077 Bijlage 1_Adviesrapport Lokale Inclusie Agenda Wassenaar inclusief bijlagen
Tekst van het document
Lokale Inclusie Agenda Wassenaar Rapportage Juni 2023
INHOUD INHOUD
2
INTRODUCTIE
3
LEESWIJZER
6
INPUT VOOR DE UITEINDELIJKE LOKALE INCLUSIE AGENDA
7
WAT IS INCLUSIE?
9
SAMENVATTING RAPPORTAGE LOKALE INCLUSIE AGENDA
11
WERKGROEP LOKALE INCLUSIE AGENDA WASSENAAR
17
Aandachtspunten:
17
THEMA INCLUSIE IN HET ONDERWIJS
18
Aandachtspunten
31
THEMA DE INCLUSIEVE ARBEIDSMARKT
33
Aandachtspunten
44
THEMA INCLUSIE IN CULTUUR, SPORT EN VRIJE TIJD
45
Aandachtspunten
59
THEMA DE INCLUSIEVE BUURT
61
Aandachtspunten
86
THEMA ZORG & WELZIJN IN EEN INCLUSIEVE SAMENLEVING
87
Aandachtspunten
97
THEMA COMMUNICATIE, POLITIEK & DIENSTVERLENING
98
Aandachtspunten
109
Bijlage 1: Input Aandachtspunten Lokale Inclusie Agenda
110
Bijlage 2: Samenvatting Rapportage Lokale Inclusie Agenda in Word
141
Bijlage 3: Routekaart Inclusieve Projecten
163
Bijlage 4: Lijst van afkortingen en begrippen
166
2
INTRODUCTIE Het doel van de Lokale Inclusie Agenda ‘Een inclusieve samenleving is een samenleving waaraan iedereen optimaal mee kan doen. Maakt niet uit hoe oud of jong je bent. En wat je culturele achtergrond, gender, seksuele voorkeur, inkomen, talenten en beperkingen ook zijn. Iedereen kan optimaal meedoen op de gewone buurtschool, op de arbeidsmarkt, op club of vereniging, thuis en in de buurt. We heffen belemmeringen voor meedoen voor elk individu op, een voor een. En we leren daarvan, zodat zoveel mogelijk mensen daar profijt van kunnen hebben. In een inclusieve samenleving is iedereen medemaker.’ Hoe inclusief is Wassenaar al? Waar zijn er al mooie inclusieve initiatieven? Welke mensen lopen nog tegen belemmeringen aan in de Wassenaarse samenleving? Hoe zou een inclusief Wassenaar eruit kunnen zien? En wat zouden we anders willen doen? Met deze vragen in gedachten hebben inwoners, organisaties en gemeente het afgelopen jaar, van voorjaar 2022 tot en met voorjaar 2023, van gedachten gewisseld. Inclusionlab faciliteerde het proces en bracht de inzichten van inwoners, organisaties, politici en beleidsadviseurs samen in deze rapportage Lokale Inclusie Agenda.
Rapportage Lokale Inclusie Agenda In deze rapportage vindt u de mooie voorbeelden van inclusie die er in Wassenaar al zijn. En de knelpunten die inwoners, organisaties en gemeente ervaren in het werken aan een inclusieve samenleving. Ook vindt u een toekomstvisie en aandachtspunten die inwoners en organisaties benoemd hebben.
3
Uitvoeringsagenda Als vervolg op deze rapportage zal er een uitvoeringsagenda worden opgesteld. In dat document vindt u per aandachtspunt benoemd aan welke stappen gedacht zijn, de resultaten, het tijdspad, betrokken inwoners en organisaties en coördinatie. De input voor deze uitvoeringsagenda van inwoners, organisaties, en de gemeente vindt u in de bijlage van deze rapportage. Na de werkconferentie op 15 december 2022 zijn verschillende inwoners en organisaties al zelfstandige initiatieven begonnen om met de aandachtspunten aan de slag te gaan.
Wat kun jij doen? Ben je een inwoner, bedrijf, club, school of maatschappelijke organisatie? Op jouw (interesse)gebied zijn er verschillende mensen bezig met het werken aan een inclusieve samenleving. In de verschillende themahoofdstukken van deze rapportage Lokale Inclusie Agenda kun je daarover lezen. Wil je eens van gedachten wisselen over jouw inclusieve initiatief, samen optrekken of gewoon meer weten? Neem contact op met de met de werkgroep ‘Lokale Inclusie Agenda Wassenaar!’ via: gemeente@wassenaar.nl.
4
Wat ging vooraf? De afgelopen jaren hebben er meerdere inspanningen plaatsgevonden op weg naar een inclusieve samenleving in Wassenaar in het kader van het programma ‘Iedereen doet mee’. Er is aandacht voor inclusie in het cultuur & sportbeleid. Meer dan zestig locaties in de openbare binnen- en buitenruimten zijn getoetst op toegankelijkheid door de organisatie ongehinderd. En in de woonvisie is aandacht voor de diversiteit aan woonwensen en bijbehorende woonopgaven.
Startnotitie Lokale Inclusie Agenda Wassenaar Met de Lokale Inclusie Agenda wil Wassenaar de beweging richting de inclusieve samenleving nog meer kracht geven. En alle acties richting de inclusieve samenleving bij elkaar brengen. Zodat helder kan worden geëvalueerd waar Wassenaar nu staat. Zodat we gerichte actie kunnen ondernemen waar nog verbeteringen nodig zijn. De gemeenteraad heeft daarvoor op 22 februari 2022 de ‘Startnotitie Lokale Inclusie Agenda Wassenaar 2022 – 2025’ vastgesteld. Met een Plan van Aanpak om tot de Lokale Inclusie Agenda van Wassenaar te komen.
Wie hebben aan de rapportage Lokale Inclusie Agenda bijgedragen? De rapportage lokale inclusie agenda is het resultaat van de gedachtewisselingen tussen inwoners, clubs, verenigingen, scholen, bedrijven, buurtinitiatieven, organisaties van zorg & welzijn en de gemeente gezamenlijk. De Werkgroep Lokale Inclusie Agenda Wassenaar is de aanjager van de Lokale Inclusie Agenda. Inclusionlab faciliteerde het proces. Er zijn vijftig interviews, vijf thematafels en een brede werkconferentie gehouden. Daarin vertelden we als inwoners, organisaties en gemeente over onze ervaringen. We deelden mooie voorbeelden, benoemden we onze knelpunten en formuleerden we een stip op de horizon en aandachtspunten waar we aan willen werken. Tijdens de werkconferentie hebben inwoners, organisaties en gemeente de aandachtspunten nog eens onder de loep genomen en ze op volgorde van belangrijkheid gezet. Welke aandachtspunten zijn het belangrijkst voor een Wassenaar waarin iedereen welkom is? Op grond daarvan maakten de deelnemers aan de werkconferentie een Top 5 (of Top 3). Deze aandachtspunten vind je in de themahoofdstukken van deze rapportage. Ook vind je in deze rapportage een aantal aanvullende aandachtspunten. Deze zijn benoemd op initiatief van individuele inwoners, organisaties en de gemeente.
Het resultaat is een mooie set aandachtspunten als input voor ons gesprek ten behoeve van de Lokale Inclusie Agenda. Een gedetailleerde uitwerking van deze aandachtspunten vind je in de bijlage. Op de volgende pagina’s kun je lezen hoe deze rapportage is opgebouwd. En je vindt er hoe we straks op basis van de aandachtpunten een uitvoeringsagenda zullen maken.
5
LEESWIJZER Wat kun je lezen in deze rapportage Lokale Inclusie Agenda? Op de volgende pagina’s vind je uitleg over de toekomstige uitvoeringsagenda als onderdeel van de uiteindelijke Lokale Inclusie Agenda. En een uitleg over wat inclusie nu eigenlijk inhoudt. Vervolgens vind je de samenvatting van de rapportage. In de zes themahoofdstukken kun je verdiepend verder lezen over de mooie voorbeelden, knelpunten en visie op de toekomst: • • • • • •
Inclusie in het onderwijs De Inclusieve arbeidsmarkt Cultuur, sport en vrije tijd De Inclusieve Buurt Zorg & Welzijn in een inclusieve samenleving Communicatie, Politiek & Dienstverlening
6
INPUT VOOR DE UITEINDELIJKE LOKALE INCLUSIE AGENDA Deze rapportage draagt bij aan de uiteindelijke Lokale Inclusie Agenda. De input ten behoeve van de uitvoeringsagenda van de Lokale Inclusie Agenda van inwoners, organisaties en gemeente vind je terug in de bijlage. Vanuit de gedachte van opgavegericht werken, hebben we voor elk aandachtspunt de volgende vragen gesteld: • • • • • • •
Wat we willen bereiken? Welke stappen we zullen zetten? Hoe ziet het resultaat eruit? Wat is het mogelijke tijdspad (aanzet)? Welke inwoners en organisaties willen we betrekken? Wie coördineert? Welke financiën zijn nodig?
