Formele versie rapport RES 1 0
Tekst van het document
Stakeholdersoverleg RES Foodvalley Plaats:
Akoesticum Ede
Datum:
9 juli 2021
Tijd:
15.00 tot 18.00
Aanwezigen:
VERSLAG BERAADSLAGINGEN RES 1.0 In het Stakeholderoverleg in de RES Regio Foodvalley vindt het meervoudige onderhandelingsproces plaats, gericht op consensus met als doel een gedragen energie transitie voor Regio Foodvalley. Het Stakeholderoverleg stuurt op inhoud en keuzes van de RES en besluit over het resultaat daarvan, dat aan alle achterbannen (waaronder raden, staten en het algemeen bestuur) wordt voorgelegd. Op basis van de besluiten van de achterbannen, maken ze gezamenlijk afspraken over hoe verder te gaan met het concreet realiseren van de energietransitie in Regio Foodvalley. Op 15 april 2021 heeft het Stakeholderoverleg RES Foodvalley de RES 1.0 aangeboden voor besluitvorming door de achterbannen. Op 21 april 2021 is deze versie openbaar gemaakt. In de periode tot en met 5 juli is de RES 1.0 in de raden van acht gemeenten, in de staten van de twee provincies en in het algemeen bestuur van het waterschap behandeld en zijn besluiten genomen en adviezen opgesteld. Daarbij hebben zij allen: • • •
de RES 1.0 vastgesteld (zie bijlage 1) ingestemd met de ambitie om 0,75 TWh op te wekken in 2030 als onderdeel van de landelijke ambitie van 35 TWh en uitgesproken gezamenlijk de samenwerking met de stakeholders te continueren en uit te werken in concrete afspraken.
Daarnaast zijn er amendementen en moties (zie bijlage achterin de RES 1.0 of aangenomen moties en amendementen op de website) aangenomen die betrekking hebben op zowel de tekst van RES 1.0, op lokale beleidskaders als op het vervolgtraject en de besluitvorming. De niet publieke stakeholders hebben een adhesieverklaring (zie bijlage achterin de RES 1.0 of de adhesieverklaring op de website) getekend waarin zij aangegeven hebben de inhoud van de RES 1.0 te onderschrijven. LTO heeft dit gedaan onder voorbehoud van het goed in kaart brengen van het aanvullende potentieel van restgronden voor het opwekken van zonne-energie, het beschikbaar komen van een kwaliteitsfonds ter financiering van gewenste maar onrendabele projecten en het borgen van de RES-afspraken over begrenzen van zon op boerenland in de vervolgafspraken.
1
Doel van de beraadslagingen is om te komen tot gedragen vervolgafspraken om verder te gaan met de energietransitie in Regio Foodvalley. Daarbij streeft het Stakeholderoverleg naar consensus, zoals verwoord in het Startdocument RES van 14 juni 2019. Indien het Stakeholderoverleg de vastgestelde tekst van de RES 1.0 wenst te wijzigen, dan zal de herziene RES opnieuw aan raden, staten en algemeen bestuur en alle niet publieke stakeholders voorgelegd te worden voor vaststelling of instemming. De stakeholders hebben de aangenomen amendementen, voorbehouden en moties besproken en hebben daarbij de volgende afspraken gemaakt: Algemene overwegingen: •
•
•
•
•
•
Allereerst wensen de deelnemers aan het Stakeholderoverleg samen verder te gaan om de duurzame energietransitie vorm te geven; iedereen heeft deze wens uitgesproken en zich (voor zover passend bij aard van de organisatie) gecommitteerd om de afspraken in concrete afspraken uit te werken; Het bod van 0,75 TWh in 2030 blijft het uitgangspunt en de intentie blijft om door te zoeken naar meer mogelijkheden om het opwekvolume te laten groeien naar 1.0 TWh in 2030; 2030 is een tussenstap op weg naar energie neutraliteit in uiterlijk 2050; Alle leden onderschrijven de voorkeursvolgorde van opwekken van duurzame zonne-energie door eerst zonnepanelen op daken en restgronden te leggen en beperkt zonnepanelen op boerenland te leggen. Daarnaast onderschrijven zij dat een beperkt aantal energieclusters voor wind en zon wordt ontwikkeld. De raden, staten en het algemeen bestuur gaan over hun eigen bevoegdheden. De aangenomen amendementen zijn daarmee integraal onderdeel van hun besluit aangaande de RES 1.0. Het Stakeholderoverleg treedt niet in deze verantwoordelijkheid. De afhandeling en doorwerking van de amendementen wil het Stakeholderoverleg graag gezamenlijk vormgeven in (aanvullende) vervolgafspraken. De aangenomen moties die voor de regio gelden zullen de stakeholders gezamenlijk oppakken. Vóór 1 november 2021 zal hierover worden teruggekoppeld.
Moties betrekkend hebbend op één gemeente, provincie of waterschap, behandelen de betreffende colleges af en indien van meerwaarde wordt daarin onderling samengewerkt; De voorbehouden bij de adhesiebetuiging zijn randvoorwaarden voor het vervolgproces.
Specifiek wordt ingegaan op onderstaande acht punten. 1. Zoekgebied Renswoude De gemeenteraden van Renswoude en Veenendaal hebben amendementen (zie bijlage achterin de RES 1.0 of aangenomen moties en amendementen op de website) aangenomen waarin is opgenomen om het zoekgebied voor windenergie te schrappen (Veenendaal) of voorlopig te schrappen (Renswoude). Op basis daarvan zullen beide gemeenten voorlopig geen initiatief nemen voor verdere uitwerking van dit zoekgebied voor windenergie in de volgende fase van de RES. De provincie Utrecht, die voor wind opwek installaties boven de 5 MW bevoegd gezag is, heeft de locatie wel vastgesteld. Afspraak: het SHO respecteert dat de gemeente Renswoude dit zoekgebied vooralsnog niet verder uitwerkt. De gemeente Renswoude, provincie Utrecht en omringende gemeenten zullen op korte termijn de toekomst van deze gebieden bespreken, waarbij alternatieven voor deze locatie nadrukkelijk worden onderzocht.
2
2. Bijdrage aan bod op grondgebied van Renswoude van 49 GWh naar 20 GWh. In het amendement van de gemeenteraad van Renswoude (zie bijlage achterin de RES 1.0 of aangenomen moties en amendementen op de website) wordt de lokale bijdrage verminderd van 49 GWh naar 20 GWh, waarbij ook de invulling met 2 windmolens geschrapt wordt. Hierdoor is het totale potentieel van ingediende plannen in de regio Foodvalley verlaagd van 0,964 TWh naar 0,935 TWh. Daarmee is het totale bod van 0,75 TWh nog steeds realistisch, zoals ook onderschreven in het amendement van de gemeenteraad van Renswoude. De andere gemeenten dienen hierom hun bod niet te verhogen of extra plannen te ontwikkelen. In de volgende fase zoekt de gemeente Renswoude voortvarend naar extra opties voor zon op daken, op restgronden zoals een zonnelint langs de A12/A30 en het plaatsen van kleine windmolens. De gemeenteraad van Veenendaal heeft expliciet het college opgeroepen om binnen het grondgebied van Veenendaal actief op zoek te gaan naar meer mogelijkheden hun doelstelling van 47 GWh te verhogen met zon op daken van bedrijven, woningen en boven verkeersinfrastructuur en daarmee een bijdrage te leveren aan meer kansrijke duurzame plannen.
Ook alle andere partijen gaan zoals afgesproken in de RES 1.0 door met verkennen van extra mogelijkheden voor wind en zon om ook de ambitie van 1,0 TWh voor 2030 mogelijk te maken Afspraak: het SHO neemt kennis van deze verlaging van 29 GWh en andere gemeenten behoeven dit niet met additionele plannen te compenseren. De gemeenten Veenendaal en Renswoude gaan op zoek naar extra initiatieven conform hun aangenomen amendementen. 3. Begrenzen zon op boerenland in Wageningen In de raad van de gemeente Wageningen is het amendement (zie bijlage achterin de RES 1.0 of aangenomen moties en amendementen op de website) aangenomen om paragraaf 2.4.5. niet vast te stellen (gebruik landbouwgrond voor zonneweides) en het college te verzoeken om een nieuw voorstel voor te bereiden voor besluitvorming zonder beperking voor lokale duurzaamheidsambities in de vorm van maximum hectares zon op land. De overige raden, staten en algemeen bestuur hebben paragraaf 2.4.5 vastgesteld en daarmee de begrenzing van zon op land te steunen ook binnen hun eigen grondgebied. In paragraaf 1.3 is in de optiek van het SHO in algemene zin aangegeven dat raden, staten en algemeen bestuur bij de herijking van de RES een bijzondere verantwoordelijkheid vanwege hun democratische legitimiteit hebben en daarmee impliciet deze begrenzing eenzijdig kunnen loslaten.
