Bijlage 1. Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar (aangepast conform raadsbesluit)
Tekst van het document
Hoe gaan we werken? Om op integrale wijze uitvoering te geven aan de (wettelijke) taken in het Sociaal Domein én flexibel om te gaan met de vele en snel opeenvolgende ontwikkelingen in het Sociaal Domein, werken we volgens de volgende uitgangspunten: 1. de informatievoorziening, advies, ondersteuning, hulp en zorg is en blijft van goede kwaliteit; 2. we maken gebruik van de inzet van ervaringsdeskundigen en werken volgens het principe ‘niets over ons, zonder ons’; 3. we kijken integraal, handelen daarnaar en werken opgavegericht; 4. we zetten in, daar waar de meeste ‘winst’ te behalen valt en hebben daarbij extra aandacht voor de doelgroepen die lastiger te bereiken zijn; 5. we behouden en versterken de bestaande sociale structuren van Wassenaar; 6. de gemeente treedt steeds vaker in de rol van ‘partner’;
7. de indicatoren voor de monitoring zijn afgestemd met de doelgroep en de raadscommissie; 8. we werken binnen de financiële kaders (denk ook aan andere mogelijkheden van financiering zoals het aanvragen van subsidies en fondsen), waarbij we een realistische blik hebben op en transparant zijn over de haalbaarheid en beheersbaarheid van de financiën.
5.2 Aanvullende beleidsnota’s en uitvoeringsplannen Voor diverse onderwerpen in het Sociaal Domein zijn of worden beleidsnota’s en/of uitvoeringsplannen opgesteld, waarin de concrete vertaling van de visie naar de uitvoering wordt gemaakt. De rode draad die door deze beleidsnota’s en uitvoeringsplannen vloeit, is het toenemend inzetten op preventie en het zorgen dat de benodigde informatie, advies, ondersteuning, hulp en zorg beschikbaar blijft voor inwoners die hierop aangewezen zijn. We kiezen voor een aanvullende beleidsnota wanneer het nood zakelijk of wenselijk is om een onderwerp verder uit te diepen, dan in deze overkoepelende visie wordt gedaan. Een beleidsnota bevat een uitgebreide analyse van de opgaven en onze uitgewerkte visie op een specifiek onderwerp of specifieke wet met de bijbehorende keuzes voor de uitvoering. En in een uitvoeringsplan benoemen we de concrete acties die worden ondernomen op basis van de opgaven die benoemd zijn. We werken volgens eerdergenoemde uitgangspunten en stellen eisen aan de beleidsnota’s en uitvoeringsplannen. In bijlage C staat omschreven wat de eisen zijn aan de beleidsnota’s en
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
27
U i t vo e r i n g
uitvoeringsplannen. Twee van de belangrijkste eisen zijn aandacht voor een analyse van beschikbare data en een realistische toelichting op de haalbaarheid van de plannen en beheersbaarheid van de bijbehorende kosten. Daarnaast zijn er beleidsvisies, -stukken en uitvoeringsplannen van aangrenzende beleidsterreinen die onlosmakelijk samenhangen met het Sociaal Domein, zoals bijvoorbeeld de Woonzorgvisie en de Sportvisie. Vanuit dit beleidsplan wordt hiervoor inbreng geleverd. De verhouding tussen dit beleidsplan en de aangrenzende en onderliggende beleidsdomeinen en -stukken zijn gevisualiseerd in bijlage B.
A F W EG I N G S K A D E R B E L E I DS N O TA’ S E N U I T VO E R I N G S P L A N N E N Voor diverse onderwerpen is reeds bepaald dat hiervoor beleidsnota’s en/of uitvoeringsplannen worden opgesteld.
De volgende beleidsnota’s staan op de langetermijnagenda van 2024: • minimabeleid; • schuldhulpverleningsbeleid; • jeugdbeleid (met aandacht voor opgaven rondom eenzaamheid, mentale gezondheid, suïcidepreventie, gezonde leefstijl en de Hervormingsagenda Jeugd); • ouderenbeleid (met aandacht voor opgaven rondom langer thuis wonen, dementie, mantelzorg, respijtzorg, eenzaamheid en gezonde leefstijl); • Wmo-beleid.
28
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
Voor in ieder geval de volgende thema’s worden uitvoeringsplannen opgesteld in 2024 of 2025: • Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA); • Integraal Zorgakkoord (IZA); • Sociaal Team Wassenaar; • gezondheid en welzijn (met aandacht voor een dementievriendelijke gemeente en ontmoetingscentra); • inclusie en toegankelijkheid (via een Lokale Inclusie Agenda); • onderwijs (via een Lokale Educatieve Agenda).
