CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie College op Groene Hart Rekenkameronderzoek Duurzaamheid DEF

Besluitvormende raadsvergadering 24 maart 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bestuurlijke reactie op onderzoek duurzaamheid Groene Hart Rekenkamer1.601 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan Van Datum Onderwerp:

: Gemeenteraad Waddinxveen : College B&W : 16 Februari 2021 : Bestuurlijke reactie op onderzoek duurzaamheid Groene Hart Rekenkamer

Inleiding De Groene Hart Rekenkamer heeft tussen november 2019 en april 2020 onderzoek uitgevoerd naar de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in Waddinxveen. Het onderzoek is gelijktijdig uitgevoerd voor de gemeenten Waddinxveen, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Zuidplas. De hoofdvraag van het onderzoek is: Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente inhoudelijk en procesmatig vormgegeven en is deze uitvoering effectief en efficiënt? Het eindrapport is op 1 juli 2020 in de commissie Ruimte en Infrastructuur van de gemeente Waddinxveen behandeld. In een oplegger bij het eindrapport heeft de rekenkamer in totaal negen aanbevelingen gedaan. Drie aanbevelingen aan college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad gezamenlijk; vier aanbevelingen aan het college en 2 specifieke aanbevelingen aan de raad zelf. Tijdens de bespreking in de commissie heeft u het rapport ter beschikking gesteld aan het college en het college gevraagd te reageren op deze aanbevelingen. Middels deze memo reageren wij hierop. De duurzaamheidsvisie 2015-2025 is in 2015 vastgesteld door uw raad en daarna is Waddinxveen gestart met de uitvoering ervan. Het Groene Hart Rekenkamer onderzoek schetst een beeld van de uitvoering en prestaties tot eind 2019/begin 2020. In die context willen wij de resultaten dan ook interpreteren.

Naar ons idee gaat het rekenkameronderzoek ervan uit dat de duurzaamheidstransities bestaan uit planbare en beheersbare projecten. Tegelijkertijd merken we in Waddinxveen (en ook landelijk) dat wij juist te maken hebben met een complexe technologische en maatschappelijke transities waarin wij flexibel te werk moeten gaan. Desalniettemin onderkennen wij ook de noodzaak tot verdere actie en versterking. En dat vinden wij ook verklaarbaar. Met de klimaatwet (2019), het klimaatakkoord (2019) en het Grondstoffenakkoord (2017) is de landelijke aandacht en kennisontwikkeling op diverse onderwerpen in een stroomversnelling gekomen. Nieuwe ontwikkelingen vragen continu om hernieuwde vertaling naar lokaal beleid en sturing. Het College zet zich hiervoor in en wil u hiervoor graag optimaal faciliteren. Dit onderzoek van de rekenkamer steunt ons daarin en wij gebruiken de uitkomsten dan ook graag om deze inzet verder te versterken. In algemene zin ondersteunen wij de aanbevelingen van de Groene Hart Rekenkamer omdat ze ondersteunend zijn aan het maatschappelijk transitieproces. Tot slot reageren wij nog, zoals verzocht, specifiek per aanbeveling: 

Aanbeveling 1: Actualiseer de duurzaamheidsvisie met haalbare doelen. Het rekenkamer rapport geeft aan dat sommige doelen haalbaar zijn en andere niet. We willen in 2021 de huidige duurzaamheidsvisie 2015 - 2025 actualiseren. Vooralsnog doen we dit langs de lijn van de 3 hoofdopgaven, te weten de energietransitie , de transitie naar een circulaire economie en klimaatadaptatie (en biodiversiteit1). We brengen deze 3 hoofdopgaven duidelijker in kaart en de doelen weer minimaal in lijn met de wettelijke en landelijke kaders zoals het klimaatakkoord en grondstoffenakkoord. We kijken op welke onderdelen we bovenwettelijk willen inzetten. In dit proces gebruiken we ook de aanbevelingen 4 (uitkomst TVW en RES) en aanbeveling 6 (analyse duurzaamheid index). Het resultaat wordt onderdeel van de omgevingsvisie.

