RV.RB Regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaakkenmerk: Z/21/074895 Documentkenmerk: 168317 Onderwerp: Regiovisie: hoofdstuk 1 t/m 6 Portefeuillehouder: B.J.A. Leferink Datum besluitvormende raad: 13 oktober 2021
Onderwerp Regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’
Voorstel 1. De regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ wordt vastgesteld.
Inleiding De regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ biedt een helder perspectief en kader voor de regionale samenwerking jeugd en Wmo in Midden-Holland voor de periode 2021 - 2024. Het huidige kader komt uit 2013 en is aan vernieuwing toe. Ook de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) vereist dat de gemeenten een regiovisie opstellen. Deze visie beschrijft over welke onderdelen de regionale samenwerking gaat en wat de inhoudelijke visie en uitgangspunten vormen voor deze samenwerking. Ook bevat deze visie afspraken over de organisatie van de samenwerking. De uitgangspunten bij het opstellen van de huidige regiovisie waren: a. de regiovisie wordt de opvolger van de visie gebundelde krachten; b. de regiovisie wordt opgesteld voor de periode 2021-2024; c. de regiovisie wordt opgesteld in de huidige regio Midden-Holland; d. de regiovisie focust op het voldoen aan de NvO en de focus in de regionale opgaven, waarbij lokale beleidsruimte behouden blijft; e. bij de bovenregionale afstemming van de regiovisie volgt Midden-Holland de grotere regio’s. Deze regiovisie gaat verder in op de keuzes die de gemeenten in 2013 in ‘gebundelde krachten’ hebben gemaakt en de keuzes die de losse gemeenten hebben gemaakt via lokale beleidsnota’s.
Lokaal en regionaal beleid liggen in elkaars verlengde, waarbij de regiovisie de raad de mogelijkheid biedt om kaders te stellen voor de taken die regionaal uitgevoerd worden. De regiovisie is bedoeld als kader voor zowel jeugd als Wmo. In verhouding ligt er een grote nadruk op jeugdtaken. De reden hiervoor is dat gemeenten op het gebied van jeugd de verantwoordelijkheid hebben voor specialistische zorg en ondersteuning. De samenwerking heeft vooral voordelen voor deze specialistische taken. Voor de Wmo is een groot deel van de taken onderdeel van het lokale beleid.
Onderbouwing voorstel Basis voor de regionale samenwerking Op dit moment vormt het regionale kader ‘Gebundelde krachten’ de basis voor de regionale samenwerking. Dit kader komt uit 2013. De huidige regiovisie is geactualiseerd en sluit aan op de uitdagingen waar we op dit moment voor staan. De regiovisie biedt kansen om de kwaliteit van de zorg en ondersteuning te verbeteren, de Jeugdwet en Wmo af te bakenen en effectiever te werken aan kostenbeheersing in het sociaal domein. Voortzetten ingezette koers De huidige samenwerking en ingezette koers met het kader ‘Gebundelde krachten’ vormen het vertrekpunt van de regiovisie. Op basis van de ervaringen in de praktijk en vraagstukken waar de gemeenten nu voor staan zijn aanscherpingen gedaan, maar de basis blijft overeind. Het principe van de lokale toegang, afrekening en regionale inkoop blijven behouden. De regiovisie zorgt voor het voortzetten van de regionaal opgezette toekomstgerichte programma’s. Het aanbrengen van focus en kijken naar wat eerst moet, is hierbinnen wel van belang. Nieuw in dit kader is de focus op het sturen op de kosten, vanwege de gedeelde financiële problematiek in de regio. Invulling geven aan de Norm voor Opdrachtgeverschap In juni 2020 hebben gemeenten de Resolutie Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) aangenomen.
Het betreft twee normen: een voor jeugd en een voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Gemeenten hebben zich hiermee gebonden aan de afspraken van de NvO’s. De NvO jeugd is vooral de reden voor de planning van de regiovisie, deze vraagt om vaststelling in de zomer. Met de NvO geven we een antwoord op de landelijke ontwikkelingen: het Rijk heeft aangegeven dat regiovisies belangrijk zijn voor het oplossen van knelpunten in de jeugdhulp (TK, 2019-2020, 31 839 Nrs. 730, 745 en O.) en Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen. Met deze regiovisie wordt voor Midden-Holland voldaan aan de vereisten uit beide NvO’s. In de regiovisie zijn in bijlage 1 de afspraken uit de NvO opgenomen. Een belangrijke vereiste uit de NvO is een niet-vrijblijvende governance met één aanspreekpunt. Op dit moment heeft de regio Midden Holland een netwerksamenwerking waarin de gemeenten samenwerken, met een beperkt mandaat en een beperkte bedrijfsvoering door de Regionale Dienstverlening Sociaal Domein (RDS). In de regiovisie staat daarom een formalisatie over de regionale samenwerking. De formalisatie gaat over het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst tussen de colleges van de vijf gemeenten.