Deze beleidsnota’s en uitvoeringsplannen geven invulling aan de genoemde maatschappelijke opgaven en de daaruit voortkomende doelen, zoals beschreven in hoofdstuk 4. Tabel 1 geeft een indicatief overzicht van welke beleidsnota’s en uitvoeringsplannen volgen, op welke termijn deze worden verwacht en aan welke doelen deze bijdragen. De doelen zijn als volgt genummerd: 1. We versterken de sociale basis en het maatschappelijk middenveld. 2. We werken aan lichamelijke, geestelijke en financiële gezondheid voor alle inwoners door het accent op preventie, specifiek voor de jeugd en de ouderen. 3. We koesteren het sterke verenigingsleven en onze vrijwilligers. 4. We zorgen voor een gerichte spreiding en vaste ontmoetingscentra in verschillende buurten. 5. We maken van Wassenaar een dementievriendelijke gemeente. 6. We hebben aandacht voor mantelzorgers en respijtzorg. 7. We hebben aandacht voor armoedebestrijding. 8. We hebben een sterk Sociaal Team Wassenaar met een spilfunctie ten aanzien van samenwerking en waarbij voor alle betrokken een duidelijke rol is weggelegd. 9. We werken aan een inclusief en toegankelijk Wassenaar met gelijke kansen voor alle inwoners.
U i t vo e r i n g
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Minimabeleid
x
x
x
x
Schuldhulpverleningsbeleid
x
x
x
x
Jeugdbeleid
x
x
x
Ouderenbeleid
x
x
x
x
Beleidsnota’s (2024):
x x
x
x
x
Uitvoeringsplannen (uiterlijk 2025): Gezond en Actief Leven Akkoord
x
x
Integraal Zorgakkoord
x
x
x
Sociaal Team Wassenaar
x
x
x
x
x
x
Gezondheid en welzijn
x
x
x
x
x
x
Inclusie
x
x
Onderwijs
x
x
x
x
x
x
x
x x
5.3 Monitoring Om te weten of we de gestelde doelen en maatschappelijke effecten bereiken, zowel overkoepelend als per thema, zetten we in op het versterken van de monitoring. Dit is een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke beleidscyclus. De monitoring start met beleidsontwikkeling, inclusief het formuleren van indicatoren, gevolgd door implementatie, dan de uitvoering zelf, met daarna de terugkoppeling en evaluatie. Dit is een continu proces, zoals weergegeven in figuur 4. De monitoring vindt plaats gedurende de volledige beleidscyclus. Dit leidt, op basis van evaluatie, tot een mogelijke bijstelling van het beleid.
x x
x
tie
Ui
Daarnaast kan het voorkomen dat we de komende jaren aanvullende beleidsnota’s en/of uitvoeringsprogramma’s opstellen wanneer we anticiperen en inspelen op veranderingen. We zullen afwegen wanneer een beleidsnota of uitvoeringsplan noodzakelijk is.
Bele ids on
ta
de doelen van de beleidsvisie.
ie at
g elin ikk tw
Tabel 1. Indicatief overzicht van beleidsnota’s en uitvoeringsplannen en de relatie met
Ev al u
(Lokale Educatieve Agenda)
tv
en
Draagt bij aan doel:
o
er
in
g
I
l mp
em
Figuur 4. Visuele weergave van de beleidscyclus.
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
29
U i t vo e r i n g
We monitoren niet enkel de doelen en inspanningen, maar duiden in hoeverre dit bijdraagt aan het behalen van de boogde maatschappelijke effecten. Hiervoor worden in de beleidsnota’s en uitvoeringsplannen indicatoren opgesteld. Deze indicatoren worden afgestemd met de desbetreffende doelgroep en met de raadscommissie. We betrekken de ervaringen van inwoners en professionals nadrukkelijk bij het meten van de doelen en maatschappelijke effecten. Door kennis van de context en de inhoudelijk duiding, komen handvatten voor verbeteringen, optimalisatie en afstemming naar boven. Zo maken we de voortgang inzichtelijk en toetsen we op de maatschappelijke effecten. We sturen bij als de maatschappelijke effecten achterblijven bij de doelen die we stellen in het beleidsplan Sociaal Domein en de onderliggende beleidsnota’s.
