Visie buitengebied Het land van Wageningen Wageningen in het land
Tekst van het document
Visie buitengebied: Het land van Wageningen, Wageningen in het land
Colofon Visie buitengebied: Het land van Wageningen, Wageningen in het land, vastgesteld door de raad op 13 juli 2020 Werkgroep gemeente Wageningen Dennis Kramer (Projectleider), Niki Jansen, Wilma Pol, Janneke Bruil, Ingrid Pallast, Ulrik Yntema, Harry Post, Maarten van den Wijngaart, Sandra Tiebosch, Jos Spriel, Moniek Vesseur, Sjaak Hendriks, Theo Balk en Belinda Bonting. Projectteam LOS stadomland Hans van Kempen (Projectleider), Loes van Schie, Sophie Rijswijk Contact over deze visie, Dennis Kramer: Dennis.Kramer@wageningen.nl Projectsite: www.toekomstwageningen.nl LOS stadomland/gemeente Wageningen juli 2020 Afbeeldingen zonder bronvermelding zijn eigendom van LOS stadomland
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 De visie voor ons buitengebied 1.2 De opzet van deze visie 1.3 Achtergronden bij de visie 1.4 Planproces, participatie en verwerking van informatie
7 8 9 9 12
2 De huidige situatie 2.1 Gebiedsbeschrijving 2.2 Natuur 2.3 Mobiliteit
15 16 22 24
3 De strategie: het land van Wageningen, Wageningen in het land 3.1 Ambities 3.2 Sturen op eigen doelen en sturen op gezamenlijke doelen 3.3 Uitvoeringsstrategie
27 28 28 30
4 Visie op de thema’s 4.1 Verbetering biodiversiteit 4.2 Bewegen, recreatie en gezondheid 4.3. Energie 4.4 Landbouw en voedsel 4.5 Aantrekkelijke wegen voor langzaam verkeer
33 34 42 46 60 64
5 Visie op gebieden 5.1 Transformatiegebied Nude-Binnenveld 5.2 Kern Binnenveld 5.3 De Wageningse Eng 5.4 Randzone bos 5.5 De Wageningse Berg/bos 5.6 Uiterwaarden
69 72 78 81 84 86 90
6 Uitvoeringsprogramma 6.1 Uitvoeringsprogramma
95 96
1
Inleiding
1.1 De visie voor ons buitengebied In oktober 2019 is de raad van de gemeente met het proces gestart om tot deze visie op ons buitengebied te komen. Sindsdien hebben veel betrokken bewoners, grondeigenaren en gebruikers van het buitengebied hebben erover meegedacht. Er is waarschijnlijk geen intensiever onderzocht en meer besproken buitengebied dan dat van de gemeente Wageningen. We hebben een bijzondere ligging in verschillende landschappen, een combinatie die ooit leidde tot de komst van de Universiteit. Of het nu gaat om de Eng, de uiterwaarden of het Binnenveld, over ieder deel wordt nauwkeurig, met veel passie en met veel betrokkenen nagedacht. En dat nadenken houdt waarschijnlijk nooit op, want steeds zijn er weer nieuwe inzichten, nieuwe vragen en nieuwe ontwikkelingen. De context verandert bijna per jaar. Vanwege de snelle veranderingen zijn er voortdurend aanpassingen van delen van onze fysieke leefomgeving nodig, en met deze visie begeleiden we die aanpassingen.
Een dynamische omgeving Om de aard van de veranderingen wat concreter te maken geven we hier een schets van de situatie voorjaar 2020. De toekomst is onzekerder dan ooit, de coronacrisis is een maand of twee bezig en sommige trends kunnen daardoor veranderen. Andere trends zullen doorzetten.
Nederland. Het valt nog niet mee om grip op circulariteit te krijgen. Eén voorbeeld van de circulaire economie zijn lokale voedselkringlopen en lokale voedselproductie. In Wageningen krijgt dat relatief veel aandacht en er ontstaan steeds nieuwe concepten die nieuwe kansen laten zien zoals voedselbossen en ‘herenboerderijen’.
De discussie over de energietransitie is in 2020 volop aan de gang met het opstellen van de regionale energiestrategieën (RES) die voor heel Nederland worden gemaakt. Dit leidt tot nieuwe ruimteclaims voor zonne- en windenergie. Wij kunnen en willen dit niet los zien van onze eigen Wageningse doelstellingen voor energie.
Data en technologie dringen verder door in de fysieke leefomgeving. Navigatieapps bijvoorbeeld leiden automobilisten vaak over routes die niet bedoeld zijn voor doorgaand verkeer. En waar voorheen bereikbaarheid en vindbaarheid van een onderneming of winkel samen opliepen zijn nu ook de meest onvindbare locaties bereikbaar geworden.
In 2018 is meer dan ooit duidelijk geworden dat het slecht gaat met de insecten in ons land, maar niet voor alle insecten. In 2019 was bijvoorbeeld de eikenprocessierups een serieus probleem. Zo wordt het bevorderen van biodiversiteit (natuurlijke vijanden) een acuut vraagstuk en willen we een beter beeld van welke bijdrage natuurinclusieve landbouw aan die biodiversiteit kan leveren.
De stedelijke gebieden in Nederland leggen nog steeds een omvangrijke claim op het landelijk gebied. Steeds meer blijkt dat kennis de motor achter stedelijke ontwikkeling is en Wageningen is met de Universiteit aangesloten op de internationale groei van de kenniseconomie. Algemene verstedelijkingstrends dalen daardoor ook in Wageningen neer. Landelijk is in 2020 het tekort aan woningen groter dan ooit geworden en het bijbouwen gaat (te) langzaam. Door de groei van de Nederlandse bevolking (in de afgelopen jaren kwamen er iedere dag 370 personen bij in ons land) zijn er niet alleen meer woningen nodig, maar ook veel meer vervoersinfrastructuur. Daarnaast blijkt sinds enkele jaren dat de ‘netwerksamenleving’ niet alleen virtueel is, maar ook leidt tot een nieuwe vraag naar fysieke ontmoetingen. De trend naar meer mobiliteit is overigens een die wellicht door de coronacrisis wordt omgebogen omdat we nu veel meer gebruik leren maken van ‘werken op afstand’.
We voeren een maatschappelijke discussie over de vraag of we moeten stoppen met het kappen van bos omdat we bos, meer dan nu, moeten zien als opslaglocatie van CO2. Of vinden we dat we bos juist als een bron van duurzame energie moeten inzetten? Het Rijk heeft met de Omgevingswet, waarvan de invoeringsdatum nog niet bekend is, de relatie tussen gezondheid en de ‘fysieke leefomgeving’ expliciet op de agenda gezet: de matige luchtkwaliteit in ons land heeft steeds duidelijker negatieve gevolgen voor onze gezondheid. Daarnaast wordt de noodzaak om beweging te bevorderen steeds groter want uit zichzelf komt niet iedereen van zijn stoel. De warmte en droogte van de zomers van 2018 en 2019 en heel actueel dit voorjaar leidt tot een serie nieuwe vragen. Bijvoorbeeld over de beheersbaarheid van natuurbranden, de beschikbaarheid van water voor de landbouw en natuur (bijvoorbeeld door water langer ‘vast te houden’) en vragen over de leefbaarheid van de stad bij een opwarmend klimaat. In 2050 willen we een circulaire economie zijn in
Er zijn ook heel specifieke ontwikkelingen. Sinds ongeveer 2015 bijvoorbeeld is het duidelijk dat de elektrische fiets steeds populairder wordt. Maar de huidige infrastructuur is meer geschikt voor autoverkeer, dus is er een omvangrijke aanvulling en aanpassing van die bestaande infrastructuur nodig. Opmerkelijk is hoe recent veel van deze ontwikkelingen zijn. Het gaat dan niet alleen om de schok van de coronacrisis maar ook de meeste andere trends. De trend met de langste historie is die van de vernieuwde aansluiting van de WUR op de moderne kennissamenleving (groei van de campus). Maar zelfs die trend is maar 10 jaar oud, veel van de genoemde ontwikkelingen zijn van de afgelopen jaren of zelfs het afgelopen jaar!
