Bijlage informatienota benedenbuurt nov 2025 (1) 1
Tekst van het document
Bijlage bij Informatienota ontwikkelingen Aardgasvrije Proeftuin Benedenbuurt November 2025
Inleiding Deze bijlage gaat dieper in op de complexe situatie in de Aardgasvrije Proeftuin Benedenbuurt. De eerste vijf genummerde secties behandelen de ontwikkelingen en vraagstukken op de verschillende thema’s. Sectie 6 (‘Scenario’s voor vervolg’) brengt de thema’s bij elkaar en schetst de mogelijke paden die wij zien om vooruit te komen. Ook wordt hier beschreven welke informatie nog nodig is om een bepaalde keuze te kunnen maken. Zoals in de informatienota benoemd, belichten we de onderstaande ontwikkelingen vanuit het perspectief van de gemeente.
Stand van zaken 1. Voortgang proeftuin Er wordt gewerkt aan de doorstart van het project na het vertrek van Kelvin In augustus 2024 heeft de bewonerscoöperatie aangegeven bezwaren te hebben bij enkele uitgangspunten van het project. Het ging hierbij voornamelijk om de gekozen techniek en contractstructuur voor de warmteopwekinstallatie en de daaraan gerelateerde kosten en de mate van zeggenschap van de coöperatie in het project (zie ook de informatienota). In het voorjaar van 2025 is om deze reden besloten om de samenwerking met Kelvin te beëindigen en de coöperatie de ruimte te geven om naar eigen inzicht een doorstart voor te bereiden (zie informatienota). Hiervoor zijn enkele tussenmijlpalen met bijbehorende budgetten vastgesteld. Deze tussenmijlpalen zijn deels behaald. Deze zomer is het vertrek van warmtepartner Kelvin als aandeelhouder geformaliseerd. Er is een nieuwe, door de coöperatie voorgestelde directeur aangesteld voor WOW B.V.. De intentie was om bij het aanstellen van de directeur een nieuwe mijlpalenplanning met bijbehorende begroting vast te stellen. Dit is nog niet gelukt omdat de gemeente enerzijds en de bewonerscoöperatie en de directie van het warmtebedrijf anderzijds niet tot overeenstemming zijn gekomen over de tot nu toe voorgelegde concepten.
Hoewel dit voor ons een vraagstuk is dat eerst opgelost zou moeten worden, is het warmtebedrijf zonder kader aan de slag gegaan. Eind oktober heeft het warmtebedrijf een plan voor het vervolg gedeeld met de aandeelhouders. Dit plan roept bij ons enkele vragen op, die zijn gesteld aan (maar nog niet beantwoord door) het warmtebedrijf. Wij hebben vragen over de haalbaarheid van het project Onder andere vanwege de vernietigde omgevingsvergunning voor de opwekinstallatie (zie informatienota) en het niet volledig behalen van de eerste vastgestelde mijlpalen is voor ons de haalbaarheid van het project niet zeker. Deze eerste mijlpalen zijn gericht op het onderzoeken van de financierbaarheid van het project na de door de coöperatie gewenste aanpassingen en de bereidheid van Woningstichting Wageningen om haar vastgoed in het projectgebied aan te sluiten. Deze mijlpalen zijn bedoeld om de grootste risico’s vroegtijdig weg te nemen. Dit roept de vraag op of de besteding van de PAW-gelden nog wel verantwoord is. 1
De gemeente heeft het Expertteam Warmte van de provincie gevraagd om de risico’s van het project te onderzoeken Wij hebben extern en onafhankelijk advies gevraagd op de haalbaarheid van dit project. Het Expertteam Warmte heeft de benodigde kennis en ervaring in warmteprojecten in Nederland. Wij hebben hen gevraagd of in de huidige omstandigheden en met de huidige constructies en plannen het warmtenet in de Benedenbuurt gerealiseerd kan worden. Welke uitdagingen, risico’s en kansen worden hierbij gezien? Op basis van een eerste analyse, wordt nu gewerkt aan een voorstel voor een vervolgonderzoek. Het warmtebedrijf ziet nog voldoende aanknopingspunten om door te gaan Het warmtebedrijf vond deze zomer een externe analyse te vroeg en heeft zelf een plan gemaakt. Dit plan is op 30 oktober met de aandeelhouders besproken (zie punt 3 hieronder). Hierin geeft het warmtebedrijf aan vertrouwen te hebben in een succesvolle afloop van het project. De bewonerscoöperatie onderschrijft dit standpunt. Gemeente en coöperatie hebben sterk uiteenlopende ideeën over verstandige projectaanpak De vragen van de gemeente contrasteren met het vertrouwen van de coöperatie. Deze verschillende uitgangspunten resulteren ook in verschillende beelden over de juiste vervolgstappen.