We organiseren per jaar twee momenten om in gezamenlijkheid te evalueren: 1. Om de voortgang van dit beleidsplan te evalueren gaan we een jaarlijkse integrale monitoring opzetten. We verzamelen de monitoringsgegevens van de beleidsnota’s en uitvoerings plannen en analyseren we deze integraal. Om de raadscommissie in positie te brengen, zullen we jaarlijks – naast de reguliere producten van begroting, kadernota en jaarverantwoording – een apart verantwoordingsmoment creëren waarbij we duiding geven aan de cijfers. We sluiten met de monitoring aan bij de planning- en controlcyclus, zodat we op de juiste momenten kunnen bijsturen waar nodig.
30
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
2. Daarnaast organiseren we een jaarlijkse bijeenkomst met maatschappelijke partijen in de gemeente om te evalueren en een vinger aan de pols te houden. Daarbij willen we zichtbaar maken wat we bereiken, wat goed gaat en willen we inventariseren wat er nog nodig is. Ook nemen we de ruimte om de diverse samenwerkingsrelaties te evalueren. .
6. Financiën en risico’s 6.1 Financiën De programmabegroting biedt het financieel kader. In de begroting wordt een meerjarenperspectief geboden in programma 2 ‘Mens en Maatschappij’. In programma 2 zijn alle budgetten opgenomen die beschikbaar zijn voor het uitvoeren van het Sociaal Domein. Naast de financiële middelen die we als gemeente beschikbaar hebben vanuit het Rijk, gaan we actief op zoek naar subsidies, fondsen en mogelijkheden voor cofinanciering van projecten. Dit biedt mogelijkheden voor zowel de gemeente als voor de partners in de gemeente. We verwachten hierin een proactieve houding van partners en nemen dit daarom op in het nieuwe subsidiebeleid. Wanneer keuzes moeten worden gemaakt op basis van beperkte beschikbaarheid van middelen, kiezen we ervoor om naast de wettelijke verplichte inzet, bewust preventieve inzet te plegen voor de doelgroep waar de meeste ‘winst’ in kansengelijkheid te behalen is. Dit wordt concreet uitgewerkt in de diverse beleidsnota’s en uitvoeringsplannen.
6.2 Risico’s RIJKSBELEID Het is mogelijk dat het Rijk in de komende jaren wetten of budgetten aanpast die van invloed zijn op het uit te voeren beleid in het Sociaal Domein.
Waar we reeds zicht op hebben is het feit dat in 2026 de bijdrage in het gemeentefonds daalt. De totale bijdrage voor de gemeente loopt terug. Voor de jaren 2026, 2027 en 2028 hebben we een voorlopig negatief begrotingssaldo van 4 miljoen euro. Als dat niet verandert, zal er moeten worden bezuinigd. Een risico van bezuinigen op preventie is dat het gebruik van de openeinde regelingen en de daarmee gemoeide kosten, zullen toenemen.
O P E N E I N D E R EG E L I N G E N De Wmo, Jeugdwet en Participatiewet zijn openeinderegelingen. Dat is een begrotingsbesluit waardoor de regelingen geen budgettair plafond kennen. Dit betekent dat de gemeente noodzakelijke zorg, die voldoet aan de criteria van de betreffende regeling, niet kan weigeren omdat er geen budgettaire ruimte is. Inherent aan een openeinderegeling is het risico op hoge kosten. Een voorbeeld hiervan is de onvoorspelbaarheid van de ontwikkelingen in de jeugdzorg. De landelijke Hervormingsagenda Jeugd bevat maatregelen om de kosten van de jeugdzorg te beperken. Als deze hervormingsagenda onvoldoende resultaat brengt, dan zijn de kosten daar moeilijk te beheersen. Een ander voorbeeld is de gebundelde uitkering voor de Participatiewet. De gemeente ontvangt dit budget voor het uitvoeren en de kosten van de Participatiewet. Gedurende het jaar wordt de hoogte van dit budget bekend, wat kan leiden tot onvoorziene tekorten.
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
31
I N C I D E N T E E L V E R SUS S T RU C T U R E L E F I N A N C I E R I N G We moeten structurele activiteiten structureel financieren, maar van het Rijk krijgen we deels incidentele middelen. Een voorbeeld hiervan is de inzet die we plegen voor het GALA en het IZA. Hiervoor zijn tijdelijke middelen beschikbaar gesteld, maar als gemeente willen we deze inzet structureel maken. Dit vraagt de komende jaren de aandacht.
S T I J G E N D E KOS T E N VO O R P R E V E N T I E E N ZO RG D O O R V E RG R I J Z I N G We hebben te maken met een dubbele vergrijzing. De komende jaren zal het aantal 75-plussers stijgen. Mensen leven dus langer, wonen langer zelfstandig thuis en maken daarbij de komende jaren steeds meer gebruik van beschikbare voorzieningen. De verwachting is dat dit zal leiden tot toenemende kosten voor de inzet van preventie, maatschappelijke ondersteuning en voor de inzet van zorg.