Hoe de uiteindelijke uitvoeringsagenda eruit zal zien, wordt in najaar 2023 besproken. De vergadering van commissie Mens & Maatschappij zal daarin een belangrijke rol vervullen. Meerdere inwoners en organisaties hebben zelf eigen aandachtspunten en ambities voor de Lokale Inclusie Agenda ingebracht. Met hen wordt uiteraard contact opgenomen na de behandeling van de definitieve Lokale Inclusie Agenda. Na bespreking van de Lokale Inclusie Agenda in najaar 2023 wordt de uitvoeringsagenda opgesteld, waarbij ook aandacht wordt besteed aan monitoring.
7
Input Lokale Inclusie Agenda in vogelvlucht Hieronder vind je een voorbeeld van hoe de samenvatting van de Lokale Inclusie Agenda eruit kan komen te zien. Het betreft een voorbeeld.
8
WAT IS INCLUSIE? Inclusie betekent toenemende participatie van elk individu in de samenleving. Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin iedereen optimaal kan meedoen. Maakt niet uit wat je leeftijd, culturele achtergrond, gender, inkomen, seksuele voorkeur, talenten of beperkingen zijn. Iedereen kan op een gelijkwaardige manier meedoen in clubs en verenigingen, op de arbeidsmarkt, op school, in de buurt en in de woonomgeving. De samenleving is gebouwd op de interesses en talenten van alle inwoners (Bolsenbroek & Van Houten, 2010).
Inclusie kan worden gezien als de ene pool van een continuüm (lijn), waarvan de andere pool uitsluiting is (Unesco, 2005). Toegepast op bijvoorbeeld onderwijs is er sprake van uitsluiting als kinderen helemaal geen onderwijs volgen. Segregatie gebeurt als kinderen wel onderwijs volgen, maar apart van andere kinderen, bijvoorbeeld in speciale scholen. Van integratie is sprake als individuen worden bijgespijkerd om in een specifieke samenleving, school of werkplek te functioneren. Bij integratie passen enkele mensen zich aan om in een ‘gewone’ setting mee te doen, bijvoorbeeld in de klas op de gewone buurtschool. Bij inclusie gaat het om de omgekeerde beweging. Werken aan een inclusieve samenleving betekent het gezamenlijk vormgeven aan een samenleving, scholen, klassen, wijken, clubs en arbeidsmarkt waar iedereen optimaal kan deelnemen. Je past de samenleving aan, en die ben je met elkaar.
Wat is er nu wettelijk geregeld? Wat is er nu verplicht vanuit landelijke wet- & regelgeving? Gemeenten zijn verplicht om een Lokale Inclusie Agenda op te stellen. Met een duidelijke omschrijving welke verbeteringen en doelen ze gaan realiseren. En ook binnen welke tijd. In het plan moeten onderwijs, werk, inkomen, vervoer, wonen en leven een plek krijgen. In de wet staat ook opgenomen dat gemeenten hierin samen moeten optrekken met mensen met een beperking (zie WMO, Participatiewet, Jeugdwet & Amendement Van der Staaij en Bergkamp). Daarnaast is er de algemene Wet gelijke behandeling. Iedereen heeft recht op een gelijke behandeling, ongeacht godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, beperking, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. De Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen biedt inwoners toegang tot een antidiscriminatievoorziening. Dit geeft inwoners van de gemeente onder meer het recht op
9
onafhankelijke bijstand bij klachten over discriminatie op basis van bijvoorbeeld cultuur, sekse of hetero- of homoseksualiteit. Vanaf 1 januari 2017 is toegankelijkheid de norm en ontoegankelijkheid de uitzondering. Dat gaat niet alleen om toegankelijkheid van gebouwen, informatie en communicatie. Maar ook om de toegankelijkheid van onderwijs, arbeid, wonen en vrije woningkeuze, mobiliteit en het aanbod van goederen en diensten zoals horeca, detailhandel en betalingsverkeer. Niet alleen gemeenten moeten hier hun beleid en dienstverlening op aanpassen, maar ook bedrijven en maatschappelijke organisaties. Overheid, gemeenten, organisaties en ondernemers moeten vanaf 1 januari 2017 stapsgewijs werken aan het realiseren deze algemene toegankelijkheid. Dat gaat in twee stappen. Aanpassingen van eenvoudige aard (gemakkelijk te realiseren en tegen lage kosten) moeten direct worden geregeld. Voor aanpassingen van complexe aard (bijvoorbeeld bouwkundige aanpassingen) moet een plan worden gemaakt met een duidelijke einddatum. Dit is uitgewerkt in het Besluit toegankelijkheid van december 2016. Sinds 1 juli 2018 is er ook het Besluit Digitale toegankelijkheid. Hierin staat dat de gemeente in stappen moet werken aan de toegankelijkheid van haar websites en apps.
Het VN-verdrag Eén van de aanleidingen voor de Lokale Inclusie Agenda Wassenaar is de ratificatie, in werking treden, van het VN-Verdrag voor de rechten van mensen met een beperking (vanaf nu: VN-verdrag) in Nederland op 14 juli 2016. Veel gemeenten in Nederland grijpen de invoering van dat Verdrag aan als kans om te werken aan een brede inclusieve samenleving. Het is een landelijke opdracht voor gemeenten om het VN-verdrag te vertalen naar een Lokale Inclusie Agenda (integraal plan voor sociaal domein). In elk hoofdstuk worden de meest relevante artikelen van het VN-Verdrag benoemd. De volledige tekst van deze artikelen vind je in het VN-Verdrag via: https://wetten.overheid.nl/BWBV0004045/2016-07-14
10
SAMENVATTING RAPPORTAGE LOKALE INCLUSIE AGENDA Hieronder vind je per thema een afbeelding van de samenvatting van de rapportage van de Lokale Inclusie Agenda. In bijlage 2 is deze samenvatting ook te lezen (b.v. via screenreader).
11
12
13
14
15
16
WERKGROEP LOKALE INCLUSIE AGENDA WASSENAAR Als werkgroep ‘Lokale Inclusie Agenda Wassenaar’ bestaan we een grote diversiteit aan inwoners, scholen, clubs & verenigingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties. We willen echt een mix aan leeftijden, culturen, achtergronden, genders, voorkeuren, inkomens, talenten en beperkingen zijn. De leden van de werkgroep faciliteren samen met de gemeente de uitvoering van de Lokale Inclusie Agenda. De wens van de werkgroep is om zich te organiseren naar de thema’s van de Lokale Inclusie Agenda. Voor elk thema zijn minimaal één inwoner en een vertegenwoordigende organisatie aanspreekpunt. Zodat op elk thema verdieping en expertise wordt opgebouwd.
Wat doet de werkgroep Lokale Inclusie Agenda Wassenaar? De werkgroep denkt mee met inwoners, organisaties en beleidsmakers die inclusie willen verankeren in hun eigen bedrijf, club, school, initiatief, plannen of organisaties. Bijvoorbeeld om van gedachten te wisselen over nieuw beleid over de arbeidsmarkt of over de toegankelijkheid van een nieuwbouwproject. Voor het meedenken met inclusieve initiatieven en projecten kan eventueel gebruik worden gemaakt van de ‘De routekaart Inclusieve Projecten’ (zie bijlage 3). Daarnaast is de werkgroep betrokken bij het periodiek actueel houden van de Lokale Inclusie Agenda. In de Lokale Inclusie Agenda staan steeds nieuwe actiepunten opgenomen die we als samenleving en gemeente gaan uitvoeren om de beweging te versterken. Er kan voor worden gekozen om eens in het jaar te rapporteren over de voortgang van de uitvoering van de actiepunten (monitoring). Zo kan de werkgroep samen met de gemeente de uitvoering van de actiepunten coördineren. En inwoners en organisaties verleiden om nieuwe actiepunten op te pakken. Ook kan de werkgroep zelf activiteiten en initiatieven organiseren. De werkgroep maakt een Plan van Aanpak voor hoe zij daaraan werken. De gemeente heeft bij dit alles een faciliterende rol.
