Raadsvoorstel Wijziging tarieven 2024 OUD
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaakkenmerk: 73743 Documentkenmerk: 74052 Onderwerp: Wijziging tarieven 2024 Portefeuillehouder: Femke Vleij Datum besluitvormende raad: 24 januari 2024 Onderwerp Wijziging tarieven 2024 Voorstel 1. De verordening tot de eerste wijziging van de Legesverordening 2024 wordt vastgesteld; 2. De verordening tot de eerste wijziging van de verordening onroerendezaakbelastingen 2024 wordt vastgesteld. Inleiding U heeft op 13 december 2023 de Legesverordening 2024 en de voorlopige tarieven onroerende-zaakbelastingen (OZB) 2024 vastgesteld. Onderbouwing voorstel De raad wordt voorgesteld: 1. De verordening tot de eerste wijziging van de Legesverordening 2024 vast te stellen; 2. De verordening tot de eerste wijziging van de verordening onroerendezaakbelastingen 2024 vast te stellen. Ad.1. Verordening tot de eerste wijziging van de Legesverordening 2024 Artikel 1.12.1 en 1.13.1 Van het RDW hebben we de voorlopige tarieven rijbewijzen voor 2024 ontvangen. Deze tarieven zijn gewijzigd in bovengenoemde artikelen Artikel 1.33.5 t/m 1.33.8 De kosten voor een medische keuring voor de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart worden nu niet in rekening gebracht aan de aanvrager. Advies is om dit wel te gaan doen. Daarnaast wordt geadviseerd om ook de kosten van de gehandicaptenparkeerkaart zelf kostendekkend door te berekenen aan de aanvrager.
Bovendien willen we de leges voor een gehandicaptenparkeerplaats (inclusief bord) niet meer eenmalig laten zijn, maar voor maximaal 5 jaar te laten gelden. Tot slot hetzelfde tarief te hanteren voor twee verschillende gehandicaptenparkeerplaatsen. Dit is afhankelijk
van wat er nodig is. Het kan gaan om een simpele aanleg, maar ook om verbreding van de parkeerplaats in het geval van rolstoelgebruik. Ad.2. Verordening tot de eerste wijziging van de verordening onroerende-zaakbelastingen 2024 De gemeente stelt ieder jaar de WOZ-waarde van alle onroerende zaken binnen de gemeente vast. De WOZ-waarde voor het jaar 2024 is vastgesteld naar de waardepeildatum van 1 januari 2023. De tarieven onroerende-zaakbelastingen worden niet verhoogd. U treft hieronder een kort overzicht aan van de belangrijkste onderdelen van de verordening. Daarin staan ook de verschillen tussen de door u voorlopig vastgestelde tarieven in december 2023 en de definitieve tarieven. Woningen: Voor belastingjaar 2023 werd de waarde vastgesteld naar het prijspeil van 1 januari 2022. Voor 2024 wordt de waarde vastgesteld naar het prijspeil van 1 januari 2023. Tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2023 is de gemiddelde waarde van de woningen gestegen met 1,66%, dit is inclusief inflatiecorrectie. Deze trend wordt waarschijnlijk doorgezet, gezien de huidige ontwikkelingen op de woningmarkt. De gemiddelde waardeontwikkeling zegt overigens niets over de waardeontwikkeling van individuele woningen. Per woning (segment) kan de stijging hoger of lager uitvallen.
