RV.RB Convenant en directe borgstelling GasUnie inzake aansluiting Oostland op WarmtelinQ
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaakkenmerk: Z/21/074783 Documentkenmerk: 167982 Onderwerp: Convenant en directe borgstelling GasUnie inzake aansluiting Oostland op WarmtelinQ Portefeuillehouder: B.J.A. Leferink Datum besluitvormende raad:
Onderwerp Convenant en directe borgstelling GasUnie inzake aansluiting Oostland op WarmtelinQ
Voorstel 1. Er worden geen wensen of bedenkingen geuit bij het voorgenomen besluit van het college van B en W van Waddinxveen om GasUnie een directe borgstelling van maximaal €60.000 te verlenen voor de realisatie van een T-stuk in WarmtelinQ ten einde aansluiting van Oostland mogelijk te maken.
Inleiding De glastuinbouw is economisch belangrijk in Waddinxveen. Voor haar bedrijfsvoering heeft de glastuinbouw een zeer grote warmtevraag. Dit is ook vastgesteld in de RES 1.0 en de Ontwerp Transitievisie Warmte. Verduurzamen van deze sector is dan ook een belangrijke opgave. De Greenport West Holland en ondernemers in Waddinxveen zijn hiermee actief aan de slag. In 2018 hebben de Oostland-gemeenten Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, Waddinxveen, Zoetermeer en Zuidplas samen met de glastuinbouw de Warmte Samenwerking Oostland (WSO) opgericht. Doel van de WSO is om de warmtevraag van de glastuinbouw en delen van de gebouwde omgeving te verduurzamen. Uit een in 2018 in opdracht van WSO uitgevoerde Verkenning Warmte Oostland komt naar voren dat Oostland restwarmte nodig heeft om de glastuinbouw te verduurzamen. Ook is een conclusie van de verkenning dat met de inzet van restwarmte de warmtevraag van delen van de gebouwde omgeving tegen de laagste maatschappelijke kosten verduurzaamd kan worden. Dit wordt onderschreven in de Transitievisie Warmte van Waddinxveen. In de provincie Zuid-Holland is veel regionale (rest)warmte beschikbaar, vooral in de haven van Rotterdam. Inzet van deze warmte voor de verwarming van woningen en bedrijven vormt een aantrekkelijk alternatief voor aardgas.
Daarvoor is de realisatie van een netwerk van transportleidingen noodzakelijk zodat bestaande en nieuwe warmtenetten kunnen worden voorzien van warmte. Eén van die leidingen is WarmtelinQ (voorheen Leiding door het Midden). Deze loopt van de Rotterdamse haven, via Vlaardingen, naar Den Haag. GasUnie heeft van het ministerie van EZK de opdracht gekregen om deze leiding aan te leggen. Om ook Oostland op termijn van restwarmte te kunnen voorzien, is een aansluiting op WarmtelinQ nodig. Voor de glastuinbouwbedrijven in Waddinxveen en ook Zuidplaspolder is de beschikbaarheid van voldoende CO₂-vrije warmte een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen verduurzamen.
Vijf jaar geleden hebben de glastuinbouwbedrijven zich verenigd in de Warmtecoöperatie Zuidplaspolder met het oogmerk aan te kunnen sluiten op restwarmte uit de Rotterdamse haven om zo hun verduurzamingsopgave te realiseren. De WSO heeft in samenwerking met de Warmtecoöperatie Zuidplaspolder vorig jaar een onderzoek laten verrichten naar het verlengen van de B3 Hoekleiding: een warmteleiding vanaf de geplande warmtehub in Bleiswijk naar de Zuidplaspolder en Waddinxveen. Met het aansluiten van de warmtehub op Warmtelinq (via de Oost-west verbinding) kan een toekomstgericht, robuust en flexibel systeem gerealiseerd worden. De Warmtecoöperatie is nauw betrokken bij de ontwikkelingen binnen WSO. Ook de gemeente Waddinxveen onderhoudt zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau contact met de Warmtecoöperatie Zuidplaspolder. Beiden staan voor hetzelfde doel: de verduurzaming van de glastuinbouw met beschikbaarheid van voldoende CO₂-vrije warmte uit de Rotterdamse haven. In de tweede helft van 2020 heeft de WSO samen met de GasUnie de technische en financiële haalbaarheid van een aansluiting van Oostland op WarmtelinQ onderzocht. Hieruit komt naar voren dat een aansluiting technisch haalbaar is, maar een onrendabele top kent. Deze onrendabele top is te overzien als het landelijk beleid voor woonlastenneutraliteit wordt ingevuld.