De gemeente en coöperatie vinden allebei dat het vervolg georganiseerd moet worden volgens de principes die ze zelf belangrijk vinden. Voor de gemeente staat onze verantwoordelijkheid voor de besteding van de PAW-middelen hierbij voorop.
2. Bewaking besteding proeftuingelden De gemeente is verantwoordelijk voor een zorgvuldige besteding van publieke middelen. Het project in de Benedenbuurt wordt gefinancierd met een uitkering van het Programma Aardgasvrije Wijken (de ‘PAW-gelden’) die is ingebracht in het warmtebedrijf gekoppeld aan de toewijzing van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (een ‘DAEB-aanwijzing’). Er zijn in de context van de DAEB afspraken gemaakt over de manier waarop dit geld uitgegeven mag worden en hoe de gemeente dit kan controleren. De aandeelhoudersstructuur is op advies van notariskantoor Olenz zo georganiseerd dat de gemeente via ons aandeelhouderschap voldoende inzicht in en invloed op de bestedingen van het warmtebedrijf heeft (zie hiervoor ook deze RIB). Dit was de afgelopen jaren effectief, maar functioneert sinds deze zomer niet goed doordat er nog geen overeenstemming tussen de aandeelhouders is over het toezicht op het warmtebedrijf. Daarnaast zijn er werkafspraken gemaakt over de voorwaarden voor de doorstart na het vertrek van de warmtepartner: de coöperatie zou een mijlpalenplanning opstellen met bijbehorende begroting, zodat helder is naar welke doelen toegewerkt wordt en welk budget daarvoor wordt ingezet.
De gemeente heeft onvoldoende inzicht in de besteding van de PAW-gelden Bij het aanstellen van de nieuwe directeur voor het warmtebedrijf zou een mijlpalenplanning en begroting worden vastgesteld. Dit is nog niet gebeurd. Diverse pogingen om dit alsnog te organiseren zijn vooralsnog niet succesvol geweest. Het warmtebedrijf neemt de positie in dat rapportage achteraf voldoende is, omdat de PAW-gelden als agio-storting in het warmtebedrijf zijn ingebracht en het bedrijf hierover de beschikking heeft.
2
De gemeente kan niet controleren of de afspraken van de DAEB-aanwijzing worden nageleefd Omdat de gemeente onvoldoende inzage heeft in de financiële effecten van de huidige activiteiten van het warmtebedrijf, kunnen wij niet controleren in hoeverre de juridisch bindende afspraken in de DAEB-aanwijzing worden nageleefd en ervaren wij onvoldoende grip op de uitgaven van de PAW-gelden. De gemeente kan de DAEB-aanwijzing intrekken Vooralsnog zet de gemeente zich in om het warmtebedrijf te bewegen om weer conform de DAEB-aanwijzing te gaan werken. Als het warmtebedrijf geen inzicht geeft, of als er onrechtmatige uitgaven zijn gedaan, dan kan het college de DAEB-aanwijzing intrekken. De resterende PAW-gelden moeten dan terug naar de gemeente zodat wij nieuwe afspraken kunnen maken over de besteding van het geld conform ons convenant met het ministerie, zoals het stapsgewijs toekennen aan het warmtebedrijf afhankelijk van bepaalde deelresultaten. Intrekken DAEB-aanwijzing heeft grote consequenties voor het warmtebedrijf Omdat de PAW-gelden als agio-storting zijn ingebracht in het warmtebedrijf hebben zij andere financiële bronnen kunnen aantrekken, zoals een Europese LIFE-subsidie. Het terughalen van de PAW-gelden zou betekenen dat dit niet meer opgevoerd kan worden als cofinanciering.
