Zienswijzen Gemeenschappelijke Regeling en ontwerpbegroting 2025 Grondbank RZG Zuidplas
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaakkenmerk: 141689 Documentkenmerk: 143263 Portefeuillehouder: Femke Vleij Datum besluitvormende raad: 12 juni 2024 Openbaar: Openbaar Onderwerp Zienswijzen Gemeenschappelijke Regeling en ontwerpbegroting 2025 Grondbank RZG Zuidplas Voorgesteld besluit De gemeenteraad van Waddinxveen besluit: 1. De zienswijzen op de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Grondbank RZG Zuidplas vast te stellen, waarbij aandacht wordt gevraagd voor: a) de aansluiting van de Gemeenschappelijke Regeling op de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr); b) het recht tot uittreden binnen een jaar; c) de doelstelling van een kostenneutrale ontwikkeling; d) de verlening van de koopovereenkomst met Zuidplas; e) de verkoop van gronden aan derden mogelijk maken. 2. Af te zien van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028 van de Gemeenschappelijke Regeling Grondbank RZG Zuidplas. Publiekssamenvatting De gemeente werkt op verschillende gebieden samen met andere gemeenten uit de regio. Op deze manier kunnen zaken beter worden georganiseerd en geregisseerd. Betreffende transities in het landelijk gebied werkt de gemeente Waddinxveen samen met omliggende gemeente en de provincie Zuid-Holland in de Grondbank RZG Zuidplas.
In de afgelopen weken zijn de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028 van de Gemeenschappelijke Regeling Grondbank RZG Zuidplas aan de raad aangeboden Daarnaast is een concept wijzigingsvoorstel voor verlenging van de Gemeenschappelijke Regeling Grondbank RZG Zuidplas aan de raad aangeboden. De gemeenteraad heeft besloten om de zienswijzen op het wijzigingsvoorstel voor verlening van de Gemeenschappelijke Regeling Grondbank RZG Zuidplas vast te stellen. Deze zienswijzen gaan over de looptijd, de periode voor de mogelijkheid tot uittreding en de voorwaarden voor uittreding. Daarnaast heeft de raad besloten af te zien van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028. Inleiding De Gemeenschappelijke Regeling Grondbank RZG Zuidplas (hierna: Grondbank) heeft haar ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting voor 2026-2028 aangeboden aan de raad voor het indienen van zienswijzen. Op grond van de door de raad vastgestelde ‘leidraad sturing en grip op verbonden partijen’ worden alle begrotingen van verbonden partijen gelijktijdig aan de verschillende gemeenteraden voorgelegd voor het indienen van zienswijzen. Naast de aangeboden begroting heeft de Grondbank ook een concept wijzigingsvoorstel van de Gemeenschappelijke Regeling aan de raden voorgelegd.
Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling is nodig, omdat de huidige regeling tot 1 januari 2025 loopt. Daarnaast is de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) aangepast, waardoor wijzigingen in de huidige Gemeenschappelijke Regeling nodig zijn. De ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting 2026-2028 zijn in lijn met de doelstelling van een kostenneutraal resultaat. Daarnaast zijn er geen bijzonderheden in de beide begrotingen opgemerkt. Derhalve wordt voorgesteld geen zienswijze op deze beide begrotingen in te dienen.
Beoogd resultaat/doel Door het indienen van zienswijzen wordt de raad in staat gesteld invloed uit te oefenen op de vaststelling van de begrotingen en de wijzigingen binnen de Grondbank. Er wordt op die manier aandacht gevraagd voor het belang van de gemeente Waddinxveen. Argumenten Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting 2026-2028: Ten aanzien van de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028 worden geen zienswijzen voorgesteld. Wijziging Gemeenschappelijke Regeling: Ten aanzien van de concept tekst voor de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling worden wel zienswijzen voorgesteld. In de bijlage treft u de van de Grondbank ontvangen stukken aan (zie bijlage 1 tot en met 4). Bijgevoegd is een tabel met daarin de voorgestelde tekstwijzigingen. In de tabel is in 3 kolommen de huidige tekst, voorgestelde aangepaste tekst en een toelichting op de aanpassing opgenomen. Belangrijk inhoudelijke punten betreffen: Voorgesteld wordt om de looptijd van de Grondbank te wijzigen naar 10 jaar Voorgesteld wordt om de looptijd van de Grondbank te wijzigen. Voorgesteld wordt een looptijd van 10 jaar. Er wordt gekozen voor een periode van 10 jaar omdat een periode van onbepaalde tijd op gespannen voet staat met de wens om de Grondbank zo kort mogelijk voort te zetten.