KOS T E N N I EU W B E L E I D Gezien de beperkte middelen voor het huidige beleid, vraagt dit om keuzes en het stellen van prioriteiten. Wanneer er naar aanleiding van voortschrijdend inzicht nieuw beleid wordt gevormd dat kosten met zich meebrengt, moet goed worden gekeken naar de financiële haalbaarheid hiervan.
P E R S O N E E L S T E KO RT E N Bij het opstellen en uitvoeren van beleid, zijn we afhankelijk van de beschikbaarheid van personeel. Dit geldt zowel voor de gemeente als voor maatschappelijke organisaties. Wanneer er onvoldoende personeel beschikbaar is, vormt dit een risico voor de haalbaarheid van de plannen.
32
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
Bijlage A. Voor het Sociaal Domein relevante verdragen, wetten en regelingen J EU G DW E T
W E T M A AT S CH A P P E L I J K E O N D E R S T EU N I N G 2 0 15
In de Jeugdwet staan de taken van de gemeente. De gemeente moet onder andere: • jeugdhulp van goede kwaliteit aanbieden; • een beleidsplan voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg opstellen; • voorzieningen op het gebied van jeugdhulp (jeugdhulpplicht) treffen; • jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering organiseren; • maatregelen voor de aanpak van kindermishandeling nemen; • de samenwerking met andere sectoren zoals zorg, onderwijs, politie en justitie zoeken; • vertrouwenspersonen aanwijzen voor jongeren en (pleeg) ouders die te maken hebben met jeugdhulpverlening.
De gemeente is verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Het gaat bijvoorbeeld om: • begeleiding en dagbesteding; • ondersteuning om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten; • een plaats in een beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische stoornis; • opvang in geval van huiselijk geweld en mensen die dakloos zijn; • re-integratie van ex-gedetineerde inwoners.
De Jeugdwet is gericht op het voorkomen van problemen en vroeg tijdige inzet van hulp en zorg om zo zwaardere vormen van jeugdhulp te voorkomen. Preventieve activiteiten die onder de Jeugdwet vallen, zijn onder andere: vroege interventie bij opgroeiproblemen en het faciliteren van informatie en advies in de vorm van folders of een adviesgesprek. Preventieve activiteiten door welzijnswerk of welzijns organisaties, zoals het jongerenwerk, vallen ook onder de Jeugdwet.
Ondersteuning is er in de vorm van algemene voorzieningen of maatwerkvoorzieningen. Algemene voorzieningen zijn vrij toeganke lijke diensten, activiteiten of zaken. Bieden deze voorzieningen niet voldoende hulp? Dan kan een maatwerkvoorziening een oplossing zijn. Maatwerkvoorzieningen zijn diensten of zaken die precies zijn afgestemd op de persoonlijke situatie. Voor een maatwerk voorziening is een indicatie nodig.
W E T P U B L I E K E G E ZO N D H E I D De gemeente moet zorgen voor een stabiele en goed samenwerkende openbare gezondheidszorg. Deze zorg moet goed aansluiten op de gezondheidszorg die artsen bieden en de geneeskundige hulp verlening bij rampen. Ook heeft de gemeente als taak de centrale aansturing van infectieziektebestrijding op lokaal niveau. De publieke gezondheidszorg richt zich op de zorg voor de gezondheid van de samenleving en risicogroepen.
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
33
B i j l ag e A . V o o r h e t S o c i a a l D o m e i n r e l ev a n t e ve r d r ag e n , w e t t e n e n r e g e l i n g e n
De gemeente moet in ieder geval zorg moet dragen voor: • het bevorderen van de samenhang binnen de publieke gezond heidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezond heidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen; • het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking; • het elke vier jaar op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie; • het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslis singen; • het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering; • het bevorderen van medisch milieukundige zorg; • het bevorderen van technische hygiënezorg; • het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen; • het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders.
PA RT I C I PAT I E W E T De gemeente is verantwoordelijk voor alle mensen die kunnen werken, maar daarbij wel ondersteuning nodig hebben. Een van de doelen van de Participatiewet is om meer mensen aan de slag te krijgen, ook mensen met een arbeidsbeperking. De gemeente is verantwoordelijk voor mensen met arbeidsvermogen die onder steuning nodig hebben bij arbeidsre-integratie, en waar nodig inkomensondersteuning. Een ander doel van de wet is het verlenen van bijstand aan mensen ‘die in zodanige omstandigheden verkeren of dreigen te geraken dat zij niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien’.