Om de LIFE-subsidie te behouden zou een voorstel voor een ‘wezenlijke wijziging’ gedaan moeten worden aan de beheerder van LIFE-subsidies. Zo’n wijzigingsverzoek is complex en de kans van succes wordt niet groot geacht. Bij het wegvallen van de LIFE-subsidie wordt het moeilijk om nog een sluitende businesscase te realiseren.
3. Besturing warmtebedrijf Na de ontvlechting van Kelvin zijn gemeente en bewonerscoöperatie samen 100% aandeelhouder van het warmtebedrijf In het voorjaar van 2025 is een proces gestart om verder te gaan zonder warmtepartner Kelvin om tegemoet te komen aan de nieuwe wensen van de bewonerscoöperatie. Op 3 juli 2025 is definitief gekozen voor het vertrek van Kelvin. Joint Warmte bv (de 50/50 samenwerking tussen gemeente en bewonerscoöperatie WOW) bezit nu 100% van de aandelen van warmtebedrijf WOW bv. Er is een nieuwe, door de bewonerscoöperatie aangedragen directeur aangesteld en alle bedrijfsonderdelen zijn overgedragen aan de nieuwe organisatie. Er is nog geen overeenstemming over het bestuur van het warmtebedrijf Sinds de zomer is het nog niet gelukt om tot afspraken te komen tussen de gemeente enerzijds en de bewonerscoöperatie en de directie van het warmtebedrijf anderzijds. Er is nog geen controle-framework overeengekomen tussen de directeur en de raad van commissarissen, welke bekrachtigd is door de Aandeelhoudersvergadering van Joint Warmte B.V.. Daardoor is er verschil in inzicht over het mandaat van de directeur. Naar het oordeel van de commissaris van de gemeente wordt onvoldoende inzicht gegeven in de financiële situatie en risicobeheersing in de bedrijfsvoering. Tot op heden is het niet gelukt dit inzicht wel te krijgen.
Dit komt deels voort vanuit een verschil van inzicht tussen onze commissaris en de commissaris van de bewonerscoöperatie over de gewenste invulling van de rol van commissarissen.
3
Het warmtebedrijf is toch aan de slag gegaan en heeft een voorstel gedaan voor het vervolg Tot eind oktober heeft het warmtebedrijf gewerkt aan een plan van aanpak. Voor de tussenliggende periode zijn geen afspraken gemaakt over een budget of opdrachtomschrijving. Op 30 oktober j.l. is in een Algemene Vergadering van Aandeelhouders een plan voor de verdere ontwikkeling van het project besproken. De gemeente wacht nog op verduidelijkingen van het plan voordat we ermee in kunnen stemmen Onze commissaris heeft een aantal vragen gesteld over de uitgangspunten achter de gepresenteerde plannen. Het gaat hierbij met name om aannames waarop de gepresenteerde businesscase is gebaseerd. Gemeente en bewonerscoöperatie hebben verschillende ideeën over hoe het verder moet De gemeente benadrukt het belang van een duidelijke planning, budgetering en monitoring van tussenresultaten. Dit vindt de gemeente belangrijk vanwege haar verantwoordelijkheden met betrekking tot verantwoorde besteding van PAW-gelden en de eisen voor (via haar aandeelhouderschap) aan de gemeente verbonden partijen. De coöperatie lijkt flexibeler te willen opereren en wil achteraf en op hoofdlijnen verantwoording afleggen over bestedingen.