Dit is voor hen voldoende om in uitzonderlijke gevallen de begrenzing los te laten. Afspraak: het SHO hecht aan zoveel mogelijk eenduidigheid van teksten en vraagt het college van Wageningen om, net als dat in andere gemeenten is gedaan, met haar raad te bespreken of de beschrijving van de bevoegdheden van o.a. de raden in paragraaf 1.3 voldoende is om invulling te geven aan de intentie van hun amendement.
4. Minimale afstandsnorm voor windmolens tot woonwijken In het amendement van de gemeenteraad van Veenendaal (zie bijlage achterin de RES 1.0 of aangenomen moties en amendementen op de website) staat de wens om objectieve afstandsnormen
3
te ontwikkelen voor de afstand tussen windmolens en woonwijken. De raad van de gemeente Veenendaal heeft een voorkeur voor een afstand van 10 keer de tiphoogte, tenzij aangetoond is dat er voldoende draagvlak is onder de belanghebbenden voor een kortere afstand. Er is een landelijke norm voor geluid, gebaseerd op gezondheid beïnvloedende factoren, die de afstand tussen windmolen en bewoning bepalen. Gegeven de recente uitspraken van de Raad van State van heeft de landelijke overheid het initiatief genomen om de grondslag van de (landelijke) voorschriften in overeenstemming met de nieuwe jurisprudentie te brengen. Afspraak: het SHO steunt de expliciete aandacht die gevraagd wordt voor gezondheidsrisico bij windmolens en sluit zich aan bij de mogelijke landelijke doorontwikkeling van objectieve normen voor plaatsing windmolens, die o.a. kunnen leiden tot projectafhankelijke afstandsvereisten tussen woonwijken tot windmolens. 5. Aanpassen tekst 3.2.6 Scherpenzeel De raad van de gemeente Scherpenzeel heeft besloten (zie bijlage achterin de RES 1.0 of aangenomen moties en amendementen op de website) de tekst vanaf “daarnaast “ tot en met “gegeven” te vervangen door … “daarnaast is opgenomen welke onderzoeken uitgevoerd moeten worden en welke randvoorwaarden van toepassing zijn bij de opwek van hernieuwbare energie. Zo moet o.a.
eerst een zonneladder worden opgesteld voordat maximaal 20 ha aan zonneveld-projecten gerealiseerd kan worden. Voor windenergie is o.a. een maximale tiphoogte van 150 m boven het maaiveld en minimale afstand tussen windmolen en woning van 10x de ashoogte opgenomen. Ook is het percentage lokaal eigenaarschap aangepast naar minimaal 51%. Scherpenzeel verkent in samenspraak met in- en omwonenden hoe er invulling gegeven zal worden aan de onderzoeken en randvoorwaarden ” Daarmee sluit de paragraaf qua tekst aan op de meest recente energievisie van de gemeente. Ook geldt expliciet de volgende toelichting bij het zoekgebied. “op onderstaande kaart zijn de voorlopige zoekgebieden van wind in beeld gebracht. Voor deze gebieden geldt dat ze op lokaal niveau, in samenspraak met initiatiefnemers , de omgeving en belanghebbenden verder worden uitgewerkt. Het resultaat daarvan wordt vastgelegd in het omgevingsbeleid” In een eventuele volgende versie van de kaart met zoekgebieden van de RES Foodvalley zal expliciet worden vermeld dat lokale kaders en randvoorwaarden van toepassing zijn bij verdere uitwerking van de zoekgebieden. Afspraak: het SHO neemt dit amendement, evenals andere amendementen en de daarbij gemaakte afspraken, op bij de RES 1.0 die aan het Rijk wordt aangeboden.
6. Gezamenlijk realiseren RES’en In het amendement van de staten van Utrecht (zie bijlage achterin de RES 1.0 of aangenomen moties en amendementen op de website) wordt GS opgedragen om in overleg met de regionale partners de uitwerking en gezamenlijke realisatie van de RES’en vorm te geven, te bewaken en te faciliteren binnen de kaders van de omgevingsvisies, de interim omgevingsverordening en de tijdslijnen van het klimaatakkoord.
4
Afspraak: het SHO steunt de inzet om tot een gezamenlijke realisatie met andere RES’en te komen en nodigt de provincie Utrecht uit om de gewenste acties hiervoor in het bestuurlijk overleg dan wel stakeholderoverleg in te brengen.
7. Evalueren van het proces van totstandkoming RES 1.0 In diverse moties (zie bijlage achterin de RES 1.0 of aangenomen moties en amendementen op de website) is opgeroepen om het proces van totstandkoming van de RES 1.0 te evalueren met als basis het door raden staten en algemeen bestuur vastgestelde startdocument en de uitkomsten van deze evaluatie te delen met raden, staten en algemeen bestuur. Speciale aandacht is gevraagd voor duidelijkheid in bestuurlijke processen en besluitvormingsprocedures voor volgende beslismomenten en daarbij expliciet en eenduidig de democratische bevoegdheden van raden, staten en algemeen bestuur te verankeren. In augustus en september 2021 zal een niet bij het proces betrokken externe het proces evalueren en aanbevelingen doen voor het vervolg van de RES. De griffies zal om een advies gevraagd worden hoe, rekening houdend met diverse regionale samenwerkingsverbanden, de besluitvorming door de raden en staten en algemeen bestuur kan worden geoptimaliseerd. Op basis van het voorgaande zullen de stuurgroep en het SHO besluiten voor 1 november hoe de uitvoering van de afspraken van de RES 1.0 ter hand te nemen. In juli 2023 zullen raden, staten en algemeen bestuur een nieuw besluit moeten nemen, namelijk een update van de RES 1.0, de RES 2.0 vaststellen.
De stuurgroep zal een voorstel voor besluitvorming, met daarbij eenduidigheid over de rol van niet publieke stakeholders, doen in een startdocument en dat in het najaar 2022 ter besluitvorming aan raden, staten en algemeen bestuur voorleggen. Afspraak: het SHO en de stuurgroep laten in augustus en september het proces van totstandkoming van de RES 1.0 evalueren door een onafhankelijk externe, gericht op onder andere helderheid in bestuurlijke processen en besluitvorming procedures voor de RES 2.0 en voor het vormgeven van het uitvoering en samenwerkingsprogramma. Bij het bepalen van de precieze inhoud van de evaluatie zal de input van stakeholders worden meegenomen. Aan de griffies wordt een advies gevraagd hoe, rekening houdend met diverse regionale samenwerkingsverbanden, de besluitvorming door de raden, staten en algemeen bestuur kan worden geoptimaliseerd. De raden, staten, algemeen bestuur en SHO leden zullen de evaluatie en de aanbevelingen als bijlage bij het startdocument RES 2.0 (najaar 2022) ontvangen. 8. Overige aangenomen moties Uiterlijk voor 1 november 2021 zal de stuurgroep de raden, staten en het algemeen bestuur informeren over hoe wordt omgegaan met alle aangenomen moties (zie bijlage achterin de RES 1.0 of aangenomen moties en amendementen op de website). • •
•
Sommige moties hebben betrekking op de gehele regio en daar zal de stuurgroep in overleg met de niet publieke stakeholders een antwoord geven hoe hiermee om te gaan. Andere moties hebben betrekking op een gemeente of provincie. Daar zal de stuurgroep allereerst bekijken of de motie breder toepasbaar is en indien breder toepasbaar daar in overleg met de niet publieke stakeholders een antwoord geven hoe hiermee om te gaan. Indien deze niet breder toepasbaar is, dat zal de publieke stakeholder hier separaat een antwoord op geven hoe hiermee om te gaan
Afspraak: het SHO steunt deze aanpak en werkt proactief mee.
