CConstaterende datWageningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Formele versie rapport RES 1 0

Overige evenementen 26 november 2021, gemeente Wageningen28.820 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Inwoner: “Wat je niet gebruikt aan energie hoef je ook niet op te wekken. Dus niet alleen isolatie, ook aandacht voor minder energieverspilling (geen dikke elektrische auto's en elektrische fietsen, maar OV en spierkracht)."

Voor zon op dak geldt dat zon op kleinere daken (minder dan 15 KWp) niet meetelt voor de gezamenlijke landelijke RES-doelstelling van 35 TWh. Hierin wordt op landelijk niveau een autonome groei verwacht van 7 TWh in 2030. Ook hiervoor geldt dat we ons gezamenlijk evengoed verantwoordelijk voelen voor een zo groot mogelijke bijdrage. Het is immers onze ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. We zetten ons er dan ook voor in dat in 2050 op alle geschikte daken zonnepanelen liggen. Diverse gemeenten in de regio hebben stimuleringsprogramma’s om zon op dak te bevorderen en goed gebruik te maken van de landelijke regelingen.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 15

Woningbouwcorporaties onderzoeken hoe het benutten van hun daken kan worden versneld. Voor grotere daken zien we veel kansen op de grote bedrijventerreinen in onze regio. Met een gerichte inzet en samenwerking tussen overheid, netbeheerders en ondernemers kunnen hier grote stappen worden gezet. We realiseren ons dat er nog de nodige knelpunten zijn om deze ambitie te realiseren. Het dakoppervlak is slechts deels geschikt, door obstakels, schaduwval, dakranden en draagconstructie. Soms moet er extra worden geïnvesteerd om de dakconstructie van een pand geschikt te maken voor het plaatsen van zonnepanelen. De medewerking van de pandeigenaar is leidend, wat vereist dat het bedrijfseconomisch haalbaar is om in de zonnepanelen te investeren. Er spelen issues met de verzekerbaarheid en tot slot is het elektriciteitsnet niet overal geschikt voor de teruglevering van zon op dak. In ons uitvoeringsprogramma werken we uit hoe een regionale aanpak een impuls kan geven aan het realiseren van zon op dak. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het instellen van een regionaal versnellingsteam.

2.4.8 Koppelkansen en functiecombinaties, interactie met andere ruimtelijke vraagstukken De energietransitie is niet de enige belangrijke opgave met ruimtelijke gevolgen in Regio Foodvalley. Hoe kan het combineren van het opwekken van duurzame energie met andere opgaven nieuwe, kansrijke oplossingen bieden? Onderstaande tabel bevat een samenvatting en selectie van de belangrijkste gebiedsopgaven om te betrekken bij de energietransitie. In de verdere uitwerking van onze energieprojecten op lokaal niveau, verkennen we welke koppelkansen we concreet kunnen benutten.

Inwoner: “Ik vind het bijvoorbeeld erg raar dat er nog steeds grote opslag- en distributiecentra gebouwd mogen worden zonder verplichting tot het ter beschikking stellen van het platte dak aan een coöperatie, of plicht om zelf zonnepanelen te plaatsen.”

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 16

Thema

Gebiedsopgaven

Voorbeeld hoe energieproject kan bijdragen

Landschap

Identiteit, versterken/ontwikkelen vitaal divers landschap en tegengaan verrommeling.

Vooraf voorwaarden stellen. Gebiedsfonds kan bijdrage leveren. Inpassen zonnepanelen in combinatie met landschapsontwikkeling.

Landbouw

Toekomstperspectief agrariërs, transitie naar duurzame en natuurinclusieve landbouw, reductie stikstofdepositie.

Boeren windcorporaties gefaciliteerd door LTO. Mogelijkheid kleine molen op erf. Zon op boerendaken of als onderdeel van breder verdienmodel.

Bedrijventerreinen

Revitaliseren bedrijventerreinen of aanleg nieuwe terreinen.

Combineren opwek en gebruik, sturen op energieneutrale of energieleverende bedrijven

Vrijkomende Agrarische Bebouwing

Nieuwe functies en ruimte voor ontwikkeling, behoud gevarieerd landschap.

Vrijkomende bebouwing biedt kansen voor opwek. Gemeentelijk beleid kan hierop inspelen.

Watersysteem

Ecologische en recreatieve kwaliteiten, beekherstel als waterbuffers/ klimaatadaptief.

Zorgen dat zonnepark extra goed water kan vasthouden.

Natuur

Versterken biodiversiteit, ontwikkelen gradiënt-rijke natuur, in stand houden beschermde soorten en natuurgebieden.

Vooraf aanvullende voorwaarden stellen. Inpassing zonnevelden in combinatie met versterking biodiversiteit. Gebiedsfonds kan bijdrage leveren.

Recreatie

Verbindingen ontwikkelen/revitaliseren en zonering verblijfsrecreatie.

Vooraf aanvullende voorwaarden stellen. Gebiedsfonds kan bijdrage leveren. Toegang tot zonneparken. Zon boven parkeerplaatsen.

Infrastructuur

Hoogwaardige wandel- en fietsverbindingen, snelwegcorridors.

Toegang tot zonneparken.

Cultuurhistorie

Beschermde stads- en dorpsgezichten, relicten, historische verbindingen, Grebbelinie, landgoederen.

Versterken oude lijnen in landschap. Door extra aanplant en door hier en daar openingen te maken.

Woningbouwopgave

Toevoegen 40.000 nieuwe woningen in de regio tot 2040. Binnenstedelijk en op uitleglocaties.

Sturen op energieneutrale of zelfs energieleverende woningen.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 17

2.5 Visie op de warmtetransitie 2.5.1 Een vraagstuk in ontwikkeling Het onderdeel binnen de RES dat over het warmtevraagstuk gaat heet de Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW beschrijft de warmtevraag en het warmte aanbod: met welke warmtebronnen kunnen wijken en gebouwen van het aardgas af? Wij beschouwen deze RES 1.0 als een eerste verkenning, een vertrekpunt, op basis waarvan we de komende jaren verder bouwen. Hoewel de warmtetransitie al volop aan de gang is, met isolatie van gebouwen en duizenden woningen die niet (meer) met aardgas worden verwarmd, is er ook nog veel in beweging: De gemeenten ontwikkelen op lokaal niveau Transitievisies Warmte (TVW). Gemeenten geven daarin aan hoe ze met bewoners, gebouweigenaren en netwerkbedrijven tot 2030 de eerste stappen willen zetten voor de overgang naar een aardgasloze warmtevoorziening in 2050. Momenteel heeft nog geen gemeente een door de raad vastgestelde TVW. Wel zijn er door gemeenteraden vastgestelde “light” en “0.1” versies en door colleges vastgestelde visies. Eind 2021 hebben alle gemeenten een vastgestelde Transitievisie Warmte. Op basis van deze Transitievisies Warmte is er veel meer duidelijkheid over de keuzes en verwachtingen op lokaal niveau over het potentieel warmteaanbod. Er bestaat een wisselwerking tussen de Regionale Structuur Warmte en de lokale Transitievisie Warmte.

De RSW biedt input voor de TVW, maar ook vice versa. Dit is een iteratief proces dat de komende jaren zal blijven spelen. In 2021 wordt duidelijkheid verwacht over de nieuwe Warmtewet. Daarin wordt vastgelegd hoe het samenspel tussen gemeente, warmtebedrijf en netbeheerder vorm

moet krijgen en welke bevoegdheden bij welke partij komen te liggen. Provincie Gelderland voert daarnaast, samen met o.a. Ede en Wageningen, een onderzoek uit naar de haalbaarheid van een Gelders Warmte Infra Bedrijf. Tot 2040 zijn in Regio Foodvalley zo'n 40.000 nieuwe woningen nodig. De locaties voor deze woningen zijn nog niet bekend. Deze nieuwe woningen zijn aardgasloos en (bijna) energieneutraal, maar hebben uiteraard wel een warmte- en elektriciteitsvraag.

