CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026-2029

Commissie Maatschappij + Financiën 4 november 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Programmabegroting 2026-202932.174 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 alinea's met “maatschappij”: 176

2026

2027

2028

2029

-480

-480

-480

-480

Investeringen

-350

-350

-350

-350

Grondbedrijf

-702

-702

-702

-702

-1.532

-1.532

-1.532

-1.532

Totaal Bedragen x € 1.000

Na aftrek van de overhead, die wordt toegerekend aan de hierboven genoemde producten, blijven onderstaande begrote bedragen over op het taakveld overhead. Dit is de overhead die in de betreffende jaren ten laste komt van de exploitatie van de algemene dienst.

Bedragen x € 1.000 Producten met een kostendekkende heffing De inkomsten uit de rioolheffing, afvalstoffenheffing en begraafrechten mogen de kosten die voor deze producten gemaakt worden maximaal voor honderd procent dekken. De kosten van overhead mogen bij de berekening van de kostendekkendheid meegenomen worden. Voor de berekening van overhead die wordt meegerekend als kosten van de genoemde producten gebruiken we dezelfde methodiek die eerder is beschreven voor investeringen, het grondbedrijf en groot onderhoud. Dit geeft de volgende kosten van overhead voor kostendekkende producten: Overheadkosten kostendekkende producten

2026

2027

2028

2029

Rioolheffing

-413

-413

-413

-413

Afvalstoffenheffing

-351

-351

-351

-351

Begraafrechten

-132

-132

-132

-118

Totaal

-896

-896

-896

-896

Bedragen x € 1.000

Indicatoren

42 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Toelichting De formatie is gebaseerd op de streefformatie voor 2026, inclusief de voorgestelde uitbreiding van 4,2 fte (fulltimeequivalent). De bezetting is bepaald op basis van het aantal fte in dienst op 31/8/2025. Het verschil met de formatie betreft (potentiële) vacatureruimte. De apparaatskosten betreft de begrote kosten 2026. De externe inhuur (inclusief begrote inhuur grondexploitatie en garantiebanen) is bepaald op basis van bestaande verplichtingen en plannen. Ontwikkelingen in de loop van 2026 (zoals moeilijk vervulbare vacatures, langdurig verzuim en nieuwe taken/projecten) zullen er waarschijnlijk bij de realisatie toe leiden dat de externe inhuur hoger uit zal pakken. Overhead is bepaald op basis van de begrote kosten 2026.

Verbonden Partijen Streekarchief Midden-Holland (SAMH) Het Streekarchief Midden-Holland is werkzaam als het historisch documentatiecentrum voor de aangesloten gemeenten. Het streekarchief verleent een complete dienst bij het opvragen van informatie voor inwoners en andere belangstellenden. De Programmabegroting 2026 - 2029 van Streekarchief Midden-Holland heeft een tweetal speerpunten: het duurzaam bewaren van de digitale overheidsinformatie en het e-depot vergroten met de digitale dienstverlening aan burger en deelnemende gemeentes.

Wet Vennootschapsbelasting (Vpb) Vanaf 1 januari 2016 is de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor overheden ingevoerd. De Vpb-last wordt verwacht vanuit de grondbedrijfsfunctie. Financieel overzicht met toelichting

Bedragen x € 1.000 Toelichting Op basis van de huidige berekeningen zal er naar verwachting in de jaren 2026-2029 nagenoeg geen vennootschapsbelasting worden betaald.

43 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Paragrafen

Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1 Inleiding Nederland heeft zich gebonden aan het Europees Handvest voor Lokale autonomie. Hierin is bepaald, dat lokale overheden ten minste voor een deel van hun inkomsten dienen te beschikken over een eigen belastinggebied. Dit belastinggebied wordt gevormd door heffingen die een belangrijk onderdeel vormen van de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente zoals de onroerendezaakbelasting en de toeristenbelasting. En uitheffingen die een belangrijk onderdeel vormen van de specifieke dekkingsmiddelen van de gemeente zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges. De “Paragraaf lokale heffingen” bevat de beleidsvoornemens voor de lokale heffingen. Ook staan hier de hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen met een toelichting op de opbouw van heffingen die maximaal kostendekkend mogen zijn. Daarnaast geven we een duiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. De in deze paragraaf opgenomen opbrengsten betreffen ramingen, vaststelling van de definitieve tarieven vindt plaats in de raadsvergadering van december 2025.

1.2 Beleidskaders Voor de lokale heffingen zijn onder andere de volgende onderwerpen van belang: • druk van de lokale belastingen en heffingen; • kostendekkendheid en • kwijtscheldingsbeleid.

1.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen In dit onderdeel worden de geraamde opbrengsten van de onroerendezaakbelastingen, de toeristenbelasting, de precariobelasting, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de begraafrechten toegelicht. Daarnaast wordt gekeken naar de kostendekkendheid van de heffingen en leges waarop dit van toepassing is. Dit is opgenomen in verband met de vernieuwing van het Besluit Begroting en Verantwoording. Kostendekkendheid leges Sinds 1 januari 2013 streven we naar een kostendekkingsgraad van 99% per leges titel. Uit de tabellen bij onderdeel 1.3.4 blijkt dat dit niet volledig wordt gerealiseerd. Dit heeft onder andere te maken met de tarieven van persoonsdocumenten. Deze tarieven worden vastgesteld door het Rijk. Toerekening kosten straatreiniging In 2020 is het Gemeentelijk Riolerings Plan geactualiseerd, dit heet hierna Gemeentelijk Waterplan (GWP) op basis van dit plan is de toerekening van kosten straatreiniging geactualiseerd. Van straatvegen wordt 50% naar riolering en 50% naar de afval doorbelast. De kosten voor verzorgend onderhoud wegen wordt gelijkmatig verdeeld tussen riolering, afval, wegen en groen.

1.3.1 Precariobelasting Precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen De precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen van nutsbedrijven is sinds 1 juli 2017 afgeschaft. Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor de precariobelasting op kabels en leidingen gold een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Zo konden gemeenten in deze periode de effecten van de inkomstenderving opvangen. Wij voldoen hieraan. Onder de overgangsregeling van 5 jaar kon een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016, de datum waarop het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting is aangekondigd. De gemeente Waddinxveen hief deze precariobelasting in volledige vorm tot en met het begrotingsjaar 2021. Sinds 2022 valt in de periode 2022-2026 de reservering cumulatief vrij dalend met 10%. In 2026 valt 10% vrij.

44 Lokale heffingen

1.3.2 Onroerendezaakbelastingen (OZB) en toeristenbelasting Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de opbrengsten onroerendezaakbelastingen: 2025

2026

2027

2028

20219

Woningen eigenaren

5.081

5.094

5.276

5.414

5.494

Niet-woningen gebruikers

2.515

2.509

2.600

2.669

2.709

Niet-woningen eigenaren

3.323

3.297

3.388

3.457

3.497

Totaal Bedragen x € 1.000

10.929

10.900

11.264

11.540

11.700

De Waddinxveense ondernemersverenigingen werken mee aan het ondernemersfonds. Met ingang van het begrotingsjaar 2023 is er een extra opslag op de OZB niet woningen opgenomen. De opslag bedraagt € 30 per € 100.000 WOZ-waarde. De opbrengsten Onroerendezaakbelastingen en de gevolgen voor de algemene uitkering wijzigen in 2026 ten opzichte van 2025. De verwachte OZB opbrengst woningen is in 2027 verhoogd naar rato van de groei van het aantal woningen. Daarnaast is voor de jaren 2026 t/m 2029 het tarief met 2,6% geïndexeerd. Het tarief voor de toeristenbelasting in Waddinxveen wordt met ingang van 2026 geïndexeerd met 2,6%, met ingang van 2026 bedraagt het tarief € 1,06 per persoon per overnachting. We blijven daarmee onder het landelijk gemiddelde van € 3,07 en hebben in de regio het laagste tarief.

