Raadsmemo Meicirculaire 2024 Gemeentefonds en ontwikkelingen in het sociaal domein (incl. bijlagen 1 +2)
Tekst van het document
MEMO Zaakkenmerk: 157687 Documentkenmerk: 158122 Doelgroep: Raad Onderwerp: Meicirculaire 2024 Gemeentefonds en ontwikkelingen in het sociaal domein Afzender: College Datum: 2 juli 2024 Geachte Raad, Inleiding Op 10 juli ligt de Kaderbrief 2025-2028 ter besluitvorming aan uw raad voor. De Kaderbrief is de start van het proces om de Programmabegroting 2025-2028 op te stellen. Met de Kaderbrief geeft u als raad de richting aan voor de begroting. Na het toezenden van de Kaderbrief aan uw raad heeft zich een tweetal ontwikkelingen voorgedaan waarover wij uw raad in het kader van onze actieve informatieplicht door middel van dit memo informeren. Belangrijk is hierbij te vermelden dat, alhoewel beide ontwikkelingen van invloed zijn op het meerjarenperspectief, zoals gepresenteerd in de Kaderbrief, deze ontwikkelingen los van elkaar staan. Meerjarenperspectief inclusief ontwikkelingen
Ontwikkeling begrotingssaldo 2025 - 2028
2025
2026
s
i
Saldo programmabegroting cf Kaderbrief
3.938
-1.524
Inkoop Jeugd en wmo Meicirculaire 2024 (netto effect)
-2.030 799 2.707
s
i
181
0
-2.169 901 -1.524
2027
-1.087
2028
s
i
s
i
518
-504
437
-230
-2.157 958 0
-681
-2.157 951 -504
-769
-230
Bedragen x € 1.000
De structurele en incidentele bedragen bij elkaar opgeteld, laten het volgende beeld zien: Saldo programmabegroting 20252028
2025 1.183
2026 -1.087
2027 -1.185
2028 -999
Bedragen x € 1.000
In de Kaderbrief is aangegeven dat het nieuw financieel meerjarenperspectief structureel sluitend is met een positief begrotingsresultaat van € 3,9 miljoen in 2025, aflopend naar € 0,4 miljoen in 2028. Rekening houdend met de nieuwe ontwikkelingen ontstaat een nieuw structureel meerjarenperspectief van € 2,7 miljoen positief in 2025, aflopend naar € 0,8 miljoen negatief in 2028. Als gemeente moeten wij een meerjarig sluitende begroting hebben. Om die reden komen we bij de Programmabegroting met een voorstel om tot een sluitende begroting te komen.
Recente ontwikkelingen Hieronder worden beide ontwikkelingen op hoofdlijnen toegelicht. Uitgebreidere toelichting is opgenomen in de bijlagen. 1. Meicirculaire 2024 De Meicirculaire 2024 heeft voordelige gevolgen voor het meerjarenperspectief 2025 - 2028. In onderstaande tabel wordt allereerst het bruto verschil gepresenteerd; hieruit blijkt voor de gemeente Waddinxveen een toename van het gemeentefonds van € 3,7 miljoen in 2025, oplopend tot € 5,2 miljoen in 2028. Het netto-effect (het gedeelte dat
van invloed is op het meerjarenperspectief) van de Meicirculaire 2024 betekent een voordeel in 2025 van € 0,8 miljoen, oplopend naar € 0,95 miljoen in 2028. Financieel effect meicirculaire 2024: Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Bruto verschil meicirculaire 2024
1.268
3.691
5.187
5.169
-983
-2.135
5.212 -2.103
-2.040
-969
-252
-254
-284
-940
-1.899
-1.897
799
901
958
-1.894 951
Reservering accres (volume en LPO) Mutatie lastenkant begroting
-519 1
Opgenomen in de Kaderbrief 2025-2028 Netto verschil meicirculaire 2024
749
Toelichting: Reservering van het accres Dit gedeelte van de toename van het gemeentefonds wordt apart gezet ter dekking van de inflatie als gevolg van loon- en prijsstijgingen als wel voor de volumeontwikkeling als gevolg van demografische ontwikkelingen en welvaart. Mutatie lastenkant begroting Een deel van de toename van het gemeentefonds heeft betrekking op taakmutaties en mutaties in decentralisatieen integratie uitkeringen. Voor een aantal van deze mutaties wordt vooralsnog voorgesteld rekening te houden met verhoging van het budget aan de lastenkant. Deze bedragen hebben daarom (voorlopig) geen effect op het meerjarenperspectief. Reeds opgenomen bedragen in de Kaderbrief 2025-2028 Een deel van de toename van het gemeentefonds heeft betrekking op de verwachte toename van het aantal woningen en inwoners dan wel op het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. Deze ontwikkelingen zijn reeds meegenomen in het meerjarenperspectief van de Kaderbrief en moeten dus nu buiten beschouwing worden gelaten. 2. Inkoop Jeugd en Wmo De gemeenten in de regio Midden-Holland kopen gezamenlijk de nieuwe contracten Jeugdhulp en Wmo in. Zoals eerder besproken, verlopen de huidige contracten op 1 januari 2025. Op 13 februari is de raad geïnformeerd over het inkoopplan met de belangrijkste veranderingen ten opzichte van de huidige inkoop.
