060 Meicirculaire gemeentefonds 2025
Tekst van het document
Informatiebrief aan de Raad
Zaaknummer:
Z/25/100536
Documentnummer:
452136
Datum:
25 juni 2025
Onderwerp:
Meicirculaire Gemeentefonds 2025
Bijlage(n):
Toelichting mutaties Meicirculaire 2025 t.o.v. decembercirculaire 2024
Geachte leden van de Raad, In deze brief vindt u de gevolgen die de Meicirculaire 2025 heeft op de toegezonden Kadernota 2026. Deze gevolgen worden, zoals gebruikelijk, via een raadsinformatiebrief na oplevering van de Kadernota 2026, maar voorafgaand aan behandeling van de Kadernota in de raad, aan u toegezonden. De meicirculaire laat zien dat de begroting van 2026 en 2027 met de huidige stand sluitend blijven en per saldo verder verbeteren tov de Kadernota. In tijden van geopolitieke spanningen en economische onzekerheden die zich ook kunnen door vertalen naar onze begroting, is het volgens het college verstandig om enige flexibiliteit te houden. De Meicirculaire 2025 biedt een bijgesteld meerjarenperspectief dat overwegend positief uitpakt ten opzichte van de Kadernota 2026. Voor de jaren 2026 en 2027 wordt een verbeterd begrotingsresultaat verwacht. Dit betekent concreet dat het niet langer nodig is om in 2026 een beroep te doen op de algemene reserve.
Wel verschuift het zogenoemde ‘ravijnjaar’ naar 2028. Vanaf dat jaar nemen de inkomsten uit de algemene uitkering af. Het Rijk gaat er dan vanuit dat de Hervormingsagenda Jeugd leidt tot besparingen op gemeentelijke uitgaven. Tegelijkertijd vallen inkomsten weg doordat de opvang van asielzoekers op Duinrell na het eerste kwartaal van 2028 stopt. Gegeven alle onzekerheid tot
Pagina 1 van 9
en met 2028 en het kleine tekort, is het raadzaam die situatie bij de Kadernota 2028 verder te bezien zodat er niet onnodig wordt bezuinigd of de lasten worden verhoogd. Meicirculaire 2025 versus Kadernota In aanloop naar de Meicirculaire 2025 was er al een voorlopige inschatting gemaakt van de financiële gevolgen van de Voorjaarsnota van het Rijk. Deze inschatting is verwerkt in de Voorjaarsnota 2025 en de Kadernota 2026. De Meicirculaire geeft nu een gedetailleerdere uitwerking van deze gevolgen voor het gemeentefonds. Op basis hiervan is een nauwkeurige berekening gemaakt van de verwachte inkomsten voor de gemeente. Dit leidt tot enkele verschillen ten opzichte van de eerdere, globale inschattingen. Deze afwijkingen worden hieronder toegelicht. Positief effect op begroting 2026 Na verwerking van de Meicirculaire 2025 komt het begrotingssaldo voor 2026 uit op een positief bedrag van € 294.000. Hierdoor is het niet langer nodig om de eerder geraamde onttrekking van € 200.000 van de in de Kadernota 2025 eerder geraamde onttrekking van € 1.100.000 uit de algemene reserve te gebruiken voor een structureel sluitende begroting. In de Kadernota 2026 is voorgesteld om het positieve effect van de Meicirculaire 2025 hiervoor in te zetten, het resterende bedrag van € 900.000 van de reserveonttrekking is in de kadernota 2026 al teruggedraaid.
Verschillen ten opzichte van eerdere ramingen Voor 2025: De Meicirculaire levert een financieel voordeel op van € 541.000 ten opzichte van de Voorjaarsnota 2025. Dit komt onder andere door: •
Een hogere bijdrage vanuit het gemeentefonds (loon- en prijsaccres);
•
Extra middelen voor jeugdzorg;
•
Een hogere vergoeding voor de opvang van asielzoekers op Duinrell.
Tegelijkertijd zijn er ook nadelen: •
Een lagere afrekening vanuit het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2024 en een verwachte lagere afrekening BCF over 2025;
•
Hogere WOZ-waarden dan eerder ingeschat, wat leidt tot een hogere korting op de inkomsten gemeentefonds;
•
Enkele kleinere verschillen.