2.5.2 Uitgangspunten, randvoorwaarden en vervolgstappen warmtetransitie We zien aanleiding voor het versterken van onze samenwerking binnen (en buiten) de regio op warmtegebied. Zeker bij (toekomstige) bovenlokale warmtebronnen - zoals aquathermie en (ultra)diepe geothermie - is afstemming en samenwerking belangrijk. Nadat eind 2021 in alle gemeenten een lokale Transitievisie Warmte is vastgesteld, verkennen we wat dit betekent voor regionale afstemming en samenwerking. Het resultaat daarvan leggen we vast in RES 2.0. Daarbij hanteren we onderstaande gezamenlijke uitgangspunten: Ook voor warmte staat inzet op isolatie en energiebesparing bovenaan onze redeneerlijn. We stemmen een infrastructuur voor warmte per wijk af met woningcorporaties en andere vastgoed- en huiseigenaren en netbeheerders, voor logische momenten en fasering. We zoeken aansluiting bij natuurlijke investeringsmomenten. Daarnaast blijft maatwerk mogelijk, bijvoorbeeld bij wijkinitiatieven.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 18

We willen lokaal zeggenschap versterken bij collectieve warmteoplossingen. Een sterkere regierol van gemeenten op de ondergrond is nodig. Zo kunnen we o.a. mogelijke (grond) waterproblemen bij geothermie en warmtekoudeopslag voorkomen. Houtige biomassa passen we toe in de vorm van regionaal verkregen resthout (bijvoorbeeld snoeihout), zoals het duurzame warmtenet in Ede nu gebruikt. Biomassa draagt voor een beperkt deel bij aan een oplossing voor de energietransitie. In de RES 2.0 gaan we meer in detail de rol van biomassa in Regio Foodvalley uitwerken We ondersteunen en faciliteren experimenten in de regio met o.a. groen gas en waterstof. Voor het intensiveren van onze samenwerking is een regionale warmtecoördinator aangewezen en ook in de toekomst nodig. Die richt zich op het bundelen van kennis en het organiseren van regionaal overleg over fasering met belangrijke stakeholders zoals woningcorporaties en netbeheerders. Ook de Waterschappen en Vitens delen graag hun kennis van het grondwatersysteem en worden vroegtijdig in (gemeentelijke) overleggen betrokken om een brede afweging van warmtebronnen mogelijk te maken. Verder is het ook belangrijk om warmtebedrijven bij deze transitie te blijven betrekken. Ook zal blijvend afstemming plaatsvinden tussen de verschillende RES-regio’s over het gezamenlijk gebruik van bronnen.

Zoals restwarmte van Parenco uit Renkum en overige bovenlokale en bovenregionale inzet van aquathermie (bijvoorbeeld Valleikanaal en Nederrijn) en geothermische bronnen.

Voor het welslagen van de warmtetransitie in onze regio zien we drie doorslaggevende randvoorwaarden: 1 Betaalbaarheid Voor versnelling van de warmtetransitie is het van belang dat er maatregelen en middelen komen vanuit het Rijk. Zo kan de transitie sociaal en eerlijk verlopen, met gelijkblijvende woonlasten, een stevige financiële ondersteuning voor gemeenten voor hun regierol en met meer gelijkheid in warmtetarieven, onafhankelijk van bron. Ook voor de verhuurders is betaalbaarheid een belangrijk aandachtspunt, zowel bij investeringen als tijdens de exploitatie. 2 Haalbaarheid Er is meer technisch personeel nodig om alle installaties aan te leggen, te onderhouden en met kennis van zaken advies te kunnen geven (ook aan particuliere woningeigenaren). Daarnaast moeten gemeenten ook over de juiste bevoegdheden beschikken om hun regierol in te vullen. 3 Draagvlak De warmtetransitie komt achter (bijna) elke voordeur. Gemeenten hebben niet voor niets de regierol in de warmtetransitie. Ze staan dichtbij bewoners en lokale bedrijven en geven waar mogelijk lokale initiatieven de kans, zoals via collectieve warmte initiatieven of buurtverenigingen.

Inwoner: “Ik zou snel duidelijkheid willen hebben of mijn woning op het warmtenet zal worden aangesloten.”

Een belangrijke uitdaging in de warmtetransitie is de bereidheid van de gebouweigenaren om te investeren. Dit geldt zowel voor investeerders en woningcorporaties als voor vele individuele woningeigenaren. Het is daarom van belang bewoners van meet af aan te betrekken en medezeggenschap te geven. Oplossingen moeten samen met hen worden gevonden.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 19

3 DADEN: CONCRETE STAPPEN VOOR 2030 3.1 Duurzame opwek in Regio Foodvalley In het vorige hoofdstuk schetsten we onze visie voor duurzame opwek. Dit hoofdstuk maakt de vertaling naar de concrete invulling. Elke gemeente verkent hoe invulling kan worden gegeven aan onze visie en aan onze gezamenlijke doelstelling van 0,75 TWh duurzame opwek en de ambitie om indien realistisch door te groeien naar 1,0 TWh. Daarvoor zetten gemeenten in op zon op (grote) daken en in de meeste gevallen ook in beleid en zoekgebieden voor zonnevelden en windturbines. In die vertaling van visie naar praktijk is sprake van een spanningsveld tussen wat wenselijk is en wat in de praktijk mogelijk is. We willen de mogelijkheden voor zon op dak maximaal benutten. Maar beperkingen in de geschiktheid van daken, kosten en knelpunten in het energienet vragen om realisme in onze verwachtingen. We zetten in op clustering van wind en zon langs snelwegen en bedrijventerreinen, maar iedere locatie vereist een zorgvuldige afweging. Daarbij zijn de belangen van omwonenden en de waarde van het landschap belangrijke factoren. We willen terughoudend omgaan met zonnevelden op agrarische grond, maar we ontkomen er - op de manier zoals beschreven in paragraaf 2.4.5. - niet aan hier een (beperkt) beroep op te doen.

De tabel hiernaast geeft een overzicht van de al in de regio aanwezige opwek en een inschatting van de zogenaamde “pijplijn” van projecten die in ontwikkeling zijn. Conform de uitgangspunten van het Nationaal Programma RES hanteren we voor zon-projecten een percentage van 50% van alle toegekende SDE-aanvragen. Onderstaande tabel laat zien wat de mogelijkheden en voornemens zijn van iedere gemeente, inclusief al aanwezige opwek en pijplijn. Daarin is te zien dat dit optelt tot een totaal van 0,96 TWh. In de tabel komen verschillen voor in de verhouding tussen het aantal turbines en de opwek met wind in TWh. Dit is het gevolg van het type en vermogen van de turbines waar mee wordt gerekend. Dit wordt in Bijlage E, Cijfermatige onderbouwing toegelicht. Hoewel onze lokale voornemens optellen tot een potentie van 0,96 TWh betekent dit niet dat onze doelstelling van 0,75 TWh zonder meer wordt gerealiseerd. Er spelen enkele knelpunten die lokale ontwikkelingen onder druk kunnen zetten, kunnen vertragen of zelfs (voorlopig) onmogelijk kunnen maken: De netbeheerders maakten een doorrekening en stelden op basis daarvan een netimpactrapportage op. Daaruit

Totaaloverzicht gemeenten

Totaal (TWh)

Wind (TWh)

Windturbines (#)

Zon op land (TWh)

Zon op land (ha)

Zon overig (TWh)

Zon overig (ha)

Zon op dak (TWh)

Zon op dak (ha)

Barneveld

0,259

0,038

2

0,047

40

0,007

5

0,167

109

Ede

0,262

0,086

6

0,059

50

0,011

7

0,106

69

Nijkerk

0,137

0,038

2

0,048

40

0,007

7

0,044

28

Renswoude

0,049

0,038

2

0,000

0

0,000

0

0,011

7

Rhenen

0,031

0,000

0

0,012

10

0,005

4

0,014

9

Scherpenzeel

0,068

0,034

2

0,024

20

0,001

0

0,009

6

Veenendaal

0,047

0,000

0

0,000

0

0,004

3

0,043

28

Wageningen

0,111

0,020

2

0,072

60

0,004

3

0,015

11

Totaal

0,964

0,254

16

0,262

220

0,039

29

0,409

267

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 20

Bestaand en Pijplijn

Totaal (TWh)

Barneveld

0,045

Ede

0,059

Nijkerk

Wind (TWh)

Zon op Zon op Windturbines land (TWh) land (ha) (#) 0,01

Zon overig Zon overig Zon op Zon op (TWh) (ha) dak (TWh) dak (ha) 0,035

23

0,049

32

0,017

0,017

11

Renswoude

0,003

0,003

2

Rhenen

0,006

0,006

4

Scherpenzeel

0,003

0,003

2

Veenendaal

0,021

0,021

13

Wageningen

0,015

Totaal

0,169

0,01

0,01

8

2

2

0,006

5

0,009

6

0,016

13

0,143

93

blijkt een knelpunt voor de ambities voor zon op dak. Daarvoor biedt het elektriciteitsnet op veel locaties onvoldoende capaciteit. De netbeheerders geven aan dat 50% van de ambitie voor zon op dak in ieder geval gerealiseerd kan worden. Daarmee is er een risico dat circa 0,2 TWh van de voornemens voor zon op dak niet gerealiseerd kan worden (zie paragraaf 4.3). Voor de ambities rond zon op dak zijn ook de geschiktheid van het dak én de bereidheid van de eigenaar cruciale randvoorwaarden. Uiteindelijk zijn het uiteraard de pandeigenaren die investeren. Die doen dat alleen als het voldoende rendabel is én als er een aanleiding is om snel in actie te komen. Er zijn extra (subsidie)middelen nodig om de grote ambitie te kunnen realiseren. Ook is er een individuele aanpak nodig om alle ondernemers voldoende te activeren en te ondersteunen bij het realiseren van zon op dak projecten. De zoekgebieden voor wind zijn nog geen definitieve locaties. In deze gebieden worden mogelijkheden voor wind onderzocht. In gemeenten worden inwoners betrokken bij het vinden van goede oplossingen. Ook worden nog ruimtelijke en m.e.r.-procedures doorlopen. Dit kan tot aanpassing van de voornemens leiden.