1.3.3 Heffingen die onderdeel vormen van de specifieke dekkingsmiddelen De Gemeente Waddinxveen heeft als uitgangspunt dat de tarieven voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en begraafrechten 100% kostendekkend dienen te zijn. Indien deze tarieven al 100% kostendekkend zijn, worden de tarieven niet automatisch gecorrigeerd voor inflatie. Dit is op grond van de Gemeentewet niet toegestaan. De tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn inclusief compensabele BTW op de kosten van derden. Om schoksgewijze tariefsaanpassing over de jaren te voorkomen zijn voor de heffingen die onderdeel uitmaken van de specifieke dekkingsmiddelen egalisatievoorzieningen in het leven geroepen. Overhead wordt door de vernieuwing van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) met ingang van 2017 niet meer doorbelast naar externe producten. Dit mag voor de heffingen nog wel extracomptabel als last worden meegerekend bij de berekening van de kostendekkendheid.

1.3.3.1 Afvalstoffenheffing We monitoren de effecten van de ingezette activiteiten. Waar nodig sturen wij bij, om de overlast van de afvaldumpingen en de totale hoeveelheid afval te verminderen. In samenwerking met Cyclus en andere deelnemende gemeenten is een demontagehal opgezet, om zo de hoeveelheid grof restafval verder terug te dringen. We beheren het contract wat wij zijn aangegaan met Cyclus, dat is gevat in onze gezamenlijke dienstverleningsovereenkomst. De kosten van de DVO (dienstverleningsovereenkomst) zullen door o.a. stijgende personeels- en materiaalkosten en een nieuwe CO2-taks stijgen t.o.v. 2025. De extra kosten worden gedekt uit de egalisatiereserve en de indexatie van het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing. De definitieve hoogte van de afvalstoffenheffing wordt in december vastgesteld. Ook de jaarlijkse indexatie wordt dan definitief vastgesteld, met een maximum van 3,2%. Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2025

2026

2027

2028

2029

Afvalstoffenheffing

5.780

6.069

6.069

6.069

6.069

Totaal Bedragen x € 1.000

5.780

6.069

6.069

6.069

6.069

45 Lokale heffingen

De berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing ziet er voor 2026 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing Kosten afvalverwerking inclusief omslagrente

-5.285

Inkomsten afvalverwerking exclusief heffingen

300

Netto kosten afvalverwerking

-4.985

Toe te rekenen kosten afvalverwerking: Overhead

-176

BTW

-908

Totale kosten afvalverwerking

Opbrengst afvalstoffenheffing Onttrekking aan de afvalstoffenheffing

-6.069

6.069 egalisatievoorziening

tarieven 0

Totale opbrengst afvalverwerking

6.069

Dekkingspercentage Bedragen x € 1.000

100%

Het verwachte verloop van de egalisatievoorziening is als volgt begroot: Verwachte stand Egalisatievoorziening

2025

2026

2027

2028

2029

491

491

491

489

487

afvalstoffenheffing per 31-12 Bedragen x € 1.000

1.3.3.2 Rioolheffing In 2020 is het Gemeentelijk waterplan 2021-2025 door de raad vastgesteld. Hierin is de ontwikkeling van het tarief opgenomen. Het volgende overzicht geeft inzicht in de

2025

2026

2027

2028

2029

Rioolheffing

3.703

3.858

3.858

3.858

3.858

Totaal Bedragen x € 1.000

3.703

3.858

3.858

3.858

3.858

ontwikkeling van de begrote opbrengsten:

46 Lokale heffingen

De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing ziet er voor 2026 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing Kosten rioleringstaak inclusief omslagrente

-3.063

Inkomsten rioleringstaak exclusief heffingen

3

Netto kosten rioleringstaak

-3.060

Toe te rekenen kosten rioleringstaak: Overhead

-393

BTW

-424

Totale kosten rioleringstaak

-3.877

Rioolheffing

3.858

Onttrekking aan de egalisatievoorziening tarieven rioolrechten

19

Totale opbrengst rioolheffing

3.877

Dekkingspercentage

100%

Bedragen x € 1.000 Uit bovenstaande tabel blijkt dat de rioolheffing niet volledig kostendekkend is, het dekkingspercentage is 99,5%. Het verschil wordt onttrokken aan de egalisatievoorziening tarieven rioolrechten.

Verwachte stand Egalisatievoorziening

2025

2026

2027

2028

2029

2.501

2.481

2.385

2.203

1.942

tarieven rioolrechten per 31-12 Bedragen x € 1.000

1.3.3.3 Begraafrechten In januari 2022 is het beheerplan begraafplaatsen 2022-2026 vastgesteld. De opbrengsten/tarieven van de begraafrechten blijven in 2026 op het niveau van 2025. Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2025

2026

2027

2028

2029

Begraafrechten

381

388

388

388

388

Totaal Bedragen x € 1.000

381

388

388

388

388

47 Lokale heffingen

De berekening van de kostendekkendheid van de begraafrechten ziet er voor 2026 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de begraafrechten Kosten begraafplaats inclusief omslagrente

-378

Inkomsten begraafplaats exclusief heffingen

-

Netto kosten begraafplaats

-378

Toe te rekenen kosten begraafplaats: Overhead

-137

Totale kosten begraafplaats

-515

Begraafrechten

388

Onttrekking aan de egalisatievoorziening begraafplaatsen

127

Totale opbrengst begraafplaats

515

Dekkingspercentage

100%

Bedragen x € 1.000 Uit bovenstaande tabel blijkt dat de begraafrechten niet volledig kostendekkend zijn. Het verschil wordt onttrokken aan de egalisatievoorziening begraafplaatsen. Het verloop van de egalisatievoorziening ziet er als volgt uit: Verwachte stand Egalisatievoorziening

2025

2026

2027

2028

2029

269

142

14

-116

-226

begraafplaatsen per 31-12 Bedragen x € 1.000

1.3.4 Leges De begrote kostendekkendheid van de leges is als volgt: Kostendekkendheid van leges Titel I Hoofdstuk

Lasten

Baten

Kostendekking %

Huwelijk

-25.337

24.280

95,83%

Persoonsdocumenten

-609.006

628.563

103,21%

Verstrekkingen en Nasporingen

-21.202

18.088

85,31%

Handel en (APV-)vergunningen

-20.135

12.567

62,41%

Telecommunicatie

-49.560

54.500

109,96%

Verkeer en vervoer

-24.428

9.852

40,33%

Rioolaansluiting

- 2.244

2.712

120,85%

-751.912

750.562

99,82%

Totaal Kostendekkendheid van leges Titel II Hoofdstuk

Lasten

Baten

Kostendekking %

Bouwvergunningen

-1.843.909

1.843.909

100,00%

Totaal

-1.843.909

1.843.909

100,00%

48 Lokale heffingen

Kostendekkendheid van leges Titel III Hoofdstuk

Lasten

Baten

Kostendekking %

Horeca

-2.441

2.480

101,60%

Organiseren evenementen of markten

-7.962

5.355

67,26%

Totaal

-10.403

7.835

75,31%

Bedragen x € 1.000

1.4 Kwijtscheldingsbeleid Voor de beoordeling van een verzoek tot kwijtschelding is de betalingscapaciteit bepalend. Onder betalingscapaciteit wordt verstaan: het positieve verschil tussen het netto-besteedbare inkomen en de door het Rijk genormeerde kosten van bestaan. Het netto-besteedbare inkomen is het inkomen dat resteert na de betaling van de huur (na aftrek van huurtoeslag) en de premie voor de ziektekostenverzekering. De genormeerde kosten van bestaan bedragen volgens het rijk 90% van de bijstandsuitkering. Het staat de gemeente vrij dit percentage te verhogen tot 100%. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat van een bijstandsuitkering geen gemeentelijke belastingen betaald kunnen worden. In Waddinxveen hebben we dit, net als in het overgrote deel van de andere gemeenten in Nederland, toegepast. Als bij de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek blijkt dat belastingplichtige niet beschikt over betalingscapaciteit, wordt kwijtschelding verleend. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor afvalstoffenheffing. Voor kwijtscheldingen hebben we een structureel bedrag van € 170.000 opgenomen.