Gemeenten zijn verplicht reële tarieven te bieden aan aanbieders Wmo en Jeugdhulp. In februari zijn hiervoor in eerste instantie tarieven vastgesteld en gecommuniceerd naar potentiële aanbieders van zorg en ondersteuning. Naar aanleiding van signalen uit het veld en een daaropvolgende analyse door de Regionale Werkorganisatie bleek het noodzakelijk de tarieven te herijken. In de Kaderbrief (pagina 13, Risico's. Tarieven Ambulant Jeugd en Wmo) is beschreven dat een extra onderzoek op de tarieven noodzakelijk was. Dit proces was bij afronden van de kadernota nog niet afgerond. Inmiddels zijn de resultaten bekend. De herijking van de tarieven heeft een noemenswaardig financieel effect op de meerjarenbegroting. Verwachte impact Waddinxveen Het is niet mogelijk om de exacte financiële impact van de herijkte tarieven te berekenen. De financiële impact is namelijk onder andere sterk afhankelijk van het aantal mensen dat zorg ontvangt. Wel is er op basis van het historische zorggebruik in Waddinxveen, en daarbij rekening houdend met de volumestijging een inschatting gemaakt van de financiële impact. Deze is weergegeven in onderstaande tabel. Hierbij zijn landelijk vastgestelde tarieven binnen de jeugdzorg niet meegenomen. Dit gaat om jeugdbescherming, jeugdreclassering, jeugdzorgplus en producten die onder het landelijk transitiearrangement vallen. Inkoop Jeugd en wmo
2025
2026
2027
2028
Inkoopbudgetten Jeugd en wmo Prognose inkoop Jeugd en wmo Bestaand tekort op Jeugd jaarrekening 2023
12.426 -14.906 450
12.288 -14.906 450
12.299 -14.906 450
12.299 -14.906 450
Tekort (financiële impact op Kaderbrief)
-2.030
-2.168
-2.157
-2.157
Bedragen x € 1.000 1
In de Kaderbrief 2025-2028 is aangegeven dat “de raming van de Algemene Uitkering in deze Kaderbrief is gebaseerd op de Decembercirculaire 2023 waarbij rekening is gehouden met onze verwachting van het aantal woningen en inwoners per 1 januari 2025. Daarnaast hebben we een effect uit de Voorjaarsnota 2024, namelijk het schrappen van de opschalingskorting vanaf 2026, meegenomen.”
Het tekort is inclusief het bestaande structurele tekort op jeugdzorg van €450.000 vanuit 2023. Daardoor is er sprake van een financieel negatief effect van € 2 miljoen in 2025 ten opzichte van de Kaderbrief. Vanaf 2026 is er structureel €524.000 als taakstelling opgenomen in het kader van de verwachte besparingen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Indexatie Bovenstaande bedragen zijn op basis van prijspeil 2024. Dat betekent dat deze bedragen nog geïndexeerd moeten worden naar 2025. Hierin volgen wij het advies van de VNG dat eind 2024 verwacht wordt.