1.2 De opzet van deze visie In de visie geven we de huidige en gewenste situatie van ons buitengebied weer. En we geven aan hoe we naar die gewenste situatie willen komen. Dit is een webdocument. Het is in modules opgebouwd. U kunt vrij kiezen welke module u wilt lezen én u kunt steeds naar de volgende of vorige module gaan (‘vooruitbladeren of terugbladeren’). De eenvoudigste manier om overzicht in te houden is door dit webdocument van voren naar achteren door te nemen. Om te weten of u alles gelezen hebt zijn de modules genummerd alsof het hoofdstukken van een rapport zijn. Wat zijn de onderdelen van de visie en wat weet u als u ze gelezen hebt? Achtergronden, doelen en uitgangspunten voor deze visie (1.3). In dit hoofdstuk beschrijven we de doelen van de visie tegen de achtergrond van de omgevingswet, geven we de relaties aan met andere overheden en met andere plantrajecten. Planproces en verwerking van informatie (1.4 en de bijbehorende bijlage). Hierin beschrijven we op welke wijze informatie is verzameld en hoe het verwerkingsproces is verlopen. U vindt hier alle stappen die we doorlopen hebben om deze visie te maken, dus de participatiestappen en ook de stappen van de gemeente en het adviesbureau. Daarmee ontstaat een totaalbeeld hoe de visie gemaakt is. Op veel plekken zijn links naar verslagen en tussenproducten weergegeven. De huidige situatie (H 2).
Een gebiedsbeschrijving, of analyse, mag niet ontbreken. Er zijn voor
het buitengebied van Wageningen al veel gebiedsbeschrijvingen gemaakt. Er is zelfs een ‘atlas’ met vele kaarten en afbeeldingen van Wageningen. Ook in deze visie voegen we een, beperkte, beschrijving van het gebied toe. Strategie (H 3). In deze visie kiezen we voor een strategie die we samengevat hebben in de titel: het land van Wageningen, Wageningen in het land. Dit is een verhaal waarin we aangeven dat we voor een deel van ons gebied gaan sturen op eigen doelen voor het buitengebied en voor een deel gaan sturen op doelen die we delen met de provincie of het rijk. Daarnaast introduceren we hier de strategie voor de uitvoering: met welke instrumenten en welke rolverdelingen gaan we de visie uitvoeren? De visie op de thema’s (H 4). De visie staat in de hoofdstukken 4 en 5. In hoofdstuk 4 beschrijven we de visie vanuit inhoudelijke thema’s. Er zijn vijf thema’s: 1. Verbeteren biodiversiteit 2. Bewegen, recreatie en gezondheid 3. Energie 4. Landbouw en voedsel 5. Aantrekkelijke kleine wegen Deze vijf thema’s vormen een samenhangende agenda voor de toekomst. Hoewel de thema’s een bepaalde inhoudelijke afbakening hebben, kunnen specifieke ‘vakgebieden’ zoals cultuurhistorie, waterbeheer, verkeer landbouw etc op verschillende plekken terugkomen. De visie op de gebieden (H 5). In dit hoofdstuk beschrijven we de visie vanuit de gebieden.
Daarin benoemen we de doelen per gebied waarmee we ook de gewenste kernkwaliteiten aangeven. We onderscheiden vijf gebiedseenheden.
• Nude-Binnenveld: de Nude, en de randzone van het binnenveld, de kernzone van het binnenveld en het Bennekomse Veld. • Uiterwaarden: het gebied dat binnen het project Grebbedijk ligt, en het deel langs de Wageningse Berg. • De Eng: dit omvat het gebied van de ‘visie Eng’. • Het bosgebied van de Wageningse berg • Randzonde bos: tussen de Eng en het bos in
1.3 Achtergronden bij de visie De opgave in de startnotitie De raad heeft een startnotitie vastgesteld voordat we zijn begonnen met de ontwikkeling van de visie buitengebied. Daarin staan de opgaven waar we voor staan bij elkaar. Dit is een scherp kader waarin bijvoorbeeld staat wat we moeten onderzoeken over de energietransitie. De belangrijkste algemene achtergronden staan in deze paragraaf. Voor een meer inhoudelijke toelichting klik op https://toekomstwageningen.nl/Startnotitie De lopende planprocessen, de Eng en de Grebbedijk Voor de Eng is kortgeleden een visie afgerond en voor de Grebbedijk (en omgeving) loopt een intensief planproces (project Grebbedijk). Bij de start van deze visie buitengebied hebben we afgesproken dat we voor de genoemde gebieden alleen over gebiedsoverstijgende onderwerpen het gesprek opnieuw voeren. Dit zijn onderwerpen die bij de themagerichte uitwerking van de visie horen, zoals energie.
9
Die thema’s zijn gemeentebreed en raken ook aan onderwerpen in de Eng en de Grebbedijk. De visies voor de gebieden zelf blijven zoveel mogelijk gelijk aan de lopende planprocessen.
• die invloed hebben op de fysieke leefomgeving • waar een besluit van de gemeente voor nodig is en • die niet passen binnen de bestaande regelgeving
De relatie tussen het buitengebied en de stad Diverse vraagstukken spelen over de stedelijk-landelijk-grens heen. Bereikbaarheid bijvoorbeeld gaat dóór het landelijk gebied vaak ten behoeve van de stad. Recreatie en voedsel zijn bij uitstek onderwerpen die beide raken en de energietransitie is vooral een stedelijke vraag die in het buitengebied neerdaalt. Uiteindelijk maken we voor ons hele grondgebied een omgevingsvisie, waarin de visie buitengebied integraal wordt opgenomen. Waarom dan niet meteen een omgevingsvisie? Daar zijn twee redenen voor, zie ook de startnotitie. Ten eerste willen we vaart maken met ons beleid voor de energietransitie en we willen dit zorgvuldig en integraal doen. De landelijke en regionale ontwikkelingen op gebied van duurzame energieopwekking gaan hard en we willen daarbij aansluiten vanuit ons eigen afwegingskader voor duurzame energieopwekking. Dat afwegingskader staat in deze visie. Ten tweede leggen we op deze manier een vergrootglas op het landelijk gebied. Het gebruik van de visie Hoe wordt de visie gebruikt? Wat zijn de functies van de visie? Mogelijk maken van initiatieven waar het kan Als gemeente gebruiken we de visie om te beoordelen of een initiatief dat is ingebracht, voldoet aan de gebiedsdoelen of aan te passen is zodat het gaat voldoen aan die doelen. Als er initiatieven vanuit de samenleving komen:
dan pakken we deze visie erbij. Vervolgens beoordelen we ambtelijk, bestuurlijk en politiek of het initiatief mogelijk te maken is, omdat het aansluit bij de doelen die we voor gebieden gesteld hebben. Dat gaat nooit zonder interpretatie en maatwerk, maar de visie helpt om makkelijker en voorspelbaarder (rechtsgelijkheid) tot een oordeel te komen.
als natuur, verkeer of energie. Daarnaast worden vanuit de omgevingsvisie zogenaamde programma’s aangestuurd. Dat zijn bijvoorbeeld de huidige beleidsplannen en gebiedsvisies. In deze visie buitengebied slaan we, waar dat nodig is, nieuwe richtingen in. Bijvoorbeeld het programma voor aantrekkelijke kleine wegen, dat komt voort uit de visie buitengebied. Andere programma’s, zoals het biodiversiteitsprogramma, zaten al wel ‘in de pen’ maar krijgen in deze visie aansturing. Andere overheden
Inhoudelijke hulp samenleving
bij
initiatieven
voor
de
Burgers, ondernemers of belangengroepen kunnen de visie gebruiken om in te schatten of een initiatief kansrijk is of op welke manier een initiatief kansrijk te maken is. Hoe dichter bij de doelen, hoe kansrijker het initiatief. Met behulp van deze visie kunt inschatten wat de kans op toestemming voor een initiatief is. En daarmee kunt u beter inschatten welke voorinvesteringen verantwoord zijn. Synergie in ons beleid Met deze visie coördineren en sturen wij ons strategisch beleid voor het buitengebied. Dat is een belangrijke doelstelling van de Omgevingswet. In de komende jaren brengen we ons strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving in de omgevingsvisie samen. Vanaf de invoering van de Omgevingswet ontwikkelen we nieuw strategisch beleid in het kader van die Omgevingswet, ook als het gaat om sectoren
Binnen het systeem van de komende Omgevingswet is de gemeente de spil. Zij heeft de integrale beleidsverantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving op haar grondgebied. Een gemeentelijke omgevingsvisie is straks verplicht. Hogere overheden krijgen wettelijk een aantal beleidsverantwoordelijkheden toegewezen. Daarnaast kunnen zij beleidsverantwoordelijkheid voor aspecten van de fysieke leefomgeving claimen. De provincies en rijk zijn verplicht dat vast te leggen en te verantwoorden in een omgevingsvisie. De waterschappen zijn niet verplicht om een omgevingsvisie te hebben. Maar ‘ons eigen’ waterschap Vallei en Veluwe heeft wel een vrijwillige Blauwe omgevingsvisie gemaakt met al haar partners, waaronder de gemeente Wageningen. Voor deze visie buitengebied is relevant dat wij vooral eerst zelf moeten bepalen wat we willen. Natuurlijk moeten wij ons daarbij steeds bewust zijn van het beleid van andere overheden.