Aandachtspunten: Wat zijn de aandachtspunten waar we als inwoners, organisaties en gemeente aan willen werken? 1. De Lokale Inclusie Agenda faciliteren, ontwikkelen, uitvoeren en monitoren 2. Meedenken met inclusieve initiatieven en projecten 3. Zelf initiatieven en activiteiten ondernemen 4. Het faciliteren van de werkgroep
17
THEMA INCLUSIE IN HET ONDERWIJS ‘We willen dat elk kind uit Wassenaar, zoveel als mogelijk, in Wassenaar naar school kan. Kinderen leren hun eigen talent te ontwikkelen in een inspirerende, positieve, groene en veilige omgeving. Vanaf het begin trekt de gehele diversiteit aan kinderen samen op.’
Wat is inclusie in het onderwijs? Bij inclusie in het onderwijs leren alle kinderen samen, maar ieder op het eigen niveau. Het gaat erom een leeromgeving te creëren waar elk kind optimaal kan leren. Maakt niet uit wat je culturele achtergrond, status, taal, gender, inkomen, talenten en beperkingen zijn. Bij inclusie in het onderwijs kunnen alle kinderen samen naar de gewone buurtschool. Maar het is meer dan dat. Het is een specifieke onderwijsaanpak die met elk soort onderwijs valt te combineren. Waarbij veel aandacht is voor het pedagogisch klimaat. De schoolprestaties van de kinderen worden gebruikt als uitgangspunt om de manier van lesgeven te verbeteren. Uitgaan van de talenten van kinderen Het kind wordt niet aangepast aan de school, maar de school wordt aangepast aan alle kinderen. Heel actief wordt gezocht naar manieren om aan te sluiten bij interesses en talenten. Hiermee gaat inclusie in het onderwijs ook verder dan passend onderwijs. Niet alleen omdat elk kind naar de buurtschool kan. Maar ook omdat je de school, met haar manier van lesgeven en de leerdoelen, aanpast aan élk kind. Zo wordt bij binnenkomst aan ieder kind gevraagd wat het wil leren, wat het wil bijdragen aan de school en waar het support bij nodig heeft.
In projectonderwijs werken alle kinderen samen, maar vervullen zij afhankelijk van hun eigen leerdoelen, interesses en talenten hun eigen taken (coöperatief leren). Diversiteit wordt gezien als bron van leren, in plaats van iets waar een oplossing voor moet worden gezocht.
Relevante artikelen uit het VN-verdrag Artikel 24 Inclusie in het onderwijs Wat betekenen deze artikelen in de praktijk? Inclusief onderwijs: • Scholen, cursus & opleidingscentra zijn toegankelijk voor elke inwoner. • Onderwijs wordt op zodanige wijze vormgegeven dat elk individu optimaal kan leren. 18
• Alle leerlingen leren samen, maar toch ieder op zijn of haar eigen niveau. Iedere individuele inwoner kan: • Regulier onderwijs volgen. • Scholing & opleiding volgen van eigen keuze. • Zelf sturing geven aan eigen groei & ontwikkeling. • Levenslang leren in opleiding, werk & vrije tijd. • Een door werkgevers erkende startkwalificatie halen. Uit: De Quickscan Inclusieve Gemeenten
Stip op de horizon We willen dat elk kind uit Wassenaar, zoveel als mogelijk, in Wassenaar naar school kan. Kinderen leren hun eigen talent te ontwikkelen in een inspirerende, positieve, natuurlijke, groene en veilige omgeving. Vanaf het begin trekt de gehele diversiteit aan kinderen samen op. Elk kind leert op de eigen manier, ook als dat wat anders is dan andere kinderen. Kinderen en gezinnen kunnen kiezen waar zij naar school gaan. Het belang van het kind staat centraal. Onder leerlingen, leerkrachten en docenten is er een open sfeer. We zien dat er verschillen zijn, en dat diversiteit kracht geeft. Ieders talent en ieder beroep wordt gewaardeerd. Kinderen leren bijvoorbeeld, ook in het basisonderwijs, al vroeg met hun handen te werken. Het mooist zou zijn als we gedifferentieerde uitstroomniveaus voor verschillende vakken binnen eenzelfde opleiding of diploma kunnen realiseren. Om inclusie te bevorderen streven we waar nodig en mogelijk naar kleinere klassen of meerdere leerkrachten voor de klas. We werken bewust aan regionale ontkokering en verbinding. Zodat geldstromen optimaal ten goede kunnen komen aan regulier inclusief onderwijs voor elk kind. Toekomstvisie op inclusief onderwijs Als scholen voor primair en voortgezet onderwijs, leerlingen, ouders, samenwerkingsverbanden gaan we in gesprek over onze toekomstvisie op inclusief onderwijs. De gemeente ondersteunt dit.
In het kader van de Global Goals wil de gemeente eraan bij wil dragen ‘dat alle leerlingen kennis en vaardigheden opdoen voor duurzame ontwikkeling, mensenrechten, culturele diversiteit, wereldburgerschap en zorgen voor kind- en handicapvriendelijke onderwijsfaciliteiten. Zorgen voor goed en inclusief onderwijs en levenslang leren.’ Het realiseren van inclusieve en toegankelijke scholenbouw hoort daar ook bij. De gemeente en de scholen willen daarvoor samen een inclusief programma van eisen opstellen.
19
Mooie voorbeelden Scholen staan open voor inclusie Alle Wassenaarse scholen die meededen aan de interviews staan open voor inclusie. Ze hebben veel kennis en ervaring in huis om een grote diversiteit aan kinderen optimaal onderwijs te bieden. Scholen aan het woord: ‘De leerlingenpopulatie op de school is heel gemengd. De meeste kinderen komen uit de wijken rond de school, zoals Oostdorp, het Weteringpark, het van Polanenpark en de Van Duivenvoordelaan. We hebben in onze groepen kinderen van statushouders, expats, hoogbegaafde leerlingen en leerlingen waarvan ook de ouders en grootouders bij ons op school hebben gezeten. Kortom, we zijn echt een dwarsdoorsnede van de maatschappij en daar zijn we blij mee. Doordat we een mooie mix hebben, ben je niet snel bijzonder in die zin dat je buiten de boot valt. Het vraagt wel veel van het onderwijs, omdat ook de niveaus van kinderen soms ver uit elkaar liggen. Daarom hebben we een uitgebreide structuur waarin kinderen extra hulp of uitdaging kunnen krijgen. In de afgelopen jaren hebben we allerlei verschillende leerlingen voorbij zien komen. Een leerling is na de periode bij ons op school van geslacht veranderd. Er heeft een meisje met Downsyndroom de hele school doorlopen. De kracht voor de groep waarin zij zat, is dat ze echt onderdeel van de groep was.
En dat deze kinderen allemaal anders tegen een dergelijke beperking aan zijn gaan kijken.’
20
‘Het verwijzingspercentage naar speciaal onderwijs is laag in Wassenaar (2,6 % t.o.v. 4,4 in Nederland, red.). Er is een sterke School Advies Dienst (SAD) waar je met vragen rond een leerling terecht kunt.’ ‘Op school nemen we elk kind met VMBO-t – VWO-niveau aan, mits we aan de ondersteuningsvraag kunnen voldoen. We gaan het gesprek aan en kijken hoe we het met de nodige aanpassingen kunnen regelen. Als dat nodig is, maken we een specifiek programma, zodat leerlingen eventueel thuis of in het ziekenhuis kunnen studeren. Zo kunnen ook zij hun diploma halen. Er zijn leerlingen met autisme, reuma, hartklachten, diabetes en psychische problemen. We hebben ook een vrij grote groep nieuwe Nederlanders op school. Dat gaat heel goed. We merken wel dat ze naar elkaar toe trekken. Ze herkennen zichzelf in elkaar door de situatie waar ze uit komen. Ze kennen elkaar van de schakelklas, en vinden dan gezamenlijk hun weg op school. Als kinderen die gevlucht zijn gelijk vanaf de brugklas op school komen, gaan ze vanzelfsprekender om met alle andere leerlingen.’ De kracht van alles door elkaar Wie opgroeit in een diverse school, is meer voorbereid op de diversiteit in de samenleving. Het maakt het later gemakkelijker deel te nemen een divers team op je werk, of om betere besluiten te nemen in leidinggevende posities. Voor kinderen is die diversiteit vaak heel vanzelfsprekend.