Voor 2026 en verder: Ook voor 2026 en 2027 is er sprake van een financieel voordeel, vooral door extra middelen voor jeugdzorg. Vanaf 2028 nemen deze middelen echter af, omdat het Rijk verwacht dat gemeenten dan besparingen realiseren via de Hervormingsagenda Jeugd. Hierdoor dalen de inkomsten uit het gemeentefonds vanaf dat jaar. Daarnaast ontvangt de gemeente tot en met 2028 extra middelen voor de opvang van asielzoekers op Duinrell. Deze bijdrage stopt na afloop van de overeenkomst met het COA. Deze loopt tot en met het eerste kwartaal van 2028. Pagina 2 van 9
Belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de kadernota: 1.
Accres LPO (loon- en prijsontwikkeling) Jaarlijks wordt het gemeentefonds aangepast aan de loon- en prijsontwikkelingen. Dit heet het accres. De Meicirculaire 2025 heeft dit geactualiseerd naar het prijsniveau van 2026. De werkelijke compensatie voor loon- en prijsontwikkeling valt iets hoger uit dan eerder geraamd.
2.
Gevolgen van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk De Meicirculaire verwerkt de financiële effecten van de Voorjaarsnota van het Rijk, waaronder extra middelen voor de Jeugdwet en de Wmo, vooral in 2026 en 2027. Vanaf 2028 vervalt dit voordeel. De geactualiseerde ramingen wijken beperkt af van de raming in de kadernota.
3.
Hogere inkomsten opvang van asielzoekers op Duinrell
Bijgevoegde bijlage geeft een uitgebreide toelichting op de mutaties uit de Meicirculaire 2025 op de inkomsten uit het Gemeentefonds.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
drs. A.P.A. Oostermeijer,
drs. L.A. de Lange,
loco-gemeentesecretaris
burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief. Pagina 3 van 9
Bijlage: Mutaties meicirculaire 2025 ten opzichte van de decembercirculaire 2024
Pagina 4 van 9
Inbreng jaarschijf 2029 Ad A. De huidige vastgestelde meerjarenbegroting loopt tot en met 2028. In de komende begroting 2026-2029 wordt voor het eerst de jaarschijf 2029 aan het meerjarenbeeld toegevoegd. Dit geldt ook voor de berekening van de algemene uitkering. De beginstand van bovenstaande berekening is de berekening op basis van de decembercirculaire 2024. Deze is in de begroting/voorjaarsnota 2025 verwerkt voor de jaren 2025-2028. In de begroting op basis van de voorjaarsnota 2025 is de jaarschijf 2029 gelijk aan de jaarschijf 2028. Om voor 2029 een goede beginstand te hebben en ook voor dat jaar de mutaties als gevolg van de meicirculaire 2025 goed in beeld te krijgen, is ook voor 2029 een berekening van de algemene uitkering op basis van de decembercirculaire 2024 gemaakt. Deze is € 532.000 hoger dan de berekening voor 2028. Dit wordt met name veroorzaakt door een hogere uitkeringsfactor in 2029 als gevolg van een toename van het volume-accres. Gevolgen Meicirculaire 2025 Ad B1. Uitkeringsfactor algemeen Volume-accres Het volume accres, de groei van het gemeentefonds door landelijke volumegroei, wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). In de meicirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen.
Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; CEP25). Hierdoor is het volume accres vanaf 2026 voor alle jaren net iets hoger dan in de decembercirculaire 2024. LPO (Loon- en Prijsontwikkeling) accres Het LPO-accres, groei van het gemeentefonds als gevolg van loon- en prijsontwikkeling, wordt gebaseerd op de prijs van het bruto binnenlands product (bbp). Deze is toegenomen ten opzichte van de stand van de decembercirculaire 2024. De indexatie voor inflatie volgt de prijs van het bbp van het lopende jaar. Met name voor 2025 is de raming voor de prijs van het bbp omhoog bijgesteld (+ 0,92%). Dit werkt ook door in de volgende jaren.
Pagina 5 van 9
Verleggen basisjaar In de circulaires in 2024 werden de bedragen voor 2025 en de verdere jaren gebaseerd op het geschatte prijspeil voor 2025. In de meicirculaire 2025 wordt voor de jaren 2026 en daarna uitgegaan van het geschatte prijspeil voor 2026. Hiermee verspringt het basisjaar. Het hogere prijspeil zorgt voor hogere inkomsten uit algemene uitkeringen vanaf 2026. Dit is vergelijkbaar met de methode die wij hanteren voor de Begroting 2026-2029 ten opzichte van de Begroting 20252028. Afrekening ruimte onder BTW compensatiefonds-plafond 2023 Gemeenten krijgen de BTW die zij betalen voor de uitvoering van overheidstaken gecompenseerd uit het BTW-compensatiefonds. Dit fonds is gevoed middels een uitname uit het gemeentefonds. Jaarlijks vloeit de gerealiseerde onderbesteding op het BCF-plafond terug naar het gemeentefonds. Gemeenten zijn in 2024 € 332 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2024 werd al een voorschot van € 447 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor landelijk € 115 miljoen lager en dit bedrag wordt in 2025 incidenteel onttrokken aan het gemeentefonds. Voor Wassenaar betekent deze onttrekking een nadeel van € 137.000 in 2025.
