CConstaterende datWageningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regiovisie Samenwerking en Opdrachtgeverschap, concept voor consultatie dd 18 oktober 2021

Overige evenementen 28 oktober 2021, gemeente Wageningen12.819 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samenwerking en opdrachtgeverschap Jeugd, WMO, Beschermd Wonen Regio Centraal Gelderland, 18 oktober 2021 concept voor consultatie

Inhoud Voorwoord .............................................................................................................. 3 1

Inleiding................................................................................................................... 4 1.1 1.2

Waarom deze notitie? ........................................................................................................ 4 Reikwijdte ........................................................................................................................... 4

2

Werken vanuit een regionale visie............................................................................ 5

3

Samenwerking in Centraal Gelderland ...................................................................... 6 3.1

Verschillende samenwerkingsniveaus ................................................................................ 7 3.1.1 Bovenregionale samenwerking .............................................................................. 7 3.1.2 Landelijke samenwerking en afspraken.................................................................. 8

3.2 3.3

4

Inkoop en contractafspraken .................................................................................. 11 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

5

Kwaliteit en rechtmatigheid ............................................................................................. 15 Fraude preventie............................................................................................................... 15 Ondermijning .................................................................................................................... 16 Handhaving ....................................................................................................................... 16

Lokale teams en de toegang tot jeugdhulp ............................................................. 17 6.1 6.2

7

Zorgvormen....................................................................................................................... 11 Bekostiging en tarieven .................................................................................................... 11 Monitoring eisen en voorwaarden ................................................................................... 12 Monitoring inzet van aanbieders en producten ............................................................... 12 Transformatie ................................................................................................................... 12 Beheersbaarheid aantal aanbieders ................................................................................. 13 Tussentijdse openstelling.................................................................................................. 13 Onderaannemers .............................................................................................................. 13 12 maanden geen ondersteuning ..................................................................................... 13 Lokale verschillen mogelijk ............................................................................................... 14

Kwaliteit en handhaving......................................................................................... 15 5.1 5.2 5.3 5.4

6

Hoe ziet de governance eruit? ............................................................................................ 8 Communicatie ..................................................................................................................... 9

Toegang tot Jeugdhulp ..................................................................................................... 17 Overlegtafels Jeugd........................................................................................................... 18

Gewenste ontwikkelingen Jeugdhulp ..................................................................... 19 7.1 7.2

Waar staan we? ................................................................................................................ 19 Waar willen we naar toe binnen het jeugddomein? ........................................................ 19 7.2.1 Regionale Transformatieprojecten Jeugd............................................................. 19 7.2.2 Bescherming en veiligheid .................................................................................... 20 7.2.3 Bovenregionale transformatieprojecten Jeugd .................................................... 20

1

7.2.4 Hervormingsagenda Jeugdzorg ............................................................................ 22 7.2.5 Overzicht van de belangrijkste regionale en bovenregionale projecten .............. 22

8

Gewenste ontwikkelingen Beschermd wonen en maatschappelijk opvang.............. 23 8.1 8.2 8.3

9

Samenwerking met andere domeinen .................................................................... 25 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6

10

Waar willen we naar toe binnen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang? .... 23 Transformatieplan Beschermd Thuis 'Samen aan Zet' 2019-2021 ................................... 23 Waar willen we naartoe? Beschermd Thuis in 2033 ........................................................ 24 Gezondheid ....................................................................................................................... 25 Jeugdgezondheidszorg (JGZ) ............................................................................................. 25 Onderwijs .......................................................................................................................... 26 Veiligheid .......................................................................................................................... 26 Veiligheidshuis .................................................................................................................. 26 Omgeving .......................................................................................................................... 27

Bijlagen .................................................................................................................. 28 10.1 10.2 10.3 10.4

Bijlage 1: Lokale visies op het sociaal domein .................................................................. 28 Bijlage 2: De uitgangspunten voor het sociaal domein nader uitgewerkt ....................... 32 Bijlage 3: Norm voor opdrachtgeverschap ....................................................................... 35 Bijlage 4: Overlegtafels in Centraal Gelderland ................................................................ 37

2

Voorwoord De visie op samenwerking in de regio Centraal Gelderland is een uitwerking van de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) die de VNG namens alle Nederlandse gemeenten heeft opgesteld. In deze norm is afgesproken dat gemeenten hun samenwerking in een regiovisie vaststellen en daarmee transparant maken hoe zij samenwerken en invulling geven aan het opdrachtgeverschap. De aanleiding voor de NvO is de vaststelling dat gemeenten een verantwoordelijkheid hebben om regionale samenwerking te verbeteren en het opdrachtgeverschap te versterken om daarmee een goed functionerend zorglandschap vorm te geven. Voor Jeugdzorg geldt dat naast goede afspraken over regionale samenwerking, er op onderdelen ook duidelijkheid moet zijn over bovenregionale samenwerking. Met deze regiovisie willen we daarvoor goede oplossingen bieden, rekening houdend met het beperken dan wel verminderen van onder andere de bureaucratische last voor aanbieders. Diezelfde opdracht geldt voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Voor onze regio heeft dit geresulteerd in een weergave van onze regionale samenwerking zoals wij daaraan hebben gebouwd vanaf 2013 (vaststelling regionale visie op het Sociaal Domein). Daarmee biedt dit document een helder beeld op het ‘wat’ en het ‘hoe’ van onze regionale samenwerking, gericht op het gezamenlijk zo efficiënt mogelijk inzetten van beschikbare tijd en middelen.

Die samenwerking strekt van lokaal met onze inwoners tot en met de bovenregionale afstemming op bestuurlijk niveau en wordt op blz. 7 en 9 schematisch en grafisch weergegeven. Wij stemmen op alle fronten regionaal af over hoe wij opereren, zonder afbreuk te doen aan onze lokale richtinggevende principes voor transformatie en uitvoering binnen het sociaal domein. Onze kracht ligt niet alleen in het samen optrekken maar juist ook in het elkaar ruimte geven, zodat we kunnen samenwerken. Te weinig ruimte leidt tot scheuringen, teveel ruimte leidt tot loslaten. Het is een voortdurend zoeken naar de juiste balans, die wij met elkaar gevonden denken te hebben. Die juiste balans is geen statisch gegeven. Dat kan ook niet binnen een omgeving die sterk in beweging is. Wat op ons afkomt op het gebied van Beschermd Wonen en op het gebied van Jeugd (verbeteragenda jeugdbescherming en het programma Kind en Gezinsbescherming) binnen strakke financiële kaders zal nog de nodige sturingskunst van alle gemeenten op zich en in samenhang vragen. Daarom kijken we elkaar voortdurend in de ogen om af te stemmen, zodat samenwerken geen moeten is maar een willen, omdat het leidt tot behoud van het goede en verbetering voor onze inwoners. Alleen vanuit die optiek is samenwerking vruchtbaar en dus dienstbaar aan onze inwoners.

3

1 Inleiding 1.1

Waarom deze notitie?

In de ledenraadpleging van de VNG op 10 juni 2020 is de Norm voor Opdrachtgeverschap1 aangenomen (zie bijlage 3). Met deze norm zeggen gemeenten collectief dát ze willen samenwerken en hoe ze dat willen doen. In de norm staat de regiovisie centraal. In deze visie spreken gemeenten onderling af op welke taken op het gebied van het sociaal domein ze samenwerken en welke inhoudelijke ontwikkelingen er in de regio gewenst zijn. In Centraal Gelderland wordt binnen het sociaal domein al een aantal jaar intensief samengewerkt. Samenwerken doen we niet alleen onderling, met 11 gemeenten, maar ook met aanbieders, met ervaringsdeskundigen en met partners in aangrenzende domeinen. Deze Visie is daarom niet een nieuw document, we beginnen niet op nul. We bouwen voort op onze bestaande samenwerking en op de regiovisie die we in 2013 met elkaar hebben vastgesteld. Deze 'nieuwe' regiovisie 2021 is bedoeld om onze afspraken over de samenwerking tussen gemeenten onderling, en het opdrachtgeverschap richting onze zorgaanbieders transparant te maken, te herijken en te verstevigen.

