CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

122 Bijlage 3. Toets beleidsneutrale overgang van concept omgevingsvisie Wassenaar

Raadsvergadering Wassenaar 17 december 2025, gemeente wassenaarBij agendapunt: Aanvullende informatie8.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

040-02

RAPPORT Toets beleidsneutrale overgang van concept omgevingsvisie Wassenaar

Klant:

Gemeente Wassenaar

Referentie:

BK4413

Status:

/01

Datum:

21 januari 2025

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com

Titel document: Sub titel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):

Toets beleidsneutrale overgang van concept omgevingsvisie Wassenaar

Opgesteld door:

CH

Gecontroleerd door:

LM, TS

Datum:

21-01-2025

Goedgekeurd door:

TS

Datum:

21-01-2025

Classificatie:

Projectgerelateerd

BK4413 Click or tap here to enter text. Concept/01 21 januari 2025 Beleidsneutrale visie Wassenaar BK4413 CH, LM, PH

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 21 januari 2025

BK4413

ii

Projectgerelateerd

Inhoud Inleiding

1

Werkwijze

1

Stap 1: opstellen van duidelijke kaders en uitgangspunten

2

Stap 1A. Uitgangspunten omgevingsvisie vanuit Omgevingswet

2

Stap 1B. Uitgangspunten beleidsneutrale overgang

4

Stap 2: Toetsen van de concept omgevingsvisie

5

Stap 2A. Toetsen concept omgevingsvisie vanuit de kaders voor het opstellen van een omgevingsvisie vanuit de omgevingswet 5 Stap 2C. Toetsen concept omgevingsvisie op ambities van kaderstellend beleid

7

Stap 3: Conclusies en aanbevelingen

18

Stap 3A. Conclusies over mate waarin de concept omgevingsvisie voldoet aan wettelijke vereisten

18

Stap 3B. Conclusies over mate waarin de concept omgevingsvisie aansluit op de structuurvisie

18

Stap 3C. Conclusies over mate waarin de concept omgevingsvisie voldoet aan beleidsneutrale overgang

19

Stap 3D. Aanbevelingen

19

21 januari 2025

BK4413

iii

Projectgerelateerd

Inleiding Op dinsdag 5 november is in de gemeenteraadsvergadering een motie over de totstandkoming van de omgevingsvisie aangenomen. In deze motie wordt voorgesteld om de eerste versie van de omgevingsvisie als concept omgevingsvisie ter beoordeling aan de raad voor te leggen alvorens deze, al dan niet gewijzigd, ter inzage wordt gelegd. Bovendien wordt verzocht om een rapport van een gerenommeerd extern bureau bij te sluiten waarin een toetsing plaats vindt of wordt voldaan aan het uitgangspunt van een ‘beleidsneutrale overgang’ -zoals besproken in de Startnotitie voor het opstellen van de omgevingsvisie- en of er mogelijk strijdigheden zijn met deze beleidsneutrale overgang. Deze notitie ziet toe op deze toets of een beleidsneutrale overgang heeft plaatsgevonden.

Werkwijze De toets of een beleidsneutrale overgang heeft plaatsgevonden wordt uitgevoerd aan de hand van een stappenplan waarbij stap 1 het opstellen van kaders en uitgangspunten omvat, stap 2 de daadwerkelijke toetsing en stap 3 de conclusies die we kunnen verbinden of er een beleidsneutrale overgang heeft plaatsgevonden. Bij deze laatste stap doen we ook enkele aanbevelingen voor het vervolg. Stap 1: Opstellen van duidelijke kaders en uitgangspunten a. Uitgangspunten omgevingsvisie vanuit Omgevingswet b. Uitgangspunten beleidsneutrale overgang Stap 2: Toetsen van de concept omgevingsvisie a. Toetsen vanuit de kaders voor het opstellen van een omgevingsvisie vanuit de omgevingswet b. Toetsen voorliggend concept omgevingsvisie op structuurvisie (maart 2017) c. Toetsen concept omgevingsvisie op ambities van kaderstellend beleid De systematiek om deze toets uit te voeren, is als volgt geweest: De beleidsanalyse en structuurvisie, en de concept omgevingsvisie zijn naast elkaar gelegd en voorzien van kleurcoderingen. Dit wordt nader toegelicht in stap 2B. Vervolgens wordt per hoofdthema uit de omgevingsvisie een conclusie gegeven in hoeverre dit thema beleidsneutraal is overgenomen in de concept omgevingsvisie en welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen.

In de nadere uitwerking wordt toegelicht: • Welke onderdelen wel in de beleidsanalyse zijn opgenomen en niet terugkomen in de concept omgevingsvisie; • Welke onderdelen vanuit de concept omgevingsvisie afwijken t.o.v. de beleidsanalyse en de structuurvisie; • Welke onderdelen uit de concept omgevingsvisie niet te herleiden zijn uit de beleidsanalyse en de structuurvisie. De hoofdthema’s • Waardevol groen, erfgoed en klimaatadaptief • Leefbaar en aantrekkelijk om te wonen • Economisch vitaal • Bereikbaar en toegankelijk • Duurzaam en energieneutraal 21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

1

Projectgerelateerd

•

Gezond en veilig

Stap 3: Conclusies en aanbevelingen a. Conclusies over mate waarin de concept omgevingsvisie voldoet aan wettelijke vereisten b. Conclusies over mate waarin de concept omgevingsvisie voldoet aan beleidsneutrale overgang c. Aanbevelingen

Stap 1: opstellen van duidelijke kaders en uitgangspunten Stap 1A. Uitgangspunten omgevingsvisie vanuit Omgevingswet In de omgevingsvisie wordt strategisch langetermijnbeleid voor de fysieke leefomgeving vastgesteld. Dit wordt gedaan in de vorm van ambities en doelen, die integraal, dus in samenhang met elkaar een beeld geven van hoe de gewenste ontwikkeling van de gemeente tot aan 2040, of soms zelfs 2050, eruitziet.

Inhoudelijke eisen die gesteld worden aan de omgevingsvisie Eis

Uitwerking •

Het geven van een beschrijving van de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving (art. 3.2 Ow)

Het op hoofdlijnen beschrijven van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en de behoefte van het grondgebied (art. 3.2 Ow); door het stellen van ambities en doelen voor op de lange termijn. De hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving (art. 3.2 Ow).

Integraliteit (art. 2.1 lid 2 Ow en MvT Ow)

•

Artikel 3.2 van de Omgevingswet (Ow) vereist dat bestuursorganen een beschrijving geven van de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit omvat een overzicht van de belangrijkste kenmerken en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, zoals bodem, water, lucht, natuur, landschap en cultureel erfgoed. Deze beschrijving dient als basis voor het ontwikkelen van beleid en het nemen van beslissingen die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Het helpt om inzicht te krijgen in de huidige staat van de omgeving en de uitdagingen en kansen die er zijn voor verbetering en bescherming.

•

Welke termijn dit is, is aan de gemeente om te bepalen. Geadviseerd wordt om de stip op de horizon op minimaal 15 tot 20 jaar in de toekomst te leggen.

•

Het betreft de gezonde fysieke leefomgeving. Dit heeft een bredere reikwijdte dan de term ruimtelijke ordening. Dit wordt uiteengezet in paragraaf Thema’s in omgevingsvisie

•

Artikel 2.1 lid 2 van de Omgevingswet (Ow) en de Memorie van Toelichting (MvT) benadrukken het belang van integraliteit bij de uitvoering van taken en bevoegdheden door bestuursorganen. Dit betekent dat bij het nemen van beslissingen rekening moet worden gehouden met de samenhang van verschillende onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en de daarbij betrokken belangen.