Scholen in Wassenaar zien de kracht van diversiteit: ‘Daarom zijn wij blij dat ze bij ons wel gemengd in de klas zitten en niet alleen met hoogbegaafden. Zo kunnen ze ook gelijk leren wat er anders is en hoe ze daar mee om kunnen gaan.’ Elk kind heeft talenten, juist op dat talent zetten we in Hoe kan elk kind beste uit zichzelf halen? Door in te zetten op het talent van het kind. En door een stimulerende leeromgeving te bieden, waarin kinderen, leerkrachten en ouders op een mooie manier met elkaar omgaan. Want je talenten ontwikkelen? Dat doe je als je goed in je vel zit. Een school vertelt:
21
‘We zien leerlingen voorbijkomen die grote problemen hebben met bijvoorbeeld taalvakken. Omdat ze dyslectisch zijn of een taalstoornis hebben. Maar zij kunnen grote talenten hebben op andere vakgebieden. Wij kijken daarom waar de talenten van de leerlingen liggen en proberen die in te zetten. Een leerling had moeite met sommige vakken, maar kon heel goed tekenen. Zij heeft de tekeningen bij onze schoolregels gemaakt.’ Hoe kan elk kind optimaal leren? In inclusief onderwijs kan elk kind optimaal leren. Hoe kan je zo lesgeven dat dat mogelijk wordt, ook als je leerlingen sterk van elkaar verschillen? De Wassenaarse scholen die meededen aan de interviews zijn bezig daar stevige expertise op te ontwikkelen. Wat je leert, telt. ‘Veel mensen denken dat de hoogbegaafde kinderen zich wel redden in het onderwijs. In de praktijk hebben deze kinderen echter vaak meer begeleiding nodig, dan leerlingen die moeilijk leren. Zij moeten leren leren. Hun programma moet constant bijgesteld worden om, uitdagend genoeg te blijven. En als het een keer tegenzit, geven ze vaak gefrustreerd op. Deze kinderen moeten vooral leren hoe hun eigen hersenen werken en wat het verschil is met de kinderen die niet hoogbegaafd zijn. Er zijn meerdere specialisten in de school aanwezig voor de begeleiding van deze kinderen.
Dankzij onze aanpak hebben we al bij meerdere kinderen kunnen voorkomen dat ze thuiszitter zijn geworden. En hebben we daarnaast ook thuiszitters terug het onderwijs in gehaald.’ De kracht van een enthousiast divers team Om dit te kunnen doen, heb je een sterk, enthousiast team nodig. En een team dat open staat om even met leerlingen van gedachten te wisselen. ‘De school is toegankelijk ingericht, zodat leerlingen gemakkelijk naar ons toe kunnen stappen. Ook in de docentenkamer weten ze ons te vinden. Af en toe steekt een leerling z’n hoofd om de hoek. Veel jongeren durven ons te mailen als er iets is.’ Daarnaast is met behulp van de coronagelden, schoolmaatschappelijk werk aan diverse scholen toegevoegd. Dat werkt goed. Schoolmaatschappelijk werkers zouden nog meer onderdeel willen zijn van het schoolteam. Hoe leer je omgaan met diversiteit? Als docent Engels of Nederlands heb je een vrij vak. Op de middelbare school zetten docenten de lesstof in om diversiteit en inclusie onder de aandacht te brengen van jongeren. ‘De klas las tijdens een les over stijl een column over een moeder met weinig inkomen. Ze werd in het artikel neergezet als iemand die zielig is. Ze had echter ook veel spaargeld.
We hebben toen in de les gekeken naar hoe je de schrijfstijl die je inzet van invloed is op de beeldvorming rond mensen.’ Gebeurtenissen in de klas worden aangegrepen om jongeren bewust te maken van diversiteit. En hoe in- en uitsluiting een rol speelt in hun eigen gedrag.
22
‘In een andere klas zaten twee Syrische jongens in dezelfde klas. De een sprak goed Nederlands, de ander toen nog niet. De laatste jongen werd gepest. Ik heb degenen toen eens gevraagd: ‘Oké, probeer jij dan eens Syrisch te spreken?’ Er was toen gelijk meer begrip. Vaak ontstaat er een reactie uit onbegrip. Iets dat met een goed gesprek op te lossen is. Dit komt als thema ook terug bij de lessen levensbeschouwing, waar begrip voor elkaar en elkaars geloof centraal staan. Als ouders heb je enorm veel invloed op hoe je kinderen denken over diversiteit ‘Als ouders heb je enorm veel invloed. Kinderen die discrimineren? We merken dat kinderen vaak de visie van hun ouders overnemen. Er zijn niet zoveel kinderen die zelf kritisch zijn op hun mening. Misschien twee kinderen per klas. We hebben daarvoor een voorlichting op school. Stichting IDB stimuleert dat zelf nadenken tijdens de lessen in 4 HAVO/VWO wel, en doen dat echt heel leuk. Zij helpen kinderen hun aannames te onderzoeken en zelf te leren nadenken.’ Binnen het VMBO-t wordt minder gepest dan in HAVO-VWO klassen ‘Als het gaat om het omgaan met anders zijn? Het hangt er vooral vanaf van hoe het kind het draagt. Als je als leerling zegt: ‘Ik ben autist, en dit is wat je krijgt’, dan wordt je geaccepteerd zoals je bent. Als jij lekker in je vel zit, dan gaat het goed. En er zijn leerlingen die zich ervoor schamen.
Als je er niet voor uit durft te komen, krijg je vaak moeilijkheden. In de bovenbouw wordt eigenlijk nauwelijks gepest. Pestgedrag komt alleen voor klas 1 en 2 van VMBO-t en klassen 1, 2 en 3 van HAVO-VWO. Dat pakken we aan als het speelt en preventief door Rots en Water in te zetten in alle brugklassen. Op het VMBO-t zit een diversere groep kinderen. Kinderen zijn relaxter, empathischer en gaan veel meer voor de relatie. Zij zitten ook vaak veel meer op het menselijke. Zij zijn het ook altijd die zien dat je je haar geknipt hebt, of nieuwe schoenen hebt. Een VWO-er kan op een eigen eilandje zitten. Het gaat om de lesstof. Zij zijn over het algemeen veel later rijp in relaties en in interesse in de ander.’ LHBTI ‘Er zijn meerdere leerlingen die actief willen worden in de GSA, de Gay Straight Alliance, die we in november starten. Er is veel gedaan op paarse vrijdag op school. In de opstart van de GSA, heb ik interessante gesprekken gehad met leerlingen over religie, tattoos en seksualiteit. In de ene klas stellen leerlingen zich gemakkelijker open dan in de andere klas, vooral in de onderbouw. Het ligt aan de groepsdruk en sociale veiligheid. Eén op één zijn alle leerlingen vaak wel open. Er is een leerling die open praat over haar relatie met haar vriendin. Leerlingen in de omgeving weten het. Ze heeft nog niet aangegeven dat iemand er problemen mee heeft.
Een meisje had wel moeite om te kijken hoe het zit met haar geaardheid en hoe het gaat in de toekomst. Ik merk wel dat Homo gebruikt wordt als scheldwoord. En er worden grapjes gemaakt over homo’s of lesbiennes. Nooit rondom mensen die uit de kast gekomen zijn. Dan gebeurt het niet meer. Vorig jaar sprak ik een jongen die vertelde dat er in zijn groepje enkele jongens een stapje achteruit deden toen hij uit de kast kwam. “Vind je mij ook leuk?” Hij was ook lid van de kerk. Daar viel het beter dan
23
in de vriendengroep op school. Leerlingen blijven wel eens plakken om het hierover te hebben. Wel hebben ze hiervoor minder mogelijkheden dan vroeger. Onze blokken duren soms wel drie uur, daarom zijn er minder leswisselingen.’ ‘Er is een meisje dat heeft aangegeven heeft graag een jongen te willen worden. Ze heeft het advies gekregen gelijk haar naam te veranderen. Noch onder collega’s, noch onder andere leerlingen is het een issue. Je merkt dat kinderen er oké mee zijn. Bepaalde culturele groepen, merk je, hebben er wel wat moeite mee. Het hoort wel bij onze rol als school om leerlingen te leren hier goed mee om te gaan.’ Scholenproject Twee Wassenaarse inwoners zetten hun expertise in op basisscholen in LeidschendamVoorburg. Kinderen maken kennis met hoe het is om met een beperking te leven. De twee inwoners zouden hun expertise ook graag in Wassenaar willen inzetten. De eerste contacten zijn daarover al gelegd. ‘Ik doe vrijwilligerswerk in Leidschendam-Voorburg vanuit het platform gehandicapten. Dat is een scholenproject voor groep 8. We zitten daar met groepjes kinderen aan tafel. Kinderen krijgen allerlei kleine opdrachtjes. Bij mij aan tafel maken ze een puzzel met hun ogen dicht. Naar aanleiding daarvan gaan we samen in gesprek. Ze vinden het harstikke leuk. Ze rouleren van tafels en doen ook echt goed mee.