5
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY Definitief voor besluitvorming 21 april 2021 resfoodvalley.nl
VAN DROMEN NAAR DADEN
De zaaier door Vincent van Gogh: De zaaier doet zijn werk en de zon domineert de scène als een eeuwige bron van licht en energie. Achter de zaaier, die met een breed armgebaar het omgeploegde land inzaait, staat nog het rijpe koren, de cyclus van de natuur en het leven. Het zaaien en oogsten, soms veel vruchten voortbrengend soms minder, maar altijd met de goede intenties gezaaid. Het tafereel straalt rust en doortastendheid uit. Kenmerkend voor de grote veranderingen die voor ons liggen met ons mooie landschap, agrarische wortels en hardwerkende ondernemende bewoners. Dromen en daden, samenbindend. Dit schilderij is in ons midden in het Kröller-Müller Museum.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 2
INHOUDSOPGAVE Voorwoord
4
1 1.1 1.2 1.3 1.4
6 6 6 7 7
Inleiding Een gedeelde ambitie De Regionale Energiestrategie Werkwijze Leeswijzer
2 Dromen: Een vitale en duurzame Regio Foodvalley 2.1 Visie Regio Foodvalley: topregio voor AgriFood en duurzame voedselsystemen 2.2 Visie duurzame energievoorziening: langetermijnperspectief en innovaties 2.3 Raadpleging inwoners en advies burgerforum 2.4 Strategie duurzame opwek 2030 2.5 Visie op de warmtetransitie
8 8
10 11 18
3 3.1 3.2 3.3
Daden: Concrete stappen voor 2030 Duurzame opwek in Regio Foodvalley Mogelijkheden en voornemens per gemeente Regionale Structuur Warmte
20 20 22 28
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Voorwaarden en investeringen Voorwaarden voor realisatie door publieke partijen Beschikbaarheid netcapaciteit Financiële deelname door de lokale gemeenschap Investeringen door private partijen
31 31 33 35 37
5 Vervolgproces 5.1 Borging van de uitgangspunten en afspraken in de RES 5.2 Ontwikkelen uitvoerings- en samenwerkingsprogramma 5.3 Mijlpalen naar 2030
40 40 41 42
Bijlagen
43
9
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 3
VOORWOORD De aarde leefbaar houden vraagt actie. Nu. We gebruiken de aarde in hoog tempo op. De aarde warmt op, veel planten- en diersoorten verdwijnen, de zeespiegel stijgt en we gebruiken teveel grondstoffen en energie. Als we zo doorgaan, ligt onze regio straks aan zee. We willen onze aarde leefbaar houden. Daarom moeten we deze trend keren. Nu. Voor onszelf, maar vooral voor onze kinderen en kleinkinderen. Wij voelen ons verantwoordelijk om te doen wat we kunnen. Dat betekent niet afwachten, doorschuiven of naar anderen kijken. Maar actie ondernemen. We zijn het verplicht aan de generaties na ons. Gelukkig groeit wereldwijd én in heel Nederland datzelfde besef. 76 partijen ondertekenden het Klimaatakkoord. We spraken af de hoeveelheid broeikasgassen binnen 10 jaar drastisch terug te brengen. Dat doen we op veel manieren. Fabrieken gaan anders werken, boeren treffen maatregelen, we rijden steeds meer elektrisch en isoleren onze huizen. We besparen zoveel mogelijk energie én we gaan meer energie duurzaam opwekken. Tot 2030 kan dat vooral met zonnepanelen en windmolens. Windenergie opwekken gebeurt voor het grootste deel op zee. Dat is niet genoeg om ons doel te halen. Daarom gaan we ook op land zonne- én windenergie op wekken. Ook zoeken we naar warmtebronnen om onze huizen en gebouwen te verwarmen. Dat gebeurt in 30 energieregio’s in Nederland.
Ook in onze Regio Foodvalley, met daarin de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen. Op weg naar 2030 en naar 2050 blijven we tegelijk steeds zoeken naar nieuwe duurzame energie- en warmtebronnen en technieken. Onze omgeving verandert. Daar kunnen we niet omheen. Olie en aardgas worden onder de grond gewonnen. Maar windmolens en zonnepanelen? Die zijn zichtbaar en dichtbij. Dat levert ons wat op: schonere lucht, werkgelegenheid, innovatieve ontwikkelingen en winst op investeringen en ook voordelen zoals een lagere energierekening of meedelen in opbrengsten. Tegelijk heeft het ingrijpende gevolgen voor ons landschap en voor de omgeving waar we in wonen. Het kan hinder veroorzaken. Daar kunnen we niet omheen. Ruimte maken voor duurzame energie kan alleen samen. We staan voor een grote opgave van minimaal 0,75 TWh hernieuwbare opwek in onze regio. Daarvoor zijn veel investeringen nodig; bijna 1 miljard, rendabel in te brengen door ondernemers, energiecoöperaties, inwoners en netbeheerders en mogelijk te maken door overheden in 10 jaar. De veranderingen vragen om indringende gesprekken en moeilijke keuzes.
Waar is er ruimte voor zonne- en windenergie? Welke gevolgen heeft dat voor ons en voor het landschap? Past het op het energienet? Hoe kan ik zelf, of mijn gemeente, de (financiële) voordelen genieten van de zonne- en windprojecten? Gelukkig is Regio Foodvalley een
ondernemende regio met actieve inwoners, energiecoöperaties, hardwerkende ondernemers, vooruitstrevend onderwijs en een overheid die wil samenwerken. Samen kunnen we grote stappen zetten in energiebesparing, de opslag en het opwekken van duurzame energie en in de zoektocht naar nieuwe energiebronnen en technieken. We hebben tenslotte al vaker bewezen voortvarend en vernieuwend te zijn, bijvoorbeeld op het gebied van landbouw, voedsel en gezondheid. Vanuit de waarden en het karakter van onze regio. We koesteren de waarden en het karakter van onze regio. We leven hier in een heel gevarieerd en groen landschap: redelijk kleinschalig met veel natuur en landbouw. Veel mensen komen in onze regio recreëren en genieten. Wij willen hier: Veel minder energie gebruiken, duurzamer reizen en onze huizen en gebouwen isoleren. Onze natuur en het karakter van onze landschappen behouden. Dat doen we door zoveel mogelijk zon op daken, langs snelwegen, op stortplaatsen of boven parkeerplaatsen. Door het clusteren van windmolens en door energie zoveel mogelijk langs snelwegen en bij bedrijventerreinen op te wekken. Landbouwgrond alleen gebruiken onder strikte voorwaarden. De ruimte die nodig is voor energie-opwek waar mogelijk voor meer doeleinden gebruiken. De regie en de zeggenschap over projecten in onze regio houden. Net als de winst en werkgelegenheid.