Bijlage(n) -
Bijlage 1 Toelichting Meicirculaire 2024 Gemeentefonds Bijlage 2 Ontwikkelingen Jeugd en Wmo Bijlage 3 Meicirculaire 2024 Gemeentefonds
Bijlage 1: Toelichting Meicirculaire 2024 Gemeentefonds Inleiding De Voorjaarsnota 2024 van het Rijk is op 15 april 2024 bekend gemaakt. Deze nota kijkt vooruit naar de Rijksbegroting voor de komende jaren. Dit heeft ook gevolgen voor de uitkeringen uit het Gemeentefonds aan gemeenten. De Meicirculaire 2024 informeert gemeenten over deze gevolgen. Deze circulaire is op 27 mei 2024 bekend gemaakt. Voor een deel zijn de verwachte gevolgen van deze circulaire al verwerkt in de Kaderbrief 2025 – 2028. Financieel effect meicirculaire 2024: Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Beginstand meicirculaire 2024
62.334
61.715
56.696
56.906
57.099
Mutaties meicirculaire 2024
1.268
3.691
5.187
5.212
5.169
Eindstand meicirculaire 2024
63.602
65.406
61.883
62.118
62.268
Het nettoverschil tussen deze meicirculaire 2024 en de voorgaande circulaire (decembercirculaire 2023) is als volgt (ten opzichte van basisjaar 2024, - = budgettair nadeel). Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Bruto verschil meicirculaire 2024
1.268
3.691
5.187
5.212
5.169
-983
-2.135
-2.103
-2.040
-969
-252
-254
-284
-940
-1.899
-1.897
-1.894
799
901
958
951
Reservering accres (volume en LPO) Mutatie lastenkant begroting
-519
Opgenomen in de Kaderbrief 2025-2028 *) Netto verschil meicirculaire 2024
749
*) In de Kaderbrief 2025-2028 is aangegeven dat “de raming van de Algemene Uitkering in deze Kaderbrief is gebaseerd op de Decembercirculaire 2023 waarbij rekening is gehouden met onze verwachting van het aantal woningen en inwoners per 1 januari 2025. Daarnaast hebben we een effect uit de Voorjaarsnota 2024, namelijk het schrappen van de opschalingskorting vanaf 2026, meegenomen.”
1. Gevolgen circulaire voor 1e Burap 2024 en Programmabegroting 2025-2028 De Meicirculaire 2024 heeft voordelige structurele gevolgen voor de 1e Burap 2024 en de Programmabegroting 2025 – 2028. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn: De verwerking van het accres dat is gesplitst in een volume- en een nominaal deel; het nominale deel is ter compensatie van loon- en prijsstijging en het volumedeel is ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. De toevoeging van incidentele compensatie in verband met het vervroegen van de gewij- zigde bbpindexatie van 2027 naar 2024; De aanvullende mutaties in de uitkeringsfactor van het Gemeentefonds; Het grotere aandeel van onze gemeente in het Gemeentefonds, doordat we een groei- gemeente zijn.
(1) Decembercirculaire 2023 Dit is de uitkering uit het gemeentefonds na doorrekening van de decembercirculaire 2023. De toelichting hiervan staat in het raadsmemo van 24 januari 2024 (kenmerk 99531).
(2) Meicirculaire 2024 Dit is het saldo van de uitkering uit het gemeentefonds na doorrekening van de meicirculaire 2024.
(3) Verschil meicirculaire 2024 en decembercirculaire 2023 Dit betreft het verschil tussen de meicirculaire 2024 en de decembercirculaire 2023. Een positief bedrag betekent een hogere uitkering, een negatief bedrag een lagere uitkering. Het verschil heeft meerdere oorzaken. Dit wordt op hoofdlijnen toegelicht onder nummer 4 tot en met 18.
(4) Volumeaccres historisch Bbp In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het Bruto binnenlands product (Bbp) per 2024 al is ingevoerd. Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het Bbp. Door het toepassen van de ontwikkeling van het Bbp vanaf 2024 zijn de tranches voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de Miljoenennota 2024. Verder worden de tranches voor de jaren 2024 en 2025 structureel opgenomen in plaats van incidenteel. Hierdoor is het volume accres voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de septembercirculaire 2023 en vanaf 2026 en verder hoger.
(5) LPO accres prijs Bbp In de meicirculaire 2024 is het LPO accres eerst geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024. Vervolgens is de indexatie voor loon- en prijsontwikkeling vanaf 2024 gebaseerd op de prijs Bruto binnenlandse product (pBbp).
(6) Incidentele compensatie In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume en LPO accres voor de jaren 2024 tot en met 2029. Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat macro een tekort van € 675 miljoen resteert. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats, zodat macro uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert van € 675 miljoen, gelijk aan het bedrag van het schrappen van de oploop van de opschalingskorting.
(7) Schrappen oploop opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen. In de meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om een bedrag van ongeveer € 1,0 miljoen structureel vanaf 2026. Met dit voordeel is in de Kaderbrief 2025-2028 al rekening gehouden.