1.2

Reikwijdte

Deze regiovisie, die we eerder zien als een nadere notitie op samenwerking en opdrachtgeverschap, heeft primair betrekking op het sociaal domein. In het bijzonder op de taken die de gemeenten hebben op het gebied van de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Voorbeelden van deze regionale samenwerking binnen het Sociaal Domein zijn de regionale inkoop van maatwerkvoorzieningen voor Jeugdhulp en Wmo ondersteuning, de doordecentralisatie Beschermd Wonen, de bovenregionale samenwerking met betrekking tot Jeugdbescherming en essentiële functies voor complexe jeugdzorgaanvragen en de inkoop van inburgering. De deelnemende regiogemeenten komen tot afstemming op uitgangspunten en samenwerking op transformatie en beleidsontwikkeling. Er is wel een verschil waarop de samenwerking is georganiseerd en geformaliseerd voor verschillende onderwerpen. Daarnaast zoeken we afstemming met veel aanpalende terreinen en domeinen. Waar mogelijk worden in dit document ook deze verbanden aangegeven.

1

De Norm voor Opdrachtgeverschap dient niet te worden verward met het opdrachtgeverschap in relatie tot inkoop. Het opdrachtgeverschap in relatie tot inkoop gaat expliciet over verschillende modellen van opdrachtgeverschap die bepalen hoe en welke taken en verantwoordelijkheden bij de marktpartijen worden neergelegd. Wat besluiten gemeenten zelf te doen en hoe willen gemeenten hierop sturen. Daarmee is het opdrachtgeverschap in relatie tot inkoop volgend op de Norm voor Opdrachtgeverschap en de regio visie op samenwerking.

4

2 Werken vanuit een regionale visie In 2013 hebben de gemeenten het document 'Zorg voor de Jeugd, visie van de regio Arnhem2' vastgesteld. “Lokaal wat kan en regionaal wat moet” was daarbij een gedeeld uitgangspunt. Hierbij is afgesproken niet te gaan voor een gezamenlijke betaling en verevening. Immers, elke gemeente ontvangt de middelen vanuit het Rijk die passend zijn voor de problematiek en omvang van haar populatie. Hiermee zorgen we er voor dat de discussies over de inhoud blijven gaan; het organiseren van goede en betaalbare zorg en inkoop daarvan voor onze inwoners. Nu in 2021, acht jaar later, zijn de uitgangspunten van de regionale visie op het sociaal domein nauwelijks veranderd. De basis voor de regionale visie ligt nog steeds bij optelsom van de 11 lokale visies. Ter illustratie daarvan hebben we de huidige lokale uitgangspunten op het sociaal domein bijeengebracht (zie ook bijlage 1). Hieruit blijkt weer dat in alle lokale visies een aantal gelijke uitgangspunten zijn neergelegd. Deze punten kunnen rekenen op een breed draagvlak en vormen de basis voor de regiovisie. De lokale visies hebben de volgende uitgangspunten als gemeenschappelijke noemer: • • • • • • • • • • •

We zetten de vraag van onze inwoners centraal. Daar hoort maatwerk bij. Iedereen heeft andere behoeften en andere mogelijkheden. Daar proberen we met elkaar de juiste en passende hulp bij te vinden; We gaan uit van het versterken van de eigen kracht (zelfstandigheid) van onze inwoners; We willen de zorg zo nabij mogelijk organiseren; We willen dat kinderen zo thuis mogelijk opgroeien: We willen zorgen dat onze inwoners zo veel mogelijk kunnen deelnemen (meedoen) aan het sociaal verkeer en streven daarmee naar een inclusieve samenleving; We gaan uit van positieve gezondheid; We onderschrijven de transformatie naar de nieuwe GGZ (ambulantisering, herstelbenadering); We zetten in op normaliseren. Immers, niet voor ieder probleem is ondersteuning of hulp nodig; We willen hulp en ondersteuning toegankelijk en betaalbaar houden en werken daarom ook gezamenlijk aan transformatie; Voorkomen is beter dan genezen, daarom zetten we in op preventie; We werken middels een integrale aanpak en stemmen zoveel mogelijk af / werken zoveel mogelijk samen tussen de verschillende zorgvormen binnen het sociaal domein.

Zie voor een toelichting op de uitgangspunten bijlage 2.

2

De regio Arnhem is later omgedoopt in de regio Centraal Gelderland.

5

3 Samenwerking in Centraal Gelderland De organisatie van opdrachtgeverschap bij gemeenten bestaat uit twee delen, de politiekbestuurlijke organisatie met de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders die de politiek-bestuurlijke rationaliteit van macht en emotie inbrengt, en de ambtelijke organisatie voor de inhoudelijke en procedurele inbreng. De politiek-en bestuurlijke aspecten worden lokaal doorlopen middels voorstellen van het college aan de raad binnen de begrotingscyclus waar het gaat om de middelen en kaders. Voor de uitwerking van de opdracht dragen de ambtelijke organisaties zorg, onder supervisie van de bestuurders. De wetgever heeft middels de Wmo en de Jeugdwet de raad en/of het college de opdracht gegeven zorg te dragen voor de ondersteuning van hun inwoners. Binnen die wettelijke kaders besluit de raad inzake de lokale kaders en de middelen. Beleidsmatig werken we samen in het volgen van de laatste ontwikkelingen, het delen en up-to-date houden van de benodigde kennis en het delen van ervaringen. Op financieel vlak hebben we sinds 2013 onze afspraken zo simpel mogelijk gehouden: de gebruiker betaalt. Daarmee voorkomen we complexer vereveningsregelingen en de daarmee gepaard gaande bestuurlijke drukte.

Tevens hebben we besloten op inkoop en transformatie samen te werken om daarmee de bureaucratische lasten voor aanbieders zo beperkt mogelijk te houden. Voor aanbieders geldt dat het maken van afspraken met één samenwerkende organisatie veel minder inzet kost dan het maken van vergelijkbare afspraken met elf gemeenten. Voor gemeenten geldt dit voor de organisatie van het contractbeheer, het relatiemanagement en contractmonitoring op kwaliteit en rechtmatigheid. Inkoop SDCG ondersteunt de regio, als expert, adviseur, vraagbaak en procesbegeleider, vanuit haar inkooptaken (juridisch/contractueel, strategisch, procesmatig).

6

3.1

Verschillende samenwerkingsniveaus

Samenwerken doen we op verschillende niveaus: lokaal, regionaal, bovenregionaal en landelijk. In onderstaand schema zijn de belangrijkste onderwerpen per niveau weergegeven. Niveau Lokaal

Welke voorzieningen? • Algemene voorzieningen • Lokaal gecontracteerde voorzieningen Regionaal • Regionaal gecontracteerde maatwerk- en specialistische voorzieningen Bovenregionaal • Specialistische (alleen jeugd) voorzieningen

Beleid • Lokaal beleid

Inkoop • Elke gemeente afzonderlijk: lokale subsidies en contracten

•

Regionale transformatieproject en

•

regionale contracten

•

•

Landelijk • (alleen jeugd en beschermd wonen voor wat betreft de voorzieningen voor zintuiglijk gehandicapten)

•

Bovenregionale transformatieproject en Landelijke programma's

Bovenregionale afspraken, ingebed in regionale inkoop Landelijk Transitiearrangement, ingebed in regionale inkoop