Het Nieuwe Kanaal 11
Proefvelden WUR
1.4 Planproces, participatie en verwerking van informatie Deze visie is het product van samenwerking tussen gemeente, inwoners en organisaties in Wageningen. We hebben daarvoor een participatieproces doorlopen waarin iedere partij inbreng heeft kunnen leveren. Het planproces hebben we op twee detailniveaus beschreven. In deze paragraaf geven we een overzicht van de participatiestappen en de globale doorwerking. In een bijlage met dezelfde titel geven we een uitgebreide toelichting voor de lezer die precies wil weten hoe de informatie verwerkt is. De hoofdstappen zijn: • de startnotitie die besproken is in de raad; • drie gebieds-/themabijeenkomsten met partijen op uitnodiging; • een informatiebijeenkomst voor bewoners en grondeigenaren van het buitengebied; • de gebiedsconferentie voor iedereen; • de internetconsultatie voor iedereen; • een presentatie van de hoofdlijnen aan de bewoners en grondeigenaren; • twee gesprekken met de raad over de voorlopige opbrengst (hoofdlijnen); • internetconsultatie over het hoofdlijnenrapport; • conceptvisie en raadsbehandeling.
Tot ten minste het eind van 2020 kunt u alle tussenresultaten vinden op de projectwebsite https:// toekomstwageningen.nl/ Er zijn twee aspecten van de participatie waar we in algemene zin een en ander op willen toelichten: de inhoudelijke doorwerking van de participatie en de effecten van de coronacrisis op het proces. Voor een uitgebreidere beschrijving van de verwerking van de informatie kunt u de bijlage Planproces, par-
ticipatie en verwerking van informatie lezen. Inhoudelijke doorwerking van de participatie Zoals altijd in Wageningen hebben betrokken bewoners en organisaties actief deelgenomen en zeer veel inhoud geleverd. De inhoud is in een soort ‘gesprek’ tussen ons als raad en u als samenleving gegroeid. Wij hebben in de startnotitie een aantal speerpunten benoemd (energie, natuur, voedsel en gezondheid) en we zien dat een groot deel van de inbreng zich richt op die onderwerpen. In de eerste stappen van dit proces hebben we samen een agenda ontwikkeld waar we later met velen over doorgepraat hebben. Dat gebeurde tijdens de workshops op de gebiedsconferentie, de discussiepagina’s tijdens de eerste internetconsultatie en de hoofdlijnennotitie met discussieblogs tijdens de tweede internetconsultatie. Voor het overgrote deel heeft u de inbreng steeds binnen de agenda geleverd. Daardoor is de participatie een verdiepend ‘gesprek’ geworden. Als we kijken naar de inhoud van de beleidsvoorstellen, dan zien we dat de ‘gesprekken’ over natuur, voedsel en gezondheid vooral gaan over het hoe. De algemene lijn in Wageningen die al langere tijd breed gedragen wordt, is dat we biodiversiteit belangrijk vinden, dat voedsel meer in duurzame lokale kringlopen moet worden geproduceerd en dat we een gezonde leefomgeving willen hebben. Op deze onderwerpen werkt de participatie vooral als een verdieping.
Voor energie loopt het gesprek anders. Ten eerste is het heftiger dan voor andere onderwerpen en zien we diverse tegenstellingen in de inbreng. De belangrijkste doorwerking van het gesprek is
dat we extra gaan inzetten op zon op dak, dat we zwaarder inzetten op zonnevelden dan op windmolens en dat we onze eigen gemeentelijke ambitie wat verder uitrekken in de tijd. Wij denken dat daarmee een goede weg gevonden is voor de komende jaren. Over de vraag in hoeverre inwoners van Wageningen onze natuurlijke omgeving moeten kunnen gebruiken, waren de meningen ook verdeeld, zij het minder heftig dan over energie. Dit dilemma blijft, ook na de participatie. Het moet blijken of de voorgestelde strategie ‘Wageningen in het land, het land van Wageningen’ werkt. Wij verwachten dat het in de komende jaren inderdaad duidelijker wordt hoe we met dit dilemma kunnen omgaan. Effecten van de coronacrisis Tijdens de tweede internetconsultatie bleek dat we de tweede gebiedsconferentie niet konden organiseren vanwege de coronacrisis. We hebben toen besloten de internetconsultatie te verlengen en daar is nog veel gebruik van gemaakt. Omdat niet iedereen via internet kan of wil meedoen, konden mensen ook telefonisch reageren. Wij achten dat, ook zonder een tweede gebiedsconferentie, er een zeer grote inbreng is geweest. Daarom vinden we het verantwoord een besluit te nemen op basis van de participatie-inbreng die er nu is. We hebben een reactienota opgesteld van de tweede internetconsultatie. Daarin kunt u de bijdrages en de doorwerking teruglezen.
Dank aan alle participanten voor het deelnemen aan het proces en het mede-vormgeven aan deze visie!
Gebiedsconferentie
13
Bewonersavond Bron: Gemeente Wageningen
2
De huidige situatie
2.1 Gebiedsbeschrijving De start van de gebiedsanalyse ligt bij de bijzondere locatie van Wageningen. Op de punt van de Veluwe, tegen het riviergebied en met zelfs wat veengronden in buurt. Deze afbeelding laat Wageningen op een kaart van 1900 zien en de strategische locatie op het raakpunt van verschillende landschapstypes. Ten noordoosten zie je de aanzet van de hellingen van de Veluwe. Aan de zuidzijde ligt de rivier met de uiterwaarden. Aan de westzijde is er het gebied van de kleiige oeverwal met veel boomgaarden. Naar de noordwestzijde lopen de lage vlakke zandgronden over in het venige middengebied van het binnenveld Daaronder ligt uiteraard de bekende geologische/ geomorfologische opbouw van de stuwwal van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. De ‘kop’ hiervan is door de rivier meegenomen, waardoor die twee nu niet aan elkaar vastliggen. De stad ligt op de punt van de stuwwal van de Veluwe. Om de stad heen is een enorm divers landschap te vinden. En op die ondergrond zijn de gevarieerde bodems ontstaan waar de gevarieerde landbouweconomie zich op ontwikkeld heeft. De rijkdom aan verschillende bodemtypes geeft de bijzondere locatie van Wageningen weer.
Wageningen in haar historische omgeving Bron: De historische kaart is afkomstig van topotijdreis.nl
Landschapstypes Bron: De historische ondergrond is afkomstig van topotijdreis.nl
Geomorfologische kaart Bron: De kaart is afkomstig uit PDOK. De kaartlaag heet Geomorfologischekaart 1:50.000.
Bodemkaart Bron: Bodemkaart 1:50000 uit Basisregistratie Ondergrond.
Een gevarieerde omgeving Op deze bijzondere locatie ontstond in de loop van eeuwen een gevarieerde economie in een rijk gelaagde omgeving. Sporen van bewoning dateren al uit de Steentijd. Zichtbare overblijfselen uit de tijd van de vestiging van stadsrechten (1263) zijn er al veel meer. Er zijn vondsten die wijzen op economische bronnen als turf, bier en textiel. Het bleef een schamel bestaan ondanks de strategische ligging van Wageningen. Later kwam er een typische Veluwezoom-economie op gang, met onder andere wasserijen en tabaksteelt (met sigarenfabrieken). De rivier was de drager van een riviereconomie met een flinke haven en met verschillende steenfabrieken. De landbouweconomie was, en is voor een deel nog steeds, gevarieerd met onder andere fruitteelt, grasland, akkers, tabak. Altijd al was er een handelseconomie, want Wageningen is een knooppunt in oude routes. En in de loop van de 19de eeuw groeide er een wooneconomie. Burgers met aanzienlijk vermogen zoals grondspeculanten, advocaten en Oud-Indiëgangers zagen de goede vestigingsmogelijkheden van de stad met ruim toebedeelde groen op de stuwwal met uitzicht over de Rijn: daar wilden ze wel hun buitenhuizen en landgoederen stichten (Gelders Arcadië). Voor een deel lag daar ook de basis voor een ‘boseconomie’.