Thema’s in omgevingsvisie De Omgevingswet kent geen limitatieve lijst op thema’s die terug moeten komen in de omgevingsvisie. Welke thema’s worden behandeld en hoe deze thema’s gerangschikt en genoemd worden is dus aan de gemeente 21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

2

Projectgerelateerd

om te bepalen. Wel kent de Omgevingswet een bredere reikwijdte dan de Wro. Waar eerst gesproken werd over een ‘goede ruimtelijke ordening’, wordt nu gesproken over ‘de gezonde fysieke leefomgeving’. Dit is meer dan een goede ruimtelijke ordening gericht op het creëren van omgevingen die gezondheid en welzijn bevorderen. Deze gezonde fysieke leefomgeving vormt een rode draad door alle instrumenten van de Omgevingswet. Voor de omgevingsvisie wordt in artikel 3.3 van de Omgevingswet gesteld dat het bevoegd gezag in de omgevingsvisie rekening moet houden met milieubeginselen, zoals voorzorg, preventief handelen, bronbestrijding en de vervuiler betaalt. Ook zijn energie en duurzaamheid ‘nieuwe’ thema’s onder de Omgevingswet, die nog niet expliciet in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) waren opgenomen. Dit betekent dat gemeenten ook ambities en doelen voor deze thema’s kunnen vastleggen in hun omgevingsvisie. Integraliteit De integraliteit zorgt ervoor dat thema’s zoals gezondheid, veiligheid, energietransitie, circulaire economie en leefbaarheid geïntegreerd worden in de planvorming en besluitvorming. Dit helpt om een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van de leefomgeving te waarborgen.

Procedurele en technische eisen die gesteld worden aan de omgevingsvisie Eis

Uitwerking

De omgevingsvisie wordt door de raad vastgesteld (art. 3.1 Ow).

Zie paragraaf Doorwerking omgevingsvisie.

Participatie is onderdeel van het proces tot opstellen van de omgevingsvisie.

Er moet ruimte zijn voor inspraak van burgers en belanghebbenden tijdens het opstellen van de omgevingsvisie. Hoe de participatie wordt ingericht, is vormvrij en is afhankelijk van de type omgevingsvisie en participatie die al eerder plaatsgevonden heeft. Er is sprake van een motiveringsplicht (art. 10.7 Omgevingsbesluit): overheden moeten in de omgevingsvisie aangeven hoe participatie heeft plaatsgevonden en wat de resultaten hiervan zijn.

De omgevingsvisie kent een voorbereidingsprocedure.

De omgevingsvisie moet doorlopen worden volgens een vastgestelde voorbereidingsprocedure, inclusief publicatie en terinzagelegging.

De omgevingsvisie dient gepubliceerd te worden volgens de gestelde technische standaarden, zoals de STOP/TPOD-standaard.

Vanaf 1 januari 2027 moeten alle omgevingsvisies voldoen aan de eisen van de eisen van de Omgevingswet en gepubliceerd zijn volgens de STOP/TPODstandaard. Meer informatie hierover is te vinden op: De omgevingsvisie: transitietermijn, technische standaard en publicatie | VNG.

De omgevingsvisie dient digitaal toegankelijk te zijn via het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO).

De omgevingsvisie moet gepubliceerd worden in het Omgevingsloket en het DSO.

In sommige gevallen dient een milieu- of omgevingseffectrapportage plaats te vinden.

21 januari 2025

Indien; • de omgevingsvisie een kader vormt voor toekomstige besluiten over projecten die m.e.r.-plichtig zijn. (art. 16.34 en 16.36 Ow); • de omgevingsvisie een passende beoordeling vereist in het kader van natuurwetgeving

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

3

Projectgerelateerd

Doorwerking omgevingsvisie De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Het geeft richting, schetst ambities en geeft dilemma’s weer. De concrete invulling van deze visie komt terug in de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. De omgevingsvisie is gericht op de lange termijn. Voor de uitvoering op korte en middellange termijn worden programma’s gemaakt. Een omgevingsprogramma helpt bij het behalen van de ambities van de omgevingsvisie door het uitwerken van doelen en het opstellen van maatregelen. In tegenstelling tot de omgevingsvisie, wordt een omgevingsprogramma niet vastgesteld door de raad, maar door het college van B&W. Bij de verankering van de uitwerkingen van doelen en maatregelen in het omgevingsplan, is de raad weer het bevoegd gezag. Door deze wisselende bevoegdheden is het raadzaam om in een vroeg stadium van het opstellen van de omgevingsvisie na te denken over het abstractieniveau en de vorm van de omgevingsvisie. Bij een abstracte omgevingsvisie (zonder concrete uitwerkingen van doelen) is de behoefte aan omgevingsprogramma’s groter dan bij een omgevingsvisie die beleidsrijker is en/of meer in detail is uitgewerkt.

Stap 1B. Uitgangspunten beleidsneutrale overgang Voor deze toets op een beleidsneutrale overgang zijn de volgende documenten als uitgangspunt gebruikt: • Beleidsanalyse Omgevingsvisie Wassenaar (Gemeente Wassenaar en BRO, 18 september 2023) • Structuurvisie (Gemeente Wassenaar, 22 maart 2017) • Wassenaar: Koesteren. Vernieuwen. Samenwerken. Omgevingsvisie 2040 – concept (Gemeente Wassenaar en BRO, 25 november 2024)

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

4

Projectgerelateerd

Stap 2: Toetsen van de concept omgevingsvisie Stap 2A. Toetsen concept omgevingsvisie vanuit de kaders voor het opstellen van een omgevingsvisie vanuit de omgevingswet In het vorig hoofdstuk is een aantal inhoudelijke, procedurele en technische eisen opgesteld voor de omgevingsvisie. Voorliggend stuk is nog in concept; hierdoor is een aantal technische en procedurele eisen nog niet van toepassing. Deze eisen dienen in acht te worden genomen in een later stadium van het opstellen en vaststellen van de omgevingsvisie. In Stap 3C Aanbevelingen zijn enkele aanbevelingen opgenomen die betrekking hebben op de inhoudelijke eisen die gesteld worden aan de omgevingsvisie.

Stap 2B. Toetsen concept omgevingsvisie op structuurvisie (maart 2017) In maart 2017 is de structuurvisie van gemeente Wassenaar vastgesteld. In deze structuurvisie genaamd ‘Wassenaar 2025 Landgoed aan zee’ wordt een integrale ruimtelijke visie op hoofdlijnen geschetst voor Wassenaar in 2025. De doelstelling van deze structuurvisie is: ‘Een breed gedragen, gebiedsdekkend ruimtelijk afwegingskader voor Wassenaar tot 2025. De structuurvisie geeft nut en noodzaak aan van het duurzaam behoud van de unieke kwaliteiten van Wassenaar voor volgende generaties. Er is ook ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. De structuurvisie nodigt partijen uit te investeren in Wassenaar en biedt binnen een richtinggevend kader ruimte aan ambities van initiatiefnemers. Binnen de structuurvisie is een heldere balans aanwezig tussen het uitstippelen van een concrete ruimtelijke koers en tegelijkertijd de benodigde flexibiliteit om in te spelen op toekomstige trends en ontwikkelingen.’ De structuurvisie bevat enerzijds een analysedeel, waar onder andere ingegaan wordt op diverse bouwstenen, de Wassenaarse Karakteristiek en trends en ontwikkelingen.