Hoog specialistische voorzieningen

•

Tabel 1: De verschillende samenwerkingsniveaus

3.1.1 Bovenregionale samenwerking3 Ook in bovenregionaal verband werken we, op het jeugddomein, op sommige thema’s met 7 regio’s samen. We zoeken elkaar (bestuurlijk) op waar het samenwerking noodzakelijk is en meerwaarde heeft. We werken inhoudelijk samen als we een gezamenlijk belang hebben dat niet afzonderlijk te organiseren is (noodzakelijk) en zodat we samen sterker staan (meerwaarde). Concreet gaat het om het borgen van de beschikbaarheid, kwaliteit, betaalbaarheid (schaalvoordelen) en transformatie van hoog specialistische zorg. Het gaat om maatwerkoplossingen en nieuwe vormen van jeugdhulp waar de regio’s zelf te weinig volume hebben om krachtig te sturen op de noodzakelijke vernieuwing. Daarnaast wordt aan de hand van de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming gewerkt aan uniforme contracten met gecertificeerde instellingen en aan samenwerkingsafspraken met Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en de lokale teams om de bescherming van kinderen en gezinnen beter te laten verlopen. Bijzonder aan Gelderland is de aanwezigheid van veel jeugdvoorzieningen met een landelijke functie. Dit schept een grotere verantwoordelijkheid dan de eigen Gelderse populatie. De gemeenten waar de voorzieningen gehuisvest zijn, hebben dan ook meerdere belangen dan alleen jeugdhulpbelangen.

Ook de financiële houdbaarheid van de voorzieningen in relatie tot de verdeling in het land speelt hierin mee. Het vergt zorgvuldige afstemming om deze voorzieningen te transformeren en te komen

3

Op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang zijn er op dit moment geen bovenregionale samenwerking en/of afspraken gemaakt, wel is sprake van een landelijke inkoop van voorzieningen voor zintuiglijk gehandicapten door de VNG.

7

tot een evenwichtig regionaal en landelijk voorzieningenniveau. Hier trekken we dan ook zoveel als mogelijk en noodzakelijk is, samen op. In hoofdstuk 7 wordt de bovenregionale samenwerking Jeugd verder toegelicht. 3.1.2 Landelijke samenwerking en afspraken4 De VNG sluit raamovereenkomsten namens alle gemeenten op basis van een Programma van Eisen voor een aantal nader omschreven functies en aanbieders5. In het Landelijke Transitiearrangement (LTA) is afgesproken dat de landelijke afspraken voor de specialistische jeugdhulp voor drie jaar gelden. Het gaat hier om specialistische zorg binnen relatief kleine voorzieningen met landelijke schaal. Landelijke raamcontracten zijn bedoeld voor specifiek aanbod waarvoor geen regionale alternatieven voor handen zijn. Gemeenten hoeven minder contracten af te sluiten, en worden juist ontlast in het sluiten van contracten met aanbieders waar ze relatief weinig van afnemen. Doordat er voor een deel van de jeugdhulp landelijke raamcontracten worden gesloten, is er meer inzicht in de inhoud en spreiding van de meest specialistische functies binnen het zorglandschap. De ontwikkeling van de landelijke afspraken dient in nauwe samenhang met de ordening van de zorg op lokaal en (boven)regionaal niveau te worden gevolgd en afgestemd.

3.2

Hoe ziet de governance eruit?

In 2017 is de regionale samenwerking geformaliseerd middels een Gemeenschappelijke Regeling: De Modulair Gemeenschappelijke Regeling Centraal Gelderland (MGR) met als eerste module de module Inkoop. Met de komst van de Gemeenschappelijke Regeling zijn op dat moment ook de diverse overlegvormen als onderdeel van het governance plan verder geformaliseerd. “De naam module Inkoop is vervolgens gewijzigd in Inkoop sociaal domein Centraal Gelderland (verder te noemen Inkoop SDCG). “Naast Inkoop SDCG, zijn ook het Werkgevers Service Punt (WSP), het Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL) en het Werkgeverschap van medewerkers uit de Sociale Werkvoorziening (WgSW) als module ondergebracht bij de MGR”. De werkvoorziening zelf (de activiteiten) is overgenomen door de gemeente Arnhem (het huidige Scalabor). De samenwerking tussen gemeenten verloopt via meerdere ambtelijke en bestuurlijke overleggen (Regionaal Portefeuillehoudersoverleg Zorg). In het schema op de volgende pagina zijn deze overleggen zo goed mogelijk in beeld gebracht.

4

Op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang zijn er op dit moment geen bovenregionale samenwerking en/of afspraken gemaakt. 5 Doelgroep Hoog specialistische jeugdzorg, weinig voorkomend

8

3.3

Communicatie

De kwaliteit van onze regionale samenwerking wordt tevens bepaald door de kwaliteit van onze communicatie. De informatie die wij met elkaar delen moet efficiënt en effectief zijn en erop zijn gericht inhoud en processen op elkaar af te stemmen. Dat vraagt in ons samenwerkingsmodel om communicatie op maat. Daar waar op ambtelijk gebied voortdurend de diepte wordt gezocht, vraagt communicatie met het bestuur om goed onderbouwde hoofdlijnen zonder het detail niveau dat ambtelijke noodzakelijk is. Datzelfde geldt voor de communicatie met onze raden. Deze laatste vindt voornamelijk plaats vanuit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Hierin is gesteld dat het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling voor het vaststellen van hun (meerjaren beleids)begroting de raden in de gelegenheid stelt om kennis te nemen van de (financiële)voornemens. Daarop kunnen de raden gebruik maken van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze om op die manier hun invloed uit te oefenen. De jaarstukken worden ter kennisname aan de raden gestuurd. Naast deze formele informatieve verbinding met de raden organiseert de module Inkoop met regelmaat (regionale)thema bijeenkomsten en komt op uitnodiging ook toelichting geven op het reilen en zeilen van de MGR. Ook de communicatie met onze aanbieders kent een vergelijkbaar onderscheid.

Daar waar de bestuurders op hoofdlijnen delen, gaan ambtenaren, managers, uitvoerders, klanten en ervaringsdeskundigen in op de details van producten, tarieven en transformatie. Tot slot, en dat is zeker niet het sluitstuk, maar een van de meest belangrijke elementen, de communicatie met onze inwoners. Die wordt voornamelijk, zij het wel op gelijke leest geschoeid, lokaal uitgevoerd via onze gemeentelijke sites en via onze lokale toegangen, de menselijke maat, zo dicht mogelijk bij onze inwoners. 9

Naast het inhoudelijk aspect dat op maat moet zijn, kijken we ook naar het instrument dat wij voor communicatie inzetten. Zo heeft de MGR op haar site uitgebreide informatie inzake inkoop, kwaliteit en tarieven en kunnen uitvoerders inloggen op Vendorlink om hun uitvoering te ondersteunen. Ook voor mededelingen maakt de MGR gebruik van haar site. Daarnaast maken we gebruik regionaal en lokaal van nieuwsbrieven voor aanbieders en voor onze raden. Deze worden ambtelijk en bestuurlijk op inhoud afgestemd, maar hebben daarnaast allemaal hun eigen lokale vertaling, vanuit de flexibiliteit van onze samenwerking en de afspraken die wij hierover regionaal hebben gemaakt. De toegankelijkheid van informatie is ook een punt van aandacht, wederom op maat. De lokale toegangen hebben andere behoeften dan inwoners of aanbieders. Daar passen we het aanbod van informatie op aan: toegankelijk, functioneel en effectief. Communicatie is geen onderwerp dat vanzelf gaat. Het vraagt voortdurend om bewustwording en op elkaar gericht zijn: wie heeft wat nodig. Daarom is input en reflectie vanuit de gebruikers voor ons van groot belang om kritisch te blijven op de kwaliteit en die te kunnen blijven aanpassen/behouden.