1.5 Lokale lastendruk We streven naar de laagste woonlasten in de regio Midden-Holland. We indexeren de opbrengsten onroerendezaakbelastingen woningen en niet woningen voor het jaar 2026 met 2,6%. De opbrengsten rioolheffing zijn voor 2025 en volgende jaren reeds gebaseerd op het Gemeentelijk waterplan 2021 - 2025. Dit is ook van toepassing op de opbrengsten begraafrechten die voor 2026 en volgende jaren gebaseerd zijn op het Beheerplan Begraafplaats Thijmhof 2022 - 2026. De opbrengsten afvalstoffenheffing 2026 worden ten opzichte van 2025 geïndexeerd met maximaal 2,6% met het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. Onderstaande tabellen geven inzicht in de belastingdruk in 2025 in de gemeente Waddinxveen ten opzichte van omliggende gemeenten in de regio.

Gemeente

Gemiddelde WOZwaarde

Tarief OZB Tarief afvalstoffenwoningen heffing eigenaren

Tarief rioolheffing

Waddinxveen Bodegraven Reeuwijk Gouda Zuidplas Krimpenerwaard

417.000

0,0853%

390

238

472.000

0,1242%

407

368

356.000 458.000 415.000

0,0892% 0,1010% 0,0880%

440 352 317

562 217 275

Gemiddelde

423.600

0,0975%

381

332

WOZ-waarde 350.000

WOZ-waarde 400.000

WOZ-waarde 425.000

Totale belastingdruk bij regiogemeenten in 2025: Gemeentelijke Gemeente woonlasten meerpersoons

Waddinxveen 1.039 940 983 Bodegraven 1.435 1.280 1.342 Reeuwijk Gouda 1.380 1.327 1.372 Zuidplas 1.107 946 997 Krimpenerwaard 995 927 971 Gemiddelde 1.191 1.084 1.133 Bron: Coelo Atlas van de lokale lasten 2025, Waarderingskamer en Waarstaatjegemeente.nl.

1.004 1.373 1.394 1.022 993 1.157

49 Lokale heffingen

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.1 Inleiding Het beleid voor het risicomanagement is geactualiseerd en vastgesteld op 22 januari 2025. In het beleidskader zijn de volgende doelen opgenomen: 1.

2. 3. 4.

5.

Kaderstelling raad en formuleren van beleidsuitgangspunten: De raad is verantwoordelijk voor een sluitende begroting. De raad heeft een kaderstellende, budgetterende en controlerende taken. Vanuit deze rollen geeft de raad de kaders met betrekking tot het weerstandsvermogen en het risicomanagement aan en stelt de raad hiervoor het beleid vast waarbinnen de gemeente Waddinxveen dient te opereren. Voldoen aan wet- en regelgeving: Beleid over weerstandsvermogen en risicomanagement wordt via wet- en regelgeving (BBV, Gemeentewet en Financiële verordening) verplicht gesteld. Door het vaststellen van deze nota en een actualisatie hiervan voldoet de gemeente Waddinxveen aan wet- en regelgeving Verhogen van het risicobewustzijn: Risico’s meer inzetten als tool voor bestuur en management met als doel het verhogen van het risicobewustzijn. Borgen van aandacht voor het managen van risico’s door het nemen van beheersmaatregelen: Het signaleren van de risico´s is de eerste stap. Maar vervolgens moeten de maatregelen worden benoemd die genomen worden om de risico´s zo veel mogelijk te beheersen. Op deze manier wordt er proactief met risico’s omgegaan, in plaats van reactief. Meer terugkijken en leren van het effect van de beheersmaatregelen.

Zorgen voor beter bestuur en voor vertrouwen in bestuur: Een goed risicomanagement zorgt ervoor dat de burgers vertrouwen hebben in de gemeente en haar bestuurders, want zij hechten belang aan een goedwerkende gemeente.

2.2 Risico-kaart Er wordt gebruik gemaakt van een risicokaart voor de beheersing van risico’s met een hoge kans op waarschijnlijkheid en groot financieel gevolg. De risicokaart geeft (in dit geval) de risico’s weer naar de klassen voor de kans en het financieel gevolg. De beheersing van de risico’s die in de rode en oranje vlakken van de risicokaart vallen, worden nader toegelicht in onder “risico inventarisatie”. Risico;s die toezien op imago, planning of anderzijds zijn niet binnen deze risicokaart opgenomen, maar worden wel periodiek gemonitord en zijn onderdeel van het risicoframework van Gemeente Waddinxveen.

Figuur 1: Risicokaart Zichtbaar is dat er nu 13 financiële risico’s zijn geïnventariseerd die méér dan € 50.000 ,- bedragen. Risico’s onder de € 50.000 euro worden niet meegenomen bij de berekening van het weerstandsvermogen.

50 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

2.3 Risico-inventarisatie Vanuit het risicomanagement systeem zijn de risico’s geactualiseerd en berekend. Conform de geactualiseerde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen, worden in onderstaande tabel de risico’s benoemd die in de risicokaart in de rode of oranje vlakken zijn gepositioneerd en de grootste financiële risico’s voor gemeente Waddinxveen zijn. Po sit ie

Risico

1

Structurele korting van rijkswege op 70% Tussen 2.420.519 Participatie in Gemeentefonds. Alhoewel er over 2023 en 2.000.000 samenhang 2024 door het kabinet een inhaalslag is en gemaakt door eenmalig een vergoeding uit 3.000.000 te keren, blijft het de vraag in hoeverre er voor de langere termijn structureel op een hogere bekostiging uit het gemeentefonds kan worden gerekend. Beheersmaatregelen Vroegtijdige planning: Gemeente Waddinxveen kan haar begroting en financiële plannen herzien om rekening te houden met de verwachte bezuinigingen indien dit nodig is. Dit sturingmiddel kan helpen om onverwachte tekorten te voorkomen Kostenbeheersing: Door blijvend op zoek te zijn naar efficiëntieverbeteringen en waar dat kan kostenbesparende maatregelen door te voeren, proberen uitgaven verminderen. Netcongestie voor aansluiting 70% Tussen 1.575.214 Ruimte voor woningbouwprojecten en maatschappelijke 1.500.000 iedereen voorzieningen en 3.000.000

2

3

4

5

Kans (in %)

Financieel gevolg (in €)

Gewogen risicobedrag (Monte Carlo)

Programma risico

Beheersmaatregel: Samenwerken met netbeheerders: Door vroegtijdig in gesprek te gaan met netbeheerders, kunnen we als gemeente beter anticiperen op toekomstige capaciteitsproblemen en samen oplossingen vinden, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van extra transformatorstations Flexibele planning: Waddinxveen probeert om bouw- en ontwikkelingsplannen flexibel in te richten, zodat projecten kunnen worden aangepast aan de beschikbaarheid van netcapaciteit. Open einde regeling Jeugdwet & Wmo. 70% Tussen 1.304.588 Zorg voor iederen Door het ontbreken van een 1.000.000 bestedingsplafond of extra stijging van en jeugdzorguitgaven moet gemeente in zorg 1.500.000 voorzien waar onvoldoende financiële dekking tegenover staat. Beheersmaatregel: Egalisatiereserve: Gemeente Waddinxveen beschikt over een egalisatiereserve om kortstondig financiële pieken te kunnen opvangen.