De gemeente is nog wel aandeelhouder om grip te houden op de uitgave van de PAW-gelden Gezien de wens van de bewonerscoöperatie om zoveel mogelijk autonoom controle te hebben over het warmtebedrijf, ziet de gemeente op de lange termijn geen aandeelhoudersrol voor zichzelf. Omdat we grip willen houden op de besteding van de PAW-gelden, hebben wij de intentie om aandeelhouder te blijven tot het bereiken van financial close (waarbij wordt besloten over de besteding van het laatste deel van de PAW-gelden) en daarna de aandelen over te dragen aan de coöperatie. Totdat dat zover is, heeft de gemeente als (indirecte, via Joint Warmte) aandeelhouder ook een verantwoordelijkheid aan het warmtebedrijf en een medeverantwoordelijk over de bedrijfsvoering. Dit betekent ook dat we in bepaalde mate risicodragend zijn. Externe partijen zouden ons via de rechter kunnen aanspreken op onze acties als aandeelhouder als deze de continuïteit van de vennootschap in gevaar zouden brengen.
4. Omgevingsvergunning opwekinstallatie Dolderstraat 88 De in 2023 afgegeven vergunning is definitief vernietigd De uitspraak van de rechtbank is intern en door Nysingh bestudeerd. Er is geconcludeerd dat er geen aanleiding was om deze aan te vechten bij de Raad van State. Dit betekent dat de afgegeven vergunning definitief vernietigd is. Tenzij de vergunningsaanvraag wordt ingetrokken, moet de gemeente een nieuw besluit nemen. De vernieuwde aanvraag is opnieuw in behandeling genomen Het warmtebedrijf heeft de uitspraak van de rechtbank ook bestudeerd en heeft op basis hiervan haar aanvraag met nieuwe en/of andere stukken onderbouwd, gebaseerd op het nieuwe gewenste technische systeem. De nieuwe stukken zijn ingediend bij de Omgevingsdienst. Op dit moment wordt de vernieuwde aanvraag ambtelijk getoetst om te bepalen of deze compleet en vergunbaar is. Is dat het geval, dan zal er een Ontwerpbesluit worden voorgelegd aan het college. De Raad zal dan gevraagd worden om een Ontwerp-Verklaring van geen Bedenkingen. 4
Het is nog niet bekend op welke termijn dit kan gebeuren. Gezien de voorgeschiedenis en de complexe regelgeving is het zaak zorgvuldig op te treden in dit proces. De behandeling van de vergunning staat zoveel mogelijk los van de rest van het proces Het in behandeling nemen van vergunningsaanvragen is een wettelijke taak en plicht van het betreffende bestuursorgaan van de gemeente. Hierbij wordt gekeken naar de vergunningsaanvraag en de wettelijke gronden waarop de aanvraag getoetst moet worden. Dit kan, indien er sprake is van beleidsruimte of beoordelingsruimte, ook gedeeltelijk een politieke afweging zijn. Dit is een vergunningsaanvraag die betrekking heeft op de ruimtelijke ordening. De aanvrager dient ook aan te tonen dat het project economisch en financieel haalbaar is, en dat het dus aannemelijk is dat het te vergunnen project daadwerkelijk uitgevoerd kan worden (toetsing op hoofdlijnen). De huidige vraagstukken rondom bestuur en financiën van het warmtebedrijf kunnen hier dus wel invloed op hebben.