10

4 Inkoop en contractafspraken Inkopen is veel meer dan enkel aanbesteden. Inkopen is het proces van vraagontwikkeling (strategische keuzes, beleid, monitoring, evalueren), specificeren, onderhandelen, contracteren, bewaken/monitoring, nieuwe vraagontwikkeling. Het breed en in onderlinge samenhang inzetten van verschillende instrumenten bepaalt in hoge mate de effectiviteit van gemeenten bij de inkoop. Inkopen is dan ook geen statisch proces. Inkopen gaat, naast het uitvoeren van een aanbesteding, ook over het realiseren van gezamenlijke opgaven. Inkopen is daarmee het totale proces waarin plaats moet zijn voor zoeken, onderzoeken, experimenteren en bijstellen. Het is dan ook van belang om te onderzoeken en te definiëren welke problemen er moeten worden opgelost, lokaal en regionaal. Samenwerkende gemeenten dienen zichzelf dan ook een aantal kritische vragen te stellen binnen- interne en externe analyses. De regio dient een duidelijke zorgvraag te bepalen, trends te ontdekken, de markt van aanbieders te verkennen, te bepalen hoe er gestuurd moet worden op de toewijzing, op inhoud, kwaliteit en samenwerking met en tussen aanbieders. De regio wil door ontwikkelen naar netwerk gedragen zorg gericht op de specifieke hulpvraag, waar de cliënt leiden is.

Waar preventie in beeld is, georganiseerd en waar er sprake is van professionele toewijzing op het moment dat alleen ondersteuning met maatwerk nog een oplossing is. Dan kan er gekozen worden voor de best passende opdrachtgeversvorm. De meest bekende hierin zijn het Hoofdaannemersmodel en het Catalogusmodel. En pas daarna wordt gekozen voor het best passende bekostigingsmodel. Bekostiging is slechts één klein instrument binnen de sturing op contractering. Hiermee is de inkoop tevens een belangrijk aspect voor het realiseren van transformaties.

4.1

Zorgvormen

Het zorgsysteem binnen de regio Centraal Gelderland is ingericht in zorgvormen. Hierbij maken we onderscheid tussen Wmo (Wet maatschappelijk ondersteuning) en de Jeugdzorg (Jeugdwet). De Wmo wordt ingezet om zelfstandig te kunnen wonen en mee te kunnen doen in de samenleving. De Jeugdwet is specifiek voor kinderen en jongeren die ondersteuning nodig hebben. Een aantal zorgvormen wordt ingezet voor beide groepen (Wmo & Jeugd): • Zorgvormen Wmo: Beschermd Wonen en Huishoudelijke Ondersteuning • Zorgvormen Wmo & Jeugd: Activerend Werk, Groepsbegeleiding en Begeleiding • Zorgvormen Jeugd: Behandeling, Jeugdbescherming en Verblijf

4.2

Bekostiging en tarieven

In de voorbereiding op de Inkoop 2020 is uitgebreid onderzoek gedaan naar de best passende bekostigingsvorm. Voor vrijwel alle producten is gekozen voor een inspanningsgerichte Bekostigingsvorm (PxQ). Op basis van regionale en bovenregionale afspraken wordt een taakgerichte bekostigingsvorm toegepast voor specifieke taken of functies (locaties waar jeugdigen kunnen verblijven bij crisissituaties of landelijke functies).

11

Tarieven zijn transparant en opgebouwd op basis van kostprijselementen uit de AmvB reële prijzen. De regio heeft bij het tot stand laten komen van de tarieven gebruik gemaakt van input uit de markt en ondersteuning van een externe specialist.

4.3

Monitoring eisen en voorwaarden

Binnen de nieuwe contractering per 1 juli 2020 zijn aanbieders gehouden aan alle eisen en voorwaarden die in de kwalificatie met hen zijn overeengekomen. Binnen onze Toelatingsprocedure zijn de eisen en voorwaarden als volgt opgebouwd: - Algemene eisen en voorwaarden geldend voor alle gecontracteerde aanbieders o Algemeen programma van eisen o Algemene inkoopvoorwaarden o Specifieke inkoopvoorwaarden - Zorgvorm specifieke eisen en voorwaarden geldend voor alle aanbieders gecontracteerd binnen een bepaalde zorgvorm - Product specifieke eisen en voorwaarden gelden voor alle aanbieders gecontracteerd voor een bepaald product. Naast het geven van een zorgtoewijzing dient de lokale toegang de uitvoering van de gegeven opdracht, op deze onderdelen, te monitoren. Indien aanbieders geen uitvoering geven aan toegewezen opdrachten zoals dit is afgesproken dient de lokale toegang hiervan een signaal af te geven in het contractmanagementsysteem, Vendorlink. Daarnaast wordt de contractmonitoring uitgevoerd vanuit de kwaliteitscoördinatie (Signaalgericht toezicht, Proactief toezicht, rechtmatigheidstoezicht, kwaliteitstoetsing, jaarrekeningcontrole, maand- en jaarverantwoordingen) en de contractgesprekken. De contractgesprekken worden voor een deel gevoerd met de belangrijkste gecontracteerde aanbieders in de regio, maar ook worden gesprekken gevoerd op basis van signalen.

Tijdens de contractgesprekken wordt gewerkt vanuit een agenda, maar in ieder geval wordt met aanbieders ook gesproken over de bijdrage van de aanbieder aan regionale transformatie en beleidsdoelen.

4.4

Monitoring inzet van aanbieders en producten

De 11 gemeenten monitoren zelf de inzet van aanbieders in hun gemeenten, de doelmatigheid van de producten en zij volgen daarbij opvallende trends. Om de ontwikkelingen en de effecten van het lokaal en regionaal beleid op regionaal niveau te kunnen volgen wordt gewerkt aan een regionale monitor. Daarvoor is het noodzakelijk dat alle gemeenten hun gegevens delen. In de zomer van 2021 zijn nog niet alle gemeenten op de regionale monitor aangesloten.

4.5

Transformatie

De samenwerkende gemeenten binnen de regio Centraal Gelderland staan voor uitdagingen met het oog op politieke-, economische-, budgettaire-, bestuurlijke- of organisatorische ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen kunnen, onder andere, teweeg brengen dat: • Een krimp of groei van cliënten ontstaat: • Producten worden aangepast; • Producten worden vervangen door nieuwe producten; • Producten worden beëindigd; • Producten worden samengevoegd ten behoeve van flexibel maatwerk; 12

• • • • • • • •

Producten worden omgezet van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening; Pilots worden geïnitieerd en uitgevoerd; Andere vormen van financiering worden ontwikkeld; Tarieven wijzigen; Aanvullende afspraken bij het SAP (Standaard Administratie Protocol) worden toegevoegd of aangepast; Programma’s van eisen worden aangepast; Specifieke Inkoopvoorwaarden worden aangepast; Het aantal deelnemende gemeenten wijzigt (toetreden, uittreden).

Met de voorwaarde dat aanpassingen tijdig worden gecommuniceerd en, in principe, vooraf worden verkend met betrokken aanbieders, is het mogelijk binnen de semi open toelatingsprocedure aanpassingen door te voeren.

4.6

Beheersbaarheid aantal aanbieders

De geschiktheid, kwaliteit en rechtmatigheid van gecontracteerde aanbieders is bij inschrijving op de Inkoop 2020 uitgebreid getoetst. De hoogwaardige toetsing aan de voorkant heeft ook geleid tot beduidend minder aanbieders per gemeente. Dit was ook één van de uitgangspunten voor de Inkoop 2020 en de toelatingsprocedure heeft hierin zijn werk gedaan.

4.7

Tussentijdse openstelling

Na de uiterste inschrijfdatum is de toelatingsprocedure gesloten voor nieuwe toetreding. Alleen wanneer gemeenten aangegeven dat er sprake is van onvoldoende gecontracteerd aanbod op een product of een bepaalde specialiteit wordt gemist, kan worden overgegaan tot een tussentijdse openstelling.