Ik zou het leuk vinden om in Wassenaar ook zoiets te doen.’ Inzicht in inclusieve scholenbouw In het kader van het integraal huisvestingsplan zijn scholen en gemeente bewust bezig na te denken over hoe een gebouw een inclusieve leeromgeving het beste kan ondersteunen. ‘De gemeente heeft de verantwoording elke veertig jaar een nieuw schoolgebouw neer te zetten. Daarbij vind ik zaken als duurzaamheid en toegankelijkheid heel erg belangrijk. Ik zou geen gangenschool meer bouwen. ‘Groepenbouw’, gemaakt op ontmoeting. In een gangenschool kun je alleen voor- of achteruit. Niet uitwaaieren in hoeken en elkaar ontmoeten.’ De gemeente wil graag inventariseren hoe een schoolgebouw optimaal kan bijdragen aan inclusief onderwijs, zodat nu en in de toekomst, het schoolgebouw hier geen belemmering voor hoeft te zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de volgende aandachtspunten: • • • • • •
Toegankelijkheid Rust: geen onnodige prikkels (geluid, kleurgebruik, opbergmogelijkheden voor een opgeruimde omgeving) Heldere eenheden, kleinschalig gevoel Korte looplijnen, ruime doorgangen Extra aandacht voor een optimale (flexibele) inzet van de standaard toegekende vierkante meters voor inclusief onderwijs Meer kleine ruimtes voor extra ondersteuning, om prikkelarm te kunnen werken of gesprekken te voeren (met ouders of door zorgpartners met leerlingen)
24
• • •
•
•
•
Flexibele (zorg)ruimtes Het huisvesten van (zorg)partners De positionering van een rolstoeltoegankelijk toilet centraal in het gebouw Klaslokalen op het noorden maken het voor leerlingen gemakkelijker om zich te concentreren (minder schaduwlijnen) De inrichting van inclusieve speelruimtes (en bijvoorbeeld de mogelijkheid van oriëntatie op de geur van het groen door kinderen met een visuele beperking) Een multifunctionele/ multilevensbeschouwelijke stilteruimte om je even terug te trekken (maar ook om even te bidden, voeten te wassen, levensbeschouwelijke reflectie, etc.).
Knelpunten Wat ervaren inwoners, scholen, organisaties en gemeente aan knelpunten in de vormgeving aan inclusief onderwijs? ‘Een gewone school is de eerste stap om met elkaar om te kunnen gaan’ In Wassenaar komen veel buitenlandse expatgezinnen wonen. Maar er zijn ook gezinnen die na een lange buitenland ervaring weer terugkomen. ‘We zijn zes jaar weggeweest. We hebben vier jaar in Australië gewoond, een jaar in Engeland en sinds kort zijn we terug in Nederland. We dachten dat voor onze kinderen, twee meiden en een jongen (die anderen zijn 8 en 12) goed zou zijn om in Nederland op te groeien. ‘Achteraf gezien… zijn wij van een koude kermis thuisgekomen in Nederland,’ In Australië was het vanzelfsprekend dat Suzanne met haar broer en zus naar een reguliere school kon gaan. De kinderen waren behulpzaam, ze hoorde erbij, zelfs als ze wat meer aandacht nodig had. In Nederland kwam ze terecht op een reguliere basisschool in groep 4. Ze werd heel negatief benaderd, als zorgkind gezien. We probeerden om naar een andere basisschool in Wassenaar te gaan, maar daar was het budget voor extra hulp op. Nu volgt Suzanne speciaal onderwijs. Er zijn 15 kinderen in de klas met 2 juffen erbij. ‘Ik word er niet goed van, er zijn meer leraren op speciale school dan kinderen.’ ‘Niet reëel voor later’. 25
We hebben Australië als vergelijkingsmateriaal en weten dat het ook anders kan. Ik zou heel graag een verandering in de samenleving willen zien: ‘Laten we als mensen elkaar niet zo aanspreken’. Nu vragen de kinderen op school de broer en zus van Suzanne: ‘Wat heeft jouw zus?’ Suzanne zit bij een psycholoog vanwege de buitenwereld. Ze moet zichzelf de hele tijd verdedigen, bewijzen. Er zijn zoveel labels. Een gewone school is de eerste stap om gewoon met elkaar om te kunnen gaan.’ In verschillende landen is het normaal dat alle kinderen uit de buurt samen in de klas zitten. Er is vaak simpelweg geen speciaal onderwijs in de buurt. Het onderwijs en het lesprogramma worden zo vormgegeven dat alle kinderen samen kunnen leren, maar toch ieder op het eigen niveau. Hier wordt in het buitenland ook op geïnvesteerd. De volledige diversiteit aan kinderen leert zo vanaf het begin samen optrekken en gebruik maken van elkaars talenten. Precies zoals je dat later ook doet in een team op je werk. We kunnen niets doen, het geld is op!’ In Nederland is het nog relatief moeilijk om inclusief onderwijs vorm te geven. Er zijn al wel een aantal scholen in Nederland die het doen. Met goede resultaten. Hun ervaring is dat je vooral heel creatief moet zijn met financiële middelen. Het passend onderwijs komt in Nederland, in de praktijk, op de schouders van de leerkracht terecht.
In het buitenland wordt het schoolsysteem als geheel aangepakt. En worden scholen en leerkrachten ook in staat gesteld om te veranderen. Ook wordt in het buitenland de financiering zo vormgegeven dat je bijvoorbeeld zo nodig met z’n tweeën voor de klas kan staan. Dat hoeft niets extra’s te kosten, als je de expertise van het speciaal onderwijs in het regulier onderwijs inzet. In Wassenaar lopen scholen en ouders tegen het landelijke onderwijssysteem aan. ‘Mijn jongste kind (8) heeft onder andere een aangeboren gehooraandoening. Als het kind opgroeit kun je pas zien hoe het zich ontwikkelt en hoeveel het kind uiteindelijk kan horen. Nu zit mijn dochter op een reguliere school, maar ze heeft ondersteunende middelen extra nodig. Ze heeft een speciale tafel vanuit Leiden gekregen, die mocht ze meenemen. Ik heb de aanpassingen die mijn dochter nodig heeft aangekaart bij de school. Maar de reactie van de school is: ‘Wij kunnen niets doen, het geld is op’. De verwijzingen naar speciaal onderwijs zijn in Wassenaar laag, maar de afgelopen tijd licht gestegen. Budgetproblemen vormen in Wassenaar regelmatig een obstakel. Dat komt deels omdat de samenwerkingsregio’s onhandig georganiseerd zijn. Het samenwerkingsverband van de scholen zit bijvoorbeeld in regio Leiden. De Jeugdhulp zit in regio Haaglanden. Kinderen komen daardoor in de knel. Dat mag niet gebeuren.
Ook krijgen reguliere scholen 8.500,- euro per leerling. Terwijl het speciaal onderwijs meer extra budgetten per kind kan krijgen, in totaal minimaal 11.500 euro. Landelijk beleid zit inclusie in het onderwijs dus in de weg. (https://balansdigitaal.nl/kennisbank/onderwijs/als-school-niet-goed-gaat/bedrag-perleerling-voor-passend-onderwijs/). Als scholen en gemeenten willen we iets doen aan het regionaal ontschotten van budgetten en geldstromen. Tijdens de interviews werd ook de vraag gesteld of we de financiën die we nu voor het leerlingenvervoer nodig hebben, ook voor het onderwijs in Wassenaar kunnen inzetten.
26
Wet- en regelgeving Niet alleen het bekostigingsbeleid, maar ook andere wet- en regelgeving zit in de weg. ‘Als het gaat om regelgeving? Een meisje heeft een tijdje bij oma gewoond, toen haar moeder in het ziekenhuis lag. Ze wilden hier op school komen. Ze moesten bewijzen dat er geen andere school dichtbij was. Het heeft maanden geduurd. Als ze het stempel speciaal onderwijs had gehad, was het binnen één week geregeld.’ De scholen zijn vaak vol ‘Vier jaar geleden ben ik per toeval in Wassenaar terechtgekomen. Ik ben hier komen wonen vanuit Den Haag. Omdat alle acht basisscholen vol waren, moesten mijn kinderen het eerste jaar naar Den Haag op school. Ik heb bij elke school aangeklopt, zonder resultaat.’ De scholen zijn vaak vol, vertellen ouders en de woningbouwvereniging. Als je naar Wassenaar verhuist, kun je er niet zeker van zijn dat je kinderen ook op school terecht kunnen. Op dit moment wordt op de website van het SAD een overzicht bijgehouden van op welke school en in welke groep nog plek is. Dat maakt het gemakkelijker. Ook werd het idee geopperd, dat gemeente en woningbouwverenigingen de scholen op tijd laten weten dat er nieuwe leerlingen aankomen, omdat er nieuwe woningbouwprojecten gereed zijn. Lerarentekort Een groot landelijk vraagstuk, is dat er een lerarentekort is.