In de loop van de 20ste eeuw vermengde deze lokale economie zich met de economie van de Rijkslandbouwschool die hier in 1876 werd gevestigd. Maar nog steeds zijn onderdelen van de historie zichtbaar, zoals de haven, de steenfabrieken en de drukkerijen. Afbeelding: Cultuurlandschap Bron: Gemeente Wageningen (klik hier voor de link)
19
Hoogtekaart met wegen en bebouwing Bron: De kaart is gemaakt met de kaartlagen ‘AHN3 maaiveld – Blauw/Groen/Oranje (Dynamische opmaak)’ en ‘AHN3 maaiveld – Hillshade’ uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. Let op de permalink gaat wel naar de juiste locatie maar niet naar de juiste kaartlagen. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/?extent =158749.6764%2C437766.475%2C183133.7251%2C448536.0965%2C28992 De wegen en bebouwing zijn toegevoegd vanuit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT).
In 1876 werd de rijkslandbouwschool (nu Wageningen Universiteit) in Wageningen gevestigd. Deze school was sterk grondgebonden (daarom wás ze hier) en ze kocht in Wageningen gronden die als proefvelden werden gebruikt. Door de jaren heen kocht en verkocht de hogeschool/ universiteit gronden. Uiteindelijk is zowat de helft van het cultuurland ooit eigendom geweest van de huidige universiteit. De mensen die voor de universiteit werkten, werkten op de gronden en woonden in Wageningen. De studenten kregen les over en in de Wageningse omgeving en tamelijk veel van hen blijven in Wageningen. Al deze mensen waren betrokken bij het land en de bodem van Wageningen. En dat uitte zich op allerlei manieren. Bijvoorbeeld in de grote interesse in lokale voedselkringlopen. De universiteit was in de 20ste eeuw een belangrijke kracht achter de ontwikkeling van de Nederlandse landbouw. (Voedsel)kwaliteit werd gedefinieerd als ‘constant en beheersbaar’. In de loop van de 20ste eeuw kwam er door bevolkingsgroei en welvaartsgroei aan deze constante en beheersbare kwaliteit wereldwijd steeds meer behoefte. Rond het begin van deze eeuw verlegde de universiteit de focus van landbouw naar voedsel. En bij de start van de kenniseconomie verdubbelde het aantal studenten. Ook de aanverwante instellingen en bedrijven doen mee aan deze schaalsprong.
Voor een uitgebreidere achtergrond over het wereldvoedselvraagstuk en de groei van de WUR kunt u deze bijlage lezen.
Groei van de studentenaantallen aan de WUR Bron: De cijfers komen van de website van Wageningen University and Research
21
De proefvelden van de universiteit en verschillende eigendommen in verschillende perioden Bron: Kaarten A en B zijn overgenomen uit het rapport: Wageningen ontwikkeling van de stad en ideeën over de stad. Cultuurhistorische Waardenkaart Wageningen, tussenrapportage module 2. april 2016 pag 38 en pag 40. Kaart C is door de gemeente halverwege 2019 gemaakt en laat de grondeigendommen van institutionele eigenaren zien die meer dan 50 ha in eigendom hebben. Kaart D is in een niet-maatvast tekenprogramma door LOSstadomland samengesteld uit de andere kaarten.
2.2 Natuur Het Nederlandse cultuurlandschap is uitermate gevarieerd. Door de nauwe relatie met water en bodem (het water staat vaak vlak onder het oppervlak), en door nutriëntenschaarste (er was altijd weinig mest beschikbaar) ontstaat tot begin 20ste eeuw een rijke, cultuurvolgende natuur. Toen er kunstmest kwam en het water beter beheerst kon worden, verdween de nutriëntenschaarste en daardoor verschraalde de cultuurvolgende natuur1.
Dit is niet zomaar een stukje natuurnetwerk. Hier worden drie van de grootste en belangrijkste Nederlandse natuurgebieden (met Europese bescherming) met elkaar verbonden: de Veluwe, het rivierengebied en de Utrechtse Heuvelrug. Het Binnenveld zit een treetje lager in de rangorde, dat speelt meer op provinciaal niveau. Een deel van het Natuurnetwerk Nederland is
Europees beschermd, in Wageningen gaat het om het grootste deel van het natuurnetwerk. Dit zijn de habitat- en vogelrichtlijnengebieden. Kaart detailbegrenzing Natura 2000 Veluwe binnen Wageningen https://www.natura2000.nl/ sites/default/files/gebieden_aanwijzing_en_archief/057/N2K_057_13_Veluwe.pdf
In de jaren 70-80 groeide landelijk het besef dat bijna alle cultuurvolgende natuur zou verdwijnen en dat daarmee alle natuur kwetsbaar wordt. In 1990 werd besloten tot de aanleg van de ecologische hoofdstructuur (EHS). De functie ‘natuur’ wordt ruimtelijk gescheiden van de functie ‘landbouw‘. Die EHS wordt tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland genoemd (NNN)2. Dit is een collectief Nederlands landschap waar we samen aan bouwen. In Wageningen bestaat dat collectieve landschap uit de bossen, de uiterwaarden en de Binnenveldse Hooilanden. Op de kaart op de volgende pagina staat de ligging van het gebied. Dit is een totaaloverzicht van het natuurnetwerk Nederland in en rond Wageningen. Hierop staan zowel de aangewezen gebieden als de gewenste uitbreidingen voor de provincies Gelderland en Utrecht. Een belangrijk onderdeel van de gewenste uitbreidingen is de westelijke ecologische verbindingszone die de Binnenveldse Hooilanden verbindt met het rivierengebied.
Natura 2000 Bron: De kaart is samengesteld met de kaartlagen ‘actuele administratieve grenzen’ en ‘Natura 2000-gebieden’ uit de Atlas Leefomgeving. Klik hier voor de link.
1. Cultuurvolgende natuur is het ecosysteem dat ontstaat als gevolg van een bepaalde landbouwmethode. In Nederland is de natuur van de heidevelden bijvoorbeeld een gevolg van het ‘potstalsysteem’ https://nl.wikipedia.org/wiki/Potstal 2. Tegenwoordig heet dit het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Klik hier voor informatie over de doorwerking daarvan.
23
Natuurnetwerk Bron: Deze kaart is samengesteld uit verschillende kaartlagen. Van de provincie Utrecht zijn de kaartlagen ‘Natuurnetwerk Nederland’ en ‘Groene contour’ gebruikt. Klik hier voor de link. Van de provincie Gelderland zijn de kaartlagen ‘Gelders Natuurnetwerk’ en ‘Groene ontwikkelzone’ gebruikt. Klik hier voor de link (let op geen permalink). Van de atlas leefomgeving zijn de lagen ‘Bevolkingskernen’ en ‘Actuele administratieve grenzen’ gebruikt. Klik hier voor de link.
2.3 Mobiliteit Het Wageningse buitengebied wordt intensief door fietsers, hardlopers en wandelaars gebruikt. Daarnaast is er gemotoriseerd bestemmingsverkeer en worden de plattelandswegen, vooral in de spits, als alternatief voor de hoofdwegen gebruikt. De bijgaande kaartbeelden geven een indruk van het gebruik van de wegen en paden in het buitengebied.
Hoofdwegen Bron: Voor deze kaart is de laag ‘wegdelen’ gebruikt uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Het aanwijzen van de hoofdwegen is gedaan door de gemeente Wageningen.
Op deze hoofdwegenkaart staan de verbindingen die voor doorgaand autoverkeer, en daarmee voor de bereikbaarheid van Wageningen, essentieel zijn De strava World heatmap geeft de intensiteit van het gebruik door langzaam verkeer weer. Hoe lichter de kleur hoe vaker de route wordt gebruikt.