4.8

Onderaannemers

Inschrijving met onderaannemers was bij de inkoop 2020 toegestaan. Aanmelding van nieuwe onderaannemers is in een procesbeschrijving geregeld. Gemeenten kunnen, per zorgvorm en/of product zelf kiezen of zij aanmelding van nieuwe onderaannemers willen toestaan. Wanneer het is toegestaan om nieuwe onderaannemers aan te melden, worden de onderaannemers uitgebreid getoetst.

4.9

12 maanden geen ondersteuning

Per gemeente is het mogelijk om per zorgvorm de toetreding van aanbieders te beëindigen die 12 maanden of langer geen ondersteuning hebben geleverd aan die specifieke gemeente. Uiteraard moeten gemeenten, vanuit de vraag goed bepalen of er voldoende gecontracteerd aanbod is, maar de mogelijkheid bestaat om evolutionair het aantal aanbieders te verminderen en te komen tot een uitgebalanceerd aanbod.

13

4.10 Lokale verschillen mogelijk In een brief ‘Perspectief voor de jeugd’ van 20 maart 2020 (kenmerk 1663105-203241-J) die minister Hugo de Jonge aan de Tweede Kamer heeft geschreven, geeft hij zijn zienswijze aan over de wettelijke ondersteuning van regionale samenwerking op het gebied van jeugdhulp. Hierin is opgenomen dat aanpassing van regelgeving voorbereid op de volgende terreinen: Gemeenten in een regio werken (ten minste) samen bij de organisatie van specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering; Gemeenten werken samen in vaste regionale verbanden voor specifieke taken; Zorgvormen die in ieder geval regionaal georganiseerd dienen te worden; Regio’s komen tot bovenregionale afstemming over bepaalde onderwerpen. De regelgeving heeft tot doel een effectieve samenwerking te ondersteunen maar ook om in te kunnen grijpen wanneer het niet goed gaat met de regionale samenwerking. Binnen de regio Centraal constateren we dat de regionale samenwerking stevig staat. Daar mogen we trots op zijn. Eén van de uitgangspunten binnen onze Regio is dat het inkoopsysteem flexibel moet zijn en gemeenten de gelegenheid moet bieden om per zorgvorm te kunnen bepalen of zij regionaal contracteren of hier lokaal uitvoering aan willen geven. De regionaal gekozen semi open toelatingsprocedure biedt hierin alle mogelijkheden.

Gemeenten kunnen regionaal meedoen, maar ook de keuze maken om bepaalde zorgvormen lokaal in te kopen. Ook biedt de Toelatingsprocedure gemeenten de gelegenheid om, binnen bepaalde kaders, pilots uit te voeren. Voorbeelden van het flexibele karakter van de regionale toelatingsprocedure is de lokale inkoop van de gemeente Rheden en Rozendaal voor de zorgvormen Begeleiding en Behandeling. Deze gemeenten hebben de keuze gemaakt om een deel van deze zorgvormen niet meer binnen de regionale inkoop af te nemen. Daarnaast hebben de gemeente Overbetuwe en de gemeente Wageningen de huishoudelijke ondersteuning lokaal ingekocht. Binnen de regionale contractering bereidt de gemeente Wageningen op dit moment een pilot voor op de zorgvorm Behandeling en voert de gemeente Arnhem een pilot uit op de zorgvorm Begeleiding voor zowel jeugd als Wmo. Gemeenten die voor zorgvormen zijn uitgetreden kunnen later de keuze maken om weer toe te treden. Gemeenten kunnen binnen de regionale samenwerking eigen lokale keuzes maken binnen de grenzen van doelmatigheid en rechtmatigheid. Van de resultaten van de verschillende pilots die lokaal of regionaal worden uitgevoerd houden we elkaar op de hoogte, zodat we hier in gezamenlijkheid van kunnen leren.

Ten behoeve van het beperken van bureaucratische inzet voor aanbieders, is het van belang om als regio in de inkoop zoveel mogelijk samen te (blijven) optrekken. Voor kosten die aanbieders maken in dubbele aanbestedingen of uitvragen voor offertes moet immers ook dekking zijn en dat werkt onbedoeld prijs opdrijvend. Het is zaak om elkaar daarop scherp te houden.

14

5 Kwaliteit en handhaving Met betrekking tot de naleving van de gestelde eisen en voorwaarden wordt regionaal ingezet op de toetsing en handhaving op zowel kwaliteits- als rechtmatigheidsniveau. De inrichting en uitvoering van preventie, toezichts- en handhavingstaken op regionaal niveau zorgt voor een grotere nalevingsbereidheid en een inwoner die krijgt waar hij recht op heeft. Daarnaast wordt ingezet op de samenwerking tussen de diverse toezichthouders en functionarissen binnen de regio, met als doel een integrale aanpak kwaliteit en rechtmatigheid te bewerkstelligen. Inmiddels zijn er diverse instrumenten ontwikkeld die hieraan een bijdrage leveren, waaronder het regionaal signalenoverleg, de jaarrekeningenanalyse en de uitvoer van quick scans.

5.1

Kwaliteit en rechtmatigheid

Zoals uitgelegd in paragraaf 4.3 (monitoring eisen en voorwaarden) zijn alle eisen en voorwaarden belegd in onze inkoopdocumenten. Binnen onze Toelatingsprocedure zijn de eisen en voorwaarden als volgt opgebouwd: - Algemene eisen en voorwaarden geldend voor alle gecontracteerde aanbieders o Algemeen programma van eisen o Algemene inkoopvoorwaarden o Specifieke inkoopvoorwaarden - Zorgvorm specifieke eisen en voorwaarden geldend voor alle aanbieders gecontracteerd binnen een bepaalde zorgvorm - Product specifieke eisen en voorwaarden gelden voor alle aanbieders gecontracteerd binnen een bepaald product. Bij inschrijving op de Inkoop 2020 zijn de geschiktheid, kwaliteit en rechtmatigheid van gecontracteerde aanbieders uitgebreid getoetst. Dit was ook één van de uitgangspunten van deze inkoop. Naast de schriftelijke beoordeling hebben aanbieders ingeschreven met een plan van aanpak (specifiek voor iedere zorgvorm) en zijn met alle aanbieders verificatiegesprekken gevoerd. Op dit moment ligt de focus op het vervolg: het bewaken van de kwaliteit en de rechtmatigheid: Is er geleverd wat er is afgesproken en heeft het opgeleverd wat is afgesproken. Het indiceren op inputoutput staat sturing op outcome niet in de weg. Vanuit dit perspectief trekken we regionaal op omdat de urenbelasting lokaal incidenteel een te zware wissel trekt op de lokale ambtelijke inzet.

Tevens wordt de verbinding gemaakt met Veiligheid, waarbinnen de focus meer ligt op preventie van fraude en het voorkomen van ondermijning.

5.2

Fraude preventie

Als regio is het onze wens dat onze inwoners van passende zorg gebruik kunnen maken én om de voorzieningen ook naar de toekomst betaalbaar te houden. Daarbij past het niet dat bedrijven en instellingen in de zorg hoge winsten behalen. We kunnen dit niet 100% voorkomen, maar streven er naar door preventieve toetsing de rotte appels uit onze contracten te weren. Daartoe werken wij regionaal in het analyseren van de data uit jaarrekeningen, indicaties en verzilvering om uitschieters te kunnen traceren en met hen in gesprek te gaan.