Dit is de minimale vorm voor de regionale samenwerking, waartoe gekozen is om de focus maximaal op de inhoudelijke opgaven te richten in afwachting van een mogelijke wetswijziging, zie hierna ‘mogelijke verplichting tot een gemeenschappelijke regeling.’ Visie met een beperkte looptijd De keuze om een visie met een beperkte tijdsduur op te stellen, is om nu rust te creëren en tegelijkertijd een duidelijk eindpunt aan te geven. Door dit heldere eindpunt aan te houden, geeft dit ruimte om keuzes te maken op basis van de snel na elkaar opkomende landelijke ontwikkelingen. Met de termijn van drie jaar wordt er ook recht gedaan aan de positie van de gemeenteraden. Een nieuwe visie kan in de volgende raadsperiode geagendeerd worden, waardoor de raad de mogelijkheid heeft om sturing te geven. Gezien de grote veranderingen en ontwikkelingen die eraan komen, op het gebied van aanscherping van de wettelijke kaders, nieuwe inzichten, onderzoeken en inkoopprocedures, is er dan ook de mogelijkheid om deze samen te voegen in de nieuwe visie vanaf 2025. Dit loopt gelijk op met de aflooptermijn van de basis- en deelovereenkomsten met zorgaanbieders en vormt zo een logisch moment voor mogelijke nieuwe keuzes. Vanwege de korte looptijd van de regiovisie zijn geen afspraken opgenomen over tussentijdse uittreding van een of meerdere gemeenten uit (onderdelen van) de samenwerking.
Afbakening is nodig: een lastige keuze De vraag is hoe de schaarse middelen het beste kunnen worden ingezet. ‘Wanneer is ‘goed’ ook goed genoeg? Belangrijk is om regionaal te werken aan de scherpte op de vraag: wat voor soort gemeenten willen we zijn in het licht van de verdeling van beperkte budgetten? Duidelijk moet worden welke kwetsbare burgers hulp krijgen en welke hulp en ondersteuning niet meer via de gemeente wordt betaald. In deze regiovisie worden hierover nog geen uitspraken gedaan. Wel is opgenomen dat dit een belangrijke opgave is, die regionaal opgepakt wordt in samenhang met de vraag naar ‘normalisatie’. Op welke onderdelen besluitvorming nodig is en welke ruimte daarbinnen is voor lokale verschillen hangt af van de resultaten van de verkenning. De verwachting is dat ook op landelijk niveau een aanpassing van de Jeugdwet zal volgen om deze afbakening mogelijk te maken.
Vervolg Kanttekeningen Beleid maken met onzekerheden Bij het maken van beleid hebben we altijd te maken met onzekerheid over landelijke ontwikkelingen. Zo is het Rijk van plan de Jeugdwet aan te passen (Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen). Naast het rapport van AEF, waarin de grote financiële tekorten voor de Jeugdwet uitgebreider onderzocht zijn, is een rapport verschenen vanuit de stuurgroep ‘maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet’. In de tussentijd is er ook een uitspraak gedaan door een arbitragecommissie. De arbitragecommissie stelt dat het Rijk gemeenten moet compenseren voor de tekorten op de jeugdzorg. Hierop heeft het Rijk voor 2022 extra middelen toegezegd. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over financiën voor de jaren daarna. De vraag is of deze ontwikkelingen de regiovisie in een ander daglicht zetten. Nu is de inschatting dat dit niet aan de orde is. De arbitragecommissie stelt namelijk ook dat er een belangrijke ontwikkelopdracht ligt voor het Rijk en de gemeenten. De komende jaren moet worden gewerkt aan verbeteringen in het stelsel om de kosten op langere termijn naar beneden te brengen. De opgave rond het beschikbaar en betaalbaar houden van de zorg en ondersteuning blijft dan ook relevant.
Het kan zijn dat de opgave rond de afbakening van de jeugdzorg en Wmo tot andere resultaten leidt in het licht van de landelijke ontwikkelingen. Deze opgave kan in samenhang met de landelijke ontwikkelingen opgepakt worden. Naast deze ontwikkelingen spelen ook vragen rond de overige ambities van een nieuw kabinet, zoals: blijft het abonnementstarief Wmo in de huidige vorm? Wat zijn de gevolgen van de coronacrisis, zowel qua problemen bij de doelgroep als financiële gevolgen voor gemeenten? Sturing is een continu proces gezien de onzekerheden die het sociaal domein met zich meebrengt door onder andere de open-einde regelingen, maatschappelijke ontwikkelingen en soms verstrekkende besluiten van het Rijk op zowel inhoud als financiën. De sturing wordt in principe gedaan binnen de kaders en uitgangspunten van de regiovisie. Mogelijke verplichting tot een gemeenschappelijke regeling Het Rijk is van plan om een verplichting tot een gemeenschappelijke regeling (GR) op te nemen in de Jeugdwet. De planning is om in het eerste kwartaal 2022 het besluitvormingstraject in de Eerste Kamer af te ronden. Het wetsvoorstel ‘Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ is nog niet openbaar, de precieze inhoud van de GR-verplichting is niet bekend. De verwachting is dat deze GR-verplichting er komt.