Om Oostland met restwarmte te voorzien vanuit WarmtelinQ is ter hoogte van Delft Zuid een Tstuk[1]1 noodzakelijk. In het ontwerp van een gebiedsdekkende warmtestructuur in Oostland is een west-oost verbinding voorzien vanaf WarmtelinQ naar de Warmtehub in Lansingerland en verder naar Zuidplas/Waddinxveen. Hierdoor kan de restwarmte op termijn afgezet worden in heel Oostland. Om voldoende flexibiliteit in te bouwen voor de toekomst wordt een T-stuk van 100 MW voorgesteld. GasUnie vraagt aan de Oostland-gemeenten een garantie voor de kosten van de aanleg van dit T-stuk. Deze garantie, in Waddinxveen ingevuld als een directe borgstelling, loopt tot 31 december 2029. GasUnie zal hier alleen aanspraak op maken wanneer eind 2029 niet minimaal 33 MW aan vermogen is gecontracteerd in het Oostland. Dit gebeurt onder de voorwaarde dat GasUnie dit vermogen op dat moment ook daadwerkelijk kan leveren. Indien minder dan 33 MW is gecontracteerd, zal door de gezamenlijke Oostland-gemeenten per MW minder gecontracteerd vermogen een bedrag van € 10.000 moeten worden afgerekend tot een maximum totaalbedrag van € 300.000. De garantstelling wordt gelijkelijk verdeeld over de vijf Oostlandgemeenten. De afspraken zijn vastgelegd in de garantieovereenkomst.
Op basis van de Financiële verordening van de gemeente Waddinxveen en de ‘Nota geldleningen u/g en borgstellingen gemeente Waddinxveen 2016’ is het college bevoegd tot het verlenen van deze gemeentegarantie. Het college dient voorafgaand aan het verstrekken van een borgstelling u hierover te informeren en in de gelegenheid te stellen uw wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Dat doen wij met dit raadsvoorstel. [1] Een T-stuk is een voorbereide aftakking van de WarmtelinQ pijpleiding waarop later een
nieuwe pijpleiding naar Oostland aangesloten kan worden.
Onderbouwing voorstel 1. Er worden geen wensen of bedenkingen geuit bij het voorgenomen besluit van het college van B en W van Waddinxveen om GasUnie een borgstelling van maximaal € 60.000 te verlenen voor de realisatie van een T-stuk in WarmtelinQ ten einde aansluiting van Oostland mogelijk te maken. De directe borgstelling maakt verduurzaming van de warmtevraag in het Oostland mogelijk Oostland kent een forse warmtevraag die alleen mede met de inzet van restwarmte afgedekt kan worden. Dit wordt ook onderschreven in de Transitievisie Warmte van Waddinxveen. De
garantie, ingevuld in Waddinxveen als een directe borgstelling, is noodzakelijk voor de aanleg van een T-stuk in WarmtelinQ, waardoor aansluiting van het Oostland en ook Waddinxveen op WarmtelinQ op termijn mogelijk blijft. Realisatie van een T-stuk maakt de glastuinbouwsector toekomstbestendig Voor het toekomstperspectief van de glastuinbouw in de regio zal een duurzaam warmtealternatief voor het huidige aardgasgebruik gevonden moeten worden. De directe borgstelling draagt bij aan een soepele en kostenefficiënte warmtetransitie Samenwerking tussen alle overheden, GasUnie en glastuinbouw legt de basis voor een robuust regionaal warmtenet en de duurzame inzet van industriële restwarmte. De gevraagde directe borgstelling past in de financieel/juridische eisen die daarvoor worden gesteld in de nota geldleningen u/g en borgstellingen gemeente Waddinxveen 2016. De gemeente Waddinxveen kan een borgstelling afgeven, maar doet dit onder bepaalde voorwaarden. Voor de uitwerking van een borgstelling worden verschillende uitgangspunten gehanteerd, zoals opgenomen in de nota geldleningen u/g borgstellingen gemeente Waddinxveen 2016. 1e Uitgangspunt: Primair moet de aanvrager als belanghebbende partij zelfstandig proberen financiële middelen te verkrijgen.
De kosten van de infrastructuur van Gasunie worden ‘verrekend’ in de warmtetransport contracten die Gasunie met (toekomstige) warmte afnemers afsluit. Gemeenten hebben conform het nationale Klimaatakkoord (2019) de regierol in de warmtetransitie. In Oostland is deze transitie (vorm te geven via buurt- en wijkaanpak) nog niet zover dat er al warmtetransport contracten afgesloten kunnen worden door warmteleveranciers. Daarom kan Gasunie het T-stuk niet op een andere manier financieren. Zij is echter wel bereid de voorinvestering te doen. 2e uitgangspunt; De aanvrager onderzoekt als belanghebbende andere mogelijkheden van borgstelling. De Oostland-gemeenten willen, als regievoerder in de energietransitie, dit T-stuk graag om de optie op restwarmte voor ondernemers en inwoners open te houden. 3e uitgangspunt: Borgstelling door de gemeente is uitsluitend toegestaan als er sprake is van een publieke taak. Er is sprake van een publieke taak. Immers, het openhouden van opties op restwarmte dient het publieke belang voor (glastuinbouw) ondernemers en inwoners in de energietransitie. 4e uitgangspunt: Het risico moet zoveel mogelijk beperkt worden naar duur, omvang en aard van de borgstelling. Het risico is zo beperkt mogelijk door een reële ontwikkeltermijn (8 jaar) voor het doorlopen van een buurtaanpak te hanteren. Een kortere termijn zou in dit geval het risico juist verhogen.