Strava fietskaart Bron: Strava https://www.strava.com/heatmap#13.39/5.66400/51.98136/hot/ride
25
Strava wandel en hardloopkaart Bron: Strava https://www.strava.com/heatmap#13.39/5.66400/51.98136/hot/run
3
De strategie: het land van Wageningen, Wageningen in het land
3.1 Ambities In de startnotitie hebben we aangegeven dat we als raad van de gemeente Wageningen de onderwerpen biodiversiteit, energieopwekking, voedsel, en gezondheid extra belangrijk vinden. Op alle vier onderwerpen hebben we een ambitie: • We willen een grotere biodiversiteit • We willen meer duurzame energie opwekken op Wagenings grondgebied • We willen meer lokale/regionale en duurzame voedselstromen • We willen een gezondere leefomgeving. Die omgeving moet uitdagen om meer te bewegen.
3.2 Sturen op eigen doelen en sturen op gezamenlijke doelen We gaan medevormgeven aan belangrijke bovenlokale belangen in ons gebied en we gaan lokale belangen concentreren. Zo kunnen we mooie verbindingen maken die nieuwe mogelijkheden openen en meerwaarde creëren. We laten onze ambities letterlijk ergens landen. Wij zijn niet de enigen die ambities hebben. In Wageningen zijn, op een klein oppervlak, de ambities en belangen in het buitengebied groot. In de uiterwaarden, de bossen en de kern van het Binnenveld spelen zowel lokale als nationale en internationale natuurbelangen. Op de oeverwallen rond de Nude, de Wageningse eng en een vrij brede randzone van het Binnenveld zijn er vooral lokale belangen (én de proefvelden van de Universiteit die ook een nationaal belang dienen). Concentratie van lokale belangen In het gebied van de Wageningse eng, de oeverwallen rond de Nude en de randzone van het
Natuurnetwerk Bron: Deze kaart is samengesteld uit verschillende kaartlagen. Van de provincie Utrecht zijn de kaartlagen ‘Natuurnetwerk Nederland’ en ‘Groene contour’ gebruikt. Klik hier voor de link. Van de provincie Gelderland zijn de kaartlagen ‘Gelders Natuurnetwerk’ en ‘Groene ontwikkelzone’ gebruikt. Klik hier voor de link (let op geen permalink). Van de atlas leefomgeving zijn de lagen ‘Bevolkingskernen’ en ‘Actuele administratieve grenzen’ gebruikt. Klik hier voor de link. Binnenveld gaan we lokale belangen en doelen concentreren. Dit noemen we ‘het land van Wageningen’. Daar bepaalt de Wageningse samenleving, binnen algemene regelgeving, de toekomst van het gebied.
teit is een bovenlokaal belang. Verspreid over de gemeente zijn er terreinen die belangrijk zijn voor het functioneren van de universiteit. In het buitengebied gaat het dan met name om de diverse proefvelden.
De oeverwallen rond de Nude en de randzone van het Binnenveld wordt een gebied dat we gaan transformeren. Daar gaan we de biodiversiteit verhogen, natuurinclusieve landbouw stimuleren, we gaan duurzame energie opwekken met zonnevelden, we gaan het gebied toegankelijker maken om beweging te bevorderen en we vergroten de lokale en regionale voedselstromen.
In de bossen, de uiterwaarden en de kern van het Binnenveld gaan we mede-vormgeven aan bovenlokale belangen en doelen. Dit noemen we ‘Wageningen in het land’. Hier bepalen we samen met het Rijk, de Provincie en het Waterschap hoe het gebied er in de toekomst uit zal zien. Deze gebieden vinden andere overheden niet voor niets zo belangrijk voor de natuur. En aangezien biodiversiteit voor ons een speerpunt is, zien we deze gedeelde doelen ook als ons eigen belang. Vanuit onze integrale verantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving doen we in deze visie een voorstel voor dit gebied. Vervolgens streven we met de andere overheden naar ‘verbinding op doelen’.
Mede-vormgeven aan bovenlokale belangen Het bovenlokale natuurbelang in het buitengebied bestaat uit de bossen, de uiterwaarden en de kern van het Binnenveld, zoals op de kaart van het Natuurnetwerk Nederland (met uitbreiding van ontwikkelzones) is aangegeven. Ook de universi-
29
Het land van Wageningen, Wageningen in het land Bron: Deze kaart is gemaakt op basis van een ambtelijke workshop waarin de inbreng van de gebiedsconferentie en de eerste internetconsultatie is geanalyseerd. De centrale vraag was: welke doelen en welke belangen spelen op welke plekken?
3.3 Uitvoeringsstrategie
gingskader maakt onderdeel uit van deze visie en is geen afzonderlijk instrument.
Samen werken aan ons buitengebied
De visie als geheel werkt ook als een algemeen afwegingskader. In Hoofdstuk 1 hebben we dat beschreven bij de functies van de visie.
Deze visie buitengebied is met de samenleving tot stand gekomen en we willen de visie ook graag samen met de samenleving uitvoeren. Sterker nog, we hebben de samenleving nodig om onze doelen te bereiken. Omgekeerd: als gemeente kunnen we actief ondersteunen bij de plannen en initiatieven die de samenleving belangrijk vindt. We sturen op de strategische uitgangspunten en de doelen voor thema’s en gebieden. We nodigen de samenleving uit om met initiatieven te komen die aansluiten bij deze gezamenlijke visie. Samen komen we tot een evenwichtige inrichting van ons buitengebied! Instrumenten Per thema en per gebied beschrijven wij in de volgende hoofdstukken een visie. Daarbij geven we aan hoe we die visie gaan uitvoeren en welke instrumenten we daarvoor inzetten. We hebben daarvoor afwegingskaders, projecten en omgevingsprogramma’s. Afwegingskaders We stellen afwegingskaders op voor specifieke ontwikkelingen die vaker voorkomen, of die we willen stimuleren. Zo kunnen we particuliere initiatieven wegen, beoordelen en sturen. In deze visie buitengebied presenteren we een afwegingskader voor de opwekking van grootschalige energie. Aan de hand van criteria, voorwaarden en definities bepalen we of we medewerking verlenen aan een initiatief. Belangrijkste vraag is: past het initiatief bij de doelen die we gezamenlijk hebben bepaald? Een afwe-
Projecten en omgevingsprogramma’s Een project heeft een eenduidig en concreet doel en bestaat uit een of enkele samenhangende maatregelen met min of meer dezelfde looptijd en dezelfde betrokken partijen. Een omgevingsprogramma is gericht op een bepaald thema of gebied met samenhangende doelstellingen en bestaat uit diverse mogelijke maatregelen met uiteenlopende doorlooptijden, niveaus van complexiteit en verschillende betrokken partijen. Daarnaast zorgt een omgevingsprogramma voor de uitwerking van de visie in specifiek beleid en daarmee is het een zwaarder instrument dan een project. Rollen Bij het ontwikkelen van omgevingsprogramma’s en projecten werken we actief samen met alle betrokken partijen. Afhankelijk van het type project en de urgentie kiezen we bij elk omgevingsprogramma of project een passende rolverdeling: • Bij projecten die vooral voor de gemeente hoge urgentie hebben, neemt de gemeente een rol als trekker en de samenleving een rol als adviseur. • Bij projecten die vooral voor de samenleving hoge urgentie hebben, neemt de samenleving een rol als trekker en de gemeente een rol als facilitator. • Bij projecten die door zowel de samenleving als de gemeente hoge urgentie hebben, trekken ze
gezamenlijk op, beiden in de rol van partner. In het volgende hoofdstuk gaan we per thema in op de instrumenten die we willen inzetten en welke rolverdeling we voor ogen hebben. Juridische borging Als de Omgevingswet in werking treedt, komt er een omgevingsvisie (waarvan de visie buitengebied een onderdeel wordt) en een omgevingsplan. In dat omgevingsplan komt alle lokale regelgeving te staan die te maken heeft met de Omgevingswet. Omdat de Omgevingswet nog niet in werking is en de genoemde instrumenten formeel nog niet bestaan, wordt deze visie buitengebied nu als structuurvisie vastgesteld onder de huidige Wro (Wet ruimtelijke ordening). De visie heeft onder die wet een zelfbindende werking voor het bestuursorgaan dat de visie heeft opgesteld (de gemeenteraad). Programma’s en projecten zijn onderdeel van de ‘uitvoeringsparagraaf’ die bij een structuurvisie hoort.