15

5.3

Ondermijning

De verweving van (drugs)criminaliteit met meerdere maatschappelijke sectoren in ons land strekt zich ook uit tot binnen het sociaal domein. Voor onze regio is het zaak om ervoor te zorgen dat we goed geïnformeerd zijn, dat signalen direct worden opgepakt zodat criminaliteit geen voet aan de grond krijgt. Zowel bij ondermijning als bij de preventie van fraude is het essentieel dat de verschillende gemeentelijke domeinen – met name openbare orde en veiligheid en het sociaal domein –, maar ook de partners in de keten elkaar op alle niveaus blijvend weten te vinden. Aangezien veel zorgaanbieders regionaal (of zelfs landelijk) actief zijn, wordt door de projectgroep ‘Samen Weerbaar’ gewerkt aan een aanpak georganiseerd in districten om de pak- en slagingskans te vergroten. Daar waar mogelijk zullen processen voor het gehele district gestandaardiseerd worden. Dit geldt in elk geval voor het proces van (fraude)signaal tot interventie en het maken van samenwerkingsafspraken met de partners (denk aan politie, OM, IKZ, IGJ). Om deze districtelijke aanpak te laten slagen, is het essentieel dat naast de regionale ontwikkelingen, de gemeenten een aantal (organisatorische) randvoorwaarden op orde brengen, zodat zij een volwaardig partner in de aanpak kunnen zijn.

Om signalen te kunnen opvangen, interpreteren en doorzetten, is het van belang dat alle medewerkers van gemeenten, de inkooporganisatie maar ook onze inwoners alert zijn en weten waarop te letten. Informatie en kennisdelen zijn vanuit dit aspect essentieel en krijgen lokaal en regionaal dan ook onze aandacht in de vorm van thema bijeenkomsten (kennisdelen). Met betrekking tot onze inwoners is het van belang dat onze toegangen informatie kunnen verstrekken, een luisterend oor bieden en alert zijn op hoe door aanbieders met onze inwoners wordt omgegaan.

5.4

Handhaving

Om een bepaalde mate van naleving te bewerkstelligen of af te dwingen hebben we diverse handhavingsmiddelen ter beschikking. Uitkomsten van onder andere onderzoeken bij aanbieders kunnen ertoe leiden dat wordt besloten over te gaan tot handhaving. Herstelaanbod is een eerste stap in het bevorderen van naleving van de gestelde eisen en voorwaarden, waarbij de uitvoering van de verbetermaatregelen worden gemonitord. Afhankelijk van de aard kan bij ernstige tekortkomingen, fouten of misstanden kan worden overgegaan tot het inzetten van een formele maatregel, waaronder een bestuurlijke boete, een cliëntenstop en/of beëindiging van het contract. Momenteel ligt de focus op de ontwikkeling van een regionaal handhavingskader, waarin zowel de regionale als de lokale handhavingsmaatregelen uiteen zijn gezet en ondersteunen in een eenduidige aanpak van malafide zorgaanbieders.

16

6 Lokale teams en de toegang tot jeugdhulp Elke gemeente is zelf verantwoordelijk voor het vormgeven van een Lokaal Team. Vanuit de regionale visie vinden wij het belangrijk dat alle Lokale Teams voldoen aan dezelfde basiseisen. We sluiten daarbij voor een groot deel aan bij de inzichten die KPMG, in opdracht van de VNG en het ministerie van VWS, in beeld heeft gebracht: • • • • •

Het is nodig dat Lokale Teams voldoende inhoudelijke expertise beschikbaar hebben; Lokale Teams horen zicht te hebben op de individuele en collectieve vraagstukken; Lokale Teams leveren ook zelf (kortdurende) concrete ondersteuning; Er is een goede visie nodig van de gemeenten op de inrichting van de toegang/ Lokale Teams. Er is inzicht en overzicht nodig met betrekking tot gecontracteerde aanbieders. Welke aanbieders doen het goed, beter dan anderen en wat zijn de specialismen van je aanbieders. Dit ondersteunt een afgewogen toewijzing op het moment dat dit van het Lokale Team wordt gevraagd.

Op basis van deze inzichten zijn vijf basisfuncties voor de Lokale Teams benoemd. 1. Veilige leefomgeving: houdt altijd oog voor een veilige leefomgeving van de inwoner; 2. Tijdig signaleren van de vraag: wees outreachend en maak verbinding met de inwoner en zijn omgeving; 3. Handelen met een brede blik: verhelder de vraag, plan van en met het huishouden en verleen ondersteuning, beleg de regie, maak duidelijke afspraken en houd een vinger aan de pols; 4. Vindt bereikbare en toegankelijke hulp: wees toegankelijk en vindbaar en voer een goede triage uit; a. Ken het preventieve veld (sociale participatie, fysieke gezondheid, mentale gezondheid, wonen, Algemene Dagelijkse Levensbehoeften /huishouden, mobiliteit, regie, opvoeden, financiën, werk en opleiding) b. Ken je sociale kaart c. Weet wat de lokale algemene voorzieningen zijn d. Ken de voorliggende voorzieningen 5. Leren en verbeteren: verzamel inzichten, ga erover in gesprek en durf te veranderen. De gemeenten in de regio onderschrijven deze basisfuncties. De individuele gemeenten zijn ieder zelf verantwoordelijk voor het beleggen van deze 5 basisfuncties in hun Lokale Teams.

6.1

Toegang tot Jeugdhulp

Waar alleen de gemeente verantwoordelijk is voor de toegang tot Wmo, loopt de toewijzing van jeugdhulp via drie verschillende lijnen: 1. Via de Lokale Teams van de gemeente Deze Lokale Teams zijn lokaal georganiseerd. Gemeenten hebben hun eigen keuzen gemaakt in de vormgeving, inrichting en doorontwikkeling van de Lokale Teams. 2. Via de huisartsen, jeugdartsen en medische specialisten (alleen voor jeugdhulp) De medisch specialisten zijn een belangrijke verwijzer voor kinderen en jongeren, met name naar de jeugd-GGZ. Op lokaal niveau hebben gemeenten en huisartsen afspraken gemaakt over de inzet van jeugdhulp, de samenwerking en de inzet van praktijkondersteuners (POH). De afspraken zijn verschillend, er is nog geen dekkend netwerk van praktijkondersteuners.

17

3. Via de Jeugdbescherming (Gecertificeerde Instellingen, ook alleen voor jeugdhulp) Jeugdbeschermers zetten vaak jeugdhulp in ter ondersteuning van de jongeren en het gezin waar zij in opdracht van de Rechtbank op toezien. Het gaat vaak om duurdere vormen van jeugdhulp, waaronder verblijf. Ondanks dat de toegang tot specialistische jeugdhulp ook via andere kanalen dan de gemeente loopt, is de rol van de Lokale Teams bij de toewijzing tot gespecialiseerde jeugdhulp uitermate belangrijk. In de contractering van onze maatwerkvoorzieningen is de afspraak dat ook bij geautoriseerde verwijzing de ondersteuningsplannen door aanbieders moeten worden afgestemd met de Lokale Teams. Op deze wijze hebben gemeenten zicht en enige controle op aard en de duur van ingezette zorg en ondersteuning waarvoor zij betalen.

6.2

Overlegtafels Jeugd

In de regio worden verschillende overlegtafels georganiseerd waar individuele jeugdcasussen met specifieke problematiek besproken kunnen worden om besluiten te kunnen nemen over het waarborgen van de veiligheid en/of de inzet van hulp. Dit gebeurt met toestemming en zo mogelijk in aanwezigheid van betrokkenen. De belangrijkste overlegtafels zijn: •

Beschermingstafel Doel: besluitvorming of er al dan niet een beschermingsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming moet worden ingezet, inclusief het maken van veiligheidsafspraken

•

Perspectiefoverleg Doel: optimale analyse maken van de situatie van de jeugdige en het creëren van duurzaam perspectief; beter maatwerk met integrale, passende oplossingen voor jongeren en gezinnen met complexe problematiek; voorkomen en verminderen van het aantal uithuisplaatsingen en het aantal jongeren in verblijf; zorgen voor passende in-, door- en uitstroom van de jeugdige.

