Raadsvoorstel Wijziging gemeenschappelijke regeling BSGR
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaakkenmerk: 66725 Documentkenmerk: 67575 Onderwerp: Wijziging gemeenschappelijke regeling BSGR Portefeuillehouder: Femke Vleij Datum besluitvormende raad: 13 december 2023 Onderwerp Wijziging gemeenschappelijke regeling BSGR Voorstel Aan uw raad wordt gevraagd om kennis nemen van het ontwerp van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, waarin op grond van de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) enkele wijzigingen zijn aangebracht, en naar aanleiding daarvan te besluiten om over die ontwerpregeling geen zienswijze bij het college naar voren te brengen.
Inleiding Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Deels bevat de wetswijzing bepalingen die per 1 juli 2022 direct in werking zijn getreden, deels bepalingen die in de tekst van de GR zelf moeten worden uitgewerkt. Hiervoor geldt een overgangstermijn van twee jaar. Dat betekent dus dat de wijzigingen vóór 1 juli 2024 in de tekst van de GR moeten zijn verwerkt. De gewijzigde regeling kan in het geval van de BSGR door het college worden vastgesteld, aangezien er aan de BSGR alleen collegebevoegdheden worden overgedragen. Wel is daar toestemming voor nodig van de raad. Dat was vóór de wetswijziging echter ook al het geval. Maar de ervaring leerde dat in de procedure voor het vragen van toestemming niet of nauwelijks ruimte was om in de regeling nog wijzigingen door te voeren en geen toestemming geven eigenlijk geen optie was. De wijziging van de Wgr heeft als doel de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regeling en de kader stellende en controlerende rol van gemeenteraden in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Daarom is in artikel 61 van de Wgr nu een zienswijzeprocedure opgenomen. Dat is overigens wel een iets andere procedure dan bij de zienswijzen in het kader van de begroting van de gemeenschappelijke regelingen.
Bij die procedure wordt namelijk door het bestuur van de gemeenschappelijke regeling direct aan de gemeenteraad een zienswijze gevraagd. En dan is het gebruikelijk dat het college die zienswijze voorbereidt. Dat kan echter hier niet, want op grond van artikel 61 Wgr is het niet het bestuur van de gemeenschappelijke regeling maar juist het college zelf dat aan de raad vraagt om een zienswijze uit te brengen. En in dat geval past het naar onze mening niet om als college die zienswijze ook te gaan voorbereiden.
Hieronder volgt een korte samenvatting van de naar aanleiding van de wijziging van de Wgr in de tekst van de gemeenschappelijke regeling BSGR door te voeren wijzigingen en een voorstel voor het verdere vervolg. Onderbouwing voorstel Naar aanleiding van de wijziging van de Wgr per 1 juli 2022 is er vanuit de BSGR een voorstel gekomen voor de wijzigingen die in de tekst van de GR zouden kunnen worden doorgevoerd. Dat voorstel is aan de hand van de handreiking van de VNG (zie bijlage) ambtelijk getoetst door een werkgroep waarin alle deelnemers waren vertegenwoordigd. De uitkomst daarvan is aan de BSGR toegezonden en daarna vertaald in een aangepast voorstel waarmee het bestuur van de BSGR inmiddels heeft ingestemd. Door het Algemeen Bestuur van de BSGR wordt daarom nu aan ons college en aan de dagelijks besturen van alle andere deelnemers voorgesteld om de volgende wijzigingen in de tekst van de GR BSGR door te voeren: 1. aanscherping van afspraken over uittreding (artikel 9 lid 1 Wgr): in artikel 38 van de GR van de BSGR wordt vastgelegd wat de gevolgen zijn voor een deelnemer als deze uit het samenwerkingsverband wil vertrekken; 2. invoering van een zienswijzeprocedure omtrent besluiten (artikel 10 lid 5 en 6 Wgr): in artikel 40a van de GR BSGR wordt bepaald voor welke besluiten van de BSGR aan de algemeen besturen van de deelnemers een zienswijze gevraagd kan worden; 3.
het opnemen van een bepaling met betrekking tot burgerparticipatie (artikel 10 lid 7 en 8 Wgr): omdat de BSGR een uitvoeringsorganisatie is en de beleidsvrijheid van de BSGR zeer beperkt is, is voor de redactie van de bepaling met betrekking tot burgerparticipatie (artikel 40c van de GR BSGR) aansluiting gezocht bij de tekst die ook wordt gehanteerd door Hecht, waarbij evenals bij de BSGR sprake is van zeer beperkte beleidsruimte. 4. het opnemen van een bepaling omtrent de evaluatie van de regeling (artikel 11a Wgr): evaluatie is niet verplicht. Er kan daarom ook besloten worden om niet te evalueren. In artikel 40b van de GR BSGR is daarom nu bepaald dat het algemeen bestuur van de BSGR kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren en welke procedure er dan wordt gevolgd. 5. het opnemen van een bepaling over actieve informatieplicht aan de deelnemers (artikel 17 lid 2 en 3 Wgr): aan deze actieve informatieplicht wordt uitwerking gegeven door in artikel 12 van de GR BSGR te bepalen dat voorafgaand aan de vergadering van het algemeen bestuur van de BSGR de stukken die in deze vergadering worden behandeld gelijktijdig met de verzending aan de leden van het algemeen bestuur van de BSGR, ook aan de dagelijks besturen en algemeen besturen van de deelnemers worden toegezonden. 6.