Bovendien geldt voor de windturbines die binnen acht kilometer van de Veluwe worden gerealiseerd (zoekgebieden in Ede, Barneveld, Wageningen, Rhenen) dat aangetoond moet worden dat er geen effecten zijn op de sterfte van de Wespendief. Dit is onderwerp van bovenregionale afstemming op basis van een nog te ontwikkelen afwegingskader. De gemeentelijke voornemens voor wind, zon op land en zon op dak zijn te beschouwen als een momentopname. Om de regionale én lokale ambities voor 2030 te realiseren is meer nodig. Daarvoor zijn ook aanknopingspunten. Die worden in het vervolgproces verder uitgewerkt: Gemeenten blijven verkennen welke aanvullende mogelijkheden er zijn voor ontwikkeling van duurzame opwek. Veelal als onderdeel van hun langjarige routekaart naar een energieneutrale gemeente. De

netbeheerder heeft de kansen om wind en zon op land (gecombineerd) aan te sluiten in beeld. Gemeenten en netbeheerders gaan intensiever samenwerken. Zij brengen in kaart in welke gebieden de netcapaciteit kansen biedt voor versnelde ontwikkeling van zon op daken. Deze focus stelt de netbeheerder in de gelegenheid het netwerk uit te breiden en meer partijen aan te sluiten na 2023. Zon op dak is bovendien altijd mogelijk wanneer ervoor wordt gekozen om niet terug te leveren aan het net. Innovatie en optimalisatie van bestaande technieken kan ertoe leiden dat de komende jaren de opwekpotentie van wind- en zon-projecten toeneemt, zonder dat dit aanvullende besluitvorming vraagt of ruimte kost. Tegen deze achtergrond bestendigen wij onze doelstellig van 0,75 TWh duurzame opwek in 2030. Dat zien we als realistisch: we schatten in dat deze doelstelling voldoende hard onderbouwd is. Om ook onze ambitie van 1,0 TWh waar te kunnen maken is meer nodig. Daarvoor zijn aanvullende locaties voor windturbines nodig en moeten we uitval en vertraging van projecten zien te voorkomen. In het proces naar de RES 2.0 zetten we daarover het gesprek voort. De RES 2.0 zal in 2023 vastgesteld worden. Op onderstaande kaart zijn de voorlopige zoekgebieden voor wind in beeld gebracht.

Voor deze gebieden geldt dat ze op lokaal niveau, in samenspraak met initiatiefnemers, de omgeving en belanghebbenden verder worden uitgewerkt. Het resultaat daarvan wordt vastgelegd in het omgevingsbeleid. In aanvulling op deze weergegeven zoekgebieden op de kaart geldt voor Ede dat op basis van de Wind- en zonnewijzer de gehele zone langs de A30 en A12 als “ja, mits” gebied geldt voor windenergie. Ook onze aangrenzende regio’s stellen een RES op met daarin zoekgebieden voor zon en wind. Na vaststelling van de RES’en in onze buurregio’s breiden we de kaart uit met nabijgelegen zoekgebieden en bespreken we waar aanleiding is voor versterking van de grensoverschrijdende samenwerking.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 21

van zaken - per gemeente RES per gemeente

meente

k

meente

en Rivierenland

RES bod 1.0

RES bod 1.0

3.2 Mogelijkheden en voornemens per gemeente x2 WT 0,038TWh 3.2.1 Barneveld

Gemeente Barneveld x2 WT

40ha

32ha

In Barneveld zijn in de Energievisie 2015-2020 energiedoelen en een energiemix vastgesteld. In deze energiemix is een 18ha 0,070TWh bandbreedte aan energiemaatregelen opgenomen om in 2020 20% van de energie duurzaam op te wekken,%op 65%weg naar energieneutraliteit in overig 2050. Het3ha gaat hier om maatregelen als zonne-energie, windenergie en biomassa. Verdere invulling ligt vast in de Windvisie (2016), de Zonneladder (2019), de MER Windenergie (2020) en de structuurvisie Wind (2021). De zonneladder geeft de kaders en randvoorwaarden voor het realiseren zonnevelden op Totaal 0,108 van TWh land tot aan 2030 (175.000(van panelen). Belangrijke 0,819 TWh) aandachtspunten hierbij zijn o.a. realisatie van lokale initiatieven, participatie en landschappelijke inpassing. Om RES bodin1.0 de mogelijkheden voor windenergie de gemeente Barneveld te onderzoeken zijn recent (januari en oktober x4 WTen een 0,048TWh 2020) een MER Wind (met aanvulling) beleidsconfrontatie met het MER, afgerond. Om te komen tot een structuurvisie wind vinden momenteel windgesprekken 50ha met bewoners en ondernemers plaats. Zoeklocatie is het gebied ten zuiden van de A1 ter hoogte 40ha van Harselaar. RES foodvalley 1.0

- 6

84ha

overig

5ha

Totaal 0,222 TWh (van 0,819 TWh)

RES per gemeente 8

- BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

RES bod 1.0

Gemeente Scherpenzeel x0 WT

0ha

4ha

0,132TWh

% overig

7ha

73%

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 22

overig

0,4ha

RES bod 1.0 Gemeente Nijkerk x2 WT

Barneveld

Totaal (TWh)

Wind (TWh)

Windturbines (#)

Zon op land (TWh)

Zon op land (ha)

Zon overig (TWh)

Zon overig (ha)

Zon op dak (TWh)

Bestaand en Pijplijn

0,045

0,000

0

0,010

8

0,000

0

00,35

Voornemens en mogelijkheden

0,214

0,038

2

0,037

32

0,007

5

0,132

Totaal

0,259

0,038

2

0,047

40

0,007

5

0,167

32ha

Zon op dak 18ha (ha) overig

23

3ha

86

Totaal 0,108 TWh 109

(van 0,819 TWh)

RES per gemeente 6

3.2.2 Ede

RES bod 1.0

- BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

Gemeente Ede

De gemeente Ede heeft in 2018 de Routekaart Ede Energieneutraal vastgesteld. Daarin staat de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Deze ambitie is in de routekaart uitgewerkt in een pad met mijlpalen in 2022, 2030 en 2050. Voor de eerste stap van de routekaart (tot en met 2022) streeft de gemeente naar ontwikkeling van 4 windmolens, 50 ha zon op veld en 132.000 zonnepanelen op daken. Voor grootschalige wind- en zon-projecten heeft de gemeente de Wind- en Zonnewijzer vastgesteld. Deze beschrijft aan welke voorwaarden initiatieven rond wind en zon moeten voldoen. De Wind- en Zonnewijzer bevat kansenkaarten met zoekgebieden voor grote windmolens en middelgrote en grote zonnevelden. De koppeling van grote windturbines aan hoog dynamische omgevingen (snelweglandschap) heeft de voorkeur. Dit zorgt voor een bundeling rondom de A30 en de A12. Hier geldt het principe ja, mits. Daarbinnen lijkt de zone van het bedrijventerrein langs het zuidelijke deel van de A30 en de aansluitende A12 het meest kansrijk. Alternatieven op andere locaties, buiten het ja, mits-gebied, worden niet uitgesloten, maar vragen wel meer inspanning van de initiatiefnemer. Hier geldt dan ook het principe: nee, tenzij.

Voor zonne-energie past Ede een zonneladder toe, met 4 treden: (1) Eerst op zon op daken, (2) Dubbel ruimtegebruik op restgronden (3) Veldopstelling binnen tijdelijke bestemming en tot slot (4) Veldopstelling op andere gronden. De energieopgave van Ede is zo groot dat het niet voldoende is om alleen daken en restgronden in te zetten. Een deel van de opgave zal in de vorm van zonnepanelen in veldopstelling gerealiseerd moeten worden. De kwaliteit van het bestaande landschap is richtinggevend bij de vormgeving van zo’n veldopstelling.