Regionaal samenwerken en inkopen: Voor structurele beheersmaatregelen wordt kritisch gekeken naar de kosten van de open einde regelingen, in regionale samenwerking met de GR Jeugd en WMO Terugbetaling WBI Subsidie Noordkade 50% 5.000.000 1.885.824 Ruimte voor Gemeente is niet tijdig of met onvoldoende iedereen ambtelijke capaciteit begonnen met werkzaamheden, waardoor niet aan de voorwaarden van de subsidie kan worden voldaan Projectmanagement: door periodiek te sturen op belangrijke (subsidie)momenten, kan tijdig worden bijgestuurd daar waar nodig. Risicobeheersing: We voeren regelmatig controles en monitoring uit om te zorgen dat de wij ons als subsidieontvanger ons houden aan de voorwaarden en doelstellingen van de subsidie Projectmatig werken & tussentijdse rapportages: Tussentijdse rapportages en financiële verantwoordingen van subsidieontvangers om tijdig problemen te signaleren en aan te pakken. Afwaardering investeringen 70% 1.500.000 1.041.718 Ruimte voor Maatschappelijk Vastgoed. Bij het iedereen genomen raadsbesluit om een derde verdieping op de voorzieningen Park

51 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Vredenburgh ontstaat mogelijk een onrendabele top.

-

6

Projectmanagement: door periodiek te inventariseren welke keuzemomenten er liggen en goed onderzoek te doen naar de (gebruiks)mogelijkheden van het pand, kan er tijdig worden bijgestuurd op passende invulling.

Door conjuncturele ontwikkelingen dalende grondprijzen binnen grondexploitaties -

-

30%

750.000

577.353

Ruimte voor iedereen

Projectmanagement: door periodiek te inventariseren welke keuzemomenten er liggen en goed onderzoek te doen en regelmatig risicoanalyses uit te voeren, kunnen reserves worden opgebouwd om financiële tekorten op te vangen. Dit kan helpen om (onverwachte) dalingen in grondprijzen te compenseren Samenwerking met private partijen: Gemeenten kunnen samenwerken met private ontwikkelaars en investeerders om gezamenlijke projecten te realiseren. Dit kan helpen om de financiële lasten te delen en risico's te verminderen

2.4 Benodigde weerstandscapaciteit Financieel gevolg De ontwikkeling van het aantal risico’s en het totaal aan maximaal financieel gevolg is als volgt.

Begroting 2025-2028

Jaarrekening 2024

Begroting 2026-2029

52

13

13

20.835

15.853

17.853

Aantal geïnventariseerde risico’s Maximaal financieel gevolg alle risico’s Bedragen x € 1.000

Risicosimulatie Natuurlijk zullen de risico´s zich niet allemaal tegelijk voordoen. Van alle risico´s is de kans bepaald dat het risico zich zal voordoen. Met een Monte Carlo simulatie is vervolgens bepaald welk bedrag nodig is om de geïventariseerde risico´s af te dekken. Daarbij wordt een zekerheidspercentage van 90% gehanteerd.

Begroting 2025-2028

Jaarrekening 2024

Begroting 20262029

Benodigde weerstandscapaciteit algemeen

4.179

8.691

9.831

Risico’s Grondbedrijfsfunctie

2.911

2.998

3.816

Benodigde weerstandscapaciteit totaal

7.090

11.689

13.647

Bedragen x € 1.000

2.5 Beschikbare weerstandscapaciteit Incidentele en structurele weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit kan worden onderscheiden in incidentele weerstandscapaciteit (vermogen om eenmalige financiële gevolgen van risico’s op te vangen) en structurele weerstandscapaciteit (vermogen om structureel de financiële gevolgen van risico’s op te vangen). We gebruiken in eerste instantie de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Indien zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan worden deze eerst incidenteel afgedekt vanuit de incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens wordt hiervoor bij de samenstelling van de eerstvolgende begroting structurele dekking gezocht binnen de structurele begrotingsruimte. Indien dit niet lukt dan kan de structurele weerstandscapaciteit ingezet worden als dekkingsmiddel.

52 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Incidentele weerstandscapaciteit De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan incidentele middelen van de algemene dienst vermeerderd met het saldo in de incidentele weerstandscapaciteit van het grondbedrijf. Dit wordt hieronder weergegeven. Met ingang van de 1e Burap 2020 wordt er bij de bepaling van de hoogte van de algemene bedrijfsreserve rekening gehouden met toekomstige beslagen tot en met het einde van de begrotingsperiode. De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is als volgt: Elementen weerstandscapaciteit Beschikbare algemene middelen: Algemene bedrijfsreserve algemene dienst (saldo per 1/1 jaar t) Algemene bedrijfsreserve grondbedrijfsfunctie (saldo per 1/1 jaar t) Meerjarig begrotingssaldo 2026-2029

Geblokkeerd deel (benodigde weerstandscapaciteit): Benodigde weerstandscapaciteit algemeen Benodigde weerstandscapaciteit grondbedrijfsfunctie

Vrij besteedbaar deel algemene middelen

2026

2027

2028

2029

21.916

25.989

26.328

27.038

4.236 4.073 30.225

4.236 339 30.564

3.495 710 30.533

3.309 -724 29.623

9.831 3.816 13.647

9.831 3.816 13.647

9.831 3.816 13.647

9.831 3.816 13.647

16.578

16.917

16.886

15.976

Bedragen x € 1.000 In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is opgenomen dat ook stille reserves in de beschikbare weerstandscapaciteit wordt meegenomen. De mogelijke stille reserves zijn onderzocht. De stille reserves betreffen het positieve verschil tussen de directe verkoopwaarde (actuele waarde) en de boekwaarde (waardering). Het kan hierbij gaan om materiële bezittingen en/of financiële bezittingen (deelnemingen). Van een stille reserve in materiële bezittingen kan pas worden uitgegaan als de bijbehorende activa niet duurzaam aan de bedrijfsuitoefening zijn verbonden en dat de activa vrij verhandelbaar zijn. Voor de gemeente doet dat zich alleen voor bij onroerende zaken die in eigendom zijn van de gemeente en niet meer benodigd zijn voor de bedrijfsuitoefening. De stille reserves zijn geactualiseerd met de jaarrekening 2021. Er is 1 kleine stille reserve. Een aantal gebouwen is in het kader van het IHP niet meer voor onderwijs in gebruik en toegevoegd aan de voorraad ‘(strategisch) vastgoed’. Mogelijk zijn hier stille reserves. Maar gezien de hoge mate van onzekerheid van toekomstig gebruik en bijbehorende waarde, zijn deze niet in de weerstandscapaciteit opgenomen. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit van onze gemeente wordt toegelicht in de paragraaf Kengetallen.

2.6 Benodigde versus beschikbare weerstandscapaciteit Om betekenis te geven aan de ratio van het weerstandsvermogen wordt gewerkt met een waarderingstabel. Deze indeling van waardering wordt over het algemeen toegepast door gemeenten. Daarnaast gebruikt de provincie vanuit haar rol als toezichthouder deze waardering tevens in het toetsingskader. Hier sluit de Gemeente Waddinxveen bij aan. Ratio weerstandsvermogen Groter dan 2.0 Tussen 1.4 en 2.0 Tussen 1.0 en 1.4 Tussen 0.8 en 1.0 Tussen 0.6 en 0.8 Kleiner dan 0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De gemeenteraad van Waddinxveen heeft de norm vastgesteld dat zij streeft naar een ratio van minimaal ruim voldoende (1.4) . Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, wordt een relatie gelegd tussen de financieel de gekwantificeerde risico’s en daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De

53 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

uitkomst van die berekening maakt het mogelijk om een ratio voor het weerstandvermogen te bepalen. Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van nomen die ontwikkeld zijn in samenwerking met de Universiteit Twente en bij meerdere gemeenten worden toegepast. Jaarrekening 2024