(8) Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2023 Het BTW Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2023 € 573 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2023 werd al een voorschot van € 359 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 214 miljoen extra en dit bedrag wordt in 2024 incidenteel toegevoegd. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om een incidenteel voordeel van € 339.000 in 2024.
(9) Hoeveelheidsverschillen en mutaties WOZ Door de continue ontwikkeling van (landelijke en eigen) aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden, enz. vinden er bij iedere circulaire aanpassingen plaats. Bij de berekening van de meicirculaire is rekening gehouden met de op dit moment bekende areaalgegevens. Dit is inclusief onze verwachting van het aantal woningen en inwoners per 1 januari 2025 waarmee in de Kaderbrief 2025-2028 al rekening is gehouden. Daarnaast krijgen gemeenten minder geld uit het gemeentefonds als ze veel vermogen hebben om belastingen te heffen. Het vermogen bestaat uit de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een tarief dat voor alle gemeenten hetzelfde is, het zogenaamde rekentarief. Dit rekentarief is in de meicirculaire 2024 aangepast wat een negatief effect heeft voor de algemene uitkering. Daarnaast zijn de WOZwaarden in Waddinxveen meer gestegen dan vooraf werd ingeschat; ook dit heet een negatief effect voor de algemene uitkering.
(10) Overige mutaties Dit is het subtotaal van algemene mutaties in de algemene uitkering. Daarnaast zijn ook taakmutaties onder de € 25.000 en mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen onder de € 25.000 opgenomen. Taakmutaties Taakmutaties zijn middelen die het Rijk via de algemene uitkering beschikbaar stelt voor bepaalde doelen. Deze mutaties kunnen gevolgen hebben voor de lasten en/of baten in de begroting. In deze circulaire zijn ook weer enkele taakmutaties opgenomen. De taakmutaties groter dan € 25.000 worden hieronder nader toegelicht.
(11) Besparingsverlies Jeugd In de meicirculaire 2024 is opgenomen dat de geraamde extra besparing van het rijk van € 500 miljoen voor 2025 komt te vervallen. Uitgangspunt is, dat het vervallen van de extra korting geen budgettair effect heeft. Het verloopt budgettair neutraal, omdat gemeenten in de begroting voor Jeugdzorg rekening mochten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming van de uitgaven. Dit wordt voor 2025 nu teruggedraaid. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om een bedrag van € 715.000 in 2025. Onder 11a is rekening gehouden met het terugdraaien van de lagere raming aan de lastenkant waardoor per saldo de wijziging neutraal wordt verwerkt. Regel 11 en 11a dient in samenhang te worden bekeken.
(12) Werkdrukverlaging jeugdbescherming In het bestuurlijk akkoord over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescher- ming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om een voordeel van ongeveer € 42.000 vanaf 2024. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant. Regel 12 en 12a dient in samenhang te worden bekeken.
(13) Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden (juli 2022) is € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Voor 2023 zijn deze middelen incidenteel beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 zal structureel plaatsvinden. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om een voordeel van ongeveer € 40.000 vanaf 2024. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant. Regel 13 en 13a dient in samenhang te worden bekeken.
(14) Vrijval compensatieregelingen Voogdij 18 In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget (€ 32,1 miljoen) wordt nu voor 2025 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. Tegenover dit voordeel staat een nadeel als gevolg van vrijval van de IU Voogdij 18+. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om een structureel voordeel van ongeveer € 44.000 vanaf 2025. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant. Regel 14 en 14a dient in samenhang te worden bekeken.
(15) Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Voor het verlenen van de specifieke uitkering compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg in 2024 wordt € 60 miljoen vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS. Vanuit de algemene uitkering gaat het om € 27,9 miljoen. Het overige deel wordt overgeboekt vanuit het restantbudget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ (zie ook mutatie IU Voogdij 18+). Dit budget wordt ingezet om gemeenten te compenseren voor de niet beoogde kosten 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om een incidenteel nadeel van € 40.000. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen Mutaties in decentralisatie- en integratie-uitkeringen groter dan € 25.000 worden hieronder nader toegelicht.
(16) Uitvoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze € 71,5 miljoen in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om een incidenteel voordeel van € 125.000 in 2024. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant. Regel 16 en 16a dient in samenhang te worden bekeken.
(17) Suppletie-uitkering Bommenregeling Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (WOII). De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. Alle uitkeringen in het kader van de bommenregeling worden door alle gemeenten gezamenlijk gedragen. Op basis van een ingediende aanvraag ontvangt de gemeente Waddinxveen voor 2024 een bedrag van € 116.000. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant. Regel 17 en 17a dient in samenhang te worden bekeken.