Ede

Totaal (TWh)

Wind (TWh)

Windturbines (#)

Bestaand en Pijplijn

0,059

0,010

2

Voornemens en mogelijkheden

0,203

0,076

Totaal

0,262

0,086

x4 WT

50ha

40ha

7ha

overig

Totaal 0,180 TWh (van 0,819 TWh)

Streven is om 50 ha zon te realiseren in veldopstelling. 40 ha van deze ambitie wordt – gedeeltelijk – via een tender uitgevraagd. De Wind- en Zonnewijzer geeft ook een duidelijk kader voor participatie. Naast communicatie gaat het daarbij om lokaal ondernemerschap, participatie van de omgeving via een omgevingsdialoog en financiële participatie. Voor grote windmolens is het streven 50% mede-eigenaarschap en voor grote zonnevelden van meer dan 2 ha wordt gestreefd naar financiële participatie van 50%. Een evaluatie van de eerste stap van de Routekaart moet duidelijk maken op welke manier de ambities voor 2030 uit de Routekaart vervolgens worden opgepakt. In de nieuwe omgevingsvisie voor 2040 neemt de opwek van duurzame energie een belangrijk plek in. 10 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

12 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland

Zon op land (ha)

Zon overig (TWh)

Zon overig (ha)

Zon op dak (TWh)

Zon op dak (ha)

0

0

0,000

0

0,049

32

4

0,059

50

0,011

7

0,057

37

6

0,059

40

0,011

7

0,106

69

Zon op land (TWh)

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 23

RES per gemeente RES bod 1.0

3.2.3 Nijkerk

Gemeente Nijkerk

In 2019 heeft de gemeenteraad van Nijkerk de Routekaart Nijkerk Energieneutraal 2050 vastgesteld. Als invulling van deze routekaart heeft de gemeenteraad in 2020 een uitvoeringsprogramma voor de periode 2020-2023 vastgesteld. Dit programma beschrijft de stappen die er tot 2023 worden gezet op het gebied van energiebesparing, duurzame warmte, duurzame opwek van energie, participatie, duurzame mobiliteit en circulaire economie. Binnen elk gebied zijn projecten opgezet om toe te werken naar de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Voor het thema duurzame opwek van energie geldt nadrukkelijk dat de gemeente de opgave stapsgewijs wil realiseren. Per periode van ongeveer vier jaar wil de gemeente kijken welke stappen ze wil nemen, mede gebaseerd op de voortgang van alternatieve technieken en innovaties. Voor de periode tot 2023 wil de gemeente toewerken naar het realiseren van maximaal 40 ha zon en de voorbereiding van 2 windmolens. Daarvoor zijn nu twee zoeklocaties aangewezen langs de A28. Verder worden daken zoveel mogelijk vol gelegd, om het buitengebied en de daarin gelegen gronden voor landbouwproductie zoveel mogelijk te ontzien. In het verlengde daarvan heeft de gemeente een voorkeur voor windenergie boven zon op land.

Om daar meer duidelijkheid over te geven is in 2020 het beleidskader Duurzame opwek Zon op land vastgesteld, waarin beschreven staat welke regels en voorwaarden worden gehanteerd voor het realiseren van initiatieven rond zon op land. Een

x2 WT

32ha

18ha

3ha

overig

Totaal 0,108 TWh (van 0,819 TWh)

RES per gemeente

vergelijkbaar kader voor wind volgt. Voor het realiseren van zon op dak is een lokale inventarisatie uitgevoerd. RES Dezebod 1.0 Gemeente Ede inventarisatie geeft weer wat het opwekpotentieel van zon x4dit WT op dak is en laat zien waar de grootste kansen liggen. Op moment wordt gewerkt aan de omgevingsvisie 2040 voor de gemeente Nijkerk. De verwachting is dat deze visie eind 2021 50ha ter besluitvorming aan de raad wordt aangeboden. Duurzaamheid is binnen de omgevingsvisie een belangrijk thema. 40ha De onderdelen zon en wind krijgen daarbinnen een plaats. De uitwerking wordt in samenhang vormgegeven met de 7ha hierboven genoemde onderdelen voor duurzame overig opwerk. 6

- BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

Nijkerk

Totaal (TWh)

Wind (TWh)

Windturbines (#)

Zon op land (TWh)

Zon op land (ha)

Zon overig (TWh)

Zon overig (ha)

Zon op dak (TWh)

Bestaand en Pijplijn

0,017

0,000

0

0,000

0

0,000

0

0,017

11

Voornemens en mogelijkheden

0,120

0,038

2

0,048

40

0,007

7

0,027

17

Totaal

0,137

0,038

2

0,048

40

0,007

7

0,044

28

Zon op dak Totaal (ha) 0,180 TWh (van 0,819 TWh)

10 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

12 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 24

RES per gemeente RES bod 1.0

3.2.4 Renswoude

Gemeente Renswoude

Het Actieplan Duurzaamheid van de gemeente Renswoude geeft concreet invulling aan onze duurzaamheidsambities. De gemeenteraad schreef in 2019 een position-paper over de invloed van windmolens en zonnevelden in het agrarisch gebied. In deze position-paper spreekt de raad ook een voorkeur uit voor windenergie. Vanaf april 2020 is er een afwegingskader participatie bij grootschalige energieprojecten. Informatie uit het actieplan, de position-paper en het afwegingskader is meegenomen in de RES 1.0. Op dit moment is er in Renswoude een particulier initiatief dat de kansen voor windenergie in de gemeente Renswoude onderzoekt. Dat gebeurt nu eerst in het gebied in het zuiden van Renswoude. Het vastgestelde beleid van Renswoude geldt hierbij als uitgangspunt. Dat betekent onder andere dat het voorlopige zoekgebied wordt verkend in samenspraak met gemeenten en inwoners in dit gebied. De uiteindelijke plek en hoeveelheid op te wekken energie wordt in samenspraak met de omgeving verkend en door de gemeenteraad besloten.

x2 WT

0ha

5ha

0ha

overig

Stand van zaken - per gemeente Totaal 0,046 TWh (van 0,819 TWh)

RES per per gemeente gemeente RES RES bod bod 1.0 1.0 Renswoude is bereid om naar vermogen bij te dragen, RES Gemeente Rhenen daarom Renswoude is als voorlopig uitgangspunt in de RES uitgegaan Gemeente x0 WT van 2 windturbines in Renswoude. x2 WT 14 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

Renswoude

Totaal (TWh)

Wind (TWh)

Windturbines (#)

Zon op land (TWh)

Zon op land (ha)

Zon overig (TWh)

Zon overig (ha)

Zon op dak (TWh)

Bestaand en Pijplijn

0,003

0,000

0

0,000

0

0,000

0

0,003

Voornemens en mogelijkheden

0,046

0,038

2

0,000

0

0,000

0

0,008

Totaal

0,049

0,038

2

0,000

0

0,000

7

0,011

0ha 0ha

Zon op dak 5ha 5ha (ha) overig overig

2

1ha 0ha

5

Totaal 0,046 0,010 TWh Totaal TWh 7 (van 0,819 TWh) (van 0,819 TWh)

RES per gemeente 18 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

1314 - -BoschSlabbers BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

3.2.5 Rhenen

RES bod 1.0

Gemeente Rhenen

In het bestuursprogramma 2018-2022 is voor de gemeente Rhenen de ambitie opgenomen om in 2040 energieneutraal te zijn. De stappen die op korte en langere termijn moeten worden gezet om daadwerkelijk energieneutraal te worden, zijn beschreven in de Routekaart Energietransitie. Deze Routekaart is in februari 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Uit de Routekaart blijkt dat er vormen van grootschalige opwek van duurzame energie nodig zijn, naast het maximaal benutten van de daken voor het opwekken van zonne-energie. Om zonnevelden onder voorwaarden mogelijk te maken, is er een beleidskader geschreven. Dit kader is in maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De gemeente Rhenen is aan het verkennen waar zonnevelden en/of windmolens mogelijk zijn. Zo wordt er gekeken bij bedrijventerrein Remmerden en verder in het Binnenveld ter hoogte van de Nude. Het laatste gebied wordt samen met Wageningen verkend. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is het betrekken van de omgeving. De gemeente Rhenen hecht er veel waarde aan dat inwoners mee kunnen denken en mee kunnen doen, om de energietransitie haalbaar en betaalbaar te houden. Een ander belangrijk aandachtspunt is het behoud van de natuur- en landschapswaarden en de agrarische waarde van het buitengebied.

