RV.RB Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2021-2024
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaakkenmerk: Z/20/054928 Documentkenmerk: 117741 Onderwerp: Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2021-2024 Portefeuillehouder: C.J.M. Schippers Datum besluitvormende raad: 9 december 2020
Onderwerp Vaststelling Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2021-2024
Voorstel 1. Het algemeen deel van het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2021-2024 wordt vastgesteld 2. Er wordt ingestemd met het vanaf 2021 activeren en afschrijven van investeringen in openbaar groen en bomen over respectievelijk 20 en 40 jaar 3. Er wordt ingestemd met het aanpassen van de afschrijftermijn vanaf 2021 voor betonnen, stalen en composiet bruggen, keermuren en tunnels van 30 naar 60 jaar 4. Er wordt ingestemd met de afbouw van de voorziening onderhoud openbare ruimte tot een minimumhoogte van €700.000, waarbij het meerdere per 31/12/2020 vrijvalt
Inleiding Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. Een kwalitatief goede openbare ruimte draagt bij aan het welzijn en de veiligheid van onze samenleving. De onderdelen van de openbare ruimte, zoals wegen, bruggen, lantarenpalen, bomen, speelplaatsen en buitensportvelden zijn onze kapitaalgoederen. Het functioneel en goed onderhouden van onze kapitaalgoederen is van groot economisch belang. In de Visie Beheer Openbare Ruimte is aangegeven dat de openbare ruimte wordt beheerd op basis van gedifferentieerde kwaliteitsniveaus. Met het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2021-2024 worden onze beleidsdoelstellingen gerealiseerd én wordt inzicht gegeven in hoe en wanneer we onze middelen inzetten om onze kapitaalgoederen in de openbare ruimte in stand te houden. Daarnaast is in het Projectenboek Openbare Ruimte aangegeven welke integrale projecten in de openbare ruimte de komende jaren op het programma staan. Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dient elke gemeente aan te aangegeven welke kapitaalgoederen zij beheert, wat het ambitieniveau daarbij is en hoe het beheer, zowel operationeel als financieel, moet worden uitgevoerd. Door middel van het IBOR geven we invulling aan deze verplichting.
Hiermee speelt het IBOR een belangrijke rol in de kaderstellende en controlerende taak van de raad en de beleidsverantwoording van het college aan de raad.
Met de vaststelling van het Gemeentelijk Waterplan (GWP) 2021-2025 wordt inzicht gegeven in onze areaal aan riool- en watervoorzieningen. Daarmee vervalt de noodzaak om de beheerplannen Riolering en Stedelijk Water opnieuw op te stellen. Welke kapitaalgoederen we op het gebied van water beheren, wat het ambitieniveau daarbij is en hoe het beheer wordt uitgevoerd, is immers vastgelegd in het GWP. Alleen de financiele verwerking van het beheer en onderhoud van de watergangen moet meegenomen worden. Daarom is deze verwerking opgenomen in het beheerplan Openbaar Groen.
Onderbouwing voorstel 1. Er wordt ingestemd met het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2021-2024 Het huidige IBOR loopt dit jaar af en is gebaseerd op het areaal aan kapitaalgoederen uit 2016. Om te voldoen aan de BBV moet een gemeente een actueel overzicht hebben van haar kapitaalgoederen en aangeven hoe zij hiermee omgaat. Om die reden is het IBOR 2021-2024 opgesteld op basis van het huidige areaal aan kapitaalgoeden. In het algemeen deel van het IBOR wordt ingegaan op algemene zaken rondom het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, zoals het beheerproces, de verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden en de verschillende onderhoudstypen. Maar ook de manier waarop we omgaan met onze partners, meldingen over de openbare ruimte en projectontwikkeling. Nieuw in dit beheerplan is de versterking van de relatie tussen beheer en ontwikkelingen op het gebied klimaatadapatie en duurzaamheid. Tot slot is er in het algemeen deel een overzicht gegeven van de totale financiën die dit IBOR met zich meebrengt. Hierin is de taakstelling Buitensport, uit de kaderbrief 2019-2023, verwerkt. De disciplinaire beheerplannen en het projectenboek zijn ter kennisgeving als bijlage toegevoegd.