Bij een kortere periode dan 10 jaar (bijvoorbeeld 5 jaar) kan bovendien een ongewenste situatie ontstaan als door de Grondbank en de gemeente Zuidplas uitvoering wordt gegeven aan de koopovereenkomst inzake de gronden in de gebiedsontwikkeling. Voorgesteld wordt om de mogelijkheid tot uittreding te wijzigen naar jaarlijks De huidige tekst van de Grondbank biedt de deelnemers de mogelijkheid om eens per 5 jaar uit te treden. In het voorstel Gemeenschappelijke Regeling wordt voorgesteld om dit te wijzigen naar een mogelijkheid om jaarlijks uit te treden (artikel 31a Voorstel Gemeenschappelijke Regeling). Wel geldt alsdan dat de uittreding pas ingaat op 1 januari van het tweede kalenderjaar na het nemen van het besluit tot uittreding De voorwaarden voor uittreding moeten worden aangepast De Wgr schrijft voor dat de voorwaarden tot uittreding en de (financiële) gevolgen van de uittreding voor uittreder, achterblijvende deelnemers en de regeling moeten worden opgenomen in de Grondbank. Gehanteerd uitgangspunt bij het formuleren van de uittreedvoorwaarden is dat er enerzijds geen onnodige drempels worden opgeworpen om uittreden te bemoeilijken en anderzijds “achterblijvende” deelnemers geen schade ondervinden van het uittreden van een deelnemer in het kader van de vijf jaars termijn als gevolg van artikel 31a lid 9b. Dit is uitgewerkt in een uittreedsom.
Op de voorgestelde wijzigingen omtrent de periode voor de mogelijkheid tot uittreding en de voorwaarden voor uittreding worden de volgende zienswijzen voorgesteld. 1. De gemeenschappelijke regeling moet aansluiten bij de wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 31 Gemeenschappelijke Regeling wordt grondig herzien in het Voorstel Gemeenschappelijke Regeling. In artikel 31a van het Voorstel Gemeenschappelijke Regeling wordt de procedure rondom de uittreding van een deelnemer van de Grondbank geregeld. Uit dit artikel volgt dat een deelnemer jaarlijks kan uittreden op grond van een daartoe strekkend besluit van het college dan wel gedeputeerde staten van de uittredende deelnemer. In lid 4 van het artikel staat echter dat de uittreding in gaat op 1 januari van het tweede kalenderjaar na het nemen van het besluit tot uittreding door de uittredende deelnemer. Dat betekent dat, wanneer een besluit tot uittreding wordt genomen nadat het Voorstel Gemeenschappelijke Regeling ongewijzigd in werking is getreden, pas vanaf 1 januari 2027 uitgetreden kan worden.
Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens binnen acht weken na ontvangst van het besluit of de regeling wordt opgeheven of dat de deelnemer uittreedt (artikel 31a, lid 5 van het Voorstel Gemeenschappelijke Regeling). De leden aangewezen door de uittredende deelnemer onthouden zich hierbij van stemming en deze stemmen worden niet meegeteld in het meerderheidsvereiste. In tegenstelling tot de huidige Gemeenschappelijke Regeling is er dus geen sprake van een voorstel van het Algemeen Bestuur dat wordt gericht aan de Provinciale Staten en de raden van de deelnemende gemeenten waarover vervolgens dient te worden gestemd. Naar onze mening lijkt deze bepaling in strijd met de Wgr. In artikel 9 lid 1 Wgr is namelijk bepaald dat de Grondbank bepalingen moet hebben omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding. 1 In artikel 1 lid 1 Wgr is bepaald dat de besluitvorming over het treffen van een gemeenschappelijke regeling plaatsvindt door de deelnemende bestuursorganen. In artikel 1 lid 5 Wgr staat dat onder het treffen van een regeling mede wordt verstaan “het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling”.