De vermoedelijke ingangsdatum is januari 2023, met een jaar overgangstermijn om de GR in te richten. De tekst in de regiovisie is hierop aangescherpt. Het voorstel is om voor de komende jaren, in lijn met de eerdere versie, te kiezen voor een samenwerkingsovereenkomst, en daarbij stappen te zetten die in lijn liggen met de mogelijke wettelijke verplichting. Juridische en financiële gevolgen
Financiële gevolgen De programmabegroting is leidend als financieel kader voor deze regiovisie. Wanneer de ambities leiden tot aanpassingen, zal dit als onderdeel van de reguliere planning & control cyclus aan de raden ter besluitvorming worden voorgelegd. Juridische gevolgen De juridische gevolgen liggen vooral op het punt van de inrichting van de regionale samenwerking. De huidige samenwerking voldoet niet aan de Norm voor Opdrachtgeverschap. Om hieraan te voldoen gaan de colleges werken met een samenwerkingsovereenkomst. Gevolgen inwoner en organisatie Positie mensen met een beperking Met de regiovisie wordt ingezet op het leveren van een positieve bijdrage aan de positie van mensen met een beperking, door op regionaal niveau te zorgen voor de beschikbaarheid van een geschikt productaanbod en de inkoop van een dekkend zorglandschap. Hierbij vormt de eigen regie van de inwoner een belangrijk onderdeel. Net als het vergroten van de zelfredzaamheid, een integrale benadering van de ondersteuningsvraag en aansluiting op het concept van positieve gezondheid. Personele- en organisatorische gevolgen Om de regionale taken en de bovenregionale afstemming de komende jaren goed te kunnen uitvoeren werken de colleges samen aan nieuwe samenwerkingsafspraken, waarmee ook wordt voldaan aan de Norm voor Opdrachtgeverschap.
Op basis van de inhoudelijke visie bekijken de colleges de komende periode wat nodig is aan afspraken en samenwerking om de inhoud goed vorm te geven. De visie zal worden gebruikt bij de inrichting van de samenwerkingsovereenkomst tussen colleges, nadat de raden hiermee hebben ingestemd. Op de langere termijn zal deze basis ook worden meegenomen bij de te verwachten wetgeving op het gebied van een verplichte gemeenschappelijke regeling (GR) voor jeugd. Participatietraject Verwerking opbrengst participatietraject De consultatieversie van de regiovisie is naar de vijf adviesraden van de gemeenten gestuurd voor advies. Dit heeft geleid tot vijf adviezen. Ook is de consultatieversie besproken met aanbieders en toegezonden aan ketenpartners. Daar waar behoefte was, is gericht in gesprek gegaan. De regiovisie is alleen van een hoog abstractieniveau, dus niet voor alle partijen even relevant. Sommige partijen hebben vooral behoefte aan duidelijke afspraken op uitvoeringsniveau of zijn benieuwd hoe de regiovisie doorwerkt in de praktijk. Verder zijn er twee regionale bijeenkomsten met raadsleden geweest, besprekingen in een aantal aparte raden en zijn er schriftelijke reacties gekomen vanuit raadsleden. Al deze gesprekken, reacties en adviezen hebben geleid tot aanscherping en verduidelijking van de regiovisie, zoals opgenomen in bijlage 4.
De schriftelijke reacties van raadsleden zijn bijgevoegd en voorzien van een reactie (bijlagen 6, 7 en 8). Verwerking en reactie adviezen vijf adviesraden Het college heeft een advies van de PAR Waddinxveen ontvangen. Ook de andere vier gemeenten hebben een reactie of advies van hun adviesraad ontvangen. In de adviezen is er draagvlak voor de hoofdlijnen van de regiovisie. Op diverse punten zijn ook aanscherpingen geadviseerd. Vooral op de volgende onderwerpen: Samenspel/wisselwerking lokaal- regionaal beleid Ontbrekende evaluatie Cliëntbetrokkenheid Wachttijden/wachtlijsten Ook zijn er adviezen gegeven die gaan over de lokale situatie of de uitvoering van de regiovisie.
In de reactie aan de PAR Waddinxveen (bijlage 5) is per advies een reactie opgenomen.
Bijlage(n) Bijlage 1: Regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ Bijlage 2: Regiovisie - met wijzigingen (niet opgemaakt) Bijlage 3: Advies van de PAR Waddinxveen Bijlage 4: Reactie op advies PAR Waddinxveen Bijlage 5: Reactie VVD Gouda Bijlage 6: Reactie GroenLinks Gouda Bijlage 7: Reactie CU/SGP Zuidplas
Raadsbesluit De raad der gemeente Waddinxveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 juli 2021; besluit: 1. De regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ vast te stellen. Een helder perspectief op de regionale samenwerking jeugd en Wmo in Midden-Holland’ voor de periode 2021 – 2024. Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Waddinxveen in zijn openbare vergadering van (13 oktober 2021).