x0 WT

0ha

5ha

overig

1ha

Totaal 0,010 TWh (van 0,819 TWh)

18 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

13 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland

Voor het bepalen van de voornemens van Rhenen is aansluiting gezocht met de Routekaart en een balans gezocht tussen ambitie en haalbaarheid. De potentieel beschikbare oppervlakte voor het plaatsen van zonnepanelen op daken, restgronden en als overkapping boven parkeerplaatsen is bepaald. De gemeente

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 25

Rhenen heeft de ambitie om deze potentieel geschikte mogelijkheden maximaal te benutten, rekening houdend met een landelijke correctiefactor. Niet alle daken zijn bijvoorbeeld geschikt voor het installeren van zonnepanelen. Ook is er, in lijn met de Routekaart, een eerste initiatief voor een zonneveld meegenomen in het voornemen. Door in vergelijking met de concept-RES de ambitie voor de RES 1.0 hoger in te zetten, is de hoeveelheid energie die de gemeente Rhenen voornemens op te RES isbod 1.0wekken gestegen van 0,02 TWh naar 0,03 TWh.

van zaken - per gemeente

meente

k

x2 WT

Rhenen

Totaal (TWh)

Wind (TWh)

32ha

18ha

RES bod 1.0 Gemeente Barneveld x2 WT

0,038TWh

Windturbines (#)

Zon op land (TWh)

Zon op land (ha)

Zon overig (TWh)

Zon overig (ha)

Zon op dak (TWh)

% 0 65%

0,000

0

0,000

0

0,006

0,070TWh

Bestaand en Pijplijn

0,006

Voornemens en mogelijkheden

0,025

0,000

0

0,012

10

0,005

4

0,008

Totaal

0,031

0,000

0

0,012

10

0,005

4

0,014

overig

0,000 3ha

Zon op 40ha dak (ha) 84ha

4 5ha

overig

Totaal 0,108 TWh

5

9

Totaal 0,222 TWh (van 0,819 TWh)

(van 0,819 TWh)

meente

n Rivierenland

RES per gemeente

RES per gemeente RES bod 1.0

3.2.6 Scherpenzeel

RES foodvalley 1.0

8

- 6

RES bod 1.0

- BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

Gemeente Scherpenzeel

Gemeente Scherpenzeel heeft begin 2020 de Kadernotitie x4 WT 0,048TWh Duurzaamheid vastgesteld met daarin de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Daarbij is voor 2030 als doelstelling 50ha 55% broeikasgasreductie opgenomen. Momenteel werkt Scherpenzeel aan de omgevingsvisie. Eind december 2019 40ha 0,132TWh heeft de gemeenteraad de Nota van Uitgangspunten voor % deze omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is voor Scherpenzeel73% 7ha overig Noord (buitengebied) lokale duurzame energieopwekking opgenomen. Begin 2021 is dit nader uitgewerkt in de door de gemeenteraad vastgestelde Energievisie. Hierin wordt ingezet op 1,5% energiebesparing per jaar, zodat in 2030 15% energiebesparing is bereikt. Daarnaast is uitgewerkt onder welke randvoorwaarden deTotaal opwek 0,180 van duurzame TWh energie mogelijk is, met maximaal 20 ha0,819 aan TWh) zonneveld-projecten en (van het realiseren van 2 windturbines. Scherpenzeel verkent in een onderzoek en in samenspraak met in- en omwonenden hoe daar invulling aan kan worden gegeven. ddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland

n Rivierenland

RES foodvalley 1.0 - 10

x0 WT

0ha

4ha

0,4ha

overig

Totaal 0,007 TWh (van 0,819 TWh)

12 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

RES

Scherpenzeel

Totaal (TWh)

Wind (TWh)

Windturbines (#)

Zon op land (TWh)

Zon op land (ha)

Zon overig (TWh)

Zon overig (ha)

Zon op dak (TWh)

Zon op dak (ha)

Bestaand en Pijplijn

0,003

0,000

0

0,000

0

0,000

0

0,003

2

Voornemens en mogelijkheden

0,065

0,034

2

0,024

20

0,001

0

0,006

4

Totaal

0,068

0,034

2

0,024

20

0,001

0

0,009

6

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 26

RES per gemeente

eente

RES bod 1.0

RES bod 1.0

oude

3.2.7 Veenendaal

Gemeente Veenendaal

Veenendaal heeft de ambitie om x2 in WT 2050 energieneutraal 0,038TWh te zijn. Eind 2020 is de omgevingsvisie voor 2030 vastgesteld. De ruimte in Veenendaal is beperkt.0ha Veenendaal is compact en dichtbebouwd met weinig buitengebied. Hierdoor is de opgave van de energietransitie extra complex. Er is geen 5ha ruimte voor grote windmolens. Veenendaal zet in0,008TWh op % energiebesparing en opwek in stedelijk gebied, zoals 17%op of 0ha overig aan gebouwen of boven parkeerterreinen. Veenendaal ziet initiatieven voor het grootschalig opwekken van duurzame energie (zon en wind) vooral langs infrastructuur en bij bedrijventerreinen met zo min mogelijk beperkingen voor toekomstige gebiedsontwikkelingen. Veenendaal streeft ernaar dat omwonenden en lokale0,046 bedrijven voor 50% Totaal TWh kunnen deelnemen in de productie (van 0,819door TWh)middel van bijvoorbeeld aandelen. Vanaf 2017 werkt Veenendaal programmatisch aan de bod gericht 1.0 energietransitie. Tot 2022 isRES de focus op het krijgen van grip op de opgave, bewustwording en het starten van x0aan WT de ambitie. 0TWh projecten die een bijdrage leveren RES bod 1.0 Veenendaal werkt dit jaar aan een nieuw Programmaplan

x0 WT

0ha

16ha

van zaken - per gemeente

eente

n Rivierenland

meente n

oude

n Rivierenland

RES foodvalley 1.0 - 14

x2 0ha WT

Veenendaal

Totaal (TWh) overig

Bestaand en Pijplijn

0,021

Voornemens en mogelijkheden

0,026

Totaal

ddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland

overig

Wind 5ha 0ha (TWh) 1ha 5ha

n Rivierenland

RES bod 1.0 voor de volgende programmaperiode 2022 – 2026. Daarin

16 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

RES perde gemeente Gemeente Wageningen worden processen voor de Transitievisie Warmte, de RES

x2WT en het programma Energieneutraal Veenendaal zoveel RES bod 1.0 mogelijk in samenhang opgepakt. Gemeente Veenendaal x026ha WT

Zon op land (TWh)

Zon op land (ha)

Zon overig (TWh)

Zon overig (ha)

Zon op dak (TWh)

% 0 17%

0,000

0

0,000

0

0,021

0ha

0,000

0

0

0

0,004

3

0,047

0,000

Totaal 0,046 TWh (van 0,819 TWh)

RES bod 1.0

3.2.8 Wageningen

16ha

overig

13

0,022

3ha

15

Totaal 0,078 TWh

Totaal 0,010 TWh (van 0,819 TWh)

Zon op 4ha 0ha dak (ha) 3ha

overig

0

0

0

RES foodvalley 1.0 - 18

20 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

RES foodvalley 1.0 - 14

16 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

0,004

3

0,043

(van 0,819 TWh)

28

Totaal 0,029 TWh (van 0,819 TWh)

RES

RES per gemeente RES bod 1.0

Gemeente Wageningen

De gemeente Wageningen heeft in x0 2012 WT de Routekaart 0TWh Wageningen Klimaatneutraal 2030 vastgesteld. Elke vier jaar wordt hiervoor een uitvoeringsplan opgesteld. Daarin 0ha staan projecten opgenomen om deze doelstelling te halen. Het klimaatplan 2017-2021 is gezamenlijk met 5ha 0,010TWh klimaatpartners uit de stad opgesteld. Momenteel hebben 52 klimaatpartners het klimaatplan ondertekend. % Om de 100% 1ha overig doelstelling ‘Wageningen Klimaatneutraal 2030’ te halen, is het noodzakelijk om duurzame elektriciteit op te wekken. Naast het benutten van alle geschikte daken, wordt ook ingezet op zonnevelden en windenergie. In 2020 is de Visie op het Buitengebied vastgesteld. In de Visie is de ambitie afgesproken om 250 TJ aanTotaal grootschalige duurzame opwek 0,010 TWh te realiseren in 2030. Daarbij wordt van 50% (van 0,819uitgegaan TWh) energiebesparing (t.o.v. 2008) en het plaatsen van zonnepanelen op alle geschikte daken. De doelstelling kan worden bereikt door het realiseren van ca. 80 hectare netto ddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland zonnepark. Om dat in goede banen te leiden, zijn uitgebreide criteria en randvoorwaarden opgesteld voor landschappelijke inpassing (waaronder een afdracht in een

n Rivierenland

(van 0,819 TWh)