5. Gelijktijdige vernieuwing riool en openbare ruimte en aanleg distributienet Er is afgesproken te wachten met de rioolvernieuwing totdat het warmtenet gerealiseerd kan worden In 2016 was de aanstaande wegvernieuwing de aanleiding om tevens de riolering te vervangen en te onderzoeken of dan gelijktijdig een warmtenet aangelegd zou kunnen worden. Omdat de straat dan maar één keer open hoeft, zouden de totale kosten lager zijn dan als de twee projecten na elkaar zouden plaatsvinden. Ook zou de overlast voor bewoners kleiner zijn. Het ‘synergievoordeel’ zou ten bate komen aan het warmtebedrijf. Om dit synergievoordeel ook echt te behalen is het ontwerp van de onderdelen op elkaar afgestemd en is het project vervolgens in zijn geheel aanbesteed. De afspraak met de aannemer is dat uiterlijk in september 2028 opdracht wordt gegeven voor òfwel het gehele project, òfwel de rioolvernieuwing en herinrichting openbare ruimte (als WOW B.V. er niet in slaagt voor die tijd financial close te bereiken). Door de vertraging lopen onderhoudskosten in het projectgebied op Het oude asfalt in de wijk vergt de laatste jaren steeds meer aandacht en is nu al geruime tijd technisch op. De kans op calamiteiten neemt toe. Er zullen meer gaten in de verharding vallen. De afgelopen periode is dat ook al gebeurd. We kunnen dit opvangen door de gaten tijdelijk dicht te blokken met verharding.
De randen van asfalt ter plekke van de reparaties zijn kwetsbaar. Het kost steeds meer om de straat berijdbaar te houden. Een strenge winter gaat naar verwachting tussen €20.000 en €100.000 per jaar extra kosten. Er moet een afweging gemaakt worden of langer wachten verantwoord is Omdat het warmtenetproject vertraging heeft opgelopen en onduidelijk is of en wanneer de realisatie van het warmtenet zou kunnen starten, dient de vraag zich aan of het nog verantwoord is om langer te wachten. Om deze vraag te beantwoorden, zal helder moeten worden of er een realistische kans is dat er gestart kan worden met de realisatie van het warmtenet vóór september 2028.
5
Rioolvernieuwing zonder warmtenet kan, maar heeft nadelen Een alternatief zou zijn om de twee projecten van elkaar los te knippen. Dit bespaart de gemeente onderhoudskosten van het oude asfalt en het projectgebied wordt sneller heringericht naar de huidige wensen. Het warmtenetproject zou nog steeds gerealiseerd kunnen worden omdat bij het ontwerp rekening is gehouden met de benodigde ruimte in de ondergrond. Ook is het op deze manier mogelijk om later dan in september 2028 (de huidige aanbestedingsdeadline) tot realisatie van het warmtenet over te gaan. Nadelen van deze oplossing zijn dat het synergievoordeel (becijferd op € 960.000) komt te vervallen, dat er mogelijk twee keer overlast is in de wijk, en dat de aannemer geen ervaring kan opdoen met het gelijktijdig aanleggen van riool en warmteleidingen. Dit leereffect is één van de doelen van de Aardgasvrije Proeftuin. 6. Scenario's voor vervolg Bij een proeftuin hoort bijsturen Naar aanleiding van de wensen van de bewonerscoöperatie is in het voorjaar van 2025 besloten om een andere koers te varen, waarbij de bewoners de ruimte kregen om naar eigen inzicht het project verder te ontwikkelen binnen enkele door de gemeente bepaalde randvoorwaarden. De gemeente bleef vooralsnog 50% aandeelhouder van Joint Warmte B.V. Wij constateren dat de samenwerking de afgelopen maanden moeizaam is verlopen.