Deze stukken zijn door het college vastgesteld en dienen als nadere toelichting van het algemeen deel van het IBOR 2021-2024 om de raad in haar kaderstellende en controlerende taak te ondersteunen. De actualisatie van de beheerplannen leidt tot een wijziging van de budgetten en kredieten. Door in te stemmen met het algemeen deel van het IBOR worden de gewijzigde onderhoudsbudgetten en investeringskredieten vastgesteld. De volgende budgetten en kredieten worden vastgesteld (kolom 2021-2024). Jaarlijks onderhoud Wegen Groen
2017-2020 1.076.000 1.016.000 2.092.000
2021-2024 1.318.000 1.304.000 2.622.000
verschil 242.000 288.000 530.000
Groot onderhoud Wegen Groen
2017-2020 985.000 431.000 1.416.000
2021-2024 1.221.875 150.000 1.371.875
verschil 236.875 -281.000 -44.125
Investeringen Wegen Groen
2017-2020 1.980.000 313.000 2.293.000
2021-2024 2.261.375 853.000 3.114.375
verschil 281.375 540.000 821.375
De bedragen voor groot onderhoud betreft de jaarlijkse dotatie. De begrote bestedingen zijn:
Wegen Groen
2021
2022
2023
2024
Gemiddeld
1.276.000 150.000
1.245.000 150.000
1.221.000 1.145.500 150.000 150.000
1.221.875 150.000
De bedragen voor investeringen is een gemiddelde van de volgende vast te stellen investeringsbedragen per jaar:
Wegen Groen
2021
2022
2023
2024
Gemiddeld
2.522.500 853.000
2.272.500 853.000
2.097.500 2.153.000 853.000 853.000
2.261.375 853.000
Met uitzondering van groot onderhoud groen (zie voorstel, beslispunt 2) nemen de budgetten en investeringen toe. Dit wordt allereerst veroorzaakt door een prijsstijging. Ter indicatie: conform de CBS-index voor Grond-, Weg- en Waterbouw zijn de prijzen met 13% gestegen sinds 2016 (geëxtrapoleerd naar 2020). Daarnaast zijn de arealen fors toegenomen: wegen met 14% en groen zelfs met 29%. De huidige voorgestelde jaarlijks- en groot onderhoudsbudgetten en investeringskredieten zijn lager dan verwacht mag worden op basis van prijsstijging en areaaluitbreiding. Ook liggen de voorgestelde budgetten en kredieten in lijn met de werkelijke bestedingen van de afgelopen jaren. De budgetten en investeringskredieten zijn berekend op basis van landelijke normen. Hierbij zijn correcties gedaan op basis van aannames in ons beheer en onderhoud voor de periode 20212024, die gezamelijk resulteren in een structurele correctie van ruim 1,2 miljoen euro. Een nadere toelichting is per beheerplan inzichtelijk gemaakt in het hoofdstuk financiën. Ten opzichte van de nieuwe bedragen, zijn de verschillen met de huidige bedragen voor de beheerplannen als volgt: Verschil nieuwe en oude bedragen
2021
2022
2023
2024
Jaarlijks onderhoud Groot onderhoud Investeringen totaal verschil
530.011 -39.125 0 490.886
530.011 -39.125 41.643 532.530
530.011 -39.125 95.733 586.619
530.011 -39.125 149.308 640.195
Beschikbaar (stelposten 2021) areaal 2019 areaal 2020 areaal 2021 prijs totaal beschikbaar
2021 162.810 131.437 181.728 263.000 738.975
2022 162.810 131.437 181.728 263.000 738.975
2023 162.810 131.437 181.728 263.000 738.975
2024 162.810 131.437 181.728 263.000 738.975
2021
2022
2023
2024
248.089
206.445
152.356
Saldo
98.780
Het saldo is positief en daarom kunnen het restant van de stelposten (saldo) vrijvallen te gunste van het resultaat. Hierbij moet bedacht worden dat dit voordeel tijdelijk is (zie beslispunt 2).