Ook wordt hier de koppeling gemaakt met de Omgevingswet, waarin gesteld wordt dat ‘de voorliggende structuurvisie de inhoudelijke basis vormt voor de toekomstige omgevingsvisie en daarmee houvast biedt in de overgangssituatie naar een nieuw wettelijk stelsel.’ Verder bevat de omgevingsvisie een visiedeel, waarin de ruimtelijke visie voor de periode 2015-2025 wordt neergezet en een doorvertaling plaatsvindt naar gebiedsgerichte ambities. De concept omgevingsvisie wordt aan beide onderdelen getoetst; • Analysedeel: o Getoetst wordt of de doelstelling van de concept omgevingsvisie in lijn is met de doelstelling van de structuurvisie. o Getoetst wordt in hoeverre de Wassenaarse Karakteristieken terugkomen in de concept omgevingsvisie. • Visiedeel: o Getoetst wordt of de hoofdambities en gebiedsgerichte speerpunten beleidsneutraal zijn overgenomen in concept omgevingsvisie. In deze paragraaf wordt hier op hoofdlijnen op ingegaan; deze toets vindt vooral plaats in stap 2C.

Analysedeel •

De doelstelling van de concept omgevingsvisie sluit aan op de doelstelling van de structuurvisie. Beide documenten worden geïntroduceerd als een ‘afwegingskader’, waarin nut en noodzaak worden

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

5

Projectgerelateerd

•

gegeven aan het duurzaam behoud van de unieke kwaliteiten van Wassenaar voor volgende generaties. Zowel de concept omgevingsvisie als de structuurvisie bieden ruimte aan ontwikkelingen en aan partijen om te investeren in Wassenaar. Beide bieden een richtinggevend kader dat kansen biedt voor ambities van initiatiefnemers. De karakteristieken van Wassenaar komen in hoofdstuk 4 Verhaal van Wassenaar en hoofdstuk 5 Wassenaar: Koesteren, Vernieuwen, Samenwerken ruim aan bod.

Visiedeel In Stap 2C, vindt de toets plaats of de concept omgevingsvisie beleidsneutraal heeft plaatsgevonden. Hierbij wordt enerzijds bekeken of de teksten in de concept omgevingsvisie beleidsneutraal zijn overgenomen uit de structuurvisie en anderzijds of teksten in de concept omgevingsvisie zijn ‘toegevoegd’; dus niet te herleiden zijn uit de structuurvisie. In deze paragraaf wordt beoordeeld in hoeverre hoofdambities (hoofdstuk 7) en gebiedsgerichte speerpunten (hoofdstuk 8) van de structuurvisie zijn overgenomen in de concept omgevingsvisie. Conclusie: • De ambities die gesteld worden in hoofdstuk 7, zoals ‘Wassenaar als vitaal Landgoed aan Zee’ en ‘Wassenaar de groenste gemeente van Nederland’, zijn overgenomen in de concept omgevingsvisie. • In hoofdstuk 7 van de structuurvisie worden acht uitwerkingsgebieden beschreven. Deze komt niet in dezelfde hoedanigheid terug in de concept omgevingsvisie. Een aantal van deze gebieden komt in de thematische uitwerking van de concept omgevingsvisie aan bod. Daarentegen blijft ook een aantal gebieden, zoals Noordrand en Den Deijl, onbesproken in de concept omgevingsvisie. • Hoofdstuk 8 van de structuurvisie bevat een matrix waarin per beleidssector gebiedsgerichte ambities of speerpunten zijn opgenomen. Al deze ambities en speerpunten zijn letterlijk in de blauwe tekstvakken in de concept omgevingsvisie opgenomen.

In enkele gevallen wordt een ambitie tegensproken door de tekst bij het betreffende hoofdstuk in de concept omgevingsvisie. In onderstaande tabel worden deze gevallen weergegeven en wordt hier een toelichting op gegeven. • Tenslotte komt een aantal thema’s wel aan bod in de concept omgevingsvisie, die (nog) niet aan bod kwamen in de structuurvisie. Dit betreft voornamelijk onderwerpen, zoals stikstof, die in de afgelopen zeven/acht jaar meer aandacht hebben gekregen. Tekst structuurvisie

Tekst concept omgevingsvisie

Toelichting

In de structuurvisie wordt gesproken over transformatie, herontwikkeling van huidige bebouwing en nieuwbouw

In de concept omgevingsvisie wordt hieraan toegevoegd ‘daarbij kijken we verder hoe we kunnen verdichten’

De term ‘verdichten’ wordt niet in de structuurvisie benoemd en wordt daarom gezien als toevoeging.

‘Geen windmolens of zonneweides in het buitengebied’

‘Met de regio hebben we tevens een opgave voor het plaatsen van circa 27 extra windmolens in de regio. Dit willen we doen op basis van de draagkracht van het landschap.’ Later in de tekst wordt gesteld: ‘Ook in ons buitengebied vinden we windmolens en zonneweides niet passend door landschappelijke en natuurwaarden’.

De eerste tekst kan door de zinsnede ‘op basis van de draagkracht van het landschap’ ruimte voor windmolens in het buitengebied impliceren. Dit wordt echter later in de tekst weer tegengesproken.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

6

Projectgerelateerd

Stap 2C. Toetsen concept omgevingsvisie op ambities van kaderstellend beleid Zowel de beleidsanalyse als de concept omgevingsvisie is voorzien van kleurcoderingen (zie voor een voorbeeld figuur 1). Deze kleurcoderingen hebben geholpen om te kunnen bepalen in hoeverre een beleidsneutrale overgang heeft plaatsgevonden. • Groen: overgenomen in concept omgevingsvisie • Rood: niet overgenomen in concept omgevingsvisie • Roze: ten dele overgenomen in concept omgevingsvisie. Deze roze kleurcodering is niet zo zwart-wit als de coderingen ‘rood’ en ‘groen’. Deze codering is toegekend als de beleidsuitspraak onvoldoende terugkomt in de concept omgevingsvisie en omvat aandachtpunten om toch nog ter overweging te nemen om hetgeen prominenter een plek te geven in de omgevingsvisie. • Blauw: overbodig. Deze blauwe kleurcodering is ook niet zo zwart-wit als de coderingen ‘groen’ en ‘rood’. Het omvat geen echte beleidsuitspraak of is juist te specifiek voor een omgevingsvisie om overgenomen te worden in de concept omgevingsvisie. • Geel: ook andersom, dus vanuit de concept omgevingsvisie naar beleidsanalyse, is bepaald in hoeverre de teksten te zijn traceren naar de beleidsanalyse en de structuurvisie. Immers, teksten die niet te traceren zijn, kunnen gezien worden als ‘toevoegingen’ en dat heeft invloed op beleidsneutrale overgang.

In de laatste kolom is daarom aangegeven hoeveel procent van de tekst in het betreffend hoofdstuk (bij benadering) niet traceerbaar is. In de uitwerking wordt benoemd om welke teksten dit gaat. De kleurcodering is gebruikt als interne werkwijze. Deze werkwijze heeft het mogelijk gemaakt om een zo objectief mogelijke second opinion uit te voeren. Onderstaande figuur geeft een weergave van hoe de kleurcodering heeft plaatsgevonden.

Figuur 1: weergave gebruik kleurcoderingen

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

7

Projectgerelateerd

Waardevol groen, erfgoed en klimaatadaptief Conclusie: dit thema is beleidsneutraal overgenomen. Overwegingen: • Het overgrote deel van de ambities uit de beleidsanalyse is beleidsneutraal overgenomen in de concept omgevingsvisie. • Een aantal ambities uit de beleidsanalyse is niet benoemd in de concept omgevingsvisie (bijv. natuurinclusiviteit) • Er is sprake van een aantal afwijkingen t.o.v. de concept omgevingsvisie, waarbij sprake is van tegenspraak. Geadviseerd wordt om te controleren welke beleidsuitspraak als leidend beschouwd dient te worden. • In de concept omgevingsvisie is een tweetal uitspraken gedaan die niet herleidbaar zijn uit de beleidsanalyse of structuurvisie (bijv. stikstof). Geadviseerd wordt om deze bronnen te controleren. Niet overgenomen in de concept omgevingsvisie: • De ambitie in de beleidsanalyse om ‘Het oorspronkelijke ontwerp van gemeentelijke en particuliere landgoederen en parken wordt in kaart gebracht en hersteld’ is niet overgenomen in de concept omgevingsvisie. • In paragraaf §7.2.1 van de beleidsanalyse worden meerdere uitspraken gedaan m.b.t. een natuurinclusieve samenleving en natuurinclusief bouwen. Deze ambities zijn niet opgenomen in de concept omgevingsvisie.