(18) Participatie (IU) De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen voor beschut werk. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant. Regel 18 en 18a dient in samenhang te worden bekeken.
2. Aandachtspunten (B) Reservering accres Zoals bij onderdeel 6 is aangegeven ontvangen gemeenten (gedeeltelijke) compensatie in verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-systematiek. In 2024 vindt volledige compensatie plaats, in 2025 bedraagt de compensatie ongeveer 50%, en voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert gelijk aan de opschalingskorting. Voorgesteld wordt vooralsnog rekening te houden met een verhoging van het budget aan de lastenkant ter grootte van de bedragen genoemd onder regels 4 tot en met 6. Belangrijk is dat het accres een generieke indexatie betreft die bestaat uit een prijsdeel en een volumedeel. In het volumedeel van de bbp zit ook de stijging van de lonen door volumegroei van de economie. In het prijsdeel zit het deel van de loonontwikkeling voortkomend uit prijsstijgingen. Het prijsdeel van de bbpsystematiek is daarin dus niet een-op-een vergelijkbaar met de Loon Prijs Ontwikkeling (LPO) zoals die ook wordt gebruikt bij de LPO-indexatie van de Rijksbegroting. Het accres is beleids- en bestedingsvrij. De wijze waarop (het volume- en prijsdeel) wordt ingezet is aan de gemeente.
Bijlage 2: Ontwikkelingen Jeugd en Wmo 1. Aanleiding Gemeenten zijn wettelijk verplicht reële tarieven te bieden aan aanbieders Wmo en Jeugdhulp. In februari zijn door het college hiervoor in eerstede eerste instantie tarieven vastgesteld en gecommuniceerd naar potentiële aanbieders van zorg en ondersteuning. Naar aanleiding van veel zienswijzesignalen uit het veld en een daaropvolgende analyse door de Regionale Werkorganisatie bleek het noodzakelijk de tarieven te herijken. De tarieven waren op onderdelen onvoldoende reëel. In de kaderbrief (pagina 13, Risico's. Tarieven Ambulant Jeugd en Wmo) is beschreven dat een extra onderzoek op de tarieven noodzakelijk was. Dit proces was bij afronden van de kadernota nog niet afgerond. Inmiddels Op 28 juni 2024 zijn de resultaten van het extra onderzoek bekend bekend en geworden. Wij informeren we u over de impact hiervan. 2. Uitkomsten herijking Naar aanleiding van het onderzoek is een aantal productbeschrijvingen aangepast en is een aantal tarieven naar boven bijgesteld. Gemiddeld stijgen de tarieven nu 9% in plaats van de in februari jl. verwachte 5%. Dit is exclusief de verwachte indexatie voor 2025. Met name de loonstijgingen binnen de verschillende CAO’s hebben grote impact op de tarieven. 3. Vervolg Er was al sprake van een structureel tekort op jeugdzorg van €450.000 vanuit de voorgaande jaren.
Vanaf 2026 is er in de Kaderbrief structureel €524.000 als taakstelling opgenomen. Deze taakstelling komt voort uit de door het Rijk verwachte besparingen uit de Hervormingsagenda Jeugd van 1,5 miljoen. In de Kaderbrief heeft het college voorgesteld om deze 1,5 miljoen niet volledig in te boeken omdat deze besparing niet realistisch lijkt te zijn. De totale taakstelling in de huidige Kaderbrief is €974.000,Sinds 2022 wordt er via het programma sturen op kosten structurele aandacht gegeven aan het beheersen en monitoren van de uitgaven voor Wmo en Jeugdhulp. Sturing op de uitgaven gedurende de looptijd van een contract kan door sturing op het gebruik. Het afgeven van goede indicatie en monitoren van uitnutting en instroom zijn de belangrijkste sturingsmechanismen. Hier zal ook de komende periode in het kader van het programma ‘sturen op kosten’ op gestuurd worden. De ontwikkeling van de kosten wordt gemonitord en zal over worden gerapporteerd tijdens de planning en control cyclus. In de kaderbrief is een aanvraag gedaan voor het aanstellen van een projectleider. Voor het daadwerkelijk realiseren van de besparingen uit de hervormingsagenda is namelijk een aanpak nodig die voortborduurt op de al programmatische werkwijze van 'sturen op kosten' maar gelijktijdig ook extra inspanningen vraagt om deze besparingen te kunnen realiseren.