CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

RV.RB Beleidskader Wet Inburgering 2022

Besluitvormende raadsvergadering 21 april 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Beleidskader Wet Inburgering 20221.134 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Zaakkenmerk: Z/21/067525 Documentkenmerk: 146804 Onderwerp: Beleidskader Wet Inburgering 2022 Portefeuillehouder: B.J.A. Leferink Datum besluitvormende raad:

Onderwerp Beleidskader Wet Inburgering 2022

Voorstel 1. Het Beleidskader Nieuwe Wet Inburgering 2022, regio Midden Holland wordt vastgesteld.

Inleiding Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet inburgering in werking. Hiermee krijgen gemeenten een nieuwe wettelijke verantwoordelijkheid, de inburgering van asielstatushouders en gezins- en overige migranten. Het college bereidt de besluitvorming hierover voor. Kaderstellende besluiten, mandatering en budgetrecht zijn bevoegdheden van de raad. De invoering van de nieuwe Wet inburgering was tot voor kort voorzien op 1 juli 2021, maar is recentelijk in de tijd verschoven naar 1 januari 2022. Het doel van de nieuwe Wet is dat alle inburgeringsplichtigen (asiel-, gezinsmigranten en overige migranten) snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, liefst via betaald werk. Inzet is dat inburgeringsplichtigen het voor hen hoogst haalbare taalniveau (liefst niveau B1) bereiken, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren. Waddinxveen, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Krimpenerwaard zijn een en ander in gezamenlijkheid aan het ontwikkelen. Uitgangspunt is regionaal wat moet en lokaal wat kan. De inkoop van de inburgeringstrajecten gebeurt derhalve gezamenlijk. Bijgevoegd treft u het gezamenlijk opgestelde beleidskader van de vier gemeenten.

Onderbouwing voorstel 1. Het Beleidskader Nieuwe Wet Inburgering 2022, regio Midden Holland wordt vastgesteld. Vaststellen van het beleidskader is nodig om de invoering van de nieuwe gemeentelijke taken verder op te pakken. Dit zodat we op tijd gesteld staan om de nieuwe taken vanaf 1 januari 2022 uit te voeren. Argumenten: De gemeenten krijgen de regie over de inburgering van asielstatushouders- en gezinsmigranten. Gemeenten worden verantwoordelijk voor de inkoop en het aanbieden van inburgeringstrajecten en het op peil brengen van de Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM),

het uitvoeren van een brede intake, het opstellen van een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), het inrichten van een ontzorgend stelsel, het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid, het uitvoeren van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het bieden van maatschappelijke begeleiding en het aanbieden van een Participatieverklaringstraject (PVT). In de nieuwe Wet staan de taken beschreven. Het beleidskader is de nadere invulling hiervan. Na vaststelling van het kader kan de aanbesteding van de inburgeringstrajecten gaan lopen. Hiernaast kan de lokale invulling van de uitvoering vorm worden gegeven. De vier gemeenten hebben gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd. Uitgangspunten gericht op de samenwerking, de inhoud en de implementatie. Deze treft u in het beleidskader. De vier gemeenten hebben elkaar gevonden op de inhoud. Allen vinden het van belang dat de inburgering plaatsvindt binnen het bredere sociale domein. In het bijzonder in de relatie met de Participatiewet. De verbinding van beide wetten in de aanpak heeft meerwaarde in zowel het bevorderen van de taalverwerving en het taalniveau, als ook op het bevorderen van het sneller en duurzaam participeren in de maatschappij (bij voorkeur in een baan). Taal is nodig om te participeren en, andersom, het toepassen van taal in een werkcontext draagt bij aan het sneller leren van de taal.