• De ambitie ‘Er ontstaat een zonering op hoofdlijnen met hoofdroutes die de belangrijkste bestemmingen met elkaar verbinden en recreatieve ontwikkellocaties juist ook buiten de kwetsbare duingebieden te benutten … hierbij gaat het om plekken binnen de natuurkernen op afstand van de hoofdroutes en bestemmingen.’ is niet overgenomen in de concept omgevingsvisie. Afwijkingen t.o.v. de concept omgevingsvisie: • De concept omgevingsvisie beschrijft in §6.2.3 de ambities voor Nationaal Park Hollandse Duinen. De uitspraken die hierin worden gedaan zijn echter niet te herleiden uit de beleidsanalyse of de structuurvisie. NPHD wordt wel benoemd in de beleidsanalyse, maar daarin worden andere ambities opgesomd. • De tekst in §7.1.1 van de beleidsanalyse ‘In het kwetsbare veenweidegebied wordt zeer terughoudend omgegaan met recreatief medegebruik. De agrariërs hebben als drager van het open polderlandschap mogelijkheden voor schaalvergroting en verbreding.’ is niet opgenomen in de concept omgevingsvisie. Daarentegen wordt bij Economisch vitaal een uitspraak gedaan over het inzetten van recreatie in het veenweidegebied, waarmee de concept omgevingsvisie de beleidsanalyse hier tegenspreekt. • In §6.2.4 van de concept omgevingsvisie wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke puzzel, hierover wordt ook in de beleidsanalyse gesproken.

Echter, de ruimtelijke puzzel heeft niet alleen betrekking op groen, erfgoed en klimaat. Deze gaat ook over o.a. wonen, energie en leefbaarheid. Door deze paragraaf in het hoofdstuk Waardevol groen, erfgoed en klimaatadaptatie te plaatsen wordt de Ruimtelijke Puzzel uit de context gehaald en ontstaat er een vertekend beeld van de opgave waar in de Ruimtelijke Puzzel aan gewerkt wordt. • In §6.2.4 van de concept omgevingsvisie wordt een beschrijving gegeven van het Gebiedsprogramma de Groene Zone. Hoewel de beleidsanalyse hier ook referenties naar maakt, worden er in de concept omgevingsvisie bij de uitgangspunten verschillende nieuwe beleidsuitspraken gedaan. Nieuw is

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

8

Projectgerelateerd

•

bijvoorbeeld de Groene Zone als permanente bescherming tegen oprukkende bebouwing. Bovendien wordt er in de concept omgevingsvisie hier gesproken over een ‘ecologische verbindingszone’. In de beleidsanalyse spreekt men van een groene buffer. Deze verschillen in definitie en doelstelling. In paragraaf §7.2.1 van de beleidsanalyse worden uitspraken gedaan m.b.t. waterveiligheid (dijken) en bodemdaling. Deze opgaven worden niet zo concreet genoemd in de concept omgevingsvisie.

Toevoegingen vanuit de concept omgevingsvisie t.o.v. de beleidsanalyse en structuurvisie: • De concept omgevingsvisie beschrijft in §6.1.2 hoe de gemeente omgaat met stikstof. Dit onderwerp wordt niet besproken in de structuurvisie en vormt ook geen onderdeel van de beleidsanalyse, maar is passend bij de kaders van de omgevingsvisie. Het grootste deel van de tekst is beschrijvend van aard. Er wordt één beleidsuitspraak gedaan over de samenwerking met de provincie en andere partners in de regio om stikstofdoelen te bereiken. • In de concept omgevingsvisie wordt gesteld dat ‘Wassenaar bouwt conform afspraken RRA Haaglanden tot 2030 991 woningen, waarvan ca 90% als appartementen. Dit zal het gemiddelde aantal m2 per bewoner verlagen. In Noord-Wassenaar meer verstedelijking plaats heeft gevonden en de 150m2 groen per inwoner hier niet wordt bereikt. Tuinen en openbaar groen zijn veelal afwezig en groen bevindt zich vooral aan de rand van de wijk.’ Dit is niet te herleiden uit de structuurvisie en de beleidsanalyse.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

9

Projectgerelateerd

Leefbaar en aantrekkelijk om te wonen Conclusie: dit thema is beleidsneutraal overgenomen. Overwegingen: • Het overgrote deel van de ambities uit de beleidsanalyse is beleidsneutraal overgenomen in de concept omgevingsvisie. • Een aantal gebiedsgerichte uitspraken en nadere uitwerkingen van doelstellingen dat is opgenomen in de beleidsanalyse komt niet terug in de concept omgevingsvisie. Vanwege het detailniveau van deze uitspraken en uitwerkingen, is het niet noodzakelijk dat deze worden opgenomen in de concept omgevingsvisie omdat deze niet aansluiten bij het algehele abstractieniveau van de concept omgevingsvisie. • In de concept omgevingsvisie is een aantal uitspraken opgenomen dat niet te herleiden is uit de beleidsanalyse en de structuurvisie. Dit betreft vooral context en een uitspraken over nieuw beleid op te stellen beleid. Niet overgenomen in concept omgevingsvisie: • Een aantal concrete uitwerkingen omtrent wonen (§5.2.1) is niet overgenomen in de concept omgevingsvisie. Dit gaat bijvoorbeeld over de zelfbewoningsplicht, appartementenbouw in verschillende prijscategorieën en Beschermd Wonen. • In de beleidsanalyse worden een paar Agendapunten Toekomst benoemd, die niet terugkomen in de concept beleidsanalyse.

Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat het nodig is om een ruimtelijke verkenning te starten voor nieuwe locaties dichterbij of in de kern, dat er behoefte is aan uitbreiding van het aantal plaatsen op woonlocaties en dat er werkafspraken worden gemaakt met de woningcorporaties over de huisvesting van vergunninghouders. • De gebiedsgerichte uitspraken (§5.2.4) worden niet in de concept omgevingsvisie benoemd. • In de beleidsanalyse wordt gesproken over de positie van een projectlocatie vanuit een regionaal bewustzijn. De regionale samenwerking in rond dit onderwerp komt niet tot nauwelijks in de concept omgevingsvisie aan bod. • In de beleidsanalyse wordt gesproken over het opknippen en het verkleinen van het open landschap als gevolg van uitbreiding en stedelijke ontwikkeling. Het wordt essentieel bevonden om de kwaliteit van het landschap centraal te stellen bij toekomstige stedelijke ontwikkelingen. Dit komt in de concept omgevingsvisie niet aan bod bij het thema wonen. Andere afwijkingen t.o.v. de concept omgevingsvisie: • In de beleidsanalyse wordt gesproken over ‘vitaliteit’. In de concept omgevingsvisie is dit vertaald naar ‘leefbaarheid’. • In de beleidsanalyse wordt gesproken over afspraken met regio Hart van Holland over het opbouwen van voldoende woonmilieus, waar ruimte is voor ‘starters’ en voor ‘financieel minder daadkrachtige groepen’.