1 Biodiversiteit is reeds onderdeel van groenbeleid dus met dat beleidsveld wordt koppeling gemaakt.

Wij streven ernaar om haalbare doelen te formuleren. Echter haalbaarheid is in maatschappelijke transities niet altijd vooraf goed meetbaar. Het behalen van doelen is vaak ook nog eens sterk onderhevig aan lokale, regionale en nationale invloeden en het meewerken van de markt. Het is om die reden dat het klimaatakkoord ook op diverse plaatsen ‘adaptieve programmering’ aanhaalt als aanpak, welke we ook in Waddinxveen willen toepassen. Daarom willen we veel aandacht besteden aan het zoveel mogelijk (kwantitatief) inzichtelijk maken van de voortgang op de opgave. 

Aanbeveling 2: Zorg voor de uitwerking van de duurzaamheidsvisie in duurzaamheidsacties voor periodes van twee jaar en maak inzichtelijk in hoeverre daarmee de gestelde doelen worden gerealiseerd. Deze aanpak passen we reeds toe in Waddinxveen en ook voor duurzaamheid is een ‘actieprogramma duurzaamheidsvisie 2020-2021’ door uw raad vastgesteld. We willen echter individuele acties wel blijven bezien vanuit een groter perspectief van de kwantitatieve opgave en doelen zoals ook het rapport stelt. Daarom formuleren we vanuit de opgave en de geactualiseerde doelen (zoals beschreven in aanbeveling 1) de rol van alle betrokkenen en de ‘strategische’ aanpak op hoofdlijnen. Die vertalen we in een lijst van projecten die invulling geven aan de doelstellingen en tweejaarlijkse een uitvoeringsagenda 2. We willen inzetten op het gedegen monitoren van de opgave en de doelen zodat u tijdig kunt bijsturen. Hierbij moet wel aangemerkt worden dat landelijke data (zoals de klimaatmonitor) achterloopt en we de effecten dus pas (veel) later zien. Voor andere opgaven zijn zelfs nog geen landelijke monitoringsinstrumenten beschikbaar zoals voor circulaire economie. Waar mogelijk moeten we hierop wachten of deze zelf of regionaal ontwikkelen.

Aanbeveling 3: Versterk de goede participatiecultuur en zorg dat stakeholders in de samenleving (ondernemersverenigingen, sportverenigingen, onderwijs etc.) zich (nog meer) eigenaar gaan voelen van de vraagstukken. Initieer dat partijen eigen duurzaamheidsdoelstellingen ontwikkelen en maak daarover afspraken vergelijkbaar met de prestatieafspraken met woningbouwcorporaties. De gemeente kan vanuit haar rol bekijken hoe zij dat kan ondersteunen. Het Groene Hart rekenkamer onderzoek constateert dat er reeds een goede participatie cultuur aanwezig is. Dat willen we graag behouden en we streven naar participatie trajecten waarbij we betrokkenen zo meenemen dat ze zich in ieder geval betrokken en erkend voelen bij het proces. Of het mogelijk en wenselijk is dat betrokkenheid en eigenaarschap overgaan in commitment en prestatieafspraken bekijken we per situatie.

Aanbeveling 4: Stem de doelen voor energie, circulaire economie (inclusief afval en grondstoffen) en voor klimaatadaptatie af op landelijk beleid en de uitkomsten van de Regionale Energietransitie (RES), transitievisie warmte en aardgasvrije wijken. Deze aanbevelingen integreren wij in de vervolgacties van aanbeveling 1.

Aanbeveling 5: Ontwikkel een beleid gericht op biodiversiteit. Dit kan in combinatie met de Omgevingsvisie en de Leidraad inrichting Openbare Ruimte. Biodiversiteit staat, mede door het biodiversiteit rapport (IPBES Global Assessment on Biodiversity and Ecosystem Services, 2019) in de politieke en publieke belangstelling. Biodiversiteit kent nog geen wettelijke basis, maar maakt, via de doelen op het gebied van groen, gedeeltelijk al onderdeel uit van de doelen uit de duurzaamheidsvisie 2015-2025. Zo zijn acties rond biodiversiteit opgenomen in de Groenstructuur en Groenbeleid 2016. In december 2020 heeft het college het Uitvoeringsplan Groen 2021-2024 vastgesteld, waarin ook biodiversiteit een belangrijk thema is. Verder verdiepen we in het kader van opgave 1 het inzicht in de opgave voor Waddinxveen op het gebied van biodiversiteit en hoe we daaraan verder nog invulling moeten geven (aanbeveling 2).