De richtlijn vanuit de provinciaal toezichthouder is dat gemeenten in hun begroting uit mogen gaan van de BTW-compensatie overeenkomstig het laatste realisatiejaar, in dit geval de onderrealisatie op het BCF in 2024. Voor de afrekeningen uit het BTW-compensatiefonds voor komende jaren was op basis van de onderbesteding 2023 een stelpost opgenomen van € 670.000. Op basis van een actualisatie van de onderbesteding 2024 komt dit uit op € 386.000 per jaar. Dit betekent een aframing van deze stelpost met € 284.000 voor 2025 en volgende jaren. Ad B2. Uitkeringsbasis Hoeveelheidsverschillen Het gemeentefonds wordt verdeeld over de gemeenten via een objectief verdeelmodel dat gebruikmaakt van verschillende maatstaven, zoals inwoners en woningen. Een toename van de eenheden per maatstaf, zoals inwoners, zorgt voor een hogere algemene uitkering. Op basis van een overeenkomst met het COA worden in de periode van maart 2024 tot en met maart 2028 op het terrein van Duinrell 1.035 asielzoekers permanent gehuisvest. Gemiddeld staat de helft van deze personen ingeschreven in het BRP. Hierdoor tellen zij ook mee voor de bepaling van de hoogte van de algemene uitkering. Dit zorgt in de jaren 2025-2028 voor een extra bedrag in de algemene uitkering van jaarlijks ongeveer € 740.000. Dit voordeel valt vanaf 2029 weg.
Daarnaast is er een nadeel als gevolg van een bijgestelde woningbouwprognose voor de komende jaren.
Pagina 6 van 9
Ontwikkeling uitkeringsbasis Hier gaat het om de gevolgen van de aanpassingen van het landelijk totaal van de maatstaven. Bij het begrip ontwikkeling van de uitkeringsbasis gaat het om de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden, enzovoort. In de veronderstelling dat het te verdelen bedrag niet toeneemt als de hoeveelheid (Q) stijgt, zal per maatstaf het maatstafgewicht (P) evenredig moeten dalen. Dat is een ingewikkelde methode en daarom wordt gekozen voor een eenvoudige oplossing, namelijk de aanpassing van de uitkeringsfactor. Ad B3. Taakmutaties Demping terugval gemeentefonds Er worden vanaf 2026 structureel middelen beschikbaar gesteld voor de demping van het zogenoemde “ravijn”. Voor Wassenaar gaat het gemiddeld om een bedrag van € 375.000 per jaar. Deze middelen worden door het Rijk toegerekend aan de cluster jeugdzorg. Jeugdzorg De te verwachten tekorten op de jeugdzorg vanaf 2025 worden voor een deel door het Rijk gecompenseerd. Voor Wassenaar gaat het voor 2025 om een bedrag van € 392.000. In de jaren erna blijft dit bedrag nagenoeg gelijk. Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 453.000 en in 2027 een bedrag van € 410.000 beschikbaar.
Het Rijk gaat er nog steeds van uit dat de volledige besparing van de Hervormingsagenda in 2028 wordt gerealiseerd. Vanaf 2028 is een uitname uit het gemeentefonds ingeboekt in verband met de besparingsopgave van de hervormingsagenda jeugd. Voor Wassenaar gaat het om een bedrag van € 431.000 in 2028. De bedragen die bij het Ministerie van Financiën op de aanvullende Post (AP) voor de Hervormingsagenda Jeugd waren gereserveerd, worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Het gaat voor Wassenaar om een bedrag van € 303.000 in 2026, variërend tot € 282.000 in 2029. De hiervoor eerder opgevoerde stelposten (€ 255.000 in 2026, € 189.900 vanaf 2027) zijn hierop in mindering gebracht. De uitnames uit de algemene uitkering vanaf 2028 wegens eigen bijdragen jeugdzorg en sturen op trajectduur jeugdzorg zullen budgetneutraal in de begroting worden verwerkt. Wmo De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage wordt uitgesteld tot 1 januari 2027. De geplande uitname uit het gemeentefonds 2026 wordt daardoor in de meicirculaire 2025 teruggedraaid en gaat nu pas in vanaf 2027. Voor Wassenaar levert dit voor 2026 een extra inkomen op van € 281.000. In de Kadernota 2026 zijn al bedragen verwerkt voor het wegvallen van inkomsten uit de eigen bijdragen voor Wmo. In 2026 is daarnaast nog een extra bedrag van € 12.500 opgenomen voor Wmo-hulpmiddelen.