Begroting 2025-2028

Begroting 2026-2029

Beschikbare weerstandscapaciteit

25.832

27.908

30.225

Benodigde weerstandscapaciteit

11.689

7.090

13.647

2,21

3,93

2,21

Uitstekend

Uitstekend

Uitstekend

Ratio weerstandsvermogen Ratio betekenis Bedragen x € 1.000

2.7 Kengetallen financiële positie De kengetallen moeten worden opgenomen in deze paragraaf om de raad in onderlinge samenhang eenvoudig inzicht te verschaffen in de financiële positie van de gemeente en daarmee een bijdrage te leveren aan de (verdere) invulling van de kaderstellende en controlerende rollen van de raad. Ze moeten inzichtelijker maken over hoeveel (financiële) ruimte een gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Door de Provincie Zuid-Holland zijn normen gedefinieerd, die in het vervolg als referentie worden gebruikt. De kleuren van de verschillende ratio’s per kengetal zijn groen, oranje (volgens website geel) en rood (volgens website oranje). Bij de toelichting op de kengetallen worden de ratio’s per kengetal verklaard. Het verloop van de kengetallen kan als volgt worden samengevat:

Toelichting: Netto schuldquote Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de schuld. Daarmee kan een oordeel worden gevormd over de mate waarin de baten, exclusief reservemutaties, van de gemeente toereikend zijn om de schuldverplichtingen te voldoen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het percentage komt tot stand door de aangetrokken gelden minus de uitgezette gelden te delen door de jaarinkomsten. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 90% groen, bij 90% - 130% oranje (volgens website geel) en bij > 130% rood (volgens website oranje). De netto schuldquote verslechterd vanaf 2028. De schuldquote is de verhouding tussen schulden en het totaal van de baten. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Bij dit kengetal worden de doorgeleende gelden van de financiële activa gecorrigeerd op de netto schuldquote. Verder is de toelichting op de netto schuldquote van toepassing, inclusief referentiewaarden. Solvabiliteitsratio Kengetal dat weergeeft in hoeverre het totaal van de activa is gefinancierd vanuit het eigen vermogen. De ratio wordt berekend door het eigen Vermogen (de reserves) te delen door het balanstotaal.

Volgens de website “staatvan.zuid-holland.nl” is de kleur bij een ratio van > 50% groen, bij 20% - 50% oranje (volgens website geel) en bij < 20% rood (volgens website oranje). De solvabiliteit neemt vanaf 2026 af.

54 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Grondexploitatieratio Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de voorraad bouwgrond en de stand van het onderhanden werk bouwgrondexploitatie. De balanswaarde hiervan minus de voorzieningen voor negatieve grondexploitaties wordt gedeeld door de jaarinkomsten om tot deze ratio te komen. De hoogte van dit kengetal geeft aan wat het terugverdienrisico is op de grondexploitaties ten opzichte van de totale inkomsten van de gemeente. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 20% groen, bij 20% - 35% oranje (volgens website geel) en bij > 35% rood (volgens website oranje). Volgens de eerdergenoemde website is de bandbreedte van deze ratio bij de diverse gemeenten groot. Of een gemeente een beheers- of een ontwikkelgemeente is heeft een grote invloed op deze ratio. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is deze ratio gestegen. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting/jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Dit kengetal brengt de structurele weerstandscapaciteit of robuustheid van de meerjarenbegroting tot uitdrukking. De structurele exploitatieruimte heeft een positieve invloed op de solvabiliteit als hiermee het eigen vermogen wordt versterkt.

Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van > 0% groen, 0% oranje (volgens website geel) en bij < 0% rood (volgens website oranje). De ratio neemt vanaf 2027 af. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk (jaar t) in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde (jaar t-1). Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 95% groen, bij 95% - 105% oranje (volgens website geel) en bij > 105% rood (volgens website oranje). De tarieven zijn bij de gemeente Waddinxveen hoger dan gemiddeld in Nederland. Financiële kengetallen begroting 2026 – 2029 in samenhang De gemeente Waddinxveen is een ontwikkelgemeente. Dit betekent dat de financiële begroting jaarlijks sterk kan wisselen. Dit is van invloed op het verloop van de Netto schuldquote, de Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de Solvabiliteit en de Grondexploitatieratio, die hierdoor een griilig karakter kunnen vertonen

55 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf 3 Onderhoud Kapitaalgoederen 3.1. Inleiding Kapitaalgoederen maken een groot deel uit van het kapitaal van een gemeente. De kapitaalgoederen in eigendom van de gemeente Waddinxveen bestaan uit wegen, bruggen, openbare verlichting, openbaar groen en bomen, speelplaatsen, het rioolstelsel, watergangen, gemeentelijke gebouwen, sportaccommodaties en de begraafplaatsen. De gemeente heeft de taak deze kapitaalgoederen in stand te houden. De kwaliteit en het onderhoud van onze kapitaalgoederen is bepalend voor de (jaarlijkse) lasten. Om het beoogde beheerniveau te waarborgen, stellen we voor de verschillende kapitaalgoederen beheerplannen op. Bij het in stand houden van de kapitaalgoederen maken we een onderscheid tussen jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De budgetten voor het jaarlijks onderhoud zijn per jaar op een gelijkblijvend niveau opgenomen binnen de exploitatiebegroting van het betreffende programma. Deze paragraaf gaat over het groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen. Groot onderhoud vindt plaats om de levensduur van een kapitaalgoed te verlengen. Om het groot onderhoud zonder fluctuaties te bekostigen treffen we voorzieningen. Jaarlijks wordt een evenredig bedrag gestort in de voorzieningen vanuit de exploitatie. De uitgaven voor groot onderhoud in een bepaald jaar onttrekken we uit de voorzieningen.

Als kapitaalgoederen aan het eind van de levensduur zijn, vindt een vervangingsinvestering plaats. De kosten van de vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven met ingang van het jaar na realisatie op basis van de levensduur van het nieuwe kapitaalgoed.

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Binnen de kapitaalgoederen zijn onze beheerdisciplines onderverdeeld in wegen, groen, riolering, gemeentelijke gebouwen, sportaccommodaties en begraafplaatsen. De disciplines wegen, groen en riolering hebben we verwerkt in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2026-2030. Voor de disciplines gemeentelijke gebouwen, sportaccommodaties en begraafplaatsen hanteren we een meerjarig onderhoudsplan. Openbare Ruimte We beheren en onderhouden onze kapitaalgoederen in de openbare ruimte We zetten in op kwalitatief goed beheer en onderhoud van onze kapitaalgoederen voor de disciplines wegen, groen, water en riolering. De kwaliteit van onze kapitaalgoederen moet zo goed zijn dat we ze kunnen blijven gebruiken. We beheren en onderhouden de openbare ruimte volgens gedifferentieerde beheerniveaus. Hierbij spelen we in op de wensen van onze partners en voldoen we aan onze zorgplichten. De beheerniveaus zijn als volgt onderverdeeld: Centra

Hoofdwegen

Woonwijken

Bedrijven

Buitengebied

Jaarlijks onderhoud

A

B

B

B

C

Groot onderhoud

A

B

B

B

C

Vervangingsinvesteringen

A

B

B

B

C

Deze beheerniveaus kunnen als volgt worden toegelicht: Code Kwaliteit Technische staat

Verzorging

A

Hoog

Weinig op aan te merken

Schoon

B

Basis

Lichte schade, een en ander op aan te merken

Matig schoon, niet storend

C

Laag

Duidelijke schade, veel op aan te merken

Vuil, storend

We geven uitvoering aan het Integraal beheerplan Openbare Ruimte 2026-2030 In het IBOR 2026-2030 staan de beheersmaatregelen beschreven. In het projectenboek staat de planning van onze integrale projecten. Integrale projecten zijn projecten waar verharding, groen en riolering zo veel mogelijk op hetzelfde moment worden opgeknapt. We delen deze planning met onze partners. Zo kunnen we werkzaamheden afstemmen en waar mogelijk combineren. Ook kiezen we bij onze integrale projecten een passend participatietraject met betrokkenen. Als het mogelijk is, verwerken we de wensen in de nieuwe inrichting.