31
4
Visie op de thema’s
4.1 Verbetering biodiversiteit In dit hoofdstuk richten we ons op de opgaven voor natuur. Wat er speelt De biodiversiteit neemt wereldwijd en ook in Nederland snel af, onder invloed van klimaatverandering en de wijze waarop we ons land gebruiken. Bestrijdingsmiddelen en stikstof zorgen voor grootschalige afname van de insectenpopulatie tot circa een derde. Weilanden veranderen in groene woestijnen waar nauwelijks of geen bloemen, kruiden, insecten, vlinders of kevers meer gedijen. Dit heeft ook grote gevolgen voor de vogelstand. We zitten in een biodiversiteitscrisis. Biodiversiteit gaat om soorten, ecosystemen en genen (zie http://www.biodiversiteit.nl/biodiversiteit-is-levensbelang/ wat-is-biodiversiteit-waarom-is-belangrijk). De hoofdlijnen van de huidige situatie van natuur hebben we in voorgaande hoofdstukken beschreven. Nulmeting We hebben in 2019 een nulmeting voor natuur laten opstellen. Daaruit blijkt het volgende (onderstaand enkele kernpunten uit de factsheets van de nulmeting). • Bennekomse Steeg: een goede leefkwaliteit met kansen zowel voor cultuurvolgers als de patrijs, als voor libellen in waterpartijen. In water komt snel veel natuur: een waardevol gebied voor onder andere akkervogels, zoals de patrijs en voor kieviten.
• Binnenveld: broedgebied een ‘hotspot’ voor de regenwulp. Voor weidevogels als de grutto, wulp en tureluur is het een belangrijk broedgebied en tal van trekvogels pleisteren er. Overigens is het vrij monotoon. In de kern van het Binnenveld is een omvangrijke herinrichting van de Binnenveldse Hooilanden bijna klaar. Hier zijn natte hooilanden gerealiseerd met blauwgraslanden, dotterbloemhooilanden en trilvenen. • De Eng Noord en Zuid: gevarieerde natuur die hoort bij kleinschalig en gevarieerd gebruik. • De Wageningse Berg: rijk aan soorten en robuust. Hier grenst het uitgestrekte bosgebied van de Veluwe aan de natte uiterwaarden. Deze overgang is rijk aan soorten, zoals bijvoorbeeld de ringslang. • De uiterwaarden: zeer soortenrijk aan broed- en trekvogels. Ook leefgebied van onder andere de kamsalamander en de bever. Misschien nog extra mogelijkheden met meer rivierdynamiek. • De Nude: de erven zijn belangrijk voor broedvogels, waaronder de kerkuil en de steenuil. Ook komen er akker- en weidevogels voor in dit gebied. In sommige sloten komt de grote modderkruiper (beschermde vissoort) voor. Hier en daar goede natuur (‘hotspot’ Kleine Zwaan) maar te intensief landbouwgebruik om in het algemeen van een goed gebied voor natuur te spreken. De factsheets van de nulmeting kunt u downloaden van deze pagina https://wageningenduurzaam.nl/ wageningenduurzaamgroen/biodiversiteit/.
Functies In de nulmeting is soortenrijkdom de belangrijkste indicator voor de kwaliteit van de natuur. De kwaliteit, de waarde, van natuur wordt óók door andere
factoren bepaald: de kernfunctie, de verbindingsfunctie en de volledigheid van het ecosysteem op een plek. De kernfunctie gaat over de mate waarin natuur in een gebied wordt ‘geproduceerd’. De verbindingsfunctie gaat over de mate waarin soorten uitwisselen binnen gebieden en tussen gebieden. De volledigheid van het ecosysteem gaat over de ecologische verbanden tussen verschillende soorten.
We zijn ons ervan bewust dat er daarnaast landelijke en Europese afspraken over indicatoren bestaan. Deze zijn te specifiek voor een integrale visie, maar spelen op de achtergrond wel een rol bij de mogelijkheden om bij te sturen in bestaande natuurgebieden. Zeker als het gaat over Natura 2000- gebieden. Kijk op de volgende link voor een indruk van deze indicatoren https://www.clo.nl/indicatoren/ nl1591-inleiding-biodiversiteitsindicatoren
De functies spelen in het klein en het groot. Een haag in een landbouwgebied bijvoorbeeld heeft een eigen kernfunctie. Want in de haag zitten ook vogels, insecten etc (de haag ‘produceert’ natuur). De haag kan ook een verbindingsfunctie hebben: bepaalde dieren bewegen langs de haag of soorten planten zich voort in de haag en verspreiden zich (wisselen over generaties genen uit). Naarmate de haag uit meer verschillende soorten struiken bestaat van verschillende leeftijden, komen er steeds meer verschillende vogels, insecten en parasieten in de haag en neemt het aantal ecologische relaties toe, en daarmee de volledigheid van het ecosysteem.
Visie: gezamenlijk drie functies versterken De biodiversiteit van ons hele buitengebied moet omhoog. We gaan, samen met anderen, biodiversiteit versterken op de drie functies: versterken en uitbreiden kernfunctie, verbeteren verbindingskwaliteit en vergroten volledigheid van ecosystemen.
De drie functies komen in gebieden eigenlijk altijd gelijktijdig voor. Maar met een eigen mix. Zo horen de Veluwe en het rivierengebied bij de belangrijke Europese gebieden met een kernfunctie. Het rivierengebied-deel in onze gemeente heeft daarnaast een unieke verbindingsfunctie voor de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug.
We maken, conform de strategie ‘Land van Wageningen, Wageningen in het land’, onderscheid tussen gebieden waar we op eigen natuurdoelen sturen en gebieden waar we op gedeelde doelen sturen en aansluiten op andere overheden. Daarbij willen we de biodiversiteit voor ons hele buitengebied vergroten, zowel voor het gebied van het Natuurnetwerk als de ‘cultuurgebieden’. De snelste lokale winst voor biodiversiteit is in transformatiegebieden. Dat zijn nu vooral landbouwgebieden. Natuurinclusieve landbouw of kleine maatregelen als de verbreding van een sloot of de aanleg van een haag hebben al een merkbaar effect op de biodiversiteit.
De indicatoren zijn bruikbaar als je, net als wij, de doelstelling hebt om de biodiversiteit te vergroten. Dan wil je meer natuur ‘produceren’, betere verbindingen maken en een vollediger ecosystemen bereiken.
In het natuurnetwerk (Wageningse Berg en uiterwaarden) gaan we met eigenaren en beheerders van deze gebieden in gesprek over de strategie kernfunctie-verbindingsfunctie en volledigheid ecosystemen. In die gesprekken willen we eerst vanuit
35
de inhoud van de biodiversiteitsversterking tot een maximaal verbeterbeeld komen. Daarna bespreken we de mogelijkheden.
men, beter zijn. Het gaat dus om grote gebieden met veel interne relaties en zo volledig mogelijke ecosystemen.
Natuurbeleving moet maatschappelijk inclusief zijn, iedereen moet kunnen genieten van de natuur, en natuur moet uitnodigen tot bewegen. Maar er zijn ook gebieden die je juist met rust wilt laten. Dit werken we uit bij het onderwerp ‘recreatie, en bevorderen van beweging’.