RES per gemeente

Wind0,010TWh turbines % (#)100%

0,000

meente

n

Totaal 0,029 TWh

0,038TWh

0,008TWh

3ha

overig

RES foodvalley 1.0 - 18

x2WT

26ha

4ha

overig

3ha

Totaal 0,078 TWh (van 0,819 TWh)

landschapsfonds), biodiversiteit, (financiële) participatie, en toegankelijkheid. Ook zijn in de Visie op het Buitengebied onderzoeksgebieden voor windmolens aangewezen. Voor drie locaties wordt een onderzoek opgestart naar de 20 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 27

RES

geschiktheid voor windmolens. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn het behoud van de natuur- en landschapswaarden en het betrekken van de omgeving bij te maken keuzes. Het streven is het realiseren van twee windmolens

van 3 MW of 1 windmolen van 5,6 MW in de periode tot 2030. De opbrengst van deze windmolens brengen de opgave voor zonneparken in mindering (ca. 10 ha/ windmolen).

Wageningen

Totaal (TWh)

Wind (TWh)

Windturbines (#)

Zon op land (TWh)

Zon op land (ha)

Zon overig (TWh)

Zon overig (ha)

Zon op dak (TWh)

Zon op dak (ha)

Bestaand en Pijplijn

0,015

0,000

0

0,006

5

0,000

0

0,009

6

Voornemens en mogelijkheden

0,096

0,020

2

0,066

55

0,004

3

0,006

4

Totaal

0,111

0,020

2

0,072

60

0,004

3

0,015

11

3.3 Regionale Structuur Warmte 3.3.1 Energiebesparing Inwoner: “Warmteverlies is nog steeds een grote energieslurper.”

Ook voor warmte is energiebesparing een belangrijk uitgangspunt. De eerste pijler in onze strategie is de vermindering van de warmtevraag. Warmte die niet wordt verbruikt, hoeven we ook niet te produceren. En minder verbruik zorgt in principe voor een lagere energierekening. Dit vraagt om meer isolatie en op grotere schaal. In het Uitvoeringsplan voor de Regionale Woonagenda 2.0 uit 2018 heeft energiebesparing ook een belangrijke plek. Het uitvoeringsplan stimuleert een eenduidig regionaal beleid voor energieneutraliteit/aardgasloos bouwen voor nieuwbouw én bestaande voorraad. Om tot regionaal beleid te komen is het thema door verschillende gemeenten geadopteerd. Het heeft uitwerking gekregen in het regionale programma Verduurzaming Gebouwde Omgeving De gemeentelijke energieloketten werken op regioniveau samen aan het ontsluiten van onafhankelijke informatie. Ook wordt samengewerkt met twee allianties van hoofdzakelijk regionale aannemers en installateurs. Daarmee worden inwoners lokaal geïnformeerd en gestimuleerd om aan de slag te gaan met energiebesparing. Ook wordt regiogemeenten ondersteuning aangeboden voor de bemensing van de lokale energieloketten, bijdragen aan wijkaanpakken, inwonersbijeenkomsten of vve-bijeenkomsten, aanvraag van landelijke en provinciale subsidies en de ontwikkeling van instrumenten.

3.3.2 Warmtetransitie: elektriciteit Gebaseerd op de huidige kennis wordt de warmtetransitie in Regio Foodvalley uiteindelijk (in 2050) naar verwachting voor het grootste deel met elektriciteit opgelost: tot zo’n 90%. Daarbij gaan we er vooralsnog van uit dat duurzame gassen, zoals waterstof en biogas, zeer beperkt tot niet beschikbaar zijn voor de gebouwde omgeving. De invulling is maatwerk en (met de huidige wet- en regelgeving) afhankelijk van beslissingen van woningeigenaren. Voor de hand liggende

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 28

oplossingen zijn warmtepompen en (collectieve) Warmte Koude Opslag (WKO), in combinatie met (omgevings-) warmte bronnen (zoals zonthermie, aquathermie en bodemof aardwarmte). Een collectieve aanpak of oplossing per wijk kan tot substantiële kostenvoordelen leiden. Bovendien kan goede coördinatie van bodemboringen problemen voorkomen, zoals grondwaterproblemen. Deze transitie vraagt nauwe afstemming met de ontwikkeling van het elektriciteitsnet. Het brengt tenslotte een grote toename van de vraag naar elektriciteit met zich mee.

3.3.3 Warmtetransitie: collectieve oplossingen met warmtebronnen In aanloop naar de Concept-RES is voor alle Gelderse regio’s, waaronder Regio Foodvalley (inclusief Utrechts deel) gewerkt aan de Warmteatlas. Die brengt de vraag, het aanbod en de al aanwezige en geplande warmte-infrastructuur in beeld. De atlas laat zien waar in onze regio grote warmtenetten kansrijk zijn en waar lokale oplossingen zoals kleine warmtenetten of elektrische bronnen zoals warmtepompen meer voor de hand liggen. Momenteel zijn er al (deels duurzame) warmtenetten in Veenendaal, Ede, Wageningen

en Scherpenzeel. De warmtenetten die nog gebruik maken van aardgas werken op termijn aan vervanging met een duurzame warmtebron. Deze transitie is al in volle gang. Zo heeft de gemeente Ede met haar duurzame warmtenet al voor 20.000 woningequivalenten gebouwen van het aardgas afgehaald. Voor de komende jaren kan er in Ede nog eens voor ongeveer 10.000 woningequivalenten op het duurzame warmtenet worden aangesloten. In de Warmteatlas is een kaart opgenomen. Daarop is aangegeven waar collectieve warmtenetten ontwikkeld kunnen worden. De geschatte warmtevraag voor Regio Foodvalley is in 2030 zo'n 12.000 TJ. Op de warmtekaart zijn clusters aangegeven met potentie voor ontwikkeling van een warmtenet. Het maakt duidelijk waar een klein warmtenet past en waar een groot net. Voor elk cluster zijn drie tot zes mogelijke warmtebronnen benoemd. Hier zijn alleen de belangrijkste bronnen genoemd. Het kan zijn dat meer warmtebronnen interessant zijn voor een specifiek vraagcluster. De resultaten zijn verwerkt tot onderstaande eerste, indicatieve warmtestructuurkaart voor de regio. Deze kaart geeft indicatief weer waar in de regio de meeste vraag is naar warmte en welke duurzame warmtebronnen daar het meest geschikt zijn ter vervanging van aardgas.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 29

De warmtestructuurkaart biedt een basis voor het gesprek over de verdeling van de warmte die in onze regio beschikbaar is. Deze kaart is een momentopname, gebaseerd op beschikbare data uit 2019. Het zegt niet of een alternatief warmtesysteem ook te realiseren is. De gegevens waarop de conceptkaart is gebaseerd, blijven we in de toekomst actualiseren. Ook zullen keuzes in de Transitievisies Warmte en de inzichten uit voortgaand onderzoek tot aanpassingen leiden, onder meer op gebied van aquathermie en geothermie. De actuele potentie van aquathermie is inzichtelijk door de viewer van Waterschap Vallei en Veluwe. Op basis van de warmtestructuurkaart zijn er vijf warmteclusters in de regio in potentie geschikt voor een groter warmtenet: Veenendaal, Ede-BennekomWageningen, Rhenen, Barneveld en Nijkerk. Daarnaast zijn er meerdere kleine warmteclusters geïdentificeerd. Op basis hiervan kan er potentieel 8% van de bestaande gebouwde omgeving door middel van een warmtenet op een collectieve warmtebron worden aangesloten. In een aantal van deze gebieden is al een bestaand warmtenet. Dit geldt voor Veenendaal, Ede en Wageningen. Daarnaast is in Scherpenzeel een klein warmtenet aanwezig. De verwachting is dat het warmtenet in Ede de komende jaren nog met circa 10.000 woningequivalenten uit kan breiden. Ook op overige plaatsen is ruimte voor uitbreiding.

