling

VE

Voorschoolse educatie

VVE

Voor- en vroegschoolse educatie

Voorschool

Kinderopvang waar een verrijkt (taal)aanbod aan peuters wordt gegeven (voorschoolse educatie)

Vroegschool

Groep 1 en 2 van de basisschool waar een verrijkt (taal)aanbod aan kleuters wordt gegeven (vroegschoolse educatie)

Vroegsignalering

Op jonge leeftijd kinderen waarover zorgen zijn in beeld krijgen, zodat tijdig hulp geboden kan gaan worden

Warme overdracht

Overdracht die telefonisch of “face-to-face” plaatsvindt, zodat professionals toelichting kunnen geven en elkaar bevragen

WPO

Wet Primair Onderwijs

Wko

Wet Kinderopvang

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=bdac4f0e-4690-4f8e-a3e9-5d5e45f8f28d