2. De biodiversiteit wordt hoger als de ecologische verbindingen tussen natuurgebieden en binnen natuurgebieden beter zijn. Uitwisseling binnen en tussen soorten maakt natuur robuuster en weerbaarder. Verbindingen vergroten leefgebieden en bieden een diverse omgeving aan die soorten die dat nodig hebben. De verbindingsfunctie van de uiterwaarden in Wageningen hebben we al beschreven. Zelf werken we als gemeente al vele jaren stap voor stap aan een ‘noordelijke ecologische verbinding’. En in het dal van de Renkumse beek, dat net buiten onze gemeentegrens loopt, is in het verleden veel geld uitgegeven om een bedrijventerrein uit te plaatsen dat de natuurverbindingen blokkeerde. Op dit moment wordt er een visie op het dal opgesteld in opdracht van de ‘stichting Renkums Beekdal’ van de waarin onderzocht wordt hoe de beste verbinding tussen het beekdal en de uiterwaarden onder de N225 door gemaakt kan worden.3
Beleid Beleidskader biodiversiteitsverbetering Om de biodiversiteit te verbeteren kiezen we het volgende beleidskader. Hierin herhalen we de drie functies voor biodiversiteit die we in het eerste deel van deze paragraaf beschreven. Dit betekent dat we onze eigen initiatieven en de manier waarop we reageren op initiatieven van andere vanuit dit beleidskader bekijken. 1. De biodiversiteit wordt hoger als de kernfunctie van de grote gebieden sterker is. Voor ons gaat het in eerste instantie om de kerngebieden Veluwe en Rivierengebied. De kernfunctie wordt sterker als zo’n gebied groter en gevarieerder is (meer ‘natuurproductie’). In het project Grebbedijk is een voorkeursalternatief voorgelegd dat daar ook op gericht is. Ook door de uitbreiding van de natuur, en de variatie bij die aanleg, in het middengebied van het Binnenveld wordt de kernfunctie daar sterker. De kernfunctie wordt ook sterker als de andere twee functies, verbinding en volledigheid van ecosyste-
3. De biodiversiteit wordt hoger naarmate het ecosysteem van een bepaald biotoop vollediger is. Dit heeft een horizontale en een verticale component. Horizontale volledigheid is er binnen een kerngebied als er meer verschillende sub-biotopen zijn. Denk bijvoorbeeld in het rivierengebied aan graslanden, ooibossen, ondiepe waterplassen, diepere waterplassen, hoge gronden, afkalvende oevers etc. Ieder sub-biotoop dat nieuwe soorten toevoegt,
mits verbonden aan andere soorten, is winst. In een landbouwgebied is er horizontale volledigheid als er hagen, bloemrijke akkerranden en brede sloten naast de teeltgebieden zijn. Verticale volledigheid is er bijvoorbeeld wanneer een oud landgoedbos met volgroeide, deels afstervende, bomen een vollediger ecosysteem van het bosbiotoop is dan een productiebos. Biodiversiteitsplan Als vervolg op de visie buitengebied maken we een biodiversiteitsplan. Dit wordt een ‘programma’ waar we de volgende onderdelen in uitwerken: • Aanvullende voorstellen natuur transitiezone • Uitwerking natuurdoelen visie Eng • Stimuleringsplan natuurinclusieve landbouw • Opzet voor databeheer natuur en monitoring Aanvullende voorstellen natuur transitiezone Voor de Nude en de randzone van het Binnenveld (transformatiegebied) zien we veel kansen in het voorstel voor landschapstransformatie (zie ook het hoofdstuk specifiek over dat voorstel). Daarin zijn veel mogelijkheden voor verhoging van de biodiversiteit op lokaal niveau, en die moeten we benutten. Een startpunt voor de transformatie is de aanleg van hagen. Binnen dat uitgangspunt moet de beste uitwerking van de biodiversiteit worden uitgezocht. Uitwerking natuurdoelen de Eng Voor de Eng sluiten we aan bij de ‘visie Wageningse Eng’.
Het doel in dit gebied voor natuur is het behouden en versterken van de kernkwaliteiten, de unieke diversiteit aan verschillende soortgroepen
3, Zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Biodiversiteit en voor verbindingen specifiek: In Nederland wordt gewerkt aan een ecologische hoofdstructuur om de afname van de biodiversiteit in Nederland af te remmen. Dit beleid is gebaseerd op de eilandtheorie die stelt dat een groter aaneengesloten natuurgebied een relatief grotere biodiversiteit heeft. Natuurgebieden kunnen ook met kleine corridors (bv. ecoducten) aaneengesloten worden
en biotopen. Dat is als volgt gespecificeerd: vanwege de variëteit in het landschap en gebruik kent de Eng in natuurlijk opzicht een diversiteit aan natuurwaarden. Deze waarden komen zowel voor in soortgroepen als vogels, dag- en nachtvlinders, zoogdieren, kruiden en bijzondere insecten als in aanwezige biotopen als zandpaden, volks- en bloementuinen, akker-(randen) en extensief beheerd grasland. In het biodiversiteitsplan moet staan hoe we deze gaan behouden en versterken. Stimulering natuurinclusieve landbouw Voor ons hele buitengebied streven we naar natuurinclusieve landbouw. Er is een ‘Actieplan Natuurinclusieve Landbouw’ dat is overgenomen door de provincie Gelderland en ontwikkeld door LTO Noord, de Gelderse Natuur- en Milieufederatie en anderen: https://www.gnmf.nl/wp-content/ uploads/2019/04/Actieplan-Natuurinclusievelandbouw-Gelderland-def.pdf.
37
Opzet voor databeheer natuur en monitoring Een belangrijk onderdeel van het biodiversiteitsplan wordt een voorstel hoe we de ontwikkeling van biodiversiteit kunnen meten. We verwachten in ieder geval een voorstel voor het gestructureerd oogsten van natuurdata van alle partijen die actief zijn in het gebied. Daarnaast komt er een voorstel voor het beschikbaar maken van de data. Daarmee leggen we het fundament voor monitoring. Scenario’s natuurnetwerk Voor de Wageningse Berg en de uiterwaarden ligt de lat voor biodiversiteit hoog. Samen met Provincie en Rijk willen we bestaande natuur in deze gebieden evalueren vanuit het perspectief van het beleidskader biodiversiteitsverbetering en tot een plan voor versterking komen. We sluiten
Bouwsteen natuur Grebbedijk Bron: Overgenomen uit het verslag van de bouwsteensessie op 13 juni 2017, bijlage 2 ontwerpkaarten.
daarbij uiteraard aan op de biotopen (ook wel: habitattypes) die voor deze gebieden in het kader van Natura 2000 zijn afgesproken.4 Zoals eerder aangegeven starten we met een beeld van de maximale biodiversiteit. Dit kunnen we onderzoeken in scenario’s. Wat moet je je daarbij voorstellen? Voor het project Grebbedijk hebben we voor de bouwsteen natuur twee afbeeldingen gemaakt van scenario’s (zie vorige pagina). Dit zijn voorbeelden van scenario’s ‘procesnatuur’ en ‘maximale diversiteit’. We willen dit ook uitvoeren voor het hele gebied van het natuurnetwerk én op basis van de indicatoren kernfunctie, verbindingsfunctie, volledigheid van ecosystemen. Die scenario’s moeten gebaseerd zijn op gebiedsdata en wetenschappelijk kennis over het functioneren van natuur.
Inspiratiesite: op weg naar vollediger ecosystemen We richten op onze website ‘Wageningen Duurzaam groen’ een pagina in waar we praktische voorbeelden verzamelen van initiatiefnemers uit Wageningen en de regio die volledigere ecosystemen in het buitengebied hebben gemaakt. Op die site hebben we dat al voor een deel voor groen in de stad gedaan. https://wageningenduurzaam.nl/ wageningenduurzaamgroen/biodiversiteit/ Daarmee willen we anderen inspireren. Bij ieder voorbeeld beschrijven we welke acties voor biodiversiteit genomen zijn. Daarnaast moedigen we de initiatiefnemers aan om effecten te meten. Waar moet je op letten als je de biodiversiteit wilt verhogen? Een aantal voorbeelden: • Voor bos: bijvoorbeeld kapbeleid (gericht op oude bomen of niet), opruimbeleid (ba-
lans tussen dood hout en brandgevaar) en toegankelijkheid. • Voor hagen: bijvoorbeeld plantkeuze en onderhoud. • Voor watergangen: bijvoorbeeld verminderen nutriëntendruk, variatie in breedte en diepte, gesegmenteerd onderhoud, wisselende stroming, koppeling van waterbiotopen (mits niet vervuilend), gevarieerde bezonning/beschaduwing, aard van de oever. • Voor graslandbiotopen: bijvoorbeeld mesthoeveelheid (bv. niveaukeuze evenwichtsbemesting), mesttype (bv gerijpte mest), begrazingsdruk, maaibeheer en waterstanden. Een voorbeeld van de doorwerking hiervan is het volgende overzicht van de provincie Brabant voor natuurvormen van graslandbeheer
Voor het uiterwaardengebied van Grebbedijk is er in het voorkeursalternatief een groot aantal natuurverbeteringsprojecten opgenomen. Achter deze voorstellen ligt een uitgebreid onderzoek en veel discussie. We wachten het verloop van dit proces eerst af voordat we volgende stappen zetten. Voor de kern van het Binnenveld wachten we eerst af wat de effecten zijn van de lopende herinrichting, de ontwikkeling van de Binnenveldse Hooilanden. Omdat de herinrichting ‘vers’ is, komt er veel natuurproductie op gang. Toch willen we ook voor dit gebied redelijk snel scenario’s ontwikkelen waarbij de transformatiezone en de noordelijke ecologische verbinding uitgangspunt zijn.