Dit is vooral afhankelijk van de beschikbaarheid en economische winbaarheid van potentiële duurzame warmtebronnen. Bij collectieve warmtenetten zullen we ook kijken op welke wijze we lokaal eigenaarschap en zeggenschap invulling kunnen geven. Dit draagt net als bij andere duurzame projecten bij aan draagvlak voor deze ontwikkeling door grotere betrokkenheid en zeggenschap van gebruikers over lusten en lasten en invloed bij de exploitatie van deze netten. Er zijn weinig bovenlokale warmtebronnen, dus de meeste warmtenetten worden lokale netten. Momenteel wordt alleen in Wageningen een haalbaarheidsonderzoek

uitgevoerd met een bovenlokale warmtebron en bijbehorend warmtenet. Daarnaast lopen onderzoeken naar de toepassing van warmte uit oppervlaktewater, afvalwater en (ultra)diepe geothermie. Mogelijk ontstaan daardoor meer bovenlokale warmtenetten.

Proeftuin programma aardgasvrije wijk De Benedenbuurt Wageningen is een proeftuin in het programma Aardgasvrije wijken en ook onderdeel van het ‘Wijk van de Toekomst programma’ van provincie Gelderland. Net als Nude in Wageningen. Enkele andere gemeenten onderzoeken deze mogelijkheid. Hiermee wordt de komende jaren intensief ervaring opgedaan met de wijkgerichte aanpak op weg naar ‘aardgasvrij’. Dit geldt zowel voor de inrichting als voor opschaling. De ervaringen die zijn opgedaan in deze proeftuinen, kunnen helpen om in onze regio goed aan de slag te gaan met de warmtetransitie. Daarbij doen we ook ervaring op in het stimuleren en faciliteren van lokale initiatieven van bewoners en gebouweigenaren.

Er lopen veel technische onderzoeken naar onder andere (ultra)diepe geothermie, restwarmte, aquathermie, power to heat opslag, zonthermie. Bij veel van deze onderzoeken zijn de resultaten nog niet bekend. Als vervolg op de warmteatlas zijn er voor de provincie Gelderland verspreid over alle regio's quickscans gestart naar de haalbaarheid van collectieve duurzame warmtesystemen. De resultaten geven een eerste beeld van de financiële en technische haalbaarheid van een nieuwe warmtevoorziening. Een belangrijke conclusie is dat in veel scenario's de investering niet rendabel is en na 30 jaar nog niet is terugverdiend. Technisch zijn veel van de onderzochte collectieve warmtenetten mogelijk, maar financieel zijn deze collectieve duurzame warmtesystemen momenteel (nog) niet altijd haalbaar zonder aanvullende externe financiering.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 30

4 VOORWAARDEN EN INVESTERINGEN 4.1 Voorwaarden voor realisatie door publieke partijen

4.1.2 Organiseren van inspraak en participatie

4.1.1 De RES borgen in beleid van gemeenten, provincies en waterschappen

Participatie bij het ontwikkelen van de Regionale Energiestrategie Het maken van de Regionale Energiestrategie vraagt een nieuwe manier van (bestuurlijk) samenwerken. Eén van de vragen daarbij is: wanneer vindt participatie plaats, zowel formeel als informeel en wanneer op regionaal en op lokaal niveau? De RES 1.0 van Regio Foodvalley is een strategische regionale verkenning en geen ruimtelijk instrument. Met alle betrokken partijen aan het stakeholderoverleg is onderzocht wat we willen bereiken op het gebied van het grootschalig opwekken van duurzame energie en hoe we dat zouden kunnen bereiken. Dat hebben we gedaan door samen met experts kennis op te doen in werkateliers/studieopdrachten. Bijvoorbeeld over hoeveel energie al opgewekt wordt in de regio of hoe het landschap in elkaar zit en waar het opwekken van duurzame energie mogelijk of onmogelijk is. Die gezamenlijk ontwikkelde kennis is ingebracht in het stakeholderoverleg. Op die manier maken de deelnemers aan het stakeholderoverleg samen de RES, zoals afgesproken in de Startnotitie aan het begin van het RES-proces. Afzonderlijke overheden brengen hierin ambities in, die zij al eerder verankerd hebben, of nog gaan verankeren in hun ruimtelijk beleid met de daarbij behorende inspraak.

Daarom lag bij het proces naar de RES 1.0 de focus op informele participatie: het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden voorafgaand aan het officiële besluit over de RES 1.0. Dat vond lokaal plaats rond de ambities van elke gemeente (zoals Structuurvisie, Energievisie) en regionaal door het oprichten van een burgerforum. Formele participatie met terinzagelegging vindt plaats op het moment dat ambities worden vastgelegd in ruimtelijk (lokaal) beleid conform de gemeentelijke inspraakverordeningen.

De RES heeft de status van een bestuurlijk samenwerkingsdocument. Het is een gezamenlijke strategie waaraan elke bestuurlijke partij zich individueel committeert. De RES is geen juridisch ruimtelijk instrument. Het borgen van onze uitgangspunten en voornemens in de RES, gebeurt in lokaal en provinciaal beleid in de instrumenten van de Omgevingswet: omgevingsvisie, en -verordening en Omgevingsplan, of in het Blauwe OmgevingsPlan (BOP) van het Waterschap. De publieke partijen (gemeenten, provincies, waterschappen) vormen een ambtelijke begeleidingsgroep Omgevingsbeleid. Daarin vindt afstemming plaats over de borging van de RES in lokaal beleid. Bijvoorbeeld bij grensoverschrijdende projecten. Bij projecten voor grootschalige energieopwekking kan op lokaal niveau een MER noodzakelijk zijn. Gezamenlijk onderzoek naar milieu- en natuureffecten kan meerwaarde hebben voor overkoepelende thema’s. Ook kunnen we samen criteria opstellen voor het onderzoek dat op locatie wordt gedaan. Daarmee harmoniseren we de inhoud en het proces. Vanuit het NP RES en de Commissie m.e.r. worden pilots georganiseerd om inzicht te krijgen in de mogelijke bijdrage van MER in het RES-proces. Als dit van meerwaarde is voor onze regio doen we daaraan mee. Grootschalige projecten voor wind en zon worden uiteindelijk via een vergunning mogelijk gemaakt.

Daarin wordt vastgelegd onder welke voorwaarden de ontwikkeling mogelijk is. Aandachtspunten daarbij zijn de wijze waarop 50% lokaal eigenaarschap is ingevuld en een “opruimplicht” voor zonnepanelen en windturbines aan het einde van de levensduur.

Ook in het vervolg lokale en regionale participatie In de Stuurgroep RES is in november 2019 afgesproken dat gemeenten participatie over eigen ambities, beleid en projecten lokaal inrichten met hun eigen inwoners en bedrijven. Omdat participatie altijd maatwerk is, bepalen gemeenten zelf welke participatiedoelen het best nagestreefd kunnen worden, op welk moment en op welke manier. Bij initiatieven voor de opwek van duurzame energie is participatie afhankelijk van de fase van de planvorming en het beleid van de gemeente op dit vlak. Maar ook van de keuze van de gemeente over de mate en vorm van betrokkenheid van inwoners en omwonenden in buurgemeenten.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 31

Komen zon- of windprojecten in uitvoering, dan is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het participatietraject, inclusief het borgen van minimaal 50% lokaal eigenaarschap. De gemeente kan hierbij faciliteren. Het eventueel door de gemeente opgestelde beleidskader is hiervoor richtinggevend. Gemeenten geven daarbij ook aan wie ten minste moeten worden geïnformeerd en benaderd (bijvoorbeeld een afstand tot het project).

Inwoner: “Zorg voor een continue en heldere communicatie richting bewoners/stakeholders, wees duidelijk over waar mensen wel/geen invloed op hebben en neem verantwoordelijkheid. Luister niet alleen naar de schreeuwers.”

In bijlage B staat per gemeente aangegeven op welk beleid de bijdrage van de gemeente aan de RES is of nog wordt gestoeld. Maar ook welke stappen daarvoor doorlopen zijn en hoe, wanneer en met wie participatie plaats heeft gevonden onderweg naar de RES 1.0. Ook wordt beschreven hoe de regionale participatie plaatsvond. Het advies van het burgerforum is om bewoners blijvend, tijdig en actief te betrekken bij de uitwerking van de plannen en de uitvoering. Dat kan door de omgeving regelmatig te bevragen met hulp van een inwonerspanel naar voorbeeld van Het Jonge Klimaatpanel. Daar worden jongeren uitgenodigd elke maand online een mening te geven over duurzaamheid en klimaat. Het burgerforum benadrukt het belang van open communicatie en het bespreken van heikele punten in plaats van ze te verdoezelen. Daarnaast is het advies om de communicatie te stroomlijnen, regionaal en lokaal. En om de communicatie en participatie met inwoners te blijven professionaliseren. Belangrijke onderdelen hierin zijn: 1 Harmonisatie van communicatie op verschillende (overheids)niveaus. 2 Steeds het belang van energietransitie onder de aandacht blijven brengen. 3 Verbinding houden met ontwikkelingen op nationaal niveau. 4 Succesverhalen delen en kunnen omgaan met desinformatie. In het stakeholderoverleg is de waarde van de inzet van het burgerforum benadrukt.