34
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
W E T G E M E E N T E L I J K E S CH U L D H U L P V E R L E N I N G De gemeente is volgens deze wet verantwoordelijk voor schuldhulp verlening. Iemand met schulden kan zich melden bij de gemeente of bij de organisatie die schuldhulpverlening voor de gemeente uitvoert. Indien nodig kan de gemeente inwoners in het geval van problema tische schulden via de rechtbank onder een beschermingsbewind plaatsen.
O N D E RW I J S W E T E N - R EG E LG E V I N G De gemeente heeft de zorg voor een breed en veelsoortig onderwijsaanbod van voldoende kwaliteit. Naast deze zorgplicht heeft de gemeente wettelijke taken op het gebied van: • onderwijshuisvesting; • leerplicht en meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten; • leerlingenvervoer; • onderwijsachterstandbestrijding (inclusief voorschoolse educatie voor kinderen die risico lopen op (taal)achterstanden); • afspraken met scholen en kinderopvangorganisaties over de voor- en vroegschoolse educatie. Met de zorg voor de onderwijshuisvesting voor het primair, voort gezet en speciaal onderwijs zijn jaarlijks grote bedragen gemoeid. Het handhaven van de leerplicht en in het verlengde daarvan het terugdringen van het aantal schoolverlaters zonder startkwalificatie, is nauw verbonden met de zorgplicht, die scholen zelf hebben t.a.v. leerlingen die dreigen uit te vallen. Leerlingen kunnen recht hebben op vervoer op basis van een handicap of omdat er geen onderwijs van de gewenste richting in de directe omgeving is. De taken op het gebied van het bestrijden van onderwijsachterstand zijn beperkt tot het in standhouden van schakelklassen en het verzorgen van voorschoolse educatie. Vanuit haar leerplichttaak en de taken op het terrein van preventief jeugdbeleid en jeugdgezondheidszorg kan
B i j l ag e A . Vo o r h e t S o c i a a l D o m e i n r e l ev a n t e ve r d r ag e n , w e t t e n e n r e g e l i n g e n
gewerkt worden aan een sluitende aanpak voor alle jongeren van 0 tot 18. In overleg met schoolbesturen en overige jeugdinstellingen worden dan afspraken gemaakt over het toedelen van taken en verantwoordelijkheden. De gemeente kan ook stimulerend zijn in het betrekken van de school bij haar omgeving. Voorbeelden daarvan zijn Brede Scholen. De gemeente moet zorgen voor een educatie-aanbod afgestemd op de behoefte van de doelgroepen in de eigen gemeente. De gemeente ontvangt op basis van de Wet educatie en beroepsonderwijs een budget voor de volwasseneducatie en de aanpak van laaggeletterd heid. De gemeente kan hiermee cursussen taal, rekenen en digitale vaardigheden aanbieden aan volwassenen. De volgende wet- en regelgeving is van toepassing: • Wet op het primair onderwijs; • Wet voortgezet onderwijs 2020; • Wet op het onderwijstoezicht; • Wet op de expertisecentra; • Wet educatie en beroepsonderwijs; • Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; • Leerplichtwet 1969; • Regels inzake regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten; • Verordening leerlingenvervoer gemeente Wassenaar 2014.
W E T K I N D E RO P VA N G In de Wet kinderopvang worden minimum eisen gesteld aan (de kwaliteit van) de kinderopvang. In de wet staan de regels omtrent de aanvraag en registratie van een kinderopvang locatie. De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van de opvang. De GGD voert regelmatig inspecties uit. Het Rijk is verantwoordelijk voor het landelijk toezicht hierop.
W E T H A R M O N I SAT I E K I N D E RO P VA N G E N P EU T E R S P E E L Z A A LW E R K Vanaf 1 januari 2018 worden alle geregistreerde peuterspeelzalen in het Landelijk Register Kinderopvang geregistreerd als kinderdag verblijf. Dit betekent dat alle kinderopvanglocaties zich moeten houden aan de Wet Kinderopvang en dat - als ouders voldoen aan de voorwaarden - zij ook kinderopvangtoeslag ontvangen voor peuteropvang.