2 De uitvoeringsagenda klimaatadaptatie wordt hierin geïntegreerd.

Aanbeveling 6: Analyseer de lage scores in landelijk indices voor de andere thema’s en ontwikkel hiervoor met andere beleidsvelden doelstellingen. Duurzaamheid is continu leren en we nemen de beschikbare informatie natuurlijk graag mee in de vervolgacties van aanbeveling 1 en 2. In onze analyse nemen we overigens ook de vraag mee waarom Waddinxveen hoger scoort dan het landelijk gemiddeld (5,9 versus 5,8), maar uiteindelijk vrij laag op de overall ranglijst van gemeentes is geëindigd.

Aanbeveling 7: Zorg dat de eigen bedrijfsvoering, onderhoud en aanbesteding de duurzaamheidsambities invult en dat daarmee een voorbeeldrol naar de samenleving wordt ingenomen. Het rapport constateert dat er al sprake is van een goede doorwerking van de duurzaamheidsvisie naar de interne organisatie (bedrijfsvoering, onderhoud en aanbesteding) en dat gedaan wordt wat mogelijk is. Gelijktijdig worden er ook knelpunten (zoals beschikbaar budget) en verbetermogelijkheden aangegeven. We zien duurzaamheid als basis voor bedrijfsvoering, onderhoud en aanbestedingen waarmee de gemeente kan bijdragen aan de voorliggende opgaven, een voorbeeldfunctie toont naar de samenleving en waarmee zij (lokale) innovatie kan stimuleren. De inkoopkracht van de gemeente uit zich in het proces rondom aanbestedingen. De komende tijd zal Gemeente Waddinxveen verdere stappen zetten om duurzaamheid tijdens aanbestedingen te borgen inclusief de randvoorwaarden die daarvoor noodzakelijk zijn. Daarnaast willen we benadrukken dat duurzaamheid niet pas aan de orde moet komen tijdens de aanbesteding. Het is een handelingsperspectief gedurende het gehele ontwikkel- en realisatieproces. Daarom werken we er stap voor stap aan om duurzaamheid een integraal onderdeel te laten zijn van alle relevante processen van de gemeente.

Twee laatste twee aanbevelingen zijn alleen aan de raad gedaan. Dit zijn aanbeveling 8 ‘Stel budget beschikbaar voor situaties waarin de duurzame variant meer kost dan de reguliere optie, zodat de duurzame keuze gemaakt kan worden’ en aanbeveling 9 ‘Stuur als raad minder op details en meer op doelen. Beperk het aantal vragen over maatregelen en richt als alternatief eventueel een klankbordgroep/ raadscommissie in’. Deze aanbevelingen zijn specifiek geformuleerd aan u. Het college heeft geen aanvulling op deze aanbevelingen. Tot slot, de Groene Hart Rekenkamer constateert dat de bezetting en middelen voldoende zijn voor het uitvoeren van het huidige twee jaarlijkse actieprogramma (2020-2021), maar zeker niet voldoende voor het aangaan van de gehele opgave. Het opbouwen van een goede organisatie rondom de uitvoering vergt een forse inspanning die met huidige middelen en lopende projecten als de TVW en RES niet gerealiseerd kan worden. Ook voor de uitvoering van de deelprojecten zelf is meer inzet nodig. Dit wordt ook bevestigd door het recente onderzoek van de Raad voor Openbaar Bestuur. In hun onderzoek3 wordt geschetst dat voor gemeenten tot 2030 veel meer capaciteit nodig is. Deze toename start direct in 2022. De cijfers van het ROB impliceren dat al in 2022 waarschijnlijk 6 tot 7 extra FTE nodig zijn voor de uitvoering van alleen de energietransitie.

De veronderstelling is dat het Rijk (uiteindelijk) hieraan een (financiële) bijdrage gaat leveren. Het College is nieuwsgierig hoe u aankijkt tegen het Groene hart Rekenkamer Rapport, de aanbevelingen en onze reactie. We gaan hierover graag met u in gesprek.

3 Rapport “Van Parijs naar praktijk (ROB, 2021)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9777869/1