In de concept omgevingsvisie wordt wel gesproken over woningen voor starters en 'middeninkomen' (geen financieel minder draagkrachtige groepen), maar niet over de regionale samenwerking hieromtrent. Toevoegingen vanuit de concept omgevingsvisie t.o.v. de beleidsanalyse en structuurvisie: • In de concept omgevingsvisie wordt gesteld dat ‘Ruim 40% van de woningen in Wassenaar is huurwoning en daarvan is bijna tweederde in bezit is van corporaties. Daarnaast kennen we in onze gemeente relatief hoge woningprijzen. Dit leidt ertoe dat bepaalde doelgroepen zoals starters en 21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

10

Projectgerelateerd

•

•

huishoudens met een middeninkomen moeilijk aan een woning komen.’ Dit is niet te herleiden uit de structuurvisie en de beleidsanalyse. In de concept omgevingsvisie wordt gesteld dat momenteel wordt gewerkt aan de woonzorgvisie. ‘Als beleidskeuzes vanuit deze visie gevolgen hebben voor de beleidslijnen die opgenomen zijn in de concept omgevingsvisie, dan wordt de omgevingsvisie in de eerstvolgende actualisatieronde hierop aangepast. Dit wordt onderdeel van het programma wonen.’ Dit is niet te herleiden uit de beleidsanalyse of de structuurvisie. In de concept omgevingsvisie is in §7.1.1 opgenomen ‘Zo stimuleren we een betere doorstroming op de woningmarkt met appartementen voor senioren nabij voorzieningen zodat grotere huurwoningen vrijkomen voor jonge gezinnen. De toekomstige wet versterking regie vhv laat de eis vervallen dat men een woning achterlaat. Dit biedt kansen voor starters en daklozen’. Er is een verwijzing opgenomen naar de structuurvisie. Hieruit is deze tekst echter niet af te leiden.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

11

Projectgerelateerd

Economisch vitaal Conclusie: dit thema is beleidsneutraal overgenomen. Overwegingen: • Het overgrote deel van de ambities uit de beleidsanalyse is beleidsneutraal overgenomen. • Uitzondering hierop is een aantal gebiedsgerichte uitspraken, die onder andere de functies van verschillende deelgebieden beschrijven. Bijvoorbeeld: de functie van het centrum van Wassenaar en van de bedrijventerreinen. Niet overgenomen in concept omgevingsvisie: • Onder §6.2.1 wordt de belangrijke van de detailhandel benoemd. Dit komt niet terug in de concept omgevingsvisie. Ook de koopkrachtbinding van de eigen inwoners wordt niet in de concept omgevingsvisie benoemd. • Onder §6.2.3 staat een aantal gebiedsgerichte uitspraken, zoals de functie van het centrum van Wassenaar en het belang van de samenwerking tussen winkeliers, het centrummanagement, vastgoedeigenaren en de gemeente Wassenaar om het centrum te versterken en toekomstbestendig te maken. Op deze samenwerking wordt niet ingegaan in de concept omgevingsvisie. • Onder §6.2.3 staat een uitspraak over bedrijventerrein de Maaldrift en over diens plek voor middelzware bedrijvigheden. Dit wordt niet benoemd in de concept omgevingsvisie. • Onder §6.2.1 wordt een aantal doelgroepen benoemd waarvoor Wassenaar een interessante toeristische bestemming is. Deze doelgroepen worden niet in de concept omgevingsvisie benoemd.

Dit zou echter wel een goede toevoeging kunnen zijn, omdat het een schets van de context geeft. Andere afwijkingen t.o.v. de concept omgevingsvisie: • In §7.1.1 van de beleidsanalyse staat “In het kwetsbare veenweidegebied wordt zeer terughoudend omgegaan met recreatief medegebruik.” Dit staat haaks op de tekst in de concept omgevingsvisie, §8.2.1: “Het duinlandschap van Meijendel, de landgoederenzone en het open veenweidegebied bieden uitgebreide mogelijkheden voor fietsen, wandelen en recreatie in een prachtige natuurlijke omgeving.” Toevoegingen vanuit de concept omgevingsvisie t.o.v. de beleidsanalyse en structuurvisie: -

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

12

Projectgerelateerd

Bereikbaar en toegankelijk Conclusie: dit thema is beleidsneutraal overgenomen. Advies: In de concept omgevingsvisie is een stuk tekst opgenomen (§9.1.2) over de N44 die niet te herleiden is uit de structuurvisie en de beleidsanalyse. Aanbevolen wordt om te controleren welke bronnen hiervoor gebruikt zijn. Overwegingen: • Het overgrote deel van de ambities uit de beleidsanalyse is beleidsneutraal overgenomen. • Uitzondering hierop is een aantal uitwerkingen van ambities. Deze uitwerkingen hoeven niet noodzakelijk opgenomen te worden in de concept omgevingsvisie. Een voorbeeld hiervan is: het programma Doortrappen, inzet van een mobiliteitsmakelaar, samenwerking met het basisonderwijs en middelbaar onderwijs. • In de concept omgevingsvisie is echter een stuk tekst opgenomen (§9.1.2) over de N44 die niet te herleideninisde uitconcept de structuurvisie en de beleidsanalyse. Niet overgenomen omgevingsvisie: •

•

In de beleidsanalyse wordt gesproken over het Programma ‘Doortrappen’, dat erop gericht is om ouderen zo lang mogelijk te laten fietsen, zodat ze zelfredzaam, sociaal en gezond blijven. Dit programma en ook deze doelen komen niet terug in de concept omgevingsvisie. In de beleidsanalyse wordt gesproken over een mobiliteitsmakelaar voor fiets- en OV-projecten en gedragsverandering. Dit wordt niet besproken in de concept omgevingsvisie.

Afwijkingen t.o.v. de concept omgevingsvisie • In §9.1.2 Gebiedsgerichte uitspraken wordt gesproken over een ondertunneling. Ook in de structuurvisie komt dit aan bod. Dit wordt echter zeer beperkt uitgewerkt en/of besproken in de concept omgevingsvisie. • In de beleidsanalyse wordt een concreet voorbeeld gegeven van het promoten van verkeersveiligheid op basisscholen en middelbare scholen. Dit is enigszins gedetailleerd om over te nemen in de concept omgevingsvisie. Wel zou in de concept omgevingsvisie benoemd kunnen worden dat samenwerking met de onderwijsinstellingen wordt gezocht om fietsveiligheid onder de aandacht te brengen (eventueel voorzien met een voorbeeld). Dit ontbreekt nu in de concept omgevingsvisie. • Onder het kopje Verkeer evenwichtig verdelen wordt een aantal voorbeelden genoemd van hoe dit gedaan kan worden, ook in relatie tot andere gemeenten. Dit wordt niet tot nauwelijks besproken en/of uitgewerkt in de concept omgevingsvisie. Toevoegingen vanuit de concept omgevingsvisie t.o.v. de beleidsanalyse en structuurvisie: • In §9.1.2 wordt gesproken over geluidsoverlast en luchtvervuiling als gevolg van het verkeer. En dat de gemeente hier weinig invloed op heeft. Deze uitspraak wordt niet teruggevonden in de beleidsanalyse en de structuurvisie. • In §9.1.2 wordt gesteld dat de N44 een blokkade vormt voor flora en fauna.