L E E R P L I CH T W E T 19 69 De leerplichtambtenaar houdt toezicht op de naleving van de Leerplichtwet. Elke gemeente moet een leerplichtambtenaar in dienst hebben. Ouders of verzorgers moeten hun leerplichtige kinderen inschrijven op een school. De kinderen moeten ook echt naar die school gaan. Dit geldt ook voor kinderen met een andere nationaliteit en nieuwkomers (asielzoekers en vreemdelingen). Doel van de Leerplichtwet is te waarborgen dat jeugdigen in Nederland onderwijs volgen en gebruik maken van hun recht op onderwijs. Na de leerplicht komt de kwalificatieplicht. De kwalificatieplicht is bedoeld om schooluitval tegen te gaan en de kansen op een baan te vergroten. De kwalificatieplicht houdt in dat leerlingen van 16 tot 18 jaar verplicht zijn onderwijs te volgen als zij geen diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger hebben. De gemeente is wettelijk verplicht om voortijdige schoolverlaters tot hun 23e jaar te volgen op hun weg naar een startkwalificatie. Deze taak wordt uitgevoerd door de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC-functie) voortijdig schoolverlaten.
35
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
B i j l ag e A . V o o r h e t S o c i a a l D o m e i n r e l ev a n t e ve r d r ag e n , w e t t e n e n r e g e l i n g e n
W E T O N T W I K K E L I N G S K A N S E N D O O R K WA L I T E I T E N E D U C AT I E Deze wet geeft de gemeente de regie over de realisatie van een dekkend voorschools aanbod voor alle jonge kinderen met een (taal) achterstand. De wet laat de gemeente zelf bepalen in welke mate zij stuurt op samenwerking dan wel integratie van organisaties. In de wet is de doelgroep omschreven als ‘kinderen met risico op een taalachterstand in het Nederlands’. De gemeente kan echter ook bepalen dat het gaat om kinderen met een taal- en ontwikkelings achterstand of kinderen van ouders met een laag opleidingsniveau of alle kinderen in een bepaalde wijk.
W E T G E M E E N T E L I J K E A N T I D I S CR I M I N AT I E VO O R Z I E N I N G E N De gemeente moet inwoners toegang bieden tot een antidiscrimi natievoorziening. Die heeft tot taak onafhankelijke bijstand te verlenen aan personen bij de afwikkeling van hun klachten betreffende onderscheid als bedoeld in o.a. de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte en de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid of discriminatie. Ook moet de voorziening bovengenoemde klachten registreren.
W E T L A N G D U R I G E ZO RG Deze wet regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt of iemand in aanmerking komt voor zorg op basis van deze wet.
36
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
ZO RG V E R Z E K E R I N G S W E T In deze wet is geregeld dat iedereen die in Nederland woont of werkt, recht heeft op zorg uit het basispakket. In de wet is een breed basispakket van zorg verzekerd. Zorgverzekeraars voeren de wet uit voor hun verzekerden. Zorgaanbieders hebben de verantwoordelijk heid om zorg te bieden die van goede kwaliteit is. Burgers zijn verplicht om een zorgverzekering af te sluiten. Deze zorgverzekering wordt ook wel basisverzekering of zorgpolis genoemd. Het basispakket is ruim opgezet en bevat veel noodzakelijke geneeskundige zorg, geneesmiddelen en hulpmiddelen. Sommige zorg wordt gedeeltelijk vergoed, zoals fysiotherapie en mondzorg.
W E T I N B U RG E R I N G 2 02 1 Het doel van de Wet inburgering 2021 is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland. En dat ze daarnaast zo snel mogelijk werk vinden. De gemeente heeft tot taak inburgerings plichtige nieuwkomers te begeleiden bij hun inburgering. Voor asielstatushouders doet zij dit vanaf het moment van koppeling aan een gemeente. De gemeente begeleidt ook gezinsmigranten en overige migranten. Zij betalen hun inburgering altijd zelf. De gemeente neemt een brede intake af en stelt daarmee de te volgen leerroute vast. Ook kan zij adviseren over een mogelijk passende onderwijsinstelling. De gemeente is verantwoordelijk om status houders een sluitend inburgeringsaanbod te doen.
W E T V E R P L I CH T E G E E S T E L I J K E G E ZO N D H E I DS ZO RG Deze wet geldt voor mensen bij wie een psychische stoornis leidt tot gedrag dat ernstig nadeel (gevaar) veroorzaakt voor henzelf of voor anderen. Als er geen vrijwillige zorg mogelijk is om dat ernstig nadeel weg te nemen, kan de rechter hen verplichte zorg opleggen. Deze wet geldt niet voor mensen met een verstandelijke beperking of dementie. Voor hen geldt de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten.
B i j l ag e A . Vo o r h e t S o c i a a l D o m e i n r e l ev a n t e ve r d r ag e n , w e t t e n e n r e g e l i n g e n
W E T ZO RG E N DWA N G P S YCH O G E R I AT R I S CH E E N V E R S TA N D E L I J K G E H A N D I C A P T E CL I Ë N T E N Om goede zorg te verlenen aan personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap, worden regels gesteld over het voorkomen van gedwongen zorg, de regels die gelden als in het uiterste geval toch gedwongen zorg nodig is terwijl de cliënt niet instemt of zich verzet en de regels die gelden bij het geen blijk geven van bereidheid of verzet bij een opname in een accommodatie.