Ook voor het vervolgproces willen we onderzoeken hoe eenzelfde soort vorm van betrokkenheid lokaal of regionaal ingericht kan worden. Uitwerking hiervan gebeurt in het uitvoerings- en samenwerkingsprogramma (zie hoofdstuk 5). Organiseren van formele inspraak De RES wordt in het vervolgproces vertaald naar lokaal en provinciaal omgevingsbeleid. Bij aanpassing van omgevingsbeleid wordt formele inspraak georganiseerd. Hiervoor wordt een termijn voor terinzagelegging

gehanteerd van zes weken. Binnen deze termijn kan iedereen een zienswijze inbrengen. Voor de omgevingsvergunningen geldt een algemene voorbereidingsprocedure. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de gemeente of provincie. De beslistermijn in deze reguliere procedure is acht weken. Daarna is er nog bezwaar, beroep en hoger beroep mogelijk. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig verlengen met zes weken (artikel 16.64 lid 2 Omgevingswet).

4.1.3 Ondersteunen door het rijk Om onze ambities mogelijk te maken is het nodig om financiële en procedurele belemmeringen weg te nemen. Dit geldt in het bijzonder voor onze wens om capaciteit van zon op daken en restgronden zo veel mogelijk te benutten. De investering is financieel niet altijd rendabel. Wanneer dat (in theorie) wel het geval is, ontbreken soms juridische instrumenten om de investering af te dwingen. Een aantal belemmeringen maakt dat de groei van zon op daken onvoldoende van de grond komt: We constateren in de praktijk dat de bestaande SDEsubsidies onvoldoende bijdragen aan het maximaal inzetten van de no-regret optie: de bovenste treden van de zonneladder. Dakeigenaren stellen investeringen uit vanwege onvoldoende rendement en de onzekerheid rond subsidieregelingen. Voor veel bedrijven en agrariërs is zon op dak complex om te organiseren en staat het ver af van de ‘reguliere’ bedrijfsactiviteiten. Om die bedrijven te bewegen toch te investeren, is een intensieve individuele aanpak nodig, die vraagt om extra middelen. De verzekeringspremie kan stijgen door het installeren van een zonnestroominstallatie. Ook kunnen er zware eisen gesteld worden vanuit verzekeraars. Hypotheekverstrekkers hebben problemen met het recht van opstal dat regelmatig op het dak gevestigd moet worden i.v.m. de installatie.

Bij nieuwbouwprojecten worden daken en gevels niet of onvoldoende benut voor zonnepanelen. Veel gemeenten stimuleren ontwikkelaars hun daken in te zetten voor zonnepanelen. Dit is niet juridisch op te leggen volgens het huidige bouwbesluit. Ook de nieuwe BENG regelgeving heeft deze verplichting nog niet op die manier opgenomen. We onderzoeken de mogelijkheden om dit in anterieure overeenkomsten met ontwikkelaars vorm te geven. Het Rijk wil gemeenten de mogelijkheid gaan geven om dakeigenaren te verplichten hun dak te benutten voor zonne-energie als dit binnen afzienbare termijn kan worden terugverdiend. Het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt hierop aangepast en verwacht wordt dat dit van kracht wordt zodra de Omgevingswet in werking treedt (verwacht per januari 2022). Duidelijkheid over deze regelgeving is wenselijk om eigenaren van geschikte daken te stimuleren en achterblijvers te activeren. Dit maakt het nodig dat het Rijk de subsidiemogelijkheden voor zon op daken en restgronden verruimt en zich inspant om belemmeringen weg te nemen.

REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 32

Wij vragen van het rijk: Optimalisatie en continuering van de SDE++-subsidie (ook na 2025). Alle regio’s hebben knelpunten aangegeven in hun concept-RES. Daarnaast constateren wij voor windenergie dat de SDE-systematiek gericht is op steeds hogere en grotere turbines. Minder hoge windturbines hebben daardoor moeite om tot een sluitende businesscase te komen, terwijl deze soms beter passen in onze regio. Instelling van een (aanvullend) kwaliteitsfonds te verkennen. Dit budget is gericht op de financiering van de ‘extra onrendabele top’. Die kan regionaal ontstaan wanneer uit oogpunt van maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak het van belang is om ook te investeren in maatschappelijke wensen zoals zorgvuldig ruimtegebruik en een mooi landschap. Een kwaliteitsbudget is een noodzakelijke en gerichte aanvulling om te komen tot gedragen en duurzame projecten voor zowel zon als wind. Wij willen dit budget benutten voor instelling van een landschapsfonds. Daarmee kunnen we exploitatieverschillen compenseren (tot ca. 5 cent per KWh) die ontstaan bij minder efficiënt aan te sluiten “restgronden” of bij zorgvuldige landschappelijke inpassing en voor minder gunstige locaties (bijv. oostwest daken of bij aanpassingen aan draagconstructie).

Aanscherping van de regelgeving, opdat (bij een rendabele businesscase) de verplichting kan worden opgelegd om daken van nieuwe gebouwen volledig te benutten voor zonne-energie, ongeacht de functie of het energieverbruik van het gebouw. Om de verhuurdersheffing voor woningcorporaties op te heffen of om te zetten naar investeringsruimte in verduurzaming van de woningen (isolatie en warmtenetten). Om met verzekeraars, hypotheekverstrekkers en andere belanghebbenden te onderzoeken hoe bij het verstrekken van verzekeringen en hypotheken beter rekening kan worden gehouden met het belang van duurzame opwek van energie.

4.2 Beschikbaarheid netcapaciteit 4.2.1 Mogelijkheden en belemmeringen netinfrastructuur De energietransitie zorgt ervoor dat het hele energiesysteem van elektriciteit, gas en warmte de komende jaren ingrijpend gaat veranderen. Deze grote opgave biedt kansen en belemmeringen. De netbeheerders gaan het net sterk uitbreiden door minimaal 200 – 300 miljoen tot 2030 te investeren en mogelijk nog meer om op specifieke knelpunten in te spelen. Op verschillende locaties in Regio Foodvalley kunnen capaciteitsproblemen op het net opgelost worden, maar niet allemaal. In het buitengebied zijn nieuwe aanvragen voor het aansluiten van (boeren-) daken en restlocaties daardoor niet altijd mogelijk. In stedelijke gebieden schakelen zonnepanelen soms tijdelijk af door de krapte in het lokale net. Dat heeft te maken met het oorspronkelijke ontwerp van de netinfrastructuur. Van oudsher zijn de kabels naar de woningen in de bestaande

bouw geschikt voor lagere vermogens, doordat de vraag daar ook minder was. Daarbij zijn de netten niet berekend op grote hoeveelheden teruglevering van stroom aan de netbeheerder.

4.2.2 Verbeteringen in het elektriciteitsnet Liander en Stedin hebben de gemeentelijke voornemens en mogelijkheden (zoals beschreven in hoofdstuk 3) doorgerekend en op basis daarvan een netimpactrapportage opgesteld. Daarin staat welke impact de plannen hebben op het energienet en de daarmee samenhangende consequenties. Daarbij is rekening gehouden met een uitbreiding van het net, dat past binnen de investeringskaders van de netbeheerders. Op basis van deze doorrekening schatten de netbeheerders in dat de regionale doelstelling van 0,75 TWh aansluitbaar is. Van de door gemeenten aangedragen voornemens en mogelijkheden, die in totaal optellen tot 0,96 TWh, kan 0,73 TWh gerealiseerd worden op basis van de voorgenomen uitbreidingsplannen. Zo’n 0,24 TWh (270 MW ) kan nog niet worden aangesloten, vooral voor zon op dak projecten. Bij een geschikt dak is ook een geschikte aansluiting met verbruik en vermogen nodig, om zonnepanelen aan te kunnen sluiten en om teruglevering van energie mogelijk te maken. Dit vraagt in veel gevallen, en vooral in het buitengebied (zon op agrarische daken), ingrijpende aanpassingen aan het net, die niet maatschappelijk rendabel zijn. Daar zijn uitbreidingen voor nodig die een investering van € 95 miljoen euro vragen. Bovendien is de maakbaarheid onzeker.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10762876/1