Huidige noordelijke ecologische verbindingszone Bron: Gemeente Wageningen
4. In onderstaande twee links staat het overzicht van die afspraken en in de derde link de verspreiding van een van deze biotopen in het gebied Wageningse Berg. Doelhabitatypes Veluwe (voor de Wageningse Berg) Doelhabitattypes Uiterwaarden Kaart habitattypen Gelderland, Wageningse Berg.
https://www.groenontwikkelfondsbrabant.nl/ homepage/wat-kunnen-wij-voor-u-betekenen/ pachten-van-grond/uitleg-over-pachtpakketten. • Voor akkerbouw: bijvoorbeeld mesthoeveelheid, bestrijdingsmiddelengebruik/onkruidbeheer, mesttype, akkerranden. • Voor tuinbouw en fruitteelt: bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelengebruik, mesttype en gewassenkeuze. Extra tak noordelijke ecologische verbinding via Nergena We werken al enige tijd aan een noordelijke ecologische verbinding tussen de Veluwe en de Utrechtse heuvelrug via het Binnenveld. Deze verbindingszone is zowel landschappelijk als ecologisch belangrijk voor de das en de boommarter. Ook voor kleinere dier- en vogelsoorten is de zone van belang. Dit proces vordert langzaam omdat we afhankelijk zijn van de medewerking van particuliere grondeigenaren. Ook bekijken we nog eens goed of deze zone wel geschikt is voor verschillende diersoorten. Voor het gedeelte tussen de kern van het Binnenveld naar de bossen van de Utrechtse Heuvelrug gaan we (opnieuw) met de gemeente Rhenen in gesprek. We zien mogelijkheden om een extra tak te maken in noordelijke richting langs een historische waterloop en Nergena. Hiermee vergroten we de kwaliteit van de noordelijke verbindingszone.
De combinatie met de waterloop én het landschap van Nergena (kleinschalig en met hoogteverschillen) is een wezenlijke toevoeging aan het tracé door het Bennekomse Veld in onze gemeente. Daarbij komt dat dit tracé weliswaar ook de N781 moet kruisen maar daarna in de oostelijke richting in een extra tak.
In een project werken we het bestaande tracé verder uit, de mogelijkheden van de noordelijke tak en het verloop in de gemeente Rhenen.
hierbij om het creëren van nieuwe natuur, het gaat dus niet om gebieden die momenteel al een hoge natuurwaarde hebben.
Landschapsfonds We richten een landschapsfonds op. Daarmee creëren we middelen om het proces te versnellen, zoals zonneparken, windmolens, tiny houses en andere initiatieven in het buitengebied/ transformatiegebied. Ruimtelijk kader tiny houses Daarnaast is er een initiatief voor tiny houses met nieuwe natuur waarvoor we een ruimtelijk kader gaan opstellen om dit mogelijk te maken. Het gaat
Het historische verloop van een watergang langs Nergena Bron: De afbeelding is eenuitsnede uit de Beken Atlas Veluwe
39
Met tiny houses werken aan nieuwe natuur In het buitengebied van Nederland stapelen diverse opgaven zich op. Er is bij veel agrariërs behoefte aan nieuw financieel perspectief; er is behoefte aan een diverser woonaanbod; er moeten (regionale) stappen worden gezet in het klimaatbeleid; we willen nieuwe natuur realiseren. In het Testlab ‘Nieuw Bos en Klein Wonen’ wordt een denkrichting verkend die een gecombineerde oplossing biedt: hoe kan natuur gerealiseerd worden met een verdienmodel, via het mogelijk maken van Tiny Houses op grond van erfeigenaren? Nieuw perspectief voor erfeigenaren Veel agrariërs hebben het niet gemakkelijk. Landelijk gezien leeft 25% onder de armoede-
Tiny house ontworpen door Studio Walden Bron: Studio Walden
grens en 25% denkt er aan om te stoppen vanwege gebrek aan opvolging. Daarnaast ligt er een toenemende druk op agrariërs vanwege de impact van landbouwactiviteiten op onder andere biodiversiteit, het klimaat en het landschap. Rijk, provincies en gemeenten willen naar een duurzamer en economisch rendabeler buitengebied. Daarbij kun je denken aan verbredende landbouwactiviteiten, waaronder koppelingen met natuurbeheer, recreatie, zorg en wonen. Binnen het Testlab wordt gekeken hoe buitengebied, bewoning en natuur kunnen samengaan. Klimaat- en natuuropgave Nederland wil de komende jaren grote stappen zetten op het gebied van klimaatbeleid. Nieuw bos draagt bij aan de klimaatdoelstellingen. Daarnaast
Financieringsmodel tiny houses Bron: Gemeente Wageningen
zorgen bomen voor een schonere lucht, ze houden water vast en de aanplant van meer bos bevordert de toename van biodiversiteit. Daarnaast wordt door het realiseren van bos voldaan aan de ambitie van de overheid om voor 2027 in totaal 52.000 hectare nieuwe natuur te realiseren. Het Testlab als experimenteerruimte voor functiecombinaties In het Testlab wordt samen met deelnemende gemeenten en provincies het idee uitgewerkt om natuur te ontwikkelen bij erfeigenaren (bijvoorbeeld op landbouwgrond), met Tiny Houses als verdienmodel. Hieronder is een financieringsmodel als voorbeeld uitgewerkt.
Kap van bomen in het bos
Landgoed de Lieskamp
Overzicht instrumenten en rollen Instrument
41
Rol gemeente
Rol samenleving
Betrokken organisaties
Adviseur
Diverse ‘groene’ groepen, SLG en ANV
Afwegingskader (onderdeel visie)
Beleidskader biodiversiteitsplan
Beoordelaar
Programma
Biodiversiteitsplan
Trekker
Project
Overleg en scenario-ontwikkeling versterken biodiversiteit natuurnetwerk
Trekker
Plan voor en begeleiding van extra tak noordelijke verbindingszone.
Partner
Grondeigenaren als partner
Samen met gemeente Ede en grondeigenaren
Inspiratiesite volledige ecosystemen
Partner
Partner
Initiatiefnemers
Ruimtelijk kader tiny houses
Trekker
Adviseur
Diverse ‘groene’ groepen, SLG en ANV, Tiny House Wageningen, Test Lab en Natuurverdubbelaars.
Oprichten landschapsfonds
Trekker
Partner
Verder uitwerken/herdefiniëren huidige tak noordelijke ecologische verbindingszone
Trekker
Adviseur
Grote eigenaren/beheerders kerngebieden, buurgemeenten en andere overheden die verantwoordelijk zijn voor natuurbeleid
SLG en ANV
4.2 Bewegen, recreatie en gezondheid In dit hoofdstuk richten we ons op de opgaven voor gezondheid, bewegen en recreatie. Wat er speelt Gezondheid wordt onder de Omgevingswet een belangrijk onderwerp. Gemeenten worden verplicht dit aspect mee te nemen in hun omgevingsvisies. In de afgelopen twee à drie jaar is er een landelijke agenda ontstaan over dit onderwerp. Daarop staan een gezonde leefomgeving, bewegingsbevordering en subjectieve (ervaren) gezondheid. In Wageningen werken we al enige jaren vanuit de gedachte ‘groen is goed’. Het belang van groen voor de fysieke en mentale gezondheid van onze inwoners is onder andere terug te zien in het sociaal beleid (Samen Wageningen, Kind Centraal), het ruimtelijke beleid (Groenbeleidsplan) en in de regionale gezondheidsvisie. De Omgevingswet biedt nu nog meer ruimte om de maatschappelijke opgave om mentale en fysieke gezondheid te bevorderen, te verbinden met het ruimtelijke domein. Gezonde leefomgeving gaat over schone lucht, niet te veel lawaai, schoon water en schone bodem. In het buitengebied van Wageningen is die leefomgeving redelijk schoon. Bewegingsbevordering gaat hand in hand met recreatie, goede (groene) voorzieningen om te bewegen, een goede bereikbaarheid van die voorzieningen, en een antwoord op de vraag waarom je zou willen bewegen.