Daarnaast wordt het risico gedeeld met de Oostland gemeenten. 5e uitgangspunt: Gecheckt moet worden op staatssteun. In de garantiestellingovereenkomst is een voorbehoud voor staatssteun gemaakt. 6e uitgangspunt:Gemeentelijke geldlening Een alternatief voor borgstelling is het verstrekken van een gemeentelijke geldlening u/g. In principe kan de gemeente in de overeenkomst van geldlening ook risico beperkende bepalingen opnemen. Ondanks dat het Treasurystatuut 2016 het College van B&W hiervoor de mogelijkheid biedt zal hiermee uiterst terughoudend worden omgegaan. Het zijn van financieringsinstelling is geen kerntaak van een gemeente. Financiën De totale borgstelling voor de aanleg van het T-stuk bedraagt € 300.000,-, gelijkelijk te verdelen over de 5 Oostland-gemeenten. Waddinxveen staat dus garant voor maximaal € 60.000,-. De directe borgstelling gaat in op het moment dat WarmtelinQ met een capaciteit van 250 MW inclusief het T-stuk bij Delft Zuid wordt aangelegd.
De borgstelling wordt als risico opgenomen in het risicomanagement-systeem van de gemeente Waddinxveen. De komende jaren zal het landelijk steunkader voor de energietransitie door het Rijk worden ingevuld. Het risico zal hierdoor sterk verminderen. De gemeente heeft beperkt invloed op de risico’s. Zij kan samen met de buurtbewoners en glastuinbouwers voortvarend de buurtaanpak door lopen om te komen tot een besluit over wel of niet afnemen van restwarmte. Kanttekeningen De realisatie van een T-stuk is de verantwoordelijkheid van GasUnie Zonder afnamegarantie van de Oostland gemeenten zal GasUnie niet overgaan tot de realisatie van een T-stuk, waardoor aansluiting van het Oostland op industriële restwarmte in de toekomst moeilijker wordt. Andere gemeenten rond WarmtelinQ hoeven voor aansluiting geen garantie af te geven. Aansluiting van het Oostland is niet in de oorspronkelijke opdracht aan GasUnie meegenomen en maakte geen onderdeel uit van de plannen. Dit zorgt voor extra kosten. Het T-stuk moet pas aangelegd worden als Oostland zeker is dat er ook daadwerkelijk voldoende warmte uit WarmtelinQ afgenomen zal worden. Aanleg van een T-stuk is vele malen duurder wanneer dit niet meteen bij de aanleg van WarmtelinQ wordt meegenomen. Daarom wordt nu gekozen voor het afgeven van een directe borgstelling.
Het afgeven van een directe borgstelling biedt nog geen zekerheid over de beschikbaarheid van voldoende warmte. Indien in de toekomst niet voldoende capaciteit geleverd kan worden, vervalt de borgstelling van de gemeenten.
Vervolg Indien de gemeenteraad van Waddinxveen geen wensen en bedenkingen uit, zal het college definitief besluiten een borgstelling aan GasUnie afgeven ten bedrage van € 60.000,- en dit definitief vastleggen in een convenant en garantiestellingovereenkomst. In dit convenant worden tevens afspraken gemaakt om de verdere aansluiting van het Oostland vorm te geven. Het Ministerie van EZK onderzoekt op welke wijze zij bij kan dragen met een landelijk steunkader (woonlastenneutraliteit en SDE+). Samen met Ministerie van Landbouw Natuurbeheert en Visserij (LNV) wordt onderzocht op welke wijze de distributienetten in de glastuinbouw en het transportnet toekomstbestendig gemaakt kunnen worden. De Oostland-gemeenten zeggen toe in hun Transitievisie Warmte te benoemen welke warmtebuurten potentieel voor 2030 zijn overgeschakeld op een duurzaam warmtealternatief en onderzoeken in de uitvoeringsplannen op buurtniveau de financiële mogelijkheden voor de uitrol van distributienetwerken. In Waddinxveen is dit al gedeeltelijk gedaan in de verkenningsstudie van de Transitievisie Warmte. De gemeenten zetten de samenwerking binnen WSO voort en stellen in 2021 een stappenplan op voor de realisatie van de Oost-West verbinding en de aansluiting op WarmtelinQ en adresseren daarbij ook het governance-vraagstuk.
Bijlage(n)
Raadsbesluit De raad der gemeente Waddinxveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. (hier vul je de datum van het collegebesluit in); besluit: 1. 2. 3. Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Waddinxveen in zijn openbare vergadering van (hier vul je de datum van de Besluitvormende Raad in);
de griffier
de voorzitter
(mr. F.W. van der Dussen)
(drs. E.J. Nieuwenhuis)