W E T V E R P L I CH T E M E L D CO D E H U I S E L I J K G E W E L D EN KINDERMISHANDELING Deze wet bepaalt dat organisaties en zelfstandige beroepsbeoefe naren in de sectoren onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, sport, jeugdhulp en justitie een meldcode moeten hebben én het gebruik ervan moeten bevorderen. De meldcode is een stappenplan waarin staat hoe bijvoorbeeld een huisarts, kinderopvangmedewerker, leerkracht of hulpverlener moet omgaan met het signaleren en melden van huiselijk geweld en kindermishandeling.
V E R D R AG I N Z A K E D E R ECH T E N VA N P E R S O N E N MET EEN HANDICAP Dit verdrag richt zich op het versterken van toegankelijkheid, persoonlijke autonomie en volledige participatie. De gemeente is verplicht om in beleidsplannen aan te geven hoe zij de inclusie van inwoners met een beperking wil bevorderen zodat inwoners met een beperking dezelfde toegang tot voorzieningen hebben als valide inwoners. Ook moet zij beschrijven hoe zij bij die beleids- en uitvoeringsplannen inwoners met een beperking betrekt.
VETERANENWET Bij wet is geregeld dat veteranen voor hun militaire inzet, van zowel overheid als samenleving, erkenning en waardering verdienen. Deze Veteranenwet beschrijft onder meer de bijzondere zorgplicht van het Ministerie van Defensie voor veteranen die als gevolg van de militaire inzet (gezondheids)zorg en ondersteuning nodig hebben. Tussen uitvoering van de bijzondere zorgplicht voor veteranen en de taken van de gemeenten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning bestaan raakvlakken. Het is daarom voor gemeenten van belang te weten wat de bijzondere zorgplicht voor veteranen inhoudt en hoe deze in de praktijk wordt vormgegeven. Informatie hierover draagt bij aan het geven van de juiste hulp aan veteranen met zorg-, hulp- en ondersteuningsvragen.
W E T G E M E E N T E L I J K E TA A K M O G E L I J K M A K E N A S I E LO P VA N G VO O R Z I E N I N G E N Deze wet brengt verandering brengen in de situatie dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) afhankelijk is van de vrijwillige medewerking van gemeenten bij het realiseren van asielopvang. In deze wet is een (structurele) wettelijke taak opgenomen voor gemeenten om asielopvangvoorzieningen te bieden. De wet beoogt langs deze weg te komen tot een stabiel en robuust stelsel en een evenwichtigere verdeling van asielzoekers over alle gemeenten.
W E T O P H E T S P EC I F I E K CU LT U U R B E L E I D Het cultuurbeleid in Nederland is een kerntaak van de rijksoverheid. In deze wet zijn de benodigde randvoorwaarden voor cultuur en erfgoed vastgelegd, die vierjaarlijks worden vastgesteld in de beleidsnota van de betreffende minister.
37
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
B i j l ag e A . V o o r h e t S o c i a a l D o m e i n r e l ev a n t e ve r d r ag e n , w e t t e n e n r e g e l i n g e n
W E T S T E L S E L O P E N BA R E B I B L I O T H E E K VO O R Z I E N I N G E N In deze wet staat dat de gemeente voor voldoende en volwaardige bibliotheken moet zorgen.
W E T A A N PA K WO O N OV E R L A S T De burgemeester heeft de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing te geven aan een overlastgever in zowel een koop- als huurwoning of een daartoe behorend erf. Deze bevoegdheid is hem specifiek toegekend om woonoverlast tegen te gaan. Denk bij woonoverlast aan een hond die continu blaft, omwonenden die weigeren het portiek schoon te houden of buren die laat in de nacht luidruchtige gasten over de vloer hebben.
WET TIJDELIJK HUISVERBOD Deze wet heeft het doel om personen die te maken hebben met (dreigend) huiselijk geweld te beschermen en geeft de burgemeester de bevoegdheid om een persoon van wie een ernstige dreiging van huiselijk geweld - hieronder valt ook kindermishandeling - uitgaat, de toegang tot zijn woning te ontzeggen. De betreffende persoon mag geen contact opnemen met de overige bewoners van het huis. Degene met het tijdelijk huisverbod, het slachtoffer en eventuele kinderen krijgen hulp. Het Openbaar Ministerie (OM) kan plegers van huiselijk geweld strafrechtelijk vervolgen en berechten.