Deze uitspraak is niet te herleiden uit de beleidsanalyse en de structuurvisie. • In §9.1.2 wordt gesteld dat de komst van de Rijnlandroute en het verbreden van de A4 naar verwachting zorgt voor minder autoverkeer op de N44. Dit staat haaks op de structuurvisie/beleidsanalyse waarin wordt gesteld dat juist een toename wordt verwacht op de N44. • In §9.1.2 wordt gesteld dat samen met stakeholders wordt gewerkt aan het vraagstuk ‘hoe kunnen we de N44 bereikbaar houden’. Dit is niet te herleiden uit de beleidsanalyse en de structuurvisie.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

13

Projectgerelateerd

Duurzaam en energieneutraal Conclusie: dit thema is mogelijk niet beleidsneutraal overgenomen. Advies: de concept omgevingsvisie bevat een aantal paragrafen waarbij bronvermelding ontbreekt en waarbij de teksten niet te herleiden zijn uit de beleidsanalyse en de structuurvisie. Aanbevolen wordt om te controleren welke bronnen hiervoor gebruikt zijn. Overwegingen: • Het overgrote deel van de ambities uit de beleidsanalyse is beleidsneutraal overgenomen. • Uitzondering hierop is een aantal gebiedsgerichte uitspraken. Deze uitspraken zijn dermate gedetailleerd dat deze niet noodzakelijk opgenomen hoeven te worden in de concept omgevingsvisie. • Slechts enkele ambities, voornamelijk met betrekking tot klimaatadaptatie, worden slechts indirect teruggevonden in de concept omgevingsvisie. • Er is een aantal paragrafen toegevoegd waarbij wordt verwezen naar bronnen die niet zijn opgenomen in de beleidsanalyse of waarin bronvermelding ontbreekt. Niet overgenomen in de concept omgevingsvisie: • In de beleidsanalyse worden concrete voorbeelden gegeven van hoe verduurzaming door de gemeente wordt gestimuleerd en gefaciliteerd. Deze voorbeelden zijn niet opgenomen in de concept omgevingsvisie. Dit is niet noodzakelijk, wel is het aan te raden om iets op te nemen over welke rol de gemeente opneemt in dit vraagstuk.

• In de beleidsanalyse wordt gesteld dat ‘de gemeente voorstander is van plaatsing van windmolens op zee, zolang de windturbines uit het zich staan en het weidse uitzicht behouden blijft’. In de concept omgevingsvisie komt dit standpunt van de gemeente onvoldoende terug. • In §8.2.1 van de beleidsanalyse wordt de regionale rol beschreven in het energievraagstuk. In de concept omgevingsvisie komt de regionale rol wel terug in de beschrijving van de Regionale Energiestrategie, maar de regionale belangen zoals ‘rekening houden met de eigenschappen van de nieuwe energiebronnen’ en ‘het opslaan en omzetten van energie’ worden niet in de concept omgevingsvisie benoemd. • In §8.2.3 worden doelstellingen genoemd van de landelijke factsheet groene klimaatadaptieve omgeving. Deze doelstellingen worden door de gemeente nagestreefd, maar zijn niet of slechts indirect aan bod gekomen in de concept omgevingsvisie. • In §8.2.5 wordt een aantal gebiedsgerichte uitspraken gedaan. Deze uitspraken zijn dermate gedetailleerd dat deze niet noodzakelijk opgenomen hoeven te worden in de concept omgevingsvisie. Afwijkingen t.o.v. de concept omgevingsvisie • In de beleidsanalyse (op p.24) wordt de ambitie genoemd om in 2040 CO2-neutraal te zijn. Op pagina 25 wordt echter een andere ambitie genoemd, om in 2050 CO2-neutraal te zijn.

In de concept omgevingsvisie wordt 2050 genoemd om CO2-neutraal te zijn. Het is aan te bevelen om nader te bekijken of de juiste ambitie is gesteld. Toevoegingen vanuit de concept omgevingsvisie t.o.v. de beleidsanalyse en structuurvisie: • In §8.2.2 van de beleidsanalyse wordt de klimaatonderlegger beknopt toegelicht. In de concept omgevingsvisie wordt hier nader op ingegaan door nadere doelstellingen te benoemen, zoals het gebruik maken van de sponswerking van de bodem en het creëren van een groene buffer zodat water langer vast wordt gehouden. Dit is niet te herleiden uit de beleidsanalyse en de structuurvisie.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

14

Projectgerelateerd

• •

•

• • • •

•

• •

In §10.1 van de concept omgevingsvisie is een stuk tekst opgenomen over de SDG’s/Global Goals. Deze zijn niet te herleiden uit de beleidsanalyse en de structuurvisie. In §10.2.1 wordt een aantal maatregelen benoemd om geluidhinder te voorkomen. In de bronvermelding wordt verwezen naar het Coalitieakkoord 2023. Omdat dit niet in de beleidsanalyse is opgenomen, kan hieraan niet getoetst worden. Ook wordt in de bronvermelding vermeld dat dit ‘nieuw beleid’ betreft. In §10.2.2 van de concept omgevingsvisie wordt een aantal locaties aangewezen waar milieuhinder teruggedrongen kan worden. Uit de bronvermelding blijkt dat dit uit bestaande bestemmingsplannen naar voren komt. Omdat dit niet in de beleidsanalyse is opgenomen, kan hieraan niet getoetst worden. In §10.2.3 is een tekst opgenomen over Luchtkwaliteit. Bij deze tekst ontbreekt bronvermelding. De tekst is niet te herleiden uit de beleidsanalyse en de structuurvisie. In §10.2.4 is een tekst opgenomen over Bodemvitaliteit en waterkwaliteit. Bij deze tekst ontbreekt bronvermelding. De tekst is (gedeeltelijk) niet te herleiden uit de beleidsanalyse en de structuurvisie. In §10.2.5 is een tekst opgenomen over Waterkwantiteit. Bij deze tekst ontbreekt bronvermelding. De tekst is (gedeeltelijk) niet te herleiden uit de beleidsanalyse en de structuurvisie. In §10.2.6 is een tekst opgenomen over opslagplekken voor gevaarlijke stoffen.

In de bronvermelding wordt verwezen naar nieuw beleid dat momenteel wordt opgesteld in samenwerking met de Haagse regio, de Veiligheidsregio en Omgevingsdienst Haaglanden. Omdat dit niet in de beleidsanalyse is opgenomen, kan hieraan niet getoetst worden. In §10.2.7 is opgenomen: ‘Ook wordt stikstofuitstoot beperkt door intensivering van agrarische bedrijvigheid niet toe te staan en door in de nabijheid van Meijendel en Berkheide überhaupt geen nieuwe agrarische functies toe te staan waarbij ammoniak vrijkomt’. In de bronvermelding wordt verwezen naar nieuw beleid. Omdat dit niet in de beleidsanalyse is opgenomen, kan hieraan niet getoetst worden. In §10.2.7 is een tekst opgenomen over lichthinder. In de bronvermelding wordt verwezen naar nieuw beleid. Omdat dit niet in de beleidsanalyse is opgenomen, kan hieraan niet getoetst worden. In §10.2.7 is een tekst opgenomen over een soortenmanagementplan. In de bronvermelding wordt verwezen naar nieuw beleid. Omdat dit niet in de beleidsanalyse is opgenomen, kan hieraan niet getoetst worden.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

15

Projectgerelateerd

Gezond en veilig Conclusie: dit thema is mogelijk niet beleidsneutraal overgenomen. Advies: overwegen om een aantal specifieke beleidsambities op te nemen in de concept omgevingsvisie. Overwegingen: • Een deel van de ambities uit de beleidsanalyse is beleidsneutraal overgenomen. • En aantal onderwerpen is in zijn geheel niet opgenomen in de concept omgevingsvisie: o Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Aandacht voor internationale werknemers. Deze onderwerpen worden niet tot nauwelijks behandeld in de concept omgevingsvisie. Geadviseerd wordt om deze toe te voegen aan de concept omgevingsvisie. o Jeugdzorg. Dit onderwerp hoeft niet noodzakelijk opgenomen te worden in de concept omgevingsvisie • Een aantal concrete uitwerkingen van doelen is niet opgenomen in de concept omgevingsvisie.