Een tekort aan medewerkers is op dit moment een knelpunt in meerdere maatschappelijke velden die van belang zijn voor een inclusieve samenleving. Reguliere scholen en scholen die werken aan inclusief onderwijs hebben daar in gelijke mate last van. Er zijn scholen/schoolbesturen in Nederland die ook nu het veranderproces doormaken naar inclusief onderwijs, maar het lerarentekort maakt het wel lastiger.
27
Onderwijs aansluiting expats We worden hartelijk ontvangen door Lilian en Iris. Iris (19) is bezig met 3D figuren maken met strijkkralen en laat een paar voorbeelden zien. ‘In 2012 zijn we vanuit de Verenigde Staten naar Nederland gekomen, aanvankelijk dus in de ‘expat community’. Maar we hebben besloten in Nederland te blijven. Iris luistert en praat mee, een open jonge dame. Zij is bezig een eigen business op te zetten. Overdag doet ze “dog-sitting” en ‘s Avonds bereid ze “dogfood”. Ze heeft daar een cursus voor gedaan. Iris heeft autisme. De kinderen, Iris heeft nog een oudere broer, gingen naar de American School. Daar ging het prima. Maar het internationale onderwijs sluit niet aan op het Nederlandse systeem. Hierdoor is het voor Iris niet mogelijk om vervolgonderwijs te vinden. Het niet beheersen van de Nederlandse taal is voor haar echt een hindernis.’ ‘Expats zijn een groep die specifieke vragen heeft aan de jeugdhulp. We zien gezinnen waarvan de kinderen maar niet kunnen wortelen. Hoe vaak zijn ze wel niet verhuisd? Veel van hen gaan naar de American School. Kinderen doen soms tien jaar niet mee in de Wassenaarse Samenleving.’ Naar schatting is 20 procent van de Wassenaarse inwoners expat. Veel van hen leven met het idee: ‘Over drie jaar gaan we weer weg.
Het is voor ons niet zo nodig om onderdeel te worden van de Wassenaarse samenleving.’ Kinderen gaan naar de American School. Ze sporten daar ook, en zijn daar actief in theater, kunst en muziek. Ze maken niet tot nauwelijks deel uit van de Wassenaarse samenleving. De American School werkt in hoge mate aan inclusie binnen de school, iets dat zij ook aangeven op hun website. Maar inderdaad. Wat als je leven net iets anders loopt dan verwacht? Als je er als gezin later voor kiest wél in Nederland te blijven? Hebben je kinderen dan dezelfde kans op vervolgonderwijs, werk en een rijk sociaal leven als andere kinderen? Is er juist niet ook iets voor te zeggen om als expats juist wél te integreren in de Nederlandse samenleving? Ook al ben je er maar drie maanden? Omdat het bijdraagt aan een rijkere ervaring en toekomst voor je kinderen? Als je gevlucht bent ‘Ik trek op met een gezin dat gevlucht is. Ze hebben eerst twee jaar in de internationale schakelklas (ISK) gezeten en Nederlands geleerd in een andere gemeente. Nu wonen ze in Wassenaar. We zochten een school voor ze. De scholen wilden dat de kinderen eerst getest werden, voordat ze toegelaten konden worden. De kinderen hebben deze test niet gedaan. Ze zijn uiteindelijk niet in Wassenaar toegelaten. De oudsten hebben nu VMBO-t advies gekregen.
Ze zijn competent en doen het prima.’ Er zijn meerdere basisscholen in Wassenaar waar veel kinderen van statushouders op school zitten. Dat gaat goed. Soms worden kinderen echter niet toegelaten. Hoe komt dat? In de interviews wordt door een aantal mensen de wens uitgesproken om de schakelklassen in Wassenaar te organiseren. Zo ontstaat vanaf het begin meer binding met het dorp. En worden ook problemen met vervoer opgelost. Soms zijn er geluiden dat ouders van statushouders de informatie vanuit school niet altijd snappen. Een mededeling op het digiboard is niet voor iedereen begrijpelijk. Hier wordt de wens geuit om deze ouders bewust in de communicatie mee te nemen.
28
Geen kinderen met een fysieke beperking op school? ‘We hebben ook een collega met één been. Op een goede dag loopt hij op krukken, op een andere dag komt hij in een rolstoel. We hebben op dit moment geen leerlingen met een fysieke beperking. Dat is echt lang geleden. Wel zijn er kinderen met scoliose of reuma. Zij kunnen de trap meestal gewoon opkomen. Het is eigenlijk gek dat we geen kinderen met een fysieke beperking hebben gehad sinds die tijd. We wijzen hier niemand af die hier qua niveau past.’ Waar zijn de middelbare scholieren die gebruik maken van een rolstoel in Wassenaar? In zeventien jaar moeten er minstens enkelen zijn (2,5 op de 1000). Waarom maken zij geen gebruik van het Wassenaarse onderwijs? Het staat er open voor. Waar lopen ouders en leerlingen tegenaan? Meisjes met autisme vallen uit ‘We hebben soms jongens met autisme die van de Leo Kanner school komen richting het regulier. Bij meisjes wordt autisme vaak laat ontdekt. Zij gaan dan op latere leeftijd van school, ook naar het Leo Kanner. Zij komen dan moeilijker of niet weer terug. We hebben hierover een gesprek gehad met het samenwerkingsverband. Hoe zouden we dit anders kunnen doen, zodat minder meisjes met autisme uitvallen?’ Thuiszitten en voortijdig schoolverlaten In Wassenaar is er volgens de cijfers van het NJi een hoog percentage van jongeren tussen de 16 – 19 jaar dat geen onderwijs volgt.
Het percentage dat wél onderwijs volgt in oktober 2022 is 66 %. Dat is laag in vergelijking met andere gemeenten. Ook het aantal leerlingen dat het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie (mbo 2, vwo, havo) is relatief hoog in vergelijking met andere gemeenten (0.7 %). Hoe zijn deze cijfers te verklaren? En is er extra actie op nodig? Of hebben in Wassenaar relatief veel jongeren een tussenjaar (op reis)? Of is
29
er iets anders aan de hand? Het percentage leerlingen dat thuiszit (langdurig verzuim), was 0,2 in 2019-2020. Het aantal vrijstellingen van de leerplicht was in 2019-2020 0,2%. VMBO-kader in Wassenaar We delen kinderen al heel vroeg in naar werk- en denkniveau het Nederlandse voortgezet onderwijssysteem. Dat zou anders moeten. Vanuit scholen is er de wens om daarnaast weer VMBO-kader aan te bieden in Wassenaar. Zo kunnen mogelijk zo’n honderdvijftig leerlingen weer in hun eigen woonplaats naar school. ‘Wat een probleem is, is dat we geen VMBO-kader hebben, en ook geen praktijkonderwijs. Heb je VMBO-kader, dan moet je naar Den Haag of Leiden. Het probleem is dat als je hen wel VMBO-t laat volgen, dat ze dan een faalervaring kunnen oplopen, waar ze nooit meer overheen komen. Schooladvies ‘In Wassenaar zijn ouders het niet altijd eens over het schooladvies. Ouders willen soms VWO, terwijl wij als school het advies Havo geven. Kinderen worden dan faalangstig. Vaak hebben we daarover gesprekken met ouders. Kinderen willen soms ook gewoon timmerman worden.’ ‘De meest voorkomende vraag binnen de jeugdhulp in Wassenaar? “Mijn kind heeft Havoadvies.” Ouders willen graag dat hun kinderen bijgespijkerd worden om naar het VWO te gaan.’ ‘Veel kinderen voelen zich gefrustreerd & jaloers. Alleen met geld heb je het gemaakt.