2. Er wordt ingestemd met het vanaf 2021 activeren en afschrijven van investeringen in openbaar groen en bomen over respectievelijk 20 en 40 jaar In het beheerplan Openbaar Groen is gerekend met een afschrijftermijn van 20 jaar voor openbaar groen en 40 jaar voor bomen. Voorheen werden deze investeringen niet geactiveerd, maar beschouwd als groot onderhoud. Groot onderhoudsmaatregelen worden uitgevoerd om de levensduur van de kapitaalgoederen te verlengen. Binnen het openbaar groen wordt echter alleen jaarlijks onderhoud uitgevoerd of wordt overgegaan op vervanging. Om die reden activeren we de investeringen binnen het openbaar groen vanaf 2021. De verschuiving van groot onderhoud naar vervangingsinvesteringen levert een tijdelijk voordeel op in de begroting. Het voordeel is in het begin fors, maar neemt jaarlijks af:
WAS dotatie groot onderhoud WORDT kapitaallasaten Verschil
2021 400.000 400.000
2022 400.000 20.790 379.210
2023 400.000 39.472 360.528
2024 400.000 57.966 342.034
3. Er wordt ingestemd met het aanpassen van de afschrijftermijn vanaf 2021 voor betonnen, stalen en composiet bruggen, keermuren en tunnels van 30 naar 60 jaar In het beheerplan Civieltechnische Kunstwerken wordt gerekend met een afschrijftermijn van 60 jaar voor zowel betonnen, stalen en composiet bruggen als keermuren en tunnels. Alleen voor houten bruggen en steigers is gerekend met een afschrijftermijn van 30 jaar. In de huidige financiële verordening wordt voor alle civieltechnische kunstwerken uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 30 jaar. Vooruitlopend op het aanpassen van de financiële verordening wordt de afschrijvingstermijn voor betonnen, stalen en composiet bruggen alsmede voor keermuren en tunnels aangepast van 30 naar 60 jaar voor investeringen die gedaan worden vanaf 2021. 4. Er wordt ingestemd met de afbouw van de voorziening onderhoud openbare ruimte tot een minimumhoogte van €700.000, waarbij het meerdere per 31/12/2020 vrijvalt Bij het opstellen van IBOR 2021-2024 zijn ook de benodigde middelen voor groot onderhoud berekend. Het resultaat van de berekening is het bedrag dat gemiddeld jaarlijks nodig is om op langere termijn, voor de looptijd van de investeringen, de buitenruimte op het gewenste kwaliteitsniveau te houden. In die zin hebben we de bestaande voorziening niet meer nodig en zou die geheel vrij kunnen vallen. Echter: 1.
Als in het verleden de toen berekende bedragen niet uitgegeven zijn, kan het zijn dat er een achterstand is, en is daarvoor de staande voorziening (deels) nodig. Hierover kan een beeld gemaakt worden bij de periodieke inspecties. Maar deze inspecties brengen alleen zichtbare zaken aan het licht. In het onderhoud kunnen juist ook onverwachte zaken optreden zoals plotselinge verzakkingen, stormschade of niet zichtbare schade die ineens zichtbaar wordt. 2. Het bedrag zal gemiddeld genoeg zijn. Maar het kan zijn dat er jaren zijn dat er meer uitgegeven wordt dan het gemiddelde jaarbedrag. Dit kan veroorzaakt worden door ongelijke spreiding van projecten, maar ook vanwege onverwacht benodigd onderhoud. Voorgesteld wordt de minimale voorziening €700.000 te laten zijn. Dit is gebaseerd op de schommeling van de uitgaven ten laste van de voorziening in de afgelopen jaren. In de jaarstukken zal het meerdere boven de €700.000 vrijvallen ten laste van het resultaat.
Vervolg Na het vaststellen van het algemeen deel van het IBOR wordt het IBOR gepubliceerd op de website van de gemeente en de acties, die in het IBOR zijn benoemd, worden in de komende periode uitgevoerd.
Bijlage(n) 1. Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024 2. Beheerplan Wegen 2021-2024 3. Beheerplan Civieltechnische Kunstwerken 2021-2024 4. Beheerplan Openbare Verlichting 2021-2024 5. Beheerplan Openbaar Groen 2021-2024 6. Beheerplan Spelen 2021-2024 7. Beheerplan Buitensport 2021-2024 8. Projectenboek Openbare Ruimte 2021-2024
Raadsbesluit De raad der gemeente Waddinxveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 november 2020 besluit: 1. Het algemeen deel van het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) 2021-2024 vast te stellen 2. Investeringen in openbaar groen en bomen vanaf 2021 te activeren en af te schrijven over respectievelijk 20 en 40 jaar 3. De afschrijftermijn voor betonnen, stalen en composiet bruggen, keermuren en tunnels vanaf 2021 aan te passen van 30 naar 60 jaar 4. De voorziening onderhoud openbare ruimte af te bouwen tot een minimumhoogte van €700.000, waarbij het meerdere per 31/12/2020 vrijvalt
Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Waddinxveen in zijn openbare vergadering van 16 december 2020;
de griffier
de voorzitter
(mr. F.W. van der Dussen)
(drs. E.J. Nieuwenhuis)