Niet overgenomen in de concept omgevingsvisie: • In de beleidsanalyse is een aantal speerpunten m.b.t. jeugdzorg opgenomen. Deze komen niet terug in de omgevingsvisie. Het onderwerp jeugdzorg is echter niet noodzakelijk een onderwerp dat terug dient te komen in de omgevingsvisie. • Samenwerking met de sportvereniging, Wassenaars Sportcontact en andere belanghebbenden om de sportambitie te realiseren wordt niet in de concept omgevingsvisie benoemd. • In de beleidsanalyse staat de ambitie: ‘de gemeente Wassenaar zet in op een rijk verenigingsleven.’ Deze ambitie komt niet letterlijk terug in de concept omgevingsvisie, maar kan wel indirect afgeleid worden uit de tekst. • Wat betreft kunst en cultuur zijn de meeste onderdelen uit de beleidsanalyse overgenomen in de concept omgevingsvisie. Wel wordt in de beleidsanalyse een aantal keer gesproken over de culturele infrastructuur; hoe deze versterkt, meer zichtbaar en financieel ondersteund moet worden. Dit komt niet terug in de concept omgevingsvisie. • Alles omtrent beschermd wonen en maatschappelijke opvang is niet opgenomen in de concept omgevingsvisie. • Er worden specifieke voorbeelden /acties benoemd om de internationale gemeenschap in Wassenaar te steunen en zelfs te vergroten. Deze voorbeelden zijn niet opgenomen in de concept omgevingsvisie.

Ook de grote ambitie en het ‘waarom’ wat hier achter zit wordt niet in de concept omgevingsvisie benoemd. • De gezondheidsvraagstukken (roken, alcohol- en drugsgebruik en overgewicht/gezonde voeding/meer bewegen) worden kort in de concept omgevingsvisie benoemd, maar in tegenstelling tot de beleidsanalyse niet nader uitgewerkt. Dit is ook niet per se noodzakelijk in een omgevingsvisie. • Alle onderdelen onder de paragraaf Gezonde omgeving in relatie tot externe factoren (voor zowel mens en dier) zijn niet overgenomen in de concept omgevingsvisie. Wel is het geval dat deze paragraaf voornamelijk gedetailleerde uitspraken bevat, die niet noodzakelijk een plek behoeven te krijgen in de concept omgevingsvisie. De grotere ambitie, bijvoorbeeld ‘het verminderen van geluidsoverlast door […]’ zou wel opgenomen kunnen worden in de concept omgevingsvisie. Deze ontbreekt nu. • In de beleidsanalyse wordt in §10.2.11 wordt gezegd dat de gemeente incidenteel wil investeren om de capaciteit van voorzieningen (sportaccommodaties) te vergroten en kwaliteit te garanderen. Dit komt niet terug in de concept omgevingsvisie.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

16

Projectgerelateerd

•

In de beleidsanalyse wordt in §10.2.11 wordt ingegaan op de rol van de regiogemeenten van de H5 in het voorzien van woonplekken en kleinschalige vormen van wonen met begeleiding. Gesteld wordt dat elk nieuw initiatief waarmee de gemeente het aanbod verrijkt en daarmee de wachtlijst verkleint, wordt verkend in de toekomst. Dit komt niet terug in de concept omgevingsvisie.

Afwijkingen t.o.v. de concept omgevingsvisie: • In de beleidsanalyse is een tekst opgenomen over milieuzonering en het hanteren van de publicatie van de VNG. Dit komt niet terug in de concept omgevingsvisie. In de concept omgevingsvisie wordt echter wel (voldoende) ingegaan op afstanden en milieunormen. Toevoegingen vanuit de concept omgevingsvisie t.o.v. de beleidsanalyse en structuurvisie: • In §11.1.3 van de concept omgevingsvisie is een tekst opgenomen over meedoen in de samenleving. In de bronvermelding wordt verwezen naar Bijlage 1 Startnotitie Sociaal Domein Wassenaar. Omdat dit niet in de beleidsanalyse is opgenomen, kan hieraan niet getoetst worden. • In §11.6.1 wordt een ambitie gesteld over inclusiviteit. Dit is niet direct te herleiden uit de beleidsanalyse en de structuurvisie.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

17

Projectgerelateerd

Stap 3: Conclusies en aanbevelingen Stap 3A. Conclusies over mate waarin de concept omgevingsvisie voldoet aan wettelijke vereisten De omgevingsvisie kent een aantal wettelijke eisen. Deze eisen zijn inhoudelijk, technisch en procedureel van aard en deze zijn uiteengezet in stap 1A en 1B. Wat betreft de inhoudelijke eisen kan het volgende geconcludeerd worden: • De Omgevingswet schrijft voor dat de omgevingsvisie ‘een beschrijving van de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving’ dient te hebben. Hoofdstuk 4 van de concept omgevingsvisie, ‘Verhaal van Wassenaar’, geeft hier voldoende invulling aan. • De Omgevingswet schrijft niet voor welke thema’s noodzakelijk terug dienen te komen in de omgevingsvisie. Wel kent de Omgevingswet een bredere reikwijdte dan de Wet ruimtelijke ordening. Hierdoor ontstaat ruimte om (integrale) ambities op te nemen omtrent energie, duurzaamheid, gezondheidsbevordering en inclusie. Hoewel toetsing van deze onderwerpen niet noodzakelijk is voor de omgevingsvisie, is het wel gebruikelijk dat ze in de omgevingsvisie behandeld worden. De hoofdstukken Gezondheid en Veilig en Duurzaam en Energieneutraal voldoen hieraan. Verder kan geconcludeerd worden dat de thema’s die opgenomen in concept omgevingsvisie voldoende dekkend zijn wat betreft ‘de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving’.

• De Omgevingswet schrijft voor dat de omgevingsvisie ‘op hoofdlijnen een beschrijving geeft van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en de behoefte van het grondgebied (art. 3.2 Ow); door het stellen van ambities en doelen voor op de lange termijn’. De concept omgevingsvisie geeft hier voldoende invulling aan. Wat betreft de technische en procedurele eisen kan het volgende geconcludeerd worden. • Voorliggend document is nog in concept. Door de status van dit document is een aantal technische en procedurele eisen nog niet van toepassing, zoals de digitale ontsluiting en de voorbereidingsprocedure. Conclusies over deze wettelijke eisen kunnen daarom nog niet gegeven worden.

Stap 3B. Conclusies over mate waarin de concept omgevingsvisie aansluit op de structuurvisie In de Structuurvisie van gemeente Wassenaar (vastgesteld in maart 2017) is gesteld dat: ’de voorliggende structuurvisie de inhoudelijke basis vormt voor de toekomstige omgevingsvisie en daarmee houvast biedt in de overgangssituatie naar een nieuw wettelijk stelsel.’ Daarom wordt de concept omgevingsvisie getoetst aan de structuurvisie. Geconcludeerd kan worden dat de doelstelling van de concept omgevingsvisie overeenkomt met de doelstelling uit de structuurvisie. Ook de Wassenaarse karakteristieken die in de structuurvisie zijn beschreven, zijn ruim aan bod gekomen in de concept omgevingsvisie. Verder kan geconcludeerd worden dat in de concept omgevingsvisie de hoofdambities en gebiedsgerichte speerpunten goed, en in veel gevallen, letterlijk zijn overgenomen. Alleen ten aanzien van de onderwerpen ‘zonneweides in het buitengebied’ en ‘wonen’ zijn enkele verschillen opgemerkt.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

18

Projectgerelateerd

Stap 3C. Conclusies over mate waarin de concept omgevingsvisie voldoet aan beleidsneutrale overgang Voor vier van de zes thema’s uit de concept omgevingsvisie is beoordeeld dat sprake is van een beleidsneutrale overgang. Dit houdt in dat het grootste deel van de ambities uit de beleidsanalyse is overgenomen in de concept omgevingsvisie, zonder significante inhoudelijke wijzigingen. Voor elk thema geldt echter wel dat sprake is van wijzingen en/of afwijkingen van ondergeschikte aard; deze aanpassingen zijn klein en worden in de meeste gevallen als niet substantieel bevonden: • In de meeste gevallen betreft dit gebiedsgerichte uitspraken of concrete uitwerkingen van doelen. Het hangt af van de keuze van het gewenste abstractieniveau van de omgevingsvisie of deze onderwerpen thuishoren in de omgevingsvisie, of in een (gebiedsgericht) omgevingsprogramma. Het is aan gemeente Wassenaar om te bepalen of ze gebiedsgerichte uitspraken en concrete uitwerkingen alsnog wil opnemen in de concept omgevingsvisie. Dit heeft invloed op het algehele detailniveau van de omgevingsvisie. Er is hierbij geen goed of fout. • In enkele gevallen zijn de ambities voor specifieke onderwerpen uit de beleidsanalyse niet opgenomen in de concept omgevingsvisie.