Ondernemerschap en innovatie in de eigen regio stimuleren. Een eerlijke verdeling van lusten en lasten. Dat inwoners en/of ondernemers mede-eigenaar kunnen zijn van zonne- en windprojecten. Door obstakels te overwinnen en uitdagingen aan te gaan. Om dat te bereiken, blijven we in onze regio in gesprek. Ook nadat in de zomer over deze regionale energiestrategie besloten is door gemeenten, provincies en waterschappen. Want het gesprek is nog lang niet afgerond: zoekgebieden worden plannen en plannen worden concrete projecten. Bij elke stap, ook als plannen nog niet concreet zijn, vragen we ondernemers, energiecoöperaties, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, overheden én inwoners van Regio Foodvalley actief mee te denken en doen aan de zoektocht naar de beste opties. Het vraagt dat we de nadelen onder ogen zien. Dat we obstakels overwinnen en samen uitdagingen aangaan. Dat we kennis en ideeën delen. Samen keuzes maken over de beste plek voor duurzame energie. Samen verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst van onze jeugd.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 4
Daarom: snel samen aan de slag! Gemeente Barneveld Burgerforum Gemeente Ede Energie-Nederland, namens energiebedrijven FOV Regio Foodvalley en VNO-NCW VeluweVallei, namens ondernemers Provincie Gelderland Gelderse Natuur en Milieufederatie Jong RES Liander LTO Noord, namens Land- en tuinbouwsector Natuur- en milieufederatie Utrecht Gemeente Nijkerk
Recron, namens recreatiesector Gemeente Renswoude Gemeente Rhenen Gemeente Scherpenzeel Stedin Provincie Utrecht ValleiEnergie, namens energiecoöperaties en energie-initiatieven Gemeente Veenendaal Gemeente Wageningen Waterschap Vallei & Veluwe, mede namens Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden De Woningstichting, namens woningcorporaties
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 5
1 INLEIDING 1.1 Een gedeelde ambitie
Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord. Het is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken die 195 landen sloten in Parijs (2015). Om de temperatuurstijging op aarde te beperken tot 1,5 graad gaan we met elkaar de uitstoot van broeikasgassen sterk verminderen: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990. In 2050 wil Nederland grotendeels CO₂-neutraal zijn. Regio Foodvalley besloot al eerder, in 2018, dat zij energieneutraal wil zijn in 2050. Dit betekent dat het energiegebruik van de regio binnen de grenzen van de Regio FoodValley opgewekt wordt met hernieuwbare energie1. De regio ziet dat als één van de kernopgaven in haar Strategische Agenda. Regio Foodvalley en alle Gelderse gemeenten nemen ook deel aan het Gelders Energieakkoord (GEA). Zij werken aan 55% reductie van de CO₂ -uitstoot ten opzichte van 1990 in 2030.
1.2 De Regionale Energiestrategie
Het Klimaatakkoord werd ondertekend door 76 partijen, waaronder provincies, gemeenten, waterschappen, ondernemers, netbeheerders en maatschappelijke organisaties. Eén van de afspraken uit het Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in Nederland gezamenlijk 35 TWh 1
In de praktijk betekent dit dat we alle gebruikte energie in de regio Foodvalley duurzaam opwekken, zoveel als realistisch mogelijk binnen de regio en voor het overige daarbuiten.
hernieuwbare energie op land opwekken in 2030. Om het gezamenlijk doel te realiseren hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties elkaar nodig. Daarom werken in elke regio al deze partijen samen aan een Regionale Energiestrategie (RES). Regio Foodvalley is één van de 30 energieregio’s. In 2020 heeft Regio Foodvalley een concept-RES opgeleverd. Die is nu verder uitgewerkt tot dit document: de RES 1.0. Deze RES 1.0 is de uitkomst van de zoektocht hoe we in Regio Foodvalley naar vermogen kunnen bijdragen aan het landelijk doel. Waar is ruimte om duurzame energie op te wekken? En hoeveel? Hoe zorgen we dat de plannen van gemeenten om aardgasvrij te worden optimaal op elkaar afgestemd zijn? Zijn de oplossingen voor inwoners acceptabel? Sommige gemeenten in Regio Foodvalley hadden al concrete plannen of beleid voor het opwekken van duurzame energie. Anderen werkten daaraan op weg naar de concept-RES en de RES 1.0. Gemeenten betrokken hierbij inwoners: online vanaf de tijd van het Coronavirus. De plannen van de gemeenten maken deel uit van de RES. In deze RES 1.0 hebben we de eerste keuzes voor een energieneutrale Regio Foodvalley uitgewerkt. Een belangrijke stap is het verlagen van het huidige energieverbruik: wat we niet verbruiken, hoeven we ook niet op te wekken.
Regio Foodvalley streeft ernaar om ieder jaar minimaal 1,5% energiebesparing te realiseren. Samen spannen we ons maximaal in om de doelstelling om in 2030 voor 0,75 TWh aan duurzame opwek van elektriciteit in onze regio te realiseren. Daarmee dragen we naar vermogen bij aan de landelijke doelstelling van 35 TWh en zetten we een belangrijke stap op weg naar een energieneutrale regio in 2050. Onze ambitie gaat nog een stap verder, namelijk 1 TWh in 2030.
Dit document beschrijft hoe deze cijfers zijn opgebouwd en welke afwegingen zijn gemaakt. Maar ook hoe we regionaal samenwerken om de warmtetransitie voor elkaar te krijgen, waar mogelijke belemmeringen liggen en welke vervolgstappen we gaan zetten. Deze RES 1.0 richt zich op 2030 en kijkt vooruit naar 2050.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 6
1.3 Werkwijze In Regio Foodvalley werken we met acht gemeenten, twee provincies, twee waterschappen en twee netbeheerders samen met maatschappelijke organisaties, ondernemers, agrariërs en inwoners aan de RES. In regionale en thematische werkateliers verzamelden en deelden experts van betrokken partijen hun kennis. De kennis en inzichten zijn vervolgens ingebracht in het stakeholderoverleg. Daar zochten we met vertegenwoordigers van alle partijen naar oplossingen die recht doen aan het gemeenschappelijke regionale belang en alle individuele belangen. Er is gewerkt volgens de Mutual Gains Approach (win/win onderhandelen). Proces en werkwijze staan in de door gemeenten, provincies en waterschappen in 2019 vastgestelde Startnotitie RES Regio Foodvalley.
vrijgehouden voor een vertegenwoordiging van jongeren en van inwoners. De vertegenwoordiger van JongRES sloot na de zomer van 2020 aan. Om het belang van inwoners te vertegenwoordigen, is in het najaar van 2020 een burgerforum gestart. Twee leden uit dit burgerforum namen deel aan het stakeholderoverleg. Deze groep inwoners uit de hele regio heeft advies gegeven over hoe in de RES rekening gehouden kan worden met wat inwoners belangrijk vinden. Daarbij maakten zij gebruik van de resultaten uit een raadpleging die onder inwoners van Regio Foodvalley is gehouden. Meer informatie hierover is te vinden in paragraaf 2.3. De complete regionale energieopgave kan niet in één keer in de RES worden opgelost. Daarvoor is te veel onzeker en in ontwikkeling. Daarom is dit een 1.0 versie van de RES. We herijken – net als iedere RES-regio in Nederland - iedere twee jaar de RES op grond van nieuwe inzichten, innovaties of ervaringen. De raden, staten en algemeen besturen hebben daarbij een bijzondere verantwoordelijkheid vanwege hun democratische legitimiteit. Zo ontwikkelt de RES zich stapsgewijs. Dat geeft alle partijen die betrokken zijn inzicht in wat er in de toekomst op hen afkomt.
1.4 Leeswijzer
In het Doorstartdocument (september 2020) is uitgewerkt hoe we van concept-RES naar RES 1.0 komen. Op basis daarvan is in het proces naar RES 1.0 zowel het gezamenlijke bod als de visie voor duurzame opwek verder uitgewerkt in ateliers en het stakeholderoverleg. Specifieke thema's zijn verder onderzocht in bestuurlijke werkgroepen. Deze werkgroepen hebben met verschillende experts samengewerkt aan de onderwerpen: belemmeringen, omgevingsbeleid, lokaal eigenaarschap, netimpact, financiering en warmte. De uitwerking hiervan is meermaals besproken in het stakeholderoverleg en meegenomen in de gemaakte afwegingen.
In hoofdstuk 2 zijn de dromen van de Regio Foodvalley uiteengezet. Wat is de visie van de inwoners van de regio en de betrokken stakeholders? Vervolgens worden de daden toegelicht in hoofdstuk 3: hoe is het huidige bod opgebouwd, welke concrete keuzes maken we in deze RES? In hoofdstuk 4 wordt uitgewerkt welke randvoorwaarden moeten worden geborgd. Welke investeringen zijn nodig om het bod te behalen? Tot slot wordt in hoofdstuk 5 het vervolgproces beschreven: welke stappen worden gezet om de RES 1.0 uit te voeren, en hoe verloopt het proces naar een volgende RES 2.0? Hoe maken we samen Regio Foodvalley energieneutraal in 2050?