Pagina 7 van 9
Ad B4. Decentralisatie-uitkeringen Uitvoeringskosten Omgevingswet Voor 2025 wordt een eenmalig bedrag van € 139.000 toegekend voor de invoering van de Omgevingswet, zodat de gemeente kan voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Deze middelen zijn noodzakelijk voor het implementeren van de Omgevingswet en zullen ook aan de uitgavenkant worden bijgeraamd. Faciliteitenbesluit opvangcentra Zoals hierboven beschreven, worden er op het terrein van Duinrell in de periode maart 2024 tot en met maart 2028 1.035 asielzoekers permanent opgevangen. Voor die personen die meetellen voor de berekening van de hoogte van de algemene uitkering op basis van een inschrijving in het BRP op 1 januari van een kalenderjaar, ontvangt de gemeente een aanvullende uitkering op grond van het Faciliteitenbesluit opvangcentra. Deze is voor 2024 vastgesteld op € 647.000 en voor 2025 op € 561.000. Voor de jaren 2026 en 2027 zal dit naar verwachting € 560.000 zijn. Aangezien de overeenkomst met het COA voor wat betreft de opvang van asielzoekers in maart 2028 eindigt, is voor 2028 een bedrag van € 140.000 opgenomen. Het bedrag van € 647.000 voor 2024 was al in de jaarrekening 2024 en de voorjaarsnota 2025 verwerkt.
Voor de jaren 2025-2028 was voor de bijdrage op grond van het Faciliteitenbesluit, plus het extra bedrag in de algemene uitkering voor de ingeschreven asielzoekers, al een bedrag van € 895.000 in de voorjaarsnota 2025 meegenomen. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Hiervoor wordt voor 2025 € 38.000 beschikbaar gesteld. Deze middelen zullen ook aan de uitgavenkant worden bijgeraamd. Ad B5. Woz Herberekening Woz-waarden In de verdeling van de algemene uitkering wordt rekening gehouden met inkomsten uit eigen belastinggebied. De meicirculaire geeft aan met welke landelijke waardeontwikkeling WOZ het rijk rekening houdt in het nieuwe begrotingsjaar. In het geval van de meicirculaire 2025 is dat de verwachte WOZ-ontwikkeling voor belastingjaar 2026. Voor de berekeningen van de gevolgen voor Wassenaar dient te worden uitgegaan van de lokaal verwachte waardeontwikkeling. Voor 2025 is uitgegaan van de laatste prognoses van de BSGR wat betreft de WOZ-waarden. Voor 2026 is uitgegaan van een waardestijging van 6,5% voor woningen en 0,7% voor niet-woningen. Dit is op basis van prognoses van de BSGR en de Waarderingskamer. Voor de jaren daarna zijn deze waarden constant gehouden, maar is wel rekening gehouden met de geraamde stijging van het aantal woningen.
Verwacht wordt dat de lokale waardeontwikkeling lager uitpakt dan de landelijke. Dat was overigens de afgelopen jaren ook het geval. Dit zorgt voor Wassenaar voor een nadeel van € 139.000 in 2025 en gemiddeld € 556.000 voor de jaren 2026-2029.
Pagina 8 van 9
Aanpassing rekentarieven Op basis van de landelijk verwachte waarde- en tariefsontwikkeling voor WOZ-objecten (woningen en niet-woningen) heeft het Rijk de rekentarieven, welke over de berekende WOZ-waarden worden toegepast om de korting op de algemene uitkering te bepalen voor 2026-2029, aangepast. Dit zorgt voor Wassenaar voor een voordeel van gemiddeld € 376.000 voor de jaren 2026-2029. Ad 6. 3 D’s in het sociaal domein Vanaf 2025 compenseert het Rijk gemeenten via de integratie-uitkering Participatie (IU Participatie) voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Dit zorgt voor een hogere integratie-uitkering.
Pagina 9 van 9