Ook wordt er als kind van je verwacht dat je minstens naar het VWO gaat. Er is een boek over geschreven door een Wassenaarse: “Havo is geen optie”.’ Scholen geven aan dat ouders in Wassenaar het vaak niet eens zijn met het schooladvies dat zij geven. Ook de jeugdhulp ziet veel ouders die aankloppen met de vraag om extra begeleiding om naar het VWO te kunnen. Word je als kind ook gewaardeerd als je het talent hebt om met je handen te werken of bijvoorbeeld juist een groot sociaal talent hebt? Wat doet het met het zelfvertrouwen van kinderen als dat niet gebeurt? Hoe is dit van invloed op de kansen van kinderen? Aan de scholen ligt het niet. Zij willen alle kinderen waarderen. Jullie kinderen maken geen verschil tussen Kerkehout en Zuid ‘Een leerkracht van de school zei een keer: Jullie kinderen maken geen verschil tussen klasgenootjes uit Kerkehout en Zuid.’ ‘Als je kijkt naar HGC Hockey. Mensen komen aanrijden met een Porsche. Kom je daar met een uitkering, dan mengt dat lastig. Je kunt dit niet voorkomen. Stel dat je kind thuiskomt met de vraag: “Waarom hebben wij geen huis in Zwitserland en waarom krijg ik geen auto op m’n achttiende? Waarom gaan wij geen drie keer op vakantie?” Eén van onze jongens vond dat heel moeilijk. Onze dochters niet.’
30
‘De kinderen via vluchtelingenwerk gaan meestal naar de scholen in noord. Er zijn ouders die zeggen: “In Zuid passen kinderen uit gezinnen die minder bedeeld zijn, niet tussen de kinderen die skiën”.’ ‘Een statushouder alleen zou een buitenbeentje zijn. Je kunt niet meepraten met klasgenoten over wintersport of dure muziekles.’ Het gevoel van sociale ongelijkheid is groot in Wassenaar. Er zijn nog steeds ouders die niet willen dat hun kinderen omgaan met kinderen uit andere buurten. Kinderen leren zo alleen omgaan met kinderen die op hen lijken. Dat staat het vermogen om te gaan met diversiteit en inclusie op latere leeftijd in de weg. Is er in het algemeen iets te doen aan die sociale ongelijkheid in Wassenaar? Zijn er mooie voorbeelden van dorpen en steden die hier effectief iets aan hebben gedaan? In het algemeen kan gesteld worden dat ‘samen dingen doen, samen werken aan een doel’ een mooie manier is om te werken aan langdurige contacten tussen mensen. Zouden interscholaire, langerdurende, projecten op het gebied van toneel, kunst, sport of muziek iets zijn? Waarbij reguliere sport, cultuur en muzieklessen van twee of meer scholen worden gecombineerd tot een project? Dat kan ook samen met de internationale scholen. Dan wordt het gelijk een mooi avontuur. Scholen hebben hier oog voor. En proberen inclusie en diversiteit tussen kinderen juist wel te bevorderen.
Tenslotte kan ook de ouderbijdrage een belemmerende factor zijn voor diversiteit op school. Op een aantal scholen betaal je een paar honderd tot vijftienhonderd euro per jaar.
Aandachtspunten Wat zijn de aandachtspunten waar we als inwoners, organisaties en gemeente aan willen werken? In volgorde van belangrijkheid: 1. Het organiseren van een gesprek tussen gemeente en onderwijsveld om te onderzoeken wat mooie stappen zouden kunnen zijn om samen te werken in inclusie. De gemeente werkt dan vanuit het perspectief dat zij steeds kijkt waar zij de beweging richting inclusief onderwijs kan ondersteunen die ten goede komt aan het leren van elk kind. 2. Als scholen voor primair en voortgezet onderwijs, ouders, leerlingen, SAD en gemeente een gezamenlijk gesprek organiseren, waarin we onze toekomstvisie op inclusief onderwijs ontwikkelen. 3. Als gemeente scholen actief ondersteunen die willen vormgeven aan inclusief onderwijs. O.a. door beleidsadviseurs, portefeuillehouder, onderwijshuisvesting, sociaal team en waar mogelijk de financiële stromen eenvoudiger in te richten. 4. Inventariseren welke kinderen uit Wassenaar buiten Wassenaar naar school gaan en een onderwijsvraag hebben.
31
5. De financiële mogelijkheden onderzoeken om met meer leerkrachten voor de klas te staan (o.a. shadow/onderwijsassistent) om inclusief onderwijs te realiseren en tegemoet te komen aan de onderwijsrichtingen van alle kinderen. 6. Ervaringslessen op basisscholen in het omgaan met een diversiteit aan mensen. 7. Thuiszittersaanpak 8. Inclusieve Scholenbouw 9. Reizen tussen culturen. Interscholaire projecten van sport, techniek, samenleving, kunst, theater en/of muziek brengen de diversiteit aan leerlingen met elkaar in contact. Twee of meer scholen uit verschillende buurten werken samen aan een mooi theater, muziek, sport, techniek, kunst of maatschappelijk project binnen de daarvoor gereserveerde uren van het gewone onderwijsprogramma.
32
THEMA DE INCLUSIEVE ARBEIDSMARKT ‘We willen de focus leggen op talenten in de Wassenaarse samenleving. En dat iedereen op basis van dat talent een betaalde reguliere baan kan invullen. Iedereen hoort erbij en we trekken gelijkwaardig op. We willen dat werken loont, voor iedereen.’
Wat is een inclusieve arbeidsmarkt? Een inclusieve arbeidsmarkt is zodanig ingericht dat iedereen door middel van betaald werk optimaal kan meedoen en bijdragen aan de maatschappij. Iedereen, oud, jong, ongeacht culturele achtergrond, gender, seksuele voorkeur, inkomen, talenten en beperkingen kan tot zijn recht komen door zijn talent in te zetten voor de maatschappelijke of commerciële doelstelling van een bedrijf of organisatie. Het betekent iets voor hoe we de werkvloer en ondernemerschap vormgeven, voor hoe we geldstromen organiseren en voor hoe we de arbeidsmarkt inrichten. Wie ondersteuning nodig heeft bij het vinden of uitvoeren van werk, kan deze krijgen. Inclusief werkgeverschap Vormgeven aan een inclusieve werkvloer betekent vormgeven aan inclusief werkgeverschap. Een inclusieve werkvloer is geen plek waar vooral mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken. Het gaat er juist om dat de werknemers in het bedrijf de diversiteit van de omringende samenleving weerspiegelen.
Relevante artikelen uit het VN-verdrag Artikel 27 Werk & Werkgelegenheid Artikel 28 Behoorlijke levensstandaard & sociale bescherming
Wat betekenen deze artikelen in de praktijk? Inclusieve arbeidsmarkt: • Er is sprake van een arbeidsmarkt die de diversiteit aan inwoners weerspiegelt. Iedereen kan betaald werk verrichten, aansluitend bij zijn of haar eigen interesses en talenten. • Bedrijven en organisaties geven vorm aan een werkvloer waar ieder individu optimaal kan bijdragen.
33
•
Iedere inwoner heeft voldoende inkomen om deel te nemen in de samenleving. Iedere individuele inwoner heeft: • Betaald werk dat aansluit bij zijn of haar interesses en talenten. • De kans om door te groeien en naar eigen keuze stappen te zetten in zijn of haar carrière. • Voldoende inkomen om mee te doen. • Eigen regie over financiën. • Recht op eigen bezit. Uit: De Quickscan Inclusieve Gemeenten
Stip op de horizon: Wat we willen bereiken? Elk talent in de Wassenaarse samenleving wordt gewaardeerd. Voor iedereen is er op basis van het eigen talent een reguliere betaalde baan te vinden. We trekken gelijkwaardig op en iedereen hoort erbij. Op de werkvloer is de diversiteit aan culturen, leeftijden, genders, talenten en beperkingen breed vertegenwoordigd. Medewerkers, werkgevers en klanten vormen een afspiegeling van de Wassenaarse samenleving. Werken loont, voor iedereen. En jongeren in Wassenaar kunnen binnen een bedrijf een vak leren. Voor wie geen eigen vervoer heeft, sluit het openbaar vervoer aan op werktijden van bedrijven binnen en buiten Wassenaar. De loketten en aanspreekpunten voor werk en inkomen zijn op een mooie locatie nabij het centrum. Dat is ook het centrale punt voor vacatures. We organiseren jaarlijks banenmarkten voor alle werkzoekenden en werkgevers. Deze banenmarkten vinden plaats op een gewaardeerde plek in Wassenaar. Door de mediacampagne weet iedereen ervan.