Op meerdere momenten zijn de achterbannen van de stakeholders geïnformeerd en geraadpleegd. Dit gebeurde middels (online) bijeenkomsten en webinars. Verslagen en opnames van deze bijeenkomsten zijn op de website terug te zien. De raads- en statenleden en algemeen besturen van de waterschappen kwamen tijdens regionale bijeenkomsten bij elkaar: zij nemen uiteindelijk een besluit over deze RES 1.0. Over de RES is meegedacht door inwoners, zowel lokaal als regionaal. Lokaal zijn inwoners betrokken wanneer gemeenten beleid ontwikkelden voor hun ambities op het gebied van duurzame energie. Sommige gemeenten hadden al beleid, anderen maakten dit in de afgelopen jaren tijdens het maken van de RES (meer informatie in bijlage B: Participatie in de RES 1.0 in Regio Foodvalley). Om ook regionaal inwoners te betrekken zijn in het stakeholderoverleg tot de zomer van 2020 stoelen
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 7
2 DROMEN: EEN VITALE EN DUURZAME REGIO FOODVALLEY 2.1 Visie Regio Foodvalley: topregio voor AgriFood en duurzame voedselsystemen “Een economische topregio op het gebied van landbouw en voeding, waar mensen aantoonbaar gezonder zijn, graag wonen, ondernemen en innoveren en waar circulair werken gewoon is: dát is Regio Foodvalley!” In de Strategische Agenda staat hoe de regio dit voor 2030 wil bereiken. Regio Foodvalley is een samenwerking tussen regionale overheden, ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen. Zij werken aan een gezonde en duurzame regio voor bedrijven en inwoners. De Regio Foodvalley ligt centraal in Nederland. Het landschap is aantrekkelijk en afwisselend en maakt onderdeel uit van de Veluwe, de Gelderse Vallei en de Utrechtse Heuvelrug. Er is een rijke diversiteit aan kleine en middelgrote dorpen en steden. De regio ontleent haar naam en karakter onder andere aan de ondernemende en vernieuwende AgriFood sector en kennisinstellingen. Daarnaast is er een sterk MKB en veel aandacht voor digitalisering. We zijn een kennisregio en werken aan een overgang naar toekomstbestendige landbouw, gezonde voeding, duurzame voedselsystemen, circulaire economie en versterking van het kennis- en innovatiesysteem.
Vanuit de Regio Deal Foodvalley werken we aan het versnellen van circulaire landbouw en aan minder emissie, zoals fijnstof reducerende technieken in de pluimveehouderij. Maar ook aan verdienmodellen en het stimuleren van consumenten om gezonde en duurzame voedselkeuzes te maken. Dat doen we met verschillende partijen, waaronder Wageningen UR en het bedrijfsleven. We richten ons op het duurzaam realiseren van brede welvaart en welzijn voor onze 350.000 inwoners. We zien economisch kapitaal in samenhang met ecologisch en sociaal kapitaal. Verbetering van het ene mag niet ten koste gaan van het andere. Urgente maatschappelijke vraagstukken vragen onze aandacht, zoals klimaatadaptatie, woonopgave, circulaire economie, energietransitie, landbouwtransitie, herstel en toename van biodiversiteit, het faciliteren van economische groei en de stikstofproblematiek. Al deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor ons ruimtegebruik; niet alleen de energietransitie. Zo zijn in Regio Foodvalley tot 2040 zo’n 40.000 extra woningen nodig, een stijging met 25%. Om een aantrekkelijke leefomgeving te kunnen blijven bieden, is versterking van de natuur en van landschappelijke
kwaliteiten belangrijk. Ook bedrijvigheid, mobiliteit, recreatie en het verduurzamen van de landbouw vragen ruimte. Een vitaal platteland en gezonde toekomst voor boeren is cruciaal voor onze positie als AgriFood regio. En een klimaatneutraal Foodvalley in 2050 vraagt ook na 2030 nog ruimte en inspanning. Het goed afwegen van deze soms tegenstrijdige belangen en het zoeken naar synergie en win-win situaties is een belangrijke opgave. De maatschappelijke vraagstukken bieden ons ook kansen. De vraagstukken waar we voor staan, dagen uit om te experimenteren en te innoveren. Het biedt kansen om de samenwerking verder te versterken. Bij de omslag naar duurzame energie kunnen we onderzoeken hoe we tegelijkertijd de lokale economie kunnen versterken. Maar ook onze inwoners kunnen laten meedelen en meebeslissen, werkgelegenheid kunnen creëren en klimaatadaptatie kunnen bevorderen. En hoe we het woon- en leefklimaat en de gezondheid kunnen verbeteren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat kunnen bieden. We pakken dus de kans om aan meer doelen tegelijk te werken door opgaven aan elkaar te verbinden en de ruimte op meer manieren te gebruiken. Tegelijk moeten we ook scherpe keuzes maken: niet alles kan en niet alles kan overal. Dit vraagt om een gebiedsgerichte aanpak.
Daarbij is samenwerking, betrokkenheid van onze inwoners en (boven)regionale afstemming tussen overheden, maatschappelijke organisaties, ondernemers, agrariërs en kennisinstellingen noodzakelijk.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 8
2.2 Visie duurzame energievoorziening: langetermijnperspectief en innovaties De energietransitie is een belangrijk thema voor inwoners, ondernemers, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties in onze regio. Het is een opgave die bij uitstek vraagt om regionale samenwerking. De productie van duurzame elektriciteit vraagt letterlijk om ruimte. In tegenstelling tot fossiele bronnen, zullen windmolens en zonnepanelen zichtbaar zijn en dichtbij. Ze zijn straks nadrukkelijk aanwezig in ons landschap. Daarom zetten we in op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing met respect voor natuur en landschap. We willen versnippering van het landschap voorkomen en functies combineren. Samen met inwoners en belanghebbenden zoeken we naar de beste plekken. Bovendien vinden we het belangrijk dat de economische positie van de boer in Regio Foodvalley wordt versterkt én dat de baten van het duurzaam opwekken van energie in onze regio blijven. Hierbij denken we niet alleen aan financiële deelneming door inwoners en bedrijven uit de regio. Maar ook aan het terugvloeien van gelden voor het versterken van natuur en landschap en het bevorderen van werkgelegenheid. We stemmen bovendien zorgvuldig af welke investeringen in de energie-infrastructuur de meeste prioriteit krijgen.
De focus op energiebesparing en het gebruik van hernieuwbare energie versterkt het imago van onze Regio Foodvalley: een groene top regio voor AgriFood en een duurzaam voedselsysteem.
De ontwikkeling van het energiegebruik en de vraag naar elektriciteit TNO heeft scenario’s uitgewerkt over de ontwikkeling van een klimaatneutraal energiesysteem in Nederland. Daarin neemt de vraag naar warmte door energiebesparing de komende decennia in alle sectoren af en neemt de vraag naar elektriciteit toe. Dit laatste heeft te maken met toenemende elektrificatie van energiefuncties, zoals elektrisch rijden, waterstofproductie en het toepassen van warmtepompen. Energiebesparing en innovatie zorgen netto voor een daling van de totale energievraag tussen 2018 en 2030. Door productiegroei in de industrie, nieuwe woningen en bedrijven en een toenemende transportvraag, neemt het energieverbruik daarna mogelijk weer toe. Dit is afhankelijk van de ontwikkelingen in de economische structuur en de toename van productie van waterstof en vloeibare brandstoffen. Het aandeel elektriciteit kan verdubbelen tot verdrievoudigen, waarbij het aandeel van elektriciteit in het energie-aanbod groeit van nu 19% naar, afhankelijk van het scenario, 43% tot 71% in 2050.
Richting 2050 Verwachte elektriciteitsvraag in PJ 20 18
4,9 TWh
16 14 12
3,2 TWh
10 8
1,9 TWh 1,3 TWh
6 4 2 0 Huidige situatie 2018
ETM 2030
Scenario 2050 TNO 185%
Scenario 2050 TNO 285%
Voor Regio Foodvalley betekent dit dat de elektriciteitsvraag zich ontwikkelt van ca. 1,7 TWh op dit moment, via 1,9 TWh in 2030 tot een bandbreedte tussen 3,2 TWh en 4,9 TWh in 2050 (zie afbeelding).