De visies van gemeente en bewonerscoöperatie liggen op veel vlakken ver uit elkaar. Nogmaals bijsturen is daarom gewenst. Er is echter nog niet voldoende informatie beschikbaar om te besluiten in welke richting we zouden moeten sturen. Wel worden de contouren van de scenario's langzaam duidelijk. Aan de hand van de onderstaande sporen wordt besloten over de voorzetting en de vorm van de voortzetting van het project. Spoor haalbaarheid Het heeft alleen zin om het project voort te zetten als er een reële kans is dat het warmtenet gerealiseerd kan worden. Hier zijn binnen de gemeente vragen over; de coöperatie en het warmtebedrijf hebben hier vertrouwen in. We werken aan een extern advies via het Expertteam Warmte. Mocht hier uitkomen dat het project niet meer haalbaar is, dan moeten we besluiten om het warmtenetproject te beëindigen. Als er nog wel een reële kans is dat het project slaagt, dan moeten we kijken hoe we verder kunnen. Spoor grip op en verantwoordelijkheid voor PAW-gelden De spanning tussen gemeente en bewonerscoöperatie is voor een groot deel gebaseerd op verschillen in inzicht over hoe de PAW-gelden beheerd zouden moeten worden. Hier zijn verschillende vervolgscenario's mogelijk: 1. We geven de verantwoordelijkheid aan het warmtebedrijf en laten zelf de controle op de uitgaven los 2.
Het warmtebedrijf gaat werken conform onze randvoorwaarden rondom de uitgave van de PAW-gelden 3. We beëindigen de DAEB-toewijzing en halen de PAW-gelden terug Het is nog niet duidelijk of route 1 mogelijk is. Hiervoor zijn wij in overleg met RVO en het ministerie. Het is de vraag of het convenant tussen de gemeente en het ministerie hier ruimte 6
voor geeft. Als dat het geval is, zou het kunnen dat de raad hiervoor toestemming moet geven. In dat geval komen we bij u terug. Het zou ook kunnen dat er een nieuw convenant afgesloten kan worden, waarin de gevraagde ruimte wordt gegeven. De gemeente wil hier geen besluit over nemen voordat duidelijk is dat de juridische aansprakelijkheid voor de uitgave van de PAWgelden overgedragen kan worden. Mocht route 1 niet mogelijk zijn, dan hangt het van het warmtebedrijf af of we verder gaan met scenario 2 of 3. We zullen dan samen met het warmtebedrijf (en evt. andere partijen zoals RVO en Expertteam Warmte) gaan zoeken naar methoden om weer tot een vruchtbare samenwerking te komen. Spoor aandeelhouderschap Wanneer scenario 1 mogelijk is en de controle op de uitgaven los wordt gelaten, is het waarschijnlijk dat ook wordt besloten de aandelen over te dragen aan de coöperatie. Mocht scenario 2 gekozen worden, dan is het waarschijnlijk dat de gemeente aandeelhouder blijft (tot het moment van financial close). Dit is noodzakelijk omdat via het aandeelhouderschap wordt toegezien op de verantwoorde besteding van de PAW-gelden. Het aandeelhouderschap betekent ook dat op andere thema’s een productieve samenwerking noodzakelijk is. Wanneer hier niet (op termijn) aan wordt voldaan is het waarschijnlijk dat wij terugtreden als aandeelhouder.
Dit heeft gevolgen voor het toezicht op de PAW-gelden en daarmee de DAEB-toewijzing. Spoor vergunning Het proces van de vergunningverlening verloopt in principe autonoom. Wel is de vergunningverlening essentieel voor de haalbaarheid van het project. De vraagstukken rondom bestuur en financiën kunnen invloed hebben op de vergunbaarheid, vanwege de toetsing op de financiële en economische haalbaarheid. Spoor herinrichting openbare ruimte Het spoor herinrichting openbare ruimte gaat hoofdzakelijk over het wel of niet voordoen van een synergievoordeel en de mate van overlast voor de bewoners van de wijk. Het synergievoordeel is afhankelijk van de aansluiting van de planning van het aanleggen van het warmtenet op de vernieuwing van de infrastructuur (weg, riool). Het wel of niet voordoen van het synergievoordeel leidt daarmee niet tot een besluit over de voortzetting van het project, maar heeft wel invloed op de businesscase en de leereffecten van de proeftuin.
7