Op de vastgestelde waarde moet een correctie plaatsvinden in verband met het opbrengstverlies vanwege de te verwachten bezwaarschriften. Bij de tariefberekening is uitgegaan van een opbrengstverlies door bezwaarschriften van 0,50%. Niet-woningen: De WOZ-waarde van bedrijven wordt voor een deel vastgesteld aan de hand van lokale en regionale transacties. En voor een deel aan de hand van door de VNG en de Waarderingskamer vastgestelde landelijke taxatiewijzers. Landelijke taxatiewijzers worden met name gebruikt voor bedrijven waar binnen de gemeente geen geschikte transacties aanwezig zijn. Per saldo is de waarde van een gemiddeld bedrijfspand binnen de gemeente Waddinxveen in de loop van 2023 met 0,10% gestegen. Net als bij woningen zegt dit percentage niets over de waardeontwikkeling van een individueel bedrijfspand. Het opbrengstverlies naar aanleiding van de bezwaarschriften tegen niet-woningen ligt al jaren op ongeveer 1%. Bij de tariefberekening zijn wij daarom net als vorig jaar uitgegaan van een opbrengstverlies van 1%. Gebruikersbelasting: Bij niet-woningen wordt ook een aanslag opgelegd aan de gebruiker van een onroerendezaak. Hoewel het begrip “gebruik” volgens jurisprudentie ruim uitgelegd mag worden, zijn er objecten waar de gemeente geen aanslag voor gebruik kan opleggen. Bij een bedrijfspand dat leeg te koop of te huur staat kan geen gebruikersbelasting worden
opgelegd. Bij (bouw)terrein waar de bouwactiviteiten zijn gestart kan weel een gebruikersbelasting worden opgelegd. Gemengde objecten: Een WOZ-object kan bestaan uit een woning en een bedrijfsgedeelte. Als de waarde van de woning meer dan 70% van de WOZ-waarde van het object bedraagt, valt het WOZobject onder het woningentarief. Is de waarde van de woning 70% of minder, dan valt het WOZ-object onder het niet-woningentarief. Toen de OZB voor gebruikers van woningen in 2006 werd afgeschaft, heeft de Tweede Kamer het amendement De Pater aangenomen. Op basis hiervan mag bij een gemengd object de gebruikersbelasting worden opgelegd over de waarde van het bedrijfsgedeelte. Correctie tarieven in verband met leegstand: Net als de afgelopen jaren is bij de berekening van de tarieven uitgegaan van een leegstand van 5%. Ondernemersfonds (OFW): Via de inning OZB niet-woningen wordt met ingang van 1 januari 2023 ten behoeve van het OFW een opslag genomen van € 30 per € 100.000 WOZ-waarde. Met deze opbrengst wordt een jaarlijkse bijdrage aan de Stichting OFW in het kader van het ondernemersfonds gerealiseerd van € 230.000. De verhoging van de OZB niet-woningen bedraagt in 2024 net als in 2023 5,53%.
Op grond van het bovenstaande wordt voorgesteld de tarieven vast te stellen OZB-woningen: Tarief 2023 0,0892% Voorlopig tarief 2024 0,0981% Voorstel 2024 0,0877% Tarief 2023 plus correctie waardestijging = 0,0892/1,0166 = 0,0877% (naar beneden afgerond) OZB niet-woningen (eigendom) Tarief 2023 0,3170% Voorlopig tarief 2024 0,3487% Voorstel 2024 0,3166% Tarief 2023 plus correctie waardestijging = 0,3170/1,001 =0,3166% (naar beneden afgerond) OZB niet-woningen (gebruik) Tarief 2023 0,2553% Voorlopig tarief 2024 0,2808% Voorstel 2024 0,2550% Tarief 2023 plus correctie waardestijging = 0,2553/1,001 = 0,2550% (naar beneden afgerond) Als in de tarieven geen bijdrage aan het OFW zou zijn opgenomen, zouden de tarieven 0,3000% (eigendom) en 0,2416% (gebruik) bedragen.
Vervolg Na vaststelling van de verordening tot de eerste wijziging van de Legesverordening 2024 en de verordening tot de eerste wijziging van de verordening onroerende-zaakbelastingen 2024 worden deze gepubliceerd. Bijlage(n) 1. De verordening tot de eerste wijziging van de Legesverordening 2024; 2. De verordening tot de eerste wijziging van de verordening onroerende-zaakbelastingen 2024 Raadsbesluit De raad der gemeente Waddinxveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 december 2023; besluit: 1. De verordening tot de eerste wijziging van de Legesverordening 2024 vast te stellen; 2. De verordening tot de eerste wijziging van de verordening onroerendezaakbelastingen 2024 vast te stellen.
Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Waddinxveen in zijn openbare vergadering van 24 januari 2024;
de griffier
de voorzitter
(de heer F.W. van der Dussen)
(de heer E.J. Nieuwenhuis)