Energiebesparing als basis Een belangrijke stap naar een energieneutrale Regio Foodvalley is minder energie verbruiken. Dat wat je bespaart hoef je immers niet duurzaam op te wekken. In lijn met het Klimaatakkoord en het Gelders Energieakkoord willen wij ieder jaar minimaal 1,5% energiebesparing realiseren. Dit betekent dat in 2030 ruim 15% besparing is gerealiseerd en in 2050 meer dan 50%. Dit is een grote opgave die veel inspanning vraagt van verschillende sectoren (gebouwde omgeving, industrie, landbouw en transport) en van alle inwoners.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 9
Inwoner: “Er moet een stimulatie komen om minder vaak te douchen. Onze grootouders in de 20e eeuw deden het ook met een kommetje of teiltje water.” Hernieuwbare opwek als noodzaak Het resterende energiegebruik in 2050 gaan we dus duurzaam opwekken. Hernieuwbare elektriciteitsproductie draagt bij aan het vergroenen van de elektriciteitsmix en daarmee aan CO₂-reductie. Met deze Regionale Energiestrategie starten we een langjarige samenwerking om onze doelen in 2030 en 2050 te realiseren. Voor de korte en middellange termijn (2030) zetten we in op bewezen technieken voor grootschalige opwek: windenergie en energie uit zonnepanelen. Voor 2050 zien we potentie voor een breder scala aan duurzame bronnen en energiedragers. De energiemarkt ontwikkelt zich snel. Alternatieven die nu nog niet beschikbaar zijn, kunnen op termijn mogelijk wél een bijdrage leveren aan de energievoorziening van Regio Foodvalley. Zoals bijvoorbeeld onderstaande technieken voor productie of opslag van elektriciteit en/of warmte: Waterkracht. Kernenergie, thorium. Waterstof. Superkritische watervergassing. Biomassa en biogas. (Ultradiepe) geothermie (UDG). Aquathermie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater (TEO, TEA en TED). In bijlage G: Alternatieve technieken en innovaties brengen we voor deze technieken de potentie in beeld voor onze energievoorziening op middellange en langere termijn.
experimenteren en innoveren in de praktijk. Die circulariteit passen we ook toe in onze duurzame opwek. 90% van de zonnepanelen kan al worden gerecycled. Europese wetgeving verplicht de recyling van panelen, omvormers en batterijen. In geval van windturbines is de eigenaar van de windturbine verantwoordelijk voor een correcte afvoer van de afvalproducten wanneer de turbine wordt afgebroken of turbinebladen worden vervangen. Gezondheid Omwonenden van (te ontwikkelen) windturbines maken zich zorgen over gezondheidseffecten, onder meer door overlast van geluid of slagschaduw. Dit geldt zeker voor inwoners die ook al overlast ervaren van een snelweg of bedrijventerrein. De gezondheid van onze inwoners laten we zwaar wegen. We houden vanzelfsprekend minimaal de wettelijke eisen aan. We monitoren nieuwe wetenschappelijke inzichten. Geeft dat aanleiding voor aanvullende eisen? Dan betrekken we dat in de uitwerking naar lokaal beleid en vergunningverlening.
2.3 Raadpleging inwoners en advies burgerforum
Inwoner: “Innovatie kan ruimte bieden om te verbeteren.” Er zijn uiteraard ook innovaties in wind- en zonne-energie te verwachten. Zonnepanelen en windturbines worden steeds efficiënter of krijgen andere vormen. Naar verwachting zijn er van beide minder nodig in de toekomst om dezelfde hoeveelheid energie te produceren. Dat betekent ook minder beslag op de ruimte. We gaan deze alternatieven en innovaties permanent monitoren. We passen daarom de RES elke twee jaar aan, onder andere naar de laatste stand van de techniek. Als technieken sneller dan verwacht een belangrijke bijdrage kunnen leveren, kunnen we deze in een latere RES meenemen. Zo laten we zien dat Regio Foodvalley innovatie en integraliteit in de energievoorziening wil stimuleren. Circulariteit We streven naar een circulaire energietransitie. In onze Living Lab Regio Foodvalley Circulair werken overheden, ondernemers en kennisinstellingen samen om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. Vooral door te
Om het belang van inwoners uit de regio in het stakeholderoverleg in te brengen, is een burgerforum gevormd. Het is een diverse groep mensen uit alle gemeenten. Mannen en vrouwen met verschillende achtergronden, opleiding en leeftijden. Twee leden van het burgerforum namen namens het burgerforum deel aan het stakeholderoverleg. Zij brachten op 3 maart 2021 hier hun advies rechtstreeks in. Raadpleging onder inwoners Het burgerforum adviseert vanuit het belang van de inwoners uit Regio Foodvalley. Daarom vroeg Regio Foodvalley met behulp van een online vragenlijst aan alle inwoners wat zij belangrijk vinden bij het duurzaam opwekken van energie in de regio. Volgens inwoners is er in de regio ruimte voor zonnepanelen op daken, wind- en zonneparken
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 10
op industrieterreinen en naast snelwegen. Daarnaast kan er allereerst een flinke slag geslagen worden in het isoleren van woningen, mits subsidieregelingen beschikbaar zijn. Inwoners zien minder in het bouwen van wind- en zonneparken bij kleine dorpskernen en op agrarische grond.
2.4.1 Opgave: een toenemende vraag naar duurzame elektriciteit Op basis van het Energie Transitie Model brachten we in beeld hoe onze energievraag zich de komende 10 jaar naar verwachting gaat ontwikkelen. Uiteraard is dat niet met zekerheid te zeggen. Het is afhankelijk van aannames. Bijvoorbeeld over de mate waarin we erin slagen om energiebesparing te realiseren en over het tempo waarin de warmtetransitie zich voltrekt. Op basis van onze ambitie van 1,5% energiebesparing zien we een afname van de totale energievraag van ruim 27,4 PJ naar ongeveer 22,7 PJ. De vraag naar elektriciteit stijgt juist met ruim 12%, van ca. 6 PJ (1,7 TWh) naar 6,7 PJ (1,9 TWh). Dat komt door het deels elektrificeren van onze warmtevoorziening, de industrie en de mobiliteit en de groei in huishoudens en bedrijven.
Advies burgerforum Het burgerforum maakte zijn advies aan de hand van de uitkomsten van deze raadpleging onder inwoners. Het volledige advies en de uitkomst van de raadpleging zijn te vinden in Bijlage C. Daarnaast gebruikten de leden van het burgerforum de kennis die zij opdeden over het werk aan de RES en over het beleid van de gemeenten. De volgende zeven aanbevelingen vormen de basis van het advies: (bron: ETM, bewerking Over Morgen)
1
Geef gelegenheid aan burgers voor lokaal eigenaarschap. Financiële participatie draagt positief bij aan het creëren van draagvlak. Zorg dat de baten van de investeringen binnen de regio blijven. 2 Richt een burgerpanel op om bewoners blijvend te betrekken en gelijkwaardig te behandelen. 3 Respecteer landschap en natuur, ook voor toekomstige generaties. 4 De overheid moet de energietransitie regisseren, regionaal en lokaal. 5 Organiseer regionale planning en communicatie. 6 Onderzoek alternatieve bronnen voor wind en zon. 7 Gedrag: stimuleer isolatie en consuminderen. Succesfactoren Het burgerforum keek ook naar hoe het opwekken van duurzame energie een succes kan worden: “Kijk langer dan vier jaar verkiezingstermijn. De gemeenten moeten zich committeren aan wat in de RES staat. Zorg voor open communicatie, bespreek heikele punten in plaats van ze te verdoezelen. Neem nu maatregelen voor de korte termijn maar kijk ook naar de periode na 2030 en naar innovaties. Zorg voor subsidiemogelijkheden en terugverdienmodellen. Zorg dat het energienet zo snel mogelijk meer energie kan vervoeren. De kosten gaan voor de baat uit!”
2.4 Strategie duurzame opwek 2030
Inwoner: “Alles wat je maakt is niet duurzaam. Het meest duurzame is om niet te consumeren, maar we consumeren nog veel te veel. We willen op te grote voet blijven leven maar dan milieuvriendelijker.”