Mooie voorbeelden Er zijn al Wassenaarse bedrijven die mooie stappen zetten richting inclusief werkgeverschap. Tijdens de belrondes voor de thematafels bleek dat veel bedrijven ook geïnteresseerd zijn in het onderwerp. Zij vinden het belangrijk om inclusie op hun eigen werkvloer te realiseren. We horen op de thematafel inclusieve arbeidsmarkt van een manager: ‘Iedereen is welkom en wij ervaren de kracht van diversiteit.’ Een arts uit het ziekenhuis vertelt: ‘In het ziekenhuis zien we alle culturen samenwerken’. Daarnaast is het zo dat er veel mensen nodig zijn op de arbeidsmarkt. Veel bedrijven en organisaties kampen met personeelstekort. Het tuincentrum ‘Iedereen, maakt niet uit wat je afkomst, kleur, talent, voorkeur of achtergrond is, iedereen die wil komen werken is welkom. Mits je wilt werken. Het gaat vanzelf, er werkt bij ons echt een diverse groep. Ik hoef er eigenlijk weinig aan te doen. Collega’s zijn vrij open. Iedereen zorgt dat mensen snel opgenomen worden, legt alles goed uit. En er is begrip voor als je het niet in een keer door hebt. We organiseren ook vaak een borrel of een barbecue. En dan gaat ook echt iedereen met elkaar om. Je moet mensen een kans geven, en je niet blindstaren op diploma’s. Kijken wat iemand wél leuk vindt om te doen. Een plek waar
34
werkgevers en werknemers elkaar ontmoeten in Wassenaar, werkt om elkaar te vinden. We zagen het ook tijdens de thematafel. Een deelnemer aan de thematafel werkt nu bij ons.’ We hebben zowel inwoners, ondernemers als werkgevers gesproken. Wat is er praktisch nodig, zodat iedereen meedoet op de reguliere arbeidsmarkt? Dat kan heel verschillend zijn. Dat kan zijn een laagdrempelige manier om alle vaktermen in het Nederlands te leren. OF Toegang hebben tot een af te sluiten kolfruimte op de werkplek. Het kan zijn het hebben van een collega die net iets meer de tijd neemt voor vragen. Of een collega met wie je samen een baan invult (duobaan of begeleid werken). En er zijn mensen die hulp nodig hebben bij het uit bed komen. Met fysieke assistentie kunnen zij op tijd aangekleed zijn, om de bus te kunnen pakken. Assistentie kan ook nodig zijn als de wekker alleen niet genoeg is. Soms is dit de partner, die je een por geeft. Er zijn ook mensen die hiervoor iemand inhuren met bijvoorbeeld een persoonsgebonden budget (PGB). Een ICT-er ‘Ik werk bij een ministerie voor 24 uur per week. Van een kennis had ik gehoord dat ze iemand zochten. Met mijn hbo opleiding ben ik toen aangenomen als ondersteunend medewerker database. Ik update de websites, moties en toezeggingen.
In mijn eigen woning heb ik support bij het opstaan om met mijn rolstoel op tijd in de bus te zitten.’ De Bakker ‘Onze bakkerij is 90% ambacht en 10% inkoop. Op weinig vierkante meters gebeurt hier ongelofelijk veel. Vroeger heb ik zelf bij een organisatie gewerkt waar mensen support kregen. We vinden het vanzelfsprekend dat we met een afspiegeling van de samenleving samenwerken in ons bedrijf. Rob zat op speciaal onderwijs en werkt nu één dag in de week bij ons. Hij pakt de broodjes in. We hopen dat onze kinderen ook in het bedrijf komen later. Vandaag en morgen helpt onze dochter mee met een actie om koekjes te verkopen in een actie voor stichting ALS. Omdat een buurtgenoot van ons ernstig ziek is. We doen vaker acties met en voor de buurt.’
35
Behalve dat er mooie voorbeelden zijn van inclusieve werkgevers, zijn er ook andere ontwikkelingen richting een inclusieve Wassenaarse arbeidsmarkt. Jonge statushouders lopen stage in het restaurant van Duinrell. En er werken diverse statushouders in de thuiszorg. Zorgorganisaties en de gemeente hebben daarvoor een pilot opgezet. Daarnaast zijn er Wassenaarders die mensen via hun netwerk helpen een baan te vinden. Via het zelfstandigenloket komen inwoners in contact met Wassenaarse ondernemers voor advies en om stappen te zetten naar een eigen onderneming. Een ondernemer ‘Het hele rijke ‘uit de hoogte’ Wassenaar is wat weggezakt. Vroeger moest ik als aannemer mijn schoenen uitdoen als ik bij mensen binnenkwam. Dat was niet te doen in mijn vak. Ik werd op m’n plek gezet. Later kreeg ik iemand met een andere culturele achtergrond als collega. Ook die werd geweerd. Ik vertelde inwoners dan dat ik zo niet kon werken, omdat deze collega bij ons team hoort. Ook had ik collega’s met een beperking, waarbij het vooral een kwestie is van gelijkwaardig met elkaar omgaan. Zo kun je elkaar supporten. Een vriend van mij vroeg wel eens, ‘mijn zoon vindt geen aansluiting op zijn werk’. Dan vond ik een plek waar dat wel gebeurde. Ik heb met veel mensen opgetrokken in het starten van een eigen onderneming. Van een kapper tot een chauffeur.
Het succes zit in het geven van complimenten en respect. Dat zie je ook in de sport.’ Camping host Een statushouder tijdens de thematafel: ‘Na mijn periode als seizoenswerker was ik uit de schulden. Ik heb support gehad met hulp van de participatiecoach. Nu werk ik in het Wassenaarse. Mijn kinderen en ik zijn goed geland vanuit Iran.’ Bijna de helft van alle Wassenaarse inwoners is vrijwilliger. Vrijwilligerswerk kan, voor zowel nieuwe als van oorsprong Wassenaarders, aanleiding zijn om over te stappen naar een betaalde baan op de arbeidsmarkt. De vrijwilligerscentrale in het Van Heeckerenhuis is een bruisplek voor matching van vrijwilligers. Mensen met allerlei vragen over vrijwilligerswerk kunnen er terecht. De Participatiecoach, vluchtelingenwerk, SMOW, Leergeld en de Vrijwilligerscentrale weten elkaar te snel te vinden en kunnen snel schakelen op weg naar vrijwilligerswerk, vrije tijd en een reguliere baan. Voor hulp bij geldzaken of schulden kun je terecht bij het SMOW. Daarnaast zijn de fietslessen bij de vrijwilligerscentrale voor veel nieuwkomers een belangrijke schakel om op de pedalen te stappen en zelfstandig naar het werk te fietsen. Het Werkgevers Service Punt (WSP) Het Werkgevers Service Punt (WSP) en arbeidstoeleiders doen stap voor stap meer ervaringen op die bijdragen aan een steeds inclusievere arbeidsmarkt.
Het WSP ZHC is het aanspreekpunt voor werkgevers over personeelsvraagstukken en inclusief ondernemen. Het WSP ZHC adviseert, inspireert en ondersteunt in de zoektocht naar personeel. Zo adviseert het WSP over de mogelijkheden om kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen en gaat met werkgevers in gesprek over de best mogelijke match. Ook kan het WSP informeren en adviseren over de in te zetten regelingen zoals de loonkostensubsidie en de proefplaatsing. Verder biedt het WSP begeleiding op maat tijdens en na de plaatsing van een werkzoekende door bijvoorbeeld het inzetten van de 36
proefplaatsing of het inzetten van een jobcoach. Hierin trekken ze onder andere ook op met het UWV en andere arbeidstoeleiders. Hulpmiddelen als een aangepast toilet of traplift kunnen individuele medewerkers aanvragen bij het WMO loket. Met meer tijd en tools ook mensen aan het werk voor wie dat minder vanzelfsprekend is Op dit moment zijn er veel vacatures en weinig beschikbare mensen die het werk kunnen doen. Mensen hebben een ruime keuze aan werk dat aansluit bij hun talenten en interesses. Waar het lukt een baan te vinden, zijn dit meestal duurzame banen. Uit de beleidsevaluatie integratie en participatiebeleid blijkt dat inwoners positieve ervaringen hebben met de arbeidstoeleiding in Wassenaar. Een knelpunt is wel dat consulenten aangeven dat het beleid zich de afgelopen jaren bewust heeft gericht op de inwoners die snel een baan zouden kunnen vinden. Het uitgangspunt was snelle uitstroom (quick wins). Dat betekent dat mensen die meer kans maken op een betaalde baan meer support krijgen. En omgekeerd: hoe minder vanzelfsprekend de stap naar regulier werk, hoe minder uren support er per inwoner beschikbaar zijn. Bij de mensen die minder gemakkelijk een baan vinden, zit vaak zeker potentie, alleen kunnen zij niet altijd binnen twee jaar al uitstromen naar werk. Zij kunnen vaak al wel een paar uur per week aan de slag. Met goede coaching kan dat worden uitgebreid.