Alleen ten aanzien van het thema Gezond en Veilig wordt geconcludeerd dat een aantal ambities en onderwerpen die wel zijn opgenomen in de beleidsanalyse niet zijn vertaald in de concept omgevingsvisie. Daarom is voor dit thema ook het advies gegeven om te overwegen om alsnog een aantal specifieke beleidsambities op te nemen in de concept omgevingsvisie. Ook is onderzocht of de concept omgevingsvisie uitspraken bevat die niet herleid kunnen worden uit de beleidsanalyse en de structuurvisie. Dit is een aantal keren voorgekomen. In de meeste gevallen betreft dit een schets van de context ten behoeve van de leesbaarheid van de tekst. In enkele gevallen is dit een uitspraak die niet ‘letterlijk’ te herleiden is uit de structuurvisie en de beleidsanalyse, maar wel een gedegen samenvatting geeft van doelstellingen die in de beleidsanalyse zijn opgenomen. Alleen bij het thema Duurzaamheid en Energieneutraal zijn paragrafen opgenomen waarbij bronvermelding ontbreekt, waarbij verwezen wordt naar bronnen die niet zijn opgenomen in de beleidsanalyse of waarbij verwezen wordt naar nieuw beleid. Hiervoor wordt geadviseerd om de bronnen te controleren.

Stap 3D. Aanbevelingen Aanbevelingen ten aanzien van wettelijke kader: • Aanbevolen wordt om te bepalen op welk ambitieniveau participatie te laten plaatsvinden. Als beslisinstrument wordt veelal de participatieladder gehanteerd, waarin gevarieerd wordt van ‘informeren’ tot aan intensieve samenwerkingsvormen. Indien gekozen wordt voor participatiemethoden met een lagere ambitie, zoals informeren, dan wordt aanbevolen om te beoordelen of de laatste keer dat een intensievere vorm van participatie plaats heeft gevonden voldoende recent is om ook als input te gebruiken voor de omgevingsvisie. In enkele jaren tijd kan als gevolg van verhuizingen en groei van de gemeente dermate sprake zijn van een demografische verandering, dat de participatie die eerder plaats heeft gevonden niet meer een voldoende weerspiegeling geeft van de maatschappij. In aanvulling hierop is het goed om te weten dat een motiveringsplicht niet alleen geldt voor de omgevingsvisie, maar ook voor het omgevingsprogramma. Indien voor de omgevingsvisie een lager ambitieniveau voor participatie gehanteerd wordt, is het aan te bevelen om bij de omgevingsprogramma’s een intensievere vorm van participatie toe te passen.

• Aanbevolen wordt om de technische en procedurele eisen die nog niet van toepassing zijn in een later stadium van dit proces nogmaals in acht te nemen, zoals de digitale ontsluiting en de voorbereidingsprocedure.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

19

Projectgerelateerd

•

•

•

•

•

De Omgevingswet schrijft niet voor op welk detailniveau een omgevingsvisie opgesteld dient te worden. Het is aan gemeenten om te bepalen om enkel hoogover ambities op te nemen of om deze ook uit te werken in concrete doelen. Aanbevolen wordt om tijdens het opstellen van de omgevingsvisie goed in acht te nemen met welk doel de omgevingsvisie opgesteld wordt en op welke manier de doorwerking van de omgevingsvisie plaatsvindt. Een (beknopte) omgevingsvisie dat voornamelijk hoogover beleidsambities bevat, betekent bijvoorbeeld meer inhoudelijke uitwerking in omgevingsprogramma’s. De Omgevingswet schrijft niet voor op welk taalniveau een omgevingsvisie opgesteld dient te worden. In de meeste gevallen wordt het taalniveau van de omgevingsvisie echter afgestemd op een breed publiek, zodat de inhoud voor zoveel mogelijk mensen begrijpelijk is. Dit betekent meestal dat de teksten op B1-niveau geschreven worden, zonder gebruik te maken van vakjargon. In de concept omgevingsvisie staan lange zinnen en moeilijke woorden. Daarom wordt aanbevolen om de gehele tekst terug te brengen naar B1-taalniveau. Daarnaast is het belangrijk dat de omgevingsvisie niet alleen begrijpelijk is, maar ook uitnodigend en interactief. Dit kan bijvoorbeeld door de visie te vertalen naar een gebruiksvriendelijke, interactieve website en door gebruik te maken van verbeeldingen, zoals kaarten.

Een PlanMER dient plaats te vinden indien de omgevingsvisie een kader vormt voor toekomstige besluiten over projecten die m.e.r.-plichtig zijn of als de omgevingsvisie een passende beoordeling vereist in het kader van natuurwetgeving. Op dit moment valt nog niet met volledige zekerheid te zeggen of de omgevingsvisie in wording PlanMER-plichtig is. Dit heeft enerzijds te maken met of en hoe participatie verder ingericht wordt. Wijzigingen van en aanvullingen op de concept omgevingsvisie als gevolg van participatie kunnen leiden tot uitspraken en aanwijzingen die wel PlanMER-plichtig zijn. Aanbevolen wordt om daarom te blijven ‘monitoren’ of PlanMER-plichtige uitspraken worden toegevoegd aan de concept omgevingsvisie. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de bijzondere locatie van gemeente Wassenaar, gelegen tussen verschillende Natura 2000-gebieden. Dit vergroot de kans dat een uitspraak PlanMER-plichtig is. De Omgevingswet schrijft niet voor hoe ambities opgesteld dienen te worden. In voorliggend concept omgevingsvisie kan echter een aantal teksten aangewezen worden waarin verwezen wordt naar (ambities uit) programma’s, uitvoeringsagenda’s en ander beleid. Aanbevolen wordt om niet enkel naar deze documenten te verwijzen, maar om deze ambities ook in de omgevingsvisie uit te schrijven. Dit zorgt voor consistentie bij eventueel veranderlijk beleid.

Een aantal grotere opgaven en bijbehorende keuzes in het document wordt voornamelijk sectoraal beschouwd, zonder dat een integrale toets heeft plaatsgevonden die de tevens de ruimtelijke capaciteit in acht neemt. Aanbevolen wordt om deze integrale toets (ofwel: ‘de ruimtelijke puzzel’) in de omgevingsvisie plaats te laten vinden.

Aanbevelingen ten aanzien van beleidsneutrale overgang: • In enkele gevallen worden ambities voor specifieke deelonderwerpen in de beleidsanalyse genoemd, die niet zijn opgenomen in de concept omgevingsvisie. In die gevallen wordt aangeraden om te heroverwegen om deze alsnog op te nemen in de concept omgevingsvisie. • In enkele gevallen wordt verwezen naar bronnen die niet zijn opgenomen in de beleidsanalyse of waarbij verwezen wordt naar nieuw beleid. Hiervoor wordt geadviseerd om de bronnen te controleren.

21 januari 2025

CLICK HERE TO ENTER A DATE.

BK4413

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=776e16fa-f778-4dd9-b907-fcf73127d314