De Regionale Energiestrategie richt zich op een deel van deze opgave. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de meeste duurzame energie op zee wordt opgewekt: 49 TWh in 2030. Daarnaast werken de 30 RES-regio’s aan een gezamenlijke landelijke ambitie van 35 TWh voor de opwek van duurzame elektriciteit op land in 2030. In de praktijk houdt dit in: het duurzaam opwekken van elektriciteit met wind- en zonne-energie. In deze RES 1.0 richten we ons vooral op de locaties met de beste mogelijkheden en de randvoorwaarden voor elektriciteitsopwekking die daarbij horen. Waar is ruimte voor windmolens en zonnepanelen? Is daar aansluiting op het energienetwerk? Is er voldoende draagvlak voor en is het financieel haalbaar?
2.4.2 Gezamenlijke uitgangspunten In ons gezamenlijk stakeholderoverleg legden we zes criteria vast. Die gebruikten we om potentiële oplossingsrichtingen voor de RES te toetsen en beoordelen. Deze criteria hebben
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 11
we vertaald naar zes gezamenlijke uitgangspunten voor onze strategie voor duurzame opwek richting 2030. Daarvoor gebruikten we het advies van het burgerforum en de resultaten van de ruimtelijke ateliers als belangrijkste bouwstenen. Met deze uitgangspunten dragen we naar vermogen bij aan de energietransitie en sluiten we tegelijkertijd aan bij het karakter van Regio Foodvalley. Bijdrage aan opgave: Samen spannen we ons maximaal in om de doelstelling om in 2030 voor 0,75 TWh aan duurzame opwek van elektriciteit in onze regio te realiseren. Onze ambitie gaat nog een stap verder, namelijk 1 TWh in 2030. De komende jaren blijven we ons inspannen voor aanvullende mogelijkheden en werken we aan het oplossen van belemmeringen en het stimuleren van innovaties om deze ambitie te realiseren. Realiseerbaarheid: De strategie moet haalbaar en betaalbaar zijn, met aandacht voor (kosten van) inpassing op het elektriciteitsnet. Daartoe zoeken we zo veel mogelijk naar combinaties en clustering van wind en zon op geschikte locaties. Draagvlak en participatie: De uitkomsten van de raadpleging onder inwoners, het advies van het burgerforum en de uitkomsten van lokale participatieprocessen geven richting aan onze afwegingen. Daarom streven we naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap van zonne- en windprojecten en zoeken we naar maximale invulling van zon op daken.
We clusteren grootschalige opwek bij voorkeur langs infrastructuur en nabij bedrijventerreinen en zijn heel zuinig op ons waardevolle agrarische landschap en onze natuurgebieden. Aansluiting bij beleidskaders: We bouwen voort op besluiten, ambities en kaders van het rijk, de provincies, waterschappen en gemeenten. We zijn terughoudend met ontwikkelingen in natuurgebieden en versterken waar mogelijk de biodiversiteit. Ruimtegebruik: De ruimte in onze regio is schaars. Ons agrarische landschap heeft zowel economisch als maatschappelijk grote waarde. Daarom zetten we in op clustering en functiecombinaties. We sluiten aan bij infrastructuur en bedrijventerreinen en voorkomen waar mogelijk versnippering door losse windturbines. We willen dat nieuwe stads- en dorpsuitbreidingen nettoenergieleverend worden ontwikkeld. Daarmee voorkomen we een extra ruimtebeslag op de omgeving. Toekomstvastheid en continuïteit: we houden onze doelstelling voor 2050 in het oog, met mogelijkheden voor doorgroei, ruimte voor innovatie, fasering en flexibiliteit.
2.4.3 Uitwerking strategie 2030 Op basis van onze gezamenlijke uitgangspunten formuleren we onze strategie langs onderstaande lijnen (zie ook afbeelding): We zetten fors in op isolatie en energiebesparing: we maken ons hard voor 1,5% energiebesparing per jaar. We ontwikkelen daar een gezamenlijk versnellingsprogramma voor. We houden vast aan de plannen die we al in lokaal en provinciaal beleid hebben vastgelegd. We zorgen ervoor dat een zo groot mogelijk deel daarvan voor 2030 wordt gerealiseerd. Voor grootschalige (wind)projecten vereist dit vergunningen vóór 2025. We gaan zorgvuldig om met de schaarse ruimte in de regio. We zetten alles op alles om geschikte daken en “restgronden” voor zonnepanelen te gebruiken. In 2050 liggen zonnepanelen op bijna alle daarvoor geschikte daken. Voor zonne-energie worden de uitgangspunten van lokale zonneladders, of andere beleidskaders, gebruikt. We begrenzen zon op land voor agrarisch gebied conform huidig beleid van gemeenten. We voorkomen versnippering van een groot aantal losse windlocaties en kiezen voor ontwikkeling van energieclusters, zo veel mogelijk op locaties nabij de snelwegen en grote bedrijventerreinen. We ontwikkelen de zon- en windprojecten in onze regio in principe met minimaal 50% lokaal eigenaarschap. We verkennen in enkele onderzoeksgebieden welke aanvullende locaties verantwoord ontwikkeld kunnen worden.
We doen dat in gesprek met inwoners en met respect voor natuur, water, landschap en agrarische waarde.
Verkenning overige zoekgebieden
Energieclusters langs infrastructuur
Zon op daken en restgronden
Bestaand beleid Energie besparen
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 12
Energieclusters • Duurzame opwek zo veel mogelijk concentreren in energieclusters • Bij voorkeur nabij infrastructuur en/of bedrijventerreinen • Daken en restgronden in nabijheid van clusters maximaal benutten voor zon
Landelijk gebied • Restgronden en daken waar mogelijk maximaal benutten voor zon • Bestaand beleid zon op land is vertrekpunt • Zon op agrarische grond regionaal begrenzen. • Voorkeur voor minder waardevolle landbouwgrond • Natuurwaarden en -gebieden beschermen
Deze redeneerlijn geeft prioriteiten en geen volgorde in de tijd. We vertrekken bij energiebesparing, vastgesteld beleid, daken en restgronden. Om onze ambities te realiseren is dat niet voldoende. Daarom bieden we ook ruimte aan ontwikkeling van wind en zon op land. In 2030 zijn op basis van deze punten drie gebiedstypen te onderscheiden. Daar ‘landt’ het opwekken van onze energie op verschillende manieren. In de volgende paragrafen werken we dit verder uit.
2.4.4 Energieclusters: concentreren van duurzame opwek op beperkt aantal locaties We willen de ontwikkeling van het grootschalig opwekken van duurzame energie in onze regio zo veel mogelijk clusteren. Daarmee voorkomen we versnippering. Zo concentreert de ruimtelijke impact zich op de plekken die er het meest geschikt voor zijn. We kijken daarbij alvast zo goed mogelijk naar de ruimte in het bestaande elektriciteitsnet. Het biedt ook de beste kansen om de opwek kostenefficiënt en haalbaar in te passen op het elektriciteitsnet. In deze clusters concentreren we het grootste deel van de grootschalige opwek.
Gebouwde omgeving • 1,5% energiebesparing per jaar • Zon op geschikte daken, investeren in netcapaciteit • Warmtetransitie in RES 2.0 verder uitwerken op basis van transitievisies warmte • Bedrijventerreinen: kansen op daken benutten en evt. kleine windmolens
Inwoner: “Industrieterreinen en snelwegen zijn al lelijk, voeg het daar maar bij.” Een energiecluster heeft de volgende kenmerken: We ontwikkelen bij voorkeur combinaties van windturbines en zonne-energie. Daarmee is er een robuuste (financiële) basis voor een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk. Ook kan zo een “stopcontact” worden gerealiseerd waar ook andere ontwikkelingen op kunnen worden aangesloten: zon op daken of op (rest)gronden. Voor de opwek van duurzame elektriciteit, sluiten we bij voorkeur aan op bestaande ruimte op het elektriciteitsnet: daar waar de vraag naar elektriciteit groot is en het netwerk voldoende capaciteit heeft. Particuliere bedrijven in de omgeving kunnen aanhaken op het netwerk. Wanneer initiatiefnemers zich organiseren ontstaat er een basis om zo veel mogelijk geschikte grote daken in de nabije omgeving op het stopcontact aan te sluiten. Door de clustering ontstaat meer (financiële) mogelijkheden om ook de ruimtelijke kwaliteit in de nabijheid (bedrijventerrein en landschap) te versterken.