De gezamenlijke inzet is gericht op duurzame participatie. Het mooiste is dat iemand participeert op een plek (of meerdere plekken) in de samenleving en zich daar zelfstandig kan handhaven. Liefst in een betaalde baan die aansluit bij de individuele behoeften, capaciteiten en de maatschappelijke behoefte. Maar ook participatie in een vrijwilligersbaan, bij een vereniging, of anderszins maatschappelijke participatie, kan voldoende betekenisvol zijn en zorgen dat iemand naar vermogen meedoet en mee kan doen in de samenleving (bij hem/haar passend). In dat traject ondersteunen we en staan we naast de inburgeraar. Vluchtelingenwerk behoudt de taken die zij nu ook al uitvoert in het kader van de vigerende inburgeringswet. Dat betreft het bieden van maatschappelijke begeleiding en het Participatieverklaringstraject. In de nieuwe wet komen deze taken in aangepaste vorm terug. De vier gemeenten laten deze taken bij Vluchtelingenwerk en vullen dat aan met een nieuwe taak uit de wet: het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid. De vier gemeenten subsidiëren Vluchtelingenwerk hiervoor afzonderlijk, maar er wordt wel afgestemd op de duur, kosten en inhoud. Tot slot zit er ook een praktische kant aan de samenwerking. Om een werkbare aanpak te hebben, dient er volume te zijn. De doelgroep is onderhevig aan fluctuaties. Met elkaar kunnen we meer volume creëren.

Meer volume betekent meer maatwerk, hogere kwaliteit en naar verwachting een betere prijs. Meer volume dempt ook eventuele nadelige effecten van te grote fluctuaties in de instroom van de leerroutes. Risico’s Het uitvoeren van de nieuwe Wet is een verplichting voor de gemeenten. Dit betekent echter niet dat dit zonder risico’s is. De risico’s die we op dit moment zien zijn: 1. Uitstel van de Wet: De invoeringsdatum is tot twee keer toe in de tijd verplaatst. Daarnaast is de lagere regelgeving (besluit en regeling inburgering) pas laat door het landelijke besluitvormingsproces. De planning is dat eind mei 2021 de regelgeving formeel wordt gepubliceerd. De hoogte van de rijksmiddelen voor de uitvoeringskosten zijn in de meicirculaire 2020 aangegeven vanaf 1 juli 2021 en de navolgende jaren. De vraag is wat het uitstel van de wet hiervoor betekent. 2. Onvoldoende middelen: De rijksmiddelen zijn gebaseerd op een onafhankelijk onderzoek van Andersson Elffers Felix. De vraag is of de uitvoering in de praktijk binnen de financiële kaders blijft. De specifieke doelgroep zal immers tot hogere of lagere kosten kunnen leiden dan hetgeen waarmee in de rijksbudgetten is gerekend.

De VNG heeft afspraken gemaakt over de monitoring van de kosten.

Vervolg De gemeente gaat verder met de voorbereiding op de invoering van de Wet inburgering op 1 januari 2022. De uitgangspunten en de genoemde richtingen bij de bouwstenen uit het beleidskader zijn daarin leading. De start van de aanbesteding staat gepland voor mei 2021. Dit zodat er voldoende tijd resteert om een en ander met de aanbieder af te stemmen omtrent de implementatie. Wij houden u op de hoogte van de voortgang. Advies PAR De PAR is verzocht om een advies betreffende het beleidskader. Gezien het feit dat het hier een regionaal beleidskader betreft en we als gemeentte gehouden zijn aan termijnen van afhandeling om de aanbesteding tijdig te kunnen starten is het concept beleidskader in februari naar de PAR verzonden. Begin maart heeft een overleg plaatsgevonden. De opmerkingen die hier zijn besproken zijn na overleg met de overige gemeenten verwerkt. Eventuele zaken die nog worden aangedragen zullen meegenomen worden in het lokaal uitvoeringsplan.

Bijlage(n) 1. Beleidskader Nieuwe Wet Inburgering 2022, regio Midden Holland 2. Adviesaanvraag PAR Beleidskader Wet Inburgering 2022

Raadsbesluit De raad der gemeente Waddinxveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 maart 2021; besluit: 1. Het Beleidskader Nieuwe Wet Inburgering 2022, regio Midden Holland vast te stellen. Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Waddinxveen in zijn openbare vergadering van 21 april 2021.

de griffier

de voorzitter

(mr. F.W. van der Dussen)

(drs. E.J. Nieuwenhuis)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9933986/1