Betere aansluiting begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling op de begrotingscyclus van de gemeente (artikel 34, 34b en 35 Wgr): financiële bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een deelnemer aan een gemeenschappelijke regeling, die in de eigen begroting van de gemeente worden verwerkt. Het is de bedoeling van de nieuwe Wgr om de gemeenteraden meer tijd te geven en om beter aan te sluiten bij de gemeentelijke begrotingscyclus. Daarom worden de uiterste termijnen voor indiening van de kadernota en het toezenden van de ontwerpbegroting aan de deelnemers en het toezenden van de begroting aan Gedeputeerde staten aangepast. Deze verplichting vloeit rechtstreeks voort uit de wet maar dient ook in de tekst van de GR te worden vastgelegd. Artikel 31 van de GR BSGR is daarom aangepast. 7. verwijzing naar archiefverordening: in de tekst van de GR BSGR wordt nu verwezen naar de archiefverordening van de gemeente Leiden. Gebleken is echter dat de BSGR een eigen archiefverordening moet vaststellen. Daarom is nu van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook de tekst van artikel 41 van de GR BSGR aan te passen. Deze wijziging heeft dus geen relatie met de wetswijziging van de Wgr.
Voor een uitgebreidere toelichting op bovenstaande wijzigingen wordt verwezen naar bijgaande brief van de BSGR van 11 september 2023, het concept van de tekst GR BSGR na verwerking van de aanpassingen en het was-wordt overzicht. Het college heeft inmiddels besloten om akkoord te gaan met de door het bestuur van de BSGR voorgestelde aanpassingen in de tekst van de GR BSGR en om de concept Gemeenschappelijke Regeling BSGR vast te stellen. Conform het bepaalde in artikel 61 Wgr wordt de concept-regeling nu aan uw raad voorgelegd met het verzoek om eventuele zienswijzen aan ons college kenbaar te maken. Aan uw raad wordt voorgesteld om geen zienswijze kenbaar te maken aangezien het voorstel uitgebreid ambtelijk is afgestemd en ook in lijn is met hetgeen bij andere gemeenschappelijke regelingen, waarbij onze gemeente is aangesloten, wordt afgesproken. Maar uiteraard kan uw raad daar anders in beslissen. In dat geval verzoeken wij u om eventuele zienswijzen aan ons kenbaar te maken zodat wij die ten behoeve van de definitieve besluitvorming inzake de gewijzigde gemeenschappelijke regeling bij het bestuur van de BSGR in kunnen brengen. Financiële effecten De aanpassing van de regeling heeft geen financiële gevolgen.
Vervolg In de brief van de BSGR van 11 september 2023 wordt gevraagd om de bij de dagelijks besturen van de deelnemers ingebrachte zienswijzen binnen 10 weken na dagtekening van deze brief aan het bestuur van de BSGR te melden. Deze zienswijzen worden dan in de vergadering van het dagelijks bestuur van de BSGR van 15 februari 2024 behandeld, waarna de concept regeling eventueel wordt aangepast. Dit leidt dan tot een definitief voorstel van het bestuur van de BSGR aan de dagelijks besturen van de deelnemers om de regeling te wijzigen. Voor een definitief besluit van de dagelijks besturen van de deelnemers om de regeling te wijzigen is toestemming van de algemeen besturen van de deelnemers vereist. Dit betekent dat uw raad nog voor een tweede keer in het proces tot wijziging van de regeling zal worden betrokken. Naar verwachting zal dat in de vergadering van april 2024 plaatsvinden.
Bijlage(n) 1. Brief verzoek zienswijzen op aanpassing tekst GR BSGR; 2. Overzicht was-wordt van wijzigingen in tekst gemeenschappelijke regeling BSGR 3. Geconsolideerde tekst GR BSGR na verwerking aanpassingen 4. Brief Hoogheemraadschap van Rijnland 22 juni 2023 5. VNG-Handreiking-Wijziging-Wgr
Raadsbesluit De raad der gemeente Waddinxveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 november 2023; Gelet op artikel 61 van de Wet gemeenschappelijke regelingen
besluit:
1. Kennis te nemen van de wijzigingen; 2. Geen zienswijze in te dienen
Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Waddinxveen in zijn openbare vergadering van 13 december 2023; de griffier de voorzitter {{esl:Signer1:capture:size(200,50)}}
(de heer F.W. van der Dussen) (de heer. E.J. Nieuwenhuis)