Volgens zowel de wetsgeschiedenis als de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) betekent dit dat het bestuur van een samenwerkingsverband onder een gemeenschappelijke regeling geen formele rol heeft bij het uittreden van een van de deelnemers. Voorgesteld wordt om een zienswijze in te dienen om de concept tekst in lijn te laten zijn met de Wgr. 2. Het recht tot uittreden moet al binnen een jaar mogelijk zijn In het voorstel is gekozen voor een looptijd van 2 jaar tussen besluit tot uittreding en daadwerkelijke uittreding. Onduidelijk is waarom in het voorstel gekozen is voor een opzegtermijn (looptijd) tussen besluit tot uittreding en daadwerkelijke uittreding van twee jaar. Deze termijn wordt gezien als onredelijk lang. Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen om deze termijn terug te brengen naar 1 jaar. 3. De kosten voor het uittreden mogen niet ingezet worden als boete In de leden 7 t/m 11 van artikel 31a van het Voorstel Gemeenschappelijke Regeling wordt uiteengezet wat de financiële gevolgen van een uittreding zijn. Zo staat in lid 7 van het Voorstel Gemeenschappelijke Regeling dat het Algemeen Bestuur de concrete uittreedsom en overige financiële gevolgen van de uittreding vaststelt. De leden van de uittredende deelnemer binnen het Algemeen Bestuur onthouden zich daarbij van stemming.
Hoe de uittreedsom berekend moet worden is bepaald in artikel 31a lid 8 van het Voorstel Gemeenschappelijke Regeling. De uittreedsom bestaat uit: 1. Kosten voor de Grondbank die voortvloeien uit de uittreding; 2. Operationele kosten: a. dit bedrag wordt berekend over de resterende looptijd van de regeling of minimaal vijf jaar vanaf het moment van uittreding (artikel 31a lid 10 Voorstel Gemeenschappelijke Regeling); 3. Risico van de eigendommen en activa van de regeling: a. dit bedrag is het verschil tussen de nettoboekwaarde en marktwaarde op de datum van het besluit tot uittreding. De nettoboekwaarde wordt verhoogd met de tot het moment van uittreding gemaakte operationele kosten (artikel 31a lid 11 Voorstel Gemeenschappelijke Regeling); 4. De lagere kosten of de rentekosten voor de Grondbank door betaling van de uittredingssom. De kosten onder 2 en 3 worden op grond van artikel 31a lid 9 Voorstel Gemeenschappelijke Regeling verdeeld naar evenredigheid. Dat verwijst naar de percentages uit artikel 27 lid 5 Voorstel Gemeenschappelijke Regeling, hetgeen neerkomt op 5% voor de gemeente Waddinxveen. 1
Gevolgen van uittreding waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, en de deelnemende gemeenten, met inachtneming van artikel 1.
Uit de wettelijke systematiek volgt dat het in beginsel niet passend is als de uittreder meer kosten betaalt dan strikt noodzakelijk is. De uittreedsom is immers niet bedoeld als boete om uittreding praktisch onmogelijk te maken. In lijn met de (geest van de) Wgr worden alleen de kosten die toerekenbaar zijn aan het uittreden door de deelnemer in de uittreedsom opgenomen. Gezien de doelstelling van de Grondbank, te weten een kostenneutraal resultaat, zou het artikel inzake kosten van uittreding hierop moeten aansluiten. Hierbij zou het redelijk zijn als alleen de directe operationele kosten en de eenmalige kosten die benodigd zijn om de uittreding te regelen worden doorbelast. Op dit kostenneutrale karakter heeft de koopovereenkomst tussen de Grondbank en de gemeente Zuidplas een bepalende impact. Deze koopovereenkomst voorziet er immers in dat de gemeente Zuidplas de gronden van de Grondbank koopt tegen boekwaarde. Echter heeft de gemeente Zuidplas herhaaldelijk om uitstel gevraagd en komt hiermee het aflopen van de huidige koopovereenkomst samen te vallen met het verlengen van de Grondbank. Voorgesteld wordt drie zienswijzen op dit onderdeel in te dienen. a.