•

MDA++(multi disciplinaire aanpak) Doel: intersectoraal regie voeren vanuit een systematische visie en aanpak waarbij structurele veiligheid van gezinnen voorop staat.

•

MDO (multi disciplinair overleg ) Huiselijk Geweld Doel: Het komen tot een gezamenlijk persoonsgericht plan van aanpak dat leidt tot het stoppen van het geweld en een veilig perspectief biedt.

Zie bijlage 4.

18

7 Gewenste ontwikkelingen Jeugdhulp 7.1

Waar staan we?

In 2000 had 1 op de 27 kinderen in Nederland een vorm van jeugdhulp, in 2021 is dat 1 op de 8! De regio heeft, net als de rest van Nederland, te maken gehad met een dramatische toename van het gebruik van jeugdhulp. Deze is vele malen groter dan verwacht bij de overdracht van de jeugdzorg naar gemeenten in 2015. Het doel van de decentralisatie was juist gericht op minder zorg en met name het indammen van de steeds verder oplopende kosten van vóór 2015. De gedachte was dat zorg nabij zou leiden tot minder en kortere inzet van de jeugdhulp. Wat we echter zien is een enorme toename die moeilijk te duiden valt. Het onderzoek naar de financiële tekorten binnen de Jeugdzorg, van AEF ‘Stelsel in Groei’, laat zien dat de kosten vanaf 2017 flink zijn gestegen. In het onderzoek wordt gesteld dat er niet direct sprake is van een stijging van het aantal jongeren met jeugdzorg als wel de achterblijvende uitstroom en de hogere kosten per jongere in zorg per jaar. Dit geldt zowel voor individuele als voor groepsgerichte voorzieningen. Het onderzoek laat echter ook zien dat er met preventie en vroegsignalering binnen de Jeugdzorg weliswaar sprake is van een stijging in de kosten van de Jeugdzorg, maar dat over de andere domeinen, sprake is van een netto positief financieel effect. Aanpak in een vroeg stadium kan erger voorkomen en daarmee inzet op zwaardere zorg.

De situatie is voor onze regio niet anders dan voor anderen. Er is sprake van afbakening tussen de verschillende domeinen en een stijging van kosten binnen de Jeugdhulp, maar een netto positief effect over alle domeinen heen. Deze situatie vraagt om een uitgebalanceerde samenwerking met de andere domeinen, lokaal en regionaal, met investering op het (preventieve) voorveld. Het is aan onze regio om te besluiten hoe we hier mee om willen gaan.

7.2

Waar willen we naar toe binnen het jeugddomein?

Binnen het jeugddomein hebben we uitdagingen op bovenregionaal, regionaal en lokaal niveau. De uitdagingen op regionaal en bovenregionaal niveau zijn aan het einde van deze paragraaf in een figuur verder uitgewerkt. De uitdagingen op lokaal niveau verschillen per gemeente, en zijn daarom niet uitgewerkt in deze regionale visie. 7.2.1 Regionale Transformatieprojecten Jeugd Onze regionale ambities zijn vastgelegd in het Transformatieplan jeugd 2018-2021. Dit jaar hebben we met name gebruikt om hierbinnen een laatste eindsprint te trekken. Op korte termijn zal besloten moeten worden hoe we met deze projecten verder willen gaan.

19

Versterken van de lokale toegang We organiseren kennis- en inspiratiesessies voor managers en medewerkers van de lokale teams en we gaan onderzoeken hoe we zorg op school kunnen verbeteren. Transformatie van ambulante specialistische jeugdhulp

Om minder verblijf te kunnen realiseren, is het noodzakelijk dat we ons ambulante aanbod door ontwikkelen zodat meer problematiek behandeld kan worden in de thuissituatie. Hierbij werken we intensief samen met aanbieders, en zetten we in op gepast gebruik. De belangrijkste thema's in 2021 zijn het faciliteren van de beweging naar 0 door het ontwikkelen van ambulante alternatieven; het ontwikkelen van sturingsinstrumenten gepast bij gebruik ASJ; aanbieders investeren in gepast gebruik. Transformatie van verblijf

In dit thema wordt gewerkt aan het terugdringen van het aantal jongeren in verblijf (algemeen) en op terreinvoorzieningen in het bijzonder. De belangrijkste thema's in 2021 zijn het doorontwikkelen van het Perspectiefoverleg; de transitie van de Jeugdzorgplus; het maken van afspraken met het Collectief van aanbieders verblijf; en het ontwikkelen van Kleinschalig verblijf. Complexe scheidingen

In 2021 zijn we gestart met een pilot digitaal scheidingsloket. Daarnaast zijn we bezig met het ontwikkelen van meer passend en voorliggend aanbod op dit thema, het ontwikkelen van een expertteam door consulenten extra te scholen op dit onderwerp. En gaan we starten met een pilot uniform hulpaanbod. 7.2.2 Bescherming en veiligheid Naast de vier thema's vanuit het Regionaal Transformatieplan uit 2018 wordt gewerkt aan een verbetering van de aanpak rondom veiligheid en bescherming van kinderen en gezinnen. Daarbij worden de afspraken die gemaakt zijn rondom de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming vertaald naar de praktijk in Centraal Gelderland. Daarnaast wordt gewerkt aan een verbetering van de samenwerking tussen Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen, raad voor de Kinderbescherming en Lokale Teams. Dit gebeurt onder andere via het voorbereiden van een toekomsttuin (pilot) voor bescherming en veiligheid. 7.2.3 Bovenregionale transformatieprojecten Jeugd Bovenregionale samenwerking kennen we op dit moment alleen binnen het jeugddomein. Het gaat daarbij om het maken van afspraken over de beschikbaarheid van (hoog) specialistisch jeugdzorgaanbod. De zeven Gelderse jeugdhulpregio’s Achterhoek, Centraal Gelderland, Food Valley, Midden-IJssel / Oost-Veluwe, Nijmegen, Noord-Veluwe en Rivierenland werken met elkaar samen.

De samenwerking komt voort uit de overtuiging dat regio’s samen meer weten dan alleen, dat regio’s van elkaar kunnen leren en dat er efficiencyvoordelen te behalen zijn door dingen samen te doen. Bovenregionale inhoudelijke afstemming is het uitgangspunt. Er is geen sprake van bovenregionale contractering.

20

Bovenregionaal Expertisecentrum Gelderland BOEG BOEG is een netwerkorganisatie die aangestuurd wordt door een stuurgroep namens de 7 Gelderse Jeugdhulpregio’s. BOEG heeft een netwerk van superspecialisten om de regionale expertteams te ondersteunen, organiseert hulp bij vastgelopen casussen, en voorzieningen die de hiaten in het zorglandschap oplossen. Daarnaast faciliteert ze de kennisontwikkeling. Formeel valt BOEG onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Nijmegen, die als coördinerende gemeente in Gelderland door VWS is aangewezen om een bovenregionaal netwerk voor jeugdhulp te ontwikkelen en vorm te geven. Transformatie JeugdzorgPlus Jeugdzorgplus en 3 milieu voorzieningen. Jeugdzorg plus is een vorm van gesloten jeugdhulp die wordt geboden aan kinderen en jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening. Zonder behandeling vormen zij een risico voor zichzelf of hun omgeving. Een verzoek tot Jeugdzorgplus kan worden ingediend door een gemeente, de Raad voor de Kinderbescherming, een Gecertificeerde Instelling of de Officier van Justitie. De kinderrechter beslist of een jongere in de Jeugdzorgplus geplaatst wordt. De Gelderse regio’s willen in gezamenlijkheid kijken naar hoe JeugdzorgPlus anders kan worden georganiseerd: kleinschaliger (geen leefgroepen maar gezinshuizen) en dichterbij (meer nabij in de regio).