2.4.5 Gebruik landbouwgrond voor zonneweides Alle partijen wensen het gebruik van landbouwgrond voor energie opwek via zonneweides te minimaliseren. Regio Foodvalley is een toonaangevende landbouwregio en landbouwgrond is primair bedoeld voor voedselproductie. Ook hebben zonneweides op landbouwgrond niet de voorkeur vanuit de esthetica van het landschap. Zonneweides zijn evenwel een financieel zeer aantrekkelijke optie voor duurzame energie-opwek. Dat leidt tot een sterke marktvraag. In de gemeentelijke energievisies staan (varianten van) de zogenaamde zonneladder centraal. Daarin staat dat zon op daken de voorkeur heeft. Daarnaast zetten we in op restgronden, zoals stortplaatsen, stroken langs wegen en spoorwegen, niet-productieve gronden en waar mogelijk op dubbel gebruik, zoals parkeerdaken. Agrarisch land heeft een lagere prioriteit. Daarbij speelt ook mee dat we de
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 13
boeren de ruimte blijven geven om de duurzame transitie met meer extensieve landbouw mogelijk te maken. Daarom gaan de overheden en andere partijen in Regio Foodvalley zich maximaal inzetten om zoveel mogelijk restgronden te benutten – restgronden die technisch en financieel haalbaar zijn en niet strijdig met andere bestemming op deze grond – en om zon op daken – zoals boerendaken – te gebruiken. Mocht de huidige landelijke subsidieregeling ontoereikend zijn, dan pleiten we voor een exploitatiesubsidie tot maximaal 5 ct./KWh uit een regionaal kwaliteitsfonds, gefinancierd door het Rijk. Een dergelijke regeling is gewenst vanuit landschappelijke waarde en als tegenwicht voor de focus op zonnevelden. Indien innovatieve technieken beschikbaar komen of bestaande technieken effectiever worden, dan kan deze energie-opwek winst ook gebruikt worden om minder landbouwgrond in te zetten voor energiegebruik. Deze inzetten zijn niet toereikend om de huidige zon op land ambitie per gemeente voor 2030 waar te maken zonder gebruik te maken van agrarisch land. Daarom gaan we beperkt agrarisch land voor de energietransitie inzetten. De gemeenten zullen - mede op advies van LTO, de Natuur- en Milieufederaties, energiecoöperaties en waterschappen – keuzes maken over het ter beschikking stellen van welke gronden. Prioriteit ligt bij de minst toekomstbestendige gronden voor de landbouwsector.
Het totale potentieel zon op land is ingeschat op 249 hectare, waarvan maximaal 220 hectare zon op landbouwgrond. Voor de overige 29 hectare zijn “restlocaties” in beeld. We gaan op korte termijn bepalen of er extra reële potentie is voor zon op restlocaties, rekening houdend met extra exploitatiesubsidie uit een kwaliteitsfonds. Indien blijkt dat er meer restgronden beschikbaar zijn, kan het potentieel te benutten agrarisch land voor zon hiermee verminderd worden. Op basis van de huidige inzichten wordt het maximum potentieel te benutten landbouwgrond daarmee per gemeente begrensd tot 2030.
2.4.6 Natuur: beperkingen in en in nabijheid van natuurgebieden Wij koesteren de waarde en kwaliteiten van de natuur in onze regio. In de inwonerraadpleging en het advies van het burgerforum klinkt deze boodschap prominent door. Provincies Gelderland en Utrecht beoordelen initiatieven op hun effect aan de hand van kaders uit de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming borgt dat natuurgebieden (Natura2000 en Natuur Netwerk Nederland) en natuurwaarden worden beschermd. Op basis van de Wet natuurbescherming constateren we dat duurzame opwek alleen mogelijk is als wordt aangetoond dat beschermde soorten en gebieden niet worden aangetast. Vanwege deze kaders en de daarmee samenhangende complexiteit en procedurele risico’s, zien we nieuwe plannen voor ontwikkeling in bestaande natuurgebieden daarom nauwelijks als reële optie. De recent vastgestelde omgevingsverordening van provincie Utrecht sluit energieopwekking in de Utrechtse Natura2000 gebieden uit. Ook sluit provincie Utrecht energieopwekking in door de provincie aangewezen ganzenrustgebieden uit. De provincie Gelderland sluit energieopwekking alleen in door de provincie aangewezen weidevogelgebieden bij voorbaat uit.
Voor beoogde nieuwe natuurgebieden kan worden verkend of er mogelijkheden zijn voor (een combinatie met) duurzame opwek, mits dit zonder vertraging bijdraagt aan de beoogde ontwikkeling van nieuwe natuur, versterking van biodiversiteit en met inachtneming van de kaders in de Wet natuurbescherming. Dit is in alle gevallen maatwerk en locatiespecifiek.
Inwoner: “Ik ben tegen energie opwekken op plekken waar ook landbouw of natuur kan zijn. Als we die grond nodig hebben om energie op te wekken, dan doen we iets verkeerd in ons energieverbruik.”
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 14
Inwoner: “Vooral de natuur hebben we hard nodig. Ook om te ontspannen.”
Er is een onderzoek uitgevoerd in opdracht van vier Gelderse RES-regio’s -waaronder Regio Foodvalley- en de provincie Gelderland naar de mogelijkheden voor windenergie op en rond de Veluwe. Daaruit blijkt dat in het kerngebied van de Veluwe ontwikkeling van windturbines voor 2030 zonder verregaande mitigerende maatregelen juridisch niet haalbaar is. In het invloedsgebied van 1-8 km rondom de Veluwe gelden beperkingen als gevolg van het voorkomen van de Wespendief, een beschermde roofvogel. In dit gebied kunnen -afhankelijk van mitigerende maatregelen en daarmee samenhangende extra kosten- vooralsnog maximaal ongeveer 20 nieuwe windturbines geplaatst worden. Op basis van nader onderzoek kan er meer ruimte ontstaan of kan blijken dat locaties geen impact ondervinden omdat de Wespendief daar niet voorkomt. Dit vraagt (meerjarige) veldtellingen en specifiek onderzoek per locatie. Ook innovaties door de windsector om vogelslachtoffers te voorkomen én het versterken van de Veluwse natuur kunnen de aantallen windturbines in de zoekzones nog beïnvloeden. Keuzes in de ene regio kunnen consequenties hebben voor de mogelijkheden voor wind in andere regio’s. Daarom gaan de zes Gelderse RES-regio’s verder uitzoeken waar duurzame energie zo optimaal mogelijk kan worden opgewekt, waarbij tegelijk de Veluwe wordt ontzien.
Hiervoor gebruiken de regio’s de uitkomsten van het onderzoek als bouwsteen. Samen met de andere regio’s, betrokken gemeenten en de provincie gaan we uitgangspunten bepalen. Daarmee kunnen goede keuzes worden gemaakt om zoveel mogelijk rendement te behalen uit windenergie met zo min mogelijk negatieve impact op de natuur (bij voorkeur een positieve impact met toename van biodiversiteit), zo goed mogelijk passend in de ruimte en op het elektriciteitsnetwerk en zo hoog mogelijke maatschappelijke acceptatie.
2.4.7 Gebouwde omgeving In de gebouwde omgeving is het nodig om grote stappen te zetten door energie te besparen, gebouwen en woningen aardgasvrij te maken door ze anders te verwarmen (zie 2.5, Warmtetransitie) en zo veel mogelijk geschikte daken met zonnepanelen te vullen. Er is al gerekend met energiebesparing in de landelijke doelstellingen. Daarom telt besparing niet mee in de totale landelijke opgave. Dat maakt het niet minder belangrijk voor onze ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Om het belang te benadrukken staat besparing bovenaan de redeneerlijn. Het jaarlijks besparen van minimaal 1,5% energie is een opgave die nog om belangrijke gezamenlijke stappen vraagt. De acht gemeenten in Regio Foodvalley hebben elk hun eigen beleid hiervoor. Ook regionaal willen we stappen zetten om de ambitie te realiseren. Daarom nemen we in ons uitvoeringsprogramma concrete afspraken op over wat wij - aanvullend op de huidige inspanningen - gaan doen om de energiebesparing te stimuleren. Wij pleiten voor een stevige (financiële) ondersteuning van het Rijk om de ambitie op het gebied van energiebesparing waar te kunnen maken.