Artikel dient in lijn te zijn met de doelstelling van een kostenneutrale ontwikkeling en een verkoop aan derden mogelijk maken Het artikel (artikel 31a lid 7 tot en met 11 Voorstel Gemeenschappelijke Regeling) inzake de uittredingsvoorwaarden dient zodanig aangepast te worden dat het artikel in lijn is met de doelstelling van een kostenneutrale ontwikkeling. Oftewel de uittredingssom dient alleen te zien op de directie operationele kosten en eenmalige kosten die een uittreding met zich meebrengt. b. Het koopcontract met Zuidplas is onlosmakelijk verbonden met de verlenging van de gemeenschappelijke regeling Waddinxveen is van mening dat het noodzakelijk is dat het koopcontract met Zuidplas voor de definitieve besluitvorming rond is. Op deze manier moet er duidelijkheid komen vanuit de gemeente Zuidplas over ofwel afname van de gronden binnen de huidige afspraken, ofwel een verlenging van deze koopovereenkomst voordat besloten wordt tot verlenging van de gemeenschappelijke regeling. c. Mogelijk maken de gronden ook aan derden te verkopen Op dit moment lijkt het niet expliciet mogelijk de gronden binnen de Grondbank aan derden te verkopen. Voorgesteld wordt om dit wel mogelijk te maken, zodat meer flexibiliteit ontstaat voor de deelnemers en mogelijk de financiële druk voor de gemeente Zuidplas hierbij kan worden verlicht.
Kanttekeningen en risico’s Met de voorgestelde wijzigingen dient twee derde van de deelnemers in te stemmen. De gemeente Waddinxveen heeft in het proces tot vaststelling van het wijzigingsvoorstel dan ook geen doorslaggevende stem. Dit houdt mede in dat de zienswijzen van de gemeente Waddinxveen niet noodzakelijk hoeven te worden overgenomen en de verlenging van de Grondbank in lijn met de voorgestelde wijzigingen wordt verlengd. Voor de financiering van de door de Grondbank aangekochte gronden is het van belang dat er tijdig een besluit genomen wordt over de verlening van de Grondbank. De financiering van de aangekochte gronden binnen de Grondbank lopen namelijk allen af op 31 december 2024. Als de huidige Grondbank niet wordt verlengd moet de herfinanciering door de deelnemers worden gedaan. De huidige boekwaarde bedraagt 95 miljoen, de gemeente Waddinxveen heeft een belang van 5% wat neerkomt op 4,75 miljoen. Duurzaamheid Niet van toepassing. Financiële consequenties Op dit moment betalen we geen bijdragen voor de administratieve lasten aan de Grondbank. Dit zijn medewerkers van de provincie die ingehuurd worden door de Grondbank. Deze kosten worden niet doorgelegd bij de deelnemers, maar de kosten zitten verdisconteerd in de grondverkopen. Juridische consequenties
De zienswijzen zien op dit moment alleen op een concept wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Het besluit tot daadwerkelijk wijzigen en verlengen vindt pas later dit jaar plaats. Of de zienswijzen overgenomen worden is uiteindelijk aan het bestuur. Zij zullen met in achtneming van alle ingediende zienswijzen op het voorstel later dit jaar een definitief voorstel tot verlening voorleggen.
Participatie en communicatie Niet van toepassing. Uitvoering/vervolg Na vaststelling worden de zienswijzen aan het Algemeen Bestuur van de Grondbank aangeboden (zie bijlage 5). Het Voorstel Gemeenschappelijk Regeling wordt vervolgens, eventueel na verwerking van de door de deelnemers ingediende zienswijze, ter besluitvorming voorgelegd aan de deelnemers. Een wijziging komt tot stand wanneer twee derde van de bestuursorganen van de deelnemers met het voorstel van het Algemeen Bestuur instemt. Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief begroting 2025 wijziging GR Grondbank RZG Zuidplas 2. Tabel tekstwijzigingen bij wijzigingsbesluit GR Grondbank RZG Zuidplas 3. Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenbegroting 2026-2028 4. Wijzigingsbesluit GR Grondbank RZG Zuidplas 5. Brief zienswijzen
Raadsbesluit De raad van de gemeente Waddinxveen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 mei 2024 besluit: De gemeenteraad van Waddinxveen besluit: 1. De zienswijzen op de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Grondbank RZG Zuidplas vast te stellen, waarbij aandacht wordt gevraagd voor: a) de aansluiting van de Gemeenschappelijke Regeling op de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr); b) het recht tot uittreden binnen een jaar; c) de doelstelling van een kostenneutrale ontwikkeling; d) de verlening van de koopovereenkomst met Zuidplas; e) de verkoop van gronden aan derden mogelijk maken. 2. Af te zien van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028 van de Gemeenschappelijke Regeling Grondbank RZG Zuidplas. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Waddinxveen in zijn openbare vergadering van 12 juni 2024.
de griffier {{esl:Signer1:capture:size(200,50)}}
(mr. F.W. van der Dussen)
de voorzitter {{esl:Signer2:capture:size(200,50)}}
(drs. E.J. Nieuwenhuis)