De vastgoedtransitie is een verdere aanleiding om tot een bovenregionaal afgestemd inhoudelijke visie op JeugdzorgPlus te komen, met een bijpassend plan. We willen voorkomen dat de afbouw per JeugdzorgPlus instelling op zichzelf staande projecten worden en er te scherp wordt afgebouwd, onder een telkens verschillend regime. Op 1 oktober moet er een strategisch vastgoedplan liggen dat is afgestemd tussen aanbieders en gemeente. Trekker is regio Midden-IJssel/ Oost-Veluwe, die nauw samenwerkt met Ermelo en Arnhem als account houdende gemeenten van respectievelijk ’s Heeren Loo en Pactum / OG Heldring. Drie milieu voorzieningen zijn eveneens bedoeld voor kinderen en jongeren met zware problematiek. Er wordt niet allen hulp geboden, maar ook onderwijs en vrije tijd. Het is een open voorziening. In de zomer van 2021 werkt het Ministerie van VWS aan een regeling om ook deze voorzieningen te vormen. Ook zal dit bovenregionaal worden opgepakt. Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming Onder jeugdbescherming wordt formeel verstaan het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen zoals toezicht, voogdij of uithuisplaatsing en jeugdreclassering. De Verbeteragenda is tot stand gekomen na het landelijke Inspectierapport 'Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd'. Het is een gezamenlijk project waar afspraken gemaakt gaan worden over uniformering in de inkoop van de functies jb/jr.

De ambitie van de regio’s is dan om te komen tot uniforme contractering van jb/jr bij de vier Gelderse organisaties voor jeugdbescherming (de Gecertificeerde Instellingen of GI’s): eenduidige productcodes, eenduidige tarieven en eenduidig contractmanagement. Daarnaast worden afspraken gemaakt over de samenwerking in het veiligheidsnetwerk, samen met Veilig Thuis-organisaties, Gecertificeerde Instellingen, Raad voor de Kinderbescherming, Lokale Teams, gemeenten en jeugdhulpregio's. Daarmee wordt tevens geanticipeerd op het landelijke Toekomstscenario voor kind- en gezinsbescherming. Trekker van de verbeteragenda is de regio Centraal Gelderland als accounthoudende regio voor de Jeugdbescherming Gelderland.

21

Overige projecten • Beschikbaarheid High Intensive Care plekken: dit is een klinische Jeugd-GGZ voorziening met bedden. De Gelderse jeugdregio’s hebben afspraken gemaakt over de solidaire bekostiging van deze bedden zodat de beschikbaarheid gegarandeerd is voor de kinderen. Trekker is Nijmegen. • Spoed Eisende Zorg: Er is een team Spoedeisende Zorg (SEZ) van Jeugdbescherming Gelderland die direct (binnen 3 uur) intervenieert in een crisissituatie bij een jeugdige (en zijn gezin). Ook hier is de beschikbaarheid nu gegarandeerd. Trekker is de jeugdregio Achterhoek. • Uniforme verwijzing rechtbank naar hulpaanbod gemeenten: Er is een pilot gestart Uniforme verwijzing van de Rechtbank naar hulpaanbod scheidingsinterventies in Gelderland (UHA Gelderland). Doel is een jeugdige zo snel mogelijk de meest passende hulp te bieden, als zijn ouders scheiden en hij daardoor in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Trekker is Regio de Achterhoek. 7.2.4 Hervormingsagenda Jeugdzorg Rijk en gemeenten hebben in juni 2021 afgesproken om op korte termijn afspraken te maken over een hervormingsagenda. Daarmee moet het jeugdstelsel op den duur beter gaan werken en financieel houdbaar worden. Dat hebben ze besloten naar aanleiding van het oordeel van de arbitragecommissie over de tekorten in de jeugdzorg.

De exacte impact van deze hervormingsagenda is nog niet duidelijk, wel wordt verwacht dat er meer taken en verantwoordelijkheden komen te liggen bij de (boven)regionale samenwerking in de jeugdzorg.

7.2.5

Overzicht van de belangrijkste regionale en bovenregionale projecten

22

8 Gewenste ontwikkelingen Beschermd wonen en maatschappelijk opvang 8.1

Waar willen we naar toe binnen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang?

Hoewel alle gemeenten wettelijk verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen op grond van de Wmo 2015, is op dit moment de gemeente Arnhem nog centrumgemeente voor beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. De centrumgemeente ontvangt de financiële middelen en voert de taak voor de regio uit, met uitzondering van de gemeente Wageningen. Het Rijk heeft besloten om vanaf 1 januari 2022 te starten met de (inhoudelijke) doordecentralisatie van beschermd wonen. Dit betekent dat beschermd wonen vanaf 1 januari 2022 ook qua uitvoering de taak van elke gemeente wordt. Vier jaar na inwerkingtreding van de doordecentralisatie van beschermd wonen zal een besluit over maatschappelijke opvang worden genomen. Omdat de doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang is opgeschoven, wordt maatschappelijke opvang in dit hoofdstuk verder niet uitgewerkt. De financiële doordecentralisatie op basis van een objectief verdeelmodel gebaseerd op het inwoneraantal, start een jaar later en werkt met een ingroeipad van 10 jaar (2023-2032). De doordecentralisatie en transformatie beschermd wonen is gebaseerd op het rapport 'Toekomst Beschermd Wonen, van Beschermd wonen naar een Beschermd Thuis' van de commissie Dannenberg. In dit rapport wordt een nieuwe visie op beschermd wonen en maatschappelijke opvang gegeven.

Deze visie gaat uit van een inclusieve samenleving waarin ook mensen met psychische problematiek midden in de samenleving kunnen leven en meedoen. De gemeenten staan dus voor een grote transformatieopgave om een breed palet aan voorzieningen en woonvormen te bieden, variërend van zelfstandig wonen met lichte vormen van begeleiding tot gespecialiseerde opvang en beschermd wonen. In de regio Centraal Gelderland speelt daarnaast dat in vergelijking met regio's elders in het land, het aantal plaatsen beschermd wonen in verhouding tot het aantal inwoners, hoog is en ook niet gelijkmatig is verspreid over de diverse regiogemeenten. Op basis van wat we nu weten over de uitwerking van het toekomstige financiële verdeelmodel, hebben we straks minder middelen te besteden aan beschermd wonen. De transformatieopgave vraagt samenwerking binnen de gemeente, tussen de gemeenten en ook met aanbieders en woningcorporaties. De Rijksoverheid en de VNG hebben afgesproken dat iedere centrumregio in Nederland komt tot een regionaal plan waarin de visie en concrete uitwerking op het gebied van de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang regionaal wordt ingevuld.

8.2

Transformatieplan Beschermd Thuis 'Samen aan Zet' 2019-2021

In 2016 is er een eerste visiedocument opgesteld voor de transformatie: het visiedocument Beschermd Thuis Regio Centraal Gelderland. Daarin omarmen we als gemeenten de beweging naar een inclusieve samenleving en zijn een aantal uitgangspunten bepaald. Het Transformatieplan Beschermd Thuis 'Samen aan Zet' (vastgesteld door de regio Centraal Gelderland in 2019), bouwt voor op de visie van een Beschermd Thuis, en geeft een eerste richting en kaders voor de verdere uitwerking de komende jaren. Aan de hand van een aantal benoemde

23

ontwikkellijnen zijn een spoorboek en een programmaplan gemaakt6. We streven ernaar om met extra inzet op preventie en versterking van de lokale ondersteuningsstructuur onze inwoners snel en adequaat te helpen en meer mensen in staat te stellen om met ondersteuning zelfstandig te wonen en te participeren in onze samenleving. Tegelijkertijd zorgen we er samen voor dat er een regionaal vangnet in stand blijft voor wie dat toch nodig heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10705940/1