56 Onderhoud kapitaalgoederen

De volgende beheerplannen zijn in programma 4 opgenomen: Omschrijving beheerplan

Vastgesteld door de raad

Beheerplan Wegen Beheerplan Water Beheerplan Openbare verlichting Beheerplan spelen Beheerplan civiel technische kunstwerken Beheerplan Groen Gemeentelijk Water Plan (riolering) Beheerplan begraafplaatsen Beheerplan Buitensportaccomodatie s

Frequentie actualisatie

Volgende actualisatie

Ja

Eén jaar Eén jaar Eén jaar Eén jaar Eén jaar Eén jaar Eén jaar Eén jaar

nee

Eén keer per 5 jaar

Ja verlopen Ja Ja nee Ja Ja

Financiële Achterstallig vertaling in onderhoud de begroting

keer per 5 2025 ja 2026 ja

nee nog niet beeld

2025 ja

nee

2025 ja

nee

2025 ja

nee

2025 ja

nee

2025 ja

nee

2026 ja

nee

2026 ja

nee

keer per 5

in

keer per 5 keer per 5 keer per 5 keer per 5 keer per 5 keer per 5

Wegen Beleidskader Onder de beheerdiscipline wegen vallen de disciplines wegen, civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van de principes van Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen die worden opgesteld door het CROW. Ook het politiekeurmerk Veilig Wonen is een richtlijn die we voor openbare verlichting hanteren. Het beheer van deze disciplines is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2026-2030. Wegen

2025

2026

2027

2028

2029

(Vervangings)Investeringen

1.810

6.900

2.155

2.847

2.707

Groot onderhoud

3.221

1.257

1.257

1.257

1.257

Totaal Bedragen x € 1.000

5.031

8.157

3.412

3.104

3.104

Groen Beleidskader We beheren en onderhouden deze discipline volgens de principes van Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de actuele richtlijnen uit het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Het beheer van deze disciplines is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2026-2030. Spelen Beleidskader We beheren en onderhouden de speel, beweeg en ontmoetingsplekken volgens de principes van “samen beslissen”. Ook hanteren we voor onze speeltoestellen de eisen van het Warenbesluit Attractie- en speeltoestellen. Voor spelen geldt dat veiligheid leidend is en niet de beeldkwaliteit. Water Beleidskader We beheren en onderhouden de watergangen volgens de afspraken die gemaakt zijn met de Hoogheemraadschappen en volgens de principes van Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving. Het beheer van ons oppervlakte watersysteem is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2026-2030. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR).

57 Onderhoud kapitaalgoederen

Groen en Water

2025

2026

2027

2028

2029

(Vervangings)Investeringen

1.838

1.448

805

844

844

348

145

145

145

145

2.186

1.593

950

989

989

Groot onderhoud Totaal Bedragen x € 1.000

Riolering Beleidskader Voor het beheer en onderhoud van de riolering sturen we op twee aspecten, namelijk de technische staat en de afvoercapaciteit. We beheren en onderhouden de riolering op basis van het Gemeentelijk Waterplan (GWP). In het GWP is voor 2026-2030 vastgelegd hoe we onze zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater invullen. In dit plan is ook op hoofdlijnen beschreven hoe we ons rioolstelsel in stand houden. Het beheer van ons rioolstelsel is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2026-2030. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Riolering

2025

2026

2027

2028

2029

(Vervangings)Investeringen

2.865

2.795

1.908

1.908

1.908

0

0

0

0

0

5.430

2.333

1.908

1.908

1.908

Groot onderhoud Totaal Bedragen x € 1.000

Begraafplaatsen Beleidskader Het Beheerplan Begraafplaatsen 2022-2026 is opgesteld om een meerjarenperspectief op het beheer en onderhoud van de twee begraafplaatsen te hebben. Daarbij houden we rekening met de groei van ons inwonersaantal, het sterftecijfer en landelijke trends. Het beheerplan bevat de kosten die nodig zijn om te voldoen aan de Wet op de Lijkbezorging. Door de begraafplaats in kwalitatief goede staat te houden, dragen we bij aan het welzijn van onze samenleving. Voor de begraafplaats geldt daarom het beheerniveau ‘hoog’ (A). Begraafplaatsen

2025

2026

2027

2028

2029

(Vervangings)Investeringen

34

242

0

0

0

Groot onderhoud

213

53

53

53

53

Totaal Bedragen x € 1.000

247

295

53

53

53

Gemeentelijke Gebouwen We beheren en onderhouden gemeentelijke gebouwen op het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ Voor het beheer en onderhoud van onze gebouwen wordt eens in de vier jaar een Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Hiervoor worden de gebouwen geïnspecteerd en de gegevens ingevoerd in het onderhoudsprogramma. We houden het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ uit de NEN2767 aan. Sportaccommodaties We beheren en onderhouden de buitensportaccomodaties. Dit doen we op basis van een beheerplan buitensport. Het beheerplan buitensport wordt in 2026 geactualiseerd. Voor buitensport geldt een minimale cultuurtechnische en sporttechnische kwaliteit.

58 Onderhoud kapitaalgoederen

Financieel overzicht kapitaalgoederen Financieel overzicht Kapitaalgoederen

Begroting Onderhoudsbudget Voorziening

2026

2027

2028

2029

Kapitaallasten Wegen

Onderhoudsbudget Voorziening Investering Water Onderhoudsbudget Voorziening Investering Openbare verlichting Onderhoudsbudget Voorziening Investering Spelen Onderhoudsbudget Voorziening Investering Kunstwerken Onderhoudsbudget Voorziening Investering Groen Onderhoudsbudget Voorziening Investering Gemeentelijk Water Plan (riolering) Onderhoudsbudget Voorziening Investering

€ 1.566 € 1.870 € 1.870 € 1.870 € 1.347 € 1.257 € 1.257 € 1.257 € 4.193 € 1.382 € 2.043 € 1.902 €0 €0 €0 €0 € 145 € 145 € 145 € 145 € 375 € 100 € 80 € 80 zit in wegen zit in wegen zit in wegen zit in wegen €0 €0 €0 €0 € 2.575 € 642 € 672 € 672 € 338 € 338 € 338 € 338 €0 €0 €0 €0 € 110 € 139 € 139 € 139 zit in wegen zit in wegen zit in wegen zit in wegen €0 €0 €0 €0 € 132 € 132 € 132 € 132 € 1.659 € 1.659 € 1.659 € 1.659 €0 €0 €0 €0 € 963 € 566 € 625 € 625 € 610 € 610 € 610 € 610 €0 €0 €0 €0 € 2.795

€ 1.908

€ 1.908

€ 1.908

Bedragen x € 1.000

59 Onderhoud kapitaalgoederen

Overzicht kengetallen

Overzicht kengetallen

Wegen Asfalt verharding Elementen

eenheid m² m²

aantal 379.900 1.141.900

Spelen Speeltoestellen gemiddeld Jongeren Ontmoetings Plaats

eenheid st st

Jeu de boules-baan

st

aantal 544 5

Halfverharding

m²

19.600

Onverhard

m²

9.500

totaal

m²

1.550.900

Ondergrond

eenheid

aantal

steigers keermuren keermuren tunnels geluidscherm

st st m¹ st m¹

10 194 5 120

zand houtsnippers elementen rubber gietvloer

m² m² m² m² m²

1.325 2.200 2.210 1.208 10.084

palen

st

2.212

kunstgras

m²

2.466

gras

m²

-

totaal

m²

19.493 aantal 46 49 25 15

4

Water

eenheid

aantal

vijver

m²

169.200

watergangen n.v.o. rietland beschoeiing (licht) beschoeiing (zwaar)

m¹ m² m² m¹ m¹

3.272 123.000 1.480 36.940 2.063

Kunstwerken beton staal/composiet hout hout/staal

eenheid st st st st

onbeschoeide oever

m¹

49.269

beton/staal

st

3

totaal

st

138

Openbare verlichting armatuur

eenheid st

aantal 6.367

masten

st

6.322

3.3 Verloop voorzieningen Voorziening onderhoud openbare ruimte Om de uitgaven voor het groot onderhoud, opgenomen in het Integrale beheerplan openbare ruimte, te egaliseren is de Voorziening onderhoud openbare ruimte ingesteld. Het betreft hier jaaroverstijgende projecten die vaak niet binnen één begrotingsjaar gerealiseerd worden. Hierdoor is het noodzakelijk de middelen mee te nemen naar het volgende jaar. Het verloop van deze voorziening is als volgt: Voorziening onderhoud openbare ruimte

2025

2026

2027

2028

2029

Beginsaldo Storting Onttrekking

1.511 1.639 -1.951

1.200 1.489 -1.407

1.282 1.489 -1.407

1.364 1.489 -1.407

1.447 1.489 -1.407

Eindsaldo

1.200

1.282

1.364

1.447

1.529

Bedragen x € 1.000

60 Onderhoud kapitaalgoederen

Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen Om de uitgaven voor het groot onderhoud opgenomen in het MJOP (meerjarenonderhoudsplan) te egaliseren is de Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen ingesteld. Het verloop van deze voorziening is als volgt: Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen

2025

2026

2027

2028

2029

Beginsaldo Storting

362 295

386 540

112 540

193 540

590 540

Onttrekking

-270

-814

-459

-143

-326

Eindsaldo

386

112

193

590

804

Bedragen x € 1.000

61 Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 4 Financiering 4.1. Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op het rentebeleid op basis van de Notities Grondexploitaties 2019 en Rente 2017 van de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Het hierbij behorende rentebeleid voor de gemeente Waddinxveen is vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Waddinxveen 2023 die op 31 mei 2023 door de raad is vastgesteld. Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie aangevuld met de rentevergoeding over de reserve bovenwijkse voorzieningen. Een goed beeld met betrekking tot de ontwikkeling van de financieringsbehoefte is hierbij noodzakelijk. Dit beeld wordt niet verkregen uit de ontwikkeling van de baten en lasten en het verloop van de financieringspositie zoals opgenomen in deze begroting, maar uit de ontwikkeling van de uitgaande en inkomende kasstromen in meerjarenperspectief. Daarom hebben we informatie over de ontwikkeling van de financieringsbehoefte toegevoegd aan deze paragraaf.

4.2. Renteomslag 2026-2029 De renteomslag kan voor de begrotingsjaren 2026 – 2029 als volgt worden samengevat:

Rentelasten kort- en langlopende geldleningen Rentebaten kort- en langlopende vorderingen Saldo rentelasten en baten Doorberekende rente aan grondexploitatie Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury Bedragen x € 1.000

2026 -2.270 -2.270 61 -2.209 -41 -2.250 2.915 665

2027 -2.169 -2.169 95 -2.074 -12 -2.086 3.130 1.044

2028 -2.402 -2.402 -126 -2.528 -40 -2.568 3.187 621

2029 -2.351 -2.351 3 -2.348 -48 -2.396 3.178 782

Saldo rentelasten en baten Bij het opstellen van deze begroting 2026-2029 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de liquiditeitsprognose op basis van het investeringsvolume en de ontwikkelingen van de grondexploitatieprojecten. Op basis van deze cijfers, rekening houdend met het achterblijven van de uitvoering van het investeringsprogramma, luidt de verwachting dat in de loop van 2027 nieuwe financieringsmiddelen aangetrokken dienen te worden. Vanwege het grote volume aan investeringen –en in de uitvoering daarvan- is op dit moment lastig in te schatten wanneer daadwerkelijk financiering nodig zal zijn. Voorzichtigheidshalve -en gelet op de ervaringen uit het verleden- is er rekening gehouden met het achterblijven van de investeringen.

62 Financiering

In samenhang hiermee ziet de ontwikkeling van de langlopende geldleningen er als volgt uit:

Bovenstaande ontwikkeling van de langlopende geldleningen is gebaseerd op de huidige bestaande leningenportefeuille. Het schuldrestant van € 55 miljoen eind 2029 bestaat uit 9 langlopende vastrentende fixegeldleningen en 1 langlopende geldlening met jaarlijkse aflossing bij de BNG bank. Daarvan is € 47 miljoen het restant van de herfinanciering van € 64 miljoen uit 2015. De huidige leningenportefeuille is een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ (looptijd geldleningen afgestemd op liquiditeitsbehoefte in meerjarenperspectief) waardoor het renterisico ‘gespreid’ is in de tijd.

In de eerste grafiek lopen de langlopende schulden af omdat deze is gebaseerd op de bestaande leningenportefeuille. In de tweede grafiek ziet u het verwachte verloop van de bestaande geldleningen inclusief aan te trekken langlopende leningen op basis van het netto financieringstekort. De berekening van het financieringstekort kunt u terugvinden in de uiteenzetting van de financiële positie. Er is rekening gehouden met de rentelasten van de nog aan te trekken langlopende leningen tegen een rentepercentage van 3,31%. We hebben uit voorzichtigheid geen rekening gehouden met het saldo baten/lasten cumulatief vanaf 2025. Doorberekende rente aan grondexploitatie De rente aan een grondexploitatie actief grondbeleid wordt toegerekend over de boekwaarde van de actieve grondexploitaties per 1 januari van het betreffende boekjaar. Er wordt gekozen voor een stabiel rentepercentage in de meerjarenprognose actief grondbeleid. Bij een afwijking van 0,5% van dit rentepercentage moet volgens de Notitie Grondexploitaties 2019 het percentage worden bijgesteld. Het doorberekende rentepercentage aan actief grondbeleid is met ingang van 2021 berekend op 1,50%.

63 Financiering

Rente over eigen vermogen Sinds 2017 komt in de gemeente Waddinxveen in principe alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie. De enige uitzondering vormt de Reserve Bovenwijkse voorzieningen, waarbij wél een rentevergoeding plaatsvindt. Doorberekende rente aan taakvelden De aan de taakvelden (programma’s en overzicht Overhead), als onderdeel van de kapitaallasten (Staat van vaste activa) toe te rekenen rente is de sluitpost van de renteomslag. Er mag in de renteomslag sprake zijn van een renteresultaat maar dit is maximaal een afwijking van 0,5% van de aan de taakvelden toegerekende rente. Dit saldo blijft achter op Onderdeel 6.3 Treasury inclusief aandelen en dividend van deze begroting. Met deze maximale afwijking van 0,5% wordt de mogelijkheid geboden om de toegerekende rente aan de taakvelden op basis van de Staat van activa in de (meerjaren)begroting te stabiliseren. De rente van de vaste activa is net als in 2025 gehandhaafd op een structureel percentage van 1,50% voor de jaren 2026 – 2029. Omdat het werkelijke rentepercentage sterk afhankelijk is van het werkelijke investeringsvolume, wordt voor de begroting het percentage van 1,5% aangehouden. Bij het opstellen van de jaarrekeningen wordt het percentage getoetst en zo nodig aangepast.

4.3. Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet fido heeft een gezonde financiering van openbare lichamen, waaronder gemeenten, als centrale bedrijfseconomische doelstelling. Naast het beheersen van de financieringsrisico’s kent de Wet fido ook een macro-budgettaire doelstelling. Dit betreft de beheersing van de grenswaarde van het zogenoemde EMU-tekort van 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP).

4.4. Wet Houdbare overheidsfinanciën De wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) regelt in essentie twee zaken die voortvloeien uit Europese verplichtingen. De eerste is dat het nationale systeem van begrotingsvoorbereiding en de toepassing van vaste uitgavenkaders wettelijk worden vastgelegd. Ten tweede worden gemeenten gebonden aan een maximaal begrotingstekort (macronorm) op kasbasis. Gemeenten mogen een tekort hebben van 0,3%.

4.5. Risicobeheer Voor het risicobeheer worden als risico’s onderscheiden het renterisico van de korte termijnfinanciering, het renterisico voor de lange termijnfinanciering en het kredietrisico voor uitgezette gelden. In de Wet fido zijn voor het beperken en beheersen van de genoemde risico’s concrete normen opgenomen, te weten de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Deze worden in het vervolg verder uitgewerkt. Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie – dit is de mate waarin op korte termijn (ten hoogste 12 maanden) aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan – is de kasgeldlimiet van belang. Dit is het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Vooral bij kortlopende financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de korte rente direct een relatief grote invloed op de rentelasten hebben. De Wet fido stelt daarom grenzen aan de omvang van korte financieringen. Voor 2026 - 2029 zien de verwachtingen voor de kasgeldlimiet er als volgt uit:

64 Financiering

Kasgeldlimiet Omvang begroting per 1 januari (=grondslag)

Bedragen per jaar 2026

2027

2028

2029

148.341

152.191

139.240

122.123

(1) Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag

8,5 %

8,5 %

8,5 %

8,5 %

- in bedrag

12.609

12.936

11.835

10.380

Opgenomen gelden < 1 jaar

19.677

19.677

19.677

19.677

Schuld in rekening-courant

0

0

0

0

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

0

0

0

0

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

329

329

329

329

0

0

0

0

35.394

35.394

35.394

35.394

(2) Omvang vlottende korte schuld

(3) Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Toets kasgeldlimiet (4) Totaal netto vlottende schuld (2) – (3)

-16.046

-16.046

-16.046

-16.046

Toegestane kasgeldlimiet (1)

12.609

12.936

11.835

10.380

Ruimte (+) / Overschrijding (-); (1) – (4)

28.655

28.982

27.881

26.426

Bedragen x € 1.000 Renterisiconorm De rentegevoeligheid – het renterisico – kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van een jaar of langer. Om de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de gemeente te beperken stelt de Wet fido een limiet aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een zeker jaar moet worden aangepast aan de dan geldende markttarieven. Dergelijke aanpassingen doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. De renterisiconorm volgens de Wet fido heeft als uitgangspunt om voldoende spreiding in de (rente-)looptijden van lange leningen aan te brengen. Zoals eerder beschreven is de huidige leningenportefeuille een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ waardoor het renterisico ‘gespreid’ is in de tijd. Voor de begroting 2026 – 2029 is de renterisiconorm voor Waddinxveen als volgt: Renterisiconorm 1. Renteherziening op vaste schuld o/g

2026

2027

2028

2029

0

0

0

0

2. Te betalen aflossingen

375

375

5.375

375

3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2)

375

375

5.375

375

4. Renterisiconorm (zie onderstaande berekening)

29.668

29.668

29.668

29.668

5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3)

29.293

29.293

24.293

29.293

5b. Overschrijding renterisiconorm (3>4)

Bedragen x € 1.000

65 Financiering

Berekening renterisiconorm 2025 (bedragen x € 1.000): • 4a Begrotingstotaal (lasten) jaar 2026 → 148.341 • 4b Percentage regeling → 20% • 4 Renterisiconorm op basis van 29.668 (4a x 4b/100) De renterisiconorm kan worden gezien als een nuttig instrument bij het beheersen van lange termijn renterisico’s. Dit betekent niet dat deze norm alle renterisico’s van de organisatie bestrijkt. Bijvoorbeeld de risico’s op nieuw af te sluiten leningen voor zover deze niet worden aangegaan om andere leningen af te lossen, maken geen deel uit van de berekening van de renterisiconorm. De renterisiconorm wordt in de begrotingsperiode 2026-2029 niet overschreden.

66 Financiering

Paragraaf 5 Bedrijfsvoering 5.1 Wat is bedrijfsvoering? Bedrijfsvoering is alles wat nodig is om het werk mogelijk te maken. Denk aan medewerkers, ICT, financiën en inkopen. We willen dat alles betrouwbaar en veilig is. En dat we klaar zijn voor de toekomst. Zo helpen we inwoners, bedrijven en onze organisatie zo goed mogelijk.

5.2 We zorgen dat onze organisatie past bij de groei van Waddinxveen De gemeente Waddinxveen groeit naar ongeveer 43.000 inwoners in 2035. Een toenemend aantal inwoners en uitbreiding van de bebouwde omgeving leiden tot meer werk voor de gemeentelijke organisatie. Diverse maatschappelijke en technologische ontwikkelingen vragen een veranderende inzet van de ambtelijke organisatie. Informatie-uitwisseling gaat steeds sneller. En actuele vraagstukken volgen elkaar in snel tempo op en worden minder voorspelbaar. De opgaven waarvoor gemeenten staan, worden steeds ingewikkelder. Als gevolg van bijvoorbeeld de verantwoordelijkheden die gemeenten hebben gekregen rondom de energietransitie, duurzaamheid, maar ook opvang van vluchtelingen. Bij de programmabegroting 2025-2028 is besloten dat de formatie meegroeit met de toename van het aantal inwoners. Bij een toename van 1.000 inwoners groeit de structurele formatie met 7,8 fte. In de 2e kaderbrief 20262029 is het voorstel dat in 2026 en 2027 de streefformatie naar rato van de stijging van het aantal inwoners groeit (met 7,8 fte per 1.000 inwoners). We verwachten in 2025 met 538 inwoners te groeien. Dit betekent voor 2026 een stijging van de structurele formatie met 4,2 fte.

5.3 We zorgen dat we over voldoende talentvolle medewerkers beschikken Aantrekkelijke werkgever Het is belangrijk dat de gemeente talentvolle medewerkers in dienst heeft. Zo kan de gemeente goede service bieden aan inwoners en bedrijven. En haar doelen realiseren. De arbeidsmarkt is krap. En het blijft uitdagend om goede mensen te vinden. Daarom zijn we in 2025 gestart met de arbeidsmarktcampagne Gouwe Krachten. Deze campagne zet Waddinxveen als werkgever zowel offline als online op de kaart. In 2026 blijven we de gemeente Waddinxveen onder de aandacht brengen om aantrekkelijk te blijven voor nieuwe medewerkers. Omdat uit onderzoek is gebleken dat een belangrijk deel van de medewerkers uit de regio komt, leggen we in onze campagne extra nadruk op Waddinxveen en omstreken. Talent ontwikkelen We willen dat medewerkers langere tijd bij ons blijven werken. Daarom zorgen we dat medewerkers hun talenten kunnen ontwikkelen en inzetten. Bijvoorbeeld door het volgen van cursussen of trainingen. Of door medewerkers de kans te geven om een interne klus op te pakken. Medewerkers die vanuit talenten werken en zich verder ontwikkelen, dragen positief bij aan de ambities van de gemeente. Duurzaam inzetbaar We zorgen dat medewerkers nu en in de toekomst fysiek, mentaal, sociaal gezond en waardevol werk kunnen blijven doen. Werk dat past hij hun mogelijkheden en ambities.

Dit voorkomt uitval door ziekte en dat medewerkers weggaan bij de gemeente. Goed werkgeverschap en functiehuis De arbeidsmarktkrapte en verdere organisatieontwikkeling vragen om een toekomstbestendig personeelsbeleid en goed werkgeverschap. In 2025 is daarom een onderhoudsronde uitgevoerd door organisatieadviesbureau Leeuwendaal om te bekijken of een aantal functies juist zijn ingedeeld in ons functiehuis. Deze ronde geeft inzicht in de mate waarin het huidige functiehuis aansluit op de actuele en toekomstige opgaven en waar (indien van toepassing) aanpassingen nodig zijn om aantrekkelijk en concurrerend te blijven als werkgever. De uitkomsten kunnen mogelijk leiden tot een voorstel voor aanpassing van indeling en/of waardering. Indien er financiële consequenties uit voortvloeien wordt dit in 2026 incidenteel opgevangen binnen de huidige begroting salarislasten. Bij het opstellen van de Kaderbrief 2027 en Begroting 2027 wordt dit verwerkt als integrale herijking van de salarislasten (Staat B).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16068159/2