W E T V E R P L A AT S I N G B E VO L K I N G
38
Deze wet verstaat onder verplaatsing van bevolking: de gehele of gedeeltelijke ontruiming van een gebied en de daaruit voortvloeiende afvoer, huisvesting en verzorging van bevolking en de daarmede samenhangende registratie, alsmede de voorbereidingen hiertoe. Op grond van deze wet en de Regeling opvang ontheemden Oekraïne is het de taak van de burgemeester om Oekraïense ontheemden op te vangen.
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
W E T U I T K E R I N G E N V E RVO LG I N G SS L ACH T O F F E R S 19 4 0 -19 45 E N D E W E T U I T K E R I N G E N B U RG E RO O R LO G SS L ACH T O F F E R S 19 4 0 -19 45 Deze wetten bieden financiële ondersteuning aan mensen die in de Tweede Wereldoorlog in Europa of Azië zijn vervolgd, of als burger zijn getroffen door oorlogsgeweld. Iemand kan ondersteuning krijgen als hij of zij blijvende geestelijke of lichamelijke gezondheidsschade aan deze oorlogservaringen heeft overgehouden. Ook weduwen, weduwnaars en minderjarige volle wezen van oorlogsgetroffenen kunnen ondersteuning krijgen. De uitkeringen worden verzorgd door de Sociale Verzekeringsbank.
W E T O P D E L I J K B E ZO RG I N G De gemeente waar een overledene zich bevindt, op het moment dat niemand opdracht geeft tot het verzorgen van de uitvaart, is verantwoordelijkheid voor de lijkbezorging.
39
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
40
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
Bijlage B.
Visualisatie positie beleidsplan Integrale afstemming
Beleidsplan Sociaal Domein met overkoepelende visie op het Sociaal Domein
Beleidsplan met visie aangrenzend beleidsterrein
Waaronder de Woonzorgvisie, de Omgevingsvisie en de Sportvisie. Beleidsnota onderwerp Sociaal Domein
Waaronder het minimabeleid, Wmo-beleid, jeugdbeleid en ouderenbeleid.
Uitvoeringsplan onderwerp Sociaal Domein
Beleidsnota of uitvoeringsplan aangrenzend beleidsterrein
Waaronder voor de thema’s gezondheid en welzijn, Sociaal Team Wassenaar, inclusie en onderwijs.
Waaronder het Integraal Veiligheidsbeleid en het subsidiebeleid.
41
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
Bijlage C. Onderdelen beleidsnota’s en uitvoeringsprogramma’s Bij het vormgeven van de nieuwe uitvoeringsplannen werken we volgens een vast format. Een uitvoeringsplan moet ten minste de volgende elementen bevatten: 1. Evaluatie van voorgaand beleid 2. Probleemstelling i. Wat is de aanleiding? Welk probleem wordt opgelost? Maak hierbij gebruik van beschikbare data. 3. Doelen en maatschappelijke effecten i. Welke doelen worden nagestreefd? Aan de hand van de probleemstelling dienen SMART-geformuleerde doelen te worden geformuleerd. ii. Aan welke maatschappelijke effecten wordt bijgedragen (wat levert het op voor de maatschappij)?
42
4. Strategie en uitvoering i. Welke maatregelen gaan worden genomen, wat is de planning? ii. Wie zijn betrokken? Een omschrijving van de samenhang met andere uitvoeringsplannen. iii. Welke inzet van communicatie wordt ingezet? Hoe bereik je de doelgroep? iV. Hoe wordt inwonerparticipatie vormgegeven? V. Hoe wordt de gemeenteraad betrokken?
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar
5. Indicatoren en monitoring i. Hoe wordt er gemonitord? Niet enkel op de doelen en inspanningen, maar voornamelijk op maatschappelijke effecten hiervan. Welke indicatoren worden er gebruikt? De indicatoren moeten worden afgestemd met de doelgroep en de raadscommissie. ii. Sluit aan bij de P&C cyclus. De monitoring dient synchroon te lopen met de jaarrekening. 6. Financiën i. Overzicht van de kosten, de dekking en een toelichting op de haalbaarheid en beheersbaarheid hiervan. ii. Overzicht van mogelijke risico’s. Bij het vormgeven van nieuwe beleidsnota’s houden we hetzelfde format aan, alleen is de omschrijving van de strategie, de planning en het overzicht van de financiën daar van een hoger abstractieniveau. De indicatoren worden op basis van de maatschappelijke opgaves geformuleerd in de beleidsnota. Deze worden overgenomen in de uitvoeringsplannen.
43
Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar